|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2011-2012, 33 277
Wijziging
van de Wet werk en bijstand in verband met
de herziening van de definities van gezin en middelen (Wet
afschaffing huishoudinkomenstoets)
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Aanleiding |
| 2 |
Ingangsdatum
en anticiperen door gemeenten, SVB en UWV |
| 3 |
Gevolgen voor verschillende groepen |
| 4 |
Financiële gevolgen |
| 5 |
Voorlichting |
| xArtikelsgewijs |
| xx |
Artikelen
I en II |
Algemeen
1.
Aanleiding
Sinds
1 januari 2012 zijn de definities van gezin en middelen in de Wet werk
en bijstand (Wwb) gewijzigd waar het betreft gehuwden met ten laste
komende kinderen en/of meerderjarige inwonende kinderen en alleenstaande
of alleenstaande ouder met meerderjarige inwonende kinderen die in
dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben (huishoudinkomenstoets).¹ In
het Begrotingsakkoord ² is afgesproken dat deze huishoudinkomenstoets
wordt afgeschaft. Dit wetsvoorstel is de uitwerking van deze afspraak.
1.
Wet van 22
december 2011 tot wijziging van de Wet
werk en bijstand en samenvoeging van die
wet met de Wet investeren in jongeren
gericht op bevordering van deelname aan
de arbeidsmarkt en vergroting van de
eigen verantwoordelijkheid van
uitkeringsgerechtigden (Stb.
2011, 650).
2. Kamerstukken II 2011-2012, 21 501 t/m
21 507,
nr. 910, blz. 10.
2.
Ingangsdatum en anticiperen door
gemeenten, SVB en UWV
Gelet op het Begrotingsakkoord zullen de
wijzigingen in dit wetsvoorstel met
betrekking tot het afschaffen van de
huishoudinkomenstoets terugwerken tot en
met 1 januari 2012.
Voor
personen die op 31 december 2011 een
bijstandsuitkering ontvingen (hierna:
het zittend bestand), geldt op grond van
het voorgestelde artikel
78s van de Wwb
voor de toepassing van de
huishoudinkomenstoets een overgangsrecht
dat per 1 juli 2012 afloopt. Ten tijde
van het parlementaire traject van het
voorliggende wetsvoorstel zijn de
gemeenten en Sociale verzekeringsbank
(SVB) druk bezig met de werkzaamheden
rond de overzetting van het zittend
bestand. Om te voorkomen dat gemeenten
werkzaamheden zouden verrichten die na
inwerkingtreding van dit wetsvoorstel
teruggedraaid zouden moeten worden, is
hen schriftelijk verzocht om op het
wetsvoorstel te anticiperen en met de
werkzaamheden rond de overzetting van
het zittend bestand te stoppen. Om
dezelfde reden is de gemeenten verzocht
om openstaande aanvragen af te doen met
toepassing van de wijzingen waarin dit
wetsvoorstel voorziet. De Eerste Kamer,
de Tweede Kamer en de Inspectie SZW zijn
hierover geïnformeerd.
rblz.|2|
3.
Gevolgen voor verschillende groepen
Hieronder
wordt voor de verschillende groepen
personen die te maken hebben (gehad) met
de huishoudinkomenstoets omschreven wat
de gevolgen zijn van dit
wetsvoorstel.
a.
Zittend bestand
Zoals
hierboven al beschreven, zou het zittend
bestand pas met ingang van 1 juli 2012
met de huishoudinkomenstoets te maken
krijgen. Als gevolg van dit wetsvoorstel
in combinatie met het verzoek aan
gemeenten om te anticiperen, zal de
huishoudinkomenstoets helemaal niet (dus
ook niet per 1 juli 2012) toegepast
worden op het zittend bestand.
b.
Hogere uitkering huishoudinkomenstoets
Er
is een beperkte groep mensen voor wie
toepassing van de huishoudinkomenstoets
tot een hogere uitkering leidt dan
zonder toepassing van de
huishoudinkomenstoets. Voor deze groep
is overgangsrecht opgenomen. Zie
hiervoor de toelichting op artikel 78# [toelichting
op artikel 78w, red.] (Overgangsrecht
herziening huishoudinkomenstoets).
c.
Lagere uitkering huishoudinkomenstoets
Er
is een groep die door toepassing van de
huishoudinkomenstoets wel bijstand
toegekend heeft gekregen, maar waarbij
toepassing van de huishoudinkomenstoets
heeft geleid tot een lagere uitkering.
Voor deze groep geldt dat de gemeente
het oorspronkelijke besluit zal herzien
met inachtneming van de bepalingen van
dit wetsvoorstel.
d.
Recht op bijstand ontstaat jegens SVB in
plaats van college
Er
is een groep mensen die algemene
bijstand hebben ontvangen van het
college, maar die door de terugwerkende
kracht van de afschaffing van de
huishoudinkomenstoets eigenlijk over die
periode recht op bijstand van de SVB
hebben. In die gevallen dient de SVB die
bijstand uit te betalen aan het college.
Artikel 78# [artikel 78y,
red.] (Uitbetaling door Sociale
verzekeringsbank aan het college)
voorziet hierin. Zie voorts de toelichting op dit
artikel.
e.
Aanvraag afgewezen
Er
is een groep mensen die een aanvraag
voor bijstand hebben ingediend en wier
aanvraag is afgewezen vanwege de van
toepassing zijnde huishoudinkomenstoets.
Een nieuwe aanvraag kan voor deze groep
achterwege blijven als het college
aanleiding ziet om gebruik te maken van
de in artikel
6:18, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht genoemde
bevoegdheid tot intrekking of wijziging
van een besluit. Voor zover het college
daartoe geen aanleiding ziet, vindt
herziening met toepassing van het
voorgestelde artikel 78# [artikel
78w, red.] op aanvraag
plaats.
f.
Geen aanvraag ingediend
Er
zijn ook mensen die geen aanvraag voor
bijstand hebben ingediend omdat ze al
wisten dat ze door toepassing van de
huishoudinkomenstoets geen recht hadden
op bijstand. Voor deze groep is een
artikel in dit wetsvoorstel opgenomen
waardoor ze (indien ze bijstand
aanvragen en aan de voorwaarden voldoen)
met terugwerkende kracht recht op
bijstand kunnen krijgen. Zie hiervoor de
toelichting op artikel 78# [toelichting op artikel
78x, red.] (Recht op bijstand
vóór datum
melding).
rblz.|3|
4.
Financiële gevolgen
De
besparingen op de uitkeringslasten die
met de huishoudinkomenstoets gemoeid
waren, worden teruggedraaid en
toegevoegd aan het inkomensdeel van het Wwb-budget. Het betreft
€|27 miljoen
in 2012 en €|54 miljoen
voor 2013 en
verder.
De
uitvoeringskosten die samenhingen met de
huishoudinkomenstoets werden bezien in
een breder verband, namelijk met andere
uit het Regeerakkoord 2010
voortvloeiende maatregelen op het
terrein van het ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid (Wet werken
naar vermogen [Kamerstukken 33 161;
vanwege de val van het kabinet
controversieel verklaard, red.], Wet werk en inkomen
kunstenaars, afschaffing van de
overdraagbaarheid van de algemene
heffingskorting in het referentieminimumloon
[zie Wet van 15
december 2011, Stb. 2011, 647,
red.], huishoudinkomenstoets [zie
Wet van 22
december 2011, Stb. 2011, 650,
red.]). In
dit totaalpakket werden voor het
onderdeel van de huishoudinkomenstoets
geen uitvoeringskosten uit het
gemeentefonds genomen. Het intrekken van
de huishoudinkomenstoets heeft derhalve
geen gevolgen voor de vergoeding van de
uitvoeringskosten.
Terugdraaien
van de huishoudinkomenstoets maakt de
afname van de administratieve lasten op
dit onderdeel ongedaan.
5.
Voorlichting
Het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid zal de
gemeenten
ondersteunen bij de voorlichting van de
burgers die door de
huishoudinkomenstoets sinds 1 januari
2012 niet in aanmerking zijn gekomen
voor algemene bijstand en nu met
terugwerkende kracht wel.
Het
voorlichtingsmateriaal zal direct na
parlementaire goedkeuring van de wet
beschikbaar zijn. Gemeenten worden
tijdig over deze ondersteuning
geïnformeerd.
De
voorgestelde wijzigingen strekken ertoe
om de huishoudinkomenstoets en de
daarmee samengaande wijziging van
definities uit de verschillende wetten
te verwijderen. Het betreft veelal
technische wijzigingen. Om deze reden
zullen in het artikelsgewijs deel van de
memorie van toelichting slechts die
wijzigingen worden toegelicht die niet
enkel technisch van aard zijn.
Artikelsgewijs
Artikel
I
Onderdeel AB
[lees: Onderdeel
AC, red.]
Artikel
78# [artikel
78w, red.].
Overgangsrecht herziening
huishoudinkomenstoets
Voor een kleine groep zal de afschaffing
van de huishoudinkomenstoets leiden tot
een inkomensachteruitgang. Het gaat dan
om de situatie dat er een gezinslid is
dat a) aanleiding vormt tot wijziging
van het huishoudtype (alleenstaande of
alleenstaande ouder wordt door het
meerderjarig inwonend kind een gezin) en
b) inkomen heeft dat uitgezonderd is van
de huishoudinkomenstoets. Dit geldt
bijvoorbeeld voor een alleenstaande met
een inwonend meerderjarig kind waarbij
ten minste één van hen een uitkering op
grond van de Wet werk en
arbeidsondersteuning jonggehandicapten
(Wet Wajong) ontvangt. In deze situatie
leiden de gezinsbijstand en
huishoudinkomenstoets ertoe dat deze
alleenstaande en het meerderjarig kind
samen als één gezin worden gezien en
daarmee een uitkering ter hoogte van
100% bijstandsnorm ontvangen. Tevens
wordt de Wajong-uitkering uitgezonderd
van de huishoudinkomenstoets. Voor 1
januari rblz.|4|
2012 zou de ouder alleen de
alleenstaandennorm van 70% bijstandsnorm
ontvangen en het kind de
Wajong-uitkering. Voor deze gevallen is
in dit artikel overgangsrecht opgenomen.
In
het eerste lid van dit artikel is
geregeld dat op de persoon die op de dag
vóór inwerkingtreding van de Wet
afschaffing huishoudinkomenstoets (de
dag dus voordat de huishoudinkomenstoets
met terugwerkende kracht komt te
vervallen) recht had op algemene
bijstand en die door het afschaffen van
de huishoudinkomenstoets een lagere
uitkering zou krijgen, de
huishoudinkomenstoets nog voor een
bepaalde tijd van toepassing blijft. Dit
is geregeld door te bepalen dat een
aantal artikelen van de Wwb
van
toepassing blijven zoals ze luidden op
de dag vóór inwerkingtreding van de Wet
afschaffing huishoudinkomenstoets. De
toepassing van die artikelen eindigt op
het moment dat het recht op algemene
bijstand van de genoemde personen
eindigt, maar in ieder geval met ingang
van 1 januari 2013.
In
het tweede lid is bepaald dat de
bedragen in de artikelen die op grond
van het eerste lid nog voor bepaalde
personen blijven luiden zoals ze luidden
vóór afschaffing van de
huishoudinkomenstoets, per 1 juli 2012
worden geïndexeerd.
Artikel
78# [artikel
78x, red.]. Recht op bijstand
vóór datum
melding
In
artikel 44, eerste lid, van de Wwb
is
geregeld dat bijstand niet kan worden
toegekend over een periode gelegen vóór
de dag dat iemand zich gemeld heeft om
bijstand aan te vragen.
In
het eerste lid van dit artikel wordt
daar voor een bepaalde periode en voor
een bepaalde groep mensen een
uitzondering op gemaakt. Het moet
hierbij gaan om mensen:
- die zich hebben gemeld om algemene
bijstand aan te vragen tussen 26 april
2012 (dag waarop bekend is geworden dat
de huishoudinkomenstoets zou worden
afgeschaft) en twee maanden na de
publicatie van dit
wetsvoorstel;
- het college moet hebben vastgesteld dat
zij als gevolg van het afschaffen van de
huishoudinkomenstoets recht op algemene
bijstand hebben.
Indien
aan bovenstaande voorwaarden is voldaan,
wordt de bijstand toegekend vanaf de dag
waarop (met terugwerkende kracht) het
recht is ontstaan. Deze dag kan vóór de
dag van melding liggen.
Dit
is geregeld om tegemoet te komen aan
personen die door afschaffing van de
huishoudinkomenstoets met terugwerkende
kracht recht hebben gekregen op algemene
bijstand, maar doordat de
huishoudinkomenstoets met terugwerkende
kracht is herzien, zich pas melden om
bijstand aan te vragen nadat bekend is
geworden dat dit wetsvoorstel de
huishoudinkomenstoets heeft afgeschaft.
Om te voorkomen dat de colleges
gedurende langere tijd, of zelfs
onbepaalde tijd, te maken krijgen met
latente bijstandsrechten, is de termijn
waarbinnen de betrokkenen de aanvraag
dient in te dienen in de tijd begrensd
op twee maanden na de publicatie van dit
wetsvoorstel. Deze termijn doet naar het
oordeel van de regering zowel recht aan
de belangen van de betrokkenen als van
de colleges, terwijl hiermee ook
voldoende rekening is gehouden met het
feit dat de betreffende termijn in de
zomermaanden valt.
De
regering heeft kennisgenomen van de
bezwaren van de vier grootste
gemeenten,
VNG [Vereniging
van Nederlandse Gemeenten, red.]
en Divosa [Vereniging van directeuren
van overheidsorganen voor sociale arbeid, red.] tegen de terugwerkende
kracht tot 1 januari 2012. Van die zijde
is aangegeven dat het om
uitvoeringstechnisch redenen niet
mogelijk is om rechtmatig bijstand te
verlenen met terugwerkende kracht tot 1
januari 2012 aan aanvragers die zich
niet eerder hebben gemeld en dat in
verband hiermee terugwerkende kracht tot
1 mei 2012 in de rede ligt. Gezien de
afspraken binnen de vijf fracties van
het rblz.|5|
Begrotingsakkoord ziet de regering
geen mogelijkheid om met deze bezwaren
rekening te houden. Tevens is de
regering van mening dat er sprake zou
zijn van ongerechtvaardigde ongelijke
behandeling indien aan personen die zich
niet hebben gemeld algemene bijstand
wordt verleend met terugwerkende kracht
tot 1 mei 2012 en personen die zich wel
hebben gemeld, maar waarvan hun bijstandsaanvraag is afgewezen, algemene
bijstand kan worden verleend met
terugwerkende kracht tot 1 januari 2012.
In
het tweede lid is bepaald dat de "zoektermijn" van vier weken voor
personen jonger dan 27 jaar niet van
toepassing is op de personen, bedoeld in
het eerste lid. Voor deze groep heeft de
periode tussen de datum waarop met
terugwerkende kracht bijstand [lees:
recht op bijstand, red.] ontstaat
en de datum van aanvraag de functie van
zoektermijn.
Voorts
dienen
gemeenten het recht op bijstand
te herbeoordelen voor personen wier
aanvraag om bijstand in de periode van 1
januari 2012 tot de datum van
inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is
afgewezen of bij wie de hoogte van de
uitkering lager is in verband met
toepassing van de huishoudinkomenstoets.
De regering verwacht dat dit tot extra
werk voor gemeenten zal leiden, maar - anders dan bij vorenbedoelde
toekenningen met terugwerkende kracht - niet tot inhoudelijke
uitvoeringstechnische problemen.
Artikel
78# [artikel
78y, red.]. Uitbetaling door Sociale
verzekeringsbank aan het college
Door
de terugwerkende kracht van de
wijzigingen met betrekking tot het
afschaffen van de huishoudinkomentoets
kan het voorkomen dat sommige mensen
over een periode algemene bijstand van
het college hebben ontvangen terwijl ze
eigenlijk (door die terugwerkende
kracht) die algemene bijstand van de SVB
hadden moeten ontvangen. Dit komt
doordat door afschaffing van de
huishoudinkomentoets de definitie van
gezin wijzigt en daardoor ook de
doelgroep van de aanvullende
inkomensvoorziening voor ouderen (die
door de SVB wordt verstrekt) wijzigt.
Artikel
78# [artikel
78y, red.] (Uitbetaling door Sociale
verzekeringsbank aan het college) regelt
dat in deze situatie de SVB die bijstand
over die periode dient uit te betalen
aan het college indien het college daar
om verzoekt. Voor deze uitbetaling is
geen machtiging van de belanghebbende
nodig.
Deze
wijze van uitbetaling zorgt ervoor dat
gemeenten niet blijven zitten met
uitkeringskosten waarin het inkomensdeel
van hun budget niet voorziet. De SVB
kan
de betreffende uitkeringskosten in de
kostenopgave betrekken.
Artikel
II
In artikel I zijn de artikelen van de
Wwb
gewijzigd zoals ze met terugwerkende
kracht met ingang van 1 januari komen te
luiden. In deze artikelen worden dan ook
de normbedragen gehanteerd zoals ze
vanaf 1 januari 2012 geluid zouden
hebben.
Aangezien
deze bedragen met ingang van 1 juli 2012
gewijzigd dienen te worden, wordt in
artikel II een wijziging van bedragen
voorgesteld zoals die met ingang van 1
juli 2012 moeten komen te luiden. In de
inwerkingtredingsbepaling is bepaald dat
dit artikel terugwerkt tot en met 1 juli
2012.
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
P. de Krom
|