Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  GELEIDELIJKE  AFBOUW  DUBBELE  HEFFINGSKORTING  IN  REFERENTIEMINIMUMLOON

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2011-2011, 32 777

Geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon tot één keer de algemene heffingskorting met uitzondering van het referentieminimumloon voor de Algemene Ouderdomswet

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Werken laten lonen
2.1 Aanleiding
2.2 Betrokken regelingen
2.3 Inkomenseffecten afbouw dubbele heffingskorting
2.4 Effect voor de armoedeval
3 Geen AOW-tegemoetkoming bovenop de aanvullende bijstand bij onvolledige AOW
3.1 Afschaffen uitzondering Wmkob van de middelentoets in de bijstand
3.2 Inkomenseffecten voor personen met een AIO
4 Doorwerking naar andere regelingen
4.1 Huurtoeslag
4.2 AWBZ
4.3 Gemeentelijk armoedebeleid
5 Financiële gevolgen
6 Commentaren
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen I t/m XII
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Dit wetsvoorstel beoogt werken vanuit een uitkeringssituatie te laten lonen. Zonder de maatregel in dit wetsvoorstel dreigt dat het aan de slag gaan vanuit de bijstand financieel minder aantrekkelijk wordt en op den duur zelfs helemaal niet meer loont. Dit is het gevolg van de maatregel van het vorige kabinet waardoor voor werkende kostwinners de algemene heffingskorting van de niet-werkende partner wordt afgebouwd; dit belastingvoordeel kon tot voor kort helemaal overgedragen worden aan de partner. Deze mogelijkheid wordt voor werkenden vanaf 2009 nu in vijftien jaar afgebouwd. Na afbouw krijgen kostwinners nog maar één keer de heffingskorting.

     Dat heeft gevolgen voor de relatie met uitkeringen. Die zijn gebaseerd op het referentieminimumloon. Daar wordt nog wel met tweemaal de heffingskorting gerekend. Dit wetsvoorstel maakt een eind aan deze ongelijkheid. Zouden we dat niet doen, dan wordt het verschil in inkomen tussen een stel met een uitkering en een werkende steeds kleiner. Vanaf 2018 zou de nettobijstand voor een stel dat niet werkt zelfs hoger zijn dan de netto-inkomsten van een werkende kostwinner die minimumloon heeft. Dit vooruitzicht acht de regering ongewenst, omdat er juist zoveel mogelijk mensen uit een uitkering aan de slag moeten gaan en omdat werken moet lonen.

     Het regeerakkoord bepaalt dat werken niet minder mag lonen dan een uitkering. Daarom zal de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon geleidelijk verdwijnen. Een uitkering gaat straks uit van eenmaal een heffingskorting en niet meer van een dubbele. Een andere opbouw van het referentieminimumloon werkt vervolgens door in alle minimumuitkeringen die zijn gebaseerd op het referentieminimumloon; alleen voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) geldt deze maatregel niet; hier blijft de dubbele heffingskorting gehandhaafd.

     rblz.|2| Dit wetsvoorstel geeft tevens invulling aan een andere afspraak uit het regeerakkoord, namelijk het vervallen van de AOW-tegemoetkoming voor mensen die een onvolledige AOW en aanvullende bijstand hebben. Die tegemoetkoming is inmiddels vervangen door een koopkrachttegemoetkoming via de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen (Wmkob). De regering wil

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x