|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2009-2010, 2010-2011,
32 467.
Handelingen II 2010-2011, nr. 67, item 2 en 4, nr. 72, item 18, nr. 75,
item 13.
Kamerstukken I 2010-2011, 2011-2012, 32 467 (A, B, C, D, E, F, G)
Handelingen I 2011-2012, nr. 7, item 2 en 7, nr. 8, item 3.
WET van 24 november 2011,
Stb. 2011, 573, houdende de oprichting van het College
voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de
mens). Inwerkingtreding: nog niet in werking getreden.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om met het oog op de bescherming van de rechten van de
mens, waaronder het recht op gelijke behandeling, en het bevorderen van
de naleving daarvan in Nederland en mede ter uitvoering van Resolutie A/RES/48/134
van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 20 december 1993
inzake nationale instituten voor de bevordering en bescherming van de
rechten van de mens, Aanbeveling R (97) 14 van het Comité van ministers
van de Raad van Europa van 30 september 1997 inzake de oprichting van
onafhankelijke nationale mensenrechteninstituten, Richtlijn nr.
2000/43/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 juni 2000, houdende
toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen
ongeacht ras of etnische afstamming (PbEG L 180), Richtlijn nr.
2004/113/EG van de Raad van de Europese Unie van 13 december 2004,
houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen
en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PbEU
L 373), en Richtlijn nr. 2006/54/EG van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van
het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en
vrouwen in arbeid en beroep (herschikking) (PbEU L 204), een
nationaal mensenrechteninstituut op te richten, dat tevens is belast met
de bescherming van het recht op gelijke behandeling en dat het mede in
verband met artikel 79 van de Grondwet
noodzakelijk is daartoe wettelijke bepalingen vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de Algemene wet
bestuursrecht relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
5
Wijziging
van andere wetten
Art.
32.
Onderdeel 2 van onderdeel B van de bijlage
bij de Algemene wet bestuursrecht komt te luiden:
2. Wet College voor de rechten van de mens, met uitzondering van de
artikelen 14 tot en met 18.
HOOFDSTUK
6
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
39.
-1. De artikelen van deze wet treden in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.
-2. Voor zover de artikelen 15 en 16 eerder
in werking treden dan artikel 1, neemt de Commissie
gelijke behandeling voor de toepassing van de artikelen 15, derde
lid, en 16, tweede en derde lid, de plaats in van het College tot het
tijdstip van inwerkingtreding van artikel 1.
Art.
40.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet College voor de rechten van de mens.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
24 november 2011
BEATRIX
De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.P.H. Donner
De Minister van
Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
Uitgegeven de zesde
december 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|