St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

COÖRDINATIEWET  SOCIALE  VERZEKERING

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 
Kamerstukken II 1952-1953, 3034

Coördinatie van bepalingen van socialeverzekeringswetten met die van de loonbelasting en de vereveningsheffing (Coördinatiewet Sociale Verzekering) ¹

1. Redactie: de wet is gepubliceerd in Stb. 1953, 577, en is in werking getreden met ingang van 1 januari 1954 (Stb. 1953, 593).

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan vier ontwerpen van Wet tot:
a. coördinatie van bepalingen van socialeverzekeringswetten met die van de loonbelasting en de vereveningsheffing (Coördinatiewet Sociale Verzekering);
b. wijziging van de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, de Ziektewet, de Kinderbijslagwet en de Werkloosheidswet (coördinatie sociale verzekering en belastingen naar het loon);
c. wijziging van de Wet tot aanvulling van renten krachtens de Invaliditeitswet, de Kinderbijslagwet voor invaliditeits-, ouderdoms- en wezenrentetrekkers, de Wet tot aanvulling der ongevallenrenten en de Noodwet Kinderbijslag Kleine Zelfstandigen (coördinatie sociale verzekering en belastingen naar het loon);
d. coördinatie van bepalingen loonbelasting en vereveningsheffing met die van heffingen sociale verzekering.
     De toelichtende memoriën, die de Wetsontwerpen vergezellen, bevatten de gronden waarop zij rusten.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

Soestdijk, 6 Juni 1953

 

JULIANA

 

 

 

Nr.r2 ONTWERP  VAN  WET

 

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enige bepalingen van socialeverzekeringswetten te coördineren met overeenkomstige bepalingen van de Besluiten op de Loonbelasting en de Vereveningsheffing;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

§ 1.  Algemene bepalingen

 

Art. 1 [1].  [MvT]
Deze wet verstaat onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;
b. Sociale Verzekeringsraad: de Sociale Verzekeringsraad, bedoeld in hoofdstuk III van de Organisatiewet Sociale Verzekering;
c. uitvoeringsorgaan: het bij of krachtens de Organisatiewet Sociale Verzekering, de Wet op de Rijksverzekeringsbank en de Raden van Arbeid (Stb. 1933, 598) en de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 aangewezen uitvoeringsorgaan.

 

Art. 2 [2].  [MvT]
Deze wet verstaat onder werknemer:
a. voor de toepassing van de Ongevallenwet 1921: de werkman in de zin van die wet;
b. voor de toepassing van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922: de arbeider in de zin van die wet;
c. voor de toepassing van de Ziektewet: de verzekerde ingevolge die wet;
d. voor de toepassing van de Kinderbijslagwet: de arbeider in de zin van die wet;
e. voor de toepassing van de Werkloosheidswet: de werknemer in de zin van die wet;
f. voor de toepassing van het Ziekenfondsenbesluit en zijn uitvoeringsbesluiten:
1º. de verzekerde ingevolge de Ziektewet;
2º. de personen, bedoeld in artikel 1 van de Wet van 18 September 1946, Stb. G 256;
3º. de personen die op grond van de Wet van 5 December 1946, Stb. G 346, gelden als verzekerden ingevolge de Ziektewet;
4º. de personen die op grond van artikel 1, onderdeel a, van het Koninklijk besluit van 24 December 1952, Stb. 1952, 671, gelden als verzekerden ingevolge de Ziektewet.

 

Art. 3 [3].  [MvT]
Deze wet verstaat onder werkgever:
a. voor de toepassing van de Ongevallenwet 1921: de werkgever in de zin van die wet;
b. voor de toepassing van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922: de werkgever in de zin van die wet;
c. voor de toepassing van de Ziektewet: de werkgever in de zin van die wet;
d. voor de toepassing van de Kinderbijslagwet: de werkgever in de zin van die wet;
e. voor de toepassing van de Werkloosheidswet: de werkgever in de zin van die wet;
f. voor de toepassing van het Ziekenfondsenbesluit en zijn uitvoeringsbesluiten:
1
º. de werkgever in de zin van de Ziektewet;
2
º. het publiekrechtelijk lichaam dat één of meer personen, bedoeld in artikel 1 van de Wet van 18 September 1946, Stb. G 256, in dienst heeft;
3
º. degene die één of meer personen die op grond van de Wet van 5 December 1946, Stb. G 346, gelden als verzekerden ingevolge de Ziektewet, in dienst heeft;
4
º. degene die één of meer personen die op grond van artikel 1, onderdeel a, van het Koninklijk besluit van 24 December 1952, Stb. 1952, 671, gelden als verzekerden ingevolge de Ziektewet, in dienst heeft.

 

 

§ 2.  Van het loon

 

Art. 4 [4].  [MvT]
Loon in de zin van deze wet is al hetgeen uit een dienstbetrekking wordt genoten. Loon wordt als genoten beschouwd op het tijdstip waarop het is uitbetaald, verrekend of op enigerlei andere wijze ter beschikking van de werknemer is gesteld.

 

Art. 5 [5].  [MvT]
Tot het loon behoren aanspraken uit een dienstbetrekking om na verloop van tijd of onder een voorwaarde één of meer uitkeringen te ontvangen, voor zover zij niet worden gedekt door stortingen van de werknemer.

 

Art. 6 [6].  [MvT]
-1. Tot het loon behoren niet:
a. aanspraken die berusten op een pensioenregeling;
b. aanspraken ingevolge socialeverzekeringswetten;
c. uitkeringen ingevolge een aanspraak die tot het loon behoort;
d. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge socialeverzekeringswetten;
e. kinderbijslagen ingevolge een kinderbijslagregeling als bedoeld in het eerste lid van artikel 5 der Kinderbijslagwet;
f. uitkeringen bij ziekte aan personen die op grond van het bepaalde in de artikelen 20 en 21 der Ziektewet en artikel 1a van het Koninklijk besluit van 28 Januari 1931, Stb. 1931, 24, niet verzekerd zijn overeenkomstig de bepalingen dier wet;
g. uitkeringen als bedoeld in artikel 415 van het Wetboek van Koophandel;
h. uitkeringen ingevolge een pensioenregeling;
i. uitkeringen over tijdvakken waarin de werknemer geen arbeid verricht, indien die uitkeringen minder bedragen dan de helft van zijn normale loon;
j. vergoedingen voor zover zij geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van noodzakelijke kosten die de werknemer in verband met zijn dienstbetrekking heeft te maken;
k. op het loon ingehouden verplichte bijdragen ingevolge een pensioenregeling.
-2. De Sociale Verzekeringsraad kan, onder goedkeuring van Onze Minister, bepalen dat eveneens niet tot het loon worden gerekend:
a. uitkeringen die niet tot het normale regelmatig verstrekte loon behoren, zoals gratificaties ter gelegenheid van verjaardagen en van jubilea en andere dergelijke voordelen, mits zij van betrekkelijk geringe betekenis zijn;
b. verstrekkingen tot dekking van bijzondere kosten, zoals die ter zake van bevalling, ziekte, overlijden en dergelijke;
c. uitkeringen door derden die niet voor een belangrijk deel door de werkgever worden bekostigd.
-3. Voor de toepassing van deze wet wordt onder pensioenregeling verstaan:
a. een regeling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft de verzorging van werknemers en gewezen werknemers bij invaliditeit en ouderdom en de verzorging van hun echtgenoten en van hun minderjarige kinderen en pleegkinderen, één en ander door middel van pensioen;
b. een regeling die door Onze Minister als zodanig is aangewezen.

 

Art. 7 [7].  [MvT]
-1. De Sociale Verzekeringsraad kan regelen geven nopens het bedrag aan fooien en dergelijke prestatiën van derden dat in bepaalde gevallen of groepen van gevallen geacht wordt te zijn genoten. Hij geeft deze regelen slechts op voorstel van één of meer uitvoeringsorganen en onder goedkeuring van Onze Minister.
-2. De Sociale Verzekeringsraad kan eveneens bepalen dat een bedrag aan fooien en dergelijke prestatiën van derden niet tot het loon wordt gerekend. Het bepaalde in de tweede volzin van het vorige lid is van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 8 [8].  [MvT]
-1. Niet in geld genoten loon wordt berekend naar de geldswaarde.
-2. Onze Minister kan, de Sociale Verzekeringsraad gehoord, nadere regelen geven nopens de waardering van aanspraken en van ander niet in geld genoten loon.

 

Art. 9 [9].  [MvT]
-1. Bij de berekening van het loon waarnaar de premiën ingevolge de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, de Ziektewet, de Kinderbijslagwet, de Werkloosheidswet en het Ziekenfondsenbesluit worden geheven, blijft het loon dat bij dezelfde werkgever meer heeft bedragen dan het bedrag hetwelk wordt verkregen door vermenigvuldiging van een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag met het aantal dagen waarover de werknemer in het premiebetalingstijdvak loon heeft genoten, voor dat meerdere buiten aanmerking, met dien verstande dat gemiddeld per kalender- of loonweek ten hoogste zes dagen in aanmerking worden genomen. Als dagen waarover loon is genoten, worden tevens beschouwd de dagen der week waarop de werknemer niet heeft gewerkt ten gevolge van het feit dat onder handhaving van het normale aantal arbeidsuren dan wel van het normale loon per week, een verkorte werkweek toepassing vindt. Indien de werknemer, in ploegendienst werkzaam, uitsluitend als gevolg hiervan op een minder aantal dagen arbeid verricht dan het normale aantal werkdagen - de nachtdienst hierbij gerekend als dienst op één werkdag -, wordt hij gedurende het tijdvak waarin hij door het werken in ploegendienst in beslag wordt genomen, geacht het normale aantal werkdagen van de week arbeid te hebben verricht.
-2. Indien blijkt dat voor een werknemer die gelijktijdig bij meer dan één werkgever werkzaam is, door zijn gezamenlijke werkgevers premie is betaald over een hoger loonbedrag dan het krachtens het vorige lid bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedrag, wordt de premievaststelling herzien en wordt het voor premieberekening in aanmerking komende loon vastgesteld op een evenredig deel van het bij die maatregel vastgestelde bedrag. Het te veel betaalde wordt aan de werkgever terugbetaald.
-3. De Sociale Verzekeringsraad kan, onder goedkeuring van
Onze Minister, bepalen dat ten aanzien van bepaalde groepen van werknemers verschuldigde premiën worden geheven naar de grondslag van het bedrag waarnaar de uitkering wordt vastgesteld.
-4. De Sociale Verzekeringsraad kan bepalen dat ten aanzien van bepaalde takken van bedrijf of beroep of bepaalde groepen van werknemers, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, de in dat lid bedoelde vermenigvuldiging geschiedt met het aantal dagen van de betalingsperiode, de Zondagen niet medegerekend.

 

 

§ 3.  Van de loonadministratie

 

Art. 10 [10].  [MvT]
De werkgever is verplicht een loonadministratie te voeren welke voldoet aan door het uitvoeringsorgaan waarbij hij is aangesloten te stellen voorschriften, alsmede de door dat orgaan gevraagde loonopgaven binnen de door dat orgaan te stellen termijnen te verstrekken. Door Onze Minister kunnen, de Sociale Verzekeringsraad gehoord, ter zake regelen worden gesteld.

 

 

§ 4.  Van de vaststelling en invordering van de premie

 

Art. 11 [11].  [MvT]
-1. De vaststelling van de door een werkgever verschuldigde premie, alsmede de invordering daarvan, geschieden door het uitvoeringsorgaan waarbij de werkgever is aangesloten. Deze premie wordt naar boven afgerond tot een veelvoud van een cent.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur kan ten aanzien van bepaalde groepen van werknemers worden afgeweken van het in de eerste volzin van het vorige lid bepaalde.
-3. Het uitvoeringsorgaan is bevoegd, met inachtneming van de door de Sociale Verzekeringsraad te stellen regelen, van de werkgever een voorschotpremie te vorderen.
-4. Het uitvoeringsorgaan deelt het te betalen bedrag der premie, onderscheidenlijk het bedrag van de voorschotpremie, schriftelijk aan de werkgever mede, met mededeling van de termijn waarbinnen de betaling moet geschieden.
-5. Indien ten onrechte geen bedrag aan premie is vastgesteld dan wel na de vaststelling van het te betalen bedrag der premie blijkt dat een lager bedrag is vastgesteld dan verschuldigd is, stelt het uitvoeringsorgaan het alsnog door de werkgever verschuldigde premiebedrag over de verstreken betalingstermijnen vast. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
-6. Indien een hoger bedrag aan premie is vastgesteld dan verschuldigd is, stelt het uitvoeringsorgaan het verschuldigde op het juiste bedrag vast. Het te veel betaalde wordt aan de werkgever terugbetaald.

 

Art. 12 [12].  [MvT]
-1. Indien een werkgever niet voldoet aan een hem krachtens artikel 10 [10] opgelegde verplichting om een door het uitvoeringsorgaan gevraagde loonopgave binnen de door dat orgaan bepaalde termijn te verstrekken, is het uitvoeringsorgaan bevoegd ambtshalve een premieaanslag op te leggen. Het uitvoeringsorgaan is bevoegd het bedrag van deze aanslag te verhogen met vijf procent van dat bedrag, met dien verstande evenwel dat de verhoging ten minste vijf gulden bedraagt. Deze verhoging wordt als premie beschouwd.
-2. De Sociale Verzekeringsraad stelt regelen vast met betrekking tot de toerekening van de in het eerste lid bedoelde verhoging.

 

Art. 13 [13].  [MvT]
-1. Premie wordt niet meer vastgesteld indien meer dan drie jaren sedert het einde van het kalenderjaar waarin de premie verschuldigd is geworden, zijn verstreken.
-2. Premie welke niet is ingevorderd binnen tien jaren na de vaststelling wordt niet meer ingevorderd.
-3. De rechtsvordering tot terugbetaling van onverschuldigd betaalde premie verjaart door verloop van drie jaren sedert het einde van het kalenderjaar waarin de premie is vastgesteld.

 

Art. 14 [14].  [MvT]
Indien een werkgever een voorschotpremie of een vastgestelde premie niet of niet geheel binnen de daarvoor gestelde termijn betaalt, is het uitvoeringsorgaan, onverlet zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid van artikel 15 [15], bevoegd over het niet tijdig betaalde bedrag van de werkgever interest te vorderen over de termijn gelegen tussen het tijdstip waarop de premie is betaald en het tijdstip waarop de premie had moeten worden betaald. De interest wordt berekend tegen een door Onze Minister vastgesteld percentage.

 

Art. 15 [15].  [MvT]
-1. Indien een werkgever een voorschotpremie of een vastgestelde premie niet of niet geheel binnen de daarvoor gestelde termijn betaalt, maant het uitvoeringsorgaan hem schriftelijk aan om alsnog te betalen. Voor deze aanmaning is door de werkgever vijf en twintig cent verschuldigd. Wordt aan deze aanmaning geen gevolg gegeven, dan is het uitvoeringsorgaan bevoegd bij dwangbevel, medebrengende het recht om de goederen van de schuldenaar zonder vonnis aan te tasten, de premie, de aanmaningskosten en de in artikel 14 [14] bedoelde interest in te vorderen.
-2. Verschillende vorderingen tegen eenzelfde werkgever kunnen in hetzelfde dwangbevel worden opgenomen.
-3. De betekening en de tenuitvoerlegging geschieden op de bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten aanzien van vonnissen en authentieke akten voorgeschreven wijze door de ambtenaren der directe belastingen, behoudens dat, met afwijking van de artikelen 440, derde lid, en 450, tweede lid, van dat wetboek, bij inbeslagneming van roerende goederen de daarmede belaste ambtenaar zich desverkiezende niet door getuigen of door slechts één getuige behoeft te doen bijstaan en die ambtenaar bevoegd is om degene tegen wie het beslag is gedaan, ook zonder diens bewilliging tot bewaarder aan te stellen.
-4. Na de betekening kan uitsluitend worden betaald ten kantore der directe belastingen waaraan de ambtenaar, houder van het dwangbevel, verbonden is of, bij inbeslagneming, in handen van die ambtenaar.
-5. De kosten van vervolging worden berekend volgens de bepalingen betreffende de kosten van vervolging ter zake van directe belastingen. Het recht van invordering bij dwangbevel strekt zich uit tot deze kosten.
-6. De toerekening en afschrijving van de betalingen der schuldenaren geschieden in de volgende orde:
1º. op de kosten van vervolging, zo die verschuldigd zijn;
2º. op de kosten der in het eerste lid bedoelde aanmaning;
3º. op de interest, bedoeld in artikel 14 [14];
4º. op de premie.

 

Art. 16 [16].  [MvT]
De vordering van het uitvoeringsorgaan wegens premie, waaronder begrepen worden de kosten der in het eerste lid van het vorige artikel [15] bedoelde aanmaning, de kosten van vervolging en de in artikel 14 [14] bedoelde interest, is bevoorrecht op al de roerende en onroerende goederen van de werkgever en heeft voorrang boven alle bevoorrechte schulden, met uitzondering van de grondbelasting, van hypotheek en van de gerechtskosten, bedoeld in artikel 1185, onder 1º, en artikel 1195, onder 1º, van het Burgerlijk Wetboek, en van de premiën verschuldigd krachtens de Invaliditeitswet.

 

 

§ 5.  Van de vrijstelling wegens gemoedsbezwaren

 

Art. 17 [17].  [MvT]
-1. Degene die gemoedsbezwaren heeft tegen één van de verzekeringen ingevolge de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, de Ziektewet, de Kinderbijslagwet, de Werkloosheidswet en het Ziekenfondsenbesluit, kan met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen en voorwaarden door het uitvoeringsorgaan worden vrijgesteld van de bij die maatregel aan te wijzen verplichtingen welke hem bij of krachtens genoemde wetten en deze wet zijn opgelegd.
-2. In de maand Januari van elk kalenderjaar doet het uitvoeringsorgaan aan de inspecteur der belastingen binnen wiens ambtsgebied de werkgever woont, toekomen een staat vermeldende naam en woonplaats van die werkgever, alsmede het bedrag waarvoor die werkgever over het afgelopen kalenderjaar aansprakelijk zou zijn geweest indien hem niet de vorenbedoelde vrijstelling was verleend.
-3. Naar aanleiding van de in het vorige lid bedoelde opgave of opgaven verhoogt de inspecteur de aanslag van de werkgever in de inkomstenbelasting over het laatstverlopen kalenderjaar mei het in totaal opgegeven premiebedrag.
-4. Indien op het tijdstip waarop de inspecteur de opgave ontvangt de in het vorige lid bedoelde aanslag in de inkomstenbelasting reeds ten kohiere is gebracht, wordt de verhoging van de belastingplichtige nagevorderd. Hetzelfde vindt plaats indien op voormeld tijdstip besloten was geen aanslag op te leggen of de opgelegde aanslag was vernietigd. Navordering heeft plaats door het ten kohiere brengen van een nadere aanslag wegens de verhoging.
-5. De in het derde en vierde lid bedoelde verhoging van de aanslag in de inkomstenbelasting wordt ingevorderd overeenkomstig de bepalingen geldende voor de invordering van de inkomstenbelasting en als inkomstenbelasting verantwoord.
-6. Voor de toepassing van de bepalingen van het Besluit op de Inkomstenbelasting 1941 wordt de verhoging evenwel niet als een aanslag of een deel van een aanslag beschouwd.
-7. Het bedrag aan premie waarvoor een werkgever aansprakelijk zou zijn geweest indien hem niet de in het eerste lid bedoelde vrijstelling was verleend, komt voor rekening van het Rijk.
-8. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden tevens geregeld de verdere gevolgen welke aan het verlenen van vrijstelling wegens gemoedsbezwaren zijn verbonden, alsmede de gevallen waarin de vrijstelling wordt of kan worden ingetrokken en de aan de intrekking verbonden gevolgen.

 

 

§ 6.  Straf- en slotbepalingen

 

Art. 18 [18].  [MvT]
-1. Met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van ten hoogste honderd gulden wordt gestraft de werkgever die één of meer voorschriften welke door het uitvoeringsorgaan krachtens artikel 10 [10] zijn gegeven niet of niet tijdig nakomt.
-2. Het in het vorige lid bedoelde strafbare feit wordt als overtreding beschouwd.

 

Art. 19 [19].
Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Coördinatiewet Sociale Verzekering.

 

Art. 20 [20].  [MvT]
Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

 

 

     Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken,

De Staatssecretaris van Financiën.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | CSV | MvT | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x