|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2007-2008, 2008-2009,
2009-2010, 2011-2012, 31 353.
Handelingen II 2009-2010, blz. 3411-3429, 4666-4695, 7093-7117, 7270;
2010-2011, nr. 80, item 17 en 53.
Kamerstukken I 2009-2010, 2010-2011, 2011-2012, 31
353 (A, B, C, D, E,
F, G, H).
Handelingen I 2011-2012, nr. 21, item 5, nr. 23, item 6, nr. 26, item 4.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 25 juni 2012, Stb.
2012, 310, tot wijziging van de
Wet maatschappelijke ondersteuning ter bevordering van de kwaliteit van
de maatschappelijke ondersteuning en in verband met de aanbesteding van
huishoudelijke verzorging. Inwerkingtreding: 1 oktober 2012.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen
lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen,
dat het wenselijk is de
Wet maatschappelijke ondersteuning te wijzigen
om de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning te bevorderen en
vast te leggen dat het aanbesteden van huishoudelijke verzorging niet
verplicht is;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goed gevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
De
Wet maatschappelijke ondersteuning wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 9 wordt een artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 9a.
-1. Het college van burgemeester en
wethouders draagt voortdurend zorg voor de kwaliteit en de
continuïteit van de maatschappelijke ondersteuning.
-2. Indien het college van
burgemeester en wethouders het verlenen van maatschappelijke
ondersteuning door derden laat verrichten of van derden zaken
betrekt die in het kader van het verlenen van maatschappelijke
ondersteuning aan een persoon in eigendom worden overgedragen of in
bruikleen worden gegeven, waarborgt hij daarbij de kwaliteit en de
continuïteit van de maatschappelijke ondersteuning.
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de
verplichtingen van het college van burgemeester en wethouders,
bedoeld in het eerste en tweede lid.
B. [MvT]
Aan artikel 10 wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-3. Het eerste en tweede lid zijn niet
van toepassing op het verlenen van huishoudelijke verzorging. Indien
het college van burgemeester en wethouders evenwel besluit het
verlenen van huishoudelijke verzorging door derden te laten
verrichten, vindt dit plaats in de vorm die het college passend
acht. Het college is daarbij niet verplicht tot het uitschrijven van
een aanbesteding.
Art. II.
[MvT]
-1. Indien het bij geleidende brief van 22 februari 2008 ingediende voorstel van
wet van het lid Kant
tot wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning ter
bevordering van de kwaliteit van de huishoudelijke verzorging en ter
invoering van basistarieven voor de huishoudelijke verzorging
(Kamerstukken II 2007-2008, 31 347, nrs. 1-2 e.v.)
tot wet is of wordt verheven en eerder in werking is getreden of
treedt dan, onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt
als, deze wet, dan vervalt artikel 21b
van de
Wet maatschappelijke ondersteuning met ingang van de datum waarop deze wet in werking
treedt.
-2. Indien het bij geleidende brief
van 22 februari 2008 ingediende voorstel van wet van het lid Kant
tot wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning ter
bevordering van de kwaliteit van de huishoudelijke verzorging en ter
invoering van basistarieven voor de huishoudelijke verzorging
(Kamerstukken II 2007-2008, 31 347, nrs. 1-2 e.v.)
tot wet is of wordt verheven en later in werking treedt dan deze
wet, dan vervalt het artikel 21b
in artikel I van die wet met ingang
van de datum waarop deze wet in werking treedt.
Art. III.
Deze wet treedt in werking met ingang van
de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het
Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten,
colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 25 juni 2012
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
M.L.L.E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner
Uitgegeven de zesde juli 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|