|
AFDELING 7.1
Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep
bij de administratieve rechter
Art. 7:1.
[Verplicht bezwaar]
(6.3.1a) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 54
+ bis + bis;
Stb. 2005, 282; Stb.
2009, 383 + bis]
-1.
Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een administratieve
rechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te
maken, tenzij:
a. het besluit in bezwaar of in
administratief beroep is genomen;
b. het besluit aan goedkeuring is
onderworpen;
c. het besluit een goedkeuring of een
weigering daarvan inhoudt;
d. het besluit is voorbereid met
toepassing van afdeling 3.4; of
e. het beroep zich richt tegen het
niet tijdig nemen van een besluit.
-2. Tegen de beslissing op het bezwaar kan
beroep worden ingesteld met toepassing van de voorschriften die
gelden voor het instellen van beroep tegen het besluit waartegen
bezwaar is gemaakt.
Art.
7:1a. [Rechtstreeks
beroep] [Geschiedenis:
MvT; Stb. 2004, 220; Stb.
2005, 282 + bis + bis;
Stb. 2009, 383]
-1. In het bezwaarschrift kan
de indiener het bestuursorgaan verzoeken in te stemmen met
rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter, zulks in afwijking van
artikel 7:1.
-2. Het bestuursorgaan wijst het verzoek in ieder geval af
indien tegen het besluit een ander bezwaarschrift is ingediend waarin
eenzelfde verzoek ontbreekt, tenzij dat andere bezwaarschrift kennelijk
niet-ontvankelijk is.
-3. Het bestuursorgaan kan
instemmen met het verzoek indien de zaak daarvoor geschikt is.
-4. Het bestuursorgaan
beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek. Een beslissing tot instemming
wordt genomen zodra redelijkerwijs kan worden aangenomen dat geen
nieuwe bezwaarschriften zullen worden ingediend. De artikelen 4:7
en 4:8 zijn niet van toepassing.
-5. Indien het bestuursorgaan
instemt met het verzoek, zendt het het bezwaarschrift, nadat daarop
de datum van ontvangst is aangetekend, onverwijld door aan de
bevoegde rechter.
-6. Een na de instemming
ontvangen bezwaarschrift wordt eveneens onverwijld doorgezonden aan
de bevoegde rechter. Indien dit bezwaarschrift geen verzoek als bedoeld in
het eerste lid bevat, wordt, in afwijking van artikel
8:41, eerste
lid, geen griffierecht geheven.
AFDELING
7.2
Bijzondere bepalingen over bezwaar
Art. 7:2.
[Hoorplicht] (6.3.7) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3943]
-1. Voordat een bestuursorgaan op het bezwaar
beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden
gehoord.
-2. Het bestuursorgaan stelt daarvan in ieder
geval de indiener van het bezwaarschrift op de hoogte alsmede de
belanghebbenden die bij de voorbereiding van het besluit hun
zienswijze naar voren hebben gebracht.
Art. 7:3.
[Afzien horen]
(6.3.8) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA5111; AA9691; AB0577]
Van het horen van belanghebbenden kan worden
afgezien, indien:
a. het bezwaar kennelijk
niet-ontvankelijk is;
b. het bezwaar kennelijk ongegrond is;
c. de belanghebbenden hebben verklaard
geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord; of
d. aan het bezwaar volledig tegemoet
wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun
belangen kunnen worden geschaad.
Art. 7:4.
[Nadere stukken;
terinzagelegging;
geheimhouding]
(6.3.9) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
VvW2; MvT2;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN AE1085]
-1. Tot tien dagen vóór het horen kunnen
belanghebbenden nadere stukken indienen.
-2. Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift
en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand
aan het horen gedurende ten minste één week voor belanghebbenden
ter inzage.
-3. Bij de oproeping voor het horen worden
belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en
wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
-4. Belanghebbenden kunnen van deze stukken
tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.
-5. Voor zover de belanghebbenden daarmee
instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden
gelaten.
-6. Het bestuursorgaan kan, al dan niet op
verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid
voorts achterwege laten voor zover geheimhouding om gewichtige
redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt
mededeling gedaan.
-7. Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet
aanwezig voor zover ingevolge de Wet
openbaarheid van bestuur de
verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze
stukken, in te willigen.
-8. Indien een gewichtige reden is gelegen in
de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid
van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken
worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat, hetzij
arts is.
Art. 7:5.
[Horen; openbaarheid] (6.3.10)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Tenzij het horen geschiedt door of mede
door het bestuursorgaan zelf dan wel de voorzitter of een lid
ervan, geschiedt het horen door:
a. een persoon die niet bij de
voorbereiding van het bestreden besluit betrokken is geweest; of
b. meer dan één persoon van wie de
meerderheid, onder wie degene die het horen leidt, niet bij de
voorbereiding van het bestreden besluit betrokken is geweest.
-2. Voor zover niet bij wettelijk voorschrift
anders is bepaald, besluit het bestuursorgaan of het horen in het
openbaar plaatsvindt.
Art. 7:6.
[Afzonderlijk of gezamenlijk horen]
(6.3.11) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Belanghebbenden worden in elkaars
aanwezigheid gehoord.
-2. Ambtshalve of op verzoek kunnen
belanghebbenden afzonderlijk worden gehoord indien aannemelijk is
dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren
of dat tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen
worden waarvan geheimhouding om gewichtige redenen is geboden.
-3. Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn
gehoord, wordt ieder van hen op de hoogte gesteld van het
verhandelde tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid.
-4. Het bestuursorgaan kan, al dan niet op
verzoek van een belanghebbende, toepassing van het derde lid
achterwege laten voor zover geheimhouding om gewichtige redenen
is geboden. Artikel 7:4, zesde lid, tweede volzin, zevende en
achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. 7:7.
[Verslag] (6.3.12) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
Van het horen wordt een verslag gemaakt.
Art. 7:8.
[Getuigen en deskundigen]
(6.3.13) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 55]
Op verzoek van de belanghebbende kunnen
door hem meegebrachte getuigen en deskundigen worden gehoord.
Art. 7:9.
[Nova]
(6.3.14) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AD3845]
Wanneer na het horen aan het bestuursorgaan
feiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het bezwaar
te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, wordt dit
aan belanghebbenden meegedeeld en worden zij in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord.
Art. 7:10.
[Beslistermijn] (6.3.15) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 384]
•
[Jurisprudentie: LJN
AA3611; AA4116; AA9587;
AB0236]
-1.
Het bestuursorgaan beslist binnen zes weken of, indien een
commissie als bedoeld in artikel 7:13 is
ingesteld, binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die
waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is
verstreken.
-2. De termijn wordt opgeschort,
gerekend vanaf de dag na die waarop de indiener is verzocht een
verzuim als bedoeld in artikel 6:6 te
herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de
daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
-3. Het bestuursorgaan kan de
beslissing voor ten hoogste zes weken verdagen.
-4. Verder uitstel is mogelijk, voor
zover:
a. alle belanghebbenden
daarmee instemmen;
b. de indiener van het
bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor
niet in hun belangen kunnen worden geschaad; of
c. dit nodig is in verband met
de naleving van wettelijke procedurevoorschriften.
-5. Indien toepassing is gegeven aan
het tweede, derde of vierde lid, doet het bestuursorgaan hiervan
schriftelijk mededeling aan belanghebbenden.
Art. 7:11.
[Heroverweging; verbod van reformatio in
peius] (6.3.16) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AE3723; AE6090;
AE6822;
AE7159;
AE7389;
AE7599;
AE8232]
-1. Indien het bezwaar ontvankelijk is, vindt
op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit
plaats.
-2. Voor zover de heroverweging daartoe
aanleiding geeft, herroept het bestuursorgaan het bestreden
besluit en neemt het voor zover nodig in de plaats daarvan een
nieuw besluit.
Art. 7:12.
[Motivering en bekendmaking]
(6.3.17) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3441;
AA3508; AA3716;
AA3763; AA3943; AA3968;
AA4623; AA5668;
AA5881; AA6711;
AA6936; AA7064;
AA7188; AB0237;
AB0577; AB1608;
AB2256; AB2260;
AD3412; AD3427;
AD3845; AD5912;
AD7128; AD7844;
AE2461;
AE3170; AE3268;
AE3698;
AE3712; AE3721;
AE4069; AE4236;
AE6057;
AE6141;
AE6365;
AE8634;
AE8636;
AP1140; AT0206]
-1. De beslissing op het bezwaar dient te
berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking
van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge
artikel 7:3 van het horen is afgezien, tevens aangegeven op
welke grond dat is geschied.
-2. De beslissing wordt bekendgemaakt door
toezending of uitreiking aan degenen tot wie zij is gericht.
Betreft het een besluit dat niet tot één of meer belanghebbenden
was gericht, dan wordt de beslissing bekendgemaakt op dezelfde
wijze als waarop dat besluit bekendgemaakt is.
-3. Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van
de beslissing wordt hiervan mededeling gedaan aan de
belanghebbenden die in bezwaar of bij de voorbereiding van het bestreden besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
-4. Bij de mededeling, bedoeld in het derde
lid, is artikel 6:23 van overeenkomstige toepassing en wordt met
het oog op de aanvang van de beroepstermijn zo duidelijk mogelijk
aangegeven wanneer de bekendmaking van de beslissing overeenkomstig het tweede lid heeft plaatsgevonden.
Art. 7:13.
[Adviescommissie] (6.3.18) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
VvW2; MvT2;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 53]
•
[Jurisprudentie: LJN
AA7064; AB0236]
-1. Dit artikel is van toepassing indien ten
behoeve van de beslissing op het bezwaar een adviescommissie is
ingesteld:
a. die bestaat uit een voorzitter en ten
minste twee leden;
b. waarvan de voorzitter geen deel
uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van
het bestuursorgaan; en
c. die voldoet aan eventueel bij
wettelijk voorschrift gestelde andere eisen.
-2. Indien een commissie over het
bezwaar zal adviseren, deelt het bestuursorgaan dit zo spoedig
mogelijk mede aan de indiener van het bezwaarschrift.
-3. Het horen geschiedt door de commissie. De
commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een lid dat
geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder
verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.
-4. De commissie beslist over de toepassing van
artikel 7:4, zesde lid, van artikel 7:5, tweede lid, en, voor
zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, van
artikel 7:3.
-5. Een vertegenwoordiger van het
bestuursorgaan wordt voor het horen uitgenodigd en wordt in de
gelegenheid gesteld een toelichting op het standpunt van het
bestuursorgaan te geven.
-6. Het advies van de commissie wordt
schriftelijk uitgebracht en bevat een verslag van het horen.
-7. Indien de beslissing op het bezwaar afwijkt
van het advies van de commissie, wordt in de beslissing de reden
voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing
meegezonden.
Art. 7:14.
[Reikwijdte]
(6.3.19) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
Stb. 1995, 355; Stb.
1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2004, 220;
Stb. 2006, 24; Stb.
2009, 384; Stb.
2009, 383]
Artikel 3:6,
tweede lid, afdeling 3.4, de artikelen
3:41 tot en met 3:45, afdeling 3.7, met
uitzondering van artikel 3:49, en titel
4.1, met uitzondering van de artikelen 4:14,
eerste lid, en 4:15, eerste lid, onderdeel b,
tweede lid, onderdeel b en c, derde lid en vierde lid, en paragraaf
4.1.3.2, zijn niet van toepassing op besluiten op grond van deze
afdeling.
Art.
7:14a. [Gelijkstelling aanvrager met
indiener bezwaarschrift]
[Geschiedenis:
Stb. 2009, 383]
Indien door een ander dan de aanvrager bezwaar is gemaakt tegen
een besluit op aanvraag, wordt de aanvrager voor de toepassing van
paragraaf 4.1.3.2 gelijkgesteld
met de indiener van het bezwaarschrift.
Art. 7:15.
[Vergoeding kosten] (6.3.20) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 581;
Stb. 2002, 55]
-1. Voor de behandeling van het bezwaar is geen
recht verschuldigd.
-2. De kosten die de belanghebbende
in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft
moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed
op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit
wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten
onrechtmatigheid. Artikel 243, tweede lid, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
-3. Het verzoek wordt gedaan voordat
het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist. Het
bestuursorgaan beslist op het verzoek bij de beslissing op het
bezwaar.
-4.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
over de kosten waarop de vergoeding uitsluitend betrekking kan
hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt
vastgesteld. [Bpb]
AFDELING
7.3
Bijzondere bepalingen over administratief beroep
Art. 7:16.
[Hoorplicht] (6.4.7) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Voordat een beroepsorgaan op het beroep
beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden
gehoord.
-2. Het beroepsorgaan stelt daarvan in ieder
geval de indiener van het beroepschrift op de hoogte, alsmede het
bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de
belanghebbenden die bij de voorbereiding van het besluit of bij de
behandeling van het bezwaarschrift hun zienswijze naar voren
hebben gebracht.
Art. 7:17.
[Afzien horen]
(6.4.8) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
Van het horen van belanghebbenden kan worden
afgezien, indien:
a. het beroep kennelijk
niet-ontvankelijk is;
b. het beroep kennelijk ongegrond is; of
c. de belanghebbenden hebben verklaard
geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.
Art. 7:18.
[Nadere stukken; terinzagelegging;
geheimhouding]
(6.4.9) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; VvW2;
MvT2; versie
1 januari 1998]
-1. Tot tien dagen vóór het horen kunnen
belanghebbenden nadere stukken indienen.
-2. Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en
alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand
aan het horen gedurende ten minste één week voor belanghebbenden
ter inzage.
-3. Bij de oproeping voor het horen worden
belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en
wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
-4. Belanghebbenden kunnen van deze stukken
tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.
-5. Voor zover de belanghebbenden daarmee
instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden
gelaten.
-6. Het beroepsorgaan kan, al dan niet op
verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid
voorts achterwege laten voor zover geheimhouding om gewichtige
redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt
mededeling gedaan.
-7. Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet
aanwezig voor zover ingevolge de Wet
openbaarheid van bestuur de
verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze
stukken, in te willigen.
-8. Indien een gewichtige reden is gelegen in
de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid
van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken
worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat, hetzij
arts is.
Art. 7:19.
[Horen; openbaarheid] (6.4.10)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Het horen geschiedt door het beroepsorgaan.
-2. Bij of krachtens de wet kan het horen
worden opgedragen aan een adviescommissie waarin één of meer
leden zitting hebben die geen deel uitmaken van en niet werkzaam
zijn onder verantwoordelijkheid van het beroepsorgaan.
-3. Het horen geschiedt in het openbaar, tenzij
het beroepsorgaan op verzoek van een belanghebbende of om
gewichtige redenen ambtshalve anders beslist.
Art. 7:20.
[Afzonderlijk horen of gezamenlijk horen]
(6.4.11) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; versie
1 januari 1998]
-1. Belanghebbenden worden in elkaars
aanwezigheid gehoord.
-2. Ambtshalve of op verzoek kunnen
belanghebbenden afzonderlijk worden gehoord indien aannemelijk is
dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren
of dat tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen
worden waarvan geheimhouding om gewichtige redenen is geboden.
-3. Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn
gehoord, wordt ieder van hen op de hoogte gesteld van het
verhandelde tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid.
-4. Het beroepsorgaan kan, al dan niet op
verzoek van een belanghebbende, toepassing van het derde lid
achterwege laten voor zover geheimhouding om gewichtige redenen
is geboden. Artikel 7:18, zesde lid, tweede volzin, zevende en
achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. 7:21.
[Verslag] (6.4.12) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; versie
1 januari 1998]
Van het horen wordt een verslag gemaakt.
Art. 7:22.
[Getuigen en deskundigen]
(6.4.13) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 55]
Op verzoek van de belanghebbende kunnen
door hem meegebrachte getuigen en deskundigen worden gehoord.
Art. 7:23.
[Nova]
(6.4.14) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; versie
1 januari 1998]
Wanneer na het horen aan het beroepsorgaan
feiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het beroep
te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, wordt dit
aan belanghebbenden meegedeeld en worden zij in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord.
Art. 7:24.
[Beslistermijn] (6.4.15) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
VvW2; MvT2;
versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 384]
-1.
Het beroepsorgaan beslist binnen zestien weken, gerekend vanaf de
dag na die waarop de termijn voor het indienen van het
beroepschrift is verstreken.
-2. Indien het beroepsorgaan evenwel
behoort tot dezelfde rechtspersoon als het bestuursorgaan tegen
welks besluit het beroep is gericht, beslist het binnen zes weken
of, indien een commissie als bedoeld in artikel
7:19, tweede lid, is ingesteld, binnen twaalf weken, gerekend
vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het
beroepschrift is verstreken.
-3. De termijn wordt opgeschort,
gerekend vanaf de dag na die waarop de indiener is verzocht een
verzuim als bedoeld in artikel 6:6 te
herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de
daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
-4. Het beroepsorgaan kan de
beslissing voor ten hoogste tien weken verdagen.
-5. In het geval, bedoeld in het
tweede lid, kan het beroepsorgaan de beslissing echter voor ten
hoogste zes weken verdagen.
-6. Verder uitstel is mogelijk, voor
zover:
a. alle belanghebbenden
daarmee instemmen;
b. de indiener van het
beroepschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor
niet in hun belangen kunnen worden geschaad; of
c. dit nodig is in verband met
de naleving van wettelijke procedurevoorschriften.
-7. Indien toepassing is gegeven aan
het derde, vierde, vijfde of zesde lid, doet het beroepsorgaan
hiervan schriftelijk mededeling aan belanghebbenden.
Art. 7:25.
[Vernietiging en nieuw besluit] (6.4.16)
[Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
Voor zover het beroepsorgaan het beroep
ontvankelijk en gegrond acht, vernietigt het het bestreden
besluit en neemt het voor zover nodig in de plaats daarvan een
nieuw besluit.
Art. 7:26.
[Motivering en bekendmaking]
(6.4.17) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De beslissing op het beroep dient te
berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking
van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge
artikel 7:17 van het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke
grond dat is geschied.
-2. Indien de beslissing afwijkt van het advies
van een commissie als bedoeld in artikel 7:19, tweede lid, worden
in de beslissing de redenen voor die afwijking vermeld en wordt
het advies met de beslissing meegezonden.
-3. De beslissing wordt bekendgemaakt door
toezending of uitreiking aan degenen tot wie zij is gericht.
Betreft het een besluit dat niet tot één of meer belanghebbenden
was gericht, dan wordt de beslissing bekendgemaakt op dezelfde
wijze als waarop dat besluit bekendgemaakt is.
-4. Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van
de beslissing wordt hiervan mededeling gedaan aan het
bestuursorgaan tegen welks besluit het beroep was gericht, aan
degenen tot wie het bestreden besluit was gericht en aan de
belanghebbenden die in beroep hun zienswijze naar voren hebben
gebracht.
-5. Bij de mededeling, bedoeld in het vierde
lid, is artikel 6:23 van overeenkomstige toepassing en wordt met
het oog op de aanvang van de beroepstermijn zo duidelijk mogelijk
aangegeven wanneer de bekendmaking van de beslissing overeenkomstig het derde lid heeft plaatsgevonden.
Art. 7:27.
[Reikwijdte]
(6.4.18) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; Stb. 1995, 355; Stb.
1996, 333; versie
1 januari 1998; Stb. 2004, 220;
Stb. 2006, 24; Stb.
2009, 384; Stb.
2009, 383]
Artikel 3:6,
tweede lid, afdeling 3.4, de artikelen
3:41 tot en met 3:45, afdeling 3.7, met
uitzondering van artikel 3:49, en titel
4.1, met uitzondering van de artikelen 4:14,
eerste lid, en 4:15, eerste lid, onderdeel b,
tweede lid, onderdeel b en c, derde lid en vierde lid, en paragraaf
4.1.3.2, zijn niet van toepassing op besluiten op grond van deze
afdeling.
Art.
7:27a. [Gelijkstelling aanvrager met
insteller beroep]
[Geschiedenis:
Stb. 2009, 383]
Indien het beroep tegen een besluit op aanvraag is ingesteld door
een ander dan de aanvrager, wordt de aanvrager voor de toepassing
van paragraaf 4.1.3.2
gelijkgesteld met degene die het beroep heeft ingesteld.
Art. 7:28.
[Vergoeding kosten] (6.4.19) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis; versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 581;
Stb. 2002, 55]
-1. Voor de behandeling van het beroep is geen
recht verschuldigd.
-2. De kosten die de belanghebbende
in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft
moeten maken, worden door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed
op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit
wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten
onrechtmatigheid. In dat geval stelt het beroepsorgaan de
vergoeding vast die het bestuursorgaan verschuldigd is. Artikel
243,
tweede lid, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering is van
overeenkomstige toepassing.
-3. Het verzoek wordt gedaan voordat
het beroepsorgaan op het beroep heeft beslist. Het beroepsorgaan
beslist op het verzoek bij de beslissing op het beroep.
-4. Bij algemene maatregel van
bestuur worden nadere regels gesteld over de kosten waarop de
vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze
waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld. [Bpb]
Art. 7:29.
Vervallen.
(6.4.20) [Geschiedenis:
VvW; MvT
+ bis + bis;
VvW2; MvT2;
versie
1 januari 1998]
|
|