|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2011-2012, 33 277.
Handelingen II 2011-2012, nr. 98, item 6, nr. 99, item 15.
Kamerstukken I 2011-2012, 33 277 (A, B).
Handelingen I 2011-2012, nr. 37, item 9.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 12 juli 2012, Stb.
2012, 322, tot wijziging van de Wet werk en
bijstand in verband met de herziening van de definities van gezin en
middelen (Wet afschaffing huishoudinkomenstoets).
Inwerkingtreding: 18 juli 2012
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de definities van gezin en middelen te herzien met het oog
op het recht op bijstand van gehuwden met meerderjarige inwonende
kinderen en alleenstaande of alleenstaande ouder met meerderjarige
inwonende kinderen;
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van
de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging van de Wet werk en bijstand [MvT]
De Wet werk en
bijstand wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 4 komt te luiden:
Art. 4. Alleenstaande, alleenstaande
ouder en gezin
-1. In deze wet en de daarop berustende
bepalingen wordt verstaan onder:
a. alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last
komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een
ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een
bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de
bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
b. alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft
voor één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke
huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in
de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij
één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
zorgbehoefte;
c. gezin:
1º. de gehuwden tezamen;
2º. de gehuwden met de tot hun last
komende kinderen;
3º. de alleenstaande ouder met de tot
zijn last komende kinderen;
d. kind: het in Nederland woonachtige eigen kind
of stiefkind of, voor de toepassing van de artikelen
9, 9a, 25, eerste
lid, 26 en 30, tweede lid, het in Nederland woonachtige pleegkind;
e. ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie aan
de alleenstaande ouder of de gehuwde op grond van artikel 18 van de
Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald, zal worden
betaald of zou worden betaald indien artikel
7, tweede lid, van die wet
niet van toepassing zou zijn.
-2. Onder bloedverwant in de eerste graad
als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, wordt mede verstaan
een meerderjarig stiefkind of een meerderjarig voormalig pleegkind van
de ongehuwde.
B. [MvT]
In artikel 5, onderdeel e, wordt
"de
alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende
kinderen of het gezin" vervangen door: de belanghebbende of het gezin.
C. [MvT]
In artikel 7, derde lid, onderdeel b,
vervalt "onderdeel a of b,".
D. [MvT]
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden:
-3. Indien bijstand wordt verleend aan
gehuwden, gelden de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, voor ieder
van hen.
2. Het vijfde lid komt te luiden:
-5. De verplichtingen, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel a en b, zijn niet van toepassing op de persoon
die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de
doelgroep behoort van de Wet sociale
werkvoorziening.
3. Het zesde lid vervalt.
E.
Artikel 11, vierde lid, komt te luiden:
-4. Het recht op bijstand komt de
echtgenoten gezamenlijk toe, tenzij één van de echtgenoten geen recht op
bijstand heeft.
F. [MvT]
Artikel 13, tweede lid, onderdeel b, komt
te luiden:
b. die onbetaald verlof geniet als
bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de
Werkloosheidswet of die gehuwd
is met een zodanig persoon, voor zover diens gebrek aan middelen daarvan
het gevolg is, tenzij de belanghebbende alleenstaande ouder is en hij
verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de
Wet arbeid en zorg;.
G. [MvT]
In artikel 18, vierde lid, vervalt
"en de
ten laste komende kinderen van de alleenstaande ouder".
H. [MvT]
In artikel 19, eerste lid, aanhef, wordt
"hebben de alleenstaande, alleenstaande ouder met zijn ten laste
komende kinderen of het gezin" vervangen door: heeft de alleenstaande
of het gezin.
I. [MvT]
De artikelen 20 tot en met 24 komen te
luiden:
Art. 20. Jongerennormen
[MvT]
-1. Voor belanghebbenden jonger dan 21
jaar zonder ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand,
indien het betreft:
a. een alleenstaande van 18, 19 of 20
jaar: €|230,91;
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18,
19 of 20 jaar zijn: €|461,82;
c. gehuwden waarvan één echtgenoot 18, 19
of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: €|899,12.
-2. Voor belanghebbenden jonger dan 21
jaar met één of meer ten laste komende kinderen is de norm per
kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of
20 jaar: €|498,19;
b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18,
19 of 20 jaar zijn: €|729,10;
c. gehuwden waarvan één echtgenoot 18, 19
of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: €|1166,40.
Art. 21. Normen 21-65 jaar
[MvT]
Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder
doch jonger dan 65 jaar is de norm per kalendermaand, indien het
betreft:
a. een alleenstaande: €|668,21;
b. een alleenstaande ouder: €|935,49;
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten
jonger zijn dan 65 jaar: €|1336,42.
Art. 22. Normen 65 jaar of ouder
Voor belanghebbenden van 65 jaar of ouder
is de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande: €|1026,35;
b. een alleenstaande ouder: €|1291,60;
c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65
jaar of ouder zijn: €|1412,71;
d. gehuwden waarvan één echtgenoot 65
jaar of ouder is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder doch jonger
dan 65 jaar: €|1412,71.
Art. 23. Normen in inrichting
[MvT]
-1. Bij een verblijf in een inrichting is
de norm per kalendermaand, indien het betreft:
a. een alleenstaande of een alleenstaande
ouder: €|296,26;
b. gehuwden: €|460,79.
-2. Het bedrag van de norm, bedoeld in het
eerste lid, wordt verhoogd met:
a. voor een alleenstaande of een
alleenstaande ouder €|49,00;
b. voor gehuwden €|93,00.
-3. Indien één van de gehuwden in een
inrichting verblijft, is de norm de som van de normen die voor ieder van
hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden.
Art. 24. Afwijking norm gehuwden
[MvT]
Indien één van de gehuwden geen recht op
algemene bijstand heeft, is voor de rechthebbende echtgenoot de norm
gelijk aan de norm die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder
zou gelden.
J. [MvT]
In artikel 25, eerste lid, wordt "de
norm, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel
b, en tweede lid,
onderdeel b" vervangen door: de norm, bedoeld in artikel
21, onderdeel
a en b.
K. [MvT]
Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt "Gezin"
vervangen door: Gehuwden.
2. "de norm, bedoeld in artikel
21"
wordt vervangen door: de norm, bedoeld in artikel
20, eerste lid, onderdeel b en c, en tweede lid,
onderdeel b en c, en artikel
21,
onderdeel c.
L. [MvT]
Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "de
alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende
kinderen of het gezin" telkens vervangen door: de alleenstaande of het
gezin.
2. Het tweede lid wordt als volgt
gewijzigd:
a. In onderdeel h vervalt "waarbij voor
16- en 17-jarigen een maximum geldt van €|827,00 per
maand,".
b. In onderdeel r vervalt "of
alleenstaande ouder met één of meer meerderjarige kinderen".
c. Onder vervanging van de puntkomma aan
het slot van onderdeel v door een punt vervalt onderdeel w.
M. [MvT]
Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde en vierde lid komen te
luiden:
-3. Indien één van de gehuwden geen recht
op algemene bijstand heeft, wordt zijn inkomen slechts in aanmerking
genomen voor zover het inkomen van de gehuwden tezamen, met inbegrip van
de bijstand die zou worden verleend indien zijn inkomen niet in
aanmerking wordt genomen, meer zou bedragen dan de bijstandsnorm
voor
gehuwden. Voor de vaststelling van het inkomen van de niet-rechthebbende
echtgenoot is deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.
-4. In afwijking van het derde lid wordt,
indien de gehuwden gescheiden leven, doch niet duurzaam gescheiden, het
inkomen van de niet-rechthebbende echtgenoot slechts in aanmerking
genomen voor zover het de bijstandsnorm te boven gaat.
2. Het vijfde lid vervalt.
N. [MvT]
Artikel 33, vijfde lid, komt te luiden:
-5. Indien de alleenstaande, de
alleenstaande ouder of één van de echtgenoten 65 jaar of ouder is, wordt
voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de
vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere
oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van:
a. voor een alleenstaande en een
alleenstaande ouder: €|18,80 per kalendermaand;
b. voor de gehuwden tezamen: €|37,60
per kalendermaand.
O. [MvT]
Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt
"de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende
kinderen of het gezin" vervangen door: de alleenstaande of het gezin.
2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt
"de alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende
kinderen of het gezin" vervangen door: persoon en gezin.
3. Het derde lid wordt als volgt
gewijzigd:
a. In onderdeel b wordt "voor een
alleenstaande ouder en zijn ten laste komende kinderen" vervangen door:
voor een alleenstaande ouder.
b. In onderdeel c wordt "voor de
gezinsleden tezamen" vervangen door: voor de gehuwden tezamen.
P. [MvT]
Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "de
alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende
kinderen of het gezin" vervangen ¹ door: de alleenstaande of het gezin.
2. In het negende lid wordt "een
alleenstaande, een alleenstaande ouder met zijn ten laste komende
kinderen of een gezin" vervangen door: een alleenstaande of een gezin.
Q. [MvT]
In artikel 36, zesde lid, vervalt ",
alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen".
R. [MvT]
Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel c, vervalt,
onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door een
punt.
2. Het zesde lid vervalt.
S. [MvT]
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vierde en vijfde lid komen te
luiden:
-4. Een aanvraag van algemene bijstand die
alleen ziet op alleenstaanden en alleenstaande ouders jonger dan 27 jaar
en gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger dan 27 jaar zijn, wordt niet
eerder ingediend dan vier weken na de melding, bedoeld in artikel
44, en
wordt niet eerder dan vier weken na die melding door het college in
behandeling genomen.
-5. Indien tot de personen voor wie
bijstand is aangevraagd één of meer personen jonger dan 27 jaar behoren,
worden documenten verstrekt die het college kunnen helpen bij de
beoordeling of die personen jonger dan 27 jaar nog mogelijkheden hebben
binnen het uit ‘s Rijks kas bekostigde onderwijs.
2. In het zesde lid vervalt ", onderdeel
a en b".
T. [MvT]
Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
-2. De bijstand wordt door de echtgenoten
gezamenlijk aangevraagd dan wel door één van hen met schriftelijke
toestemming van de ander.
2. In het derde lid wordt "één of meer
van de meerderjarige gezinsleden" vervangen door: één van de
echtgenoten.
U. [MvT]
Artikel 44, vierde lid, komt te luiden:
-4. Bij een besluit tot toekenning van
algemene bijstand voor zover dat ziet op personen van 18 jaar of ouder
doch jonger dan 27 jaar wordt, in een bijlage, een plan van aanpak
opgenomen als bedoeld in artikel 44a.
V. [MvT]
Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid, aanhef, wordt "de
alleenstaande, de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende
kinderen of het gezin" vervangen door: de alleenstaande of het gezin.
2. Het vierde en het vijfde lid komen te
luiden:
-4. De algemene bijstand wordt uitbetaald
aan ieder van de rechthebbende echtgenoten voor de helft dan wel op hun
gezamenlijk verzoek aan één van hen voor het geheel.
-5. Ingeval van overlijden van één van de
echtgenoten, van de alleenstaande ouder, van het laatste ten laste
komende kind van gehuwden waarvan de leeftijd van één echtgenoot of
beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar is, of van het laatste ten laste
komende kind van de alleenstaande ouder, wordt de algemene bijstand tot
en met één maand na de dag van het overlijden betaald naar de op het
moment van overlijden van toepassing zijnde bijstandsnorm
aan de andere
echtgenoot, de ten laste komende kinderen, onderscheidenlijk de gewezen
alleenstaande ouder.
W. [MvT]
Artikel 47a, eerste lid, onderdeel
b,
komt te luiden:
b. gehuwden van wie beide echtgenoten 65
jaar of ouder zijn dan wel van wie één echtgenoot 65 jaar of ouder
is;.
Wa. [MvT]
In artikel 47b wordt na "78t, tweede
lid," ingevoegd: 78x, eerste lid, onderdeel
b,.
X. [MvT]
In artikel 47c, vijfde lid,
vervalt "en
de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen".
Y. [MvT]
Artikel 47d, derde lid, komt te luiden:
-3. Voor algemene bijstand als aanvullende
inkomensvoorziening ouderen heeft de belanghebbende zich gemeld als zijn
naam, adres en woonplaats bij de Sociale verzekeringsbank zijn
geregistreerd en:
a. indien het gehuwden betreft waarvan de
echtgenoot van degene die 65 jaar of ouder is jonger dan 27 jaar is: de
belanghebbende door de Sociale verzekeringsbank op de hoogte is gesteld
van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel
a, en
de inhoud van het tweede lid, artikel 41, vijfde en zevende lid, en
artikel 43, vijfde lid;
b. indien tot de personen voor wie
bijstand is aangevraagd geen persoon jonger dan 27 jaar behoort: hij in
staat is gesteld zijn aanvraag in te dienen bij de Sociale verzekeringsbank.
Z. [MvT]
Artikel 50, eerste lid, komt te luiden:
-1. De belanghebbende die eigenaar is van
een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf
heeft recht op bijstand voor zover tegeldemaking, bezwaring of verdere
bezwaring van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen in
redelijkheid niet kan worden verlangd.
AA. [MvT]
Artikel 59, eerste en tweede lid, komen
te luiden:
-1. Onverminderd artikel 58 kunnen kosten
van bijstand, indien de bijstand aan een gezin wordt verleend, van alle
gezinsleden worden teruggevorderd.
-2. Indien de bijstand als gezinsbijstand
aan gehuwden had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is
gebleven omdat de belanghebbende de verplichtingen, bedoeld in artikel
17 of artikel 30c, tweede en derde lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is
nagekomen, kunnen de kosten van bijstand mede worden teruggevorderd van
de persoon met wiens middelen als bedoeld in paragraaf
3.4, bij de
verlening van bijstand rekening had moeten worden gehouden.
AB. [MvT]
Artikel 78m wordt als volgt gewijzigd:
1. "4, vierde lid," wordt vervangen
door: 4, tweede lid,.
2. Na "gezamenlijke huishouding met"
wordt ingevoegd: een meerderjarig aangehuwd kind of.
AC. [MvT]
Aan hoofdstuk 7a worden drie artikelen,
waarvan de nummering aansluit op het laatste artikel van dat hoofdstuk,
toegevoegd, luidende:
Art. 78w. Overgangsrecht herziening
huishoudinkomenstoets [MvT]
-1. Op de persoon die op de dag vóór
inwerkingtreding van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets recht
heeft op bijstand zijn de artikelen 4, 5, onderdeel
e, 7, derde lid,
onderdeel b, 9, derde, vijfde en zesde lid,
11, vierde lid, 13, tweede
lid, onderdeel b, 18, vierde lid, 19, eerste lid, aanhef,
20 tot en met 24, 25, eerste lid,
26, 31, eerste en tweede lid,
onderdeel
h, r en w, 32, derde tot en met vijfde lid,
33, vijfde lid, 34, eerste lid,
onderdeel a, tweede lid, onderdeel a, en derde lid,
onderdeel
b en c, 35, eerste en negende lid,
36, zesde lid, 38, eerste lid, onderdeel
c,
en zesde lid, 41, vierde tot en met zesde lid,
43, tweede en derde lid, 44, vierde lid,
45, derde lid, aanhef, vierde en vijfde lid,
47a, eerste
lid, onderdeel b, 47c, vijfde lid,
50, eerste lid, 59, eerste en tweede
lid, en 78m zoals die luidden op die dag, van toepassing indien die
toepassing leidt tot een hogere uitkering. Die toepassing eindigt op het
tijdstip waarop het recht op die bijstand eindigt, doch ten hoogste met
ingang van 1 januari 2013.
-2. Bij de toepassing van de artikelen,
bedoeld in het eerste lid, wordt met ingang van 1 juli 2012:
a. in artikel 4, tweede lid, aanhef, en
32, vijfde lid, onderdeel c, voor
"€|1059,49" gelezen: €|1065,79;
b. in artikel 20, eerste lid, onderdeel
a, voor "€|230,91" gelezen: €|230,98;
c. in artikel 20, eerste lid, onderdeel
b, voor €|668,21" gelezen: €|668,44;
d. in artikel 20, tweede lid, onderdeel
a, voor "€|498,19" gelezen: €|498,35;
e. in artikel 20, tweede lid, onderdel
b,
voor "€|935,49" gelezen: €|935,81;
f. in artikel 21, eerste lid, voor
"€|1336,42" gelezen: €|1336,87;
g. in artikel 21, tweede lid, onderdeel
a, onder 1º, voor "€|461,82" gelezen: €|461,96;
h. in artikel 21, tweede lid, onderdeel
a, onder 2º, voor "€|729,10" gelezen: €|729,33;
i. in artikel 21, tweede lid, onderdeel
b, onder 1º, voor "€|899,12" gelezen: €|899,42;
j. in artikel 21, tweede lid, onderdeel
b, onder 2º, voor "€|1166,40" gelezen: €|1166,79;
k. in artikel 21, tweede lid, onderdeel
c, voor "€|1130,03" gelezen: €|1130,40;
l. in artikel 22, onderdeel a, voor
"€|1026,35" gelezen: €|1026,66;
m. in artikel 22, onderdeel b, voor
"€|1291,60" gelezen: €|1291,99;
n. in artikel 22, onderdeel c, voor
"€|1412,71" gelezen: €|1413,13;
o. in artikel 23, eerste lid, onderdeel
a, voor "€|296,26" gelezen: €|296,35;
p. in artikel 23, eerste lid, onderdeel
b, voor €|460,79" gelezen: €|460,93;
q. in artikel 31, tweede lid, onderdeel
r, wordt voor "120,00" gelezen: €|120,23.
-3. Dit artikel vervalt met ingang van 1
januari 2013.
Art. 78x. Recht op bijstand
vóór datum
melding [MvT]
-1. Aan een persoon:
a. die zich tussen 26 april 2012 en twee maanden na publicatie van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets in
het Staatsblad heeft gemeld om bijstand aan te vragen; en
b. van wie het college heeft vastgesteld
dat hij als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet afschaffing
huishoudinkomenstoets recht heeft op bijstand;
wordt die bijstand toegekend vanaf de dag
waarop dit recht is ontstaan en kan deze dag, in afwijking van artikel
44, eerste lid, liggen vóór de dag waarop belanghebbende zich heeft
gemeld, doch niet vóór 1 januari 2012.
-2. Op de persoon, bedoeld in het eerste
lid, is artikel 41, vierde lid, niet van toepassing.
Art. 78y.
Uitbetaling door Sociale
verzekeringsbank aan het college [MvT]
Indien als gevolg van inwerkingtreding
van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets het college ten aanzien van
belanghebbende over een periode een vordering heeft met betrekking tot
kosten van algemene bijstand en als gevolg van inwerkingtreding van die
wet die belanghebbende over diezelfde periode recht op algemene bijstand
heeft jegens de Sociale verzekeringsbank, betaalt de Sociale
Verzekeringsbank, zonder dat daarvoor machtiging nodig is van de
belanghebbende, op verzoek van het college uit die bijstand het bedrag
van die vordering uit aan het college.
1. Volgens de redactie
dient "vervangen" te worden vervangen door: telkens vervangen.
Art.
II. Wijziging van de Wet werk en
bijstand [MvT]
De Wet werk en
bijstand zoals die komt te luiden na inwerkingtreding van artikel
I wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt
gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt "€|230,91"
vervangen door: €|230,98.
b. In onderdeel b wordt "€|461,82"
vervangen door: €|461,96.
c. In onderdeel c wordt "€|899,12"
vervangen door: €|899,42.
2. Het tweede lid wordt als volgt
gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt "€|498,19"
vervangen door: €|498,35.
b. In onderdeel b wordt "€|729,10"
vervangen door: €|729,33.
c. In onderdeel c wordt "€|1166,40"
vervangen door: €|1166,79.
B. [MvT]
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt "€|668,21"
vervangen door: €|668,44.
2. In onderdeel b wordt "€|935,49"
vervangen door: €|935,81.
3. In onderdeel c wordt "€|1336,42"
vervangen door: €|1336,87.
C. [MvT]
Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt "€|1026,35"
vervangen door: €|1026,66.
2. In onderdeel b wordt "€|1291,60"
vervangen door: €|1291,99.
3. In de onderdelen c en d wordt
"€|1412,71" vervangen door: €|1413,13
D. [MvT]
Artikel 23, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt "€|296,26"
vervangen door: €|296,35.
b. In onderdeel b wordt "€|460,79"
vervangen door: €|460,93.
Art.
III. Wijziging van de
Wet op het consumentenkrediet
Artikel 5, onderdeel a, onder 1º, van de Wet
op het consumentenkrediet komt te luiden:
1º. echtgenoten of geregistreerde
partners als bedoeld in artikel 3 van de Wet
werk en bijstand van wie het gezamenlijk nettomaandinkomen niet
hoger is dan de norm, genoemd in artikel 21, onderdeel
c, van die wet;.
Art.
IV. Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel 475d, eerste tot en met derde
lid, van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering komt te luiden:
-1. De beslagvrije voet bedraagt voor
schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
a. echtgenoten of geregistreerde partners
als bedoeld in artikel 3 van Wet werk en
bijstand die beiden 21 jaar of ouder zijn: 90% van de
norm, genoemd in artikel 21, onderdeel c, respectievelijk
artikel 22,
onderdeel c en d, van die wet;
b. een alleenstaande en een alleenstaande
ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel
a en b, van de Wet
werk en bijstand die 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn:
1º. indien het periodieke inkomen bij de
beslaglegger bekend is: 90% van dat inkomen inclusief de
vakantieaanspraak, doch ten minste 90% van de norm, genoemd in
artikel 21, onderdeel a en b, van de Wet werk en
bijstand, en ten hoogste 90% van die norm nadat deze eerst is
verhoogd met het bedrag, genoemd in artikel
25, tweede lid, van die wet;
2º. indien het periodieke inkomen niet
bij de beslaglegger bekend is: 90% van de norm, genoemd in artikel
21, onderdeel a en b, van de Wet werk en
bijstand;
c. een alleenstaande van 65 jaar of ouder
en een alleenstaande ouder van 65 jaar of ouder: 90% van de
norm, genoemd in artikel 22, onderdeel a en
b, van die wet.
-2. De beslagvrije voet bedraagt voor
schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
a. echtgenoten of geregistreerde partners
zonder ten laste komende kinderen die beiden jonger zijn dan 21 jaar:
90% van de norm, genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel
b, van
de Wet werk en bijstand;
b. echtgenoten of geregistreerde partners
zonder ten laste komende kinderen waarvan één van hen jonger is dan 21
jaar: 90% van de norm, genoemd in artikel
20, eerste lid,
onderdeel c, van de Wet werk en bijstand;
c. een alleenstaande jonger dan 21 jaar: 90% van de norm, genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel
a,
van de Wet werk en bijstand;
d. een alleenstaande ouder jonger dan 21
jaar: 90% van de norm, genoemd in artikel
20, tweede lid,
onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
e. echtgenoten of geregistreerde partners
die beiden jonger zijn dan 21 jaar met één of meer ten laste komende
kinderen: 90% van de norm, genoemd in artikel
20, tweede lid,
onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
f. echtgenoten of geregistreerde partners
waarvan één van hen jonger is dan 21 jaar met één of meer ten laste
komende kinderen: 90% van de norm, genoemd in artikel
20, tweede
lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand.
-3. Voor zover het echtgenoten of
geregistreerde partners betreft, wordt de beslagvrije voet voor ten
hoogste de helft verminderd met het eigen, niet onder beslag liggende
periodieke inkomen inclusief vakantieaanspraak van degene aan wie de
bijstand samen met de schuldenaar zou kunnen toekomen.
Art.
V. Wijziging van de Wet op
de huurtoeslag
In artikel 27, vierde lid, van de Wet
op de huurtoeslag wordt "artikel 21, eerste
lid," vervangen door: artikel 21, onderdeel
c,.
Art.
VI. Inwerkingtreding
De artikelen van deze wet treden in
werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, waarbij:
a. de artikelen I,
III, IV en V
terugwerken tot en met 1 januari 2012; en
b. artikel II terugwerkt tot en met 1
juli 2012.
Art.
VII. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet
afschaffing huishoudinkomenstoets.
Lasten en
bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 12 juli 2012
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
P. de Krom
Uitgegeven de zeventiende juli
2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|