Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 blz. 1  

Kamerstukken II 2013-2014, 33 801

Wijziging van de Wet werk en bijstand en enkele andere socialezekerheidswetten (Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
  Inleiding
1 Kostendelersnorm
1.1 Doel
1.2 Kosten delen in twee- en meerpersoonshuishoudens
1.3 Bepaling hoogte kostendelersnorm
1.4 Doelgroep
1.5 Commerciële relaties
1.6 Studenten
1.7 Inkomenseffecten
1.8 Beoogde ingangsdatum en overgangsrecht
1.9 Afschaffing verordeningsplicht
1.10 Kostendelersnorm en Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
1.11 Doorwerking in andere wetgeving
2 Uitkeringsnormering AOW bij samenwonen
2.1 Inleiding
2.2 Doel
2.3 Kosten delen in twee- en meerpersoonshuishoudens
2.4 Bepaling normhoogte
2.5 Doelgroep
2.6 Inkomenseffecten
2.7 Beoogde ingangsdatum en overgangsrecht
3 Uitkeringsnormering overige minimumregelingen bij samenwonen
3.1 Bepaling hoogte Anw, Ioaw, Ioaz en TW bij samenwonen
3.2 Uitzonderingssituaties
3.3 Inkomenseffecten
3.4 Beoogde ingangsdatum en overgangsrecht
4 Intensivering armoedebeleid
4.1 Doel en strekking
4.2 Verruiming individuele bijzondere bijstand
4.3 Beperking mogelijkheden categoriale bijzondere bijstand
4.4 Individualisering langdurigheidstoeslag
4.5 Beoogde ingangsdatum en overgangsrecht
5 Toevoegen van de Wmkob aan de uitzonderingen op de middelentoets in de bijstand
5.1 Doel
5.2 Inkomenseffecten voor personen met een aanvullende bijstandsuitkering
5.3 Uitvoering
5.4 Beoogde ingangsdatum en overgangsrecht
6 Aanscherping verplichting zich te onthouden van zeer ernstige misdragingen jegens de uitvoerende instantie en zijn functionarissen tijdens het verrichten van hun werkzaamheden en invoering in alle socialezekerheidswetten
7 Algehele arbeids- en re-integratieplicht, plicht tot tegenprestatie en uniformering van diverse (arbeids)verplichtingen
7.1 Doelen
7.2 Algehele arbeids- en re-integratieverplichting
7.3 Plicht tot tegenprestatie
7.4 Uniformering van diverse arbeidsverplichtingen en bijbehorende maatregelen
7.5 Invoering zoektijd van vier weken en plan van aanpak ook voor 27 jaar of ouder
7.6 Beoogde ingangsdatum en overgangsrecht
8 Overgangsrecht
8.1 AOW
8.2 Anw, Ioaw, Ioaz en TW
8.3 Wwb
8.4 Intensivering armoedebeleid
8.5 Alleenstaande ouders
9 Voorlichting
10 Financiële effecten
10.1 Inleiding
10.2 Kostendelersnorm
10.3 Aanpassing uitkering AOW
10.4 Aanpassing uitkeringsnorm overige minimumregelingen
10.5 Intensivering armoedebeleid
10.6 Toevoegen Wmkob aan uitzonderingen op middelentoets van de bijstand
10.7 Zeer ernstige misdragingen
10.8 Algehele arbeids- en re-integratieplicht en verbetering naleving (arbeids)verplichtingen
10.9 Uitvoeringskosten
11 Regeldrukeffecten
11.1 Kostendelersnorm
11.2 Intensivering armoedebeleid
11.3 Wmkob
11.4 Tegenprestatie
11.5 Aanscherping maatregel bij re-integratieplicht en uniformering van diverse (arbeids)verplichtingen
12 Ontvangen commentaren
12.1 Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12.2 Uitvoeringspanel gemeenten
12.3 Sociale verzekeringsbank
12.4 Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
12.5 Inspectie SZW
12.6 Overig
12.7 Raad voor de rechtspraak
xArtikelsgewijs
xxxxx Artikelen I t/m XVIII

 

 

Algemeen

 

Inleiding


     Evenals het regeerakkoord "Bruggen slaan" ¹ weerspiegelt het voorliggende wetsvoorstel de zoektocht naar het beste van twee werelden. Met dit wetsvoorstel, waarmee de regering invulling geeft aan het regeerakkoord, beoogt de regering rechtvaardige keuzes te maken en de juiste balans te vinden. Zo voorziet het wetsvoorstel in maatregelen om ervoor te zorgen dat socialezekerheidsregelingen houdbaar en toegankelijk blijven én in maatregelen voor mensen die het zonder een extra steuntje in de rug niet kunnen redden. Om de bijstand activerender te maken, spreekt de regering bijstandsgerechtigden aan op de inzet van de eigen mogelijkheden, tegelijkertijd oog houdend voor de menselijke maat. De regering komt met een meetlat in de vorm van een uniformering van diverse arbeidsverplichtingen om de naleving te verbeteren, tegelijkertijd ruimte latend aan de gemeenten voor maatwerk.

1. Kamerstukken II 2012-2013, 33 410, nr. 15, blz. 9 en 58, en nr. 76.

     Een grote uitdaging voor de regering is om zoveel mogelijk mensen te laten participeren. Daartoe heeft de regering een nota van wijziging voor de Participatiewet in voorbereiding. Met de invoering van één regeling via die wet wil de regering mensen die nu aan de kant staan meer kansen bieden. Meer kansen op (regulier) werk of, als dat (nog) niet kan, meer kansen op andere vormen van participatie. De polisvoorwaarden in dit wetsvoorstel komen overeen met die in de bijstand. Vanuit een integrale benadering beoogt de regering met het voorliggende wetsvoorstel het activerende karakter van die voorwaarden te vergroten.

     Een andere grote uitdaging voor de regering is te zorgen voor de toekomstbestendigheid van de bijstand: de bijstand houdbaar en toegankelijk houden nu de vergrijzing toeneemt en de beroepsbevolking daalt. Om dat doel te bereiken, versterkt de regering met dit wetsvoorstel het vangnetkarakter van de bijstand. De regering wil voorkomen dat  blz. 2  binnen één huishouden sprake kan zijn van stapeling van uitkeringen. Dat houdt geen rekening met de kostenvoordelen die er zijn als er meerdere volwassenen samen een huishouding voeren. Ook is het ongewenst dat de inkomsten in een huishouden door stapeling van uitkeringen hoger zijn dan bij de buurman of buurvrouw die aan het werk is. Tegelijkertijd wordt ervoor gezorgd dat het wel loont om aan het werk te gaan door dit loon niet te verrekenen met de uitkeringen in het huishouden.

     Het regeringsbeleid met betrekking tot de Algemene Ouderdomswet (AOW) is erop gericht deze voorziening ook voor de jonge generaties veilig te stellen. Dat houdt in dat de noodzakelijke maatregelen worden genomen om - nu het aantal ouderen snel groeit en de beroepsbevolking licht zal gaan krimpen - de betaalbaarheid oftewel de houdbaarheid van de AOW te kunnen garanderen. Eén van die maatregelen sluit aan bij de hiervoor genoemde maatregel in de bijstand en is daarom in dit wetsvoorstel opgenomen. De uitkering van mensen die een uitkering op grond van de AOW ontvangen en die samenwonen met één of meer volwassenen (ook als het gaat om eerste graad bloedverwanten), wordt vastgesteld op 50% van het nettominimumloon. Deze norm voor mensen die

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.