|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2011-2012, 33 015.
Handelingen II 2011-2012, nr. 22, item 12, nr. 23, item 19.
Kamerstukken I 2011-2012, 33 015 (A, B, C).
Handelingen I 2011-2012, nr. 9, item 5.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 1 december 2011, Stb.
2011, 618, tot wijziging
van enkele wetten van het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2012). Inwerkingtreding: 1
januari 2012 (Stb. 2011, 619).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om enige wijzigingen in de wetgeving
op het terrein van het ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid aan te brengen;
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van
de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I. Algemene Kinderbijslagwet
[MvT]
De Algemene Kinderbijslagwet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 12 wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-3. De kinderbijslag op grond van het
tweede lid, onderdeel b en c, wordt betaald zonder dat dit bij
beschikking is vastgesteld.
B. [MvT]
In artikel 24c, eerste lid, onderdeel d,
wordt "betrouwbare schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar
voorstel voor een schuldregeling.
C. [MvT]
In artikel 24d vervalt "van deze wet"
en wordt "uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
D. [MvT]
In artikel 29c, tweede lid, vervalt "of vierde".
Art. II. Algemene nabestaandenwet
[MvT]
De Algemene nabestaandenwet wordt als
volgt gewijzigd:
0A.¹
Aan artikel 18 wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-3. In afwijking van het tweede lid wordt
in de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd heeft bereikt
het brutominimumloon, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a,
vermenigvuldigd met de factor X/Y, waarbij:
- X staat voor het aantal dagen gelegen
in de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt, voordat
de nabestaande deze leeftijd heeft bereikt; en
- Y staat voor het aantal dagen van de
maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.
A. [MvT]
In artikel 32a, vijfde lid, onderdeel b,
wordt "in de Nederlandse Antillen of Aruba" vervangen door: in Aruba,
Curaçao, Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint
Eustatius en Saba.
B. [MvT]
Artikel 55a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel d, wordt "betrouwbare
schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar voorstel voor
een schuldregeling.
2. In het tweede lid en derde lid,
onderdeel b, wordt "artikel 49 of
37" vervangen door: artikel 49 of
57.
C. [MvT]
In artikel 55b vervalt "van deze wet"
en wordt "uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
D. [MvT]
In artikel 63a, derde lid, onderdeel b,
wordt "Onze Minister voor
Ontwikkelingssamenwerking" vervangen door:
Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
E.¹
Aan artikel 67 wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-12. In afwijking van het tweede lid wordt
in de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd heeft bereikt
het brutominimumloon, bedoeld in het tweede lid, vermenigvuldigd met de
factor X/Y, waarbij:
- X staat voor het aantal dagen gelegen
in de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt, voordat
de nabestaande deze leeftijd heeft bereikt; en
- Y staat voor het aantal dagen van de
maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.
1. Artikel
II, onderdeel 0A en E, treedt in werking op een
nader te bepalen tijdstip. Bij Besluit
van 8 maart 2012, Stb. 2012, 109, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel
II, onderdeel 0A en E,
bepaald op 1 april 2012, red.
Art. III. Algemene Ouderdomswet
[MvT]
De Algemene Ouderdomswet wordt als volgt
gewijzigd:
0A.¹
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-2. In afwijking van het eerste lid wordt
in de maand waarin de pensioengerechtigde of de echtgenoot van de
pensioengerechtigde de 65-jarige leeftijd heeft bereikt het
brutominimumloon, bedoeld in het eerste lid, onder 1º, vermenigvuldigd
met de factor X/Y, waarbij:
- X staat voor:
a. het aantal dagen gelegen in de maand
waarin de pensioengerechtigde de 65-jarige
leeftijd bereikt, vanaf de dag dat de pensioengerechtigde deze leeftijd
heeft bereikt; of
b. het aantal dagen gelegen in de maand
waarin de echtgenoot van de pensioengerechtigde de 65-jarige leeftijd
bereikt, voordat de echtgenoot deze leeftijd heeft bereikt; en
- Y staat voor het aantal dagen van de
maand waarin de pensioengerechtigde of de echtgenoot van de
pensioengerechtigde de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.
A. [MvT]
Artikel 18, eerste lid, onderdeel c, komt
te luiden:
c. bij ontstentenis van de in de
onderdelen a en b bedoelde personen, aan degenen met wie de overledene
in gezinsverband leefde.
B. [MvT]
In artikel 25, eerste lid, onderdeel d,
wordt "betrouwbare schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar
voorstel voor een schuldregeling.
C. [MvT]
In artikel 25a vervalt "van deze wet"
en wordt "uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
D. [MvT]
In artikel 35, derde lid, onderdeel b,
wordt "Onze Minister voor
Ontwikkelingssamenwerking" vervangen door:
Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
1. Artikel
III, onderdeel 0A, treedt in werking op een nader te bepalen
tijdstip. Bij Besluit
van 8 maart 2012, Stb. 2012, 109, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel
III, onderdeel 0A, bepaald op 1
april 2012, red.
Art. IV. Arbeidsgeschillenwet 1946 BES
[MvT]
De Arbeidsgeschillenwet 1946 BES wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 3a wordt "een bij algemene
maatregel van bestuur te bepalen termijn" vervangen door: een door Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te bepalen termijn.
B. [MvT]
Artikel 3b wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "in een bij
een ter uitvoering van dit lid uitgevaardigde algemene maatregel van
bestuur genoemd bedrijf" vervangen door "in een bij ministeriële
regeling genoemd bedrijf" en wordt "die algemene maatregel van
bestuur" vervangen door: die regeling.
2. In het tweede lid wordt "een bij
algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn" vervangen door: een
door Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te bepalen
termijn.
C. [MvT]
Artikel 15 komt te luiden:
Art. 15.
-1. Aan de bemiddelaars, de buitengewone
bemiddelaars en het hun toegevoegde personeel kan Onze
Minister een
schadeloosstelling toekennen voor door hen verrichte werkzaamheden.
-2. Aan de bijzondere bemiddelaars,
bedoeld in artikel 8, en de hun toegevoegde commissieleden kan Onze
Minister een schadeloosstelling toekennen.
Art. V. Arbeidsomstandighedenwet
[MvT]
De Arbeidsomstandighedenwet
wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 9, eerste lid, vervalt "schriftelijk".
B. [MvT]
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid wordt een zin
toegevoegd, luidende: De Kaderwet
zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing op aangewezen instellingen als bedoeld in de
eerste zin.
2. Het negende lid vervalt.
Art. VI. Cessantiawet BES
[MvT]
In artikel 2, tweede lid, van de
Cessantiawet BES wordt "de eerste dag waarop de werknemer ziek is
geworden" vervangen door: de dag waarop de dienstbetrekking is
geëindigd.
Art. VII. Toeslagenwet
[MvT]
De Toeslagenwet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 21, eerste lid, onderdeel d,
wordt "betrouwbare schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar
voorstel voor een schuldregeling.
B. [MvT]
In artikel 21a vervalt "van deze wet"
en wordt "uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
Art. VIII. Werkloosheidswet
[MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Het in de Wet van 23 december 2010 tot
wijziging van enkele wetten als gevolg van de uitbreiding van de
socialeverzekeringsplicht voor personen die werkzaam zijn op het Nederlands
deel van het continentaal plat (Wet sociale verzekeringen continentaal
plat) (Stb. 2011, 9) aan artikel 1, eerste lid, toegevoegde onderdeel
dat luidt: "m. continentaal plat: de exclusieve economische zone van
het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet
instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale
zee van Nederland" wordt verletterd zodat de letteraanduiding van het
onderdeel alfabetisch aansluit op het laatste onderdeel van het eerste
lid.
B. [MvT]
Artikel 16, negende lid, komt te luiden:
-9. In afwijking van het eerste lid is
gedurende de periode dat de voor de werknemer rechtens geldende
opzegtermijn langer duurt dan de opzegtermijn, bedoeld in artikel
64,
eerste lid, onderdeel b, tevens werkloos de werknemer die recht heeft op
onverminderde doorbetaling van loon en waarvan de werkgever dit loon
niet voldoet omdat hij verkeert in een toestand als bedoeld in artikel
61.
C. [MvT]
Artikel 24, zevende lid, komt te luiden:
-7. Het tweede en zesde lid zijn van
overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste lid, onderdeel b, onder
3º, waarbij voor de overeenkomstige toepassing van het tweede
lid, onderdeel b, voor "de dienstbetrekking is beëindigd" mede wordt
gelezen: de arbeid is beëindigd of niet voortgezet.
D. [MvT]
In artikel 25 wordt "tweede zin"
vervangen door: derde zin.
E. [MvT]
Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Het UWV weigert de uitkering blijvend
over het aantal uren waarover het recht op uitkering niet zou zijn
ontstaan of zou zijn geëindigd, ter zake van het niet nakomen door de
werknemer van een verplichting als bedoeld in artikel
24, eerste lid,
onderdeel a of onderdeel b, onder 3º, tenzij het niet nakomen van de
verplichting de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten.
In dat geval weigert het UWV de uitkering niet over de volledige duur
van de uitkering, doch over ten hoogste een periode van 26 weken over de
helft van het aantal uren waarover het recht op uitkering zou zijn
geëindigd of niet zou zijn ontstaan.
2. In het zevende lid wordt "artikel
26,
eerste lid, onderdeel a, b of d" vervangen door:
artikel 26, eerste
lid, onderdeel b of d.
F. [MvT]
In artikel 36c, eerste lid, onderdeel d,
wordt "betrouwbare schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar
voorstel voor een schuldregeling.
G. [MvT]
In artikel 36d vervalt "van deze wet"
en wordt "uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
H. [MvT]
In artikel 53, eerste lid, onderdeel b, wordt "Onze
Minister voor Ontwikkelingssamenwerking" vervangen door: Onze
Minister van Buitenlandse Zaken.
I. [MvT]
Aan artikel 62, tweede lid, eerste zin,
wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: dan wel een vergoeding voor de
verrichte werkzaamheden aan die werkgever.
Art. IX. Wet
algemene weduwen- en wezenverzekering BES [MvT]
In artikel 11, derde lid, van de Wet
algemene weduwen- en wezenverzekering BES wordt "derde lid" vervangen
door: eerste lid.
Art. X. Wet arbeid en zorg
[MvT]
De Wet arbeid en zorg wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 3:11 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te
luiden:
a. de vermoedelijke datum van bevalling;.
2. Onder vernummering van het tweede en
derde lid tot derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd,
luidende:
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan de werkgever, uiterlijk binnen één jaar na
het tijdstip waarop de uitkering geëindigd is, een verklaring vragen
van een arts of verloskundige over de vermoedelijke datum van bevalling,
welke is opgemaakt uiterlijk twee weken vóór de datum van ingang van het
zwangerschapsverlof onderscheidenlijk twee weken vóór de datum waarop de
vrouwelijke werknemer het recht op uitkering wil laten ingaan.
B. [MvT]
Artikel 3:12 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Artikel
3:11, eerste lid, tweede volzin, is van toepassing" vervangen door:
Artikel 3:11, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, is van
overeenkomstige toepassing.
2. In het tweede lid wordt "Artikel
3:11, tweede lid, tweede en derde volzin" vervangen door: Artikel
3:11, derde lid, tweede en derde volzin.
C. [MvT]
In artikel 3:13, derde lid, wordt "artikel
71, onderdeel d" vervangen door: artikel
71, onderdeel
c.
D. [MvT]
In artikel 3:14, derde lid, vervalt "42,".
E. [MvT]
Artikel 3:16 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel h, wordt "56" vervangen door:
55.
2. In het derde lid wordt "zijn op"
vervangen door "is op", wordt "de artikelen 43 en
56" vervangen door
"artikel 43" en vervalt de tweede volzin.
Art. XI. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen [MvT]
De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 38, vierde lid, vervalt de
tweede zin.
B. [MvT]
In artikel 58 vervalt het vierde lid,
onder vernummering van het vijfde tot en met zevende lid tot vierde tot
en met zesde lid.
C. [MvT]
In artikel 65a, eerste lid, onderdeel d,
wordt "betrouwbare schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar
voorstel voor een schuldregeling.
D. [MvT]
In artikel 65b vervalt "van deze wet"
en wordt "uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
Art. XII. Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES
[MvT]
De Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten
BES wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 3, eerste lid, wordt "benoemd" vervangen door: ingesteld.
B. [MvT]
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "de
arbeidsovereenkomst te beëindigen" vervangen door: de
arbeidsovereenkomst te beëindigen door deze op te zeggen.
2. Het derde lid komt te luiden:
-3. Onze Minister besluit binnen twee
weken na ontvangst van het advies van de commissie, bedoeld in artikel
3, doch in ieder geval binnen acht weken na ontvangst van het verzoek
tot toestemming tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. De
termijn van acht weken kan worden verlengd indien bijzondere
omstandigheden dit noodzakelijk maken.
C. [MvT]
Artikel 7 komt te luiden:
Art. 7.
-1. Handelingen in strijd met de artikelen
4, eerste lid, en 5, vierde lid, zijn vernietigbaar.
-2. De werknemer kan deze
vernietigbaarheid inroepen gedurende zes maanden na de opzegging die
gericht is op beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
Art. XIII. Wet financiering sociale verzekeringen
[MvT]
De Wet financiering sociale verzekeringen
wordt als volgt gewijzigd:
0A.
Aan artikel 16, derde lid, wordt, onder
vervanging van de punt na onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel
toegevoegd, luidende:
c. wachtgeld als bedoeld in artikel 6,
vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet.
A. [MvT]
Aan artikel 40 wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-17.¹ Bij algemene maatregel van bestuur
kan worden bepaald dat de toestemming, bedoeld in het negende lid,
eerste zin, en de beëindiging, bedoeld in het tiende lid, onderdeel b,
uitsluitend wordt verleend onderscheidenlijk plaatsvindt met ingang van
1 januari van enig jaar. Bij regeling van Onze Minister, in
overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kan in bijzondere
omstandigheden de termijn van dertien weken, bedoeld in het negende lid,
eerste zin, en het tiende lid, onderdeel b, worden ingekort.
B. [MvT]
In artikel 45 wordt na "een gemeente"
toegevoegd: of een bestuur van een openbaar lichaam ingevolge een
gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel
1, tweede lid, van de
Wet sociale werkvoorziening.
C. [MvT]
In artikel 47, eerste lid, aanhef, wordt "de
artikelen 27 en 31 verschuldigde premies en de door hem op grond
van afdeling 4" vervangen door: afdeling 2 en de door hem op grond van
de afdelingen 3 en 4.
D. [MvT]
In artikel 48, eerste lid, wordt "en derde" vervangen door: en tweede.
E. [MvT]
In artikel 49, eerste lid, aanhef, wordt "de
artikelen 27 en 31 verschuldigde premies en de door hem op grond
van afdeling 4" vervangen door: afdeling 2 en de door hem op grond van
de afdelingen 3 en 4.
F. [MvT]
Artikel 61, zevende lid, komt te luiden:
-7. De SVB registreert de schuldige
nalatigheid van de premieplichtige. Indien bij de SVB ten tijde van de
registratie geen actueel adres van de premieplichtige bekend is, gaat de
termijn van vier weken, genoemd in het vierde lid, in op de datum van
registratie.
G. [MvT]
In artikel 90, tweede lid, onderdeel d, wordt "Onze
Minister van Justitie" vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
H. [MvT]
In artikel 107, onderdeel h, wordt "derde en vierde lid" vervangen door: derde, vierde en zesde lid.
I. [MvT]
In artikel 108, eerste lid, onderdeel g,
wordt "derde en vierde lid" vervangen door: derde, vierde en zesde
lid.
J. [MvT]
In artikel 115, eerste lid, vervalt
onderdeel l.
K. [MvT]
De artikelen 122ab, 122ac,
122f en 125a
vervallen.
L. Vervallen. [MvT]
1. Volgens de redactie
dient de aanduiding "-17." te worden vervangen door: -16.
Art. XIV. Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen [MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel h, wordt "Onze
Minister voor Wonen, Wijken en Integratie" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In het eerste lid, onderdeel i, wordt "Onze
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit" vervangen
door: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie.
3. In het eerste lid, onderdeel j, wordt "Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit" vervangen
door: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
4. In het eerste lid, onderdeel k, wordt "Onze
Minister van Justitie" vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
5. In het eerste lid, onderdeel o, wordt "Onze Minister voor Wonen, Wijken en
Integratie" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
6. In het elfde lid wordt "Onze Minister
van Justitie" vervangen door: Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
B. [MvT]
Artikel 48, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel h wordt "Onze
Minister voor Wonen, Wijken en Integratie" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In onderdeel i wordt "Onze
Minister van Justitie" vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
Art. XV. Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers [MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 5, zesde lid, wordt "A staat
voor de uitkeringen ontvangen op grond van" vervangen door "A staat
voor de uitkeringen ontvangen door de werkloze werknemer op grond van"
en wordt "uitkeringsgerechtigde" vervangen door: werkloze werknemer.
B. [MvT]
Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel h, wordt "Onze
Minister voor Wonen, Wijken en Integratie" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In het eerste lid, onderdeel i, wordt "Onze
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit" vervangen
door: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie.
3. In het eerste lid, onderdeel j, wordt "Onze
Minister van Justitie" vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
4. In het eerste lid, onderdeel n, wordt "Onze Minister voor Wonen, Wijken en
Integratie" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
5. In het elfde lid wordt "Onze Minister
van Justitie" vervangen door: Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
C. [MvT]
Artikel 48, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel h wordt "Onze
Minister voor Wonen, Wijken en Integratie" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In onderdeel i wordt "Onze
Minister van Justitie" vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
Art. XVI. Wet inkomensvoorziening oudere
werklozen [MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere
werklozen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 6, zesde lid, onderdeel a,
wordt "onderdeel d" vervangen door: onderdeel e.
B. [MvT]
In artikel 35a, eerste lid, onderdeel d,
wordt "betrouwbare schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar
voorstel voor een schuldregeling.
C. [MvT]
In artikel 35b vervalt "van deze wet"
en wordt "uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
Art. XVII. Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 43c vervalt: , alsmede in de
gevallen waarin dat artikel niet van toepassing is omdat artikel 29b
van
de Ziektewet toepassing kan vinden,.
B. [MvT]
In artikel 44 vervalt het vierde lid,
onder vernummering van het vijfde tot en met achtste lid tot vierde tot
en met zevende lid.
C. [MvT]
In artikel 58, eerste lid, onderdeel d,
wordt "betrouwbare schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar
voorstel voor een schuldregeling.
D. [MvT]
In artikel 59 vervalt "van deze wet" en
wordt "uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
Art.
XVIIa. Wijziging van
de Wet op
de Europese ondernemingsraden
In artikel 19, tweede lid, van de Wet
op de Europese ondernemingsraden wordt "Het hoofdbestuur licht zo spoedig
mogelijk de Europese ondernemingsraad of het beperkte comité in"
vervangen door "Het hoofdbestuur informeert zo spoedig mogelijk de
Europese ondernemingsraad of het beperkte comité" en vervalt
"van ten
minste twee vestigingen of ondernemingen van de communautaire
onderneming of groep in verschillende betrokken staten".
Art. XVIII. Wet participatiebudget
[MvT]
De Wet
participatiebudget wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1 komt de definitie van Onze
Ministers als volgt te luiden:
Onze Ministers: Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;.
B. [MvT]
In het opschrift van artikel 14a wordt "Onze Minister van Wonen, Wijken en
Integratie" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
C. [MvT]
In artikel 14a, eerste lid, wordt "Onze
Minister van Wonen, Wijken en Integratie" vervangen door: Onze Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Art. XIX. Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen [MvT]
De Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 30b, eerste lid, onderdeel c,
wordt "Onze Minister van Justitie" vervangen door:
Onze Minister voor
Immigratie en Asiel.
B. [MvT]
Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid wordt "de
overheidswerkgever, bedoeld in artikel 72a
van de
Werkloosheidswet,"
vervangen door "een overheidswerkgever als bedoeld in artikel
1,
onderdeel i, van de Werkloosheidswet" en wordt "de
overheidswerknemer" vervangen door: de overheidswerknemer, bedoeld in
artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet,.
2. Onder vernummering van het zesde lid tot zevende lid wordt na het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende:
-6. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een overheidswerkgever als
bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de
Werkloosheidswet een onderzoek
in naar en geeft een oordeel over de vraag of een overheidswerknemer als
bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de
Werkloosheidswet die gedurende
een ononderbroken periode van 104 weken ongeschikt tot werken is geweest nog ongeschikt tot werken is en over de vraag of het
aannemelijk is dat de ongeschiktheid tot werken langer dan 26 weken zal voortduren of over de vraag of redelijkerwijs niet de
mogelijkheid bestaat om die overheidswerknemer binnen 26 weken, indien nodig door middel van scholing, te herplaatsen in een
aangepaste of andere functie die voor die overheidswerknemer als
passend kan worden beschouwd.
C. [MvT]
In artikel 32a, tweede lid, wordt "derde
en vierde lid" vervangen door: derde, vierde en zesde lid.
D. [MvT]
Artikel 54 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid, onderdeel h, wordt "Onze Minister van
Justitie" vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
2. In het derde lid, onderdeel k, wordt "Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit" vervangen
door: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie.
3. In het derde lid, onderdeel m, wordt "Onze Minister voor Wonen, Wijken en
Integratie" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
4. In het achtste lid wordt "Onze
Minister van Justitie" vervangen door: Onze Minister van Veiligheid en
Justitie.
E. [MvT]
In artikel 84, eerste lid, vervalt
"28,
tweede lid, en 29, eerste lid,".
F. [MvT]
In artikel 85, eerste en tweede lid,
wordt "Onze Minister van Justitie" vervangen door:
Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
Art.
XIXa. Wet uniformering loonbegrip
Artikel IV, onderdeel A, onder 1, van de Wet
uniformering loonbegrip komt te luiden:
1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
in de eerste zin de zinsnede "premies op grond van de Wet financiering
sociale verzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in
artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, over het
brutominimumloon en
loonbelasting, en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46
van de Zorgverzekeringswet" vervangen door "premies volksverzekeringen
en loonbelasting" en vervalt in de tweede zin de zinsnede "vermeerderd
met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de
Zorgverzekeringswet, en
verminderd met het werknemersaandeel in de premie, bedoeld in afdeling 2
van hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen".
Art. XX. Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten [MvT]
De Wet werk en arbeidsondersteuning
jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1:3, tweede lid, vervalt "Sint, en".
B. [MvT]
Het opschrift van artikel 2:23 komt te
luiden: Voorzieningen ter bevordering en
ondersteuning van arbeid als zelfstandige.
C.
In artikel 2:24, vierde lid, wordt "bedoel" vervangen door
"bedoeld".
D. [MvT]
Artikel 2:36 vervalt.
E. [MvT]
Aan artikel 2:39, eerste lid, wordt
toegevoegd: , doch niet vóór de dag waarop recht op arbeidsondersteuning
ontstaat.
F. [MvT]
In artikel 2:62, eerste lid, onderdeel d,
en artikel 3:59, eerste lid, onderdeel d, wordt "betrouwbare
schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar voorstel voor een
schuldregeling.
G. [MvT]
In artikel 2:63 en artikel 3:60 vervalt "van deze wet" en wordt
"uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van
Boek 3 van het
Burgerlijk Wetboek.
H. [MvT]
In artikel 3:19, derde lid, vervalt de
tweede zin.
I. [MvT]
In artikel 3:31, vierde lid, vervalt de
tweede zin.
Ia.
In artikel 3:38, eerste lid,
onderdeel h
en i, wordt "30a, eerste lid" vervangen door "30a, vierde
lid" en
wordt "30a, derde lid" vervangen door:
30a, zesde lid.
J. [MvT]
In artikel 3:48 vervalt het vierde lid,
onder vernummering van het vijfde tot en met achtste lid tot vierde tot
en met zevende lid.
K. [MvT]
Artikel 6:1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede tot en met het vierde
lid wordt "acht weken" telkens vervangen door: veertien weken.
2. Het vijfde lid vervalt.
Art. XXI. Wet werk en bijstand
[MvT]
De Wet werk en bijstand wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 31, tweede lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te luiden:
c. de jonggehandicaptenkorting alsmede,
voor alleenstaande ouders van wie het jongste kind jonger dan 5 jaar
is, het bedrag waarmee de alleenstaandeouderkorting wordt vermeerderd,
bedoeld in artikel 8.15, derde lid, van de Wet
inkomstenbelasting 2001,
en de inkomensafhankelijke combinatiekorting, bedoeld 8.14a van de Wet
inkomstenbelasting 2001;.
2. Onderdeel o ¹ komt te luiden:
o.¹ de ten behoeve van een
levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, van de
Wet op
de loonbelasting 1964 bij een uitvoerder als bedoeld in artikel 19g,
derde lid, van die
wet opgebouwde voorziening;.
B. [MvT]
Artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel h, wordt "Onze Minister voor Wonen, Wijken en
Integratie" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In het eerste lid, onderdeel i, wordt "Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit" vervangen
door: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie.
3. In het eerste lid, onderdeel j, wordt "Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit" vervangen
door: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
4. In het eerste lid, onderdeel k, wordt "Onze Minister van
Justitie" vervangen door: Onze Minister van
Veiligheid en Justitie.
5. In het eerste lid, onderdeel p, wordt "Onze Minister voor Wonen, Wijken en
Integratie" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
6. In het twaalfde lid wordt "Onze
Minister van Justitie" vervangen door: Onze Minister van Veiligheid en
Justitie.
C. [MvT]
Artikel 67, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel h wordt "Onze Minister
voor Wonen, Wijken en Integratie" vervangen door: Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In onderdeel i wordt "Onze Minister
van Justitie" vervangen door: Onze Minister van Veiligheid en
Justitie.
D.
Aan artikel 72 wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-3. Onze Minister schort de betaling van
de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, gedurende ten minste
drie maanden op indien Onze Minister met betrekking tot de rechtmatige
uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen heeft vastgesteld als
bedoeld in artikel 76, derde lid, totdat:
a. hij heeft vastgesteld aan de hand van
de zienswijze van het college dat de ernstige tekortkomingen zijn
opgeheven;
b. hij heeft vastgesteld dat het college
aan de in de aanwijzing, bedoeld in artikel
76, derde lid, opgenomen
verplichtingen heeft voldaan;
c. hij heeft geoordeeld dat het college
na afloop van de termijn, bedoeld in artikel
76, derde lid, geen of
onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing.
E.
Artikel 74 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het derde en
vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt na het tweede lid een lid
ingevoegd, luidende:
-3. Onze Minister kan:
a. bepalen dat een meerjarige aanvullende
uitkering wordt verminderd indien hij het college een aanwijzing heeft
gegeven als bedoeld in artikel 76, derde lid;
b. een verleende meerjarige aanvullende
uitkering verminderen of intrekken indien hij het college een aanwijzing
heeft gegeven als bedoeld in artikel 76, derde lid.
2. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:
-4. Bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur worden regels gesteld voor:
a. de gronden voor verlening van de
aanvullende uitkering;
b. de berekening van de hoogte van de
uitkering;
c. de voorwaarden die aan het verzoek
worden gesteld;
d. de wijze van beoordeling van het
verzoek door de toetsingscommissie;
e. de toepassing van het derde lid.
1. Volgens de redactie
dient "Onderdeel o" te worden vervangen door
"Onderdeel p" en dient de letteraanduiding "o."
te worden vervangen door: p.
Art.
XXIa. Wijziging van
de Wet werk en bijstand na inwerkingtreding van de Wet interbestuurlijk toezicht
gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen
Indien de Wet interbestuurlijk toezicht
gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen in werking treedt, wordt de
Wet werk en bijstand als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 74 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vijfde lid komt te luiden:
-5. Onze Minister kan:
a. bepalen dat een meerjarige aanvullende
uitkering wordt verminderd indien hij het college een aanwijzing heeft
gegeven als bedoeld in artikel 76, eerste lid;
b. een verleende meerjarige aanvullende
uitkering verminderen of intrekken indien het college in strijd handelt
met een wettelijk voorschrift dat betrekking heeft op de meerjarige
aanvullende uitkering, of met een voorwaarde die aan het besluit tot
verlening van een meerjarige aanvullende uitkering is verbonden dan wel
indien hij het college een aanwijzing heeft gegeven als bedoeld in
artikel 76, eerste lid.
2. Aan het zesde lid wordt, onder
vervanging van de punt na onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel
toegevoegd, luidende:
e. de toepassing van het vijfde lid.
B.
Artikel 76 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het derde en vierde
lid tot vierde en vijfde lid wordt na het tweede lid een nieuw lid
ingevoegd, luidende:
-3. Onze Minister schort de betaling van
de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, gedurende ten minste
drie maanden op indien Onze Minister met betrekking tot de rechtmatige
uitvoering van deze wet ernstige tekortkomingen heeft vastgesteld als
bedoeld in het eerste lid, in artikel 52 van de
Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en in
artikel 52 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, totdat:
a. hij heeft vastgesteld aan de hand van
de zienswijze van het college dat de ernstige tekortkomingen zijn
opgeheven;
b. hij heeft vastgesteld dat het college
aan de in de aanwijzing opgenomen verplichtingen heeft voldaan;
c. hij heeft geoordeeld dat het college
na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, geen of onvoldoende
gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing.
2. In het vierde en vijfde lid (nieuw)
wordt "kan, indien" vervangen door "stelt, indien" en wordt
"vaststellen" vervangen door: vast.
C.
In artikel 77, eerste lid, wordt "de
accountantsverklaring daaromtrent slechts aangeeft" vervangen door
"slechts hoeft te blijken" en wordt "uitgaven" vervangen door:
bestedingen en baten.
Art. XXII. Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen [MvT]
De Wet werk en inkomen naar
arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel b, wordt "Onze Minister voor
Ontwikkelingssamenwerking" vervangen door: Onze
Minister van Buitenlandse Zaken.
B. [MvT]
In artikel 25, tiende en elfde lid,
vervalt de laatste zin.
C. [MvT]
Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "30a, derde
en vierde lid" vervangen door: 30a, zesde en zevende lid.
2. Het vijfde lid wordt vernummerd tot
vierde lid.
D. [MvT]
Het opschrift van artikel 34a komt te
luiden: Voorzieningen ter bevordering en
ondersteuning van arbeid als zelfstandige.
E. [MvT]
Artikel 41 vervalt.
F. [MvT]
Artikel 59, derde lid, tweede zin, komt
te luiden: De duur van de loongerelateerde
uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt voorts verminderd met de
duur van de ontvangen loongerelateerde uitkering op grond van de
Werkloosheidswet die de verzekerde ontving uit hoofde van dezelfde
dienstbetrekking als de dienstbetrekking waaruit het recht op een
WGA-uitkering is ontstaan.
G. [MvT]
Artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "uiterlijk 20
maanden na aanvang van de wachttijd" vervangen door: uiterlijk op de
dag waarop de wachttijd 87 weken heeft geduurd.
2. Aan het zesde lid wordt toegevoegd: Dit lid is niet van toepassing indien de
werkgever de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de
Ziektewet, niet heeft gedaan vóór de dag waarop de wachttijd 79 weken
heeft geduurd.
H. [MvT]
In artikel 65 wordt "en de personen,
bedoeld in artikel 29, tweede lid,
onderdeel a, b, c,
e, f en g, van die wet" vervangen door: en de personen, bedoeld in
artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van die
wet.
I. [MvT]
In artikel 79a, eerste lid, onderdeel d,
wordt "betrouwbare schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar
voorstel voor een schuldregeling.
J. [MvT]
In artikel 79b vervalt "van deze wet"
en wordt "uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
K. [MvT]
Artikel 133 vervalt.
L. [MvT]
In artikel 133c, onderdeel b, wordt "is
artikel 26, tweede lid, zoals dat luidde" vervangen door: zijn de
artikelen 26, tweede lid, en 65, zoals deze luidden.
Art. XXIII. Wet Werkloosheidsvoorziening
[MvT]
De Wet
Werkloosheidsvoorziening wordt
ingetrokken.
Art. XXIV. Wet wijziging
verrekening inkomsten met ziekengeld [MvT]
Artikel IV van de Wet wijziging verrekening
inkomsten met ziekengeld vervalt.
1. Gelet op het bepaalde in artikel
1 van het Besluit van 14 juni 2011, Stb.
2011, 300, en de toelichting daarop dient volgens de redactie
artikel XXIV te vervallen.
Art. XXV. Wet
ziekteverzekering BES [MvT]
In artikel 14a, derde lid, van de Wet
ziekteverzekering BES vervalt "tot en met het derde".
Art. XXVI. Ziektewet
[MvT]
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 29, vijfde lid, wordt "onderdeel a en b" vervangen door:
onderdeel
a, b en c.
B. [MvT]
In artikel 30a, eerste lid, onderdeel c,
wordt na "artikel 31" ingevoegd: ,
45.
C. [MvT]
In artikel 34, eerste lid, onderdeel d,
wordt "betrouwbare schuldregeling" vervangen door: betrouwbaar
voorstel voor een schuldregeling.
D. [MvT]
In artikel 34a vervalt "van deze wet"
en wordt "uit artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek"
vervangen door: , bedoeld in artikel 288 van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek.
E. [MvT]
Artikel 38a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
-2. De werkgever meldt uiterlijk op de
vierde dag:
a. waarop de verzekerde wegens ziekte
ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, na ontvangst van de in
het eerste lid bedoelde melding, aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens
ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid; of
b. vanaf de dag waarop de vrouwelijke
werknemer recht had kunnen hebben op een uitkering op grond van artikel
3:7, eerste lid, 3:8, tweede lid, of 3:10, eerste lid, van de
Wet arbeid
en zorg doch die uitkering nog niet is aangevangen, aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de eerste werkdag waarop
de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar
arbeid.
2. In het derde lid wordt "In afwijking
van het tweede lid" vervangen door: In afwijking van het tweede lid,
onderdeel a,.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-9. Indien de werkgever de melding,
bedoeld in het tweede of derde lid, niet tijdig doet, kent het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het ziekengeld met
terugwerkende kracht toe over de verstreken periode, doch ten hoogste
over één jaar.
F. [MvT]
In artikel 63c wordt "een bedrijfsarts
als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel
b, van die
wet" vervangen door: een persoon als bedoeld in artikel 14,
eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
die belast is met de
bijstand, bedoeld in onderdeel b van dat lid, of een arbodienst als
bedoeld in die
wet.
G. [MvT]
In artikel 64, tweede lid, onderdeel b, wordt "Onze Minister voor
Ontwikkelingssamenwerking" vervangen door: Onze
Minister van Buitenlandse Zaken.
H. [MvT]
Na artikel 97 worden twee artikelen
ingevoegd, luidende:
Art. 98. [MvT]
-1. Artikel 31, eerste en tweede lid,
zoals dat luidde op de dag vóór de inwerkingtreding van artikel II,
onderdeel B, van de Wet wijziging verrekening
inkomsten met ziekengeld,
blijft van toepassing op de verzekerde wiens eerste dag van
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is
gelegen vóór de dag waarop artikel II, onderdeel
B, van die wet in
werking is getreden.
-2. Dit artikel vervalt drie jaar na de
dag waarop artikel II, onderdeel B, van de
Wet wijziging verrekening
inkomsten met ziekengeld in werking is getreden.
Art. 99. [MvT]
-1. Artikel 31, derde, vierde en vijfde
lid, zoals dat luidde op de dag vóór inwerkingtreding van artikel VIII,
onderdeel G, onder 3 en 4, van de Wet
harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijft van toepassing op de verzekerde wiens
eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens
ziekte is gelegen vóór de dag waarop artikel VIII, onderdeel
G, onder 3
en 4, van die wet in werking is getreden.
-2. Dit artikel vervalt drie jaar na de
dag waarop artikel VIII, onderdeel G, van de
Wet harmonisatie en
vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving in werking is getreden.
Art. XXVII. Wijziging van
de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met de Wet uniformering loonbegrip
[MvT]
Indien artikel I, onderdeel A en G, van
de Wet uniformering loonbegrip in werking is getreden of treedt, wordt
de Wet financiering sociale verzekeringen als volgt gewijzigd:
0A.
In artikel 16, tweede lid, onderdeel a,
wordt na "een werknemersverzekering" ingevoegd: of wachtgeld als
bedoeld in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de
Werkloosheidswet.
A. [MvT]
In artikel 47, eerste lid, aanhef, wordt "en zijn werknemers op grond van
afdeling 2 verschuldigde premies en de
door hem op grond van de afdelingen 3 en
4 verschuldigde premies"
vervangen door: op grond van de afdelingen
2, 3 en 4 verschuldigde
premies.
B. [MvT]
In artikel 49, eerste lid, aanhef, wordt "en zijn werknemers op grond van
afdeling 2 verschuldigde premies en de
door hem op grond van de afdelingen 3 en
4 verschuldigde premies"
vervangen door: op grond van de afdelingen
2, 3 en 4 verschuldigde
premies.
Art.
XXVIIa. Wijziging
van de Wet werk en bijstand in verband met
Wet uniformering loonbegrip
Indien artikel XVIII, onderdeel I, van de Wet uniformering loonbegrip
in werking treedt of is getreden en de Wet
interbestuurlijk toezicht gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen
in werking treedt of is getreden, wordt in artikel
69, eerste lid, van
de Wet werk en bijstand ", premies voor de volksverzekeringen en de
vergoedingen, bedoeld in artikel 46 van de
Zorgverzekeringswet van de
inkomensafhankelijke bijdragen" vervangen door: , premies
volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in
artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, die daarover verschuldigd zijn.
Art. XXVIII. Wijziging
van de Werkloosheidswet in verband met
Wet van 6 juni 2011 [MvT]
Indien artikel I, onderdeel Cb, van de
Wet van 6 juni 2011 tot wijziging van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek
in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in
naamloze en besloten vennootschappen (Stb. 2011, 275) in werking is getreden
of treedt, wordt in artikel 4, eerste lid, van de
Werkloosheidswet een
onderdeel ingevoegd, luidende:
e. de bestuurder van een vennootschap als
bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in
artikel 6, eerste lid, onderdeel d;.
Art. XXIX. Wijziging van
de Ziektewet in verband met
Wet van 6 juni 2011 [MvT]
Indien artikel I, onderdeel Cb, van de
Wet van 6 juni 2011 tot wijziging van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in
naamloze en besloten vennootschappen (Stb. 2011, 275) in werking is getreden
of treedt, wordt in artikel 4, eerste lid, van de
Ziektewet een
onderdeel ingevoegd, luidende:
e. de bestuurder van een vennootschap als
bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in
artikel 6, eerste lid, onderdeel d;.
Art. XXX. Inwerkingtreding
[MvT]
De artikelen van deze wet treden in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld, en kunnen terugwerken tot en met een in dat besluit te
bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 12 december 2011, Stb. 2011, 619, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2012, met uitzondering van artikel
II, onderdeel 0A en E,
en artikel
III, onderdeel 0A, red.
Art. XXXI. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als:
Verzamelwet SZW 2012.
Lasten en
bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 1 december
2011
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp
Uitgegeven de twintigste december
2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|