|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2008-2009, 2009-2010,
31 822.
Handelingen II 2010-2011, nr. 13, blz. 950.
Kamerstukken I 2009-2010, 31 822 (A, B).
Handelingen I 2010-2011, nr. 11, blz. 313.
WET van 3 december 2009, Stb.
2010, 857, tot wijziging van de Wet
rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Wet
op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten
in verband met de herziening van de functie- en bezoldigingstructuur
voor rechterlijke ambtenaren. Inwerkingtreding: 1 januari 2011.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen,
die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om het stelsel van functies en bezoldiging voor
rechterlijke ambtenaren te herzien;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de Beroepswet
relevante artikelen, red.]
Art.
III.
De Beroepswet wordt gewijzigd als volgt:
A.
Artikel 2, tweede lid, komt te luiden:
-2. De leden met rechtspraak belast, werkzaam bij de Centrale Raad van
Beroep zijn:
a. senior raadsheren;
b. raadsheren;
c. raadsheren-plaatsvervangers.
B.
Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:
a. In onderdeel a wordt "onderdeel
a tot
en met c" vervangen door: onderdeel a en b.
b. De onderdelen c tot en met h
worden verletterd tot onderdelen d tot en met i.
c. Na onderdeel b wordt een
onderdeel ingevoegd, luidende:
c. de voorzitter onderscheidenlijk een ander lid met rechtspraak
belast, bedoeld in onderdeel a, na het verstrijken van een
benoemingsduur van ten minste zes aaneengesloten jaren, met ingang van
de datum waarop hij zijn werkzaamheden als zodanig beëindigt, gedurende
drie jaren een toelage ontvangt op het salaris dat hij overeenkomstig de
Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren geniet, waarvan het bedrag
gelijk is aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene
maatregel van bestuur voor de functie van voorzitter onderscheidenlijk
lid van het bestuur vast te stellen salarishoogte;.
C.
Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:
a. In eerste lid, onderdeel c, wordt "coördinerend
vice-president, vice-president" vervangen door: senior raadsheer.
b. In het tweede lid, aanhef en onder c,
wordt "gerechtsauditeurs" telkens vervangen door: senior
gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs.
c. In het derde lid wordt "en
gerechtsauditeurs" vervangen door: , senior gerechtsauditeurs en
gerechtsauditeurs.
Art.
VII.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle
ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan
de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 3 december 2009
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Uitgegeven de eenendertigste december 2010
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|