|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005,
2005-2006, 2006-2007, 29 702.
Handelingen II 2006-2007, blz. 4056-4074, 4085-4091, 4711-4717,
4909-4909.
Kamerstukken I 2006-2007, 2007-2008, 2008-2009, 29 702 (A, B, C, D, E,
F).
Handelingen I 2008-2009, blz. 1597-1619, 1619-1647.
Geschiedenis:
Staatsblad 2009, 264; Staatsblad
2009, 265.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 25 juni 2009, Stb.
2009, 264, tot aanvulling van de Algemene wet
bestuursrecht (Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht).
Inwerkingtreding: 1 juli 2009 (Stb. 2009, 266).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het,
gelet op artikel 107, tweede lid, van de
Grondwet, wenselijk is de Algemene
wet bestuursrecht aan te vullen met bepalingen inzake
bestuursrechtelijke geldschulden, inzake bestuurlijke handhaving, in het
bijzonder de bestuurlijke boete, en inzake attributie;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[Wijziging Awb] [MvT]
De Algemene wet
bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 1:1 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-4. De vermogensrechtelijke
gevolgen van een handeling van een bestuursorgaan treffen de
rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort.
B. [MvT]
Artikel 4:52 komt te luiden:
Art. 4:52.
-1. Het subsidiebedrag wordt
overeenkomstig de subsidievaststelling betaald.
-2. Indien de subsidie niet
op een wettelijk voorschrift berust, kan bij de subsidieverlening, of,
indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bij de
subsidievaststelling, een van artikel 4:87, eerste lid, afwijkende termijn voor de
betaling van het subsidiebedrag worden vastgesteld.
C. [MvT]
De artikelen 4:54 en 4:55
vervallen.
D. [MvT]
Artikel 4:57 komt te luiden:
Art. 4:57.
-1. Het bestuursorgaan kan
onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen. [MvT]
-2. Het bestuursorgaan kan
het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen. [MvT]
-3. Het bestuursorgaan kan
het terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan dezelfde
subsidieontvanger voor dezelfde activiteiten verstrekte subsidie voor een ander
tijdvak. [MvT]
-4. Terugvordering van een
subsidiebedrag of een voorschot vindt niet plaats voor zover na de dag
waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handeling, bedoeld in
artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, heeft plaatsgevonden, vijf jaren zijn verstreken.
[MvT]
E. [MvT]
Na titel 4.3 wordt een titel
ingevoegd, luidende:
TITEL 4.4. Bestuursrechtelijke geldschulden
AFDELING 4.4.1. Vaststelling en inhoud van de verplichting tot
betaling
Art.
4:85. [MvT]
-1. Deze titel is van toepassing op
geldschulden die voortvloeien uit:
a. een wettelijk voorschrift dat een verplichting tot betaling
uitsluitend aan of door een bestuursorgaan regelt; of
b. een besluit dat vatbaar is voor bezwaar of beroep. [MvT]
-2. Deze titel is niet van toepassing op
verplichtingen tot betaling van een geldsom voor het in behandeling
nemen van een aanvraag. [MvT]
-3. Deze titel is niet van toepassing op
verplichtingen tot betaling die bij uitspraak van de administratieve
rechter zijn opgelegd. [MvT]
Art.
4:86. [MvT]
-1. De verplichting tot betaling van een
geldsom wordt bij beschikking vastgesteld. [MvT]
-2. De beschikking vermeldt in ieder geval:
a. de te betalen geldsom;
b. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden. [MvT]
Art.
4:87. [MvT]
-1. De betaling geschiedt binnen zes weken
nadat de beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, tenzij
de beschikking een later tijdstip vermeldt. [MvT]
-2. Bij of krachtens wettelijk voorschrift kan
een andere termijn voor de betaling worden vastgesteld. [MvT]
Art.
4:88. [MvT]
-1. Bij wettelijk voorschrift kan worden bepaald dat een geldsom moet
worden betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. [MvT]
-2. In dat geval wordt tevens bepaald binnen welke termijn de betaling
moet plaatsvinden. [MvT]
-3. Indien de belanghebbende binnen redelijke termijn daarom verzoekt,
wordt de op het bestuursorgaan rustende verplichting tot betaling zo
spoedig mogelijk alsnog bij beschikking vastgesteld. [MvT]
Art. 4:89.
[MvT]
-1. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, geschiedt
betaling door bijschrijving op een daartoe door de schuldeiser bestemde
bankrekening. [MvT]
-2. Betaling geschiedt in euro, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij
besluit van het bestuursorgaan anders is bepaald. [MvT]
-3. Betaling door bijschrijving op een bankrekening geschiedt op het
tijdstip waarop de rekening van de schuldeiser wordt gecrediteerd. [MvT]
-4. Bij wettelijk voorschrift kan worden bepaald dat betaling aan een
ander dan de schuldeiser geschiedt. [MvT]
Art. 4:90.
[MvT]
-1. Indien girale betaling naar het oordeel van het bestuursorgaan
bezwaarlijk is, kan het betaling in andere vorm ontvangen of verrichten.
[MvT]
-2. De schuldeiser is verplicht voor iedere contante betaling een
kwitantie af te geven, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
bepaald. [MvT]
Art. 4:91.
[MvT]
-1. De kosten van betaling komen ten laste van de schuldenaar. [MvT]
-2. Indien een bestuursorgaan betaalt aan een schuldeiser buiten de
Europese Unie, kunnen de daaraan verbonden kosten op het te betalen
bedrag in mindering worden gebracht, tenzij bij wettelijk voorschrift
anders is bepaald. [MvT]
Art. 4:92.
[MvT]
-1. Betaling ter voldoening van een bepaalde geldschuld strekt in de
eerste plaats tot mindering van de kosten, vervolgens tot mindering van
de verschenen rente en ten slotte tot mindering van de hoofdsom en de
lopende rente. [MvT]
-2. Indien een schuldenaar verschillende geldschulden heeft bij dezelfde
schuldeiser, kan de schuldenaar bij de betaling de geldschuld aanwijzen
waaraan de betaling moet worden toegerekend. [MvT]
Art. 4:93.
[MvT]
-1. Verrekening van een geldschuld met een bestaande vordering geschiedt
slechts voor zover in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift
is voorzien. [MvT]
-2. Verrekening geschiedt onder vermelding van de vordering waarmee de
geldschuld is verrekend alsmede de hoogte van het bedrag van de
verrekening.
-3. De verrekening werkt terug overeenkomstig artikel 129, eerste en
tweede lid, van Boek
6 van het Burgerlijk Wetboek. [MvT]
-4. De schuldenaar is niet bevoegd tot verrekening voor zover beslag op
de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn. [MvT]
-5. Uitstel van betaling staat aan verrekening niet in de weg.
Art. 4:94.
[MvT]
-1. Het bestuursorgaan kan de wederpartij uitstel van betaling verlenen.
[MvT]
-2. Gedurende het uitstel kan het bestuursorgaan niet aanmanen of
invorderen. [MvT]
-3. De beschikking tot uitstel van betaling vermeldt de termijn waarvoor
het uitstel geldt. [MvT]
-4. Het bestuursorgaan kan aan de beschikking tot uitstel van betaling
voorschriften verbinden. [MvT]
Art. 4:95.
[MvT]
-1. Het bestuursorgaan kan vooruitlopend op de vaststelling van een
verplichting tot betaling van een geldsom een voorschot verlenen indien
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling
zal worden vastgesteld, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
bepaald. [MvT]
-2. In de beschikking tot verlening van een voorschot kan, in afwijking
van artikel 4:86, tweede lid, onderdeel a,
worden volstaan met de vermelding van de wijze waarop het bedrag van het
voorschot wordt bepaald. [MvT]
-3. Bij de beschikking tot verlening van een voorschot kan een van artikel
4:87, eerste lid, afwijkende termijn voor de betaling van het
voorschot worden vastgesteld. [MvT]
-4. Betaalde voorschotten worden verrekend met de te betalen geldsom.
Onverschuldigd betaalde voorschotten kunnen worden teruggevorderd. [MvT]
-5. Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen voorschot bij
dwangbevel invorderen voor zover deze bevoegdheid ook ten aanzien van de
terugvordering van de hoofdsom is toegekend. [MvT]
-6. Het bestuursorgaan kan aan de beschikking tot verlening van een
voorschot voorschriften verbinden. [MvT]
Art. 4:96.
[MvT]
Het bestuursorgaan kan de beschikking tot uitstel van betaling
onderscheidenlijk tot verlening van een voorschot intrekken of wijzigen:
a. indien de voorschriften niet worden nageleefd;
b. indien de wederpartij onjuiste of onvolledige gegevens heeft
verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een
andere beschikking zou hebben geleid; of
c. voor zover veranderde omstandigheden zich verzetten tegen
voortduring van het uitstel onderscheidenlijk tegen de verlening van het
voorschot.
AFDELING 4.4.2.
Verzuim en wettelijke rente [MvT]
Art. 4:97.
[MvT
+ bis]
De schuldenaar is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven
termijn heeft betaald.
Art. 4:98.
[MvT
+ bis]
-1. Het verzuim heeft de verschuldigdheid van wettelijke rente tot
gevolg overeenkomstig de artikelen 119, eerste en tweede lid, en 120,
eerste lid, van Boek
6 van het Burgerlijk Wetboek. [MvT
+ bis]
-2. Wettelijke rente is niet verschuldigd indien het bedrag ervan bij
enige of laatste betaling minder bedraagt dan €|20,00,
dan wel, indien het bestuursorgaan de schuldenaar is, €|10,00.
[MvT
+ bis]
-3. De in het tweede lid bedoelde bedragen kunnen bij algemene maatregel
van bestuur worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe
aanleiding geeft.
[MvT
+ bis]
-4. Indien na het intreden van het verzuim de koers van het geld waarin
de geldschuld moet worden betaald zich heeft gewijzigd, is artikel 125
van Boek 6 van
het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.
[MvT
+ bis]
Art. 4:99.
[MvT
+ bis]
Het bestuursorgaan stelt het bedrag van de verschuldigde wettelijke
rente bij beschikking vast.
Art. 4:100.
[MvT
+ bis]
Indien het bestuursorgaan de beschikking tot betaling van een door hem
verschuldigde geldsom niet tijdig geeft, is het wettelijke rente
verschuldigd vanaf het tijdstip waarop het in verzuim zou zijn geweest
indien de beschikking op de laatste dag van de daarvoor gestelde termijn
zou zijn gegeven.
Art. 4:101.
[MvT
+ bis]
Voor zover het bestuursorgaan uitstel van betaling heeft verleend of de
rechter de verplichting tot betaling heeft geschorst, is de schuldenaar
over de termijn van uitstel of schorsing wettelijke rente verschuldigd,
tenzij bij het uitstel of de schorsing anders is bepaald.
Art. 4:102.
[MvT
+ bis]
-1. Indien een betaling aan het bestuursorgaan is geschied op grond van
een beschikking die in bezwaar of in beroep is gewijzigd of vernietigd,
is het bestuursorgaan over de termijn tussen de betaling en de
terugbetaling wettelijke rente verschuldigd over het te veel betaalde
bedrag.
[MvT
+ bis]
-2. Indien een afwijzende beschikking tot betaling door het
bestuursorgaan als gevolg van bezwaar of beroep wordt vervangen door een
beschikking tot betaling, is het bestuursorgaan wettelijke rente
verschuldigd vanaf het tijdstip waarop het in verzuim zou zijn geweest
indien de beschikking op de laatste dag van de daarvoor gestelde termijn
zou zijn gegeven.
[MvT
+ bis]
-3. Wettelijke rente is niet verschuldigd voor zover de belanghebbende
onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, dan wel aan de
belanghebbende is toe te rekenen dat onjuiste of onvolledige gegevens
zijn verstrekt.
[MvT
+ bis]
-4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing indien het
bestuursorgaan de beschikking tot betaling met terugwerkende kracht
wijzigt of intrekt.
[MvT
+ bis]
Art. 4:103.
[MvT
+ bis]
Deze afdeling is niet van toepassing indien bij de wet een andere
regeling omtrent verzuim en de gevolgen daarvan is getroffen.
AFDELING 4.4.3.
Verjaring [MvT]
Art. 4:104.
[MvT
+ bis]
-1. De rechtsvordering tot betaling van een geldsom verjaart vijf jaren
nadat de voorgeschreven betalingstermijn is verstreken.
[MvT
+ bis]
-2. Na voltooiing van de verjaring kan het bestuursorgaan zijn
bevoegdheden tot aanmaning en verrekening en tot uitvaardiging en
tenuitvoerlegging van een dwangbevel niet meer uitoefenen.
[MvT
+ bis]
Art. 4:105.
[MvT
+ bis]
-1. De verjaring wordt gestuit door een daad van rechtsvervolging
overeenkomstig artikel 316, eerste lid, van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 316, tweede lid, van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
[MvT
+ bis + bis]
-2. Erkenning van het recht op betaling stuit de verjaring van de
rechtsvordering tegen hem die het recht erkent.
[MvT
+ bis + bis]
Art. 4:106.
[MvT
+ bis]
Het bestuursorgaan kan de verjaring ook stuiten door een aanmaning als
bedoeld in artikel 4:112, een
beschikking tot verrekening of een dwangbevel dan wel door een daad van
tenuitvoerlegging van een dwangbevel.
Art. 4:107.
[MvT
+ bis]
De schuldeiser van het bestuursorgaan kan de verjaring ook stuiten door
een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin hij
zich ondubbelzinnig zijn recht op betaling voorbehoudt.
Art. 4:108.
[MvT
+ bis]
Indien de schuldeiser van het bestuursorgaan een recht tot verrekening
als bedoeld in artikel 4:93
heeft, eindigt dit recht niet door verjaring van de rechtsvordering.
Art. 4:109.
[MvT
+ bis]
Indien de schuldeiser van het bestuursorgaan zelf een bestuursorgaan is,
zijn de artikelen 4:107
en 4:108 niet van toepassing.
Art. 4:110.
[MvT
+ bis]
-1. Door stuiting van de verjaring begint een nieuwe verjaringstermijn
te lopen met de aanvang van de volgende dag.
-2. De nieuwe termijn is gelijk aan de oorspronkelijke, doch niet langer
dan vijf jaren.
-3. Wordt de verjaring echter gestuit door het instellen van een eis die
door toewijzing wordt gevolgd, dan is artikel 324 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.
Art. 4:111.
[MvT
+ bis]
-1. De verjaringstermijn van de rechtsvordering tot betaling aan een
bestuursorgaan wordt verlengd met de tijd gedurende welke de schuldenaar
na de aanvang van die termijn uitstel van betaling heeft.
-2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien:
a. de schuldenaar in surseance van betaling verkeert;
b. de schuldenaar in staat van faillissement verkeert;
c. ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling
natuurlijke personen van toepassing is;
d. de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is geschorst ingevolge
een lopend rechtsgeding, met dien verstande dat de termijn waarmee de
verjaringstermijn wordt verlengd een aanvang neemt op de dag waarop het
rechtsgeding door middel van dagvaarding aanhangig wordt gemaakt.
AFDELING 4.4.4.
Aanmaning en invordering bij dwangbevel
Paragraaf 4.4.4.1.
De aanmaning
Art. 4:112.
[MvT]
-1. Het bestuursorgaan maant de schuldenaar die in verzuim is
schriftelijk aan tot betaling binnen twee weken, gerekend vanaf de dag
na die waarop de aanmaning is toegezonden.
[MvT]
-2. Bij wettelijk voorschrift kan een andere termijn worden vastgesteld.
[MvT]
-3. De aanmaning vermeldt dat bij niet-tijdige betaling deze kan worden
afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren
invorderingsmaatregelen.
[MvT]
Art. 4:113.
-1. Het bestuursorgaan kan voor de aanmaning een vergoeding in rekening
brengen. De vergoeding bedraagt €|6,00
indien de schuld minder dan €|454,00
bedraagt en €|14,00 indien de schuld €|454,00
of meer bedraagt. [MvT]
-2. De aanmaning vermeldt de vergoeding die in rekening wordt gebracht.
[MvT]
-3. De in het eerste lid bedoelde bedragen kunnen bij algemene maatregel
van bestuur worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe
aanleiding geeft.
[MvT]
Paragraaf 4.4.4.2.
Invordering bij dwangbevel
Art. 4:114.
[MvT]
Onder dwangbevel wordt verstaan: een schriftelijk bevel van een
bestuursorgaan dat ertoe strekt de betaling van een geldsom als bedoeld
in artikel 4:85 af te dwingen.
Art. 4:115.
[MvT]
De bevoegdheid tot uitvaardiging van een dwangbevel bestaat slechts
indien zij bij de wet is toegekend.
Art. 4:116.
[MvT]
Een dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van
de voorschriften van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden ten uitvoer gelegd.
Art. 4:117.
[MvT]
-1. Een dwangbevel wordt slechts uitgevaardigd wanneer binnen de
overeenkomstig artikel 4:112
gestelde aanmaningstermijn niet volledig is betaald.
[MvT]
-2. Bij de wet kan evenwel worden bepaald dat het dwangbevel zo nodig
zonder aanmaning en vóór het verstrijken van bij wettelijk voorschrift
gestelde of eerder gegunde betalings- of aanmaningstermijnen kan worden
uitgevaardigd of ten uitvoer gelegd.
[MvT]
Art. 4:118.
[MvT]
Artikel 4:8 is niet van toepassing op de aanmaning en het
dwangbevel.
Art. 4:119.
[MvT]
-1. Bij het dwangbevel kunnen tevens de aanmaningsvergoeding, de
wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel worden ingevorderd.
[MvT]
-2. Het dwangbevel kan betrekking hebben op verschillende verplichtingen
tot betaling van een geldsom door de schuldenaar aan het bestuursorgaan.
[MvT]
Art. 4:120. [MvT]
-1. De betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschieden
op kosten van degene tegen wie het is uitgevaardigd.
[MvT]
-2. De gerechtelijke kosten worden berekend met toepassing van de op
grond van artikel 434a van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering vastgestelde tarieven. De
buitengerechtelijke kosten worden berekend met toepassing van bij
algemene maatregel van bestuur vast te stellen tarieven.
[MvT]
-3. De kosten zijn ook verschuldigd indien het dwangbevel door betaling
van verschuldigde bedragen niet of niet volledig ten uitvoer is gelegd.
[MvT]
Art. 4:121.
[MvT]
Indien een dwangbevel dat is uitgevaardigd voor een gedeelte van een
verplichting tot betaling van een geldsom ten uitvoer wordt gelegd door
beslaglegging, kunnen bij datzelfde dwangbevel alle tot het tijdstip van
beslaglegging vervallen termijnen van die verplichting worden
ingevorderd, mits het op dat tijdstip invorderbare bedrag uit het
dwangbevel is op te maken.
Art. 4:122.
[MvT]
-1. Het dwangbevel vermeldt in ieder geval:
a. aan het hoofd het woord "dwangbevel";
b. het bedrag van de invorderbare hoofdsom;
c. de beschikking of het wettelijk voorschrift waaruit de
geldschuld voortvloeit;
d. de kosten van het dwangbevel; en
e. dat het op kosten van de schuldenaar ten uitvoer kan worden
gelegd.
-2. Het dwangbevel vermeldt, indien van toepassing:
a. het bedrag van de aanmaningsvergoeding; en
b. de ingangsdatum van de wettelijke rente.
Art. 4:123.
[MvT]
-1. De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door middel van de
betekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering. De
artikelen 3:41 tot en met 3:45 zijn niet van toepassing.
[MvT
+ bis]
-2. Het exploot vermeldt in ieder geval de rechtbank
waarbij tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging ervan
overeenkomstig de artikelen 438 en 438a van het
Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden opgekomen.
[MvT
+ bis]
Art. 4:124.
[MvT]
Het bestuursorgaan beschikt ten aanzien van de invordering ook over de
bevoegdheden die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft.
AFDELING 4.4.5.
Bezwaar en beroep
Art. 4:125.
[MvT]
-1. Het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de beschikking waarbij de
verplichting tot betaling van een geldsom is vastgesteld, heeft mede
betrekking op een bijkomende beschikking van hetzelfde bestuursorgaan
omtrent verrekening, uitstel van betaling, verlening van een voorschot,
vaststelling van de rente of gehele of gedeeltelijke kwijtschelding,
voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.
[MvT]
-2. Het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen een bijkomende beschikking
heeft mede betrekking op een latere bijkomende beschikking met
betrekking tot dezelfde geldschuld, voor zover de belanghebbende deze
beschikking betwist.
[MvT]
-3. De administratieve rechter kan de beslissing op het beroep of hoger
beroep inzake de bijkomende beschikking echter verwijzen naar een ander
orgaan indien behandeling door dit orgaan gewenst is.
[MvT]
-4. In beroep of hoger beroep legt de belanghebbende zo mogelijk een
afschrift over van de bijkomende beschikking die hij betwist.
[MvT]
-5. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige
toepassing op een verzoek om voorlopige voorziening.
[MvT]
F. [MvT]
In hoofdstuk 5 wordt voor
afdeling 5.2 een titel ingevoegd, luidende:
TITEL 5.1. Algemene bepalingen
Art. 5:1.
-1. In deze wet wordt
verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde
bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. [MvT]
-2. Onder overtreder wordt
verstaan: degene die de overtreding pleegt of medepleegt.
[MvT]
-3. Overtredingen kunnen
worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen. Artikel 51,
tweede en derde lid, van het Wetboek
van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
[MvT]
Art. 5:2.
[MvT]
-1. In deze wet wordt
verstaan onder:
a. bestuurlijke sanctie: een
door een bestuursorgaan wegens een overtreding opgelegde
verplichting of onthouden aanspraak;
b. herstelsanctie: een
bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken
of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van
een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen
van een overtreding;
c. bestraffende sanctie: een
bestuurlijke sanctie voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te
voegen.
[MvT]
-2. Geen bestuurlijke sanctie
is de enkele last tot het verrichten van bepaalde handelingen.
[MvT]
Art. 5:3.
[MvT]
De artikelen 5:4 tot en met
5:10 zijn van toepassing op:
a. in dit hoofdstuk
geregelde bestuurlijke sancties; en
b. bij wettelijk voorschrift
aangewezen andere bestuurlijke sancties.
Art. 5:4.
[MvT]
-1. De bevoegdheid tot het
opleggen van een bestuurlijke sanctie bestaat slechts voor zover zij bij
of krachtens de wet is verleend.
-2. Een bestuurlijke sanctie
wordt slechts opgelegd indien de overtreding en de sanctie bij of
krachtens een aan de gedraging voorafgaand wettelijk voorschrift zijn omschreven.
Art. 5:5.
[MvT]
Het bestuursorgaan legt geen
bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een
rechtvaardigingsgrond bestond.
Art. 5:6.
[MvT]
Het bestuursorgaan legt geen
herstelsanctie op zolang een andere wegens dezelfde overtreding
opgelegde herstelsanctie van kracht is.
Art. 5:7.
[MvT]
Een herstelsanctie kan
worden opgelegd zodra het gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk
dreigt.
Art. 5:8.
[MvT]
Indien twee of meer
voorschriften zijn overtreden, kan voor de overtreding van elk
afzonderlijk voorschrift een bestuurlijke sanctie worden opgelegd.
Art. 5:9.
[MvT]
De beschikking tot oplegging
van een bestuurlijke sanctie vermeldt:
a. de overtreding alsmede
het overtreden voorschrift;
b. zo nodig een aanduiding
van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is
geconstateerd.
Art. 5:10.
[MvT]
-1. Voor zover een
bestuurlijke sanctie verplicht tot betaling van een geldsom, komt deze geldsom
toe aan het bestuursorgaan dat de sanctie heeft opgelegd, tenzij bij
wettelijk voorschrift anders is bepaald.
[MvT]
-2. Het bestuursorgaan kan de
geldsom invorderen bij dwangbevel.
[MvT]
Art. 5:10a.
[MvT]
-1. Degene die wordt verhoord
met het oog op het aan hem opleggen van een bestraffende sanctie is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de
overtreding af te leggen.
[MvT]
-2. Vóór het verhoor wordt
aan de betrokkene medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.
[MvT]
G.
Het opschrift van afdeling
5.2 komt te luiden: TITEL 5.2. Toezicht
op de naleving
H.
De afdelingen 5.3 en 5.4
worden vervangen door:
TITEL 5.3. Herstelsancties
AFDELING 5.3.1. Last onder bestuursdwang
Art. 5:21. [MvT]
Onder last onder
bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
a. een last tot geheel of
gedeeltelijk herstel van de overtreding; en
b. de bevoegdheid van het
bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
[Art. 5:22. Vervallen.,
red.]
[MvT]
Art. 5:23. [MvT]
Deze afdeling is niet van
toepassing op optreden ter onmiddellijke handhaving van de openbare
orde.
Art. 5:24. [MvT]
-1. De last onder
bestuursdwang omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.
-2. De last onder
bestuursdwang vermeldt de termijn waarbinnen zij moet worden uitgevoerd.
-3. De last onder
bestuursdwang wordt bekendgemaakt aan de overtreder, aan de
rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft en aan
de aanvrager.
Art. 5:25. [MvT]
-1. De toepassing van
bestuursdwang geschiedt op kosten van de overtreder, tenzij deze
kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.
-2. De last vermeldt in
hoeverre de kosten van bestuursdwang ten laste van de overtreder zullen
worden gebracht.
-3. Tot de kosten van
bestuursdwang behoren de kosten van voorbereiding van bestuursdwang, voor
zover deze zijn gemaakt na het verstrijken van de termijn
waarbinnen de last had moeten worden uitgevoerd.
-4. De kosten van
voorbereiding van bestuursdwang zijn ook verschuldigd voor zover als
gevolg van het alsnog uitvoeren van de last geen bestuursdwang is
toegepast.
-5. Tot de kosten van
bestuursdwang behoren tevens de kosten van vergoeding van schade
ingevolge artikel 5:27, zesde lid.
-6. Het bestuursorgaan stelt
de hoogte van de verschuldigde kosten vast.
[Art. 5:26. Vervallen.,
red.]
Art. 5:27.
[MvT]
-1. Om bestuursdwang toe te
passen, hebben door het bestuursorgaan aangewezen personen toegang
tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun
taak nodig is.
-2. Voor het binnentreden in
een woning zonder toestemming van de bewoner is het
bestuursorgaan dat bestuursdwang toepast bevoegd tot het geven van een machtiging
als bedoeld in artikel 2 van de Algemene
wet op het binnentreden.
-3. Een plaats die niet bij
de overtreding is betrokken, wordt niet betreden dan nadat het
bestuursorgaan dit de rechthebbende ten minste 48 uren tevoren
schriftelijk heeft aangezegd.
-4. Het derde lid geldt niet
indien tijdige aanzegging wegens de vereiste spoed niet mogelijk is. De
aanzegging geschiedt dan zo spoedig mogelijk.
-5. De aanzegging omschrijft
de wijze waarop het betreden zal plaatsvinden.
-6. Het bestuursorgaan
vergoedt de schade die door het betreden van een plaats als bedoeld in
het derde lid wordt veroorzaakt, voor zover deze redelijkerwijs niet ten
laste van de rechthebbende behoort te komen, onverminderd het recht tot
verhaal van deze schade op de overtreder ingevolge artikel
5:25,
vijfde lid.
Art. 5:28. [MvT]
Het bestuursorgaan dat
bestuursdwang toepast, is bevoegd tot het verzegelen van gebouwen,
terreinen en hetgeen zich daarin of daarop bevindt.
Art. 5:29. [MvT]
-1. Voor zover de toepassing
van bestuursdwang dit vergt, kan het bestuursorgaan zaken
meevoeren en opslaan.
-2. Het bestuursorgaan doet
van het meevoeren en opslaan proces-verbaal opmaken. Een afschrift van
het proces-verbaal wordt verstrekt aan degene die de zaken onder
zijn beheer had.
-3. Het bestuursorgaan draagt
zorg voor de bewaring van de opgeslagen zaken en geeft deze zaken
terug aan de rechthebbende.
-4. Het bestuursorgaan kan de
teruggave opschorten totdat de ingevolge artikel 5:25 verschuldigde
kosten zijn voldaan.
-5. Indien de rechthebbende
niet tevens de overtreder is, kan het bestuursorgaan de teruggave
opschorten totdat de kosten van bewaring zijn voldaan.
Art. 5:30. [MvT]
-1. Indien een meegevoerde en
opgeslagen zaak niet binnen dertien weken nadat zij is
meegevoerd, kan worden teruggegeven, kan het bestuursorgaan de zaak
verkopen.
-2. Het bestuursorgaan kan de
zaak eerder verkopen zodra de ingevolge artikel 5:25 verschuldigde
kosten, vermeerderd met de voor de verkoop geraamde kosten, in
verhouding tot de waarde van de zaak onevenredig hoog worden.
-3. Verkoop vindt evenwel
niet plaats binnen twee weken na de verstrekking van het
afschrift van het proces-verbaal van meevoeren en opslaan, tenzij het
gevaarlijke stoffen of eerder aan bederf onderhevige stoffen betreft.
-4. Gedurende drie jaren na
het tijdstip van verkoop heeft degene die op dat tijdstip eigenaar was
recht op de opbrengst van de zaak onder aftrek van de ingevolge artikel
5:25 verschuldigde kosten en de kosten van de verkoop. Na het verstrijken
van deze termijn vervalt een batig saldo aan het bestuursorgaan.
-5. Indien naar het oordeel
van het bestuursorgaan verkoop niet mogelijk is, kan het de zaak om niet
aan een derde in eigendom overdragen of laten vernietigen. Het
eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Art. 5:31. [MvT]
-1. Een bestuursorgaan dat
bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in
spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder
voorafgaande last. Artikel 5:24, eerste en derde lid, is op dit
besluit van overeenkomstige toepassing.
-2. Indien de situatie zo
spoedeisend is dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan terstond
bestuursdwang worden toegepast, maar wordt zo spoedig mogelijk nadien
alsnog een besluit als bedoeld in het eerste lid bekendgemaakt.
Art. 5:31a. [MvT]
-1. De aanvrager van een last
onder bestuursdwang, dan wel een andere belanghebbende die door de
overtreding wordt benadeeld, kan het bestuursorgaan verzoeken
bestuursdwang toe te passen.
[MvT]
-2. Het verzoek kan worden
gedaan na afloop van de termijn, bedoeld in artikel
5:24, tweede lid.
MvT]
-3. Het bestuursorgaan
beslist binnen vier weken op het verzoek. De beslissing is een
beschikking.
[MvT]
Art. 5:31b. [MvT]
De beschikking omtrent de
toepassing vervalt voor zover de last onder bestuursdwang wordt
ingetrokken of vernietigd.
Art. 5:31c. [MvT]
-1. Het bezwaar, beroep of
hoger beroep tegen de last onder bestuursdwang heeft mede betrekking op een
beschikking die strekt tot toepassing van bestuursdwang of op een
beschikking tot vaststelling van de kosten van de bestuursdwang, voor
zover de belanghebbende deze beschikking betwist.
[MvT]
-2. De administratieve
rechter kan de beslissing op het beroep of hoger beroep inzake de beschikking
tot toepassing van bestuursdwang of de beschikking tot vaststelling
van de kosten echter verwijzen naar een ander orgaan indien behandeling
door dit orgaan gewenst is.
[MvT]
-3. In beroep of hoger beroep
legt de belanghebbende zo mogelijk een afschrift over van de
beschikking die hij betwist.
[MvT]
-4. Het eerste tot en met het
derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek om
voorlopige voorziening.
[MvT]
AFDELING 5.3.2. Last onder dwangsom
Art.5:31d. [MvT]
Onder last onder dwangsom
wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
a. een last tot geheel of
gedeeltelijk herstel van de overtreding; en
b. de verplichting tot
betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt
uitgevoerd.
Art. 5:32. [MvT]
-1. Een bestuursorgaan dat
bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats
daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
-2. Voor een last onder
dwangsom wordt niet gekozen indien het belang dat het betrokken
voorschrift beoogt te beschermen zich daartegen verzet.
Art. 5:32a. [MvT]
-1. De last onder dwangsom
omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.
-2. Bij een last onder
dwangsom die strekt tot het ongedaan maken van een overtreding of het
voorkomen van verdere overtreding, wordt een termijn gesteld gedurende
welke de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom
wordt verbeurd.
Art. 5:32b. [MvT]
-1. Het bestuursorgaan stelt
de dwangsom vast hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag
per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd, dan wel per
overtreding van de last.
-2. Het bestuursorgaan stelt
tevens een bedrag vast waarboven geen dwangsom meer wordt
verbeurd.
-3. De bedragen staan in
redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de
beoogde werking van de dwangsom.
Art. 5:33. [MvT]
Een verbeurde dwangsom wordt
betaald binnen zes weken nadat zij van rechtswege is verbeurd.
Art. 5:34. [MvT]
-1. Het bestuursorgaan dat
een last onder dwangsom heeft opgelegd, kan op verzoek van de
overtreder de last opheffen, de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde
termijn of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of
tijdelijke gehele of gedeeltelijk onmogelijkheid voor de overtreder om aan
zijn verplichtingen te voldoen.
-2. Het bestuursorgaan dat
een last onder dwangsom heeft opgelegd, kan op verzoek van de
overtreder de last opheffen indien de beschikking één jaar van kracht is
geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd.
Art. 5:35. [MvT]
In afwijking van artikel
4:104 verjaart de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom
door verloop van één jaar na de dag waarop zij is verbeurd.
[Art. 5:36. Vervallen.,
red.]
[MvT]
Art. 5:37. [MvT]
-1. Alvorens aan te manen tot
betaling van de dwangsom, beslist het bestuursorgaan bij
beschikking omtrent de invordering van een dwangsom.
[MvT]
-2. Het bestuursorgaan geeft
voorts een beschikking omtrent de invordering van de dwangsom
indien een belanghebbende daarom verzoekt.
[MvT]
-3. Het bestuursorgaan
beslist binnen vier weken op het verzoek.
[MvT]
Art. 5:38. [MvT]
-1. Indien uit een
beschikking tot intrekking of wijziging van de last onder dwangsom voortvloeit dat een
reeds gegeven beschikking tot invordering van die dwangsom niet in
stand kan blijven, vervalt die beschikking.
-2. Het bestuursorgaan kan
een nieuwe beschikking tot invordering geven die in overeenstemming
is met de gewijzigde last onder dwangsom.
Art. 5:39. [MvT]
-1. Het bezwaar, beroep of
hoger beroep tegen de last onder dwangsom heeft mede betrekking op een
beschikking die strekt tot invordering van de dwangsom, voor zover de
belanghebbende deze beschikking betwist.
-2. De administratieve
rechter kan de beslissing op het beroep of hoger beroep tegen de beschikking
tot invordering echter verwijzen naar een ander orgaan indien
behandeling door dit orgaan gewenst is.
-3. In beroep of hoger beroep
legt de belanghebbende zo mogelijk een afschrift over van de
beschikking die hij betwist.
-4. Het eerste tot en met het
derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verzoek om
voorlopige voorziening.
I. [MvT]
Aan hoofdstuk 5 wordt een
titel toegevoegd, luidende:
TITEL 5.4. Bestuurlijke boete
AFDELING 5.4.1. Algemene bepalingen
Art. 5:40.
[MvT]
-1. Onder bestuurlijke boete
wordt verstaan: de bestraffende sanctie, inhoudende een
onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom.
[MvT]
-2. Deze titel is niet van
toepassing op de intrekking of wijziging van een aanspraak op financiële
middelen.
[MvT]
Art. 5:41.
[MvT]
Het bestuursorgaan legt geen
bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de
overtreder kan worden verweten.
Art. 5:42.
[MvT]
-1. Het bestuursorgaan legt
geen bestuurlijke boete op indien de overtreder is overleden.
-2. Een bestuurlijke boete
vervalt indien zij op het tijdstip van het overlijden van de overtreder
niet onherroepelijk is. Een onherroepelijke bestuurlijke boete vervalt
voor zover zij op dat tijdstip nog niet is betaald.
Art. 5:43.
[MvT]
Het bestuursorgaan legt geen
bestuurlijke boete op indien aan de overtreder wegens dezelfde
overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel
een kennisgeving als bedoeld in artikel 5:50, tweede lid, aanhef en
onder a, is bekendgemaakt.
Art. 5:44.
[MvT]
-1. Het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de
overtreder wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is ingesteld en
het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, dan wel een
strafbeschikking is uitgevaardigd.
[MvT]
-2. Indien de gedraging
tevens een strafbaar feit is, wordt zij aan de officier van justitie
voorgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift is bepaald, dan wel met het openbaar
ministerie is overeengekomen, dat daarvan kan worden afgezien.
[MvT]
-3. Voor een gedraging die
aan de officier van justitie moet worden voorgelegd, legt het
bestuursorgaan slechts een bestuurlijke boete op, indien:
[MvT]
a. de officier van justitie
aan het bestuursorgaan heeft medegedeeld ten aanzien van de overtreder
van strafvervolging af te zien; of
b. het bestuursorgaan niet
binnen dertien weken een reactie van de officier van justitie heeft
ontvangen.
Art. 5:45.
[MvT]
-1. Indien artikel 5:53 van
toepassing is, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een
bestuurlijke boete vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
-2. In de overige gevallen
vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete drie jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
-3. Indien tegen de
bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de
vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is
beslist.
Art. 5:46.
[MvT]
-1. De wet bepaalt de
bestuurlijke boete die wegens een bepaalde overtreding ten hoogste kan
worden opgelegd.
[MvT]
-2. Tenzij de hoogte van de
bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, stemt het
bestuursorgaan de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de
mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het bestuursorgaan
houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de
overtreding is gepleegd.
[MvT]
-3. Indien de hoogte van de
bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, legt het
bestuursorgaan niettemin een lagere bestuurlijke boete op indien de
overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens
bijzondere omstandigheden te hoog is.
[MvT]
-4. Artikel 1, tweede lid,
van het Wetboek van
Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
[MvT]
Art. 5:47.
[MvT]
Een bestuurlijke boete die
is opgelegd wegens een gedraging die tevens een strafbaar feit is,
vervalt indien het gerechtshof met toepassing van artikel 12i van het
Wetboek van
Strafvordering de vervolging van de overtreder voor dat feit
beveelt.
AFDELING 5.4.2. De procedure
Art. 5:48.
[MvT]
-1. Het bestuursorgaan en de
voor de overtreding bevoegde toezichthouder kunnen van de overtreding
een rapport opmaken.
-2. Het rapport is
gedagtekend en vermeldt:
a. de naam van de
overtreder;
b. de overtreding alsmede
het overtreden voorschrift;
c. zo nodig een aanduiding
van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is
geconstateerd.
-3. Een afschrift van het
rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging
van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
-4. Indien van de overtreding
een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek
van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van deze afdeling
in de plaats van het rapport.
Art. 5:49.
[MvT]
-1. Het bestuursorgaan stelt
de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het
opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe,
berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
[MvT]
-2. Voor zover blijkt dat de
verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt het
bestuursorgaan er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de
overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal.
[MvT]
Art. 5:50.
[MvT]
-1. Indien de overtreder in
de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot het opleggen
van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen:
a. wordt het rapport reeds
bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt;
b. zorgt het bestuursorgaan
voor bijstand door een tolk indien blijkt dat de verdediging van de
overtreder dit redelijkerwijs vergt.
[MvT]
-2. Indien het bestuursorgaan
nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht,
beslist dat:
a. voor de overtreding geen
bestuurlijke boete zal worden opgelegd; of
b. de overtreding alsnog aan
de officier van justitie zal worden voorgelegd, wordt dit schriftelijk aan
de overtreder medegedeeld.
[MvT]
Art. 5:51.
[MvT]
-1. Indien van de overtreding
een rapport is opgemaakt, beslist het bestuursorgaan omtrent het
opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de
dagtekening van het rapport.
-2. De beslistermijn wordt
opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar
ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop het bestuursorgaan weer
bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen.
Art. 5:52.
[MvT]
De beschikking tot oplegging
van de bestuurlijke boete vermeldt:
a. de naam van de
overtreder;
b. het bedrag van de boete.
Art. 5:53.
[MvT]
-1. Dit artikel is van
toepassing indien voor de overtreding een bestuurlijke boete van meer dan €|340,00
kan worden opgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is
bepaald.
[MvT]
-2. In afwijking van artikel
5:48 wordt van de overtreding steeds een rapport of proces-verbaal
opgemaakt.
[MvT]
-3. In afwijking van afdeling
4.1.2 wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn
zienswijze naar voren te brengen.
[MvT]
Art. 5:54.
[MvT]
Deze titel is van
overeenkomstige toepassing op andere bestraffende sancties, voor zover dit bij
wettelijk voorschrift is bepaald.
J. [MvT]
Artikel 8:4 wordt gewijzigd
als volgt:
1. De punt aan het slot van
onderdeel l wordt vervangen door een puntkomma.
2. Toegevoegd wordt een
onderdeel, luidende:
m. inhoudende een aanmaning
als bedoeld in artikel 4:112 of een dwangbevel.
K. [MvT]
Na artikel 8:28 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 8:28a.
-1. Indien het beroep is
ingesteld tegen een bestuurlijke boete, is, in afwijking van de artikelen
8:27 en 8:28, de partij aan wie de bestuurlijke boete is
opgelegd niet
verplicht omtrent de overtreding verklaringen af te leggen.
-2. Vóór de rechtbank deze
partij verhoort, deelt zij haar mede dat zij niet verplicht is tot antwoorden.
L. [MvT]
In artikel 8:41, vierde lid,
wordt "de desbetreffende rechtspersoon" telkens vervangen door: het
bestuursorgaan.
M. [MvT]
In artikel 8:72, zevende
lid, wordt "de door haar aangewezen rechtspersoon" vervangen door: het
bestuursorgaan.
N. [MvT]
Na artikel 8:72 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 8:72a.
Indien de rechtbank een
beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete vernietigt, neemt zij
een beslissing omtrent het opleggen van de boete en bepaalt zij dat
haar uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde beschikking.
O. [MvT]
In artikel 8:73, eerste lid,
en artikel 8:73a, eerste lid, wordt
"de door haar aangewezen rechtspersoon"
telkens vervangen door: het bestuursorgaan.
P. [MvT]
In artikel 8:74, eerste en tweede lid,
wordt "de door de rechtbank aangewezen rechtspersoon" telkens vervangen
door: het bestuursorgaan.
Q. [MvT]
Artikel 8:75, derde lid,
vervalt.
R. [MvT]
Artikel 8:76 komt te luiden:
Art. 8:76.
Voor zover een uitspraak
strekt tot vergoeding van schade, griffierecht of proceskosten als bedoeld
in de artikelen 8:73, 8:73a,
8:74, 8:75, 8:75a,
8:82, vierde lid, of artikel
8:87, derde lid, levert zij een executoriale titel op, die met toepassing van de
voorschriften van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden ten uitvoer gelegd.
S. [MvT]
Artikel 8:82 wordt gewijzigd
als volgt:
1. In het derde lid, tweede
volzin, wordt "de desbetreffende rechtspersoon" vervangen door: het
bestuursorgaan.
2. In het vierde lid wordt "de door de voorzieningenrechter aangewezen
rechtspersoon" vervangen
door: het bestuursorgaan.
T. [MvT]
In artikel 8:87, derde lid,
wordt "de desbetreffende rechtspersoon" vervangen door: het
bestuursorgaan.
U.
Het opschrift van titel 10.1
komt te luiden: TITEL 10.1. Mandaat,
delegatie en attributie
V. [MvT]
Aan artikel 10:3 wordt een
vierde lid toegevoegd, luidende:
-4. Indien artikel 5:53 van
toepassing is, wordt mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete
niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport of
proces-verbaal heeft opgemaakt.
W. [MvT]
Na artikel 10:20 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 10:21.
Deze afdeling is van
overeenkomstige toepassing indien een bestuursorgaan zijn bevoegdheid tot het
verrichten van andere handelingen dan besluiten overdraagt aan een
ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent, met dien
verstande dat artikel 10:19 van overeenkomstige toepassing is voor zover de
aard van de handeling zich daartegen niet verzet.
X. [MvT]
Na afdeling 10.1.2 wordt een
afdeling ingevoegd, luidende:
Afdeling 10.1.3. Attributie
Art. 10:22.
[MvT]
-1. Indien een bevoegdheid
tot het nemen van besluiten bij wettelijk voorschrift is toegedeeld
aan een persoon of college werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een
bestuursorgaan, kan dit bestuursorgaan per geval of in het algemeen
instructies geven ter zake van de uitoefening van de toegedeelde bevoegdheid.
[MvT]
-2. Degene aan wie de
bevoegdheid is toegedeeld, verschaft het bestuursorgaan op diens
verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.
[MvT]
[Art.
10.1.3.2. Vervallen., red.]
Art. 10:23.
[MvT]
Artikel 10:22 is van
overeenkomstige toepassing indien bij wettelijk voorschrift een bevoegdheid
tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten is toegedeeld
aan een persoon of college werkzaam onder de verantwoordelijkheid van
een bestuursorgaan.
Art.
II. [Wijziging Sv] [MvT]
Artikel 243 van het Wetboek
van Strafvordering wordt gewijzigd als volgt:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Toegevoegd wordt een
tweede lid, luidende:
-2. Indien ter zake van het
feit aan de verdachte een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een
mededeling als bedoeld in artikel 5:50, tweede lid, onderdeel
a, van de Algemene wet
bestuursrecht is verzonden, heeft dit dezelfde rechtsgevolgen als
een kennisgeving van niet verdere vervolging, met dien
verstande dat artikel 245a niet van toepassing is.
Art.
III. [Overgangsrecht 1 juli 2009 betaling
geldsom] [MvT]
-1. Op een verplichting tot
betaling van een geldsom aan of door een bestuursorgaan die is
vastgesteld of ontstaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet, blijft het recht zoals dat gold vóór dat tijdstip van toepassing.
-2. Op een verplichting tot
betaling aan of door een bestuursorgaan in verband met een subsidie die
vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is verleend, blijft
het recht zoals dat gold vóór dat tijdstip van toepassing.
Art.
IV. [Overgangsrecht 1 juli 2009
bestuurlijke sanctie] [MvT]
-1. Indien een bestuurlijke
sanctie wordt opgelegd wegens een overtreding die plaatsvond vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht zoals dat gold
vóór dat tijdstip van toepassing.
-2. Artikel 5:44,
eerste lid, is van overeenkomstige toepassing indien het recht tot
strafvervolging is vervallen doordat is voldaan aan de voorwaarden die
krachtens een wettelijk voorschrift zijn gesteld ter voorkoming van
strafvervolging.
Art.
V. [Vernummering] [MvT]
Vóór de plaatsing van deze
wet in het Staatsblad stelt Onze Minister
van Justitie de nummering van de
artikelen in de titels 4.4, 5.1 en
5.4 en in afdeling 10.1.3 opnieuw vast
en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van deze
artikelen met de nieuwe nummering in overeenstemming.
Art.
VI. [Inwerkingtreding] [MvT]
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 25 juni 2009, Stb. 2009, 266, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juli 2009, red.
Art.
VII. [Citeertitel] [MvT]
Deze wet wordt aangehaald als: Vierde tranche Algemene wet
bestuursrecht.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
25 juni 2009
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
Uitgegeven de dertigste
juni 2009
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|