|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2010-2011, 32 521.
Handelingen II 2010-2011, nr. 34, blz. 96-108, nr. 36, blz. 101.
Kamerstukken I 2010-2011, 32 521 (A, B, C, D, E).
Handelingen I 2010-2011, nr. 25, item 5 en 7.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 21 april 2011, Stb.
2011, 231, houdende
introductie van een regeling die het mogelijk maakt oudere
belastingplichtigen een tegemoetkoming te verstrekken met het oog op
compensatie van koopkrachtverlies als gevolg van beleidsmaatregelen (Wet
mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen).
Inwerkingtreding: 1 juni 2011 (Stb. 2011,
259).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen
lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben,
dat het wenselijk is een regeling te introduceren die de mogelijkheid
biedt oudere belastingplichtigen een tegemoetkoming toe te kennen ter
compensatie van verlies van koopkracht als gevolg van
beleidsmaatregelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Algemene
bepalingen
Art. 1.
Definities [MvT]
In deze wet en de daarop gebaseerde
bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
b. binnenlandse belastingplichtige: belastingplichtige als bedoeld in artikel
2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
inkomstenbelasting 2001;
c. buitenlandse belastingplichtige: belastingplichtige als bedoeld in artikel
2.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet
inkomstenbelasting 2001 die
aantoont dat ten minste 90% van zijn wereldinkomen, na toepassing van
regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, in Nederland aan de
belastingheffing naar het inkomen is onderworpen;
d. ouderenkorting: heffingskorting als bedoeld in de
artikelen 8.17 van de Wet
inkomstenbelasting 2001 en 22b van de Wet
op de loonbelasting 1964;
e. SVB: de Sociale
verzekeringsbank, genoemd in
hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
Art. 2.
Uitvoering van de wet [MvT]
De SVB is belast met de uitvoering van
deze wet.
HOOFDSTUK
2
Koopkrachtcompensatie
Art. 3.
Tegemoetkoming [MvT]
De binnenlandse of buitenlandse
belastingplichtige die de leeftijd heeft bereikt waarop recht kan
ontstaan op de ouderenkorting heeft recht op een tegemoetkoming. Bij
algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van de tegemoetkoming
vastgesteld en kan worden bepaald in welke gevallen voor het vaststellen
van het recht op tegemoetkoming een ander tijdvak in aanmerking wordt
genomen dan het kalenderjaar van het recht op tegemoetkoming.
Art. 4.
Ontstaan van het recht op de
tegemoetkoming [MvT]
Het recht op de tegemoetkoming ontstaat
van rechtswege op de eerste dag van de maand waarin aan de voorwaarden,
genoemd in artikel 3, eerste lid, is voldaan.
Art. 5.
Betaalbaarstelling van de
tegemoetkoming [MvT]
-1. Indien de SVB
de beschikking heeft
over gegevens op basis waarvan aannemelijk is dat de betrokkene een
binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige is die recht heeft op de
tegemoetkoming, vindt de betaling van de tegemoetkoming plaats zonder
dat dit bij beschikking is vastgesteld en geschiedt deze als regel
maandelijks.
-2. De tegemoetkoming wordt niet betaald
over kalenderjaren met betrekking waartoe de aanvraag, bedoeld in het
vierde lid, niet is ingediend binnen vijf jaar na dat kalenderjaar.¹ De
SVB kan in bijzondere gevallen afwijken van de eerste zin.
-3. Indien blijkt dat de betaling van de
tegemoetkoming ten onrechte achterwege is gebleven, betaalt de SVB de
tegemoetkoming alsnog binnen acht weken nadat de SVB met dit feit bekend
is geworden.
-4. Degene aan wie geen tegemoetkoming
wordt betaald, kan de SVB verzoeken alsnog tot betaling van
tegemoetkoming over te gaan indien aannemelijk is dat hij recht heeft op
de tegemoetkoming. Desgevraagd legt deze persoon nadere, door de SVB te
bepalen bescheiden over. De SVB beslist binnen acht weken na de datum
van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in de eerste zin.
-5. Indien de beslissing niet binnen acht
weken na ontvangst van de aanvraag kan worden genomen, verlengt de SVB
de termijn, genoemd in het vierde lid, met een redelijke termijn en
stelt de SVB de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis.
-6. Indien de tegemoetkoming in het
buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de betaling, in afwijking van
artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet
bestuursrecht, op het
tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser
aangewezen bank wordt gecrediteerd.
-7. Wanneer degene aan wie de
tegemoetkoming zou worden betaald een ander machtigt om de
tegemoetkoming in ontvangst te nemen, onderscheidenlijk een verleende
machtiging intrekt, wordt daaraan gevolg gegeven met ingang van een
betalingstermijn aanvangende na de dag waarop de machtiging wordt
ingediend, onderscheidenlijk waarop van haar intrekking mededeling wordt
gedaan, doch niet later dan de eerste dag van de tweede maand na de dag
van indiening onderscheidenlijk intrekking van de machtiging.
-8. De SVB is bevoegd om de betaling van
de tegemoetkoming te schorsen indien zij van oordeel is of vermoedt dat:
a. niet langer aannemelijk is dat
betrokkene een binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige is die
recht heeft op de tegemoetkoming;
b. betrokkene zijn verplichting op grond
van artikel 11 niet is nagekomen.
1. Volgens de redactie
dient "dat kalenderjaar" te worden vervangen door: het
betreffende kalenderjaar.
Art. 6.
Einde van het recht op de
tegemoetkoming [MvT]
Het recht op tegemoetkoming eindigt met
ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de dag
is gelegen dat niet meer aan de voorwaarden voor het recht op de
tegemoetkoming wordt voldaan. Na het overlijden van de
belastingplichtige eindigt het recht op tegemoetkoming evenwel met
ingang van de dag na dat overlijden.
Art. 7.
Terugvordering van de
tegemoetkoming [MvT]
-1. Tegemoetkoming waarvan door de SVB
is
vastgesteld dat er geen recht op bestond als bedoeld in artikel 3
vordert de SVB terug van de persoon die de tegemoetkoming heeft
ontvangen.
-2. In afwijking van het eerste lid kan de
SVB besluiten:
a. geheel of gedeeltelijk van
terugvordering af te zien indien daarvoor dringende redenen aanwezig
zijn;
b. van terugvordering af te zien indien
het te vorderen bedrag een door Onze Minister vastgesteld bedrag niet te
boven gaat.
-3. Degene van wie wordt teruggevorderd,
is verplicht desgevraagd aan de SVB de inlichtingen te verstrekken die
voor de terugvordering van belang zijn.
-4. De SVB kan het teruggevorderde bedrag
invorderen bij dwangbevel.
-5. De SVB is bevoegd om het
teruggevorderde bedrag te verrekenen met hetgeen de SVB uit hoofde van
de andere door de SVB uitgevoerde wettelijke regelingen aan de
betrokkene verschuldigd is.
Art. 8.
Schuldregeling [MvT]
-1. In afwijking van artikel
7, eerste
lid, kan de SVB, op verzoek van de betrokkene, besluiten gedeeltelijk van
terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien
door medewerking aan een schuldregeling, indien:
a. redelijkerwijs te voorzien is dat de
betrokkene niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden
of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te
betalen;
b. redelijkerwijs te voorzien is dat een
schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige
schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen;
c. de vordering van de SVB wegens
onverschuldigde betaling ten minste zal worden voldaan naar
evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang;
d. een naar het oordeel van de SVB
betrouwbaar voorstel tot schuldregeling is tot stand gekomen door
tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet
op het consumentenkrediet;
e. aannemelijk is dat medewerking aan een
schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en
f. uitdeling in het kader van de
schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet.
-2. Het besluit tot het afzien van
terugvordering of van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten
nadele van de betrokkene gewijzigd, indien:
a. niet binnen twaalf maanden nadat dat
besluit is bekendgemaakt een schuldregeling tot stand is gekomen die
voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid;
b. de betrokkene of zijn wettelijke
vertegenwoordiger zijn schuld aan de SVB niet overeenkomstig de
schuldregeling voldoet; of
c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn
verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een
ander besluit zou hebben geleid.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen met
betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld ten aanzien van
de uitoefening van de bevoegdheid om mee te werken aan schuldregelingen.
Art. 9.
Bevoorrechte vordering [MvT]
Een vordering van de SVB als bedoeld in
de artikelen 7 en 8 is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de
vorderingen uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
Art. 10.
Karakter van de tegemoetkoming [MvT]
-1. De tegemoetkoming is:
a. onvervreemdbaar; en
b. niet vatbaar voor verpanding, belening
of beslag.
-2. Volmacht tot ontvangst van de
tegemoetkoming, onder welke vorm of welke benaming ook door de
belastingplichtige verleend, is steeds herroepelijk.
-3. Elk beding strijdig met enige bepaling
van dit artikel is nietig.
HOOFDSTUK
3
Informatieverplichting
en bestuurlijke boete
Art. 11.
Informatieverplichting [MvT]
Een ieder die de tegemoetkoming ontvangt,
deelt aan de SVB desgevraagd of uit eigen beweging onverwijld alle
feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet
zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op een tegemoetkoming.
Art. 12.
Bestuurlijk boete [MvT]
-1. Indien aan het niet naleven van
artikel 11 te wijten is dat ten onrechte tegemoetkoming is uitbetaald,
is de SVB bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen van ten hoogste
100% van het op grond van artikel 7, eerste lid, terug te
vorderen bedrag.
-2. De bevoegdheid tot het opleggen van de
boete, genoemd in het eerste lid, vervalt door verloop van vijf jaren na
het einde van het kalenderjaar waarin de SVB bekend was of
redelijkerwijs had kunnen zijn met het niet naleven van artikel
11.
-3. Wanneer degene die de tegemoetkoming
ontvangt of heeft ontvangen bepaalde informatie op een later tijdstip
verstrekt dan bedoeld in artikel 11 maar voordat hij weet of
redelijkerwijs kon vermoeden dat de informatie bij de SVB bekend is,
legt de SVB geen bestuurlijke boete op.
HOOFDSTUK
4
Financiering
en verantwoording
Art. 13.
Financiering en verantwoording
uitvoering door de SVB [MvT]
-1. Onze Minister
verstrekt jaarlijks ten
laste van ’s Rijks kas aan de SVB een uitkering voor de lasten van de
door de SVB uitbetaalde tegemoetkomingen, bedoeld in artikel
3, eerste
lid, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten.
-2. De SVB verantwoordt de lasten van de
tegemoetkomingen en uitvoeringskosten afzonderlijk.
-3. Hoofdstuk 8 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing
voor begroting, beheer en verantwoording door de SVB van de uitvoering
van deze wet.
-4. Bij ministeriële regeling kunnen
regels worden gesteld voor de berekening van het bedrag van de uitkering
en de daarvoor noodzakelijke gegevens.
HOOFDSTUK
5
Wijziging
andere wetten
Art. 14.
Wijziging van de Algemene
Ouderdomswet [MvT]
Hoofdstuk III, paragraaf 4, van de
Algemene Ouderdomswet vervalt.
Art. 15.
Wijziging van de Wet werk en
bijstand [MvT]
Artikel 31, tweede lid, van de Wet werk
en bijstand wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel p ¹ komt te luiden:
p.¹ een tegemoetkoming als bedoeld in
artikel 29a van de Algemene
nabestaandenwet;.
2. Onder vervanging van de punt aan het
slot van onderdeel u ² door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd,
luidende:
v.² een tegemoetkoming op grond van
artikel 3 van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere
belastingplichtigen.
1. Volgens de redactie
dient "p" te worden vervangen door: o.
2. Volgens de redactie dient "u" te worden
vervangen door "t" en dient "v" te
worden vervangen door: u.
Art. 16.
Wijziging van de Wet
financiering sociale verzekeringen [MvT]
Artikel 83, tweede lid, van de Wet
financiering sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel c vervalt.
2. De puntkomma aan het slot van
onderdeel b wordt vervangen door een punt.
Art. 17.
Wijziging van de Wet op de
huurtoeslag [MvT]
De Wet op de
huurtoeslag wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 14, tweede lid, wordt "het
bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel
33b van de Algemene Ouderdomswet" vervangen door: het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld
in artikel 3 van de Wet mogelijkheid
koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen.
B. [MvT]
In artikel 17, eerste lid, onderdeel c
en d, wordt "de tegemoetkoming, bedoeld in artikel
33b van die wet"
vervangen door: de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3 van de
Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen.
Art. 18.
Wijziging van de Algemene
nabestaandenwet [MvT]
In artikel 29a, vijfde lid, van de
Algemene nabestaandenwet wordt "die recht heeft op een tegemoetkoming
als bedoeld in artikel 33b van die
wet" vervangen door: die recht heeft
op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de
Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen.
HOOFDSTUK
6
Slotbepalingen
Art. 19.
Bezwaar en beroep [MvT]
-1. Hoofdstuk V van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op beschikkingen als
bedoeld in het tweede lid.
-2. Voor de overeenkomstige toepassing van
hoofdstuk V van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen is een
beschikking die is genomen op grond van deze wet voor bezwaar vatbaar.
Art.
20. Inwerkingtreding [MvT]
Deze wet treedt in werking op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 24 mei 2011, Stb. 2011, 259, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juni 2011, red.
Art. 21.
Citeertitel [MvT]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet
mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen.
Lasten en bevelen dat deze in het
Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten,
colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 21 april 2011
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp
Uitgegeven de twintigste mei 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|