|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2011-2012, 33 294
Het niet
indexeren van het basiskinderbijslagbedrag in de Algemene
Kinderbijslagwet per 1 januari 2013 en per 1 januari 2014
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
1. Inhoud
wetsvoorstel
Dit wetsvoorstel strekt
ertoe af te
zien van de wettelijk voorgeschreven
indexering van het
basiskinderbijslagbedrag in de Algemene
Kinderbijslagwet (AKW) per 1 januari
2013 en 1 januari 2014. De regering is
door de economische crisis
geconfronteerd met de noodzaak om
aanzienlijke bezuinigingen door te
voeren. Ook binnen de begroting van het
ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid (SZW) worden maatregelen
genomen. Om het budgettaire beeld
sluitend te krijgen, is onder meer
besloten om het bedrag voor de
basiskinderbijslag in de periode 2013-2014
twee keer te indexeren in plaats van de
wettelijk voorgeschreven vier keer. Deze
maatregel is al aangekondigd in de
begroting voor het ministerie van SZW
voor 2012.¹
1.
Kamerstukken II 2011-2012, 33 000 XV,
nr. 2, blz. 6 en 121.
Het
basiskinderbijslagbedrag wordt jaarlijks
op 1 januari en op 1 juli aangepast aan
de ontwikkeling van het algemene
prijsniveau. Dit gebeurt aan de hand van
de consumentenprijsindex. Dit is
geregeld in artikel
13, tweede lid, van
de AKW. Nu het nodig is het
basiskinderbijslagbedrag per 1 januari
2013 respectievelijk 1 januari 2014
gelijk te houden aan die per 1 juli 2012
respectievelijk 1 juli 2013, stelt dit
wetsvoorstel voor artikel
13, tweede
lid, van de AKW niet toe te passen per 1
januari 2013 respectievelijk 1 januari
2014. In verband met het niet toepassen
van de indexering per 1 januari 2013
respectievelijk 1 januari 2014 wordt in
het tweede lid van artikel
13a bepaald
van welke consumentenprijsindex
uitgegaan dient te worden bij de
eerstvolgende indexatie. Voor de
indexatie per 1 juli 2013 wordt
uitgegaan van de afwijking van de
consumentenprijsindex van april 2013 ten
opzichte van oktober 2012. Voor de
indexatie per 1 juli 2014 wordt
uitgegaan van de afwijking van de
consumentenprijsindex van april 2014 ten
opzichte van oktober 2013. Zonder deze
aanpassing zou uitgegaan dienen te
worden van de consumentenprijsindex
waarop de laatste wijziging, dat wil
zeggen die
per 1 juli 2012 respectievelijk 1 juli
2013, is gebaseerd.
rblz.|2|
2.
Budgettaire gevolgen
De geraamde opbrengsten per jaar van het
afzien van indexeren per 1 januari 2013
en 1 januari 2014 worden in de volgende
tabel weergegeven.
Tabel 1.
Besparing uitkeringslasten (x €|1
mln):
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
2013 |
2014 |
2015 |
2016 |
| Niet
indexeren AKW
1 januari 2013 en 1
januari 2014 |
–22 |
–56 |
–67 |
–68 |
3.
Inkomenseffecten
Door deze maatregel wordt het
basiskinderbijslagbedrag met circa 2%
minder verhoogd in de jaren 2013-2014
dan wanneer in deze jaren vier keer
geïndexeerd zou worden. Het
inkomenseffect hiervan is gering. Voor
een gezin met twee kinderen ligt het
inkomenseffect in deze periode tussen de
0 en -¼%.
4.
Uitvoeringskosten
Het wetsvoorstel heeft praktisch gezien
geen consequenties voor de uitvoering
door de Sociale verzekeringsbank (SVB).
Voorwaarde is dat de besluitvorming
tijdig is afgerond. Wel zal de SVB de
communicatieproducten moeten aanpassen.
5.
Inwerkingtreding
De beoogde datum van inwerkingtreding
van deze wet is 1 januari 2013. Dit
wordt bij koninklijk besluit geregeld.
De Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp
|