|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2010-2011, 2011-2012,
32 777.
Handelingen II 2011-2012, nr. 5, item 5, nr. 6, item 11, nr. 7, item 16.
Kamerstukken I 2011-2012, 32 777 (A, B, C).
Handelingen I 2011-2012, nr. 10, item 2 en 12, nr. 12, item 4.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 15 december 2011,
Stb. 2011, 647, houdende geleidelijke afbouw van de dubbele
heffingskorting in het referentieminimumloon tot één keer de algemene
heffingskorting met uitzondering van het referentieminimumloon voor de Algemene
Ouderdomswet. Inwerkingtreding: 1 januari 2012 (Stb.
2011, 648).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is dat de ontwikkeling van de uitkeringen die zijn gebaseerd
op het referentieminimumloon, met uitzondering van de uitkering op grond
van de Algemene Ouderdomswet, vergelijkbaar
is met die van het wettelijk minimumloon en dat de bijstand een sociale
voorziening is waar andere tegemoetkomingen zoveel mogelijk een
voorliggende voorziening voor zijn;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van
de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
HOOFDSTUK
1
Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Art. I.
Wijziging van de Wet
werk en bijstand [MvT]
De Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 31, tweede lid, onderdeel v,¹ vervalt, onder vervanging van
de puntkomma aan het slot van onderdeel u ¹ door een punt.
B. [MvT]
Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "tweemaal" vervangen door: 197,5%
van.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-5. Met ingang van 1 juli 2012 wordt het in het tweede lid genoemde
percentage twee keer per kalenderjaar, op 1 januari en 1 juli, verlaagd
met 2,5 procentpunt, tot het percentage van 100 is bereikt. Van het
herziene percentage doet Onze Minister mededeling in de
Staatscourant.
Dit lid vervalt met ingang van 1 januari 2032.
C. [MvT]
Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt "genoemd in artikel
21" vervangen door: genoemd in de artikelen 21 en
22.
2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot en met
zesde lid tot het derde tot en met het vijfde lid.
1. Volgens de redactie
dienen respectievelijk "onderdeel v" en "onderdeel
u" te worden vervangen door respectievelijk "onderdeel u"
en "onderdeel t".
Art. II.¹
Wijziging van de
Wet investeren in jongeren [MvT]
Artikel 9 van de Wet investeren in jongeren wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "tweemaal" vervangen door: 197,5%
van.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. Met ingang van 1 juli 2012 wordt het in het tweede lid genoemde
percentage twee keer per kalenderjaar, op 1 januari en 1 juli, verlaagd
met 2,5 procentpunt, tot het percentage van 100 is bereikt. Van het
herziene percentage doet Onze Minister mededeling in de
Staatscourant.
Dit lid vervalt met ingang van 1 januari 2032.
1. Gelet op het bepaalde in artikel
II van de Wet van 22 december 2011, Stb.
2011, 650, dient volgens de redactie artikel II
te vervallen.
Art. III.
Wijziging van de
Algemene nabestaandenwet [MvT]
Artikel 2 van de Algemene nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt "tweemaal"
vervangen door: 197,5% van.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-5. Met ingang van 1 juli 2012 wordt het in het eerste lid, onderdeel b,
genoemde percentage twee keer per kalenderjaar, op 1 januari en 1 juli,
verlaagd met 2,5 procentpunt, tot het percentage van 100 is bereikt. Van
het herziene percentage doet Onze Minister mededeling in de
Staatscourant. Dit lid vervalt met ingang van 1 januari 2032.
Art. IV.¹
Wijziging van de
Wet werk en inkomen kunstenaars [MvT]
Artikel 18 van de Wet werk en inkomen kunstenaars wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "tweemaal" vervangen door: 197,5%
van.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-8. Met ingang van 1 juli 2012 wordt het in het derde lid genoemde
percentage twee keer per kalenderjaar, op 1 januari en 1 juli, verlaagd
met 2,5 procentpunt, tot het percentage van 100 is bereikt. Van het
herziene percentage doet Onze Minister mededeling in de
Staatscourant.
Dit lid vervalt met ingang van 1 januari 2032.
1. Ingevolge artikel
XI, onderdeel A, komt artikel IV te vervallen, red.
Art. V.
Wijziging van de
Toeslagenwet [MvT]
In artikel 11, vijfde lid, van de Toeslagenwet wordt "wijziging van
het minimumloon" vervangen door: wijziging van de in de artikelen 2
en 8 genoemde bedragen als bedoeld in artikel
9.
HOOFDSTUK
2
Ministerie
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Art.
VI. Wijziging van de Wet op de huurtoeslag [MvT]
De Wet op de
huurtoeslag wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 17, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanhef komt te luiden: Het
minimuminkomensijkpunt wordt verkregen door:.
2. De onderdelen a en b komen
te luiden:
a. voor een eenpersoonshuishouden: de uitkomst van 81% van het
twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar
geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand,
zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal
luiden:
1º. te verminderen met het werknemersaandeel in de premie, bedoeld in artikel
25, tweede lid, van de Wet financiering
sociale verzekeringen;
2º. te vermeerderen met de vergoeding ingevolge artikel
46, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet
over dat bedrag; en
3º. te vermeerderen met €|572;
b. voor een meerpersoonshuishouden: de uitkomst van 108% van het
twaalfvoud van het bedrag per maand, bedoeld in onderdeel a,
aanhef, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het
berekeningsjaar zal luiden, te verminderen overeenkomstig onderdeel a,
onder 1º, te vermeerderen overeenkomstig onderdeel a, onder 2º,
en te vermeerderen met €|144;.
3. In onderdeel c wordt:
a. na "eenpersoonsouderenhuishouden:"
ingevoegd: de uitkomst van;
b. "en verder vermeerderd"
vervangen door: te herrekenen naar een jaarinkomen in het
berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen.
4. In onderdeel d wordt:
a. na "meerpersoonsouderenhuishouden:"
ingevoegd: de uitkomst van;
b. "en verder vermeerderd"
vervangen door: te herrekenen naar een jaarinkomen in het
berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen.
B. [MvT]
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Voor elk rekeninkomen onder of gelijk aan het minimuminkomensijkpunt,
bedoeld in artikel 17, geldt de normhuur, bedoeld in artikel 17, tweede
en derde lid.
2. In het tweede lid vervalt ",
vermeerderd met de bedragen, bedoeld in het eerste lid,".
HOOFDSTUK
3
Slotbepalingen
Art. VII.¹
Wijziging van
hoofdstuk 1 bij eerdere inwerkingtreding Wet uniformering loonbegrip
[MvT]
Indien het bij koninklijke boodschap van 14 september 2009 ingediende
voorstel van wet tot wijziging van een aantal wetten
ter uniformering
van het loonbegrip (Wet uniformering loonbegrip) (Kamerstukken 32 131)
tot wet is of wordt verheven en artikel XVIII, onderdeel
F, onder 3,
artikel XVII, onderdeel B, onder 3, artikel IV, onderdeel
A, onder 2,
respectievelijk artikel XIX, onderdeel B, onder 3, van
die wet eerder in
werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt het in artikel I,
onderdeel B, onder 2, artikel II, onder 2, artikel
III, onder 2,
respectievelijk artikel IV, onder 2, opgenomen lid vernummerd tot
vierde, derde, vierde respectievelijk zevende lid.
1. Redactie:
ingevolge artikel XI, onderdeel B, komt artikel
VII te luiden als volgt:
Art.
VII. Wijziging van hoofdstuk 1 bij eerdere inwerkingtreding Wet
uniformering loonbegrip
Indien het bij koninklijke boodschap
van 14 september 2009 ingediende voorstel van wet tot wijziging van een
aantal wetten ter uniformering
van het loonbegrip (Wet uniformering loonbegrip) (Kamerstukken 32 131)
tot wet is of wordt verheven en artikel XVIII, onderdeel
F, onder 3,
artikel XVII, onderdeel B, onder 3,
respectievelijk artikel IV, onderdeel
A, onder 2, van die wet eerder in
werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt het in artikel I,
onderdeel B, onder 2, artikel II, onder 2, respectievelijk
artikel III,
onder 2, opgenomen lid vernummerd tot vierde, derde, respectievelijk
vierde lid.
Art. VIII.¹
Wijziging van Wet
uniformering loonbegrip bij latere inwerkingtreding van die wet
[MvT]
Indien het bij koninklijke boodschap van 14 september 2009 ingediende
voorstel van wet tot wijziging van een aantal wetten ter uniformering
van het loonbegrip (Wet uniformering loonbegrip) (Kamerstukken 32 131)
tot wet is of wordt verheven en artikel XVIII, onderdeel
F, onder 3,
artikel XVII, onderdeel B, onder 3, artikel IV, onderdeel
A, onder 2,
respectievelijk artikel XIX, onderdeel B, onder 3, van
die wet later in
werking treedt dan deze wet, wordt dat artikel ² als volgt gewijzigd:
a. in artikel XVIII, onderdeel
F, onder 3, wordt "vernummering van
het vierde lid tot derde lid" vervangen door: vernummering van het
vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid;
b.³ aan
artikel XVII, onderdeel B, onder 3, wordt toegevoegd: , onder
vernummering van het vierde tot derde lid;
c. in artikel IV, onderdeel
A, onder 2, wordt "onder vernummering
van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid" vervangen
door: onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot tweede
tot en met vierde lid;
d. in artikel XIX, onderdeel B, onder 3, wordt "onder vernummering
van het vijfde tot en met zevende lid tot vierde tot en met zesde lid"
vervangen door: onder vernummering van het vijfde tot en met achtste lid
tot vierde tot en met zevende lid.
1. Redactie:
ingevolge artikel XI, onderdeel B, komt artikel
VIII te luiden als volgt:
Art.
VIII. Wijziging van Wet uniformering loonbegrip bij latere
inwerkingtreding van die wet
Indien het bij koninklijke boodschap
van 14 september 2009 ingediende voorstel van wet tot wijziging van een
aantal wetten ter uniformering
van het loonbegrip (Wet uniformering loonbegrip) (Kamerstukken 32 131) tot wet is of wordt verheven en
artikel XVIII, onderdeel
F, onder 3,
artikel XVII, onderdeel B, onder 3,
respectievelijk artikel IV, onderdeel
A, onder 2, van die wet later in
werking treedt dan deze wet, wordt dat artikel ² als volgt gewijzigd:
a. in artikel XVIII, onderdeel
F, onder 3, wordt "vernummering
van het vierde lid tot derde lid"
vervangen door: vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en
vierde lid;
b.³ aan
artikel XVII, onderdeel B, onder 3, wordt toegevoegd: , onder
vernummering van het vierde tot derde lid;
c. in artikel IV, onderdeel
A, onder 2, wordt "onder
vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid"
vervangen door: onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid
tot tweede tot en met vierde lid.
2. Volgens de redactie dient "wordt dat artikel" te
worden vervangen door: worden die artikelen.
3. Gelet op het bepaalde in artikel II van
de Wet van 22 december 2011, Stb. 2011, 650,
dient volgens de redactie onderdeel b te vervallen.
Art.
IX. Wijziging van hoofdstuk 2 bij eerdere inwerkingtreding van
de Wet uniformering loonbegrip [MvT]
Indien het bij koninklijke boodschap van 14 september 2009 ingediende
voorstel van wet tot wijziging van een aantal wetten
ter uniformering van het loonbegrip (Wet uniformering loonbegrip)
(Kamerstukken 32 131) tot wet is of wordt verheven en de artikelen
I, onderdeel G, en II, onderdeel H, van
die wet eerder in werking zijn getreden of
treden dan deze wet, komt artikel VI, onderdeel A,
onder 2, te luiden:
2. De onderdelen a en b komen te luiden:
a. voor een eenpersoonshuishouden: de uitkomst van 81% van het
twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar
geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand,
zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal
luiden, te vermeerderen met €|572;
b. voor een meerpersoonshuishouden: de uitkomst van 108% van het
twaalfvoud van het bedrag per maand, bedoeld in onderdeel a,
zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal
luiden, te vermeerderen met €|144;.
Art.
X. Wijziging van de Wet op de huurtoeslag bij latere
inwerkingtreding van de Wet uniformering loonbegrip [MvT]
Indien het bij koninklijke boodschap van 14 september 2009 ingediende
voorstel van wet tot wijziging van een aantal wetten
ter uniformering van het loonbegrip (Wet uniformering loonbegrip)
(Kamerstukken 32 131) tot wet is of wordt verheven en de artikelen
I, onderdeel G, en II, onderdeel H, van
die wet later in werking treden dan deze wet,
komen met ingang van die datum van inwerkingtreding in artikel 17,
tweede lid, van de Wet
op de huurtoeslag de onderdelen a en b te luiden:
a. voor een eenpersoonshuishouden: de uitkomst van 81% van het
twaalfvoud van het voor de maand januari van het berekeningsjaar
geldende in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag per maand,
zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal
luiden, te vermeerderen met €|572;
b. voor een meerpersoonshuishouden: de uitkomst van 108% van het
twaalfvoud van het bedrag per maand, bedoeld in onderdeel a,
zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal
luiden, te vermeerderen met €|144;.
Art. XI.
Samenloopbepaling
wetsvoorstel intrekking Wwik [MvT]
Indien het bij koninklijke boodschap van 18 maart 2011 ingediende
voorstel van wet houdende intrekking van de Wet werk en inkomen
kunstenaars (Kamerstukken 32 701) tot wet is verheven en eerder ¹ in
werking treedt dan deze wet, wordt deze wet als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel IV vervalt.
B. [MvT]
De artikelen VII en VIII komen te luiden:
Art.
VII. Wijziging van hoofdstuk 1 bij eerdere inwerkingtreding Wet
uniformering loonbegrip
Indien het bij koninklijke boodschap
van 14 september 2009 ingediende voorstel van wet tot wijziging van een
aantal wetten ter uniformering
van het loonbegrip (Wet uniformering loonbegrip) (Kamerstukken 32 131)
tot wet is of wordt verheven en artikel XVIII, onderdeel
F, onder 3,
artikel XVII, onderdeel B, onder 3,
respectievelijk artikel IV, onderdeel
A, onder 2, van die wet eerder in
werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt het in artikel I,
onderdeel B, onder 2, artikel II, onder 2, respectievelijk
artikel III,
onder 2, opgenomen lid vernummerd tot vierde, derde, respectievelijk
vierde lid.
Art.
VIII. Wijziging van Wet uniformering loonbegrip bij latere
inwerkingtreding van die wet
Indien het bij koninklijke boodschap
van 14 september 2009 ingediende voorstel van wet tot wijziging van een
aantal wetten ter uniformering
van het loonbegrip (Wet uniformering loonbegrip)
(Kamerstukken 32 131) tot wet is of wordt verheven en artikel XVIII, onderdeel
F, onder 3,
artikel XVII, onderdeel B, onder 3,
respectievelijk artikel IV, onderdeel
A, onder 2, van die wet later in
werking treedt dan deze wet, wordt dat artikel ² als volgt gewijzigd:
a. in artikel XVIII, onderdeel
F, onder 3, wordt "vernummering
van het vierde lid tot derde lid"
vervangen door: vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en
vierde lid;
b.³ aan
artikel XVII, onderdeel B, onder 3, wordt toegevoegd: , onder
vernummering van het vierde tot derde lid;
c. in artikel IV, onderdeel
A, onder 2, wordt "onder
vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid"
vervangen door: onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid
tot tweede tot en met vierde lid.
1. Volgens de redactie
dient na "eerder" te worden ingevoegd: of op hetzelfde
tijdstip.
2. Volgens de redactie dient
" wordt dat artikel" te worden vervangen door: worden die
artikelen.
3. Gelet op het bepaalde in artikel II van
de Wet van 22 december 2011, Stb. 2011, 650,
dient volgens de redactie onderdeel b te vervallen.
Art. XII.
Inwerkingtreding [MvT]
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 22 december 2011, Stb. 2011, 648, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2012, red.
Lasten en
bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 15 december
2011
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
P. de Krom
Uitgegeven de negenentwintigste
december 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|