|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2011-2012, 33 290.
Handelingen II 2011-2012, nr. 97, item 26, nr. 99, item 5, 8 en 17.
Kamerstukken I 2011-2012, 33 290 (A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L).
Handelingen I 2011-2012, nr. 37, item 13, 15 en 20.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 12 juli 2012, Stb.
2012, 328, tot wijziging van de
Algemene Ouderdomswet, de Wet werk en
bijstand, de Wet
inkomstenbelasting 2001 en de Wet
op de loonbelasting 1964 in verband
met stapsgewijze verhoging en koppeling aan de stijging van de
levensverwachting van de pensioenleeftijd (Wet verhoging AOW- en
pensioenrichtleeftijd). Inwerkingtreding: 1 januari 2013 (Stb.
2012, 329).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen
lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat
het, in verband met de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en de
noodzaak ook voor toekomstige generaties een solide stelsel van
collectieve voorzieningen zeker te stellen, wenselijk is de leeftijd
waarop op grond van de
Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen
ontstaat met ingang van 2013 stapsgewijs te verhogen naar 66 jaar in
2019 en naar 67 jaar in 2023 en vervolgens te koppelen aan de stijging
van de levensverwachting en in samenhang daarmee ook de Wet werk en
bijstand, de Wet
inkomstenbelasting 2001 en de Wet
op de loonbelasting 1964 aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling
advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging van de
Algemene Ouderdomswet [MvT]
De
Algemene Ouderdomswet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 1, eerste lid, worden, onder
vervanging van de punt aan het slot van dat lid door een puntkomma, drie
onderdelen, waarvan de letteraanduiding alfabetisch aansluit op het
laatste onderdeel, toegevoegd, luidende:
#. pensioengerechtigde leeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a, waarop
recht op ouderdomspensioen ontstaat;
#. aanvangsleeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a, met
ingang waarvan een niet-verzekerd tijdvak leidt tot een korting op het
ouderdomspensioen;
#. CBS: Centraal bureau voor de statistiek,
bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet
op het Centraal bureau voor de statistiek.
B. [MvT]
In de artikelen 6, eerste lid, aanhef, 7,
onderdeel a en b, 35, eerste en vierde lid, en
38, eerste lid, wordt "de leeftijd van 65
jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde
leeftijd.
C. [MvT]
In artikel 7, onderdeel b, wordt "de
leeftijd van 15 jaar" vervangen door: de aanvangsleeftijd.
D. [MvT]
Na artikel 7 wordt een artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 7a.
-1. De pensioengerechtigde leeftijd en de
aanvangsleeftijd zijn:
a. vóór 1 januari 2013: 65,
respectievelijk 15 jaar;
b. in 2013: 65 jaar en één maand,
respectievelijk 15 jaar en één maand;
c. in 2014: 65 jaar en twee maanden,
respectievelijk 15 jaar en twee maanden;
d. in 2015: 65 jaar en drie maanden,
respectievelijk 15 jaar en drie maanden;
e. in 2016: 65 jaar en vijf maanden,
respectievelijk 15 jaar en vijf maanden;
f. in 2017: 65 jaar en zeven maanden,
respectievelijk 15 jaar en zeven maanden;
g. in 2018: 65 jaar en negen maanden,
respectievelijk 15 jaar en negen maanden;
h. in 2019: 66 jaar, respectievelijk 16
jaar;
i. in 2020: 66 jaar en drie maanden,
respectievelijk 16 jaar en drie maanden;
j. in 2021: 66 jaar en zes maanden,
respectievelijk 16 jaar en zes maanden;
k. in 2022: 66 jaar en negen maanden,
respectievelijk 16 jaar en negen maanden;
l. in 2023: 67 jaar, respectievelijk 17
jaar.
Op pensioengerechtigden die in een
bepaald kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt zijn
de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd in de
kalenderjaren daarna niet van toepassing.
-2. De verdere verhoging van de
pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd wordt jaarlijks,
voor de eerste maal uiterlijk op 1 januari 2019 voor het jaar 2024, bij
algemene maatregel van bestuur vastgesteld volgens de volgende formule:
V = (L – 18,26) – (P – 65)
waarbij:
V staat voor de periode waarmee de
pensioengerechtigde leeftijd respectievelijk aanvangsleeftijd wordt
verhoogd, uitgedrukt in perioden van één jaar;
L staat voor de geraamde macro gemiddelde
resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in het kalenderjaar
van verhoging;
P staat voor de pensioengerechtigde
leeftijd in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van
verhoging.
Indien V negatief is of minder dan 0,25
bedraagt, wordt deze gesteld op 0. Indien V 0,25 of meer bedraagt, wordt
deze gesteld op drie maanden.
-3. De verhoging, bedoeld in het tweede
lid, treedt telkens in werking vijf jaar na de uiterste datum van
vaststelling, bedoeld in het tweede lid, voor de eerste maal met ingang
van 1 januari 2024.
-4. De ramingen van de macro gemiddelde
resterende levensverwachting, bedoeld in het tweede lid, worden
uitgevoerd en bekendgemaakt door het CBS.
E. [MvT]
In de artikelen 8, eerste lid, 9, vierde
en vijfde lid, en 29, derde lid, wordt
"65 jaar" vervangen door: de
pensioengerechtigde leeftijd.
F. [MvT]
In artikel 11, tweede lid, wordt "de
65-jarige leeftijd" telkens vervangen door: de pensioengerechtigde
leeftijd.
G. [MvT]
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt
"de 15-jarige" vervangen door: de aanvangsleeftijd.
2. In het eerste lid, onderdeel a, en het
tweede lid wordt "de 65-jarige leeftijd" telkens vervangen door: de
pensioengerechtigde leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel b, en het
tweede lid wordt "zijn 15-jarige leeftijd" telkens vervangen door: de
aanvangsleeftijd.
H. [MvT
+ bis]
Na artikel 21 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Art. 22.
-1. De Sociale verzekeringsbank verleent
op aanvraag aan personen die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken in
de jaren 2013, 2014 of 2015 een voorschot op het ouderdomspensioen in de
vorm van een renteloze lening.
-2. De voorschotverlening gaat in op de
dag waarop de persoon, bedoeld in het eerste lid, de leeftijd van 65
jaar bereikt.
-3. Het bedrag van het voorschot over één
maand, respectievelijk van de voorschotten over twee en drie maanden,
wordt verrekend met het ouderdomspensioen over respectievelijk de eerste
zes volledige kalendermaanden, de eerste twaalf volledige
kalendermaanden en de eerste achttien volledige kalendermaanden na het
bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
-4. Dit artikel vervalt met ingang van 1
juli 2017.
I.
In artikel 29, eerste lid, onderdeel c,
wordt "65 jaar of ouder is dan wel jonger is dan 65 jaar" vervangen
door: de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt dan wel de
pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.
J. [MvT]
In artikel 32 wordt "de artikelen
18, 19, 20,
23, 24, 25,
26 en 49" vervangen door: de
artikelen 18, 19,
20, 23, 24,
26 en 49.
K. [MvT]
In artikel 35, eerste lid, wordt "van 15
jaar of ouder" vervangen door: die de aanvangsleeftijd heeft
bereikt,.
L. [MvT
+ bis]
Artikel 37, onderdeel b, komt te luiden:
b. met ingang van de dag waarop de
gewezen verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;.
M. [MvT]
In artikel 38, eerste en tweede lid,
wordt "de 15-jarige leeftijd" telkens vervangen door: de
aanvangsleeftijd.
N. [MvT]
In artikel 48, vijfde lid, wordt "voor
zover daarvan in bij ministeriële regeling te stellen regels niet wordt
afgeweken" vervangen door: voor zover daarvan ten aanzien van de
artikelen 17, derde lid, 18, en 24, eerste lid, bij ministeriële
regeling niet wordt afgeweken.
O. [MvT]
Paragraaf 2 van hoofdstuk VIII vervalt,
onder vernummering van paragraaf 3 van dat hoofdstuk tot
paragraaf 2.
P. [MvT]
Aan het slot van paragraaf 2 (nieuw) van
hoofdstuk VIII wordt een artikel toegevoegd, waarvan de nummering
aansluit op het laatste artikel van die
paragraaf, luidende:
Art. #.
-1. Pensioengerechtigden die vóór 1
januari 2015 zijn gehuwd en die in november of december 2014 de leeftijd
van 65 jaar bereiken en van wie de echtgenoot jonger is dan de
pensioengerechtigde leeftijd hebben, in afwijking van artikel
8, eerste
lid, overeenkomstig de bepalingen van deze wet recht op een toeslag,
tenzij, met inachtneming van artikel 11, het inkomen uit arbeid of
overig inkomen van die echtgenoot meer bedraagt dan de volledige
brutotoeslag.
-2. Artikel 8, tweede en derde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
Art.
II. Wijziging van de Wet werk en
bijstand [MvT]
De Wet werk en
bijstand wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
a. Voor de tekst wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
b. Er worden twee leden toegevoegd,
luidende:
-2. Onder een beroep kunnen doen op een
voorliggende voorziening, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan
de mogelijkheid tot het doen van een verzoek om een voorschot als
bedoeld in artikel 22 van de
Algemene Ouderdomswet.
-3. Dit lid, het tweede lid alsmede de
aanduiding "-1." voor het eerste lid vervallen met ingang van 1 juli
2017.
B. [MvT]
In artikel 31 worden na het derde lid,
onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot zesde en zevende
lid, twee leden ingevoegd, luidende:
-4. Onder het redelijkerwijs kunnen
beschikken over vermogens- en inkomensbestanddelen, bedoeld in het
eerste lid, wordt niet verstaan de mogelijkheid om een voorschot te
vragen op het ouderdomspensioen op grond van artikel
22, eerste lid, van
de
Algemene Ouderdomswet.
-5. Dit lid en het vierde lid vervallen,
onder vernummering van het zesde en zevende lid tot vierde en vijfde
lid, met ingang van 1 juli 2017.
Art.
III. Wijziging van de Wet
inkomstenbelasting 2001 [MvT]
De Wet
inkomstenbelasting 2001 wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 3.68 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "12%"
vervangen door: 10,9%.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. Het in het eerste lid genoemde
percentage wordt jaarlijks bij algemene maatregel van bestuur gewijzigd.
De wijziging vindt voor het eerst plaats per 1 januari 2015. Bij deze
wijziging wordt het in het eerste lid genoemde percentage verlaagd met
0,4 procentpunt maal het aantal jaren waarmee ingevolge artikel 18a, elfde
lid, van de Wet
op de loonbelasting 1964 de in artikel 18a, zesde lid,
van die
wet genoemde pensioenrichtleeftijd wordt gewijzigd. Een
wijziging ingevolge de eerste volzin van het in het eerste lid genoemde
percentage wordt bekendgemaakt ten minste één jaar voordat deze
toepassing vindt.
B. [MvT]
Artikel 3.127 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "17%"
vervangen door: 15,5%.
2. In het vierde lid, onderdeel a, wordt
"7,5 keer" vervangen door: 7,2 keer.
3. Onder vernummering van het zesde lid
tot achtste lid worden na het vijfde lid twee leden ingevoegd, luidende:
-6. Het in het eerste lid genoemde
percentage wordt jaarlijks bij algemene maatregel van bestuur gewijzigd.
De wijziging vindt voor het eerst plaats per 1 januari 2015. Bij deze
wijziging wordt het in het eerste lid genoemde percentage verlaagd met
0,6 procentpunt maal het aantal jaren waarmee ingevolge artikel 18a, elfde
lid, van de Wet
op de loonbelasting 1964 de in artikel 18a, zesde lid,
van die
wet genoemde pensioenrichtleeftijd wordt gewijzigd. Een
wijziging ingevolge de eerste volzin van het in het eerste lid genoemde
percentage wordt bekendgemaakt ten minste één jaar voordat deze
toepassing vindt.
-7. De in het vierde lid, onderdeel a,
genoemde vermenigvuldigingsfactor wordt jaarlijks bij algemene maatregel
van bestuur gewijzigd. De wijziging vindt voor het eerst plaats per 1
januari 2015. Bij deze wijziging wordt de in het vierde lid, onderdeel a, genoemde vermenigvuldigingsfactor verlaagd met 0,3 maal het aantal
jaren waarmee ingevolge artikel 18a, elfde lid, van de Wet
op de loonbelasting 1964 de in artikel 18a, zesde lid, van die
wet genoemde
pensioenrichtleeftijd wordt gewijzigd. Een wijziging ingevolge de eerste
volzin van de in het vierde lid, onderdeel a, genoemde
vermenigvuldigingsfactor wordt bekendgemaakt ten minste één jaar voordat
deze toepassing vindt.
Art.
IV. Wijziging van de Wet
op de loonbelasting 1964 [MvT]
De Wet
op de loonbelasting 1964 wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel a,
wordt "veertig deelnemingsjaren" vervangen door "40 1/6
deelnemingsjaren" en wordt "(40-deelnemingsjarenpensioen)" vervangen
door: (40 1/6-deelnemingsjarenpensioen).
B. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel a,
wordt "40 1/6 deelnemingsjaren" vervangen door "40 1/4
deelnemingsjaren" en wordt "(40 1/6-deelnemingsjarenpensioen)"
vervangen door: (40 1/4-deelnemingsjarenpensioen).
C. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel a,
wordt "40 1/4 deelnemingsjaren" vervangen door "40 5/12
deelnemingsjaren" en wordt "(40 1/4-deelnemingsjarenpensioen)"
vervangen door: (40 5/12-deelnemingsjarenpensioen).
D. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel a,
wordt "40 5/12 deelnemingsjaren" vervangen door "40 7/12
deelnemingsjaren" en wordt "(40 5/12-deelnemingsjarenpensioen)"
vervangen door: (40 7/12-deelnemingsjarenpensioen).
E. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel a,
wordt "40 7/12 deelnemingsjaren" vervangen door "40 3/4
deelnemingsjaren" en wordt "(40 7/12-deelnemingsjarenpensioen)"
vervangen door: (40 3/4-deelnemingsjarenpensioen).
F. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel a,
wordt "40 3/4 deelnemingsjaren" vervangen door "41
deelnemingsjaren"
en wordt "(40 3/4-deelnemingsjarenpensioen)" vervangen door:
(41-deelnemingsjarenpensioen).
G. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel a,
wordt "41 deelnemingsjaren" vervangen door "41 1/4
deelnemingsjaren"
en wordt "(41-deelnemingsjarenpensioen)" vervangen door: (41
1/4-deelnemingsjarenpensioen).
H. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel a,
wordt "41 1/4 deelnemingsjaren" vervangen door "41 1/2
deelnemingsjaren" en wordt "(41 1/4-deelnemingsjarenpensioen)"
vervangen door: (41 1/2-deelnemingsjarenpensioen).
I. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel a,
wordt "41 1/2 deelnemingsjaren" vervangen door "41 3/4
deelnemingsjaren" en wordt "(41 1/2-deelnemingsjarenpensioen)"
vervangen door: (41 3/4-deelnemingsjarenpensioen).
J. [MvT]
In artikel 18, tweede lid, onderdeel a,
wordt "41 3/4 deelnemingsjaren" vervangen door "42
deelnemingsjaren"
en wordt "(41 3/4-deelnemingsjarenpensioen)" vervangen door:
(42-deelnemingsjarenpensioen).
K. [MvT]
Artikel 18a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "2 percent"
vervangen door: 1,9 percent.
2. In het tweede lid wordt "2,25
percent" vervangen door: 2,15 percent.
3. In het derde lid wordt "35 jaren"
vervangen door: 37 jaren.
4. In het zesde lid wordt "65-jarige
leeftijd" vervangen door: 67-jarige leeftijd (pensioenrichtleeftijd).
5. Er worden twee leden toegevoegd,
luidende:
-11. De in het zesde lid genoemde
pensioenrichtleeftijd wordt jaarlijks bij algemene maatregel van bestuur
gewijzigd. De wijziging vindt voor het eerst plaats per 1 januari 2015
en wordt berekend op basis van de volgende formule:
V = (L – 18,26) – (P – 65)
waarbij:
V staat voor het aantal jaren waarmee de
pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd;
L staat voor de geraamde macro gemiddelde
resterende levensverwachting voor de Nederlandse bevolking in jaren op
65-jarige leeftijd in het kalenderjaar dat is gelegen tien jaar na het
kalenderjaar van wijziging;
P staat voor de geldende
pensioenrichtleeftijd in het kalenderjaar voorafgaande aan het
kalenderjaar van wijziging.
Indien V negatief is of vóór afronding
minder dan 1 beloopt, wordt deze gesteld op 0. Indien V vóór afronding
1 of meer beloopt, wordt deze gesteld op 1. Een wijziging ingevolge de
eerste volzin van de pensioenrichtleeftijd wordt bekendgemaakt ten
minste één jaar voordat deze toepassing vindt.
-12. De ramingen van de macro gemiddelde
resterende levensverwachting, bedoeld in het elfde lid, worden
uitgevoerd en bekendgemaakt door het Centraal
bureau voor de statistiek.
L. [MvT]
Artikel 18b wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "1,4
percent" vervangen door: 1,33 percent.
2. In het tweede lid wordt "1,58
percent" vervangen door: 1,51 percent.
M. [MvT]
Artikel 18c wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "0,28
percent" vervangen door: 0,27 percent.
2. In het tweede lid wordt "0,32
percent" vervangen door: 0,3 percent.
N. [MvT]
Aan artikel 18d, eerste lid, wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma,
een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. aanpassing van de in de
pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum van het ouderdomspensioen aan
de pensioenrichtleeftijd.
O. [MvT]
Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt
"40-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 40
1/6-deelnemingsjarenpensioen.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"63-jarige leeftijd" vervangen door: 63 1/6-jarige leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"40 deelnemingsjaren" vervangen door: 40 1/6 deelnemingsjaren.
4. In het tweede en derde lid wordt "40-deelnemingsjarenpensioen" telkens vervangen door
"40 1/6-deelnemingsjarenpensioen" en wordt "63-jarige
leeftijd"
vervangen door: 63 1/6-jarige leeftijd.
5. In het vierde lid wordt "40-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
40 1/6-deelnemingsjarenpensioen.
6. In het vijfde lid wordt "65-jarige
leeftijd" vervangen door: 65 1/6-jarige leeftijd.
P. [MvT]
Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt
"40 1/6-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 40
1/4-deelnemingsjarenpensioen.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"63 1/6-jarige leeftijd" vervangen door: 63 1/4-jarige leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"40 1/6 deelnemingsjaren" vervangen door: 40 1/4 deelnemingsjaren.
4. In het tweede en derde lid wordt "40
1/6-deelnemingsjarenpensioen" telkens vervangen door
"40 1/4-deelnemingsjarenpensioen" en wordt "63 1/6-jarige
leeftijd"
vervangen door: 63 1/4-jarige leeftijd.
5. In het vierde lid wordt "401/6-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
40 1/4-deelnemingsjarenpensioen.
6. In het vijfde lid wordt "65
1/6-jarige
leeftijd" vervangen door: 65 1/4-jarige leeftijd.
Q. [MvT]
Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt
"40 1/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 40
5/12-deelnemingsjarenpensioen.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"63 1/4-jarige leeftijd" vervangen door: 63 5/12-jarige leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"40 1/4 deelnemingsjaren" vervangen door: 40 5/12 deelnemingsjaren.
4. In het tweede en derde lid wordt "40
1/4-deelnemingsjarenpensioen" telkens vervangen door
"40 5/12-deelnemingsjarenpensioen" en wordt "63
1/4-jarige
leeftijd"
vervangen door: 63 5/12-jarige leeftijd.
5. In het vierde lid wordt "40
1/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 40
5/12-deelnemingsjarenpensioen.
6. In het vijfde lid wordt "65
1/4-jarige
leeftijd" vervangen door: 65 5/12-jarige leeftijd.
R. [MvT]
Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt
"40 5/12-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 40
7/12-deelnemingsjarenpensioen.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"63 5/12-jarige leeftijd" vervangen door: 63 7/12-jarige leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"40 5/12 deelnemingsjaren" vervangen door: 40 7/12 deelnemingsjaren.
4. In het tweede en derde lid wordt "40
5/12-deelnemingsjarenpensioen" telkens vervangen door
"40 7/12-deelnemingsjarenpensioen" en wordt "63
5/12-jarige
leeftijd"
vervangen door: 63 7/12-jarige leeftijd.
5. In het vierde lid wordt "40
5/12-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 40
7/12-deelnemingsjarenpensioen.
6. In het vijfde lid wordt "65
5/12-jarige
leeftijd" vervangen door: 65 7/12-jarige leeftijd.
S. [MvT]
Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt
"40 7/12-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 40
3/4-deelnemingsjarenpensioen.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"63 7/12-jarige leeftijd" vervangen door: 63 3/4-jarige leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"40 7/12 deelnemingsjaren" vervangen door: 40 3/4 deelnemingsjaren.
4. In het tweede en derde lid wordt "40
7/12-deelnemingsjarenpensioen" telkens vervangen door
"40 3/4-deelnemingsjarenpensioen" en wordt "63
7/12-jarige
leeftijd"
vervangen door: 63 3/4-jarige leeftijd.
5. In het vierde lid wordt "40
7/12-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 40
3/4-deelnemingsjarenpensioen.
6. In het vijfde lid wordt "65
7/12-jarige
leeftijd" vervangen door: 65 3/4-jarige leeftijd.
T. [MvT]
Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt
"40 3/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
41-deelnemingsjarenpensioen.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"63 3/4-jarige leeftijd" vervangen door: 64-jarige leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"40 3/4 deelnemingsjaren" vervangen door: 41 deelnemingsjaren.
4. In het tweede en derde lid wordt "40
3/4-deelnemingsjarenpensioen" telkens vervangen door
"41-deelnemingsjarenpensioen" en wordt "63 3/4-jarige
leeftijd"
vervangen door: 64-jarige leeftijd.
5. In het vierde lid wordt "40
3/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
41-deelnemingsjarenpensioen.
6. In het vijfde lid wordt "65
3/4-jarige
leeftijd" vervangen door: 66-jarige leeftijd.
U. [MvT]
Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt
"41-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 41
1/4-deelnemingsjarenpensioen.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"64-jarige leeftijd" vervangen door: 64 1/4-jarige leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"41 deelnemingsjaren" vervangen door: 41 1/4 deelnemingsjaren.
4. In het tweede en derde lid wordt "41-deelnemingsjarenpensioen" telkens vervangen door
"41 1/4-deelnemingsjarenpensioen" en wordt "64-jarige
leeftijd"
vervangen door: 64 1/4-jarige leeftijd.
5. In het vierde lid wordt "41-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
41 1/4-deelnemingsjarenpensioen.
6. In het vijfde lid wordt "66-jarige
leeftijd" vervangen door: 66 1/4-jarige leeftijd.
V. [MvT]
Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt
"41 1/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 41
1/2-deelnemingsjarenpensioen.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"64 1/4-jarige leeftijd" vervangen door: 64 1/2-jarige leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"41 1/4 deelnemingsjaren" vervangen door: 41 1/2 deelnemingsjaren.
4. In het tweede en derde lid wordt "41
1/4-deelnemingsjarenpensioen" telkens vervangen door
"41 1/2-deelnemingsjarenpensioen" en wordt "64 1/4 jarige
leeftijd"
vervangen door: 64 1/2-jarige leeftijd.
5. In het vierde lid wordt "41
1/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 41
1/2-deelnemingsjarenpensioen.
6. In het vijfde lid wordt "66
1/4-jarige
leeftijd" vervangen door: 66 1/2-jarige leeftijd.
W. [MvT]
Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt
"41 1/2-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 41
3/4-deelnemingsjarenpensioen.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"64 1/2-jarige leeftijd" vervangen door: 64 3/4-jarige leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"41 1/2 deelnemingsjaren" vervangen door: 41 3/4 deelnemingsjaren.
4. In het tweede en derde lid wordt "41
1/2-deelnemingsjarenpensioen" telkens vervangen door
"41 3/4-deelnemingsjarenpensioen" en wordt "64 1/2 jarige
leeftijd"
vervangen door: 64 3/4-jarige leeftijd.
5. In het vierde lid wordt "41
1/2-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door: 41
3/4-deelnemingsjarenpensioen.
6. In het vijfde lid wordt "661/2-jarige
leeftijd" vervangen door: 66 3/4-jarige leeftijd.
X. [MvT]
Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt
"41 3/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
42-deelnemingsjarenpensioen.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt
"64 3/4-jarige leeftijd" vervangen door: 65-jarige leeftijd.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"41 3/4 deelnemingsjaren" vervangen door: 42 deelnemingsjaren.
4. In het tweede en derde lid wordt "41
3/4-deelnemingsjarenpensioen" telkens vervangen door
"42-deelnemingsjarenpensioen" en wordt "64 3/4 jarige
leeftijd"
vervangen door: 65-jarige leeftijd.
5. In het vierde lid wordt "41
3/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
42-deelnemingsjarenpensioen.
6. In het vijfde lid wordt "66
3/4-jarige
leeftijd" vervangen door: 67-jarige leeftijd.
Y. [MvT]
Aan artikel 18e wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-6. Indien de in artikel 7a van de
Algemene Ouderdomswet genoemde pensioengerechtigde leeftijd wordt
gewijzigd, worden bij algemene maatregel van bestuur eveneens gewijzigd:
a. het in het eerste, tweede, derde en
vierde lid, in artikel 18, tweede lid, onderdeel a, en in artikel
38g,
aanhef, genoemde aantal deelnemingsjaren;
b. de in het tweede, derde en vijfde lid
genoemde leeftijd.
Z. [MvT]
In artikel 38g, aanhef, wordt "40-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
40 1/6-deelnemingsjarenpensioen.
AA. [MvT]
In artikel 38g, aanhef, wordt "401/6-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
40 1/4-deelnemingsjarenpensioen.
AB. [MvT]
In artikel 38g, aanhef, wordt "401/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
40 5/12-deelnemingsjarenpensioen.
AC. [MvT]
In artikel 38g, aanhef, wordt "40
5/12-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
407/12-deelnemingsjarenpensioen.
AD. [MvT]
In artikel 38g, aanhef, wordt "40
7/12-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
403/4-deelnemingsjarenpensioen.
AE. [MvT]
In artikel 38g, aanhef, wordt "40
3/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
41-deelnemingsjarenpensioen.
AF. [MvT]
In artikel 38g, aanhef, wordt "41-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
411/4-deelnemingsjarenpensioen.
AG. [MvT]
In artikel 38g, aanhef, wordt "41
1/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
411/2-deelnemingsjarenpensioen.
AH. [MvT]
In artikel 38g, aanhef, wordt "41
1/2-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
413/4-deelnemingsjarenpensioen.
AI. [MvT]
In artikel 38g, aanhef, wordt "41
3/4-deelnemingsjarenpensioen" vervangen door:
42-deelnemingsjarenpensioen.
Art.
V.¹ Tijdelijke delegatiegrondslag [MvT]
-1. Wetten die als gevolg van de
inwerkingtreding van artikel I aanpassing behoeven, kunnen bij algemene
maatregel van bestuur worden gewijzigd voor zover dit noodzakelijk is
voor de toepassing van die wetten of ter voorkoming van onaanvaardbare
gevolgen.
-2. Algemene maatregelen van bestuur die
als gevolg van de inwerkingtreding van artikel I aanpassing behoeven,
kunnen zo nodig in afwijking van de wet waarop zij zijn gebaseerd,
worden gewijzigd.
-3. Na het tot stand komen van een
krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur
wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel
van wet tot goedkeuring van de algemene maatregel van bestuur aan de
Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt
ingetrokken of indien één van de kamers van de Staten-Generaal tot het
niet aannemen van het voorstel besluit, wordt de algemene maatregel van
bestuur onverwijld ingetrokken en wordt onverwijld een voorstel van wet
aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden dat ertoe strekt de
bij de algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijzigingen ongedaan
te maken.
1. Ingevolge artikel
II juncto artikel III, tweede lid, van
de Goedkeuringswet verhoging AOW-leeftijd is artikel
V met ingang van 2 januari 2013 komen te vervallen, red.
Art. VI. Inwerkingtreding
[MvT]
-1. De artikelen
I,
II en V
van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
-2. Artikel III en artikel IV,
onderdeel
A, K, L, M, N,
O en Z, treden in werking met ingang van 1 januari 2014.
-3. Artikel IV, onderdeel B, P en
AA,
treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
-4. Artikel IV, onderdeel C, Q en
AB,
treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.
-5. Artikel IV, onderdeel D, R en
AC,
treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.
-6. Artikel IV, onderdeel E, S en
AD,
treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.
-7. Artikel IV, onderdeel F, T en
AE,
treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.
-8. Artikel IV, onderdeel G, U en
AF,
treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.
-9. Artikel IV, onderdeel H, V en
AG,
treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
-10. Artikel IV, onderdeel I, W en
AH,
treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.
-11. Artikel IV, onderdeel J, X en
AI,
treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
-12. Artikel IV, onderdeel Y, treedt in
werking met ingang van 1 januari 2024.
1. Bij Besluit van
12 juli 2012, Stb. 2012, 329, is het tijdstip van
inwerkingtreding van de artikelen
I,
II en V
bepaald op 1 januari 2013. Ingevolge artikel II
juncto artikel III, tweede lid, van de Goedkeuringswet
verhoging AOW-leeftijd is artikel V met ingang van
2 januari 2013 komen te vervallen, red.
Art. VII. Citeertitel
[MvT]
Deze wet wordt aangehaald als: Wet
verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd.
Lasten en bevelen dat deze in het
Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten,
colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 12 juli 2012
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp
De Staatssecretaris van Financiën,
F.H.H. Weekers
Uitgegeven de achttiende juli 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten
|
|