|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2011-2012, 33 107.
Handelingen II 2011-2012, nr. 58, item 2.
Kamerstukken I 2011-2012, 33 107 (A).
Handelingen I 2011-2012, nr. 23, item 3.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 23 maart 2012, Stb.
2012, 152, tot wijziging van
de Wet arbeid en zorg en de Arbeidstijdenwet
ter implementatie van
Richtlijn 2010/18/EU van de Raad van 8 maart 2010 (PbEU 2010, L 68) tot
uitvoering van de door BUSINESSEUROPA, UEAPME, het CEEP en het EVV
gesloten herziene raamovereenkomst en tot intrekking van Richtlijn
96/34/EG. Inwerkingtreding: 12 april 2012 (Stb.
2012, 153).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen
lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben,
dat de implementatie van de Richtlijn 2010/18/EU van de Raad van 8 maart
2010 (PbEU 2010, L 68) tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE,
UEAPME,
het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst en tot intrekking
van Richtlijn 96/34/EG het noodzakelijk maakt de Wet arbeid en zorg en de
Arbeidstijdenwet te wijzigen;
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering
van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
In de Wet arbeid en zorg wordt na artikel
6:1 een artikel met opschrift ingevoegd, luidende:
Art. 6:1a. Bescherming tegen benadeling
De werkgever mag de werknemer niet
benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte
het recht op verlof, bedoeld in artikel 6:1, geldend maakt of ter zake
bijstand heeft verleend.
Art. II.
[MvT]
In de Arbeidstijdenwet
wordt na artikel 4:1a een artikel met opschrift ingevoegd, luidende:
Art. 4:1b. Tijdelijke aanpassing
arbeidstijdpatroon na ouderschapsverlof
-1. De werknemer kan de werkgever
verzoeken om aanpassing van zijn arbeidstijdpatroon, voor de periode van
één jaar dan wel een andere tussen hen overeengekomen periode, na afloop
van de periode waarin het volledige voor de werknemer geldende
ouderschapsverlof, bedoeld in hoofdstuk 6 van de
Wet arbeid en zorg, is
opgenomen.
-2. Het verzoek wordt ten minste drie
maanden vóór de afloop van het ouderschapsverlof schriftelijk gedaan.
-3. De werkgever beslist op het verzoek
uiterlijk vier weken vóór de afloop van het ouderschapsverlof.
-4. Van het tweede en derde lid kan worden
afgeweken bij collectieve regeling. Elk beding waarbij op een andere
wijze dan in de eerste zin is aangegeven, wordt afgeweken van het tweede
of derde lid is nietig.
Art. III.
[MvT]
Deze wet treedt in werking op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 2 april 2012, Stb. 2012, 153, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 12 april 2012, red.
Lasten en bevelen dat deze in het
Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten,
colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 23 maart 2012
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp
Uitgegeven de elfde april 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|