|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2009-2010, 32 150.
Handelingen II 2009-2010, blz. 6995-7012, 7086.
Kamerstukken I 2009-2010, 2010-2011, 32 150 (A, B, C, D, E).
Handelingen I 2010-2011, nr. 18, blz. 25-31, 45-53.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 26 februari 2011,
Stb. 2011, 111, tot wijziging
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de
Zorgverzekeringswet,
houdende maatregelen tot opsporing en verzekering van personen die
ondanks hun verzekeringsplicht geen zorgverzekering hebben en beperking
van het aantal zorgverzekeringen tot één per verzekeringsplichtige (opsporing en verzekering onverzekerden
zorgverzekering). Inwerkingtreding: 15 maart 2011 (Stb.
2011, 113).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen
lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben,
dat het wenselijk is maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat
personen die in weerwil van hun in de Zorgverzekeringswet opgenomen
verzekeringsplicht geen zorgverzekering hebben, alsnog ingevolge zo’n
verzekering verzekerd raken en dat het wenselijk is te voorkomen dat
één verzekeringsplichtige ingevolge meerdere zorgverzekeringen
verzekerd is;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. De onderdelen a tot en met l worden
verletterd tot onderdelen b tot en met m.
2. Er wordt een onderdeel ingevoegd,
luidende:
a. Sociale verzekeringsbank: de Sociale
verzekeringsbank, genoemd in
artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
3. In onderdeel c (nieuw) wordt
"die
zich overeenkomstig artikel 33 als zodanig heeft aangemeld voor de
uitvoering van deze wet" vervangen door: die deze wet ten aanzien van
de verzekerden wenst uit te voeren en zich overeenkomstig artikel 33
heeft aangemeld.
B. [MvT]
De tweede volzin van artikel 5, vierde
lid, vervalt.
C. [MvT]
Na artikel 5b wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 5c.
De Sociale verzekeringsbank stelt
ambtshalve en, desgevraagd, op aanvraag vast of een natuurlijk persoon
voldoet aan de bij of krachtens de artikelen 5 of
5b vastgestelde
voorwaarden voor het verzekerd zijn ingevolge deze wet.
D. [MvT]
In artikel 33, eerste lid, wordt "Een
zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel
b, van de
Zorgverzekeringswet die deze wet wenst uit te voeren" vervangen door:
Een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel
b, van de
Zorgverzekeringswet die deze wet ten aanzien van de verzekerden wenst
uit te voeren.
E.
In artikel 63, tweede lid, vervalt
"of
een beschikking als bedoeld in artikel 5, derde
lid".
Art.
II. [MvT]
De
Zorgverzekeringswet wordt als volgt
gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 1, onderdeel y, komt te luiden:
y. bestuursrechtelijke premie: de premie, bedoeld in de artikelen
18d en 18e.
B.
[MvT]
Het vierde lid van artikel 3 komt te
luiden:
-4. In afwijking van het eerste lid is een
zorgverzekeraar niet verplicht een zorgverzekering te sluiten met of ten
behoeve van een verzekeringsplichtige:
a. die reeds krachtens een
zorgverzekering verzekerd is; of
b. wiens eerdere zorgverzekering hij of
de verzekeringnemer binnen een periode van vijf jaar gelegen
onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek tot het sluiten van de
verzekering heeft opgezegd of ontbonden wegens:
1º. opzettelijke misleiding door de
verzekeringnemer of de verzekerde; of
2º. het niet betalen van de premie,
bedoeld in artikel 17, vijfde lid.
C.
[MvT]
Artikel 4, eerste lid, komt te luiden:
-1. Degene die een zorgverzekering wenst
te sluiten, vermeldt bij het verzoek daartoe indien de te verzekeren
persoon over één van deze nummers beschikt, diens burgerservicenummer
of, bij het ontbreken daarvan, diens sociaal-fiscaal nummer.
D. Vervallen.
[MvT]
E.
[MvT]
Na paragraaf 2.3 wordt een paragraaf
ingevoegd, luidende:
§ 2.4. Maatregelen gericht op
verzekering van onverzekerden
Art. 9a.
[MvT]
-1. Het College zorgverzekeringen gaat op
basis van vergelijking van bij ministeriële regeling aan te wijzen
bestanden na welke verzekeringsplichtigen in weerwil van hun
verzekeringsplicht niet krachtens een zorgverzekering verzekerd zijn.
-2. Het College zorgverzekeringen zendt
een verzekeringsplichtige als bedoeld in het eerste lid een
schriftelijke aanmaning om zich binnen een termijn van drie maanden, te
rekenen vanaf de datum van verzending van de aanmaning, alsnog op grond
van zo'n verzekering te verzekeren of te laten verzekeren.
-3. De aanmaning bevat een overzicht van
de gevolgen indien betrokkene niet binnen de in het tweede lid genoemde
termijn verzekerd zal zijn.
Art. 9b.
[MvT]
-1. Indien een verzekeringsplichtige aan
wie een aanmaning als bedoeld in artikel 9a
is verzonden, niet binnen
drie maanden na verzending daarvan verzekerd is, legt het College zorgverzekeringen
hem dan wel, indien de verzekeringsplichtige
minderjarig is, degene die het gezag over hem uitoefent een
bestuurlijke boete op.
-2. De hoogte van de boete is gelijk aan
driemaal de tot een maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de
Wet op de zorgtoeslag.
-3. Artikel 5:53, tweede en derde lid, van
de Algemene wet bestuursrecht geldt niet voor de oplegging van de boete,
bedoeld in het eerste lid.
-4. Het College zorgverzekeringen kan de
boete bij dwangbevel invorderen.
-5. Tegelijk met de oplegging van de boete
deelt het College zorgverzekeringen mee wat de gevolgen zullen zijn
indien de verzekeringsplichtige niet binnen een termijn van drie
maanden, te rekenen vanaf de dag van verzending van de beschikking tot
oplegging van de boete, alsnog verzekerd zal zijn.
Art. 9c.
[MvT]
-1. Indien een verzekeringsplichtige aan
wie de boete, bedoeld in artikel 9b, is
opgelegd niet binnen de
termijn, bedoeld in artikel 9b, vijfde lid, alsnog verzekerd is, legt
het College zorgverzekeringen hem dan wel, indien hij minderjarig is,
degene die het gezag over hem uitoefent nogmaals een bestuurlijke boete
op.
-2. Artikel 9b, tweede tot en met vierde
lid, zijn van toepassing.
-3. De boetebeschikking, bedoeld in het
eerste lid, gaat vergezeld van een last, inhoudende dat de
verzekeringsplichtige binnen drie maanden na de verzending van de last
alsnog krachtens een zorgverzekering verzekerd dient te zijn, bij
gebreke waarvan het College zorgverzekeringen artikel
9d zal toepassen.
Art. 9d.
[MvT]
-1. Indien een verzekeringsplichtige aan
wie de bestuurlijke boete en de last, bedoeld in artikel
9c, is opgelegd niet binnen drie maanden na verzending van de beschikking tot
oplegging daarvan alsnog verzekerd is, sluit het College zorgverzekeringen
namens hem een zorgverzekering waarin hij hem
verzekert.
-2. Het College zorgverzekeringen kiest de
zorgverzekeraar waarmee een zorgverzekering als bedoeld in het eerste
lid wordt gesloten, met dien verstande dat het zorgt voor een spreiding
van zorgverzekeringen als bedoeld in dat lid over alle zorgverzekeraars,
naar evenredigheid van het aantal verzekerden bij iedere
zorgverzekeraar.
-3. Indien een zorgverzekeraar
verschillende varianten van de zorgverzekering aanbiedt, sluit het
College zorgverzekeringen een zorgverzekering overeenkomstig de variant
met de laagste premie, maar zonder collectiviteitskorting als bedoeld in
artikel 18 en zonder vrijwillig eigen risico.
-4. Op de last, bedoeld in artikel 9c,
derde lid, en op het uitvoeren van de last als bedoeld in het eerste lid
is afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering
van de artikelen 5:25 en 5:27 tot en met 5:30 van
die wet, van
overeenkomstige toepassing.
-5. Degene die op grond van het eerste lid
door het College zorgverzekeringen verzekerd is, kan de desbetreffende
verzekering gedurende een periode van twee weken, te rekenen vanaf de
datum waarop dat college hem daarvan mededeling heeft gedaan,
vernietigen indien hij jegens dat college alsmede jegens de
zorgverzekeraar bij wie die zorgverzekering is gesloten, aantoont in de
periode, bedoeld in dat lid, reeds krachtens een andere zorgverzekering
verzekerd te zijn geraakt.
-6. In afwijking van artikel 931 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek is een zorgverzekeraar bevoegd een met hem
gesloten verzekeringsovereenkomst wegens dwaling te vernietigen indien
achteraf blijkt dat degene die het College zorgverzekeringen bij hem
verzekerde op dat moment niet verzekeringsplichtig was.
-7. Zo nodig in afwijking van artikel 7
kan, tenzij het vierde lid van dat artikel van toepassing is, een
verzekeringnemer een zorgverzekering als bedoeld in het eerste lid niet
opzeggen gedurende de eerste twaalf maanden waarover deze loopt.
F. [MvT]
De aanduiding "§ 3.3. De premie
en de gevolgen van het niet betalen van de premie" wordt vervangen
door: § 3.3. De premie, de gevolgen van het niet betalen van de
premie en de bestuursrechtelijke premie.
G. [MvT]
Artikel 16, tweede lid, onderdeel b, komt
te luiden:
b. is geen premie verschuldigd over de
periode, bedoeld in artikel 18d, eerste lid, of
18e.
H. [MvT]
De aanduiding "Afdeling 3.3.2. De
gevolgen van het niet betalen van de premie" wordt vervangen door:
Afdeling 3.3.2. De gevolgen van het niet betalen van de premie en de
bestuursrechtelijke premie.
I. [MvT]
Onder verlettering van de artikelen 18e
en 18f tot 18f
en 18g ¹ wordt een artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 18e.
Gedurende de eerste twaalf maanden
waarover een verzekering als bedoeld in artikel
9d loopt, is de
verzekeringnemer vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgende op de
maand waarin hij de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt aan het College zorgverzekeringen
een bestuursrechtelijke premie verschuldigd
die per maand 100% van de tot een maandbedrag herleide standaardpremie,
bedoeld in de
Wet op de zorgtoeslag, bedraagt.
J. [MvT]
Artikel 18g (nieuw) wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "in artikel
18c, eerste lid," vervangen door: in de artikelen
18c, eerste lid, en 18e.
2. In het tweede lid wordt "18e"
vervangen door: 18f.
3. In het derde lid wordt "nadat artikel
18d niet meer op de verzekeringnemer van toepassing is" vervangen door:
nadat artikel 18d of 18e
niet meer op de verzekeringnemer van toepassing
is.
K. [MvT]
De aanduiding "§ 4.2. De
vereveningsbijdrage en de bijdrage voor het verzekerd houden van
wanbetalers" wordt vervangen door: "§ 4.2. De
vereveningsbijdrage en de bijdrage voor het verzekerd houden van
verzekerden voor wier verzekering bestuursrechtelijke premie
verschuldigd is".
L. [MvT]
Artikel 34a, tweede lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. De aanhef komt te luiden: De bijdrage wordt voor het verzekerd
houden van wanbetalers slechts verstrekt, indien de zorgverzekeraar:.
2. In onderdeel b wordt "inpanningen"
vervangen door: inspanningen.
M. Vervallen. [MvT]
N. [MvT]
Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid worden de onderdelen
f en g vervangen door:
f. de bestuurlijke boeten, bedoeld in de
artikelen 9b en 9c, alsmede de bijdragen en bestuurlijke boeten, bedoeld
in artikel 69;
g. de bestuursrechtelijke premies,
bedoeld in de artikelen 18d en 18e;.
2. In het tweede lid, onderdeel i, wordt
", de ingevorderde bestuurlijke boeten als bedoeld in de artikelen 86
tot en met 89 van die
wet, alsmede de ingevorderde bestuurlijke boeten
als bedoeld in artikel 96 van deze wet, nadat deze zijn verminderd met
de in het zesde lid van dat artikel bedoelde vergoeding" vervangen
door: en de ingevorderde bestuurlijke boeten, bedoeld in de artikelen 86
tot en met 89 van die
wet.
O. [MvT]
De aanduiding "§ 6.2. Taken en bevoegdheden" wordt vervangen door:
"§ 6.2. Taken en
bevoegdheden, voor zover niet elders geregeld".
P. [MvT]
Artikel 69 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:
-3. Indien de melding niet is geschied
binnen vier maanden nadat het recht, bedoeld in het eerste lid, is
ontstaan, legt het College zorgverzekeringen degene die de melding had
moeten doen een bestuurlijke boete op ter hoogte van driemaal de tot een
maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de Wet op de
zorgtoeslag.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-8. Artikel 5:53, tweede en derde lid, van
de Algemene wet bestuursrecht geldt niet voor de oplegging van de boete,
bedoeld in het derde lid.
Q.² [MvT]
Hoofdstuk 7 vervalt, waarna hoofdstuk 8
wordt vernummerd tot hoofdstuk 7.³
R. [MvT]
Artikel 86, eerste lid, komt te luiden:
-1. Tenzij de verzekerde daarover niet
beschikt, neemt de zorgverzekeraar met het oog op de uitvoering van de
zorgverzekering en van deze wet het burgerservicenummer of, bij het
ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer van zijn verzekerde en,
gedurende zeven jaren na het einde van de verzekering, van zijn gewezen
verzekerde in zijn administratie op.
S. [MvT]
Hoofdstuk 9 vervalt, waarna de
hoofdstukken 10 tot en met 12 worden vernummerd tot hoofdstukken 8
tot en met 10.²
T. [MvT]
In artikel 116, tweede lid, onderdeel a,
wordt "als bedoeld in artikel 18d,
18e, 18f,
69, 70 of
96" vervangen
door: als bedoeld in artikel 9b, 9c,
18d tot en met 18g, 69 of
70.
1. Volgens de redactie
dient "Onder verlettering van de artikelen 18e
en 18f tot 18f
en 18g" te worden vervangen
door:
Onder vernummering van artikel 18e
en 18f tot artikel
18f
en 18g.
2. Omdat vanwege de vernummering van de hoofdstukken
8 en 10 tot en met 12 niet langer
een aaneensluitende artikelnummering na de artikelen
76 en 93 bestaat, dient volgens de redactie
onderdeel Q te vervallen en dient de tekst van onderdeel
S te worden vervangen door: Hoofdstuk 9
vervalt.
3. Gelet op het bepaalde in artikel 108,
onderdeel E, van de Wet markordening
gezondheidszorg, dient volgens de redactie "Hoofdstuk 7 vervalt, waarna hoofdstuk 8
wordt vernummerd tot hoofdstuk 7"
te worden vervangen door: Hoofdstuk 8
wordt vernummerd tot hoofdstuk 7.
Art.
III. [MvT]
De Wet op de zorgtoeslag wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1, eerste lid, onderdeel e,
wordt "in artikel 18d van de
Zorgverzekeringswet" vervangen door: in
artikel 18d of 18e van de
Zorgverzekeringswet.
B. [MvT]
In artikel 5, tweede lid, wordt "in
artikel 18d van de
Zorgverzekeringswet" vervangen door: in artikel
18d of 18e van de
Zorgverzekeringswet.
Art.
IV. [MvT]
Subonderdeel 4 van onderdeel H van de
bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht
komt te luiden:
-4. Artikel 9a van de
Zorgverzekeringswet,
alsmede artikel 18f, eerste lid, juncto
artikel 18d of artikel
18e van
die wet, voor zover een besluit is genomen over de verschuldigdheid van
de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan.
Art.
V. [MvT]
Onderdeel 22a van onderdeel C van
de bijlage bij de Beroepswet komt te luiden:
22a. De artikelen 9b, 9c,
18f, 18g,
69,
70 en 118a van de
Zorgverzekeringswet, behalve voor zover op grond van
de artikelen 18f, eerste lid, juncto
18d of artikel
18e van die wet een
besluit is genomen over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke
premie of de hoogte daarvan.
Art.
VI. [MvT]
De Wet
18 juli 2009 tot wijziging van
de
Zorgverzekeringswet, de Wet op de zorgtoeslag en enige andere
wetten,
houdende maatregelen om ook wanbetalers voor hun zorgverzekering te
laten betalen (structurele maatregelen wanbetalers
zorgverzekering) (Stb. 2009, 356), wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel IX, eerste lid, vervalt ",
maar in ieder geval binnen twee maanden na inwerkingtreding van deze wet".
B. [MvT]
In artikel X, eerste lid, wordt "in de
artikelen 18e of 18f van de
Zorgverzekeringswet" vervangen door: in de
artikelen 18f of 18g van de
Zorgverzekeringswet.
Art.
VII. [MvT]
Indien het bij koninklijke boodschap van
29 september 2009 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
en de Wet
toelating zorginstellingen in verband met het regelen van de voorwaarden voor
aanspraken op langdurige zorg buiten Nederland en de financiering van
deze aanspraken (Wet AWBZ-zorg buitenland) tot wet is of wordt verheven
en artikel I, onderdeel A, subonderdeel 2 ¹ van
die wet later in werking
treedt dan artikel I van deze wet, wordt in artikel I, onderdeel
A, van die wet "onderdeel d" vervangen door: onderdeel e.
1. Volgens de redactie
dient "subonderdeel 2" te vervallen.
Art.
VIII. [MvT]
Indien het bij koninklijke boodschap van
6 juni 2007 ingediende voorstel van wet houdende aanpassing van de
wetgeving aan en invoering van titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk
Wetboek (Invoeringswet titel 7.13 Burgerlijk Wetboek) tot wet
is of wordt verheven, en artikel 1 van hoofdstuk 7 van die wet later in
werking treedt dan artikel I van deze wet, wordt in artikel 1 van
hoofdstuk 7 van die wet "onderdeel j" vervangen door: onderdeel
k.
Art.
IX. [MvT]
-1. Indien een meerderjarige
verzekeringsplichtige op de datum van inwerkingtreding van dit artikel
krachtens meer dan één zorgverzekering verzekerd is, eindigen deze
zorgverzekeringen, met uitzondering van de eerst gesloten verzekering,
met ingang van die datum.
-2. Indien een minderjarige
verzekeringsplichtige op de datum van inwerkingtreding van dit artikel
krachtens meer dan één zorgverzekering verzekerd is, eindigen deze
zorgverzekeringen, met uitzondering van een door degene of degenen die
het gezag over de minderjarige uitoefent of gezamenlijk uitoefenen
aangewezen zorgverzekering, met ingang van die datum.
-3. Indien het gezag over een minderjarige
door meer dan één persoon gezamenlijk wordt uitgeoefend en deze
personen niet tot een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid komen,
bepaalt de persoon tot wiens huishouden het kind behoort welke
zorgverzekering als enige voor de minderjarige blijft voortbestaan.
Art.
X. [MvT]
-1. Beschikkingen tot oplegging van een
boete als bedoeld in artikel 96 van de
Zorgverzekeringswet, zoals dat
artikel luidde op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding
van dit artikel, worden ingetrokken indien op eerstbedoelde dag tegen
deze beschikkingen nog bezwaar of beroep kon worden ingesteld dan wel
indien op die dag bezwaar of beroep was ingesteld en nog niet op dat
bezwaar of beroep was beslist.
-2. Beschikkingen tot oplegging van een
boete als bedoeld in artikel 69 van de
Zorgverzekeringswet, zoals dat
artikel luidde op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding
van dit artikel, worden herzien indien op eerstbedoelde dag tegen deze
beschikkingen nog bezwaar of beroep kon worden ingesteld dan wel indien
op die dag bezwaar of beroep was ingesteld en nog niet op dat bezwaar of
beroep was beslist, en een boete op grond van dat artikel zoals dat na
inwerkingtreding van artikel II, onderdeel P luidt voor de overtreder
tot een lager boetebedrag leidt dan de opgelegde boete.
Art.
XI. [MvT]
-1. In afwijking van artikel
7:10, eerste
lid, van de Algemene wet bestuursrecht en van
artikel X van de Wet
18 juli 2009 tot wijziging van de
Zorgverzekeringswet, de Wet op de zorgtoeslag
en enige andere wetten, houdende
maatregelen om ook wanbetalers voor hun zorgverzekering te laten betalen
(structurele maatregelen wanbetalers
zorgverzekering) (Stb. 2009, 356), beslist het College zorgverzekeringen
op bezwaren tegen ter uitvoering van artikel
18e van de
Zorgverzekeringswet genomen beschikkingen als bedoeld in de
artikelen 18f of 18g van
die wet, binnen twaalf weken indien het
bezwaarschrift is ontvangen binnen drie jaar na de datum van
inwerkingtreding van artikel II, onderdeel I, van deze wet.
-2. Dit artikel vervalt met ingang van het
vierde jaar na de datum van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel
I, van deze wet, met dien verstande dat het van toepassing blijft ten
aanzien van op dat tijdstip aanhangige bezwaren.
Art.
XIa.
Op beroepen inzake een beschikking als
bedoeld in artikel 5, vierde lid, tweede volzin, van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals die volzin luidde onmiddellijk
voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
B, beslist
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State.
Art.
XII.
Onze Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze
wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de
effecten van deze wet in de praktijk.
Art. XIII.
[MvT
+ bis]
-1. De artikelen van deze wet treden in
werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹
-2. Artikel VI, onderdeel A, werkt terug
tot en met 1 september 2009.
-3. In het koninklijk besluit, bedoeld in
het eerste lid, kan worden bepaald dat artikel II,
onderdeel P en S, en
artikel X terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen
tijdstip.
1. Ingevolge artikel
1, eerste lid, van het Besluit van 26 februari
2011, Stb. 2011, 113, is het tijdstip van inwerkingtreding
bepaald op 15 maart 2011, met uitzondering van artikel
IX,
dat in werking treedt met ingang van 1
mei 2011.
Lasten en bevelen dat deze in het
Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten,
colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 26 februari
2011
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport,
E.I. Schippers
Uitgegeven de achtste maart 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|