|
TITEL 8.1
Algemene bepalingen
AFDELING 8.1.1
Bevoegdheid
Art. 8:1.
[Beroep bij rechtbank] (8.1.1.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; Stb. 1995, 250; Stb.
1997, 139; versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AB0236; AD5103]
-1. Een belanghebbende
kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.
-2. Met een besluit wordt
gelijkgesteld een andere handeling van een bestuursorgaan waarbij
een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet
als
zodanig of een dienstplichtige als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Kaderwet
dienstplicht als zodanig, hun nagelaten betrekkingen of
hun rechtverkrijgenden belanghebbende zijn.
-3. Met een besluit
worden gelijkgesteld: ¹
a. de schriftelijke
beslissing, inhoudende de weigering van de goedkeuring van een
besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een
beleidsregel of de intrekking of de vaststelling van de
inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een
beleidsregel; en
b. de schriftelijke
beslissing, inhoudende de weigering van de goedkeuring van een
besluit ter voorbereiding van een privaatrechtelijke
rechtshandeling.
1. Ingevolge artikel IVa
van de Wet voltooiing eerste fase herziening rechterlijke
organisatie komt het derde lid van artikel 8:1 met ingang van een bij
wet te bepalen tijdstip te luiden:
-3. Met een
besluit wordt gelijkgesteld de schriftelijke beslissing,
inhoudende de weigering van de goedkeuring van een besluit ter
voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling.
Art. 8:2.
[Uitsluiting beroepsrecht bij algemeen verbindend voorschrift
of beleidsregel]
(8.1.1.2) ¹ [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; versie
1 januari 1998]
Geen beroep kan worden
ingesteld tegen:
a. een besluit,
inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een
beleidsregel;
b. een besluit,
inhoudende de intrekking of de vaststelling van de
inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een
beleidsregel; en
c. een besluit,
inhoudende de goedkeuring van een besluit, inhoudende een algemeen
verbindend voorschrift of een beleidsregel of de intrekking of de
vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend
voorschrift of een beleidsregel.
1. Ingevolge artikel IVa
van de Wet voltooiing
eerste fase herziening rechterlijke organisatie komt
artikel 8:2 met ingang van een bij wet te bepalen tijdstip te vervallen.
Art. 8:3.
[Uitsluiting beroepsrecht bij voorbereiding privaatrechtelijke
rechtshandeling]
(8.1.1.3) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AE6166]
Geen beroep kan worden
ingesteld tegen een besluit ter voorbereiding van een
privaatrechtelijke rechtshandeling.
Art. 8:4.
[Uitsluiting beroepsrecht bij overige
besluiten] (8.1.1.5) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; Stb. 1995, 250; Stb.
1997, 139; versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 705
+ bis; Stb.
2002, 111; Stb. 2002, 318;
Stb. 2004, 214; Stb.
2004, 220; Stb. 2004, 672;
Stb. 2006, 418; Stb.
2007, 208; Stb. 2008, 200;
Stb.
2008, 405; Stb. 2009, 384; Stb. 2009, 264]
Geen beroep kan worden
ingesteld tegen een besluit:
a. inhoudende schorsing
of vernietiging van een besluit van een ander bestuursorgaan;
b. op grond van een in
enig wettelijk voorschrift voor het geval van buitengewone
omstandigheden toegekende bevoegdheid of opgelegde verplichting
in deze omstandigheden genomen;
c. genomen op grond van
een wettelijk voorschrift ter beveiliging van de militaire
belangen van het Koninkrijk of zijn bondgenoten;
d. tot benoeming of
aanstelling, tenzij beroep wordt ingesteld door een ambtenaar als
bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet
als zodanig of een
dienstplichtige als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Kaderwet
dienstplicht als zodanig, hun nagelaten betrekkingen of hun
rechtverkrijgenden;
e. inhoudende een
beoordeling van het kennen of kunnen van een kandidaat of leerling
die ter zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is
getoetst, dan wel inhoudende de vaststelling van opgaven,
beoordelingsnormen of nadere regels voor die examinering of
toetsing;
f. inhoudende een
technische beoordeling van een voertuig of een luchtvaartuig, dan
wel een meetmiddel, een onderdeel daarvan of een hulpinrichting
daarvoor;
g. inzake de nummering van
kandidatenlijsten, de geldigheid van lijstverbindingen, het
verloop van de stemming, de stemopneming,
de vaststelling van de stemwaarden en de vaststelling van de uitslag
bij verkiezingen van de leden van vertegenwoordigende organen, de
benoemdverklaring in opengevallen plaatsen, de toelating van nieuwe leden van provinciale staten,
van de gemeenteraad en van het algemeen bestuur van een waterschap, alsmede de verlening van tijdelijk ontslag
wegens zwangerschap en bevalling of ziekte;
h. genomen op grond van een
wettelijk voorschrift inzake de verplichte krijgsdienst, voor zover het
keuring, herkeuring, werkelijke dienst, groot verlof of diensteindiging
betreft, tenzij het besluit betrekking heeft op verlenging van werkelijke
dienst of kostwinnersvergoeding, of het besluit is genomen op grond van de
Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht 1985; ¹
i. houdende een
ambtshandeling van een gerechtsdeurwaarder of
notaris;
j. als
bedoeld in artikel 7:1a,
vierde lid, 7:10, tweede, derde of
vierde lid, 7:24, derde tot en met
zesde lid; of.²
k. inhoudende een weigering
op grond van artikel 2:15;
l. een
besluit als bedoeld in artikel 3:21, eerste
lid, onderdeel b;
m.
inhoudende een aanmaning als bedoeld in artikel
4:112 of een dwangbevel.
1. Redactie: ingevolge artikel I, onderdeel F,
van de Wet van 27 mei 1999 tot
wijziging van de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht
1985 alsmede wijziging van de Algemene militaire pensioenwet in
verband met de overgang naar een geheel uit vrijwilligers
bestaande krijgsmacht (Stb. 1999, 279) is met ingang van 1
september 1999 de citeertitel van de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht 1985
vervangen door: Wet
voor het reservepersoneel der krijgsmacht.
2. Volgens de redactie dient "of" te vervallen.
Art. 8:5.
[Uitsluiting beroepsrecht; negatieve
lijst] (8.1.1.6) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 53]
-1. Geen beroep kan worden
ingesteld tegen een besluit, genomen op grond van een wettelijk
voorschrift dat is opgenomen in de bijlage die bij deze wet
behoort.
-2. Bij een wijziging van de bijlage
blijft de bijlage zoals deze luidde vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van de wijziging van toepassing ten aanzien van
de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen een besluit dat vóór
dat tijdstip is bekendgemaakt.
Art. 8:6.
[Uitsluiting beroepsrecht; andere
administratieve rechter of administratief beroep] (8.1.1.6a)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998]
-1. Geen beroep kan
worden ingesteld tegen een besluit waartegen beroep bij een andere
administratieve rechter kan of kon worden ingesteld.
-2. Geen beroep kan
worden ingesteld tegen een besluit waartegen administratief beroep
kan worden ingesteld of door de belanghebbende kon worden
ingesteld.
Art. 8:7.
[Bevoegde rechtbank] (8.1.1.7)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 53
+ bis; Stb.
2011, 255]
-1. Indien beroep wordt ingesteld
tegen een besluit van een bestuursorgaan van een provincie,
een gemeente, een waterschap of een regio
als bedoeld in artikel 21 van de Politiewet
1993 dan wel tegen een
besluit van een gemeenschappelijk orgaan of een bestuursorgaan van
een openbaar lichaam dat is ingesteld met toepassing van de Wet
gemeenschappelijke regelingen, is de rechtbank
binnen het rechtsgebied waarvan het bestuursorgaan zijn zetel
heeft bevoegd.
-2. Indien beroep wordt
ingesteld tegen een besluit van een ander bestuursorgaan, is de
rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het
beroepschrift zijn woonplaats in Nederland heeft bevoegd. Indien
de indiener van het beroepschrift geen woonplaats in Nederland
heeft, is de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het
bestuursorgaan zijn zetel heeft bevoegd.
-3. Indien een voortdurend gebrek aan voldoende zittingscapaciteit bij
een rechtbank daartoe noodzaakt, kan bij algemene maatregel van bestuur
voor de duur van ten hoogste twee jaar een andere dan de overeenkomstig
het eerste of tweede lid bevoegde rechtbank worden aangewezen als
bevoegde rechtbank voor zaken die behoren tot een bij die maatregel
aangewezen categorie. Onder zittingscapaciteit wordt verstaan hetgeen
daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel h, van de Wet
op de rechterlijke organisatie.
Art. 8:8.
[Meer dan één
bevoegde rechtbank] (8.1.1.7a) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998; Stb. 2004, 220]
-1. Indien tegen
hetzelfde besluit bij meer dan één bevoegde rechtbank beroep is
ingesteld, worden de zaken verder behandeld door de bevoegde
rechtbank waarbij als eerste beroep is ingesteld. Indien
gelijktijdig bij meer dan één bevoegde rechtbank als eerste
beroep is ingesteld, worden de zaken verder behandeld door de
bevoegde rechtbank die als eerste wordt genoemd in de Wet
op de rechterlijke indeling.
-2. De andere rechtbank
verwijst onderscheidenlijk de andere rechtbanken verwijzen de daar
aanhangig gemaakte zaak of zaken naar de rechtbank die de zaken
verder behandelt. De op de zaak of zaken betrekking hebbende
stukken worden toegezonden aan de rechtbank die de zaken verder
behandelt.
-3. Indien tegen
hetzelfde besluit bij meer dan één rechtbank beroep is
ingesteld, doet het bestuursorgaan daarvan onverwijld mededeling
aan die rechtbanken.
-4. Indien het bestuursorgaan
ingevolge artikel 7:1a, vijfde of zesde lid,
verschillende
bezwaarschriften doorzendt, zendt het bestuursorgaan deze door aan de rechtbank die
ingevolge de tweede volzin van het eerste lid de zaak zal behandelen.
Art. 8:9.
[Jurisdictiegeschillen] (8.1.1.8) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; versie
1 januari 1998]
De Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State onderscheidenlijk de
Centrale Raad van Beroep oordelen in hoogste ressort over
geschillen tussen de rechtbanken over de toepassing van
artikel
8:7 in zaken tot de kennisneming waarvan zij in hoger beroep
bevoegd zijn.
AFDELING
8.1.2
Behandeling door een
enkelvoudige en een meervoudige kamer
Art. 8:10.
[Enkelvoudige
en meervoudige kamer] (8.1.2.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT; versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AE6141]
-1. De zaken die bij de rechtbank
aanhangig worden gemaakt, worden in behandeling
genomen door een enkelvoudige kamer.
-2. Indien een zaak naar
het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor
behandeling door één rechter, verwijst zij deze naar een
meervoudige kamer. De enkelvoudige kamer kan ook in andere
gevallen een zaak naar een meervoudige kamer verwijzen.
-3. Indien een zaak naar
het oordeel van de meervoudige kamer geschikt is voor verdere
behandeling door één rechter, kan zij deze verwijzen naar een
enkelvoudige kamer.
-4. Verwijzing kan
geschieden in elke stand van het geding. Een verwezen zaak wordt
voortgezet in de stand waarin zij zich bevindt.
Art. 8:11.
[Toepasselijke voorschriften] (8.1.2.2)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT; versie
1 januari 1998]
-1. De voorschriften
omtrent de behandeling van het beroep zijn op de behandeling
zowel door een enkelvoudige als door een meervoudige kamer van
toepassing.
-2. Degene die zitting
heeft in een enkelvoudige kamer heeft tevens de bevoegdheden en de
verplichtingen die de voorzitter van een meervoudige kamer heeft.
Art. 8:12.
[Rechter-commissaris] (8.1.2.3) [Geschiedenis:
VvW;
MvT; versie
1 januari 1998]
De rechtbank kan aan een
rechter-commissaris opdragen het vooronderzoek of een gedeelte
daarvan te verrichten.
AFDELING
8.1.3
Verwijzing, voeging en
splitsing
Art. 8:13.
[Verwijzing]
(8.1.3.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis; versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 53]
-1. De rechtbank
kan een
bij haar aanhangig gemaakte zaak ter verdere behandeling verwijzen
naar de rechtbank waar een andere zaak aanhangig is gemaakt
indien naar haar oordeel behandeling van die zaken door één
rechtbank gewenst is. Zij kan een bij haar aanhangig gemaakte zaak
ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank indien
naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling
van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.
-2. Een verzoek tot wijziging kan worden gedaan tot de aanvang van het onderzoek ter zitting.
-3. Indien de rechtbank
waarnaar een zaak is verwezen, instemt met de verwijzing, worden
de op de zaak betrekking hebbende stukken aan haar toegezonden.
Art.
8:13a. [Verwijzing naar
hogerberoepsrechter] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 570]
Indien bij de rechtbank beroep wordt
ingesteld tegen een besluit dat is genomen ten gevolge van de
toepassing van artikel 8:51a door een
administratieve rechter in hoger beroep, verwijst de rechtbank de
bij haar aanhangig gemaakte zaak naar de administratieve rechter
die toepassing aan artikel 8:51a heeft
gegeven.
Art. 8:14.
[Voeging en
splitsing] (8.1.3.2) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De rechtbank
kan
zaken over hetzelfde of een verwant onderwerp ter behandeling
voegen en de behandeling van gevoegde zaken splitsen.
-2. Een verzoek daartoe
kan worden gedaan tot de sluiting van het onderzoek ter zitting.
AFDELING
8.1.4
Wraking en verschoning van
rechters
Art. 8:15.
[Wrakingsverzoek] (8.1.4.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
Op verzoek van een partij
kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt
op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke
onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Art. 8:16.
[Vereisten wrakingsverzoek] (8.1.4.2)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Het verzoek wordt
gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend
zijn geworden.
-2. Het verzoek geschiedt
schriftelijk en is gemotiveerd. Na de aanvang van het onderzoek
ter zitting onderscheidenlijk na de aanvang van het horen van
partijen of getuigen in het vooronderzoek kan het ook mondeling
geschieden.
-3. Alle feiten of
omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen.
-4. Een volgend verzoek
om wraking van dezelfde rechter wordt niet in behandeling genomen,
tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het
eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.
-5. Geschiedt het verzoek
ter zitting, dan wordt het onderzoek ter zitting geschorst.
Art. 8:17.
[Berusting]
(8.1.4.3) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
Een rechter wiens wraking
is verzocht, kan in de wraking berusten.
Art. 8:18.
[Behandeling
en beslissing] (8.1.4.4) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 53]
-1. Het verzoek om
wraking wordt zo spoedig mogelijk ter zitting behandeld door een meervoudige
kamer waarin de rechter wiens wraking is verzocht, geen zitting
heeft.
-2. De verzoeker en de
rechter wiens wraking is verzocht, worden in de gelegenheid
gesteld te worden gehoord. De rechtbank kan ambtshalve of op
verzoek van de verzoeker of de rechter wiens wraking is verzocht,
bepalen dat zij niet in elkaars aanwezigheid zullen worden gehoord.
-3. De rechtbank beslist
zo spoedig mogelijk. De rechtbank spreekt de beslissing in het
openbaar uit. De beslissing is gemotiveerd en wordt
onverwijld aan de verzoeker, de andere partijen en de rechter
wiens wraking was verzocht, medegedeeld.
-4. In geval van misbruik
kan de rechtbank bepalen dat een volgend verzoek niet in
behandeling wordt genomen. Hiervan wordt in de beslissing melding
gemaakt.
-5. Tegen de beslissing
staat geen rechtsmiddel open.
Art. 8:19.
[Verschoningsverzoek]
(8.1.4.5) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Op grond van feiten
of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 kan elk van de
rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen
verschonen.
-2. Het verzoek geschiedt
schriftelijk en is gemotiveerd. Na de aanvang van het onderzoek
ter zitting onderscheidenlijk na de aanvang van het horen van
partijen of getuigen in het vooronderzoek kan het ook mondeling
geschieden.
-3. Geschiedt het verzoek
ter zitting, dan wordt het onderzoek ter zitting geschorst.
Art. 8:20.
[Behandeling
en beslissing] (8.1.4.6) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Het verzoek om
verschoning wordt zo spoedig mogelijk behandeld door een
meervoudige kamer waarin de rechter die om verschoning heeft
verzocht, geen zitting heeft.
-2. De rechtbank
beslist
zo spoedig mogelijk. De beslissing is gemotiveerd en wordt
onverwijld aan partijen en de rechter die om verschoning had
verzocht, medegedeeld.
-3. Tegen de beslissing
staat geen rechtsmiddel open.
AFDELING
8.1.5
Partijen
Art. 8:21.
[Vertegenwoordiging handelingsonbekwame] (8.1.5.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AD5479]
-1. Natuurlijke personen,
onbekwaam om in rechte te staan, worden in het geding
vertegenwoordigd door hun vertegenwoordigers naar burgerlijk
recht. De wettelijke vertegenwoordiger behoeft niet de
machtiging van de kantonrechter, bedoeld in artikel 349 van
Boek 1 van
het Burgerlijk Wetboek.
-2. De in het eerste lid
bedoelde personen kunnen zelf in het geding optreden indien zij
tot redelijke waardering van hun belangen in staat kunnen worden
geacht.
-3. Indien geen
wettelijke vertegenwoordiger aanwezig is, of deze niet beschikbaar
is en de zaak spoedeisend is, kan de rechtbank
een voorlopige
vertegenwoordiger benoemen. De benoeming vervalt zodra een
wettelijke vertegenwoordiger aanwezig is of de wettelijke
vertegenwoordiger weer beschikbaar is.
Art. 8:22.
[Faillissement
of surseance van betaling] (8.1.5.2) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 1998, 448]
-1. In geval van
faillissement of surseance van betaling of toepassing van de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen zijn de artikelen
25, 27 en 31 van de Faillissementswet
van overeenkomstige
toepassing.
-2. De artikelen 25,
tweede lid, en 27 vinden geen toepassing indien partijen vóór
de faillietverklaring zijn uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank
te verschijnen.
Art. 8:23.
[Vertegenwoordiging bestuursorgaan] (8.1.5.3) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Een bestuursorgaan
dat een college is, wordt in het geding vertegenwoordigd door één
of meer door het bestuursorgaan aangewezen leden.
-2. De Kroon wordt in het
geding vertegenwoordigd door Onze Minister wie het aangaat
onderscheidenlijk door één of meer van Onze Ministers wie het
aangaat.
Art. 8:24.
[Bijstand en
vertegenwoordiging] (8.1.5.4) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2008, 100]
-1. Partijen kunnen zich
laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen.
-2. De rechtbank
kan van
een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.
-3. Het tweede lid is niet
van toepassing ten aanzien van advocaten.
Art. 8:25.
[Weigering bijstand of vertegenwoordiging] (8.1.5.5)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2008, 100]
-1. De rechtbank
kan
bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige
bezwaren bestaan, weigeren.
-2. De betrokken partij
en de in het eerste lid bedoelde persoon worden onverwijld in
kennis gesteld van de weigering en de reden daarvoor.
-3. Het eerste lid is
niet van toepassing ten aanzien van advocaten.
Art. 8:26.
[Belanghebbenden als partij] (8.1.5.6) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA8680]
-1. De rechtbank
kan tot
de sluiting van het onderzoek ter zitting ambtshalve, op verzoek
van een partij of op hun eigen verzoek belanghebbenden in de
gelegenheid stellen als partij aan het geding deel te nemen.
-2. Indien de rechtbank
vermoedt dat er onbekende belanghebbenden zijn, kan zij in de
Staatscourant doen aankondigen dat een zaak bij haar aanhangig
is. Naast de aankondiging in de Staatscourant kan ook een ander
middel voor de aankondiging worden gebruikt.
Art. 8:27.
[Verschijningsplicht] (8.1.5.7) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Partijen die door de rechtbank
zijn opgeroepen om in persoon dan wel in persoon of bij
gemachtigde te verschijnen, al dan niet voor het geven van
inlichtingen, zijn verplicht te verschijnen en de verlangde
inlichtingen te geven. Partijen worden hierop gewezen, alsmede op
artikel 8:31.
-2. Indien het een
rechtspersoon betreft of een bestuursorgaan dat een college is,
kan de rechtbank één of meer bepaalde bestuurders onderscheidenlijk
één of meer bepaalde leden
oproepen.
Art. 8:28.
[Informatieplicht] (8.1.5.8) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
Partijen aan wie door de rechtbank is verzocht schriftelijk inlichtingen te geven, zijn
verplicht de verlangde inlichtingen te geven. Partijen worden
hierop gewezen, alsmede op artikel 8:31.
Art.
8:28a. [Zwijgrecht en cautie]
[Geschiedenis:
MvT; Stb. 2009, 264]
-1. Indien het beroep is ingesteld
tegen een bestuurlijke boete, is, in afwijking van de artikelen
8:27 en 8:28, de partij aan wie de
bestuurlijke boete is opgelegd niet verplicht omtrent de
overtreding verklaringen af te leggen.
-2. Vóór de rechtbank
deze partij verhoort, deelt zij haar mede dat zij niet verplicht
is tot antwoorden.
Art. 8:29.
[Geheimhouding] (8.1.5.9) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 53]
-1. Partijen die
verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te
leggen, kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het
geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken
weigeren of de rechtbank mededelen dat uitsluitend zij kennis zal
mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.
-2. Gewichtige redenen
zijn voor een bestuursorgaan in ieder geval niet aanwezig voor
zover ingevolge de Wet
openbaarheid van bestuur de verplichting
zou bestaan een verzoek om informatie, vervat in de over te leggen
stukken, in te willigen.
-3. De rechtbank beslist
of de in het eerste lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de
beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
-4. Indien de rechtbank
heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd is, vervalt de
verplichting.
-5. Indien de rechtbank
heeft beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd
is, kan zij slechts met toestemming van de andere partijen mede op
de grondslag van die inlichtingen onderscheidenlijk die stukken
uitspraak doen. Indien de toestemming wordt geweigerd, wordt de
zaak verwezen naar een andere kamer.
Art. 8:30.
[Medewerking
aan deskundigenonderzoek] (8.1.5.10) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
Partijen zijn verplicht
mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel
8:47,
eerste lid. Partijen worden hierop gewezen, alsmede op artikel
8:31.
Art. 8:31.
[Gevolgtrekkingen bij niet voldoen] (8.1.5.11) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA4021; AD3849; AF0896]
Indien een partij niet
voldoet aan de verplichting te verschijnen, inlichtingen te geven,
stukken over te leggen of mee te werken aan een onderzoek als
bedoeld in artikel 8:47, eerste lid, kan de rechtbank
daaruit de
gevolgtrekkingen maken die haar geraden voorkomen.
Art. 8:32.
[Kennisneming door gemachtigde] (8.1.5.12)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De rechtbank
kan,
indien de vrees bestaat dat kennisneming van stukken door een
partij haar lichamelijke of geestelijke gezondheid zou schaden,
bepalen dat deze kennisneming is voorbehouden aan een gemachtigde
die advocaat of arts is dan wel daarvoor van de rechtbank
bijzondere toestemming heeft gekregen.
-2. De rechtbank kan,
indien kennisneming van stukken door een partij de persoonlijke
levenssfeer van een ander onevenredig zou schaden, bepalen dat
deze kennisneming is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat
of arts is dan wel daarvoor van de rechtbank bijzondere
toestemming heeft gekregen.
AFDELING
8.1.6
Getuigen, deskundigen en
tolken
Art. 8:33.
[Verplichtingen getuige]
(8.1.6.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 581]
-1. Ieder die door de rechtbank
als getuige wordt opgeroepen, is verplicht aan de
oproeping gevolg te geven en getuigenis af te leggen.
-2. In de oproeping
worden vermeld de plaats en het tijdstip waarop de getuige zal
worden gehoord, de feiten waarop het horen betrekking zal hebben
en de gevolgen die zijn verbonden aan het niet verschijnen.
-3. De artikelen 165, tweede en
derde lid, 172, 173, eerste lid, eerste volzin, tweede en derde
lid, 174, eerste lid, 175, 176, eerste en derde lid, 177, eerste
lid, en 178 van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering zijn
van overeenkomstige toepassing.
-4. De rechtbank kan
bepalen dat getuigen niet zullen worden gehoord dan na het
afleggen van de eed of de belofte. Zij leggen in dat geval de eed
of de belofte af dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets
dan de waarheid.
Art. 8:34.
[Verplichtingen deskundige]
(8.1.6.2) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 581]
-1. De deskundige die
zijn benoeming heeft aanvaard, is verplicht zijn opdracht
onpartijdig en naar beste weten te vervullen.
-2. Artikel 165, tweede
lid, onderdeel b, en derde lid, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
Art. 8:35.
[Verplichtingen tolk]
(8.1.6.3) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 581]
-1. De tolk die zijn
benoeming heeft aanvaard en die door de rechtbank
wordt
opgeroepen, is verplicht aan de oproeping gevolg te geven en
zijn opdracht onpartijdig en naar beste weten te vervullen. De
artikelen 172 en 178 van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
-2. In de oproeping
worden vermeld de plaats en het tijdstip waarop de opdracht moet
worden vervuld en de gevolgen die zijn verbonden aan het niet
verschijnen.
Art. 8:36.
[Vergoeding] (8.1.6.4) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Aan de door de rechtbank
opgeroepen getuigen, deskundigen en tolken en de
deskundigen die een onderzoek als bedoeld in artikel
8:47, eerste
lid, hebben ingesteld, wordt ten laste van het Rijk een vergoeding
toegekend. Het bij en krachtens de Wet
tarieven in strafzaken bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
-2. De partij die een
getuige of deskundige heeft meegebracht of opgeroepen, dan wel
aan wie een verslag van een deskundige is uitgebracht, is aan deze
een vergoeding verschuldigd. Het bij en krachtens de Wet tarieven
in strafzaken bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
AFDELING
8.1.7
Verzending van stukken
Art. 8:37.
[Verzending]
(8.1.7.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998]
-1. Oproepingen, de
uitnodiging om op een zitting van de rechtbank
te verschijnen,
alsmede de verzending van een afschrift van de uitspraak en van
het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak geschieden door de
griffier bij aangetekende brief of bij brief met
ontvangstbevestiging, tenzij de rechtbank anders bepaalt.
-2. Voor het overige
geschiedt de verzending van stukken door de griffier bij gewone
brief, tenzij de rechtbank anders bepaalt.
-3. In een brief wordt de
datum van verzending vermeld.
Art. 8:38.
[Terugontvangst]
(8.1.7.2) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998]
-1. Indien de griffier
een bij aangetekende brief of bij brief met ontvangstbevestiging
verzonden stuk terugontvangt en hem blijkt dat de geadresseerde op
de dag van verzending of uiterlijk één week daarna in de
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens stond
ingeschreven op het op het stuk vermelde adres, dan verzendt hij
het stuk zo spoedig mogelijk bij gewone brief.
-2. In de overige
gevallen waarin de griffier een bij aangetekende brief of bij
brief met ontvangstbevestiging verzonden stuk terugontvangt,
verbetert hij, indien mogelijk, het op het stuk vermelde adres en
verzendt hij het stuk opnieuw bij aangetekende brief of bij brief
met ontvangstbevestiging.
Art. 8:39.
[Toezending
stukken] (8.1.7.3) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998]
-1. De griffier zendt de
op de zaak betrekking hebbende stukken zo spoedig mogelijk aan
partijen, voor zover de rechtbank niet op grond van de
artikelen
8:29 of 8:32 anders heeft beslist.
-2. De griffier kan de
toezending van zeer omvangrijke stukken of van stukken die
bezwaarlijk kunnen worden vermenigvuldigd, achterwege laten. Hij
stelt partijen daarvan in kennis en vermeldt daarbij dat deze
stukken gedurende een door hem te bepalen termijn van ten minste
één week ter griffie ter inzage worden gelegd.
-3. Partijen kunnen
afschriften van of uittreksels uit de in het tweede lid bedoelde
stukken verkrijgen. Met betrekking tot de kosten is het bij en
krachtens de Wet
tarieven in strafzaken bepaalde van
overeenkomstige toepassing.
Art. 8:40.
[Toezending
bij indiening door twee of meer personen] (8.1.7.4)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998]
Indien het beroepschrift
is ingediend door twee of meer personen, kan worden volstaan met
verzending van de oproeping, de uitnodiging om op een zitting van
de rechtbank te verschijnen, de op de zaak betrekking hebbende
stukken en een afschrift van de uitspraak of van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak aan de persoon die als
eerste in het beroepschrift is vermeld.
Art.
8:40a. [Elektronisch verkeer met
bestuursrechter] [Geschiedenis:
MvT; Stb.
2010, 173]
-1. Afdeling
2.3 is van overeenkomstige toepassing op het verkeer met de
bestuursrechter.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het
elektronisch verkeer met de bestuursrechter. [Bevb]
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de
toepassing van videoconferentie.
TITEL
8.2
Behandeling van het beroep
AFDELING 8.2.1
Griffierecht
Art. 8:41.
[Griffierecht]
(8.2.1.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; Stb.
1997, 112; Stb. 1997,
139; versie
1 januari 1998; Stb. 1998, 744;
Stb. 2001, 481; Stb.
2001, 538; Stb. 2001,
664; Stb. 2003, 20;
Stb. 2003, 500; Stb.
2004, 37; Stb. 2004, 325;
Stb. 2005, 16; Stb.
2005, 345; Stb. 2005,
26; Stb. 2006, 593;
Stb. 2007, 28; Stb.
2008, 20; Stb. 2008, 600;
Stb. 2009, 25; Stb.
2009, 264; Stb.
2010, 24; Stb. 2010,
768; Stb. 2011, 528]
•
[Jurisprudentie: LJN
AA3611; AA3687]
-1. Van de indiener van
het beroepschrift wordt door de griffier een griffierecht geheven.
Indien het een beroepschrift ter zake van twee of meer
samenhangende besluiten of van twee of meer indieners ter zake van
hetzelfde besluit betreft, is eenmaal griffierecht verschuldigd.
In die gevallen bedraagt het griffierecht het hoogste op grond van
het derde lid ter zake van één van de besluiten
onderscheidenlijk door één van de indieners verschuldigde bedrag.
-2. De griffier wijst de
indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het
griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen
vier weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te
zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank
dan wel ter
griffie dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze
termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het beroep
niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden
geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
-3. Het griffierecht
bedraagt:
a. €|42,00
indien door een
natuurlijk persoon beroep is ingesteld tegen:
1º. een
besluit, genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is
opgenomen in de onderdelen B en C, onder 1 tot en met 25, 29 en 33, dit laatste voor zover het
een besluit betreft dat is genomen op grond van artikel
30d van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,
van de bijlage die bij de Beroepswet behoort;
2º. een
besluit inzake een uitkering bij werkloosheid of ziekte, genomen
ten aanzien van een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet
als zodanig of een dienstplichtige als bedoeld in
hoofdstuk 2 van de Kaderwet
dienstplicht als zodanig, hun
nagelaten betrekkingen of hun rechtverkrijgenden;
3º. een
besluit inzake een uitkering op grond van blijvende arbeidsongeschiktheid op grond van een wettelijk voorschrift
waarbij de natuurlijke persoon ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid vanwege het Rijk invaliditeitspensioen is
verzekerd of een besluit, genomen op grond van artikel P 9 van de
Algemene burgerlijke pensioenwet; of
4º. een besluit genomen op grond van de Wet
op de huurtoeslag;
b. €|156,00
indien door
een natuurlijk persoon beroep is ingesteld tegen een ander
besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel a, tenzij bij wet
anders is bepaald; en
c. €|310,00
indien anders
dan door een natuurlijk persoon beroep is ingesteld.
-4. Indien het beroep
wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk
aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, wordt
het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door
het bestuursorgaan. In de overige gevallen kan het bestuursorgaan, indien het beroep wordt ingetrokken,
het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
-5. De in het derde lid
genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden
gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.
AFDELING
8.2.2
Vooronderzoek
Art. 8:42.
[Termijn indiening verweerschrift en
inzending ambtsberichten] (8.2.2.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA4021; AD3849; AF0896]
-1. Binnen vier weken na
de dag van verzending van het beroepschrift aan het bestuursorgaan
zendt dit de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank
en dient het een verweerschrift in.
-2. De rechtbank kan de
in het eerste lid bedoelde termijn verlengen.
Art. 8:43.
[Repliek en
dupliek] (8.2.2.2) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De rechtbank
kan de
indiener van het beroepschrift in de gelegenheid stellen
schriftelijk te repliceren. In dat geval wordt het
bestuursorgaan in de gelegenheid gesteld schriftelijk te dupliceren. De rechtbank stelt de termijnen voor repliek en
dupliek vast.
-2. De rechtbank stelt
andere partijen dan de in het eerste lid bedoelde in de
gelegenheid om ten minste eenmaal een schriftelijke uiteenzetting
over de zaak te geven. Zij stelt hiervoor een termijn vast.
Art. 8:44.
[Horen partijen] (8.2.2.3) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De rechtbank
kan
partijen oproepen om in persoon dan wel in persoon of bij
gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord, al dan niet voor
het geven van inlichtingen. Indien niet alle partijen worden
opgeroepen, worden de niet opgeroepen partijen in de gelegenheid
gesteld het horen bij te wonen en een uiteenzetting over de zaak
te geven.
-2. Van het geven van
inlichtingen wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.
-3. Het wordt door de
voorzitter van de meervoudige kamer en de griffier ondertekend.
Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het
proces-verbaal vermeld.
Art. 8:45.
[Schriftelijke inlichtingen] (8.2.2.4)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De rechtbank
kan
partijen en anderen verzoeken binnen een door haar te bepalen
termijn schriftelijk inlichtingen te geven en onder hen berustende
stukken in te zenden.
-2. Bestuursorganen zijn,
ook als zij geen partij zijn, verplicht aan het verzoek, bedoeld
in het eerste lid, te voldoen. Artikel 8:29 is van overeenkomstige
toepassing.
-3. Werkgevers van
partijen zijn, ook als zij geen partij zijn, verplicht aan het
verzoek, bedoeld in het eerste lid, te voldoen. Artikel 8:29 is
van overeenkomstige toepassing.
Art. 8:46.
[Oproeping getuigen]
(8.2.2.5) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 581]
-1. De rechtbank
kan
getuigen oproepen.
-2. De rechtbank deelt de
namen en woonplaatsen van de getuigen, de plaats en het tijdstip
waarop dezen zullen worden gehoord en de feiten waarop het horen
betrekking zal hebben, ten minste één week tevoren aan partijen
mee.
-3. De artikelen 179,
eerste, tweede en derde lid, eerste volzin, en 180, eerste tot en
met derde en vijfde lid, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
Art. 8:47.
[Benoeming deskundige] (8.2.2.6) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De rechtbank
kan een
deskundige benoemen voor het instellen van een onderzoek.
-2. Bij de benoeming
worden vermeld de opdracht die moet worden vervuld en de termijn,
bedoeld in het vierde lid.
-3. Van het voornemen tot
het benoemen van een deskundige als bedoeld in het eerste lid
wordt aan partijen mededeling gedaan. De rechtbank kan partijen in
de gelegenheid stellen om hun wensen omtrent het onderzoek binnen
een door haar te bepalen termijn schriftelijk aan haar kenbaar te
maken.
-4. De rechtbank stelt
een termijn binnen welke de deskundige aan haar een schriftelijk
verslag van het onderzoek uitbrengt.
-5. Partijen kunnen
binnen vier weken na de dag van verzending van het verslag aan hen
schriftelijk hun zienswijze met betrekking tot het verslag naar
voren brengen.
-6. De rechtbank kan de
in het vijfde lid bedoelde termijn verlengen.
Art. 8:48.
[Inwinning inlichtingen door arts] (8.2.2.7)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De arts die voor het
instellen van een onderzoek als bedoeld in artikel
8:47, eerste
lid, een persoon moet onderzoeken, kan de voor het onderzoek van
belang zijnde inlichtingen over deze persoon inwinnen bij de
behandelend arts of de behandelende artsen, de verzekeringsarts en
de adviserend arts van het bestuursorgaan.
-2. Zij verstrekken
de gevraagde inlichtingen voor zover daardoor de persoonlijke
levenssfeer van de betrokken persoon niet onevenredig wordt
geschaad.
Art. 8:49.
[Benoeming tolken]
(8.2.2.8) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998]
De rechtbank kan tolken
benoemen.
Art. 8:50.
[Onderzoek ter plaatse] (8.2.2.9)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De rechtbank
kan een
onderzoek ter plaatse instellen. Zij heeft daarbij toegang tot
elke plaats voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van
haar taak nodig is.
-2. Bestuursorganen
verlenen de medewerking die in het belang van het onderzoek is
vereist.
-3. Van plaats en
tijdstip van het onderzoek wordt aan partijen mededeling gedaan.
Zij kunnen bij het onderzoek aanwezig zijn.
-4. Van het onderzoek
wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.
-5. Het wordt door de
voorzitter van de meervoudige kamer en de griffier ondertekend.
Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het
proces-verbaal vermeld.
Art. 8:51.
[Opdracht tot onderzoek ter plaatse] (8.2.2.10)
[Geschiedenis:
versie
1 januari 1998]
-1. De rechtbank
kan aan
een door haar aangewezen gerechtsauditeur of aan de griffier
opdragen een onderzoek ter plaatse in te stellen. Deze heeft
daarbij toegang tot elke plaats voor zover dat redelijkerwijs voor
de vervulling van de hem opgedragen taak nodig is. De rechtbank is
bevoegd tot het geven van een machtiging tot binnentreden.
-2. Artikel 8:50, tweede
en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-3. Van het onderzoek
wordt door de gerechtsauditeur of de griffier een proces-verbaal
opgemaakt, dat door hem wordt ondertekend.
AFDELING
8.2.2A
Bestuurlijke
lus
Art.
8:51a. [Herstel gebrek bestreden
besluit] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 570]
-1. De rechtbank
kan het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het
bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. De vorige
volzin vindt geen toepassing indien belanghebbenden die niet als
partij aan het geding deelnemen daardoor onevenredig kunnen worden
benadeeld.
-2. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het bestuursorgaan
het gebrek kan herstellen. Zij kan deze termijn verlengen.
Art.
8:51b. [Reactie bestuursorgaan op
tussenuitspraak; indiening zienswijzen] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 570]
-1. Het
bestuursorgaan deelt de rechtbank zo
spoedig mogelijk mede of het gebruik maakt van de gelegenheid om
het gebrek te herstellen of te laten herstellen.
-2. Indien het bestuursorgaan
overgaat tot herstel van het gebrek, deelt het de rechtbank zo
spoedig mogelijk schriftelijk mede op welke wijze het gebrek is
hersteld.
-3. Partijen kunnen binnen vier weken
na verzending van de mededeling, bedoeld in het tweede lid,
schriftelijk hun zienswijze over de wijze waarop het gebrek is
hersteld naar voren brengen. De rechtbank kan deze termijn
verlengen.
Art.
8:51c. [Vervolgbehandeling]
[Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 570]
De rechtbank deelt partijen mede op welke
wijze het beroep verder wordt behandeld binnen vier weken na:
a.
ontvangst van de mededeling van het bestuursorgaan dat het geen
gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen of te
laten herstellen;
b.
het ongebruikt verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel
8:51a, tweede lid;
c.
ontvangst van de zienswijzen; of
d.
het ongebruikt verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel
8:51b, derde lid.
AFDELING
8.2.3
Versnelde behandeling
Art. 8:52.
[Versnelde
behandeling] (8.2.3.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3687; AA7188]
-1. De rechtbank
kan,
indien de zaak spoedeisend is, bepalen dat deze versneld wordt
behandeld.
-2. In dat geval kan de
rechtbank:
a. de in artikel
8:41,
tweede lid, bedoelde termijn verkorten;
b. de in artikel
8:42,
eerste lid, bedoelde termijn verkorten;
c. artikel
8:43, tweede
lid, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten;
d. artikel
8:47, derde
lid, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten; en
e. de in artikel
8:47,
vijfde lid, bedoelde termijn verkorten.
-3. Indien de rechtbank
bepaalt dat de zaak versneld wordt behandeld, bepaalt zij tevens
zo spoedig mogelijk het tijdstip waarop de zitting zal
plaatsvinden en doet zij daarvan onverwijld mededeling aan
partijen. Artikel 8:56 is niet van toepassing.
Art. 8:53.
[Beëindiging
versnelde behandeling] (8.2.3.2) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3687]
Blijkt aan de rechtbank bij de behandeling dat de zaak niet voldoende spoedeisend is om
een versnelde behandeling te rechtvaardigen of dat de zaak een
gewone behandeling vordert, dan bepaalt zij dat de zaak verder op
de gewone wijze wordt behandeld.
AFDELING
8.2.4
Vereenvoudigde behandeling
Art. 8:54.
[Vereenvoudigde behandeling] (8.2.4.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA8237; AB0236]
-1. Totdat partijen zijn
uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank
te verschijnen, kan
de rechtbank het onderzoek sluiten indien voortzetting van het
onderzoek niet nodig is, omdat:
a. zij kennelijk
onbevoegd is;
b. het beroep kennelijk
niet-ontvankelijk is;
c. het beroep kennelijk
ongegrond is; of
d. het beroep kennelijk
gegrond is.
-2. In de uitspraak na
toepassing van het eerste lid worden partijen gewezen op artikel
8:55, eerste lid.
Art.
8:54a. [Ten
onrechte rechtstreeks
beroep] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2004, 220]
-1. Totdat partijen zijn
uitgenodigd om op een zitting van de rechtbank te verschijnen, kan de
rechtbank het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig
is, omdat het bestuursorgaan kennelijk ten onrechte heeft ingestemd met
rechtstreeks beroep bij de rechtbank.
-2. In dat geval strekt de
uitspraak ertoe dat het bestuursorgaan het beroepschrift als
bezwaarschrift behandelt. Artikel 7:10 is van overeenkomstige
toepassing.
Art. 8:55.
[Verzet]
(8.2.4.2) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA8237]
-1. Tegen de uitspraak,
bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, kunnen een belanghebbende en
het bestuursorgaan verzet doen bij de rechtbank. De indiener van
het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden
gesteld over het verzet te worden gehoord. De artikelen
6:4, derde
lid, 6:5 tot en met 6:9, 6:11,
6:14, 6:15,
6:17 en 6:21 zijn van
overeenkomstige toepassing.
-2. Indien bij wet de
werking van een uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor
het instellen van hoger beroep is verstreken of, indien hoger
beroep is ingesteld, op het hoger beroep is beslist, wordt de
werking van de uitspraak, bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, op
overeenkomstige wijze opgeschort.
-3. Alvorens uitspraak te
doen op het verzet, stelt de rechtbank de indiener van het
verzetschrift die daarom heeft gevraagd, in de gelegenheid op een
zitting te worden gehoord, tenzij zij van oordeel is dat het
verzet gegrond is. Indien de indiener van het verzetschrift daarom
niet heeft gevraagd, kan de rechtbank hem in de gelegenheid
stellen op een zitting te worden gehoord.
-4. Indien de uitspraak
waartegen verzet is gedaan, is gedaan door een meervoudige
kamer, wordt uitspraak op het verzet gedaan door een meervoudige
kamer. Van de kamer die uitspraak doet op het verzet maakt geen
deel uit degene die zitting heeft gehad in de kamer die de
uitspraak heeft gedaan waartegen verzet is gedaan.
-5. De uitspraak strekt
tot:
a.
niet-ontvankelijkverklaring van het verzet;
b. ongegrondverklaring
van het verzet; of
c. gegrondverklaring van
het verzet.
-6. Indien de rechtbank
het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart, blijft de
uitspraak waartegen verzet was gedaan in stand.
-7. Indien de rechtbank
het verzet gegrond verklaart, vervalt de uitspraak waartegen
verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand
waarin het zich bevond.
AFDELING
8.2.4A
Beroep
bij niet tijdig handelen
Art.
8:55a. Vervallen. [Geschiedenis:
MvT2
+ bis; Stb. 2009, 383 + bis]
Art.
8:55b. [Afdoening buiten zitting]
[Geschiedenis:
MvT2;
Stb. 2009, 383]
-1. Indien het beroep is gericht
tegen het niet tijdig nemen van een besluit, doet de rechtbank
binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de
vereisten van artikel 6:5 is voldaan,
uitspraak met toepassing van artikel 8:54,
tenzij de rechtbank een onderzoek ter zitting nodig acht.
-2. Indien de rechtbank een onderzoek
ter zitting nodig acht, deelt zij dit zo spoedig mogelijk aan
partijen mede.
-3. Indien de rechtbank een onderzoek
ter zitting nodig acht, behandelt zij het beroep zo mogelijk met
toepassing van artikel 8:52. In dat geval doet
de rechtbank zo mogelijk binnen dertien weken uitspraak.
Art.
8:55c. [Vaststelling hoogte dwangsom] [Geschiedenis:
MvT2;
Stb. 2009, 383; Stb.
2009, 503]
Indien het beroep gegrond is, stelt de rechtbank
desgevraagd tevens de hoogte van de ingevolge afdeling
4.1.3 verbeurde dwangsom vast.
Art.
8:55d. [Inhoud uitspraak]
[Geschiedenis:
MvT2;
Stb. 2009, 383]
-1. Indien het beroep gegrond is en
nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de rechtbank
dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de
uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.
-2. De rechtbank verbindt aan haar
uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het
bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven.
-3. In bijzondere gevallen of indien
de naleving van andere wettelijke voorschriften daartoe noopt, kan
de rechtbank een andere termijn bepalen of een andere voorziening
treffen.
Art.
8:55e. [Verzet] [Geschiedenis:
MvT2;
Stb. 2009, 383]
-1. Indien tegen de met toepassing
van artikel 8:54 gedane uitspraak verzet wordt
gedaan, beslist de rechtbank daarover
binnen zes weken.
-2. Artikel 8:55,
tweede lid, is niet van toepassing.
-3. Indien het verzet gegrond is,
beslist de rechtbank zo spoedig mogelijk op het beroep.
Art.
8:55f. [Beroep bij niet tijdig
bekendmaken beschikking van rechtswege] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 503]
-1. Tegen het niet tijdig bekendmaken
van een beschikking van rechtswege kan de belanghebbende beroep
bij de rechtbank instellen.
-2. Deze afdeling is van
overeenkomstige toepassing.
AFDELING
8.2.5
Onderzoek ter zitting
Art. 8:56.
[Uitnodiging zitting] (8.2.5.1)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998]
Na afloop van het
vooronderzoek worden partijen ten minste drie weken tevoren
uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en
tijdstip op een zitting van de rechtbank te verschijnen.
Art. 8:57.
[Afdoening
zonder zitting] (8.2.5.2) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 570]
•
[Jurisprudentie: LJN
AB2256]
-1.
De rechtbank kan bepalen dat het onderzoek
ter zitting achterwege blijft indien partijen daarvoor toestemming
hebben verleend.
-2. Is het beroep reeds ter zitting
behandeld, dan kan de rechtbank na toepassing van artikel
8:51a bepalen dat een nader onderzoek ter zitting
achterwege blijft, indien:
a.
het bestuursorgaan heeft medegedeeld dat het geen gebruik maakt
van de gelegenheid om het gebrek te herstellen of te laten
herstellen;
b.
de termijn als bedoeld in artikel 8:51a,
tweede lid, ongebruikt is verstreken;
c.
partijen hun zienswijzen over de wijze waarop het gebrek is
hersteld naar voren hebben gebracht; of
d.
de termijn als bedoeld in artikel 8:51b,
derde lid, ongebruikt is verstreken, tenzij partijen daardoor
kunnen worden benadeeld.
-3. Als de rechtbank bepaalt dat het
onderzoek of het nadere onderzoek ter zitting achterwege blijft,
sluit zij het onderzoek.
Art. 8:58.
[Indienen
nadere stukken] (8.2.5.3) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998]
-1. Tot tien dagen vóór
de zitting kunnen partijen nadere stukken indienen.
-2. Op deze bevoegdheid
worden partijen in de uitnodiging, bedoeld in artikel
8:56,
gewezen.
Art. 8:59.
[Verschijning in persoon of bij gemachtigde] (8.2.5.4)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998]
De rechtbank kan een
partij oproepen om in persoon dan wel in persoon of bij
gemachtigde te verschijnen, al dan niet voor het geven van
inlichtingen.
Art. 8:60.
[Getuigen,
deskundigen en tolken] (8.2.5.5) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 581]
-1. De rechtbank
kan
getuigen oproepen en deskundigen en tolken benoemen.
-2. De opgeroepen getuige
en de deskundige of de tolk die zijn benoeming heeft aanvaard en
door de rechtbank wordt opgeroepen, zijn verplicht aan de
oproeping gevolg te geven. De artikelen 172 en 178 van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige
toepassing. In de oproeping van de deskundige worden vermeld de
opdracht die moet worden vervuld, de plaats en het tijdstip waarop
de opdracht moet worden vervuld en de gevolgen die zijn verbonden
aan het niet verschijnen.
-3. Namen en woonplaatsen
van de opgeroepen getuigen en deskundigen en de feiten waarop het
horen betrekking zal hebben onderscheidenlijk de opdracht die moet
worden vervuld, worden bij de uitnodiging, bedoeld in artikel
8:56, aan partijen zoveel mogelijk medegedeeld.
-4. Partijen kunnen
getuigen en deskundigen meebrengen of bij aangetekende brief of
deurwaardersexploit oproepen, mits daarvan uiterlijk één week vóór
de dag van de zitting aan de rechtbank en aan de andere partijen
mededeling is gedaan, met vermelding van namen en woonplaatsen. Op
deze bevoegdheid worden partijen in de uitnodiging, bedoeld in
artikel 8:56, gewezen.
Art. 8:61.
[Zitting en proces-verbaal] (8.2.5.6)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998]
-1. De voorzitter van de
meervoudige kamer heeft de leiding van de zitting.
-2. De griffier houdt
aantekening van het verhandelde ter zitting.
-3. De griffier maakt een
proces-verbaal op van de zitting indien de rechtbank
dit
ambtshalve of op verzoek van een partij die daarbij belang heeft,
bepaalt en indien hoger beroep wordt ingesteld.
-4. Het bevat de namen
van de rechter of de rechters die de zaak behandelt
onderscheidenlijk behandelen, die van partijen en van hun
vertegenwoordigers of gemachtigden die op de zitting zijn
verschenen en van degenen die hen hebben bijgestaan, en die van de
getuigen, deskundigen en tolken die op de zitting zijn verschenen.
-5. Het houdt een
vermelding in van hetgeen op de zitting met betrekking tot de zaak
is voorgevallen.
-6. Het wordt door de
voorzitter van de meervoudige kamer en de griffier ondertekend.
Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het
proces-verbaal vermeld.
-7. Aan het
proces-verbaal kunnen overgelegde pleitnotities worden gehecht.
-8. De rechtbank kan
bepalen dat de verklaring van een partij, getuige of deskundige
geheel in het proces-verbaal zal worden opgenomen. In dat geval
wordt de verklaring onverwijld op schrift gesteld en aan de
partij, getuige of deskundige voorgelezen. Deze mag daarin
wijzigingen aanbrengen, die op schrift worden gesteld en aan de
partij, getuige of deskundige worden voorgelezen. De verklaring
wordt door de partij, getuige of deskundige ondertekend. Heeft
ondertekening niet plaats, dan wordt de reden daarvan in het
proces-verbaal vermeld.
Art. 8:62.
[Openbaarheid zitting] (8.2.5.7)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998]
-1. De zitting is
openbaar.
-2. De rechtbank
kan
bepalen dat het onderzoek ter zitting geheel of gedeeltelijk zal
plaatshebben met gesloten deuren:
a. in het belang van de
openbare orde of de goede zeden;
b. in het belang van de
veiligheid van de Staat;
c. indien de belangen van
minderjarigen of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
van partijen dit eisen; of
d. indien openbaarheid
het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden.
Art. 8:63.
[Horen getuigen en deskundigen] (8.2.5.8)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 581]
-1. Op het horen van
getuigen en deskundigen is artikel 179, tweede en derde lid,
eerste volzin, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering van
overeenkomstige toepassing. Op het horen van getuigen is artikel
179, eerste lid, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
-2. De rechtbank
kan
afzien van het horen van door een partij meegebrachte of
opgeroepen getuigen en deskundigen indien zij van oordeel is dat
dit redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de
zaak.
-3. Indien een door een
partij opgeroepen getuige of deskundige niet is verschenen, kan de
rechtbank deze oproepen. In dat geval schorst de rechtbank het
onderzoek ter zitting.
Art. 8:64.
[Schorsing onderzoek ter zitting]
(8.2.5.9) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 570]
-1. De rechtbank
kan het
onderzoek ter zitting schorsen. Zij kan daarbij bepalen dat het
vooronderzoek wordt hervat.
-2. Indien bij de
schorsing geen tijdstip van de nadere zitting is bepaald, bepaalt
de rechtbank dit zo spoedig mogelijk. De griffier doet zo spoedig
mogelijk mededeling aan partijen van het tijdstip van de nadere
zitting.
-3. In de gevallen waarin
schorsing van het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden,
wordt de zaak op de nadere zitting hervat in de stand waarin zij
zich bevond.
-4. De rechtbank kan
bepalen dat het onderzoek ter zitting opnieuw wordt aangevangen.
-5. De rechtbank kan bepalen dat de
nadere zitting achterwege blijft indien partijen daarvoor
toestemming hebben gegeven. Artikel 8:57,
tweede en derde lid, is van toepassing.
Art. 8:65.
[Sluiting
onderzoek ter zitting] (8.2.5.10) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998]
-1. De rechtbank
sluit
het onderzoek ter zitting wanneer zij van oordeel is dat het is
voltooid.
-2. Voordat het onderzoek
ter zitting wordt gesloten, hebben partijen het recht voor het
laatst het woord te voeren.
-3. Zodra het onderzoek
ter zitting is gesloten, deelt de voorzitter mee wanneer uitspraak
zal worden gedaan.
AFDELING
8.2.6
Uitspraak
Art. 8:66.
[Termijn
uitspraak] (8.2.6.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Tenzij mondeling
uitspraak wordt gedaan, doet de rechtbank binnen zes weken na de
sluiting van het onderzoek schriftelijk uitspraak.
-2. In bijzondere
omstandigheden kan de rechtbank deze termijn met ten hoogste zes
weken verlengen.
-3. Van deze verlenging
wordt aan partijen mededeling gedaan.
Art. 8:67.
[Mondelinge
uitspraak] (8.2.6.2) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De rechtbank
kan na
de sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling
uitspraak doen. De uitspraak kan voor ten hoogste één week worden
verdaagd onder aanzegging aan partijen van het tijdstip van de
uitspraak.
-2. De mondelinge
uitspraak bestaat uit de beslissing en de gronden van de
beslissing.
-3. Van de mondelinge
uitspraak wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.
-4. Het wordt door de
voorzitter van de meervoudige kamer en de griffier ondertekend.
Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het
proces-verbaal vermeld.
-5. De rechtbank spreekt
de beslissing, bedoeld in het tweede lid, in het openbaar uit, in
tegenwoordigheid van de griffier. Daarbij wordt vermeld door wie,
binnen welke termijn en bij welke administratieve rechter welk
rechtsmiddel kan worden aangewend.
-6. De mededeling,
bedoeld in het vijfde lid, tweede volzin, wordt in het
proces-verbaal vermeld.
Art. 8:68.
[Heropening
onderzoek] (8.2.6.3) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN AE2487]
-1. Indien de rechtbank
van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij
het heropenen. De rechtbank bepaalt daarbij op welke wijze het
onderzoek wordt voortgezet.
-2. De griffier doet zo
spoedig mogelijk mededeling daarvan aan partijen.
Art. 8:69.
[Grondslag uitspraak; verbod van reformatio
in peius] (8.2.6.4) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AB0596; AE3721; AE7599]
-1. De rechtbank
doet
uitspraak op de grondslag van het beroepschrift, de overgelegde
stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het
onderzoek ter zitting.
-2. De rechtbank vult
ambtshalve de rechtsgronden aan.
-3. De rechtbank kan
ambtshalve de feiten aanvullen.
Art. 8:70.
[Strekking uitspraak] (8.2.6.5)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
De uitspraak strekt tot:
a. onbevoegdverklaring
van de rechtbank;
b.
niet-ontvankelijkverklaring van het beroep;
c. ongegrondverklaring
van het beroep; of
d. gegrondverklaring van
het beroep.
Art. 8:71.
[Binding burgerlijke rechter aan uitspraak]
(8.2.6.5a) [Geschiedenis:
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AB0950]
Voor zover uitsluitend
een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld,
wordt dit in de uitspraak vermeld. De burgerlijke rechter is aan
die beslissing gebonden.
Art. 8:72.
[Vernietiging bestreden besluit] (8.2.6.6)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 53;
Stb. 2009, 264; Stb.
2009, 570] • [Jurisprudentie:
LJN AA3763; AA3943;
AA3977; AA4021; AA5738;
AA5881; AA6362;
AA6935; AA6936;
AA8506; AA8508;
AA8511; AA8538;
AA8680; AA8683;
AA8926; AB0950;
AB1019; AB1806;
AB2276; AB2277;
AB2485; AB2488;
AB3076; AD3412;
AD5014; AD7123;
AD7718; AD9662;
AE1887;
AE3170; AE3713;
AE3721;
AE3731; AE3732;
AE3802;
AE3952; AE4538;
AE6141;
AE6365;
AE6820;
AE6822;
AE8636;
AF0905]
-1. Indien de rechtbank
het beroep gegrond verklaart, vernietigt zij het bestreden besluit
geheel of gedeeltelijk.
-2. Vernietiging van een
besluit of een gedeelte van een besluit brengt vernietiging van de
rechtsgevolgen van dat besluit of van het vernietigde gedeelte
daarvan mee.
-3. De rechtbank kan
bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit of het
vernietigde gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk in stand
blijven.
-4. Indien de rechtbank het beroep
gegrond verklaart, kan zij:
a.
het bestuursorgaan opdragen een nieuw besluit te nemen of een
andere handeling te verrichten met inachtneming van deze
uitspraak;
b.
bepalen dat de voorbereiding van het nieuwe besluit niet of niet
geheel overeenkomstig de eisen, bedoeld in afdeling
3.4, hoeft te geschieden;
c.
bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde
besluit of het vernietigde gedeelte daarvan.
-5. De rechtbank kan het
bestuursorgaan een termijn stellen voor het nemen van een nieuw
besluit of het verrichten van een andere handeling, alsmede zo
nodig een voorlopige voorziening treffen. In het laatste geval
bepaalt de rechtbank het tijdstip waarop de voorlopige voorziening
vervalt.
-6. De rechtbank kan
bepalen dat een voorlopige voorziening vervalt op een later
tijdstip dan het tijdstip waarop zij uitspraak heeft gedaan.
-7. De rechtbank kan
bepalen dat, indien of zolang het bestuursorgaan niet voldoet aan
een uitspraak, het bestuursorgaan aan een door
haar aangewezen partij een in de uitspraak vast te stellen
dwangsom verbeurt. De artikelen 611a tot en met 611i van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige
toepassing.
Art.
8:72a. [Vernietiging
boetebeschikking] [Geschiedenis:
MvT; Stb. 2009, 264]
Indien de rechtbank een beschikking tot
het opleggen van een bestuurlijke boete vernietigt, neemt zij een
beslissing omtrent het opleggen van de boete en bepaalt zij dat
haar uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde
beschikking.
Art. 8:73.
[Schadevergoeding] (8.2.6.7) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
•
[Jurisprudentie: LJN
AA3468; AA3543; AA6778;
AA6935; AB0578;
AB3333; AD5912;
AD7718;
AE0174; AE6057]
-1. Indien de rechtbank
het beroep gegrond verklaart, kan zij, indien daarvoor gronden
zijn, op verzoek van een partij het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de schade die die
partij lijdt.
-2. Indien de rechtbank
de omvang van de schadevergoeding bij haar uitspraak niet of
niet volledig kan vaststellen, bepaalt zij in haar uitspraak dat
ter voorbereiding van een nadere uitspraak daarover het
onderzoek wordt heropend. De rechtbank bepaalt daarbij op welke
wijze het onderzoek wordt voortgezet.
Art. 8:73a.
[Schadevergoeding bij intrekking beroep] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2002, 53; Stb.
2009, 264]
-1. In geval van intrekking van het
beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de
indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank,
op verzoek van de indiener, het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73
veroordelen tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het
beroep. Indien aan dit vereiste niet is voldaan, wordt het verzoek
niet-ontvankelijk verklaard.
-2. De rechtbank stelt de verzoeker
zo nodig in de gelegenheid het verzoek schriftelijk toe te lichten
en stelt het bestuursorgaan in de gelegenheid een verweerschrift
in te dienen. Zij stelt hiervoor termijnen vast. Indien het
verzoek mondeling wordt gedaan, kan de rechtbank bepalen dat het
toelichten van het verzoek en het voeren van verweer onmiddellijk
mondeling geschieden.
-3. Indien het toelichten van het
verzoek en het voeren van verweer mondeling zijn geschied, sluit
de rechtbank het onderzoek. In de overige gevallen zijn de
afdelingen 8.2.4 en 8.2.5 van overeenkomstige toepassing.
Art. 8:74.
[Vergoeding
griffierecht] (8.2.6.8) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264;
Stb. 2009, 265]
•
[Jurisprudentie: LJN
AA3611; AA3687; AD5103]
-1. Indien de rechtbank
het beroep gegrond verklaart, houdt de uitspraak tevens in dat aan
de indiener van het beroepschrift het door hem betaalde
griffierecht wordt vergoed door het bestuursorgaan.
-2. In de overige
gevallen kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht
door het bestuursorgaan geheel of
gedeeltelijk wordt vergoed.
Art. 8:75.
[Proceskostenveroordeling] (8.2.6.9) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 581;
Stb. 2002, 55 + bis;
Stb. 2009, 264] • [Jurisprudentie:
LJN AA3687; AB1315;
AB2488; AE3721]
-1. De rechtbank
is bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten
die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep
bij de rechtbank en van het bezwaar of van het administratief
beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De artikelen
7:15, tweede tot en met vierde lid, en 7:28,
tweede lid, eerste volzin, derde en vierde lid, zijn van
toepassing. Een natuurlijk
persoon kan slechts in de kosten worden veroordeeld in geval van
kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Bij algemene
maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de kosten
waarop een veroordeling als bedoeld in de eerste volzin
uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop bij de
uitspraak het bedrag van de kosten wordt vastgesteld. [Bpb]
-2. In geval van een
veroordeling in de kosten ten behoeve van een partij aan wie ter
zake van het beroep op de rechtbank, het bezwaar of het
administratief beroep een toevoeging is verleend krachtens de Wet
op de rechtsbijstand, wordt het bedrag van de kosten betaald aan de
griffier. Artikel 243 van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
Art. 8:75a.
[Proceskostenveroordeling bij intrekking beroep] [Geschiedenis:
Stb. 1995, 250; versie
1 januari 1998; Stb. 2002, 53]
-1. In geval van
intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of
gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet
gekomen, kan het bestuursorgaan op verzoek van de indiener
bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in de
kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met
de intrekking van het beroep. Indien aan dit vereiste niet is
voldaan, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
-2. Artikel 8:73a, tweede
en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. 8:76. [Executoriale
titel vergoeding schade, griffierecht of proceskosten] (8.2.6.10)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2009, 264]
Voor zover een uitspraak strekt tot vergoeding van schade,
griffierecht of proceskosten als bedoeld in de artikelen
8:73, 8:73a, 8:74,
8:75, 8:75a, 8:82,
vierde lid, of artikel 8:87, derde lid, levert
zij een executoriale titel op, die met toepassing van de
voorschriften van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden ten uitvoer gelegd.
Art. 8:77.
[Vereisten schriftelijke uitspraak] (8.2.6.12)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. De schriftelijke
uitspraak vermeldt:
a. de namen van partijen
en van hun vertegenwoordigers of gemachtigden;
b. de gronden van de
beslissing;
c. de beslissing;
d. de naam van de rechter
of de namen van de rechters die de zaak heeft onderscheidenlijk
hebben behandeld;
e. de dag waarop de
beslissing is uitgesproken; en
f. door wie, binnen welke
termijn en bij welke administratieve rechter welk rechtsmiddel
kan worden aangewend.
-2. Indien de uitspraak
strekt tot gegrondverklaring van het beroep, wordt in de uitspraak
vermeld welke geschreven of ongeschreven rechtsregel of welk
algemeen rechtsbeginsel geschonden wordt geoordeeld.
-3. De uitspraak wordt
ondertekend door de voorzitter van de meervoudige kamer en de
griffier. Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt
dit in de uitspraak vermeld.
Art. 8:78.
[Openbaarmaking beslissing] (8.2.6.13)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
De rechtbank spreekt de
beslissing, bedoeld in artikel 8:77, eerste lid, onderdeel c, in
het openbaar uit, in tegenwoordigheid van de griffier.
Art. 8:79.
[Toezending en verkrijging afschrift uitspraak] (8.2.6.14)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
-1. Binnen twee weken na
de dagtekening van de uitspraak zendt de griffier kosteloos een
afschrift van de uitspraak of van het proces-verbaal van de
mondelinge uitspraak aan partijen.
-2. Anderen dan partijen
kunnen afschriften of uittreksels van de uitspraak of van het
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak verkrijgen. Met
betrekking tot de kosten is het bij en krachtens de Wet
tarieven in strafzaken bepaalde van overeenkomstige toepassing.
Art. 8:80.
[Bekendmaking uitspraak] (8.2.6.15)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998]
Indien de rechtbank bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde
besluit, wordt de uitspraak bovendien overeenkomstig de voor dat
besluit voorgeschreven wijze bekendgemaakt door het bevoegde
bestuursorgaan.
AFDELING
8.2.7
Tussenuitspraak
Art.
8:80a. [Vereisten tussenuitspraak]
[Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 570]
-1. Als
de rechtbank artikel 8:51a
toepast, doet zij een tussenuitspraak.
-2. De tussenuitspraak vermeldt
zoveel mogelijk op welke wijze het gebrek kan worden hersteld.
-3. De artikelen 8:72,
vierde lid, onderdeel b, 8:77, 8:78,
8:79 en 8:88 zijn van
overeenkomstige toepassing.
Art.
8:80b. [Tijdstip tussenuitspraak |
Voorlopige voorziening] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2009, 570]
-1. De rechtbank
kan de tussenuitspraak ook doen voordat partijen zijn uitgenodigd
om op een zitting van de rechtbank te verschijnen.
-2. De rechtbank kan de
tussenuitspraak ook mondeling doen. Artikel 8:67,
tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-3. De rechtbank kan zo nodig een
voorlopige voorziening treffen. In dat geval bepaalt zij wanneer
de voorlopige voorziening vervalt.
-4. De voorlopige voorziening als
bedoeld in het derde lid vervalt in ieder geval zodra:
a. het beroep is ingetrokken;
of
b.
de rechtbank uitspraak als bedoeld in artikel 8:66,
eerste lid, heeft gedaan, tenzij bij die uitspraak een ander
tijdstip is bepaald.
TITEL
8.3
Voorlopige voorziening
en onmiddellijke uitspraak in
de hoofdzaak
Art. 8:81.
[Verzoek voorlopige
voorziening] (8.3.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 584;
Stb. 2002, 53] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3567: AA4136;
AD8380; AU0687]
-1. Indien tegen een
besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand
aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of
administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de
rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek
een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet
op de betrokken belangen, dat vereist.
-2. Indien bij de
rechtbank beroep is ingesteld, kan een verzoek om voorlopige
voorziening worden gedaan door een partij in de hoofdzaak.
-3. Indien voorafgaand
aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt of
administratief beroep is ingesteld, kan een verzoek om voorlopige
voorziening worden gedaan door de indiener van het bezwaarschrift,
onderscheidenlijk door de indiener van het beroepschrift of door
de belanghebbende die geen recht heeft tot het instellen van
administratief beroep.
-4. De artikelen
6:4,
derde lid, 6:5, 6:6,
6:14, 6:15,
6:17 en 6:21 zijn van
overeenkomstige toepassing. De indiener van het verzoekschrift die
bezwaar heeft gemaakt dan wel beroep heeft ingesteld, legt
daarbij een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift over.
-5. Indien een verzoek om voorlopige
voorziening is gedaan nadat bezwaar is gemaakt of administratief
beroep is ingesteld en op dit bezwaar of beroep wordt beslist
voordat de zitting heeft plaatsgevonden, wordt de verzoeker in de
gelegenheid gesteld beroep bij de rechtbank in te stellen. Het
verzoek om voorlopige voorziening wordt gelijkgesteld met een
verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
Art. 8:82. [Griffierecht]
(8.3.2) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 584;
Stb. 2009, 264]
-1. Van de verzoeker
wordt door de griffier een griffierecht geheven. Artikel
8:41,
eerste lid, tweede en derde volzin, derde en vijfde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
-2. Artikel 8:41, tweede
lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het
verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt.
De voorzieningenrechter kan een kortere termijn stellen.
-3. Indien het verzoek
wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de
belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de
voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het
bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de
hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige
maatregelen te zullen nemen, wordt het betaalde griffierecht door
de griffier terugbetaald. In de overige gevallen kan het
bestuursorgaan, indien het verzoek wordt ingetrokken,
het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
-4. De uitspraak kan
inhouden dat het betaalde griffierecht door het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk wordt
vergoed.
Art. 8:83.
[Procedure] (8.3.3) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 584]
-1. Partijen worden zo
spoedig mogelijk uitgenodigd om op een in de uitnodiging te
vermelden plaats en tijdstip op een zitting te verschijnen. Binnen
een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn zendt het bestuursorgaan
de op de zaak betrekking hebbende stukken aan hem. Artikel 8:58 is
van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat tot één
dag vóór de zitting nadere stukken kunnen worden ingediend. De
artikelen 8:59 tot en met 8:65 zijn van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat getuigen en deskundigen
kunnen worden meegebracht of opgeroepen zonder dat de in artikel
8:60, vierde lid, eerste volzin, bedoelde mededeling is gedaan.
-2. Indien administratief
beroep is ingesteld, wordt het beroepsorgaan eveneens uitgenodigd
om op de zitting te verschijnen. Het beroepsorgaan wordt in de
gelegenheid gesteld ter zitting een uiteenzetting over de zaak te
geven.
-3. Indien de voorzieningenrechter
kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk,
kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, kan de
voorzieningenrechter uitspraak doen zonder toepassing van het eerste lid.
-4. Indien onverwijlde
spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden
geschaad, kan de voorzieningenrechter ook in andere gevallen uitspraak doen
zonder toepassing van het eerste lid.
Art. 8:84.
[Strekking uitspraak]
(8.3.4) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
Stb. 1995, 250; versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 584]
•
[Jurisprudentie: LJN
AF1533; AF1552]
-1. De voorzieningenrechter doet zo
spoedig mogelijk schriftelijk of mondeling uitspraak.
-2. De uitspraak strekt
tot:
a. onbevoegdverklaring
van de voorzieningenrechter;
b.
niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek;
c. afwijzing van het
verzoek; of
d. gehele of
gedeeltelijke toewijzing van het verzoek.
-3. De griffier zendt
onverwijld een afschrift van de uitspraak of van het
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak kosteloos aan partijen.
-4. De artikelen
8:67,
tweede tot en met vijfde lid, 8:68, 8:69,
8:72, vijfde en zevende
lid, 8:75, 8:75a,
8:76, 8:77, eerste en derde lid,
8:78, 8:79,
tweede lid, en 8:80 zijn van overeenkomstige toepassing.
Art. 8:85.
[Verval voorlopige voorziening]
(8.3.7) [Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 584]
•
[Jurisprudentie: LJN
AB1608]
-1. De voorzieningenrechter kan in
zijn uitspraak bepalen wanneer de voorlopige voorziening vervalt.
-2. De voorlopige
voorziening vervalt in ieder geval zodra:
a. de termijn voor het
instellen van beroep bij de rechtbank tegen het besluit dat op
bezwaar of in administratief beroep is genomen, ongebruikt is
verstreken;
b. het bezwaar of het
beroep is ingetrokken; of
c. de rechtbank uitspraak
heeft gedaan, tenzij bij de uitspraak een later tijdstip is
bepaald.
Art. 8:86.
[Uitspraak in de hoofdzaak] (8.3.8)
[Geschiedenis:
VvW;
MvT
+ bis;
versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 584]
• [Jurisprudentie:
LJN AA3555; AA3717;
AA5019] •
[Jurisprudentie: LJN
AA6725; AB0226; AB1608;
AE1901; AU0687]
-1. Indien het verzoek
wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank
is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in
artikel 8:83, eerste lid, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan
bijdragen aan de beoordeling van de zaak, kan hij onmiddellijk
uitspraak doen in de hoofdzaak.
-2. Op deze bevoegdheid
van de voorzieningenrechter worden partijen in de uitnodiging, bedoeld in
artikel 8:83, eerste lid, gewezen.
Art. 8:87.
[Opheffing en wijziging voorlopige
voorziening] (8.3.8a) [Geschiedenis:
Stb. 1995, 250; versie
1 januari 1998; Stb. 2001, 584;
Stb. 2009, 264]
-1. De voorzieningenrechter kan, ook
ambtshalve, een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.
-2. De artikelen
8:81,
tweede, derde en vierde lid, en 8:82 tot en met 8:86 zijn van
overeenkomstige toepassing. Indien voorafgaand aan een mogelijk
beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt of administratief
beroep is ingesteld, kan een verzoek om opheffing of wijziging
eveneens worden gedaan door een belanghebbende die door de
voorlopige voorziening rechtstreeks in zijn belang wordt
getroffen, door het bestuursorgaan of door het beroepsorgaan.
-3. Indien een verzoek om
opheffing of wijziging is gedaan door het bestuursorgaan of het
beroepsorgaan en het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt
toegewezen, kan de uitspraak inhouden dat het betaalde
griffierecht door de griffier aan het bestuursorgaan wordt
terugbetaald.
TITEL
8.4
Herziening
Art. 8:88.
[Herziening uitspraak]
(8.4.1) [Geschiedenis:
VvW;
MvT;
versie
1 januari 1998] •
[Jurisprudentie: LJN
AA3555; AT0309]
-1. De rechtbank
kan op
verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak
herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden
vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van
het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en
redelijkerwijs niet bekend konden zijn; en
c. waren zij bij de
rechtbank eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden
hebben kunnen leiden.
-2. Hoofdstuk 6 en de
titels 8.2 en 8.3 zijn voor zover nodig van overeenkomstige
toepassing.
|
|