St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  REVITALISERING  GENERIEK  TOEZICHT

Versie 24 mei 2012

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2009-20120, 2010-2011, 2011-2012, 32 389.
Handelingen II 2010-2011, nr. 106, item 8; 2011-2012, nr. 4, item 13.
Kamerstukken I 2011-2012, 32 389 (A, B, C, D, E, F).
Handelingen I 2011-2012, nr. 30, item 2.

 

 

WET van 24 mei 2012, Stb. 2012, 233, tot wijziging van de Provinciewet, de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met de revitalisering van het generiek interbestuurlijk toezicht (Wet revitalisering generiek toezicht). Inwerkingtreding: 1 oktober 2012 (Stb. 2012, 276).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het toezicht op provincies en gemeenten te verminderen en daartoe de regels in de Provinciewet en de Gemeentewet inzake taakverwaarlozing en schorsing en vernietiging te herzien en beter toepasbaar te maken, zodat bijzondere vormen van toezicht op provincies en gemeenten in andere wetten kunnen vervallen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

HOOFDSTUK  I

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

 

Art. 1.6.
De bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel B, onder 3, wordt na "49," ingevoegd: 121.
2. In onderdeel B, onder 4, wordt na "49," ingevoegd: 124, 124a.
3. Onderdeel C, onder 7,¹ komt te luiden:
7. De artikelen 2.27, eerste lid, met uitzondering van beroep dat wordt ingesteld door het bevoegde gezag ter zake van het besluit waarop de verklaring betrekking heeft, en 5.8, eerste lid, laatste volzin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1. Volgens de redactie dient "onder 7" te worden vervangen door: onder 6.

 

 

HOOFDSTUK  IV

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 

Art. 4.1.
Indien het bij koninklijke boodschap van 24 juli 2010 ingediende voorstel van wet tot afschaffen van specifiek interbestuurlijk toezicht op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en andere wetten betreffende gemeentelijke inkomensvoorzieningen (Wet interbestuurlijk toezicht gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen) (Kamerstukken 32 453) bij inwerkingtreding van deze wet tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt de Wet sociale werkvoorziening zoals deze komt te luiden na inwerkingtreding van genoemd voorstel van wet als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 9, eerste, derde en vierde lid, wordt "artikel 13, eerste lid" telkens vervangen door: artikel 13.
B.
In artikel 13 vervallen het tweede en derde lid, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.

 

Art. 4.2.
Indien het bij koninklijke boodschap van 24 juli 2010 ingediende voorstel van wet tot afschaffen van specifiek interbestuurlijk toezicht op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en andere wetten betreffende gemeentelijke inkomensvoorzieningen (Wet interbestuurlijk toezicht gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen) (Kamerstukken 32 453) bij inwerkingtreding van deze wet nog niet in werking is getreden, wordt die wet bij inwerkingtreding als volgt gewijzigd:
A.
In artikel III, onderdeel A,¹ wordt "13, eerste lid" telkens vervangen door: 13.
B.
Artikel III, onderdeel C,² komt te luiden:
C.²
Artikel 13 komt te luiden:
Art. 13.
Het college legt verantwoording af aan Onze Minister over de uitvoering van deze wet op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

1. Volgens de redactie dient "artikel III, onderdeel A" te worden vervangen door: artikel III, onderdeel A en B.
2. Volgens de redactie dient "Artikel III, onderdeel C" te worden vervangen door: Artikel III, onderdeel D.

 

Art. 4.3.
Indien het bij koninklijke boodschap van 24 juli 2010 ingediende voorstel van wet tot afschaffen van specifiek interbestuurlijk toezicht op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en andere wetten betreffende gemeentelijke inkomensvoorzieningen (Wet interbestuurlijk toezicht gemeentelijke inkomens- en werkvoorzieningen) (Kamerstukken 32 453) bij inwerkingtreding van deze wet nog niet in werking is getreden, vervalt in artikel 13 van de Wet sociale werkvoorziening het derde lid.¹

1. Volgens de redactie dient na "derde lid" te worden ingevoegd: , onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid.

 

 

HOOFDSTUK  X

Slotbepalingen

 

Art. 10.1.
-1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor artikel 2.1, onderdeel B, en artikel 5.2, onderdeel A, afwijkend kan worden vastgesteld.¹
-2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 1.2, onderdeel J, in werking met ingang van 1 augustus 2014.

1. Bij Besluit van 13 juni 2012, Stb. 2012, 276, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 oktober 2012, red.

 

Art. 10.2.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet revitalisering generiek toezicht.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 24 mei 2012

 

BEATRIX

 

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W.E. Spies

 

Uitgegeven de vijfde juni 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x