|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2010-2011, 32 788
Wijziging
van de Zorgverzekeringswet in verband met de verhoging van het verplicht
eigen risico
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING (Herdruk) |
Algemeen
Per 1 januari 2008 is voor verzekerden
van 18 jaar of ouder een verplicht
eigen risico ingevoerd in de
Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw). Dit
bedrag was vastgesteld op €|150,- en is
sindsdien jaarlijks geïndexeerd. Voor
2011 is het bedrag vastgesteld op €|170,-.¹
1. Regeling van de Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 november 2010,
Z/VU-3032705, houdende vaststelling van het maximumbedrag aan eigen
risico 2011, wijziging van de Regeling
zorgverzekering in verband met indexering van een eigen
bijdragebedrag en wijziging van de Regeling van 14 juli 2010, Stcrt.
2010, 11513 (Stcrt. 2010, 18501).
Voorgesteld wordt met ingang van 1
januari 2012 dit bedrag aan verplicht
eigen risico met €|40,- te
verhogen.¹
Het voornemen hiertoe is reeds
aangekondigd in het regeerakkoord en in
het gedoogakkoord die ten grondslag
liggen aan het huidige kabinet, alsmede
in de begroting van het ministerie van
VWS 2011.² ³ De
verhoging van het eigen risico acht het
kabinet noodzakelijk in het kader van de
beheersing van de collectieve
zorguitgaven. De kosten die gemoeid zijn
met de zorg lopen onevenredig op en
moeten beter worden beheerst.
1. De verhoging van het
verplicht eigen risico staat los van de effecten van de indexatie die
jaarlijks in het najaar plaatsvindt.
Redactie: Ingevolge artikel 1 van de Regeling
van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport van 13 december 2011, houdende vaststelling van het
maximumbedrag aan eigen risico 2012, is het verplicht eigen risico met
ingang van 1 januari 2012 verhoogd naar €|220,00
per kalenderjaar.
2. Verdiepingsbijlage bij de Begroting van
VWS, artikel 99, Kamerstukken II,
2010-2011, 32 500 XVI, nr. 2, blz. 197.
3. Bijlage II (financieel kader) onder Intensiveringen (Zorg), blz. 21,
bij het regeerakkoord VVD-CDA
alsmede het gedoogakkoord VVD, PVV en
CDA.
Koopkrachteffecten
Door de verhoging van het verplicht
eigen risico met €|40,- komt het bedrag
dat een verzekerde van 18 jaar of ouder
gemiddeld werkelijk extra voor eigen
rekening moet nemen (verder te noemen:
gemiddeld eigen risico) ongeveer €|23,-
hoger uit.
Verzekerden
van 18 jaar of ouder met
meerjarige, onvermijdbare zorgkosten of
die in een instelling voor AWBZ-zorg
verblijven (de chronisch zieken en
gehandicapten) kunnen, omdat zij
jaarlijks voorspelbaar het eigen risico
volmaken overeenkomstig artikel
118a Zvw, recht op een compensatie van het
eigen risico (hierna: CER) hebben. Met
de CER-uitkering wordt het gemiddelde
eigen risico voor deze groep
teruggebracht naar het niveau van de
gemiddelde gezonde Nederlander. Ervan
uitgaande dat de stijging van het
gemiddelde eigen risico voor gezonde
verzekerden €|20,- bedraagt en voor
verzekerden met recht op een
CER-uitkering €|40,-, zal de verhoging
van het verplicht eigen risico leiden
tot een stijging van de CER-uitkering
met ongeveer €|20,- (namelijk €|40,- – €|20,-).
rblz.|2|
Verzekeraars
ontvangen als gevolg van de voorgestelde
maatregel gemiddeld per verzekerde
ongeveer €|23,- meer aan eigen risico.
Als gevolg van de hogere kosten in
verband met de stijging van de CER-uitkering zal de
bijdrage die verzekeraars uit het
Zorgverzekeringsfonds ontvangen echter
worden beperkt. Per saldo zullen de
verzekeraars naar verwachting ongeveer €|20.- meer ontvangen dan zonder deze
maatregel. De verzekeraars zullen
daardoor de nominale premie gemiddeld
circa €|20,- lager vaststellen dan ze
zonder deze maatregel zullen doen.
De
gemiddelde gezonde verzekerde wordt dus
geconfronteerd met enerzijds een
verhoging van zijn eigen risico met
ongeveer €|20,-, maar anderzijds wordt
zijn nominale premie naar verwachting €|20,- minder hoog dan hij zonder de
verhoging van het eigen risico zou zijn
geweest.
Wat
betreft de chronisch zieken en
gehandicapten zal de stijging van de
CER-uitkering met ongeveer €|20,- en de
daling van zijn nominale premie met
hetzelfde bedrag een volledige
compensatie bieden voor de stijging van
het eigen risico met €|40,-.
Geconcludeerd
kan worden dat de voorgestelde maatregel
zowel voor de gemiddelde gezonde
verzekerde als de chronisch zieke en
gehandicapte verzekerde nagenoeg geen
koopkrachteffecten oplevert. De groepen
waar beperkte effecten optreden zijn
gezonde verzekerden die (vrijwel) geen
ziektekosten maken (zij gaan er iets op
vooruit; maximaal €|20,-) en gezonde
verzekerden die hogere dan gemiddelde
ziektekosten maken (deze groep gaat er
iets op achteruit; maximaal €|20,-).
Zorgtoeslag
De
zorgtoeslag verandert door deze
maatregel niet. De hoogte van de
zorgtoeslag wordt mede bepaald door de
standaardpremie. Die bestaat uit de
gemiddelde nominale premie plus het
gemiddeld eigen risico van een gezonde
Nederlander. Die standaardpremie zal
door deze maatregel niet veranderen
omdat - zoals hierboven geschetst - de nominale premie evenveel daalt als
het gemiddeld eigen risico van gezonde
verzekerde stijgt.
Financiële
paragraaf
De
jaarlijkse budgettaire opbrengst van de
verhoging van het verplicht eigen risico
wordt geraamd op €|260 miljoen. In
deze opbrengst is rekening gehouden met
een gering gedragseffect. Daarbij is
rekening gehouden met extra uitgaven in
verband met de CER.
Administratieve
lasten
De
uitvoeringslasten van de
zorgverzekeraars zullen niet of
nauwelijks wijzigen aangezien de
systematiek van de uitvoering niet
wijzigt, maar uitsluitend een verhoging
van het bedrag wordt ingevoerd.
Relatie
met de BES-eilanden
Op
de BES-eilanden [Bonaire, Sint Eustatius
en Saba, red.] is geen eigen risico in
de ziektekostenverzekering ingevoerd. In
dit wetsvoorstel behoeft dan ook geen
rekening te worden gehouden met de
BES-eilanden.
De
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
E.I. Schippers
|