|
TITEL
9.1 Klachtbehandeling
door een bestuursorgaan
AFDELING
9.1.1
Algemene bepalingen
Art.
9:1.
[Kring gerechtigden |
Verantwoordelijkheid bestuursorgaan] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1996, 333; Stb.
1999, 214]
-1. Een ieder heeft het recht om over de wijze
waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft
gedragen, een klacht in te dienen bij
dat bestuursorgaan.
-2. Een gedraging van een persoon, werkzaam
onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt
aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan.
Art.
9:2.
[Behoorlijke klachtbehandeling]
[Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1996, 333; Stb.
1999, 214]
Het bestuursorgaan draagt zorg voor een
behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten
over zijn gedragingen en over gedragingen van bestuursorganen
die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn.
Art.
9:3.
[Uitsluiting beroepsrecht] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1996, 333; Stb.
1999, 214]
Tegen een besluit inzake de behandeling van een
klacht over een gedraging van een bestuursorgaan kan geen beroep
worden ingesteld.
AFDELING
9.1.2
De behandeling van klaagschriften
Art.
9:4.
[Procedure | Vereisten klaagschrift]
[Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1996, 333; Stb.
1999, 214]
-1. Indien een schriftelijke klacht betrekking
heeft op een gedraging jegens de klager en voldoet aan de
vereisten van het tweede lid, zijn de artikelen 9:5 tot en met
9:12 van toepassing.
-2. Het klaagschrift wordt ondertekend en bevat
ten minste:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de
gedraging waartegen de klacht is gericht.
-3. Artikel
6:5, derde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
Art.
9:5.
[Tegemoetkoming aan klacht] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214; Stb.
2011, 4]
Zodra het bestuursorgaan naar tevredenheid van
de klager aan diens klacht tegemoet is gekomen, vervalt de
verplichting tot het verder toepassen van deze titel.
Art.
9:6.
[Ontvangstbevestiging] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214]
Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van
het klaagschrift schriftelijk.
Art.
9:7.
[Klachtbehandeling door
niet-betrokken persoon] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214]
-1. De behandeling van de klacht geschiedt door
een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht betrekking
heeft, betrokken is geweest.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing
indien de klacht betrekking heeft op een gedraging van het
bestuursorgaan zelf dan wel de voorzitter of een lid ervan.
Art.
9:8.
[Ontvankelijkheid] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214; Stb.
2005, 71; Stb.
2012, 682]
-1. Het bestuursorgaan is niet verplicht de
klacht te behandelen indien zij betrekking heeft op een
gedraging:
a. waarover reeds eerder een klacht is
ingediend die met inachtneming van de artikelen 9:4 en volgende is
behandeld;
b. die langer dan één
jaar vóór indiening van de klacht heeft plaatsgevonden;
c. waartegen door de
klager bezwaar gemaakt had kunnen worden;
d. waartegen door de klager beroep kan worden ingesteld, tenzij
die gedraging bestaat uit het niet tijdig nemen van een besluit, of
beroep kon worden ingesteld;
e. die door het instellen
van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke
instantie dan een bestuursrechter onderworpen is, dan wel
onderworpen is geweest; of
f. zolang ter zake daarvan
een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of
een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel
uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en
ter zake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de
officier van justitie of een vervolging gaande is.
-2. Het bestuursorgaan is niet verplicht de
klacht te behandelen indien het belang van de klager dan wel het
gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is.
-3. Van het niet in behandeling nemen van de
klacht wordt de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen
vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk in
kennis gesteld. Artikel 9:12, tweede lid, is van overeenkomstige
toepassing.
Art.
9:9.
[Toezending stukken] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214]
Aan degene op wiens gedraging de klacht
betrekking heeft, wordt een afschrift van het klaagschrift alsmede
van de daarbij meegezonden stukken toegezonden.
Art.
9:10.
[Horen | Verslag] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214; Stb.
2012, 682]
-1. Het bestuursorgaan stelt de klager en
degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, in de
gelegenheid te worden gehoord.
-2. Van het horen van de klager kan worden
afgezien, indien:
a. de klacht kennelijk ongegrond is;
b. de klager heeft verklaard geen gebruik
te willen maken van het recht te worden gehoord; of
c. de klager niet binnen een door het
bestuursorgaan gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil
maken van het recht te worden gehoord.
-3. Van het horen wordt een verslag gemaakt.
Art.
9:11.
[Afhandelingstermijn] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214; Stb.
2005, 71; Stb. 2009, 542]
-1. Het bestuursorgaan handelt de klacht af
binnen zes weken of - indien
afdeling 9.1.3 van toepassing is -
binnen tien weken na ontvangst van het klaagschrift.
-2. Het bestuursorgaan kan de afhandeling voor
ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt
schriftelijk mededeling gedaan aan de klager en aan degene op
wiens gedraging de klacht betrekking heeft.
-3. Verder uitstel is mogelijk voor
zover de klager daarmee schriftelijk instemt.
Art.
9:12.
[Gemotiveerde kennisgeving] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214; Stb.
2005, 71]
-1.
Het bestuursorgaan stelt de klager schriftelijk en gemotiveerd in
kennis van de bevindingen van het onderzoek naar de klacht, zijn oordeel
daarover alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
-2. Bij de kennisgeving wordt vermeld bij welke ombudsman en binnen
welke termijn de klager vervolgens een verzoekschrift kan indienen.
Art.
9:12a. [Publicatie geregistreerde
klachten] [Geschiedenis:
Stb. 1999, 214]
Het bestuursorgaan draagt zorg voor registratie van de bij hem
ingediende schriftelijke klachten. De geregistreerde klachten
worden jaarlijks gepubliceerd.
AFDELING
9.1.3
Aanvullende bepalingen voor een
klachtadviesprocedure
Art.
9:13.
[Klachtadviesprocedure] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214; Stb.
2005, 71]
De in deze afdeling geregelde procedure voor de
behandeling van klachten wordt in aanvulling op afdeling 9.1.2 gevolgd indien dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van
het bestuursorgaan is bepaald.
Art.
9:14.
[Advies door persoon of commissie]
[Geschiedenis:
MvT
Stb. 1999, 214]
-1. Bij wettelijk voorschrift of bij besluit
van het bestuursorgaan wordt een persoon of commissie belast met
de behandeling van en de advisering over klachten.
-2. Het bestuursorgaan kan de persoon of
commissie slechts in het algemeen instructies geven.
Art.
9:15.
[Ontvangstbevestiging; horen; rapport]
[Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214]
-1. Bij het bericht van ontvangst, bedoeld in
artikel 9:6, wordt vermeld dat een persoon of commissie over de klacht zal
adviseren.
-2. Het horen geschiedt door de in
artikel 9:14
bedoelde persoon of commissie. Indien een commissie is ingesteld,
kan deze het horen opdragen aan de voorzitter of een lid van de
commissie.
-3. De persoon of commissie beslist over de
toepassing van artikel 9:10, tweede lid.
-4. De persoon of commissie zendt een rapport
van bevindingen, vergezeld van het advies en eventuele
aanbevelingen, aan het bestuursorgaan. Het rapport bevat het verslag van het
horen.
Art.
9:16.
[Motiveringsplicht bij afwijking van advies]
[Geschiedenis:
MvT;
Stb. 1999, 214]
Indien de conclusies van het bestuursorgaan
afwijken van het advies, wordt in de conclusies de reden voor die
afwijking vermeld en wordt het advies meegezonden met de
kennisgeving, bedoeld in artikel 9:12.
TITEL
9.2
Klachtbehandeling door een ombudsman
AFDELING
9.2.1
Algemene bepalingen
Art.
9:17.
[Begrip ombudsman] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
Onder ombudsman wordt verstaan:
a. de Nationale ombudsman;
of
b. een ombudsman of ombudscommissie
ingesteld krachtens de Gemeentewet, de
Provinciewet, de Waterschapswet
of de Wet
gemeenschappelijke regelingen.
Art.
9:18.
[Verzoek
om onderzoek | Doorzendverplichting] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. Een ieder heeft het recht de ombudsman schriftelijk te verzoeken een
onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een bestuursorgaan zich in
een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen.
-2. Indien het verzoekschrift bij een onbevoegde ombudsman wordt
ingediend, wordt het, nadat daarop de datum van ontvangst is
aangetekend, zo spoedig mogelijk doorgezonden aan de bevoegde ombudsman,
onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de verzoeker.
-3. De ombudsman is verplicht aan een verzoek als bedoeld in het eerste
lid gevolg te geven, tenzij artikel 9:22,
9:23 of 9:24 van toepassing
is.
Art.
9:19. [Doorverwijzing
naar bevoegde instantie] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. Indien naar het oordeel van de ombudsman ten aanzien van de in het
verzoekschrift bedoelde gedraging voor de verzoeker de mogelijkheid van
bezwaar, beroep of beklag openstaat, wijst hij de verzoeker zo spoedig
mogelijk op deze mogelijkheid en draagt hij het verzoekschrift, nadat
daarop de datum van ontvangst is aangetekend, aan de bevoegde instantie
over, tenzij de verzoeker kenbaar heeft gemaakt dat het verzoekschrift
aan hem moet worden teruggezonden.
-2. Artikel 6:15, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art.
9:20. [Klacht
in eerste aanleg] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. Alvorens het verzoek aan een ombudsman te doen, dient de verzoeker
over de gedraging een klacht in bij het betrokken bestuursorgaan, tenzij
dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd.
-2. Het eerste lid geldt niet indien het verzoek betrekking heeft op de
wijze van klachtbehandeling door het betrokken bestuursorgaan.
Art.
9:21. [Schakelbepaling] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
Op het verkeer met de ombudsman is hoofdstuk 2 van overeenkomstige
toepassing, met uitzondering van artikel 2:3, eerste lid.
AFDELING
9.2.2
Bevoegdheid
Art.
9:22. [Onbevoegde
ombudsman] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71; Stb.
2012, 682]
De ombudsman is niet bevoegd een onderzoek in te stellen of voort te
zetten indien het verzoek betrekking heeft op:
a. een aangelegenheid die
behoort tot het algemeen regeringsbeleid, daaronder begrepen het
algemeen beleid ter handhaving van de rechtsorde, of tot het algemeen
beleid van het betrokken bestuursorgaan;
b. een algemeen verbindend
voorschrift;
c. een gedraging waartegen
beklag kan worden gedaan of beroep kan worden ingesteld, tenzij die
gedraging bestaat uit het niet tijdig nemen van een besluit, of
waartegen een beklag- of beroepsprocedure aanhangig is;
d. een gedraging ten aanzien
waarvan door een bestuursrechter
uitspraak is gedaan;
e. een gedraging ten aanzien
waarvan een procedure bij een andere rechterlijke instantie dan een
bestuursrechter aanhangig is, dan wel beroep openstaat tegen een
uitspraak die in een zodanige procedure is gedaan;
f. een gedraging waarop de
rechterlijke macht toeziet.
Art.
9:23. [Geen onderzoeksverplichting] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71; Stb.
2012, 682]
De ombudsman is niet verplicht een onderzoek in te stellen of voort te
zetten, indien:
a. het verzoekschrift niet voldoet
aan de vereisten, bedoeld in
artikel 9:28, eerste en tweede lid;
b. het verzoek kennelijk ongegrond
is;
c. het belang van de verzoeker bij
een onderzoek door de ombudsman dan wel het gewicht van de gedraging
kennelijk onvoldoende is;
d. de verzoeker een ander is dan
degene jegens wie de gedraging heeft plaatsgevonden;
e. het verzoek betrekking
heeft op een gedraging waartegen bezwaar kan worden gemaakt, tenzij die
gedraging bestaat uit het niet tijdig nemen van een besluit, of
waartegen een bezwaarprocedure aanhangig is;
f. het verzoek betrekking heeft op
een gedraging waartegen door de verzoeker bezwaar had kunnen worden
gemaakt, beroep had kunnen worden ingesteld of beklag had kunnen worden
gedaan;
g. het verzoek betrekking
heeft op een gedraging ten aanzien waarvan door een andere rechterlijke
instantie dan een bestuursrechter
uitspraak is gedaan;
h. niet is voldaan aan het vereiste
van artikel
9:20, eerste lid;
i. een verzoek, dezelfde gedraging
betreffende, bij hem in behandeling is of - behoudens indien een nieuw
feit of een nieuwe omstandigheid bekend is geworden en zulks tot een
ander oordeel over de bedoelde gedraging zou hebben kunnen leiden - door
hem is afgedaan;
j. ten aanzien van een gedraging
van het bestuursorgaan die nauw samenhangt met het onderwerp van het
verzoekschrift een procedure aanhangig is bij een rechterlijke
instantie, dan wel ingevolge bezwaar, administratief beroep of beklag
bij een andere instantie;
k. het verzoek betrekking
heeft op een gedraging die nauw samenhangt met een onderwerp dat door
het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere
rechterlijke instantie dan een bestuursrechter onderworpen is;
l. na tussenkomst van de
ombudsman naar diens oordeel alsnog naar behoren aan de grieven van de
verzoeker tegemoet is gekomen;
m. het verzoek, dezelfde gedraging
betreffende, ingevolge een wettelijk geregelde klachtvoorziening bij een
onafhankelijke klachtinstantie niet zijnde een ombudsman in behandeling
is of daardoor is afgedaan.
Art.
9:24. [Indieningstermijn]
[Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71; Stb.
2011, 4; Stb.
2012, 682]
-1. Voorts is de ombudsman niet verplicht een onderzoek in te
stellen of voort te zetten indien het verzoek wordt ingediend
later dan één jaar:
a. na de kennisgeving door het
bestuursorgaan van de bevindingen van het onderzoek; of
b. nadat de klachtbehandeling door
het bestuursorgaan op andere wijze is geëindigd, dan wel
ingevolge wettelijk voorschrift beëindigd
had moeten zijn.
-2. In afwijking van het eerste lid eindigt de termijn één
jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden indien redelijkerwijs
niet van verzoeker kan worden gevergd dat hij eerst een klacht bij
het bestuursorgaan indient. Is de gedraging binnen één jaar
nadat zij plaatsvond aan het oordeel van een andere rechterlijke
instantie dan een bestuursrechter
onderworpen, of is
daartegen bezwaar gemaakt, administratief beroep ingesteld dan wel
beklag gedaan, dan eindigt de termijn één jaar na de datum
waarop:
a. in die procedure een uitspraak
is gedaan waartegen geen beroep meer openstaat; of
b. de procedure op een andere wijze
is geëindigd.
Art.
9:25. [Mededeling
niet instellen (verder) onderzoek] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. Indien de ombudsman op grond van artikel
9:22, 9:23 of 9:24 geen
onderzoek instelt of dit niet voortzet, deelt hij dit onder vermelding
van de redenen zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de verzoeker mede.
-2. In het geval dat hij een onderzoek niet voortzet, doet hij de in het
eerste lid bedoelde mededeling tevens aan het bestuursorgaan en, in
voorkomend geval, aan degene op wiens gedraging het onderzoek betrekking
heeft.
Art.
9:26. [Ambtshalve onderzoek] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
Tenzij artikel 9:22 van toepassing is, is de ombudsman bevoegd uit eigen
beweging een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een
bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid heeft gedragen.
Art.
9:27. [Beoordeling gedragingen
bestuursorgaan] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. De ombudsman beoordeelt of het bestuursorgaan zich in de door hem
onderzochte aangelegenheid al dan niet behoorlijk heeft gedragen.
-2. Indien ten aanzien van de gedraging waarop het onderzoek van de
ombudsman betrekking heeft door een rechterlijke instantie uitspraak is
gedaan, neemt de ombudsman de rechtsgronden in acht waarop die uitspraak
steunt of mede steunt.
-3. De ombudsman kan naar aanleiding van het door hem verrichte
onderzoek aan het bestuursorgaan aanbevelingen doen.
AFDELING
9.2.3
Procedure
Art.
9:28. [Vereisten verzoekschrift] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71 + bis]
-1. Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de
verzoeker;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de
gedraging waartegen het verzoek is gericht, een aanduiding van
degene die zich aldus heeft gedragen en een aanduiding van degene
jegens wie de gedraging heeft plaatsgevonden indien deze niet de
verzoeker is;
d. de gronden van het verzoek;
e. de wijze waarop een klacht bij
het bestuursorgaan is ingediend en zo mogelijk de bevindingen van
het onderzoek naar de klacht door het bestuursorgaan, zijn oordeel
daarover alsmede de eventuele conclusies die het bestuursorgaan
hieraan verbonden heeft.
-2. Indien het verzoekschrift in een vreemde taal is gesteld en
een vertaling voor een goede behandeling van het verzoek
noodzakelijk is, draagt de verzoeker zorg voor een vertaling.
-3. Indien niet is voldaan aan de in dit artikel gestelde
vereisten of indien het verzoekschrift geheel of gedeeltelijk is
geweigerd op grond van artikel 2:15,
stelt de ombudsman de verzoeker in de gelegenheid het verzuim
binnen een door hem daartoe gestelde termijn te herstellen.
Art.
9:29. [Verschoning] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
Aan de behandeling van het verzoek wordt niet meegewerkt door een
persoon die betrokken is geweest bij de gedraging waarop het verzoek
betrekking heeft.
Art.
9:30. [Horen] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. De ombudsman stelt het bestuursorgaan, degene op wiens
gedraging het verzoek betrekking heeft en de verzoeker in de
gelegenheid hun standpunt toe te lichten.
-2. De ombudsman beslist of de toelichting schriftelijk of
mondeling en al dan niet in elkaars tegenwoordigheid wordt
gegeven.
Art.
9:31. [Inlichtingenverplichting en
kennisneming stukken] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. Het bestuursorgaan, onder zijn verantwoordelijkheid werkzame
personen - ook na het beëindigen van de werkzaamheden - getuigen
alsmede de verzoeker verstrekken de ombudsman de benodigde inlichtingen
en verschijnen op een daartoe strekkende uitnodiging voor hem. Gelijke
verplichtingen rusten op ieder college, met dien verstande dat het
college bepaalt wie van zijn leden aan de verplichtingen zal voldoen,
tenzij de ombudsman één of meer bepaalde leden aanwijst. De ombudsman
kan betrokkenen die zijn opgeroepen, gelasten om in persoon te
verschijnen.
-2. Inlichtingen die betrekking hebben op het beleid gevoerd onder de
verantwoordelijkheid van een minister of een ander bestuursorgaan kan
de ombudsman bij de daarbij betrokken personen en colleges slechts
inwinnen door tussenkomst van de minister onderscheidenlijk dat
bestuursorgaan. Het orgaan door tussenkomst waarvan de inlichtingen
worden ingewonnen, kan zich bij het horen van de ambtenaren doen
vertegenwoordigen.
-3. Binnen een door de ombudsman te bepalen termijn worden ten behoeve
van een onderzoek de onder het bestuursorgaan, degene op wiens gedraging
het verzoek betrekking heeft en bij anderen berustende stukken aan hem
overgelegd nadat hij hierom schriftelijk heeft verzocht.
-4. De ingevolge het eerste lid opgeroepen personen onderscheidenlijk
degenen die ingevolge het derde lid verplicht zijn stukken over te
leggen, kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van
inlichtingen onderscheidenlijk het overleggen van stukken weigeren of de
ombudsman mededelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de
inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.
-5. De ombudsman beslist of de in het vierde lid bedoelde weigering
onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
-6. Indien de ombudsman heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd
is, vervalt de verplichting.
Art.
9:32. [Getuigen, deskundigen en
tolken] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. De ombudsman kan ten dienste van het onderzoek deskundigen
werkzaamheden opdragen. Hij kan voorts in het belang van het onderzoek
deskundigen en tolken oproepen.
-2. Door de ombudsman opgeroepen deskundigen of tolken verschijnen voor
hem en verlenen onpartijdig en naar beste weten hun diensten als
zodanig. Op deskundigen, tevens ambtenaren, is artikel
9:31, tweede tot
en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
-3. De ombudsman kan bepalen dat getuigen niet zullen worden gehoord en
tolken niet tot de uitoefening van hun taak zullen worden toegelaten dan
na het afleggen van de eed of de belofte. Getuigen leggen in dat geval
de eed of de belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de
waarheid zullen zeggen en tolken dat zij hun plichten als tolk met
nauwgezetheid zullen vervullen.
Art.
9:33. [Vergoeding verzoekers,
getuigen, deskundigen en tolken] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. Aan de door de ombudsman opgeroepen verzoekers, getuigen,
deskundigen en tolken wordt een vergoeding toegekend. Deze vergoeding
vindt plaats ten laste van de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan
behoort op wiens gedraging het verzoek betrekking heeft, indien het een gemeente,
provincie, waterschap of gemeenschappelijke regeling betreft.
In overige gevallen vindt de vergoeding plaats ten laste van het Rijk.
Het bij en krachtens de Wet
tarieven in strafzaken bepaalde is van
overeenkomstige toepassing.
-2. De in het eerste lid bedoelde personen die in openbare dienst zijn,
ontvangen geen vergoeding indien zij zijn opgeroepen in verband met hun
taak als zodanig.
Art.
9:34. [Plaatsopneming] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. De ombudsman kan een onderzoek ter plaatse instellen. Hij heeft
daarbij toegang tot elke plaats, met uitzondering van een woning zonder
toestemming van de bewoner, voor zover dat redelijkerwijs voor de
vervulling van zijn taak nodig is.
-2. Bestuursorganen verlenen de medewerking die in het belang van het
onderzoek, bedoeld in het eerste lid, is vereist.
-3. Van het onderzoek wordt een proces-verbaal gemaakt.
Art.
9:35. [Mededeling bevindingen] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71]
-1. De ombudsman deelt, alvorens het onderzoek te beëindigen,
zijn bevindingen schriftelijk mee aan:
a. het betrokken bestuursorgaan;
b. degene op wiens gedraging het
verzoek betrekking heeft;
c. de verzoeker.
-2. De ombudsman geeft hun de gelegenheid zich binnen een door
hem te stellen termijn omtrent de bevindingen te uiten.
Art.
9:36. [Rapport met bevindingen en
oordeel] [Geschiedenis:
MvT;
Stb. 2005, 71; Stb.
2010, 715]
-1. Wanneer een onderzoek is afgesloten, stelt de ombudsman een rapport
op, waarin hij zijn bevindingen en zijn oordeel weergeeft. Hij neemt
daarbij artikel 10 van de Wet
openbaarheid van bestuur in acht.
-2. Indien naar het oordeel van de ombudsman de gedraging niet
behoorlijk is, vermeldt hij in het rapport welk vereiste van
behoorlijkheid geschonden is.
-3. De ombudsman zendt zijn rapport aan het betrokken bestuursorgaan,
alsmede aan de verzoeker en aan degene op wiens gedraging het verzoek
betrekking heeft.
-4. Indien de ombudsman aan het bestuursorgaan een aanbeveling doet als
bedoeld in artikel 9:27, derde lid, deelt het bestuursorgaan binnen een
redelijke termijn aan de ombudsman mee op welke wijze aan de aanbeveling
gevolg zal worden gegeven. Indien het bestuursorgaan overweegt de
aanbeveling niet op te volgen, deelt het dat met redenen omkleed aan de
ombudsman mee.
-5. De ombudsman geeft aan een ieder die daarom verzoekt afschrift of
uittreksel van een rapport als bedoeld in het eerste lid. Met betrekking
tot de daarvoor in rekening te brengen vergoedingen en met betrekking
tot kosteloze verstrekking is het bepaalde bij en krachtens de Wet
griffierechten burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing. Tevens
legt hij een zodanig rapport ter inzage op een door hem aan te wijzen
plaats.
|