Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  INTERBESTUURLIJK  TOEZICHT  GEMEENTELIJKE  INKOMENS-  EN  WERKVOORZIENINGEN

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2009-2010, 32 453

Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en enige andere wetten in verband met het afschaffen van specifiek interbestuurlijk toezicht (Wet interbestuurlijk toezicht gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Huidig interbestuurlijk toezicht Wet werk en bijstand
3 Wwb en kabinetsstandpunt-Oosting
4 Interbestuurlijk toezicht kleine inkomensvoorzieningen SZW
5 Interbestuurlijk toezicht Wet sociale werkvoorziening
6 Gevolgen voor de taak van IWI in de Wet SUWI
7 Informatiearrangement
8 HeroriŽntatie verantwoordelijkheid Minister van SZW
9 Adviezen
xArtikelsgewijs
xx Artikelen I t/m VIII
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding

 
     In de relatie met medeoverheden is het beleid van het kabinet gericht op het realiseren van minder bestuurlijke drukte en een effectiever optreden van de overheid als geheel. Ruimte voor differentiatie en maatwerk en een andere wijze van regelgeving, controle en toezicht zijn voornemens die hierbij horen. In dit kader is in 2006 de Commissie Doorlichting Interbestuurlijke Toezichtarrangementen ingesteld, onder voorzitterschap van de heer Oosting. Mede op basis van de doorlichting van een aantal specifieke toezichtsarrangementen, waaronder die van de Wet werk en bijstand, heeft de commissie-Oosting eind 2007 voorstellen gedaan tot vergaande vermindering van het aantal specifieke toezichtsarrangementen. In haar rapport "Van specifiek naar generiek" oordeelt de commissie dat - gelet op de gelijkwaardige positie van Rijk, provincies en gemeenten en de doorgevoerde dualisering - alle specifieke interbestuurlijke toezichtarrangementen afgeschaft kunnen worden, op enkele uitzonderingen na. Bij brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 april 2008 is de kabinetsreactie op het rapport
"Van specifiek naar generiek" aan de Tweede Kamer aangeboden.Ļ Het kabinet vindt het rapport van de commissie-Oosting zeer waardevol, omdat het aansluit bij de weg van decentralisatie die het kabinet heeft ingeslagen. Decentrale overheden zijn autonome bestuurslagen met een eigen positie in ons rblz.|2| bestuurlijk bestel. Dat vraagt om vertrouwen en niet te ingewikkelde interbestuurlijke omgangsvormen. Dat betekent ook niet onnodig ingrijpen in de beleidsvrijheid van medeoverheden. Niet vooraf en ook niet achteraf door middel van te veel specifiek toezicht. Om die reden heeft het kabinet aangegeven dat

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x