|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2011-2012, 33 288
Wijziging
van de Zorgverzekeringswet en de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten ter uitvoering van het Begrotingsakkoord
2013
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
Algemeen
Inleiding
Het
onderhavige wetsvoorstel strekt ter uitvoering van de maatregelen uit
het zogenaamde Begrotingsakkoord op het terrein van de zorg, die
wijziging van formele wetten vereisen.
Het
onderhavige wetsvoorstel betreft:
a. de verzachting van de eigen bijdrage geestelijke gezondheidszorg
(hierna: GGZ); en
b. de verhoging van het verplichte eigen risico voor de zorgverzekering
met de daarmee samenhangende wijziging van de uitkering voor compensatie
eigen risico.
Begrotingsakkoord 2013
Op
26 april 2012 sloten de fracties van VVD,
CDA, D66, GroenLinks en de
ChristenUnie een begrotingsakkoord voor 2013. Dit zogenaamde
Begrotingsakkoord behelst een aanvullend pakket van consolidatie- en
hervormingsmaatregelen. De omvang van het pakket maatregelen bedraagt
€|12 miljard aan saldoverbeterende maatregelen in 2013,
€|4,2
miljard netto-ombuigingen op de uitgaven en
€|8,5 miljard nettolastenverzwaringen. Enkele omvangrijke maatregelen, zoals een
BTW-verhoging en een nullijn voor ambtenaren, zijn primair bedoeld om
het tekort op korte termijn fors terug te brengen. Daarnaast worden nu
een aantal hervormingen in gang gezet die op termijn de economische
structuur versterken en de overheidsfinanciën verbeteren. Dit betreft
modernisering van de arbeidsmarkt, het versneld verhogen van de
pensioenleeftijd, hervorming van de woningmarkt, vergroening van de
belastingen en efficiëntere zorgverlening. Ook leveren de maatregelen
een significante bijdrage aan de aanpak van problemen op het terrein van
klimaat en energie, op een zodanige wijze dat het de economische groei
bevordert. Het pakket omvat afspraken voor 2013 en is gericht op een
EMU-saldo [EMU: Economische en Monetaire Unie, red.] van 3% in dat jaar. De effecten van het pakket zijn
rblz.|2|
zodanig over huishoudens verdeeld dat in 2013 sprake is van een
evenwichtig koopkrachtbeeld. Daarmee wordt koers gezet richting gezonde
overheidsfinanciën en een versterking van de economie, hetgeen
perspectief biedt aan burgers en bedrijven om te investeren in de
toekomst van Nederland. Het jaar 2013 wordt hierdoor geen "verloren"
jaar.
Om die
reden heeft de regering, in nauwe
samenspraak met de Tweede Kamer, ook
voor het terrein van de zorg, een aantal
maatregelen geformuleerd (en aan de
Europese Commissie medegedeeld) die
ertoe strekken (al) in 2013 de beoogde
uitgavenreductie te realiseren. Het
Begrotingsakkoord 2013 voorziet tevens
in compenserende maatregelen voor
bepaalde groepen.
Het is
thans zaak, mede met het oog op het
tijdig verschaffen van duidelijkheid aan
de verzekerden, zorgverzekeraars en
andere bij de effectuering van de
maatregelen betrokken instanties, op de
kortst mogelijke termijn de vereiste
regelgeving te realiseren. Het is van
groot belang dat voor de zomerperiode
zoveel mogelijk zekerheid bestaat over
de te nemen maatregelen. Effectuering
per 2013 en reductie van het tekort is
anders illusoir.
Het nemen
van de vereiste, soms diep ingrijpende
maatregelen kan dus niet worden
uitgesteld tot het tijdstip waarop, na
de verkiezingen voor de Tweede Kamer van
12 september 2012, een nieuw kabinet zal
zijn aangetreden.
Er is
derhalve in die context voor de regering
geen andere keuze dan vóór het ingaan
van het zomerreces zowel overeenstemming
met de Tweede en de Eerste Kamer te
bereiken [lees: zowel met de Tweede als
de Eerste Kamer overeenstemming te bereiken, red.] over de te nemen maatregelen
waarvoor vaststelling bij formele wet is
vereist.
De
regering streeft ernaar dit wetsvoorstel
met het oog op de vereiste duidelijkheid
voor de zorgverzekeraars en anderen zo
spoedig mogelijk in werking te doen
treden en doet daarom een dringend
beroep op de beide kamers der
Staten-Generaal om het wetsvoorstel nog
vóór het zomerreces van 2012 te
behandelen.
De
regering vertrouwt erop dat voor de
noodzaak van deze stap en de snelle
besluitvorming begrip zal bestaan. Het
Begrotingsakkoord 2013 is namelijk tot
stand gekomen op initiatief van de
Kamer. Verschillende fracties hebben in
het debat van 24 april 2012 aangedrongen
op een akkoord tussen het kabinet en een
zo groot mogelijke meerderheid van de
Kamer. In het debat van 26 april is
geconstateerd dat het in de huidige
buitengewone precaire situatie gelukt is
om een akkoord te bereiken.
Voor het
effectueren van de overige maatregelen
op het terrein van de zorg uit het
Begrotingsakkoord 2013 kan worden
volstaan met wijziging van bestaande
algemene maatregelen van bestuur
(hierna: AMvB) en ministeriële
regelingen. Daarbij moet worden geacht
aan het Besluit
zorgverzekering en de Regeling
zorgverzekering (pakketmaatregelen en eigen bijdragen),
het Besluit
zorgaanspraken AWBZ en de
Regeling zorgaanspraken AWBZ
(pakketmaatregelen), de Regeling
subsidies AWBZ (maatregelen in de sfeer
van het persoonsgebonden budget, PGB
[persoonsgebonden budget, red.] en
de vergoedingsregeling persoonlijke
zorg) en het Bijdragebesluit
zorg (wijzigingen eigen bijdragen).
De
regering zal deze regelgeving met grote
voortvarendheid ter hand nemen en
overeenkomstig de daartoe strekkende
wettelijke voorschriften bij de Tweede
en Eerste Kamer "voorhangen", zodat
deze zo spoedig mogelijk kan worden
vastgesteld.
Ook kan
een deel van de maatregelen zijn beslag
krijgen door toepassing van het
instrumentarium van de Wet
marktordening gezondheidszorg. Dit instrumentarium
bestaat uit:
rblz.|3|
a. een
aanwijzing van de Minister van
Volksgezondheid aan de Nederlandse
zorgautoriteit (hierna: NZa);
b. algemeen verbindende voorschriften van
de NZa (declaratievoorschriften);
c.
beleidsregels en tariefbeschikkingen van
de NZa. Ook deze maatregelen zullen met
grote voortvarendheid worden
gerealiseerd.
Verzachting
eigen bijdrage GGZ
De
bovenbedoelde maatregel uit het
Begrotingsakkoord 2013 houdt in dat
verzekerden voor de zorgverzekering met
inkomens van niet meer dan 110% van het
sociaal minimum een tegemoetkoming
krijgen in de betaalde eigen bijdrage
voor de behandeling in de tweedelijns-GGZ (hierna: tegemoetkoming). Er bestaat
geen recht op de tegemoetkoming bij een
toetsingsinkomen van meer dan 110% van
het sociaal minimum. Het CAK [Centraal
Administratiekantoor BV, zie ook Wet van 7
november 2011, Stb. 2011, 561, red.] kent de
tegemoetkoming toe en verstrekt de
tegemoetkoming. De keuze voor een
tegemoetkoming via het CAK maakt het
mogelijk om de bovenbedoelde maatregel
al in 2013 in te voeren.
De
aanspraak op de tegemoetkoming is
afhankelijk van de draagkracht. Dit
betekent op basis van artikel 1, eerste
en derde lid, van de Algemene
wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) dat die
wet van
toepassing is op de tegemoetkoming. Bij
de uitwerking van de verzachting eigen
bijdrage GGZ is zoveel mogelijk
aansluiting gezocht bij vergelijkbare
regelingen uitgevoerd door het CAK zoals
bijvoorbeeld de Wet
tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (hierna: Wtcg) en de eigen bijdrage voor
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(hierna: AWBZ) en Wet maatschappelijke
ondersteuning (hierna: Wmo). Dit is het
meest helder voor de verzekerden die
vaak van meerdere regelingen gebruik
maken en draagt bij aan de
uitvoerbaarheid.
Ingevolge
artikel 7, eerste lid, van de Awir
wordt bij een verzekerde met een partner
zijn eigen toetsingsinkomen en dat van
zijn partner in aanmerking genomen. De
exacte inkomensgrenzen waarboven geen
recht bestaat op de tegemoetkoming
worden bij algemene maatregel van
bestuur vastgesteld. Het daarbij te
hanteren jaar wordt ook bij algemene
maatregel van bestuur vastgesteld. De
mogelijkheid om hierbij af te wijken van
de Awir
maakt het mogelijk om het
inkomensgegeven over een eerder jaar dan
het berekeningsjaar te hanteren. Er
wordt bij de Wtcg en de eigen bijdragen
voor de AWBZ en de Wmo, in afwijking van
de Awir, uitgegaan van het
inkomensgegeven van het tweede jaar
voorafgaande aan het berekeningsjaar.
De hoogte
van de toe te kennen tegemoetkoming is
het bedrag van de eigen bijdrage die de
verzekerde voor de behandeling
tweedelijns-GGZ heeft betaald. De eigen
bijdrage behandeling voor de tweedelijns-GGZ bedraagt
€|100,- voor een DBC [diagnosebehandelingscombinatie,
red.] tot 100 minuten en
€|200,- voor een DBC
vanaf 100 minuten.¹ Een verzekerde
betaalt over een kalenderjaar niet meer
dan
€|200,- aan eigen bijdrage voor de
tweedelijns-GGZ. Dit betekent dat de
hoogte van de tegemoetkoming ten hoogste
€|200,- kan bedragen.² De verzekerde
krijgt alleen een tegemoetkoming voor
zorg waarvan de bijbehorende
diagnosebehandelingscombinatie (hierna: DBC) na
31 december 2012 is geopend. Een DBC kan
maximaal 365 dagen openstaan. Het is
derhalve mogelijk dat een in het jaar
2013 geopende DBC in 2014 wordt
afgesloten. De verzekerde behoeft de
eigen bijdragen pas te betalen nadat de
zorgaanbieder de afgesloten DBC bij zijn
zorgverzekeraar heeft gedeclareerd en
die zorgverzekeraar die declaratie heeft
verwerkt. De zorgverzekeraar verstrekt
vervolgens de benodigde gegevens van de
verzekerde aan het CAK. Het betreft hier
met name het burgerservicenummer en het
bedrag van de betaalde eigen bijdrage
voor de tweedelijns-GGZ.
rblz.|4|
Het CAK
stelt vervolgens vast of er sprake is
van een partner. De regels voor het
bepalen van het partnerschap worden bij
algemene maatregel van bestuur
vastgesteld, waarbij kan worden afgeweken
van de Awir. Het CAK bepaalt namelijk
het partnerschap voor het Bijdragebesluit
zorg en de Wet
tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten op basis van de regels
voor partnerschap van de AWBZ.
Het CAK
verstrekt de burgerservicenummers van de
verzekerde en van de vastgestelde
partner aan de rijksbelastingdienst. Het
kan bij een verstrekt
burgerservicenummer gaan om een cliënt
voor de GGZ of een partner. De
rijksbelastingdienst kan dus niet
vaststellen of het verstrekte
burgerservicenummer bij een cliënt voor
de GGZ hoort of bij een partner. De
rijksbelastingdienst krijgt hiermee niet
de beschikking over persoonsgegevens
betreffende de gezondheid van
verzekerden. De rijksbelastingdienst
levert de bij het verstrekte
burgerservicenummer horende
inkomensgegevens uit de basisregistratie
inkomen.
1. Zie artikel
2.3, tweede lid, van de Regeling
zorgverzekering.
2. Zie artikel 2.3, vierde lid, van
de Regeling zorgverzekering.
De
toegekende tegemoetkomingen komen ten
laste van het Zorgverzekeringfonds. Er
bestaat een overeenkomst met de
uitkering voor de compensatie van het
verplichte eigen risico. De
zorgverzekeraar int de verschuldigde
bedragen in verband met het verplichte
eigen risico voor de zorgverzekering.
Het CAK verleent voor bepaalde groepen
een uitkering voor compensatie eigen
risico.
De
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport kent aan het CAK een budget toe
voor beheerkosten ten behoeve van de
uitvoering van de regeling van de
tegemoetkoming. Het budget van
beheerkosten komt ten laste van de
rijksbegroting.
Verhoging
verplicht eigen risico en wijziging van
de compensatie eigen risico
Het
Begrotingsakkoord 2013 bevat de afspraak
om het bedrag van het verplichte eigen
risico voor de zorgverzekering in 2013
bovenop de reguliere indexatie met
€|115,- te verhogen. De indexatie van het
huidige bedrag van
€|220,- leidt tot een
bedrag van
€|235,-. De verhoging met
€|115,- leidt tot een verplicht eigen
risico van
€|350,-. Een verzekerde zal
door de verhoging met
€|115,- naar
verwachting gemiddeld
€|61,- meer kwijt
zijn aan het verplichte eigen risico. De
nominale premie voor de zorgverzekering
zal in verband hiermee naar verwachting
met
€|61,- dalen.
In het
Begrotingsakkoord 2013 is afgesproken om
de lagere inkomens volledig te
compenseren via de zorgtoeslag voor de
verhoging van het verplichte eigen
risico met
€|115,-. De aanpassing van de
drempelpercentages voor de normpremie
voor de zorgtoeslag leidt tot een
verhoging van de maximale zorgtoeslag
met
€|115,-. De verhoging zou op basis
van het huidige artikel
118a van de
Zorgverzekeringswet leiden tot een
verhoging van de uitkering voor de
compensatie eigen risico (hierna:
uitkering) met
€|54,-. Dit leidt in
combinatie met de maatregelen voor de
zorgtoeslag tot een dubbele compensatie
voor de personen die recht hebben op
zowel de zorgtoeslag als de uitkering.
De verhoging van het verplichte eigen
risico met
€|115,- heeft op basis van
het onderhavige wetsvoorstel geen
gevolgen voor de hoogte van de
uitkering. Dit wordt bewerkstelligd door
bij de berekening van de hoogte van de
uitkering een bedrag van
€|54,- in
mindering te brengen.
Inkomenseffecten
De
verhoging van het verplichte eigen
risico voor de zorgverzekering met
€|115,- leidt naar verwachting tot een
daling van de nominale premie voor de
zorgverzekering met
€|61,-. De maximale
zorgtoeslag neemt in verband met de
verhoging van het verplichte eigen
risico toe met
€|115,- voor
eenpersoonshuishoudens en
€|230,- voor
meerpersoonshuishoudens. Dit rblz.|5|
bedrag
wordt lager naarmate het inkomen hoger
is. Huishoudens tot het minimuminkomen
krijgen hierdoor de stijging van het
eigen risico volledig terug in de
zorgtoeslag. De tegemoetkoming betreft
een bedrag van
€|100,- dan wel
€|200,-
voor huishoudens met een inkomen van
niet meer dan 110% van het sociaal
minimum.
Financiële
gevolgen
De
verhoging van het verplichte eigen
risico voor de zorgverzekering met
€|115,- leidt tot lagere uitgaven voor de
toepassing van het budgettair kader zorg
(hierna: BKZ). De eigen betalingen door
verzekerden in verband met het
verplichte eigen risico en de eigen
betalingen in verband met eigen
bijdragen worden als
niet-belastingontvangsten gerekend tot
het BKZ. De BKZ-uitgaven minus deze
niet-belastingontvangsten vormen de
netto-BKZ-uitgaven waaraan het BKZ een
grens stelt. Het hogere verplichte eigen
risico leidt naar verwachting tot een
toename van de niet-belastingontvangsten
met
€|800 miljoen. De netto-BKZ-uitgaven
dalen naar verwachting als gevolg van
het hogere verplichte eigen risico met
€|800 miljoen.
De
verstrekte tegemoetkomingen belasten
naar verwachting het exploitatiesaldo
van het Zorgverzekeringsfonds met
€|55 miljoen.
Artikelsgewijs
Artikel I
Onderdeel
A (artikel
11a van de Zvw)
Met de
invoeging van een artikel
11a in de
Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt geregeld
dat verzekerden beneden een bepaalde
draagkrachtgrens de betaalde eigen
bijdragen voor behandeling in de
tweedelijns-GGZ terugontvangen. Het
eerste en tweede lid bepalen dat het
moet gaan om de eigen bijdrage voor
behandeling in de tweedelijns-GGZ. Het
tweede lid bepaalt dat de tegemoetkoming
in het berekeningsjaar overeenkomt met
het bedrag aan eigen bijdrage voor
behandeling in de tweedelijns-GGZ dat
de verzekerde in dat jaar heeft betaald.
De uitvoering van de regeling voor de
tegemoetkoming wordt gelegd bij het CAK.
Het CAK
mag op basis van de hem toegekende
publiekrechtelijke taak (voor de
uitvoering van artikel
11a van de Zvw; vergelijk artikel 21 van de Wet
bescherming persoonsgegevens) ook gegevens
betreffende de gezondheid verwerken voor
zover dat noodzakelijk is. De gegevens
betreffende de gezondheid beperken zich
tot het gegeven dat de desbetreffende
verzekerde een behandeling in de tweedelijns-GGZ
heeft ondergaan en in
verband daarmee een eigen bijdrage heeft
betaald.
Het CAK
is op grond van dit artikel bevoegd
inkomensgegevens uit de basisregistratie
inkomen te gebruiken voor de toekenning
van de tegemoetkoming in de eigen
bijdrage voor de tweedelijns-GGZ. Het
CAK geldt hiermee ook voor de
tegemoetkoming als afnemer in de zin van
artikel 21, onderdeel f, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awr).
De rijksbelastingdienst verstrekt op
grond van artikel 21e van de Awr
aan het
CAK de gevraagde inkomensgegevens uit de
basisregistratie inkomen.
Onderdeel
B (artikel 19 van de
Zvw)
De
voorgestelde wijziging van artikel 19
van de Zvw stelt het verplichte eigen
risico voor de zorgverzekering vast op
€|350,-.
rblz.|6|
Onderdeel
C (artikel 39 van de
Zvw)
De
uitgaven voor de tegemoetkomingen komen
met deze wijziging ten laste van het
Zorgverzekeringsfonds.
Onderdeel
D (artikel
118a van de Zvw)
De
wijziging van artikel
118a van de Zvw
strekt ertoe te voorkomen dat
verzekerden met een laag inkomen, die
voor het gestegen eigen risico
gecompenseerd worden door aanpassing van
hun zorgtoeslag, daarvoor "dubbel"
gecompenseerd worden. Het gewijzigde
artikel 118a van de Zvw voorziet bij de
berekening van de hoogte van de
uitkering in een extra vermindering van
€|54,-. De verhoging van het verplichte
eigen risico voor de zorgverzekering met
€|115,- heeft daardoor geen gevolgen
voor de hoogte van de uitkering.
Artikel
II
De
wijziging van artikel 49 van de
Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten voegt de
uitvoering van de regeling voor de
tegemoetkoming toe aan het takenpakket
van het CAK.
Artikel
III
Op basis
van het eerste lid van dit artikel kan
de betaalde eigen bijdrage voor zorg
waarvan de bijbehorende DBC vóór 1
januari 2013 is geopend niet leiden tot
een tegemoetkoming. Ingevolge het tweede
lid van dit artikel vindt er voor 2013
geen indexatie plaats van het bedrag van
het verplichte eigen risico.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport,
E.I. Schippers
|