|
VOORSTEL
VAN WET en MEMORIE VAN
TOELICHTING
Inhoudsopgav e
| xx1 |
Rechterlijke
organisatie |
art.
1 |
| xx2 |
Algemene
wet bestuursrecht |
art.
2 |
| xx3 |
Wijziging
van rechtstreeks betrokken institutionele en processuele
wetten |
att.
3 |
| xx4 |
Wijziging
van bijzondere wetten in verband met de te treffen
definitieve voorzieningen in kroongeschillen |
art.
4 |
| xx5.1 |
Wijziging
van wetten waarin beroep is opengesteld bij de Afdeling
rechtspraak van de Raad van State en in verband met de
intrekking van de Wet administratieve rechtspraak
overheidsbeschikkingen |
art.
5.1 |
| xx5.2 |
Wijziging
van socialezekerheidswetten en (andere) wetten van het
ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van het
ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, mede ter
aanpassing aan de eerste tranche van de Algemene wet
bestuursrecht |
art.
5.2 |
| xx5.3 |
Wijziging
van wetten waarin beroep is opengesteld bij de (militaire)
ambtenarenrechter |
art.
5.3 |
| xx5.4 |
Wijziging
van wetten waarin beroep is opengesteld bij het College van
Beroep voor het bedrijfsleven |
art.
5.4 |
| xx5.5 |
Overige
wijzigingen |
art.
5.5 |
| xx6 |
Overgangs-
en slotbepalingen |
artt.
I-VII |
| xxxxxxx |
|
xxxxxxx| |
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1991-1992,
1992-1993, 22 495.
Handelingen II 1991-1992, blz. 4105-4159, 4170; 1992-1993, blz.
5482-5519, UCV 32, 5765-5770, 5875-5876.
Kamerstukken I 1992-1993, 22 495 (310); 1993-1994, 22 495 (53, 53a,
53b, 53c, 53d).
Handelingen I 1993-1994, zie vergadering d.d. 14 december 1993.
Geschiedenis:
Staatsblad 1993, 650; Staatsblad 1993,
690; Staatsblad 1995, 250; Staatsblad 1996, 8;
Staatsblad 1998, 738; Staatsblad
2010, 175.
WET van 16 december 1993, Stb.
1993, 650, tot wijziging van de Wet
op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet
bestuursrecht, de Wet
op de Raad van State, de Beroepswet,
de Ambtenarenwet en andere
wetten, alsmede intrekking van de
Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie).
Inwerkingtreding: 1 januari 1994 (Stb. 1993, 693).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen,
die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben,
dat het wenselijk is ter voltooiing van de eerste fase van de
herziening van de rechterlijke organisatie bij de arrondissementsrechtbanken
enkelvoudige en meervoudige kamers voor het behandelen en
beslissen van bestuursrechtelijke zaken in eerste aanleg in te
stellen, bestuursrechtspraak in twee instanties in te voeren voor
een groot aantal bestuursrechtelijke zaken die thans nog in één
instantie worden behandeld en beslist, definitieve voorzieningen
in kroongeschillen te treffen, een algemene regeling van het
bestuursprocesrecht in de Algemene wet
bestuursrecht op te nemen, en dat het wenselijk is met het oog
op de invoering van de eerste tranche van de Algemene wet
bestuursrecht een aantal wetten daaraan aan te passen, en dat het
derhalve nodig is een groot aantal wetten te wijzigen en de Wet
administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen in te trekken;
Zo
is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
1
Rechterlijke
organisatie
Art. 1.
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving, red.]
2
Algemene
wet bestuursrecht
Art. 2.
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving, red.]
3
Wijziging
van rechtstreeks betrokken institutionele en processuele wetten
Art. 3.
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving, red.]
4
Wijziging
van bijzondere wetten in verband met de te treffen definitieve
voorzieningen in kroongeschillen
Art. 4.
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving, red.]
5.1
Wijziging
van wetten waarin beroep is opengesteld bij de Afdeling rechtspraak van
de Raad van State en in verband met de intrekking van de Wet
administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen
Art. 5.1.
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving, red.]
5.2
Wijziging
van socialezekerheidswetten en (andere) wetten van het ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van het ministerie van Welzijn,
Volksgezondheid en Cultuur, mede ter aanpassing aan de eerste tranche
van de Algemene wet bestuursrecht
Art. 5.2.
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving, red.]
5.3
Wijziging
van wetten waarin beroep is opengesteld bij de (militaire)
ambtenarenrechter
Art. 5.3.
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving, red.]
5.4
Wijziging
van wetten waarin beroep is opengesteld bij het College van Beroep voor
het bedrijfsleven
Art. 5.4.
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving, red.]
5.5
Overige
wijzigingen
Art. 5.5.
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving, red.]
6
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
I. [Besluiten, bezwaar en beroep]
-1.
Ten aanzien van het nemen van besluiten die zijn aangevraagd vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet en ambtshalve te
nemen besluiten die binnen dertien weken na dat tijdstip zijn
bekendgemaakt, blijft het recht zoals het gold vóór dat tijdstip
van toepassing.
-2.
Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in
te stellen tegen een besluit dat vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet is bekendgemaakt, blijft het recht
zoals het gold vóór dat tijdstip van toepassing, met dien verstande dat de Afdeling bestuursrechtspraak in de plaats treedt van
de Afdeling voor de geschillen van bestuur of de Afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State.
De eerste volzin is van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van de mogelijkheid om
hoger beroep of beroep in cassatie in te stellen.
-3.
Ten aanzien van de behandeling van bezwaar of beroep dat vóór de
datum van inwerkingtreding van deze wet is gemaakt
onderscheidenlijk is ingesteld, blijft behoudens het zesde en
zevende lid het recht zoals het gold vóór dat tijdstip van toepassing, met dien verstande dat de Afdeling
bestuursrechtspraak
in de plaats treedt van de Afdeling voor de geschillen van bestuur
of de Afdeling rechtspraak van de Raad van State. De eerste volzin is van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van de behandeling van
hoger beroep of beroep in cassatie.
-4.
Ten aanzien van de behandeling van een geschil dat aan de
beslissing van de Kroon is onderworpen en dat op of na het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangig is gemaakt,
blijft het recht zoals het gold vóór dat tijdstip van toepassing.
-5.
Ten aanzien van de behandeling van bezwaar of beroep dat op of na
de datum van inwerkingtreding van deze wet is gemaakt
onderscheidenlijk is ingesteld en dat is gericht tegen een
besluit waartegen vóór dat tijdstip eveneens bezwaar is gemaakt
onderscheidenlijk beroep is ingesteld, blijft behoudens het
zesde en zevende lid het recht zoals het gold vóór dat tijdstip
van toepassing. De eerste volzin is van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van de behandeling van
hoger beroep of beroep in cassatie.
-6.
Ten aanzien van de verdere behandeling van beroep dat vóór de
datum van inwerkingtreding van deze wet is ingesteld bij de rechtbank, is het recht zoals het geldt vanaf dat tijdstip van
toepassing, met dien verstande dat ten aanzien van de heffing
van griffierecht en de mogelijkheid van een verzoek om een
voorlopige voorziening het recht zoals het gold vóór dat tijdstip
van toepassing is. Indien op de datum van inwerkingtreding van
deze wet partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de
rechtbank te verschijnen, partijen schriftelijk toestemming
hebben gegeven voor het achterwege blijven van het onderzoek ter
zitting dan wel het beroep bij beschikking wordt afgedaan, blijft
behoudens het zevende lid het recht zoals het gold vóór dat
tijdstip van toepassing.
-7.
De artikelen 8:75 en 8:75a
van de Algemene wet bestuursrecht, 39a van de
Wet op
de Raad van State, 21a
van de Beroepswet, 5a, 5aa
en 25a van de Wet administratieve rechtspraak
belastingzaken en 11b en 11c van de Tariefcommissiewet zijn van
toepassing ten aanzien van de behandeling van beroep, hoger beroep
of beroep in cassatie dat vóór de datum van inwerkingtreding van
deze wet is ingesteld.
Art.
Ia. [Kroongeschil]
Tegen een op of na de datum
van inwerkingtreding van deze wet bekendgemaakte beslissing in een
geschil dat aan de beslissing van de Kroon is onderworpen, kan
geen beroep worden ingesteld.
Art.
Ib. [Beroep bij CRvB geschillen ABW,
Ioaw en Ioaz]
-1. Tegen een op of na de
datum van inwerkingtreding van deze wet bekendgemaakte
beslissing van gedeputeerde staten op grond van de artikelen 41
van de Algemene Bijstandswet, 44 van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en
44 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen zoals deze luidden vóór
dat tijdstip, kan beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van
Beroep.
-2.
Tegen een op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet
bekendgemaakte beslissing van de voorzitter van gedeputeerde
staten op grond van artikel 45 van de Algemene Bijstandswet
zoals dat luidde vóór dat tijdstip, kan beroep worden ingesteld
bij de Centrale Raad van Beroep.
Art.
Ic. [Geen verplicht bezwaar
geschillen WGMD]
Ten aanzien van een
beschikking op grond van hoofdstuk II van de Wet
gewetensbezwaren militaire dienst die is aangevraagd vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet en is bekendgemaakt op of na dat
tijdstip, is artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Art.
II. [Bezoldiging staatsraden]
De bezoldiging van de
staatsraden die op de datum vóór de inwerkingtreding van deze
wet het ambt van voorzitter van de Afdeling voor de geschillen van
bestuur onderscheidenlijk voorzitter van de Afdeling rechtspraak
van de Raad van State vervulden, wordt bepaald op hetzelfde bedrag
als de bezoldiging van de voorzitter van de Afdeling
bestuursrechtspraak.
Art.
IIa. Vervallen.
Art.
III. [Kroonberoep]
Indien in een wettelijk
voorschrift beroep op de Kroon is opengesteld, is de rechtbank
bevoegd.
Art.
IV. [Tijdelijk geen verplicht bezwaar
geschillen WAO, ZW, AAW, TW, Wet TBA, Zfw en AWBZ]
-1.
Afdeling 7.1 van de Algemene wet bestuursrecht
vindt gedurende drie jaren na de datum van
inwerkingtreding van deze wet geen toepassing ten aanzien van
geschillen die geen betrekking hebben op het verzekerd zijn of de verschuldigde premie
op grond van:
a.
de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b.
de Ziektewet;
c.
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, met uitzondering van artikelen
57, 57a en 58;
d.
de Toeslagenwet over de toeslag op een uitkering op grond van de
in de onderdelen a tot en met c genoemde wetten;
e.
de Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen;
f.
de Ziekenfondswet over aanspraken op verstrekkingen of daarmee
overeenkomende uitkeringen; en
g.
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten over aanspraken op zorg of
daarmee overeenkomende uitkeringen.
-2.
Indien binnen de in het eerste lid genoemde termijn een voorstel
van wet is ingediend inzake de toepasselijkheid van afdeling 7.1
ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde
besluiten, blijft afdeling 7.1
in ieder
geval buiten toepassing totdat die wet in werking treedt, dan wel
tot en met de dag waarop vaststaat dat het voorstel van wet niet
tot wet zal worden verheven.
-3.
Indien op grond van het eerste of het tweede lid afdeling 7.1
buiten toepassing blijft, kan het bestuursorgaan in
afwijking van artikel 4:12 van de Algemene wet bestuursrecht
toepassing van de artikelen
4:7 en 4:8 van die wet achterwege laten bij een beschikking
die strekt tot het vaststellen van een financiële verplichting
of aanspraak.
Art.
IVa. [Wijziging Awb]
Met ingang van een bij wet te bepalen tijdstip wordt de Algemene wet bestuursrecht
als volgt gewijzigd:
1.
Artikel 8:1, derde lid, komt te luiden:
-3. Met een besluit wordt
gelijkgesteld de schriftelijke beslissing, inhoudende de
weigering van de goedkeuring van een besluit ter voorbereiding
van een privaatrechtelijke rechtshandeling.
2.
Artikel 8:2 vervalt.
Art.
V. [Vernummering]
Vóór de bekendmaking van deze
wet stelt Onze Minister van Justitie de nummering van de
artikelen, afdelingen en titels van hoofdstuk 8
van de Algemene wet bestuursrecht opnieuw vast en brengt hij de in
deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen, afdelingen,
titels en hoofdstukken van de Algemene wet bestuursrecht in
overeenstemming met de opnieuw vastgestelde nummering daarvan.
Art.
VI. [Tekstplaatsing; vernummering]
-1.
Onze Minister van Justitie plaatst de teksten van de Algemene
wet bestuursrecht, de Wet
op de Raad van State, de Beroepswet,
de Ambtenarenwet, de
Wet
bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, de Wet administratieve rechtspraak
belastingzaken en de Tariefcommissiewet, zoals deze luiden na de
inwerkingtreding van deze wet en de overige wetten die op
hetzelfde tijdstip in werking treden en waarin één of meer van
deze wetten worden gewijzigd, in het Staatsblad.
-2.
Indien vóór de bekendmaking van deze wet door Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een nieuwe nummering is vastgesteld van
onderscheidenlijk de Provinciewet
en de Gemeentewet, brengt Onze
Minister van Justitie vóór de bekendmaking van deze wet de in deze
wet voorkomende aanhalingen van artikelen van onderscheidenlijk
de Provinciewet en de Gemeentewet in overeenstemming met de
opnieuw vastgestelde nummering daarvan.
Art.
VII. [Inwerkingtreding]
-1.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.¹
-2.
Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld
voor de inwerkingtreding van artikel 20.1, tweede lid, van de Wet
milieubeheer.
1. Bij Besluit van 23 december
1993, Stb. 1993, 693, is het tijdstip van inwerkingtreding
bepaald op 1 januari 1994, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten,
colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 16 december
1993
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
De Staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken,
C.I. Dales
Uitgegeven de dertigste
december 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|