St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

BESLUIT  AANPASSING  WETTEN  INZAKE  VERHOGING  AOW-LEEFTIJD ¹
 
  

2 augustus 2012, Stb. 2012, 361
Inwerkingtreding: 1 januari 2013
(T.a.v. art. V:1 Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd
en vervolgens art. I Goedkeuringswet verhoging AOW-leeftijd)

 

 

 

 
BESLUIT van 2 augustus 2012, Stb. 2012, 361, tot wijziging van een aantal wetten in verband met de verhoging van de leeftijd waarop op grond van de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat (Besluit aanpassing wetten inzake verhoging AOW-leeftijd) ¹

1. Ingevolge artikel I juncto artikel III, eerste lid, van de Goedkeuringswet verhoging AOW-leeftijd is onderhavig besluit met ingang van 1 januari 2013 goedgekeurd, red.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 juli 2012, nr. IVV/OOG/12/10289;
     Gelet op artikel V, eerste lid, van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd;
     De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 25 juli 2012, nr. W12.12.0271/III);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 augustus 2012, nr. IVV/OOG/2012/11962;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 

Art. XVII.  [NvT]
De Algemene nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[NvT]
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het eind van het artikel door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, waarvan de onderdeellettering aansluit op het laatste onderdeel, luidende:
#. pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
B.
[NvT]
Artikel 2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel b wordt "jonger dan 65 jaar" vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.
2. In onderdeel d wordt "jonger van 65 jaar" vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.
C.
[NvT]
In de artikelen 15, derde lid, 63a, derde lid, onderdeel f, en 67, eerste lid, onderdeel a, wordt "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd.
D.
[NvT]
In de artikelen 16, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, en 18, derde lid, wordt "de 65-jarige leeftijd" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd.
E.
[NvT]
In de artikelen 17, eerste en tweede lid, en 25, eerste lid, wordt "jonger dan 65 jaar" vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.
F.
[NvT]
In artikel 67 wordt "de 65-jarige leeftijd" telkens vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd.

 

Art. XXI.  [NvT]
De Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria wordt als volgt gewijzigd:
A.
[NvT]
In artikel 6 wordt "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet,.
B.
[NvT + bis]
In artikel 14 wordt de zin "Deze wet vervalt met ingang van 1 december 2016" vervangen door: Deze wet vervalt met ingang van 31 juli 2017.

 

Art. XXII.  [NvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[NvT]
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel j, wordt "65 jaar" telkens vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
2. Aan het eind van het artikel wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, waarvan de onderdeellettering aansluit op het laatste onderdeel, luidende:
#. de pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
B.
[NvT]
In artikel 3, eerste lid, wordt "65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd.
C.
In artikel 19, eerste lid, onderdeel i, wordt "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd.
D.
[NvT]
In artikel 53, eerste en tweede lid, wordt "65 jaar" telkens vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd.
E.
[NvT]
In artikel 67, onderdeel c, wordt "65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

 

Art. XXIII.  [NvT]
Artikel 3:17, eerste lid, onderdeel b, aanhef, van de Wet arbeid en zorg komt te luiden:
b. zelfstandige: de persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, die:.

 

Art. XXIV.  [NvT]
De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[NvT]
In de artikelen 4 en 5 wordt "jonger dan 65 jaar" telkens vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt,.
B.
[NvT]
In artikel 6 wordt "jonger dan 65 jaar" vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt,.
C.
[NvT]
In artikel 19, eerste lid, onderdeel a, wordt "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet,.

 

Art. XXV.  [NvT]
De Wet financiering sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[NvT]
In artikel 10, tweede lid, wordt "bedoeld in het eerste lid" vervangen door: ", bedoeld in het eerste lid," en wordt "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet,.
B.
[NvT]
Artikel 21 komt te luiden:
Art. 21. Uitzondering premieplicht AOW-gerechtigden
Geen premies voor de werknemersverzekeringen zijn verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, zal bereiken.

 

Art. XXVII.  [NvT]
In de artikelen 2, eerste lid, onder 1º, en 22 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet,.

 

Art. XXVIII.  [NvT]
In de artikelen 2, aanhef, en 22 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet,.

 

Art. XXIX.  [NvT]
Artikel 6, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen wordt vervangen door:
f. het bereiken of bereikt hebben van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.

 

Art. XXXI.  [NvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A.
[NvT]
In artikel 3, eerste lid, wordt "jonger dan 65 jaar" vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt,.
B.
[NvT]
Artikel 49, eerste lid, wordt "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet,.

 

Art. XXXIII.  [NvT]
In de artikelen 1, eerste lid, en 12, vierde lid, onderdeel b, van de Wet sociale werkvoorziening wordt "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet,.

 

Art. XXXV.  [NvT]
De Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A.
[NvT]
Artikel 2:11, eerste lid, onderdeel e, komt te luiden:
e. het bereiken of bereikt hebben van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
B.
[NvT]
Artikel 3:19, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:
a. met ingang van de dag waarop de jonggehandicapte de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt;.

 

Art. XXXVI.  [NvT]
De Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:
A.
[NvT]
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het eind van het artikel door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, waarvan de onderdeellettering aansluit op het laatste onderdeel, luidende:
#. pensioengerechtigde leeftijd: pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
B.
[NvT]
In artikel 6, eerste lid, onderdeel a, wordt "jonger dan 65 jaar" vervangen door: jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd.
C.
[NvT]
In artikel 9, eerste lid, wordt "jonger dan 65 jaar" vervangen door: jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd.
D.
[NvT]
In artikel 13, vierde lid, wordt "personen van 65 jaar of ouder" vervangen door: personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.
E.
[NvT]
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift van het artikel wordt "65 jaar" vervangen door: pensioengerechtigde leeftijd.
2. De zinsnede "jonger dan 65 jaar" wordt vervangen door: jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd.
3. De zinsnede "jonger zijn dan 65 jaar" wordt vervangen door: jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd.
F.
[NvT]
Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift van het artikel wordt "65 jaar of ouder" vervangen door: pensioengerechtigden.
2. In de aanhef wordt "Voor belanghebbenden van 65 jaar of ouder" vervangen door: Voor belanghebbenden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt,.
3. In onderdeel c wordt "65 jaar of ouder zijn" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.
4. In onderdeel d wordt "65 jaar of ouder is" vervangen door "de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt" en wordt "jonger dan 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.
G.
[NvT]
In artikel 31, tweede lid, onderdeel n, wordt "voor een persoon jonger dan 65 jaar" vervangen door: voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt,.
H.
[NvT]
In artikel 33, vijfde lid, wordt "65 jaar of ouder is" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
I.
[NvT]
In artikel 35, derde lid, wordt "een persoon van 65 jaar of ouder" vervangen door: een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
J.
[NvT]
In artikel 36, eerste lid, wordt "van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar" vervangen door: die ouder is dan 21 jaar maar die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt,.
K.
[NvT]
In artikel 37, tweede lid, wordt "een werknemer jonger dan 65 jaar" vervangen door: een werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.
L.
[NvT]
In artikel 41, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede "jonger dan 65 jaar die" wordt vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt die.
2. De zinsnede "of een persoon jonger dan 65 jaar zonder adres" wordt vervangen door: of zonder adres is.
M.
[NvT]
Artikel 47a,¹ onderdeel a en b, worden vervangen door:
a. alleenstaanden en alleenstaande ouders die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt;
b. gehuwden van wie beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt dan wel van wie één echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;.
N.
[NvT]
In artikel 47d, derde lid, onderdeel a, wordt "die 65 jaar of ouder is" vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

1. Volgens de redactie dient na "Artikel 47a" te worden ingevoegd: , eerste lid.

 

Art. XXXVII.  [NvT]
De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
A.
[NvT]
In artikel 1 wordt "zelfstandige: de persoon jonger dan 65 jaar" vervangen door: zelfstandige: de persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt.
B.
[NvT]
In artikel 18, tweede lid, wordt "jonger dan 65 jaar die" vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en die.
C.
[NvT]
Artikel 43, onderdeel g, komt te luiden:
g. het bereiken of bereikt hebben van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;.

 

Art. XXXIX.  [NvT]
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[NvT]
In artikel 3, eerste lid, wordt "jonger dan 65 jaar" vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en.
B.
[NvT]
In artikel 29, vierde lid, wordt "Geen ziekengeld wordt uitgekeerd op en na de dag waarop de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt" vervangen door: Geen ziekengeld wordt uitgekeerd op en na de dag waarop de verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt.
C.
[NvT]
In artikel 46, derde lid, onderdeel a, wordt "degene die de leeftijd 65 jaar heeft bereikt" vervangen door: degene die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt.
D.
[NvT]
Artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "de leeftijd van 65 jaar" vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet,.
2. In het tweede lid wordt "jonger dan 65 jaar" vervangen door: die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt,.

 

Art. LI. Inwerkingtredingsbepaling  [NvT]
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.¹

1. Bij Besluit van 12 juli 2012, Stb. 2012, 329, is het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd bepaald op 1 januari 2013, red.

 

Art. LII. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanpassing wetten inzake verhoging AOW-leeftijd.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

Tavarnelle, 2 augustus 2012

 

BEATRIX

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp

 

Uitgegeven de achtste augustus 2012
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
F. Teeven

 

 

 

NOTA  VAN  TOELICHTING

 

Algemeen

 

     De leeftijd waarop men recht krijgt op het AOW-ouderdomspensioen wordt vanaf 2013 stapsgewijs verhoogd naar 67 jaar in 2023 en vanaf 2024 gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting. De pensioenrichtleeftijd in het fiscale kader voor aanvullende pensioenen (Witteveenkader) wordt per 1 januari 2014 verhoogd naar 67 jaar. Vervolgens wordt deze pensioenrichtleeftijd op vergelijkbare wijze als de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting.
     Eén en ander wordt geregeld in het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met stapsgewijze verhoging en koppeling aan de stijging van de levensverwachting van de pensioenleeftijd (Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd) (Kamerstukken II 2011-2012, 33 290).

     De Algemene Ouderdomswet (AOW) is een fundamenteel onderdeel van de Nederlandse socialezekerheidswetgeving. De leeftijdsgrens van 65 jaar is daardoor diep geworteld in het Nederlandse recht en speelt ook op tal van andere terreinen een rol. De verhoging van de AOW-leeftijd vraagt daarom ook om aanpassingen op andere terreinen dan de AOW en de aanvullende pensioenen. In het voorstel van Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd is reeds aangekondigd dat de benodigde wijzigingen zullen worden geregeld in een separaat aanpassingstraject (Kamerstukken II 2011-2012, 33 290, nr. 3, blz. 2).

     In artikel V van het wetsvoorstel is een bijzondere bepaling opgenomen die erin voorziet dat wetten die als gevolg van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd aanpassing behoeven, aangepast kunnen worden bij algemene maatregel van bestuur, voor zover dit noodzakelijk is voor de toepassing van die wetten of ter voorkoming van onaanvaardbare gevolgen. De onderhavige algemene maatregel van bestuur berust op deze wettelijke grondslag. Na het tot stand komen van deze algemene maatregel van bestuur wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel van wet tot goedkeuring van deze algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden (zie artikel V, derde lid).

     Omdat mensen door het stapsgewijs verhogen van de AOW-leeftijd verschillende AOW-leeftijden kunnen hebben, is ervoor gekozen in de wetgeving de leeftijdsgrens van "65 jaar" - daar waar mogelijk - te vervangen door "de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet".

     Hoewel om wetgevingstechnische redenen in artikel 1 van de AOW een definitiebepaling is opgenomen van het begrip "pensioengerechtigde leeftijd", wordt verwezen naar het nieuwe artikel 7a van de AOW omdat in dat artikel de AOW-leeftijd is verwerkt.

     Wijzigingen in leeftijdsafhankelijke regelingen in de fiscale wetgeving maken geen onderdeel uit van deze algemene maatregel van bestuur. Aanpassingen hiervan zijn voorzien in het wetgevingspakket bij het Belastingplan 2013 dat in het najaar van 2012 wordt aangeboden aan de Tweede Kamer.

     De wijziging in Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) in verband met de verhoging van de pensioenleeftijd en de verhoging van de pensioenrichtleeftijd geschiedt bij separaat wetsvoorstel. Dit omdat in de Appa, die een regeling voor het aanvullend pensioen voor politieke ambtsdragers behelst, het wijzigen van de pensioenleeftijd van 65 jaar in een flexibele pensioengerechtigde leeftijd een complexe aanpassing van de Appa vereist. Bovendien dient op basis van artikel 63 van de Grondwet een aanpassing van de geldelijke voorzieningen voor leden van de Staten-Generaal bij wet plaats te vinden waarvoor een twee derde meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen is vereist in beide kamers der Staten-Generaal.


Ontvangen commentaren

     Het besluit is voor een uitvoeringstoets voorgelegd aan de Sociale verzekeringsbank (SVB), het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), de Belastingdienst/Toeslagen en het Uitvoeringspanel gemeenten. Ook is het besluit voorgelegd aan de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid [lees: Inspectie SZW, red.] voor een toezichtbaarheidstoets.


SVB

     De SVB vindt de wijzigingen uitvoerbaar en kan deze gelijktijdig invoeren met de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd. De juridische redactionele opmerkingen zijn overgenomen.


UWV

     Het UWV acht de wijzigingen uitvoerbaar onder voorwaarde dat de voorgestelde juridische aanpassingen worden overgenomen. De juridische aandachtspunten zijn overgenomen.
     De overweging van het UWV om het voorschot op hun [lees: op de, red.] toekomstige AOW in het Inkomensbesluit sociale zekerheidswetten [lees: Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten, red.] uit te zonderen van het inkomensbegrip van de Toeslagenwet en AOW is niet overgenomen. Het voorschot is bedoeld om overbruggingsproblemen te voorkomen. Als iemand recht op toeslag op grond van de Toeslagenwet heeft, dan zal die persoon geen overbruggingsproblemen kennen: deze toeslag zal immers doorlopen tot aan de nieuwe AOW-leeftijd.


Belastingdienst/Toeslagen

     De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij de uitvoeringstoets laten weten dat de wijzigingen uitvoerbaar zijn per 1 januari 2013. Daarbij dient wel voor een beperkte periode een aparte werkwijze te worden toegepast voor een beperkte groep mensen die huurtoeslag ontvangen, omdat het systeem niet meer vóór 1 januari 2013 aangepast kan worden.


Uitvoeringspanel gemeenten

     In het Uitvoeringspanel is aangegeven dat de wijzigingen uitvoerbaar zijn.


Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid

     De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid [lees: Inspectie SZW, red.] heeft een toezichtbaarheidstoets uitgevoerd. De Inspectie geeft hierin aan in dit besluit geen belemmeringen te zien ten aanzien van de toezichtbaarheid.


Uitvoeringskosten

     De eenmalige uitvoeringskosten van de SVB worden geraamd op €|55.000,-. Dit heeft betrekking op het aanpassen van de systemen alsmede de verschillende communicatie-uitingen voor de Wet uitvoering van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII [lees: Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen, red.]. De structurele uitvoeringskosten blijven ongeveer gelijk.

     De eenmalige kosten voor de Belastingdienst/Toeslagen bedragen €|200.000,-.

     Het UWV raamt de eenmalige kosten op €|1.236.000,-. Daarnaast nemen de structurele uitvoeringskosten toe door een hoger volume aan uitkeringen. Lopende uitkeringen lopen na het bereiken van de 65-jarige leeftijd door tot de nieuwe AOW-gerechtigde leeftijd. De kosten lopen op van |1,4 miljoen in 2013 naar |6,6 miljoen in 2017. Daarnaast leidt het langer doorlopen van de uitkeringen ook tot extra uitkeringslasten, maar deze zijn opgenomen in het voorstel van Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd.

(In miljoen euro) 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Incidentele kosten SVB 0,055 x x x x x
Incidentele kosten belastingdienst 0,200 x x x x x
Incidentele kosten UWV 1,236 x x x x x
Structurele kosten UWV x 1,4 2,2 2,9 4,5 6,6
Totaal uitvoeringskosten 1,491 1,4 2,2 2,9 4,5 6,6

 

 

Artikelsgewijs

 

     Voor een toelichting op de diverse artikelen wordt verwezen naar het algemeen deel van deze toelichting, met uitzondering van een toelichting op een enkel artikel(onderdeel).

 

Artikel XXI, onderdeel B

     In dit onderdeel wordt de datum waarop de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (WBIA) vervalt, aangepast. De huidige datum waarop deze wet vervalt, is 1 december 2016. Dit is geregeld in artikel 14 van die wet. Deze vervaldatum is gerelateerd aan de maximale duur waarop recht op een uitkering op grond van deze wet kan bestaan. Uitgaande van artikel 2, eerste lid, juncto artikel 6 van de WBIA kunnen personen die op 31 december 1986 de leeftijd van 35 jaar hadden bereikt tot de dag waarop de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt recht op een uitkering hebben. Dat is dus tot maximaal 31 december 2016 (en niet zoals de wet nu luidt: 1 december 2016).
     Nu artikel 6 wordt aangepast, dient ook artikel 14 te worden aangepast. De datum in artikel 14 dient te worden gewijzigd in 31 juli 2017. De persoon die op 31 december 1986 35 jaar is geworden, bereikt immers op 31 juli 2017 de leeftijd van 65 jaar en zeven maanden (de pensioengerechtigde leeftijd in 2017).

 

Artikel LI

     De inwerkingtreding van dit besluit is gekoppeld aan de inwerkingtreding van artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd. Beoogd wordt laatstgenoemd artikel met ingang van 1 januari 2013 in werking te laten treden.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid a.i.,
J.W.E. Spies

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x