St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene wet bestuursrecht
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

HOOFDSTUK  10

Bepalingen over bestuursorganen

 

  
 

 

 
TITEL  10.1

Mandaat, delegatie en attributie
 
 
 

AFDELING  10.1.1

Mandaat

 

Art. 10:1. [Begrip mandaat] (1A.1.1.1)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Onder mandaat wordt verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.

 

Art. 10:2. [Toerekening] (1A.1.1.1a)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Een door de gemandateerde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid genomen besluit geldt als een besluit van de mandaatgever.

 

Art. 10:3. [Bevoegdheid tot mandaatverlening] (1A.1.1.2)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998Stb. 2004, 220Stb. 2009, 264]
-1. Een bestuursorgaan kan mandaat verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet.
-2. Mandaat wordt in ieder geval niet verleend indien het betreft een bevoegdheid:
a. tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, tenzij bij de verlening van die bevoegdheid in mandaatverlening is voorzien;
b. tot het nemen van een besluit ten aanzien waarvan is bepaald dat het met versterkte meerderheid moet worden genomen of waarvan de aard van de voorgeschreven besluitvormingsprocedure zich anderszins tegen de mandaatverlening verzet;
c. tot het beslissen op een beroepschrift;
d. tot het vernietigen van of tot het onthouden van goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan.
-3. Mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift of op een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, wordt niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen.
-4. Indien artikel 5:53 van toepassing is, wordt mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport of proces-verbaal heeft opgemaakt.

 

Art. 10:4. [Instemming niet-ondergeschikte gemandateerde] (1A.1.1.4)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Indien de gemandateerde niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever, behoeft de mandaatverlening de instemming van de gemandateerde en in het voorkomende geval van degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkt.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing indien bij wettelijk voorschrift in de bevoegdheid tot de mandaatverlening is voorzien.

 

Art. 10:5. [Algemeen of bijzonder mandaat] (1A.1.1.5)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Een bestuursorgaan kan hetzij een algemeen mandaat, hetzij een mandaat voor een bepaald geval verlenen.
-2. Een algemeen mandaat wordt schriftelijk verleend. Een mandaat voor een bepaald geval wordt in ieder geval schriftelijk verleend indien de gemandateerde niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever.

 

Art. 10:6. [Instructies | Inlichtingen] (1A.1.1.6)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. De mandaatgever kan de gemandateerde per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid.
-2. De gemandateerde verschaft de mandaatgever op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.

 

Art. 10:7. [Bevoegdheid mandaatgever] (1A.1.1.7)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
De mandaatgever blijft bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen.

 

Art. 10:8. [Intrekking mandaat] (1A.1.1.8)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. De mandaatgever kan het mandaat te allen tijde intrekken.
-2. Een algemeen mandaat wordt schriftelijk ingetrokken.

 

Art. 10:9. [Ondermandaat] (1A.1.1.9)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. De mandaatgever kan toestaan dat ondermandaat wordt verleend.
-2. Op ondermandaat zijn de overige artikelen van deze afdeling van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 10:10. [Vermelding mandaatgever] (1A.1.1.10)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen.

 

Art. 10:11. [Ondertekeningsmandaat] (1A.1.1.11)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Een bestuursorgaan kan bepalen dat door hem genomen besluiten namens hem kunnen worden ondertekend, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet.
-2. In dat geval moet uit het besluit blijken dat het door het bestuursorgaan zelf is genomen.

 

Art. 10:12. [Volmacht en machtiging bij andere handelingen] (1A.1.1.12)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien een bestuursorgaan aan een ander, werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid, volmacht verleent tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen of machtiging verleent tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

 

 

AFDELING  10.1.2

Delegatie

 

Art. 10:13. [Begrip delegatie] (1A.1.2.1)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]      [JurisprudentieLJN AA3763]
Onder delegatie wordt verstaan: het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent.

 

Art. 10:14. [Geen delegatie aan ondergeschikten] (1A.1.2.2)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Delegatie geschiedt niet aan ondergeschikten.

 

Art. 10:15. [Legaliteitsbeginsel delegatie] (1A.1.2.3)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Delegatie geschiedt slechts indien in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien.

 

Art. 10:16. [Beleidsregels | Inlichtingen] (1A.1.2.4)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Het bestuursorgaan kan ter zake van de uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheid uitsluitend beleidsregels geven.
-2. Degene aan wie de bevoegdheid is gedelegeerd, verschaft het bestuursorgaan op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.

 

Art. 10:17. [Verlies bevoegdheid] (1A.1.2.5)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Het bestuursorgaan kan de gedelegeerde bevoegdheid niet meer zelf uitoefenen.

 

Art. 10:18. [Intrekking delegatiebesluit] (1A.1.2.6)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Het bestuursorgaan kan het delegatiebesluit te allen tijde intrekken.

 

Art. 10:19. [Vermelding delegatiebesluit en vindplaats] (1A.1.2.7)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Een besluit dat op grond van een gedelegeerde bevoegdheid wordt genomen, vermeldt het delegatiebesluit en de vindplaats daarvan.

 

Art. 10:20. [Overdracht beslissingsbevoegdheid aan derde] (1A.1.2.8)  [GeschiedenisMvT + bisStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Op de overdracht door een bestuursorgaan van een bevoegdheid van een ander bestuursorgaan tot het nemen van besluiten aan een derde is deze afdeling, met uitzondering van artikel 10:16, van overeenkomstige toepassing.
-2. Bij wettelijk voorschrift of bij het besluit tot overdracht kan worden bepaald dat het bestuursorgaan wiens bevoegdheid is overgedragen beleidsregels over de uitoefening van die bevoegdheid kan geven.
-3. Degene aan wie de bevoegdheid is overgedragen, verschaft het overdragende en het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan op hun verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.

 

Art. 10.21. [Overdracht bevoegdheid bij andere handelingen]  [GeschiedenisMvTStb. 2009, 264]
Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien een bestuursorgaan zijn bevoegdheid tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten overdraagt aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent, met dien verstande dat artikel 10:19 van overeenkomstige toepassing is voor zover de aard van de handeling zich daartegen niet verzet.

 

 

AFDELING  10.1.3

Attributie

 

Art. 10:22. [Wettelijk toegedeelde beslissingsbevoegdheid] (10.1.3.1)  [GeschiedenisMvTStb. 2009, 264]
-1. Indien een bevoegdheid tot het nemen van besluiten bij wettelijk voorschrift is toegedeeld aan een persoon of college werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, kan dit bestuursorgaan per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de toegedeelde bevoegdheid.
-2. Degene aan wie de bevoegdheid is toegedeeld, verschaft het bestuursorgaan op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.

 

Art. 10:23. [Wettelijk toegedeelde bevoegdheid bij andere handelingen] (10.1.3.3)  [GeschiedenisMvTStb. 2009, 264]
Artikel 10:22 is van overeenkomstige toepassing indien bij wettelijk voorschrift een bevoegdheid tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten is toegedeeld aan een persoon of college, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan.

 

Art. 10:24. Vervallen vóór de parlementaire behandeling van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht. (10.1.3.2)  [GeschiedenisStb. 2009, 264]

 

 

TITEL  10.2

Toezicht op bestuursorganen

 

AFDELING  10.2.1

Goedkeuring

 

Art. 10:25. [Begrip goedkeuring] (1A.2.1.1)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
In deze wet wordt verstaan onder goedkeuring: de vóór de inwerkingtreding van een besluit van een bestuursorgaan vereiste toestemming van een ander bestuursorgaan.

 

Art. 10:26. [Legaliteitsbeginsel goedkeuring] (1A.2.1.2)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Besluiten kunnen slechts aan goedkeuring worden onderworpen in bij of krachtens de wet bepaalde gevallen.

 

Art. 10:27. [Onthouding goedkeuring] (1A.2.1.3)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of op een grond, neergelegd in de wet waarin of krachtens welke de goedkeuring is voorgeschreven.

 

Art. 10:28. [Rechterlijke uitspraak] (1A.2.1.3a)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Aan een besluit waarover een rechter uitspraak heeft gedaan of waarbij een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd, kan geen goedkeuring worden onthouden op rechtsgronden welke in strijd zijn met die waarop de uitspraak steunt of mede steunt.

 

Art. 10:29. [Gedeeltelijke goedkeuring] (1A.2.1.4)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Een besluit kan alleen dan gedeeltelijk worden goedgekeurd indien gedeeltelijke inwerkingtreding strookt met aard en inhoud van het besluit.
-2. De goedkeuring kan noch voor bepaalde tijd of onder voorwaarden worden verleend, noch worden ingetrokken.

 

Art. 10:30. [Overleg over gedeeltelijke goedkeuring] (1A.2.1.6)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Gedeeltelijke goedkeuring of onthouding van goedkeuring vindt niet plaats dan nadat aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen gelegenheid tot overleg is geboden.
-2. De motivering van het goedkeuringsbesluit verwijst naar hetgeen in het overleg aan de orde is gekomen.

 

Art. 10:31. [Beslistermijn goedkeuringsbesluit] (1A.2.1.7)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998Stb. 2009, 503]
-1. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt het besluit omtrent goedkeuring binnen dertien weken na de verzending ter goedkeuring bekendgemaakt aan het bestuursorgaan dat het aan goedkeuring onderworpen besluit heeft genomen.
-2. Het nemen van het besluit omtrent goedkeuring kan eenmaal voor ten hoogste dertien weken worden verdaagd.
-3. In afwijking van het tweede lid kan het nemen van het besluit omtrent goedkeuring eenmaal voor ten hoogste zes maanden worden verdaagd indien inzake dat besluit advies van een adviseur als bedoeld in artikel 3:5 is vereist.
-4. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, is paragraaf 4.1.3.3 van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 10:32. [Toestemming ander bestuursorgaan] (1A.2.1.8)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien voor het nemen van een besluit door een bestuursorgaan de toestemming van een ander bestuursorgaan is vereist.
-2. Bij de toestemming kan een termijn worden gesteld waarbinnen het besluit dient te worden genomen.

 

 

AFDELING  10.2.2

Vernietiging

 

Art. 10:33. [Reikwijdte] (1A.2.2.1)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Deze afdeling is van toepassing indien een bestuursorgaan bevoegd is buiten administratief beroep een besluit van een ander bestuursorgaan te vernietigen.

 

Art. 10:34. [Legaliteitsbeginsel vernietiging] (1A.2.2.2)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
De vernietigingsbevoegdheid kan slechts worden verleend bij de wet.

 

Art. 10:35. [Vernietigingsgronden] (1A.2.2.3)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Vernietiging kan alleen geschieden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

 

Art. 10:36. [Gedeeltelijke vernietiging] (1A.2.2.4)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Een besluit kan alleen dan gedeeltelijk worden vernietigd indien gedeeltelijke instandhouding strookt met aard en inhoud van het besluit.

 

Art. 10:37. [Rechterlijke uitspraak] (1A.2.2.5)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Een besluit waarover de rechter uitspraak heeft gedaan of waarbij een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd, kan niet worden vernietigd op rechtsgronden welke in strijd zijn met die waarop de uitspraak steunt of mede steunt.

 

Art. 10:38. [Goedkeuring, bezwaar of beroep] (1A.2.2.6)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Een besluit dat nog goedkeuring behoeft, kan niet worden vernietigd.
-2. Een besluit waartegen bezwaar of beroep openstaat of aanhangig is, kan niet worden vernietigd.

 

Art. 10:39. [Privaatrechtelijke rechtshandeling] (1A.2.2.7)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333Stb. 1997, 510versie 1 januari 1998]
-1. Een besluit tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling kan niet worden vernietigd indien dertien weken zijn verstreken nadat het is bekendgemaakt.
-2. Indien binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, overeenkomstig artikel 10:43 schorsing heeft plaatsgevonden, blijft vernietiging binnen de duur van de schorsing mogelijk.
-3. Indien een besluit als bedoeld in het eerste lid aan goedkeuring is onderworpen, vangt de in het eerste lid genoemde termijn aan nadat het goedkeuringsbesluit is bekendgemaakt. Op het goedkeuringsbesluit zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 10:40. [Geen vernietiging na schorsing besluit] (1A.2.2.8)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Een besluit dat overeenkomstig artikel 10:43 is geschorst, kan, nadat de schorsing is geëindigd, niet meer worden vernietigd.

 

Art. 10:41. [Overleg] (1A.2.2.9)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Vernietiging vindt niet plaats dan nadat aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen gelegenheid tot overleg is geboden.
-2. De motivering van het vernietigingsbesluit verwijst naar hetgeen in het overleg aan de orde is gekomen.

 

Art. 10:42. [Rechtsgevolgen vernietiging] (1A.2.2.10)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
-1. Vernietiging van een besluit strekt zich uit tot alle rechtsgevolgen waarop het was gericht.
-2. In het vernietigingsbesluit kan worden bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel of ten dele in stand blijven.
-3. Indien een besluit tot het aangaan van een overeenkomst wordt vernietigd, wordt de overeenkomst, zo zij reeds is aangegaan en voor zover bij het vernietigingsbesluit niet anders is bepaald, niet of niet verder uitgevoerd, onverminderd het recht van de wederpartij op schadevergoeding.

 

 

AFDELING  10.2.3

Schorsing

 

Art. 10:43. [Schorsing besluit] (1A.2.3.1)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Hangende het onderzoek of er reden is tot vernietiging over te gaan, kan een besluit door het tot vernietiging bevoegde bestuursorgaan worden geschorst.

 

Art. 10:44. [Duur en verlenging schorsing] (1A.2.3.2)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333Stb. 1997, 510versie 1 januari 1998]
-1. Het besluit tot schorsing bepaalt de duur hiervan.
-2. De schorsing van een besluit kan eenmaal worden verlengd.
-3. De schorsing kan ook na verlenging niet langer duren dan één jaar.
-4. Indien bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld tegen het geschorste besluit, duurt de schorsing evenwel voort tot dertien weken nadat op het bezwaar of beroep onherroepelijk is beslist.
-5. De schorsing kan worden opgeheven.

 

Art. 10:45. [Schakelbepaling vernietigingsbepalingen] (1A.2.3.3)  [GeschiedenisMvTStb. 1996, 333versie 1 januari 1998]
Op het besluit inzake schorsing zijn de artikelen 10:36, 10:37, 10:38, eerste lid, 10:39, eerste en derde lid, en 10:42, derde lid, van overeenkomstige toepassing.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Awb | geschiedenis | jurisprudentie | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x