|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2009-2010, 2010-2011,
32 421.
Handelingen II 2010-2011, nr. 24, blz. 2.
Kamerstukken I 2010-2011, 32 421 (A, B, C, D, E, F).
Handelingen I 2010-2011, nr. 13, blz. 22.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 23 december 2010,
Stb. 2010, 867, tot wijziging van verschillende wetten
in verband met harmonisatie en vereenvoudiging van deze wetten ten
behoeve van de uitvoering van die wetten door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving). Inwerkingtreding: 1 januari 2011 (Stb.
2010, 868).
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen
lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben,
dat het wenselijk is de uitvoering van enige wetten door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te vereenvoudigen en enkele
begrippen in die wetten te harmoniseren;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.¹
Wijziging van de Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt
gewijzigd:
A.¹ [MvT]
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "worden
gelijkgesteld de inkomsten waarop de werknemer recht heeft" vervangen
door "wordt gelijkgesteld het inkomen waarop de werknemer recht
heeft"
en wordt "inkomsten" vervangen door: inkomen.
2. In het vierde lid wordt "de in het
derde lid bedoelde inkomsten" vervangen door: het in het derde lid
bedoelde inkomen.
B.¹ ² [MvT]
Artikel 34 komt te luiden:
Art. 34.
-1. Op de uitkering wordt inkomen geheel
in mindering gebracht.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald wat onder inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt
verstaan.
C.¹ [MvT]
In artikel 35a wordt "de inkomsten uit
of in verband met de opleiding of scholing" vervangen door: het inkomen
uit of in verband met de opleiding of scholing.
D.¹ ² [MvT]
Artikel 35aa wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "de inkomsten
uit arbeid" vervangen door: het inkomen.
2. Het tweede lid komt te luiden:
-2. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald wat onder inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt
verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen
dat gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
E.¹ [MvT]
Artikel 35b wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
-2. Bij de toepassing van het eerste lid
wordt het inkomen bij voorrang in mindering gebracht op de uitkering
waarmee het de meeste samenhang heeft.
2. In het derde lid, onderdeel a en
b,
wordt "waaruit of in verband waarmee de inkomsten worden ontvangen"
vervangen door: uit hoofde waarvan het inkomen wordt ontvangen.
3. In het vierde lid wordt "worden de
inkomsten" vervangen door: wordt het inkomen.
F.¹ [MvT]
In artikel 42a, derde lid, wordt "inkomsten" vervangen door
"inkomen" en wordt "deze inkomsten"
vervangen door: dit inkomen.
G.¹ [MvT]
Artikel 101, tweede lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. Aan het slot van onderdeel d wordt na
de puntkomma toegevoegd: en.
2. Aan het slot van onderdeel e wordt de
puntkomma vervangen door een punt en vervalt: en.
3. Onderdeel f vervalt.
1. Ingevolge het enig
artikel, tweede lid, van het Besluit van 23
december 2010, Stb. 2010, 868, treedt artikel I
in werking op een nader te bepalen tijdstip, red.
2. Ingevolge het enig artikel,
onderdeel a, van het Besluit van 22
februari 2012, Stb. 2012, 80, treedt artikel I,
onderdeel B en D, in werking met ingang van 1
maart 2012, red.
Art. II.
Wijziging van de Wet arbeid en zorg [MvT]
De Wet arbeid en zorg wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 3:7, eerste lid, wordt "of"
vervangen door: en.
B. [MvT]
Aan artikel 3:8, eerste lid, wordt
toegevoegd: , overeenkomstig het tweede en derde lid.
Art. III.
Wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 16 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 16a. Samenloop met Ziektewet
Indien als gevolg van de toeneming van de
arbeidsongeschiktheid zowel recht op herziening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat of is ontstaan op grond van de
artikelen 13, 14, 15 en
16 als op ziekengeld op grond van de Ziektewet,
wordt het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of wordt
verhoogd, uitbetaald voor zover dit het ziekengeld overtreft, dan wel zou
overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de
Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd.
B. [MvT]
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:
-3. Dit artikel vindt geen toepassing
indien op grond van artikel 21 aanspraak bestaat op heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-6. Indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel wordt toegekend
en tevens recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet
bestaat, wordt
de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het
ziekengeld overtreft, dan wel zou overtreffen, indien het ziekengeld op
grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is
geweigerd.
C. [MvT]
In artikel 21 wordt, onder vernummering
van het zevende en achtste lid tot achtste en negende lid, een lid
ingevoegd, luidende:
-7. Indien zowel recht bestaat of is
ontstaan op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond
van dit artikel als op ziekengeld op grond van de Ziektewet, wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het
ziekengeld overtreft, dan wel zou overtreffen, indien het ziekengeld op
grond van artikel 45 van de Ziektewet
geheel of gedeeltelijk is
geweigerd.
D.¹ [MvT]
Artikel 58 komt te luiden:
Art. 58.
-1. Indien de verzekerde die recht heeft
op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomen geniet doordat hij
arbeid is gaan verrichten, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten
tijdvak van vijf jaar niet aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel
2, vierde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet
ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering:
a. niet betaald indien het inkomen
zodanig is dat als die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel
2,
vierde lid, zou zijn, niet langer sprake zou zijn van
arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%; of
b. indien onderdeel a niet van toepassing
is, betaald tot een bedrag ter grootte van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering zoals deze zou zijn vastgesteld indien
die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel
2, vierde lid, zou zijn.
Na afloop van het in de aanhef genoemde
tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel
2,
vierde lid.
-2. Het in het eerste lid genoemde tijdvak
van vijf jaar vangt aan op de eerste dag waarop arbeid wordt verricht,
waarbij een nieuw tijdvak als bedoeld in het eerste lid aanvangt indien
diegene andere arbeid gaat verrichten.
-3. Indien op de laatste dag van het in
het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar inkomen wordt genoten,
maar geen arbeid wordt verricht, wordt dit tijdvak verlengd tot en met
de laatste dag waarop dat inkomen wordt genoten.
-4. Maandelijks wordt, wat betreft
onderdeel b in afwijking van paragraaf 5.3 van de
Zorgverzekeringswet,
aan ’s Rijks kas afgedragen het geraamde bedrag aan
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die op grond van het vijfde lid niet
worden uitbetaald wegens het genieten van dat loon, alsmede van de
dientengevolge niet-uitbetaalde vakantie-uitkeringen, vermeerderd met:
a. het bedrag aan premies dat het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
bij uitbetaling op grond
van enige wet over dat bedrag verschuldigd zou zijn en dat niet op de
uitkeringen in mindering kan worden gebracht; en
b. de op grond van artikel 46 van de
Zorgverzekeringswet vergoede inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in
artikel 41 van die wet, over dat bedrag.
-5. Indien degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomen
geniet dat bestaat uit loon
ingevolge een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en
3
van de Wet sociale werkvoorziening, is het eerste lid voor onbeperkte
duur van toepassing.
-6. Onze Minister kan bepalen dat het
eerste lid voor onbeperkte duur toepassing vindt ten aanzien van
bepaalde groepen personen.
-7. Bij ministeriële regeling wordt
bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt verstaan.
Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat
gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
E. [MvT]
Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"ten aanzien van" vervangen door "met" en vervalt
"grotendeels in de
kosten van het bestaan voorzag en met wie hij".
2. In het vijfde lid wordt na "wordt"
ingevoegd: ambtshalve of.
F. [MvT]
Aan hoofdstuk 10a wordt een artikel
toegevoegd, luidende:
Art. 101f. Overgangsrecht samenloop
Ziektewet
-1. De artikelen 16a en 20, zesde lid,
alsmede 21, zevende lid, zoals die zijn komen te luiden na
inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving, zijn niet van toepassing op de persoon wiens
arbeidsongeschiktheid vóór de dag van inwerkingtreding van die wet is
toegenomen als bedoeld in de artikelen 13 tot en met
16, 20 of 21, tot
het moment waarop in verband met diezelfde toename van de
arbeidsongeschiktheid geen recht meer bestaat op ziekengeld op grond van
de Ziektewet.
-2. Artikel 20, derde lid, onderdeel b,
zoals dat luidde op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet harmonisatie
en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving blijft van toepassing op
de persoon die op of vóór de dag van inwerkingtreding van die wet
arbeidsongeschikt werd als bedoeld in artikel
20, eerste lid.
-3. Dit artikel vervalt met ingang van de
dag gelegen tien jaar na de dag van inwerkingtreding van de Wet
harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving.
1. Ingevolge het enig
artikel, tweede lid, van het Besluit van 23
december 2010, Stb. 2010, 868, treedt artikel
III, onderdeel D, in werking op een nader te bepalen tijdstip.
Ingevolge het enig artikel,
onderdeel a, van het Besluit van 12
december 2011, Stb. 2011, 619, treedt artikel
III, onderdeel D, in werking met
ingang van 1 januari 2012, red.
Art. IV.
Wijziging van de Wet financiering sociale
verzekeringen
De Wet financiering sociale verzekeringen
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1 vervallen de onderdelen n en v.
B. [MvT
+ bis]
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste tot en met derde lid komen
te luiden:
-1. Het loon waarnaar de premies op grond
van dit hoofdstuk worden geheven, wordt bij dezelfde werkgever tot geen
hoger bedrag in aanmerking genomen dan het door Onze Minister
met
betrekking tot het kalenderjaar vastgestelde bedrag. Voorts bedraagt het
dagloon dat aan de uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen
of vrijwillige werknemersverzekeringen ten grondslag ligt of wordt
gelegd ten hoogste het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, met
betrekking tot een loontijdvak van een dag, waarbij het kalenderjaar
wordt gesteld op 261 dagen.
-2. Van het bij dezelfde werkgever genoten loon waarnaar de premie op grond van afdeling 2 van dit hoofdstuk wordt
geheven, blijft, wat betreft het deel van de premie dat ten gunste komt
van het Algemeen Werkloosheidsfonds, buiten aanmerking tot een door Onze
Minister met betrekking tot het kalenderjaar vastgesteld bedrag. Het
bedrag, bedoeld in de eerste volzin, kan voor de werkgever en voor de
werknemer verschillend worden vastgesteld.
-3. De bedragen, bedoeld in het eerste en
tweede lid, worden herleid en vastgesteld voor loontijdvakken waarin
loon als bedoeld in artikel 16 wordt genoten waarvoor Onze Minister dit
nodig acht. Voor de herleiding van het loontijdvak van één jaar naar een
ander loontijdvak is artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet
op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van
de toepassing voor het dagloon, bedoeld in het eerste lid, tweede
volzin. Indien een wijziging ingaat op een ander tijdstip dan 1 januari,
vindt de vaststelling plaats in overeenstemming met Onze Minister van
Financiën.
2. In het vierde lid wordt "in het
eerste lid" vervangen door: in het eerste lid, eerste volzin.
3. In het vijfde lid wordt "bedrag in
het eerste lid" vervangen door: bedrag in het eerste lid, eerste
volzin.
C. [MvT]
Artikel 19 komt te luiden:
Art. 19. Uitzondering maximumpremieloon
Artikel 17, eerste tot en met derde lid,
is niet van toepassing in de gevallen, bedoeld in artikel 26b, eerste
volzin, van de Wet
op de loonbelasting 1964.
D. [MvT]
Het opschrift van afdeling 4 van
hoofdstuk 3 komt te luiden: Arbeidsongeschiktheidsfonds
en Werkhervattingskas
E. [MvT]
Artikel 33, tweede lid, vervalt, onder
vernummering van het derde lid tot tweede lid.
F. [MvT]
Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift van artikel 34 komt te
luiden: Basispremie en
gedifferentieerde premie.
2. In het eerste lid vervalt ", een
uniforme premie".
G. [MvT]
De artikelen 37, 46,
113, 116,
117 en 122e
vervallen.
H. [MvT
+ bis]
Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het zevende lid vervalt ", onderscheidenlijk
artikel
75b, vierde en zesde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering".
2. In het achtste lid, onderdeel a,
vervalt "onderscheidenlijk arbeidsongeschiktheidsuitkering".
3. In de aanhef van het tiende lid
vervalt ", en het risico van de betaling van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering overeenkomstig hoofdstuk
IIIa van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering".
4.¹ Het elfde lid vervalt, onder
vernummering van het twaalfde tot en met zestiende lid tot elfde tot en
met vijftiende lid.
5.¹ In het dertiende lid (nieuw) wordt
"dertiende lid" vervangen door: twaalfde lid.
6.¹ In het veertiende lid (nieuw) wordt
"dertiende en veertiende lid" vervangen door: twaalfde en dertiende
lid.
I. [MvT]
Het opschrift van paragraaf 3 van
afdeling 5 van hoofdstuk 3 komt te luiden: Eigen risico dragen Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen.
J. [MvT]
In artikel 59, tweede lid, vervalt ",
37".
K. [MvT]
In artikel 64, eerste lid, wordt voor "werknemersverzekeringen" ingevoegd: alle.
L. [MvT]
In artikel 75, tweede lid, vervalt ",
vermeerderd met het in artikel 37 bedoelde percentage voor de uniforme
premie".
M. [MvT]
In artikel 76a, tweede lid, vervalt "het
in artikel 37 bedoelde percentage voor de uniforme premie en".
N. [MvT]
In artikel 100 vervalt onderdeel h.
O. [MvT]
In artikel 108 vervalt onderdeel i.
P. [MvT]
Artikel 114 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel a komt te luiden:
a. de premies op grond van de artikelen
36 en 75 en de premie op grond van artikel 76a
voor zover deze niet ten
gunste komt van de Werkhervatttingskas;.
2. In onderdeel b wordt "de artikelen
29a en 75f, eerste lid," vervangen door: de
artikelen
29a en 91i.
Q. [MvT
+ bis]
Artikel 115, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. In de aanhef wordt "de artikelen
56, 101, 104,
108, 117" vervangen door: de
artikelen 56, 104,
108.
2. In onderdeel g vervalt "Arbeidsongeschiktheidskas of
de".
3. In onderdeel o vervalt "of hetgeen op
grond van artikel 91e van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
door het UWV wordt vergoed".
4. Onderdeel p vervalt.
R. [MvT]
In artikel 118 vervalt "Arbeidsongeschiktheidskas of".
S. [MvT]
Artikel 122c wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding "-1" geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-2. Het eerste lid is niet van toepassing
op de premie die het UWV betaalt aan de werkgever op grond van artikel
11, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel
11, derde lid, van de Ziektewet of artikel
10, derde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, met dien verstande dat ten aanzien van
de premie die de werkgever in dat geval is verschuldigd het eerste lid
van toepassing blijft.
T. [MvT
+ bis
+ bis]
Na artikel 122g worden drie artikelen met
opschrift ingevoegd, luidende:
Art. 122h. Overgang
vermogensbestanddelen Arbeidsongeschiktheidskas [MvT]
Alle vermogensbestanddelen die door het UWV, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen, afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de
vorm van een Arbeidsongeschiktheidskas als bedoeld in artikel
113, zoals
dat luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel
G, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving, gaan over op het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld artikel
112, overeenkomstig door Onze Minister
te stellen regels.
Art. 122i.¹ Overgangsbepaling
eigen risico dragen WGA gemeente voor schoolpersoneel [MvT
+ bis]
Een gemeente die zelf het risico, bedoeld
in artikel 40, eerste lid, draagt op 1 juli 2011, draagt op die datum
tevens zelf dit risico ten aanzien van haar werknemers als bedoeld in
artikel 40, elfde lid, zoals dat luidde op de dag vóór de
inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel H, van de Wet
harmonisatie en
vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving.
Art. 122j. Overgangsrecht ontheffing
wegens gemoedsbezwaren [MvT
+ bis]
Artikel 64, zoals dat luidde op dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel
K, van de
Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijft
van toepassing op ontheffingen die op grond van dat artikel zijn
verleend.
1. Ingevolge het enig
artikel, derde lid, van het Besluit van 23
december 2010, Stb. 2010, 868, treedt
artikel IV, onderdeel H, onder 4, 5 en
6, en het in onderdeel T opgenomen
artikel 122i in werking met ingang
van 1 juli 2011, red.
Art. V.
Wijziging van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1 vervallen de onderdelen e en f.
B. [MvT]
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. De persoon die binnen vier weken na
het einde van zijn verzekering meer arbeidsongeschikt wordt, wordt voor
het recht op herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering
beschouwd alsof hij verzekerd was gebleven. Indien de verzekering berust
op een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3, ontstaat de in de
eerste zin bedoelde aanspraak op herziening van de uitkering eerst na
het beëindigen van de dienstbetrekking.
2. Onder vernummering van het derde en
vierde lid tot tweede en derde lid vervalt het tweede lid.
C.¹ [MvT]
Artikel 39, vierde lid, komt te luiden:
-4. Onze Minister is bevoegd regels te
stellen voor gevallen waarbij direct herziening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering plaatsvindt. Ingevolge deze regels kan
bedoelde herziening slechts plaatsvinden ten behoeve van degene die bij
hervatting van de arbeid inkomen geniet dat minder bedraagt dan
evenredig is aan zijn nog bestaande arbeidsgeschiktheid.
D. [MvT]
Na artikel 39a wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 39b.
Indien als gevolg van de toeneming van de
arbeidsongeschiktheid zowel recht op herziening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat of is ontstaan op grond van de
artikelen 38, 39 of 39a als op ziekengeld op grond van de
Ziektewet,
wordt het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of wordt
verhoogd uitbetaald voor zover dit het ziekengeld overtreft, dan wel zou
overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de
Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd.
E.¹ [MvT]
In de artikelen 42, vierde lid, en 43,
vierde lid, wordt "inkomsten uit arbeid" vervangen door: inkomen.
F. [MvT]
Artikel 43a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vierde lid komt te luiden:
-4. Dit artikel vindt geen toepassing
indien op grond van artikel 47 aanspraak bestaat op heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-6. Indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel wordt toegekend
en tevens recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet
bestaat, wordt
de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het
ziekengeld overtreft, dan wel zou overtreffen, indien het ziekengeld op
grond van artikel 45 van de Ziektewet
geheel of gedeeltelijk is
geweigerd.
G.¹ [MvT]
Artikel 44 komt te luiden:
Art. 44.
-1. Indien degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomen geniet doordat hij arbeid is
gaan verrichten, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak
van vijf jaar niet aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel
18,
vijfde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken
of herzien, doch wordt de uitkering:
a. niet uitbetaald indien het inkomen
zodanig is dat als die arbeid wel de in artikel
18, vijfde lid,
bedoelde arbeid zou zijn, niet langer sprake zou zijn van een
arbeidsongeschiktheid van ten minste 15%; of
b. indien het bepaalde onder a niet van
toepassing is, uitbetaald tot een bedrag ter grootte van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering zoals deze zou zijn vastgesteld indien
die arbeid wel de in artikel 18, vijfde lid, bedoelde arbeid zou zijn.
Na afloop van het in de aanhef genoemde
tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel
18,
vijfde lid.
-2. Het in het eerste lid genoemde tijdvak
van vijf jaar vangt aan op de eerste dag waarop arbeid wordt verricht,
waarbij een nieuw tijdvak als bedoeld in het eerste lid aanvangt indien
diegene andere arbeid gaat verrichten.
-3. Indien op de laatste dag van het in
het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar inkomen wordt genoten,
maar geen arbeid wordt verricht, wordt dit tijdvak verlengd tot en met
de laatste dag waarop dat inkomen wordt genoten.
-4. Maandelijks wordt, wat betreft
onderdeel b in afwijking van paragraaf 5.3 van de
Zorgverzekeringswet,
aan ’s Rijks kas afgedragen het geraamde bedrag aan
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die op grond van het vijfde lid niet
worden uitbetaald wegens het genieten van dat loon, alsmede van de
dientengevolge niet-uitbetaalde vakantie-uitkeringen, vermeerderd met:
a. het bedrag aan premies dat het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
bij uitbetaling op grond
van enige wet over dat bedrag verschuldigd zou zijn en dat niet op de
uitkeringen in mindering kan worden gebracht; en
b. de op grond van artikel 46 van de
Zorgverzekeringswet vergoede inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in
artikel 41 van die wet, over dat bedrag.
-5. Indien degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomen
geniet dat bestaat uit loon
ingevolge een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en
3
van de Wet sociale werkvoorziening, is het eerste lid voor onbeperkte
duur van toepassing.
-6. Onze Minister kan bepalen dat het
eerste lid voor onbeperkte duur toepassing vindt ten aanzien van
bepaalde groepen personen.
-7. Bij ministeriële regeling worden
regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben in
elk geval betrekking op de gevallen waarin het eerste lid buiten
toepassing blijft.
-8. Bij ministeriële regeling wordt
bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt verstaan.
Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat
gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
H. [MvT
+ bis]
Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het zevende lid wordt "derde lid"
vervangen door: tweede lid.
2. Onder vernummering van het zevende en
achtste lid tot achtste en negende lid wordt een lid ingevoegd,
luidende:
-7. Indien zowel recht bestaat of is
ontstaan op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond
van dit artikel als op ziekengeld op grond van de Ziektewet, wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het
ziekengeld overtreft, dan wel zou overtreffen, indien het ziekengeld op
grond van artikel 45 van de Ziektewet
geheel of gedeeltelijk is
geweigerd.
I. [MvT]
Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"ten aanzien van" vervangen door "met" en vervalt
"grotendeels in de
kosten van het bestaan voorzag en met wie hij".
2. In het vijfde lid wordt na "wordt"
ingevoegd: ambtshalve of.
J.¹
[MvT]
In artikel 61 wordt "inkomsten uit
arbeid in dienstbetrekking" vervangen door: inkomen.
K. [MvT]
In artikel 65i, eerste lid, vervalt "waarvan het risico van betaling niet wordt gedragen door een
eigenrisicodrager,".
L. [MvT]
Artikel 71 vervalt.
M. [MvT]
Hoofdstuk IIIa vervalt.
N. [MvT]
In artikel 87e vervalt "de in
artikel 75a, vierde lid, bedoelde betaling dan wel
tegen".
O. [MvT]
Artikel 90 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid vervalt, onder
vernummering van het vierde lid tot derde lid.
2. In het derde lid (nieuw) vervalt
telkens "of de eigen risicodrager".
P. [MvT]
Artikel 91e vervalt.
Q. [MvT]
Na artikel 91h wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 91i.²
Met betrekking tot de afwikkeling van
zaken die verband houden met het zijn van eigenrisicodrager gelegen vóór
de datum van inwerkingtreding van de artikelen IV en V van de Wet
harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijven de
artikelen 1, onderdeel f, 65i, eerste lid,
71, 87e,
90 en
91e en
hoofdstuk IIIa alsmede de artikelen 40 en
122e van de Wet financiering
sociale verzekeringen zoals deze artikelen en dat hoofdstuk luidden op
de dag vóór de inwerkingtreding van de artikelen IV en
V van de Wet
harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving van
toepassing.
R. [MvT]
Na artikel 98e wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 98f.
-1. De artikelen 39b en 43a, zesde lid,
alsmede 47, zevende lid, zoals die zijn komen te luiden na
inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving zijn niet van toepassing op de persoon wiens
arbeidsongeschiktheid vóór de dag van inwerkingtreding van die wet is
toegenomen als bedoeld in de artikelen 38 tot en met 39a,
43a of 47, tot
het moment waarop in verband met diezelfde toename van de
arbeidsongeschiktheid geen recht meer bestaat op ziekengeld op grond van
de Ziektewet.
-2. Artikel 43a, vierde lid, onderdeel b,
zoals dat luidde op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet harmonisatie
en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving blijft van toepassing op
de persoon die op of vóór de dag van inwerkingtreding van die wet
arbeidsongeschikt werd als bedoeld in artikel 43a, eerste lid.
-3. Dit artikel vervalt met ingang van de
dag gelegen tien jaar na de dag van inwerkingtreding van de Wet
harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving.
1. Ingevolge het enig
artikel, tweede lid, van het Besluit van 23
december 2010, Stb. 2010, 868, treedt artikel
V, onderdeel C, E, G en J,
in werking op een nader te bepalen tijdstip. Ingevolge het enig
artikel, onderdeel a, van het Besluit
van 12 december 2011, Stb. 2011, 619, treedt artikel
V, onderdeel C, E, G en J,
in werking met ingang van 1 januari 2012, red.
2. Gelet op het bepaalde in artikel XIII,
onderdeel C, van de Verzamelwet SZW 2011
juncto het enig artikel, eerste
lid, van het Besluit van 23 december 2010, Stb.
2010, 868, dient volgens de redactie "Art. 91i"
te worden vervangen door:
Art. 91j.
Art. VI.
Wijziging van de Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten
De Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
Aa.¹ ²
Aan artikel 2:6 wordt een zin toegevoegd,
luidende: Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen
dat gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
A. [MvT]
Artikel 2:17, vierde lid, vervalt.
B.¹ [MvT]
In de artikelen 2:37, tweede lid,
onderdeel b, 3:13, derde lid,
3:19, tweede en derde lid, en 3:31, vierde
lid, wordt "inkomsten uit arbeid" vervangen door: inkomen.
C. [MvT]
Artikel 2:56 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"ten aanzien van" vervangen door "met" en vervalt
"grotendeels in de
kosten van het bestaan voorzag en met wie hij".
2. In het vijfde lid wordt na "wordt"
ingevoegd: ambtshalve of.
D.¹ [MvT]
In artikel 3:16, vierde lid, wordt "die
bij hervatting van de arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven inkomsten
geniet die minder bedragen dan" vervangen door: die bij hervatting van
de arbeid inkomen geniet dat minder bedraagt dan.
E. [MvT]
Na artikel 3:17 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 3:17a. Samenloop met Ziektewet
Indien als gevolg van de toeneming van de
arbeidsongeschiktheid zowel recht op herziening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat of is ontstaan op grond van de
artikelen 3:14, 3:15, 3:16 en
3:17 als op ziekengeld op grond van de
Ziektewet, wordt het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering
is of wordt verhoogd uitbetaald voor zover dit het ziekengeld overtreft,
dan wel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45
van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd.
F. [MvT]
Artikel 3:21 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:
-3. Dit artikel vindt geen toepassing
indien op grond van artikel 3:22 aanspraak bestaat op heropening van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-5. Indien de
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel wordt toegekend
en tevens recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet
bestaat, wordt
de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het
ziekengeld overtreft, dan wel zou overtreffen, indien het ziekengeld op
grond van artikel 45 van de Ziektewet
geheel of gedeeltelijk is
geweigerd.
G. [MvT]
In artikel 3:22 wordt, onder vernummering
van het zevende en achtste lid tot achtste en negende lid, een lid
ingevoegd, luidende:
-7. Indien zowel recht ontstaat of is
ontstaan op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond
van dit artikel als op ziekengeld op grond van de Ziektewet, wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het
ziekengeld overtreft, dan wel zou overtreffen, indien het ziekengeld op
grond van artikel 45 van de Ziektewet
geheel of gedeeltelijk is
geweigerd.
H.¹ [MvT]
Artikel 3:48 komt te luiden:
Art. 3:48. Inkomen tijdens uitkering
-1. Indien de jonggehandicapte die recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomen geniet doordat hij
arbeid is gaan verrichten, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten
tijdvak van vijf jaar niet aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel
3:1, vijfde lid, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet
ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering:
a. niet betaald indien het inkomen
zodanig is dat als die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel
3:1,
vijfde lid, zou zijn, niet langer sprake zou zijn van
arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%; of
b. indien onderdeel a niet van toepassing
is, betaald tot een bedrag ter grootte van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering zoals deze zou zijn vastgesteld indien
die arbeid wel arbeid als bedoeld in artikel
3:1, vijfde lid, zou zijn.
Na afloop van het in de aanhef genoemde
tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid als bedoeld in artikel
3:1, vijfde lid.
-2. Het in het eerste lid genoemde tijdvak
van vijf jaar vangt aan op de eerste dag waarop arbeid wordt verricht,
waarbij een nieuw tijdvak als bedoeld in het eerste lid aanvangt indien
diegene andere arbeid gaat verrichten.
-3. Indien op de laatste dag van het in
het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar inkomen wordt genoten,
maar geen arbeid wordt verricht, wordt dit tijdvak verlengd tot en met
de laatste dag waarop dat inkomen wordt genoten.
-4. Maandelijks wordt, wat betreft
onderdeel b in afwijking van paragraaf 5.3 van de
Zorgverzekeringswet,
aan ’s Rijks Kas afgedragen het geraamde bedrag aan
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die op grond van het vijfde lid niet
worden uitbetaald wegens het genieten van dat loon, alsmede van de
dientengevolge niet-uitbetaalde vakantie-uitkeringen, vermeerderd met:
a. het bedrag aan premies dat het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
bij uitbetaling op grond
van enige wet over dat bedrag verschuldigd zou zijn en dat niet op de
uitkeringen in mindering kan worden gebracht; en
b. de op grond van artikel 46 van de
Zorgverzekeringswet vergoede inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in
artikel 41 van die wet, over dat bedrag.
De afdracht geschiedt door middel van
gelijktijdige verrekening met het aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen toegekende voorschot ten behoeve van
uitkeringen, sociale lasten en uitkeringskosten voor hetzelfde tijdvak.
-5. Indien de jonggehandicapte die recht
heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering inkomen geniet ingevolge
een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en
3 van de Wet
sociale werkvoorziening, is het eerste lid voor onbeperkte duur van
toepassing.
-6. Bij ministeriële regeling worden
regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben in
elk geval betrekking op de gevallen waarin het eerste lid buiten
toepassing blijft.
-7. Onze Minister kan bepalen dat het
eerste lid voor onbeperkte duur toepassing vindt ten aanzien van
bepaalde groepen personen.
-8. Bij ministeriële regeling wordt
bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt verstaan.
Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat
gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
I. [MvT]
Artikel 3:54 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"ten aanzien van" vervangen door "met" en vervalt
"grotendeels in de
kosten van het bestaan voorzag en met wie hij".
2. In het vijfde lid wordt na "wordt"
ingevoegd: ambtshalve of.
J. [MvT]
Artikel 5:3 ³ wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel d vervalt.
2. In onderdeel f wordt "de artikelen
2:29 en 3:49" vervangen door: de
artikelen 2:29, 3:49 en
8:4.
K. [MvT]
In artikel 8:4, eerste lid, vervalt "ten
laste van het Reïntegratiefonds, genoemd in artikel 2.8 van de
Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,".
L. [MvT]
Na artikel 8:6 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 8:6a. Overgangsrecht samenloop
Ziektewet
-1. De artikelen 3:17a en 3:21, vijfde
lid, alsmede 3:22, zevende lid, zoals dat is komen te luiden na
inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving, zijn niet van toepassing op de persoon wiens
arbeidsongeschiktheid vóór de dag van inwerkingtreding van die wet is
toegenomen als bedoeld in de artikelen 3:14 tot en met
3:17, 3:21 of 3:22, tot het moment waarop in verband met diezelfde toename van de
arbeidsongeschiktheid geen recht meer bestaat op ziekengeld op grond van
de Ziektewet.
-2. Artikel 3:21, derde lid, zoals dat
luidde op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en
vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijft van toepassing op de
persoon die op of vóór de dag van inwerkingtreding van die wet
arbeidsongeschikt werd als bedoeld in artikel
3:21, eerste lid.
-3. Dit artikel vervalt met ingang van de
dag gelegen tien jaar na de dag van inwerkingtreding van de Wet
harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving.
1. Ingevolge het enig
artikel, tweede lid, van het Besluit van 23
december 2010, Stb. 2010, 868, treedt artikel
VI, onderdeel Aa, B, D en H,
in werking op een nader te bepalen tijdstip. Ingevolge het enig
artikel, onderdeel a, van het Besluit
van 12 december 2011, Stb. 2011, 619, treedt artikel
VI, onderdeel B, met uitzondering van
de wijziging in artikel
2:37, tweede lid, onderdeel b,
dat niet in werking zal treden, D en H,
in werking met ingang van 1 januari 2012, red.
2. Ingevolge het enig artikel,
onderdeel a, van het Besluit van 22
februari 2012, Stb. 2012, 80, treedt artikel
VI, onderdeel Aa, in werking met ingang van 1 maart 2012, red.
3. Volgens de redactie dient na "Artikel 5:3"
te worden ingevoegd: , eerste lid,.
Art. VII.
Wijziging van de Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen
De Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. De persoon die binnen vier weken na
het einde van zijn verzekering ziek wordt, wordt voor het recht op een
uitkering op grond van deze wet beschouwd alsof hij verzekerd was
gebleven. Indien de verzekering berust op een dienstbetrekking als
bedoeld in artikel 3 van de Ziektewet, is de eerste zin eerst na het
eindigen van die dienstbetrekking van toepassing.
2. Onder vernummering van het derde en
vierde lid tot tweede en derde lid vervalt het tweede lid.
B.¹ [MvT]
In artikel 15, zesde lid, wordt "inkomsten" vervangen door
"inkomen" en wordt "deze inkomsten"
vervangen door: dit inkomen.
C.¹ [MvT]
In artikel 20, onderdeel c, wordt "inkomsten" telkens vervangen door: inkomen.
D. [MvT]
Artikel 43, onderdeel c, vervalt.
E. [MvT]
Artikel 46 vervalt.
F.¹ ² [MvT]
Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt "inkomsten uit
arbeid" vervangen door: inkomen.
2. In het eerste lid wordt "het in die
kalendermaand verworven inkomen" vervangen door: inkomen per
kalendermaand.
3. Het vierde lid komt te luiden:
-4. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt
verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen
dat gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
4. Het vijfde lid vervalt.
G.¹ ² [MvT]
Artikel 60 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt
"een inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven" vervangen
door: een inkomen.
2. Het vijfde lid komt te luiden:
-5. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt
verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen
dat gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
H.¹ ² [MvT]
Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "het in de
desbetreffende kalendermaand verworven inkomen" vervangen door: het
inkomen per kalendermaand.
2. Het achtste lid komt te luiden:
-8. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt
verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen
dat gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
3. Het negende lid vervalt.
I. [MvT]
Artikel 74 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"ten aanzien van" vervangen door "met" en vervalt
"grotendeels in de
kosten van het bestaan voorzag en met wie hij".
2. In het vijfde lid wordt na "wordt"
ingevoegd: ambtshalve of.
J. [MvT]
Artikel 124 vervalt.
K. [MvT]
Aan hoofdstuk 13 wordt een artikel
toegevoegd, luidende:
Art. 133f. Overgangsrecht in verband
met arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
De artikelen 43, onderdeel c, 46 en
124,
zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijven
van toepassing op de persoon wiens eerste werkdag waarop door hem wegens
ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt, is
gelegen vóór die dag.
1. Ingevolge het enig
artikel, tweede lid, van het Besluit van 23
december 2010, Stb. 2010, 868, treedt artikel
VII, onderdeel B, C, F, G
en H, in werking op een nader te bepalen tijdstip, red.
2. Ingevolge het enig artikel,
onderdeel a, van het Besluit van 22
februari 2012, Stb. 2012, 80, treedt artikel
VII, onderdeel F, G en H, in
werking met ingang van 1 maart 2012, red.
Art. VIII.
Wijziging van de Ziektewet
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 11a vervalt.
B. [MvT]
In artikel 19a, derde lid,
vervalt "Artikel 44, eerste lid, onderdeel a, is niet van
toepassing".
C. [MvT]
In artikel 19b, tweede lid,
vervalt "Artikel 44, eerste lid, onderdeel a, is niet van
toepassing".
D. [MvT]
Onder vernummering van het vierde lid tot
het tweede lid vervalt het tweede lid (oud) van artikel
28.
E. [MvT]
In artikel 29b, zesde lid, wordt na de
eerste zin een zin ingevoegd, luidende: Indien de werknemer op grond van
artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek over de eerste twee
dagen van het tijdvak, bedoeld in de eerste zin, geen recht op loon
heeft, wordt, in afwijking van de eerste zin, het ziekengeld over elk
van deze dagen gesteld op de hoogte van het ziekengeld op de dag direct
volgend op die twee dagen.
F.
Artikel 30, tweede lid, komt te luiden:
-2. Weigert de werknemer die aanspraak
maakt op ziekengeld zonder deugdelijke grond de arbeid, bedoeld in het
eerste lid, te verrichten, dan wordt het loon dat hij zou hebben
ontvangen indien hij deze arbeid wel verricht had, beschouwd als inkomen
als bedoeld in artikel 31, eerste lid.
G.¹ [MvT]
Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "loon,
inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking of ouderdomspensioen
ontvangt" vervangen door: inkomen geniet.
2. In het tweede lid wordt "loon"
vervangen door: inkomen.
3.² Het derde lid komt te luiden:
-3. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt
verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen
dat gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
4.² Het vierde en vijfde lid vervallen.
H. [MvT]
Artikel 32 vervalt.
I. [MvT]
Artikel 32a vervalt.
J. [MvT]
In artikel 33, eerste lid, vervalt ", 44".
K. [MvT]
Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"ten aanzien van" vervangen door "met" en vervalt
"grotendeels in de
kosten van het bestaan voorzag en met wie hij".
2. In het vijfde lid wordt na "wordt"
ingevoegd: ambtshalve of.
L. [MvT]
Artikel 38a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:
-3. In afwijking van het tweede lid meldt
de werkgever de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte
ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid uiterlijk op de eerste
dag na zes weken gerekend vanaf die eerste werkdag, indien de verzekerde
aanspraak maakt op ziekengeld op grond van artikel
29, tweede lid,
onderdeel e, artikel 29a, eerste lid, of
artikel 29b. In afwijking van
de vorige volzin meldt de werkgever de eerste werkdag waarop de
verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn
arbeid op de laatste dag van de dienstbetrekking indien de
dienstbetrekking in de periode, bedoeld in de vorige zin, eindigt.
2. Onder vernummering van het zesde en
zevende lid tot zevende en achtste lid wordt een lid ingevoegd,
luidende:
-6. In afwijking van het vijfde lid meldt
de werkgever, indien de verzekerde aanspraak maakt op ziekengeld op
grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e,
artikel 29a, eerste lid,
of artikel 29b, de eerste werkdag waarop de verzekerde weer geschikt is
tot het verrichten van zijn arbeid niet eerder dan de ziekmelding,
bedoeld in het derde lid.
3. In het achtste lid (nieuw) wordt "bedoeld in het vijfde of zesde
lid" vervangen door "bedoeld in het
tweede, derde, vijfde, zesde of zevende lid" en wordt "€|454,00"
vervangen door: "€|455,00".
M. [MvT]
Artikel 38b wordt als volgt gewijzigd:
1. De eerste zin van het tweede lid komt
te luiden: Indien de werkgever de melding,
bedoeld in artikel 38a, tweede of derde lid, niet binnen de in die
artikelleden genoemde termijn heeft gedaan doordat niet duidelijk was
dat de werknemer aanspraak op ziekengeld kan maken op grond van artikel
29a of 29b, meldt de werkgever de eerste werkdag waarop die werknemer
wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid zo
spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan de vierde dag na het
tijdstip waarop het hem redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de
werknemer aanspraak op ziekengeld kan maken op grond van artikel 29a
of
29b.
2. In het vierde lid wordt "Artikel 38a,
derde lid" vervangen door: Artikel 38a, achtste lid.
N. [MvT]
Artikel 44 vervalt.
O. [MvT]
Artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Degene die binnen vier weken na het
einde van zijn verzekering ongeschikt tot werken wordt, heeft tegenover
het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
aanspraak op ziekengeld
alsof hij verzekerd was gebleven. Indien de verzekering berust op een
dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3, ontstaat de in de eerste zin
bedoelde aanspraak op ziekengeld eerst na het eindigen van die
dienstbetrekking.
2. Onder vernummering van het derde tot
en met het zesde lid tot tweede tot en met vijfde lid vervalt het
tweede lid.
P. [MvT]
In artikel 47a, tweede lid, onderdeel c,
vervalt "artikel 44, eerste lid, van toepassing is
of".
Q.¹
[MvT]
In artikel 67a, onderdeel c, wordt "inkomsten" telkens vervangen door: inkomen.
R. [MvT]
In artikel 72c, tweede lid, wordt "artikel 38a, tweede
lid" vervangen door: artikel 38a, tweede en derde
lid.
S. [MvT
+ bis
+ bis
+ bis]
Na artikel 86a worden drie artikelen
ingevoegd, luidende:
Art. 86b. [MvT]
De artikelen 19a, derde lid, 19b, tweede
lid, 33, eerste lid, 44 en
47a, tweede lid, onderdeel c, zoals die
luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet
harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijven van
toepassing op de persoon wiens eerste werkdag waarop door hem wegens
ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt, is
gelegen vóór of op die dag.
Art. 86c. [MvT]
-1. De artikelen 32, eerste en tweede lid,
en 32a, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding
van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving,
blijven van toepassing op de persoon wiens eerste werkdag waarop door
hem wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is
gestaakt, is gelegen vóór of op die dag.
-2. Dit artikel vervalt met ingang van de
dag gelegen tien jaar na de dag van inwerkingtreding van de Wet
harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving.
Art. 86d. [MvT]
De artikelen 38a en 38b, zoals die
luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel VIII,
onderdeel L en M, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving, blijven van toepassing met betrekking tot
een werknemer wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van
zijn arbeid wegens ziekte was gelegen vóór of op die dag.
T. [MvT]
In artikel 89 wordt "46, eerste en
vijfde lid" vervangen door: 46, eerste en vierde lid.
1. Ingevolge het enig
artikel, tweede lid, van het Besluit van 23
december 2010, Stb. 2010, 868, treedt artikel
VIII, onderdeel G en Q, in werking op een nader te
bepalen tijdstip. Ingevolge artikel 2 van
het Besluit van
14 juni 2011, Stb. 2011, 300, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel
VIII, onderdeel G, onder 1, bepaald op 1
juli 2011, red.
2. Ingevolge het enig artikel,
onderdeel a, van het Besluit van 22
februari 2012, Stb. 2012, 80, treedt artikel
VIII, onderdeel G, onder 3 en 4, in werking met ingang van 1 maart
2012, red.
Art. IX.
Wijziging van de Toeslagenwet
De Toeslagenwet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 6 komt te luiden:
Art. 6.
-1. Als inkomen wordt aangemerkt:
a. voor een gehuwde: de som van het
inkomen uit arbeid of overig inkomen van hemzelf en van zijn echtgenoot;
b. voor een ongehuwde: zijn inkomen uit
arbeid of overig inkomen.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld
in het eerste lid wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat
nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet of niet langer wordt
genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of
nalaten van betrokkene, in aanmerking wordt genomen alsof het wel
volledig wordt genoten.
B. [MvT]
Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"ten aanzien van" vervangen door "met" en vervalt
"grotendeels in de
kosten van het bestaan voorzag en met wie hij".
2. In het vijfde lid wordt na "wordt"
ingevoegd: ambtshalve of.
Art. X.
Wijziging van de Algemene Ouderdomswet
De Algemene Ouderdomswet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 8, eerste lid, wordt "het
inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven"
vervangen door: het inkomen uit arbeid of overig inkomen.
B. [MvT]
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "het inkomen
uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven"
vervangen door: het inkomen uit arbeid of overig inkomen.
2. In het tweede lid wordt "uit of in
verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven" vervangen door:
uit arbeid of overig inkomen.
3. Het vierde lid vervalt.
C. [MvT]
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt "het inkomen uit
arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven" vervangen door: het inkomen
uit arbeid.
2. Onderdeel 2º komt te luiden:
2º. voor zover het inkomen uit arbeid
meer bedraagt dan het onder 1º bedoelde bedrag, een derde gedeelte van
dat meerdere.
D. [MvT]
Na artikel 12 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 12a.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt
bepaald wat onder inkomen uit arbeid en overig inkomen als bedoeld in de
artikelen 8, eerste lid, 10, eerste en tweede lid,
11 en 12 wordt
verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen
dat gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
E. [MvT]
In artikel 18, eerste lid, onderdeel c,
wordt "ten aanzien van" vervangen door "met" en
vervalt "grotendeels
in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband
leefde".
F. [MvT]
Artikel 22 vervalt.
G.
Aan paragraaf 3 van hoofdstuk VIII wordt
een artikel toegevoegd, luidende:
Art. 64a.¹
-1. De artikelen 8, eerste lid, 10,
11 en
22 en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag
vóór inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving, blijven van toepassing op de persoon op wie
een op deze artikelen berustende bepaling werd toegepast op de dag vóór inwerkingtreding
van die wet, voor zolang de toepassing duurt, doch ten
hoogste gedurende twee jaar na de dag waarop die wet in werking is
getreden. In deze periode is artikel 12a
en de daarop berustende
bepalingen niet van toepassing.²
-2. Dit artikel vervalt twee jaar na het
tijdstip van inwerkingtreding.
1. Gelet op het bepaalde in artikel
III, onderdeel C, van de Verzamelwet SZW 2011
juncto het enig artikel, eerste
lid, van het Besluit van 23 december 2010, Stb.
2010, 868, dient volgens de redactie "Art. 64a"
te worden vervangen door:
Art. 64b.
2. Ingevolge het enig
artikel, tweede lid, van het Besluit van 23
december 2010, Stb. 2010, 868 (zie de nota van toelichting),
zal de tweede volzin van artikel
64a, eerste lid, niet meer in werking treden,
red.
Art. XI.
Wijziging van de Algemene nabestaandenwet
De Algemene nabestaandenwet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 10 komt te luiden:
Art. 10.
-1. In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt onder inkomen verstaan het inkomen van de nabestaande
uit arbeid of overig inkomen.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld
in het eerste lid wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat
nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet of niet langer wordt
genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of
nalaten van betrokkene, in aanmerking wordt genomen alsof het wel
volledig wordt genoten.
B. [MvT]
In artikel 18, eerste lid, wordt "het inkomen" vervangen door: inkomen.
C. Vervallen. [MvT]
D. [MvT]
In artikel 51, eerste lid, onderdeel b,
wordt "ten aanzien van" vervangen door "met" en
vervalt "grotendeels
in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij".
E.
Aan hoofdstuk 8 wordt een artikel
toegevoegd, luidende:
Art. 74.¹
-1. De artikelen 10, 18, eerste lid, en
20
en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag vóór inwerkingtreding
van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving, blijven van toepassing op de persoon op wie
deze artikelen en de daarop berustende bepalingen werden toegepast op de
dag vóór inwerkingtreding van die wet, voor zolang de toepassing duurt,
doch ten hoogste gedurende twee jaar na de dag waarop die wet in werking
is getreden.
-2. Dit artikel vervalt twee jaar na het
tijdstip van inwerkingtreding.
1. Gelet op het bepaalde in artikel
II, onderdeel C, van de Verzamelwet SZW 2011
juncto het enig artikel, eerste
lid, van het Besluit van 23 december 2010, Stb.
2010, 868, dient volgens de redactie "Art. 74"
te worden vervangen door:
Art. 74a.
Art. XII.
Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
De Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT
+ bis]
Artikel 8 komt te luiden:
Art. 8.
-1. In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt onder inkomen verstaan:
a. voor de werkloze werknemer en de
echtgenoot: de som van het inkomen uit arbeid of overig inkomen van
hemzelf en zijn echtgenoot;
b. voor de alleenstaande en de
thuiswonende werkloze werknemer: zijn inkomen uit arbeid of overig
inkomen.
-2. In afwijking van het eerste lid wordt
niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende
zes aangesloten ¹ maanden tot 25% van dit inkomen, met een maximum
van €|291,04 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en
dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de
arbeidsinschakeling.
-3. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald wat wordt verstaan onder inkomen uit arbeid of overig
inkomen als bedoeld in het eerste lid. Daarbij kan tevens worden bepaald
dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet of niet langer
wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen
of nalaten van betrokkene, in aanmerking wordt genomen alsof het wel
volledig wordt genoten.
-4.
Onze Minister
herziet het bedrag,
genoemd in het tweede lid, met ingang van een door hem te bepalen dag,
voor zover de ontwikkeling van het in artikel
31, tweede lid, onderdeel o, van de Wet werk en bijstand genoemde bedrag daartoe aanleiding geeft.
B. [MvT]
In artikel 20, eerste lid, aanhef, wordt "uit of in verband met arbeid
inkomen" vervangen door: inkomen.
C.
Aan hoofdstuk VII wordt een artikel
toegevoegd, luidende:
Art. 63e.²
-1. De artikelen 8 en 20, eerste lid, en
de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag vóór inwerkingtreding
van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving, blijven van toepassing op de persoon op wie
een op deze artikelen berustende bepaling werd toegepast op de dag vóór inwerkingtreding
van die wet, voor zolang de toepassing duurt, doch ten
hoogste gedurende twee jaar na de dag waarop die wet in werking is
getreden.
-2. Dit artikel vervalt twee jaar na het
tijdstip van inwerkingtreding.
1. Volgens de redactie
dient "aangesloten" te worden vervangen door: aaneengesloten.
2. Gelet op het bepaalde in artikel X,
onderdeel F, van de Verzamelwet SZW 2011
juncto het enig artikel, eerste
lid, van het Besluit
van 23 december 2010, Stb. 2010, 868, dient volgens de redactie
"Art. 63e" te worden
vervangen door:
Art. 63f.
Art. XIII.
Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
De Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 5, tweede lid, onder 2º
en 3º, wordt "het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs-
of beroepsleven" vervangen door: het inkomen uit arbeid of overig
inkomen.
B. [MvT
+ bis]
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt onder inkomen verstaan:
a. voor de gewezen zelfstandige en de
echtgenoot: de som van het inkomen uit arbeid of overig inkomen van
hemzelf en zijn echtgenoot;
b. voor de alleenstaande gewezen
zelfstandige: zijn inkomen uit arbeid of overig inkomen.
2. Onder vernummering van het derde tot
en met het zesde lid tot vierde tot en met zevende lid wordt een lid
ingevoegd, luidende:
-3. In afwijking van het eerste lid wordt
niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende
zes aangesloten maanden tot 25% van dit inkomen, met een maximum
van €|291,04 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en
dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de
arbeidsinschakeling.
3. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:
-4. Bij algemene maatregel van bestuur
wordt bepaald wat wordt verstaan onder inkomen uit arbeid of overig
inkomen als bedoeld in het eerste lid en in artikel
5, tweede lid.
Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat
gedeeltelijk, niet of niet langer wordt genoten als gevolg van
gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene, in
aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-8.
Onze Minister
herziet het bedrag,
genoemd in het derde lid, met ingang van een door hem te bepalen dag,
voor zover de ontwikkeling van het in artikel
31, tweede lid, onderdeel o, van de Wet werk en bijstand genoemde bedrag daartoe aanleiding geeft.
C.
Aan hoofdstuk VII wordt een artikel
toegevoegd, luidende:
Art. 63b.²
-1. De artikelen 5, tweede lid, en 8 en de
daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden op de dag vóór inwerkingtreding
van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving, blijven van toepassing op de persoon op wie
een op deze artikelen berustende bepaling werd toegepast op de dag vóór inwerkingtreding
van die wet, voor zolang de toepassing duurt, doch
ten hoogste gedurende twee jaar na de dag waarop die wet in werking is
getreden.
-2. Dit artikel vervalt twee jaar na het
tijdstip van inwerkingtreding.
1. Volgens de redactie
dient "aangesloten" te worden vervangen door: aaneengesloten.
2. Gelet op het bepaalde in artikel IX,
onderdeel E, van de Verzamelwet SZW 2011
juncto het enig artikel, eerste
lid, van het Besluit
van 23 december 2010, Stb. 2010, 868, dient volgens de redactie
"Art. 63b" te worden
vervangen door:
Art. 63c.
Art. XIV.
Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen [MvT]
De Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 30, tweede lid, wordt "onderdeel j tot en met n" vervangen door:
"onderdeel j tot en met m" en vervalt "het Reïntegratiefonds, genoemd in
artikel
2.7c Wet
invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen,".
B. [MvT]
Artikel 45, tweede lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt "onderdeel
j
tot en met n" vervangen door: onderdeel j tot en met
m.
2. Onderdeel b vervalt.
C. [MvT]
Artikel 83k wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "artikel
30,
eerste lid, onderdeel b" vervangen door: artikel 30a, eerste lid.
2. Het derde lid vervalt, onder
vernummering van het vierde lid tot derde lid.
Art. XV.
Wijziging van de Zorgverzekeringswet [MvT
+ bis]
Artikel 43 van de Zorgverzekeringswet wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "vastgesteld
bedrag vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het
bijdragebetalingstijdvak" vervangen door: vastgesteld bedrag in een
bijdragebetalingstijdvak.
2. Onder vernummering van het vierde tot
het zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:
-4. Het bedrag, bedoeld in het derde lid,
wordt vastgesteld voor loontijdvakken waarin loon als bedoeld in het
eerste lid, onderdeel a, wordt genoten waarvoor Onze Minister, in
overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
dit nodig acht.
-5. Voor de herleiding van het
loontijdvak, bedoeld in het vierde lid, van één jaar naar een ander
loontijdvak is artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet
op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing.
Art. XVI.
Wijziging van de Wet invoering en financiering Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen [MvT]
De Wet invoering en financiering Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
De artikelen 2.4, derde lid, 2.7c
en
2.9
vervallen.
B. [MvT]
Artikel 2.8 komt te luiden:
Art. 2.8. Overgang
vermogensbestanddelen Reïntegratiefonds
Alle vermogensbestanddelen die door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk
5
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen,
afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de vorm van het
Reïntegratiefonds, bedoeld in artikel 2.7c, zoals dat luidde op de dag
vóór de inwerkingtreding van artikel XVI, onderdeel A, van de Wet
harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, gaan over op
het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 112 van de
Wet
financiering sociale verzekeringen, overeenkomstig door Onze Minister
te
stellen regels.
Art. XVII.
Wijziging van de Verzamelwet
SZW-wetten 2001 [MvT]
De artikelen I en II van de
Verzamelwet SZW-wetten 2001 vervallen.
Art. XVIII.
Wijziging van de Wet inkomensvoorziening
oudere werklozen [MvT]
Artikel 29 van de Wet inkomensvoorziening
oudere werklozen wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"ten aanzien van" vervangen door "met" en vervalt
"grotendeels in de
kosten van het bestaan voorzag en met wie hij".
2. In het vijfde lid wordt na "wordt"
ingevoegd: ambtshalve of.
Art. XIX.
Inwerkingtreding
De artikelen van deze wet treden in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld, en kunnen terugwerken tot en met een in dat besluit te
bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 23 december 2010, Stb. 2010, 868, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2011, met uitzondering van de
bepalingen genoemd in dat besluit. Zie voorts
het enig artikel, onderdeel a,
van het Besluit van 22 februari 2012, Stb.
2012, 80, red.
Art. XX.
Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet
harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving.
Lasten
en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle
ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan
de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 23 december
2010
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp
De Staatssecretaris van Financiën,
F.H.H. Weekers
De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
E.I. Schippers
Uitgegeven de negenentwintigste
december 2010
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|