|
Kamerstukken II 1961-1962,
6808
Regeling
van de ziekenfondsverzekering (Ziekenfondswet)
¹
1. Redactie:
de wet is gepubliceerd in Stb. 1964, 392, en is in werking
getreden met ingang van 15 april 1965 (Stb. 1965, 130).
| Nr.r1 |
KONINKLIJKE
BOODSCHAP |
Aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal
Wij
bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van Wet tot regeling
van de ziekenfondsverzekering (Ziekenfondswet).
De toelichtende
memorie (en bijlagen), die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de
gronden waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige
bescherming.
Porto Ercole, 25 augustus
1962
JULIANA
WIJ
JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is regelen te stellen met betrekking tot de
ziekenfondsverzekering;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Algemene
bepaling
Art.
1
[1]. [MvT]
Deze wet verstaat onder:
-1. Onze Minister: Onze Minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid;
-2. ziekenfonds: een instelling,
toegelaten overeenkomstig artikel 34 [34]
van deze wet;
-3. Ziekenfondsraad: het College,
bedoeld in het vijfde hoofdstuk van deze wet;
-4. verplichte verzekering: de
verzekering, geregeld in de eerste paragraaf van het tweede hoofdstuk
van deze wet;
-5. bejaardenverzekering: de
verzekering, geregeld in de tweede paragraaf van het tweede hoofdstuk
van deze wet;
-6.
vrijwillige verzekering: de verzekering,
geregeld in de derde paragraaf van het
tweede hoofdstuk van deze wet.
TWEEDE
HOOFDSTUK
De
verzekering
§
1. De verplichte verzekering
A.
De verzekerden
Art. 2
[2]. [MvT]
Verplicht verzekerd overeenkomstig
het bepaalde in deze wet zijn de
verzekerde en diens medeverzekerden.
Waar in deze wet of in één van haar
uitvoeringsvoorschriften wordt
gesproken van verzekerde, wordt
daaronder tevens verstaan de
medeverzekerde, tenzij het tegendeel
blijkt.
Art. 3
[3]. [MvT]
-1. Verzekerd is de verplichtverzekerde
ingevolge de Ziektewet, alsmede degene die behoort
tot de bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur aangewezen groepen van personen.
-2.
Indien bij of krachtens de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in het
eerste lid, een groep van personen als
verzekerd wordt aangewezen, geldt deze
aanwijzing niet voor tot die groep
behorende personen wier overeengekomen
vast loon in geld, verdiend in één of
meer dienstbetrekkingen, meer bedraagt
dan het in artikel
1, onderdeel c, der Ziektewet genoemde bedrag per jaar,
herzien overeenkomstig artikel 1a
van
die wet. Daarbij wordt het over
gedeelten van een jaar genotene tot
jaarloon herleid. Wijzigingen van het
loon welke tijdens de duur ener
dienstbetrekking in de loop van een
kalenderjaar plaatsvinden, blijven voor
de toepassing van het bepaalde in dit
artikel tot het einde van dat
kalenderjaar buiten beschouwing.
-3.
Bij de algemene maatregel van bestuur,
bedoeld in het eerste lid, kan worden
bepaald:
a.
dat daarbij aan te wijzen andere
inkomsten voor de toepassing van het
bepaalde in het tweede lid als loon
zullen gelden;
b.
uit welken hoofde een verzekerde voor de
toepassing van deze paragraaf als
verzekerd geldt indien hij op grond van
meer dan één bepaling verzekerd is.
Art. 4
[4]. [MvT]
-1. Medeverzekerden zijn de echtgenote
van de verzekerde en diens kinderen
beneden de leeftijd van 16 jaar, alsmede
door Onze Minister aan te wijzen
personen, één en ander indien de
verzekerde volgens regelen door Onze
Minister te stellen als hun kostwinner
is aan te merken en zij tot het
huishouden van de verzekerde behoren.
-2.
Met kinderen beneden de leeftijd van 16
jaar worden gelijkgesteld:
a.
kinderen van 16 jaar of ouder, doch
jonger dan 27 jaar, wier voor
werkzaamheden beschikbare tijd
grotendeels in beslag wordt genomen
door of in verband met het volgen van
onderwijs of een beroepsopleiding;
b.
kinderen van 16 jaar of ouder, doch
jonger dan 27 jaar, die tengevolge van
ziekte of gebreken vermoedelijk in het
eerstkomende jaar buiten staat zullen
zijn om de helft te verdienen van
hetgeen lichamelijk en geestelijk
gezonde kinderen die overigens in
gelijke omstandigheden verkeren, kunnen
verdienen.
-3. De
verzekerde ingevolge het bepaalde bij of
krachtens het eerste lid van artikel 3
[3] wordt niet als medeverzekerde aangemerkt, tenzij bij of krachtens de
algemene maatregel van bestuur, in dat
artikel bedoeld, anders wordt bepaald.
Art. 5
[5]. [MvT]
-1. De verzekerde die de aanspraken
welke hem en zijn medeverzekerden
ingevolge deze paragraaf toekomen,
geldend wil maken, meldt zich daartoe
aan bij een ziekenfonds, werkende in
zijn vaste verblijfplaats, welk
ziekenfonds verplicht is hen als zodanig
in te schrijven.
-2. Al
hetgeen verder de inschrijving als
verzekerde betreft, wordt bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur
geregeld. Daarbij kunnen verplichtingen
worden opgelegd aan verzekerden,
gewezen verzekerden, alsmede aan hun
werkgevers of vroegere werkgevers.
-3. In
deze wet wordt onder werkgever verstaan
iedere natuurlijke of rechtspersoon die
één of meer verzekerden in dienst heeft.
De tweede en derde volzin van het eerste
lid van artikel 9, het tweede en derde
lid van artikel 9 en de
artikelen 15,
16 en 17 van de
Ziektewet zijn van
overeenkomstige toepassing. Voorts
kunnen bij of krachtens de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in
artikel 3 [3]
van deze wet, organen belast
met de uitkering van renten,
wachtgelden, pensioenen of andere
uitkeringen, voor de toepassing van dit
artikel met werkgevers worden
gelijkgesteld.
-4.
Van degene die de regelen, bedoeld in
het tweede lid, niet naleeft, kan het
ziekenfonds een vergoeding vorderen van
de deswege geleden schade. De hoogte van
de vergoeding wordt bepaald
overeenkomstig regelen, te stellen bij
of krachtens algemene maatregel van
bestuur.
Art. 6
[6]. [MvT]
-1. Het beding waarbij een verzekerde
zich tegenover zijn werkgever verbindt
zich te doen inschrijven bij een door
die werkgever aangewezen ziekenfonds, is
nietig.
-2.
Het bepaalde in het eerste lid is niet
van toepassing indien de verzekerde
zich verbindt zich te doen inschrijven
bij een ziekenfonds dat alleen bestemd is voor
het personeel van die werkgever of van
een groep werkgevers waartoe die
werkgever behoort, indien op het
tijdstip van het in werking treden van
deze wet zodanig ziekenfonds reeds tot
de uitvoering van de verplichte
verzekering ten behoeve van het
personeel van de werkgever was
toegelaten.
Art. 7
[7]. [MvT]
-1. Een overeenkomst met betrekking
tot de verzekering van geneeskundige
verzorging of de kosten daarvan,
gesloten door degene die als verzekerde
bij een ziekenfonds wordt ingeschreven,
vervalt met ingang van de dag waarop de
verzekeraar van de verzekerde mededeling
van de inschrijving ontvangt, voor zover
aan de overeenkomst rechten kunnen
worden ontleend gelijkwaardig aan die
welke uit de verplichte verzekering
voortvloeien.
-2. De premie welke degene wiens verzekering
krachtens het bepaalde in het eerste lid
geheel of gedeeltelijk is vervallen,
heeft vooruitbetaald, wordt door de
verzekeraar al naargelang van het
vervallen gedeelte der overeenkomst
terugbetaald, onder aftrek van ten
hoogste 25 procent van het terug te betalen
bedrag voor administratiekosten.
B.
De verstrekkingen
Art. 8
[8]. [MvT]
-1. De ziekenfondsen verlenen aan de
bij hen ingeschreven
verzekerden verstrekkingen ter
voorziening in hun geneeskundige
verzorging.
-2.
Bij algemene maatregel van bestuur
worden aard, inhoud en omvang der
verstrekkingen geregeld, met dien
verstande dat zij in elk geval omvatten,
in een daarbij te bepalen omvang,
geneeskundige hulp, te verlenen door
huisartsen en specialisten,
tandheelkundige hulp, verloskundige
hulp, farmaceutische hulp, alsmede
verpleging en behandeling in
ziekenhuizen, verpleeginrichtingen en
sanatoria voor tuberculosepatiënten.
Daarbij kan als voorwaarde voor het
verkrijgen van een verstrekking worden
gesteld dat de verzekerde bijdraagt in
de kosten daarvan.
Art. 9
[9]. [MvT]
-1. De verzekerde die zijn aanspraak
op een verstrekking geldend wil maken,
wendt zich daartoe, behalve in gevallen,
genoemd in de algemene maatregel van
bestuur krachtens het tweede lid van
artikel 8 [8], tot een persoon of een
instelling met wie of welke het ziekenfonds waarbij hij is ingeschreven tot dat doel een
overeenkomst heeft gesloten, één en
ander behoudens het bepaalde in het
derde en het vierde lid.
-2. De
verzekerde wordt de keuze gelaten uit de
in het eerste lid bedoelde personen en
instellingen, voor zover deze in zijn
woonplaats of in de naaste omgeving
daarvan hun praktijk uitoefenen of
gevestigd zijn, één en ander behoudens
het bepaalde in het vijfde en het zesde
lid.
-3. Onze Minister
is bevoegd in het belang
van het geneeskundige onderwijs en
onder door hem vast te stellen
voorwaarden te bepalen dat de
verzekerde mede de keuze wordt gelaten
uit door hem in overeenstemming met Onze
Minister van Onderwijs, Kunsten en
Wetenschappen aan te wijzen ziekenhuizen.
-4.
Een ziekenfonds kan aan een verzekerde
toestemming verlenen zich voor het
geldend maken van zijn recht op een
verstrekking te wenden tot een andere
persoon of instelling dan bedoeld in het
tweede lid indien zulks voor zijn
geneeskundige verzorging nodig is.
-5. In
de overeenkomsten, bedoeld in het eerste
lid, kan worden bepaald dat
verzekerden, om hun rechten op de
desbetreffende verstrekking geldend te
kunnen maken, door het ziekenfonds
ingeschreven moeten zijn op naam van een
huisarts, tandarts, tandheelkundige of
apotheker. Daarbij kunnen regelen worden
gesteld ter beperking van het aantal ten
name van een huisarts, tandarts,
tandheelkundige of apotheker in te
schrijven aantal verzekerden. Bij
reglement van het ziekenfonds kan het
aantal overschrijvingen van een
verzekerde in een bepaald tijdvak aan
een maximum worden gebonden en kunnen
regelen worden gesteld betreffende de
tijdstippen van overschrijving.
-6.
Bij de keuze van een verpleeginrichting
of een sanatorium voor
tuberculosepatiënten geldt niet de
beperking tot de inrichtingen in de
woonplaats van de verzekerde of in de
naaste omgeving daarvan.
Art.
10
[10]. [MvT]
Bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur wordt bepaald in welke mate
en onder welke voorwaarden aanspraak
bestaat op een vergoeding wegens kosten
van geneeskundige verzorging, verleend
in of buiten Nederland, in gevallen
waarin een verzekerde als gevolg van in
die algemene maatregel van bestuur
omschreven omstandigheden geneeskundige
hulp heeft ingeroepen welke hij, hadden
die omstandigheden zich niet
voorgedaan, op de in artikel 9
[9] omschreven wijze had kunnen verkrijgen.
Art. 11
[11]. [MvT]
-1. Onze Minister
kan bepalen dat de
verzekerden van alle of van door hem
aan te wijzen ziekenfondsen aanspraak
hebben jegens hun ziekenfonds op een
uitkering in geld wegens gemaakte
kosten voor een bepaalde vorm van
geneeskundige verzorging in plaats van
aanspraak op de desbetreffende
verstrekking. Onze Minister gaat hiertoe
slechts over indien hij van oordeel is
dat alle of door hem aangewezen
ziekenfondsen in de onmogelijkheid
verkeren op voor hen aanvaardbare
voorwaarden overeenkomsten te sluiten
met een genoegzaam aantal personen of
instellingen die de bedoelde vorm van
geneeskundige verzorging kunnen
verlenen.
-2. In
het besluit van Onze Minister, bedoeld
in het eerste lid, wordt tevens bepaald
onder welke voorwaarden en tot welk
bedrag aanspraak op een uitkering
bestaat.
-3.
Een besluit van Onze Minister als
bedoeld in het eerste lid geldt voor
ten hoogste zes maanden, tenzij Wij
binnen die termijn een voorstel van wet
tot verlenging van deze termijn aan de
Staten-Generaal doen. Wordt het voorstel
ingetrokken of verworpen, dan vervallen
de krachtens dit artikel genomen
maatregelen met ingang van de veertiende
dag na die waarop de intrekking of
verwerping heeft plaatsgehad.
Art. 12
[12]. [MvT]
-1. De verzekerde kan aan de
verzekering geen aanspraak ontlenen
indien en voor zover hij ingevolge een
bij algemene maatregel van bestuur
aangewezen regeling op geneeskundige
behandeling of vergoeding van de kosten
daarvan recht heeft.
-2.
Degene aan wiens schuld of opzet is te
wijten dat een verzekerde geneeskundige
hulp heeft ingeroepen, is voor het
bedrag der kosten door een ziekenfonds
dientengevolge krachtens deze wet
betaald, rechtstreeks aansprakelijk
jegens dat ziekenfonds.
Art. 13
[13]. [MvT]
-1. De ziekenfondsen treffen de
nodige maatregelen ter voorkoming van
onnodige verstrekkingen en van uitgaven
welke hoger dan noodzakelijk zijn. Bij
of krachtens algemene maatregel van
bestuur wordt aangegeven aan welke eisen
daarbij ten minste moet worden voldaan.
-2.
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur wordt aangegeven welke
statistische gegevens betreffende de
verstrekkingen de ziekenfondsen
verzamelen en welke daarvan in het
jaarverslag van het ziekenfonds worden
opgenomen of aan de Ziekenfondsraad
worden medegedeeld.
Art.
14 [14].
[MvT]
Ten aanzien van het verlenen van bij
algemene maatregel van bestuur aan te
wijzen verstrekkingen van verpleging en
behandeling kan een bij algemene
maatregel van bestuur te bepalen deel
van de administratie en de controle
worden uitgeoefend door een door Onze Minister
aan te wijzen instelling,
welke deze taak voor het gehele land of
voor een gedeelte van het land vervult,
naar regelen, gesteld door de
Ziekenfondsraad en onder
verantwoordelijkheid aan dat college. De
Ziekenfondsraad regelt tevens de wijze
waarop de kosten voortvloeiende uit de
werkzaamheden van de aangewezen
instelling worden gedekt uit de
Algemene Kas, bedoeld in artikel
71 [71].
C.
De geldmiddelen
Art. 15
[15]. [MvT]
-1. Van de verzekerden, bedoeld in
artikel 3 [3], voor zover niet behorend tot
de bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur aangewezen groepen van
personen, en van hun werkgevers wordt
een premie geheven, tot een door Onze Minister
te bepalen percentage van het loon dat in het tijdvak waarover de
betaling loopt door de verzekerde is
genoten.
-2.
Van de premie is de helft verschuldigd
door de verzekerde en de helft door de
werkgever, behoudens dat de premie
geheel door de werkgever is
verschuldigd ten aanzien van de
verzekerde wiens loon geheel bestaat
uit verstrekkingen in natura, met of
zonder huisvesting en onderricht.
-3. De
werkgever is gehouden zowel de door de
verzekerde als de door hem zelf
verschuldigde premie te betalen aan het
uitvoeringsorgaan in de zin van de
Organisatiewet Sociale Verzekering. Dit
uitvoeringsorgaan stelt de verschuldigde
premie vast en vordert deze in
overeenkomstig de bepalingen van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering.
-4. De
werkgever is verplicht op het loon van
de verzekerde in te houden het door deze
verschuldigde deel der premie over de
tijd waarover dat loon wordt betaald.
-5. De
uitvoeringsorganen, bedoeld in het derde
lid, storten de ontvangen bedragen in de
Algemene Kas, bedoeld in artikel
71 [71]. Bij
algemene maatregel van bestuur worden
regelen gesteld betreffende de afdracht
en de verantwoording van de ontvangen
bedragen, alsmede betreffende de
vergoeding welke uit de Algemene Kas
aan deze uitvoeringsorganen voor hun
werkzaamheden wordt betaald.
-6.
Bij algemene maatregel van bestuur
kunnen ten aanzien van de premie,
verschuldigd voor de verzekering van de
bij of krachtens die algemene maatregel
van bestuur aangewezen groepen van
personen, andere organen worden
aangewezen voor de premie-inning en
kunnen andere regelen worden gesteld
voor de vaststelling, de invordering, de
afdracht en de verantwoording van de
premie.
Art. 16
[16]. [MvT]
-1. Ten aanzien van personen, bedoeld
in artikel 3 [3], wordt onder loon verstaan
het loon in de zin van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering.
-2.
Loon door verschillende personen
tezamen onverdeeld genoten, wordt, voor
zover niet blijkt van een andere
verdeling, geacht door ieder van hen
voor een gelijk deel te zijn genoten.
-3.
Het loon van een verzekerde die voor de
werkgever ook werkzaamheden of diensten
verricht anders dan in de functie op
grond waarvan hij verzekerd is, wordt,
voor zover het is verdiend op dagen
waarop deze verzekerde tevens in die
functie heeft gewerkt, geacht geheel in
die functie te zijn verdiend.
Art.
17 [17].
[MvT]
-1. Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regelen worden gesteld
omtrent de premieheffing van de
verzekerde die krachtens een
wettelijke regeling of een van rijkswege vastgestelde of goedgekeurde
regeling een uitkering ontvangt ter
zake van werkloosheid of
arbeidsongeschiktheid.
-2.
Daarbij kan tevens worden bepaald:
a.
dat de helft van de ingevolge het eerste
lid van artikel 15 [15]
verschuldigde premie
bij uitbetaling van de uitkering wordt
ingehouden;
b.
dat de verzekerde op elke dag waarover
hij uitkering ontvangt, geacht wordt
een loon te genieten gelijk aan het loon waarnaar die uitkering is
berekend;
c.
dat degene die een uitkering doet,
aangemerkt wordt als werkgever.
Art. 18
[18]. [MvT]
De algemene maatregel van bestuur
krachtens artikel 3 [3]
bepaalt voor elke in
die algemene maatregel van bestuur
genoemde groep afzonderlijk of premie is
verschuldigd, naar welke regelen die
premie wordt berekend en wie de premie
is verschuldigd. De bedoelde algemene
maatregel van bestuur geeft tevens de
nodige voorschriften betreffende
vaststelling en invordering van die
premie.
Art.
19 [19].
[MvT]
-1. Bij algemene maatregel van
bestuur worden regelen gesteld volgens
welke uitkeringen aan de ziekenfondsen
worden gedaan ter dekking van de kosten
van de verplichte verzekering.
-2.
Bij algemene maatregel van bestuur
worden tevens regelen gesteld omtrent
de toerekening van kosten aan de
onderscheidene in deze wet genoemde
verzekeringen.
§ 2.
De bejaardenverzekering
A.
De verzekerden
Art. 20
[20]. [MvT]
-1. Tot de bejaardenverzekering
worden toegelaten, indien op hen niet
van toepassing is artikel
3 [3], zij hier te
lande hun woonplaats hebben en hun
inkomen een bedrag van ƒ4160,00 per jaar
niet overschrijdt:
a.
mannen van 65 jaar of ouder;
b.
ongehuwde vrouwen van 65 jaar of ouder;
c.
gehuwde vrouwen van 65 jaar of ouder
wier echtgenoot de leeftijd van 65 jaar
heeft bereikt, indien zij niet krachtens
artikel 21 [21]
voor medeverzekering in
aanmerking komen;
d.
gehuwde vrouwen van 65 jaar of ouder
wier echtgenoot de leeftijd van 65 jaar
nog niet heeft bereikt, indien zij als
kostwinster worden aangemerkt in de zin
van het bepaalde in het tweede lid van
artikel 7, onderdeel c, van de Algemene
Ouderdomswet.
-2.
Indien na de inwerkingtreding van deze
wet het ouderdomspensioen, bedoeld in
het tweede lid van artikel 8 van de
Algemene Ouderdomswet, krachtens artikel
9 van die wet met enig bedrag wordt
verhoogd of verlaagd, wordt het in het
eerste lid genoemde bedrag van ƒ4160,00 bij
algemene maatregel van bestuur met eenzelfde bedrag verhoogd of verlaagd.
-3.
Een herziening als voorgeschreven in
het vorige lid gaat in op het tijdstip
waarop de wijziging van het
ouderdomspensioen ingaat, tenzij in de
algemene maatregel van bestuur, bedoeld
in het vorige lid, een later tijdstip
wordt bepaald. Dat tijdstip mag echter
niet later vallen dan ten hoogste vier
weken na de datum waarop de wijziging
van het ouderdomspensioen ingaat.
-4.
Door Onze Minister
worden regelen
gesteld omtrent de bepaling van het
inkomen in de zin van het eerste lid.
Art. 21
[21]. [MvT]
-1. De verzekering van een persoon
vallende onder artikel 20
[20] geldt mede
voor degenen die op grond van artikel 4
[4] als medeverzekerden zouden zijn aan te
merken indien degene die tot de
bejaardenverzekering wordt toegelaten,
verzekerd zou zijn geweest in de zin van
artikel 3 [3]. Zij worden in deze paragraaf
als medeverzekerden aangeduid en de
tweede volzin van artikel 2
[2] is van
overeenkomstige toepassing.
-2.
Met afwijking in zoverre van het
bepaalde in het eerste lid wordt de
verzekerde ingevolge deze paragraaf die
met zijn echtgenote samenwoont steeds
geacht haar kostwinner te zijn.
Art. 22
[22]. [MvT]
-1. Degene die de aanspraken welke
hem en zijn medeverzekerden ingevolge
deze paragraaf toekomen geldend wil
maken, meldt zich daartoe aan bij een
ziekenfonds, werkende in zijn vaste
verblijfplaats, welk ziekenfonds
verplicht is hen in te schrijven.
-2.
Het bepaalde in het tweede lid van
artikel 5 [5]
is van overeenkomstige
toepassing op de in deze paragraaf
geregelde verzekering.
-3. De
Ziekenfondsraad verleent aan een
ziekenfonds als bedoeld in het tweede
lid van artikel 6 [6]
op verzoek gehele of
gedeeltelijke ontheffing van de
verplichting tot het inschrijven van
verzekerden overeenkomstig het bepaalde
in deze paragraaf. Aan deze ontheffing
kunnen voorwaarden worden verbonden.
Art. 23
[23]. [MvT]
-1. De verzekering ingevolge deze
paragraal eindigt indien niet meer
wordt voldaan aan de in artikel 20
[20] vermelde
voorwaarden of indien de premie, bedoeld
in artikel
25 [25], niet wordt betaald
overeenkomstig de daarvoor bij het
ziekenfonds bestaande regeling.
-2. De
verzekering van een medeverzekerde
eindigt bovendien indien niet meer
wordt voldaan aan de ingevolge artikel
21 [21]
voor het recht op medeverzekering
geldende voorwaarden.
B.
De verstrekkingen
Art. 24
[24]. [MvT]
-1. De verzekerde, bedoeld in deze
paragraaf, heeft recht op verstrekkingen
overeenkomstig het bepaalde in artikel
8 [8].
-2.
Het bepaalde in de artikelen
9 tot en met 14 [9-14] is
van overeenkomstige toepassing op de in
deze paragraaf geregelde verzekering.
C.
De geldmiddelen
Art. 25
[25]. [MvT]
-1. De ziekenfondsen heffen van de
verzekerden, bedoeld in deze paragraaf,
met uitzondering van de medeverzekerden,
bedoeld in artikel
21 [21], een premie,
waarvan het bedrag door Onze Minister
jaarlijks wordt vastgesteld.
-2. De
in het eerste lid bedoelde premie wordt
voor de verzekerden wier inkomen niet
meer dan ƒ3150,00 per jaar bedraagt,
vastgesteld op een vierde gedeelte van
de premie welke volgens de raming voor
het eerstvolgende kalenderjaar nodig zou
zijn ter dekking van alle kosten der in
deze paragraaf bedoelde verzekering.
Een nog niet eerder in aanmerking
genomen nadelig verschil tussen
inkomsten en uitgaven over een voorgaand
jaar wordt hierbij tot de kosten
gerekend. Een nog niet eerder in
aanmerking genomen voordelig verschil
over een voorgaand jaar wordt op de
kosten in mindering gebracht.
-3.
Voor de verzekerden wier inkomen meer
dan ƒ3150,00 bedraagt, wordt de premie
vastgesteld op het dubbele van de
overeenkomstig het vorige lid bepaalde
premie.
-4.
Ten aanzien van het in de beide vorige
leden van dit artikel genoemde
inkomensbedrag is het bepaalde in het
tweede en het derde lid van artikel 20
[20] van overeenkomstige toepassing.
-5.
Het Rijk en de Algemene Kas verlenen
gelijke bijdragen in de kosten van de
verzekering, geregeld in deze paragraaf.
Deze bijdragen worden tezamen
vastgesteld op het drievoudige van de
premie, geheven krachtens het tweede lid
van dit artikel, vermeerderd met het
bedrag der premie, geheven krachtens het
derde lid van dit artikel. Op de
bijdragen kunnen voorschotten worden
verleend.
Art. 26
[26]. [MvT]
-1. De bijdragen van het Rijk en van
de Algemene Kas worden gestort in het
Fonds Bejaardenverzekering, bedoeld in
artikel 71 [71].
-2.
Uit het Fonds Bejaardenverzekering doet
de Ziekenfondsraad aan de ziekenfondsen
jaarlijks uitkeringen tot zodanige
bedragen dat de kosten welke de
ziekenfondsen geacht worden voor de
bejaardenverzekering te hebben gemaakt,
door de uitkeringen worden gedekt. De
Ziekenfondsraad laat daarbij uitgaven
welke hij niet verantwoord acht buiten
beschouwing.
-3.
Het bepaalde in het derde lid van
artikel 101 [101]
is van overeenkomstige
toepassing ten aanzien van de
uitkeringen, bedoeld in het vorige lid
van dit artikel.
§
3. De vrijwillige verzekering
A.
De verzekerden
Art.
27 [27]. [MvT]
-1. Degene die
niet behoort tot de verzekerden
overeenkomstig het bepaalde in de eerste
en de tweede paragraaf van dit hoofdstuk kan aan een ziekenfonds,
werkende in zijn vaste verblijfplaats,
verzoeken met hem een overeenkomst te
sluiten welke hem recht geeft op
verstrekkingen als bedoeld in artikel
8 [8].
-2.
Het recht tot het sluiten van een
overeenkomst als bedoeld in het eerste
lid komt niet toe aan degene van wie
redelijkerwijs kan worden aangenomen
dat zijn inkomen hoger is dan het
bedrag, bedoeld in artikel
1, onderdeel c,
der Ziektewet,
herzien overeenkomstig
artikel 1a van die
wet. Onze Minister kan nadere regelen stellen betreffende
de wijze waarop voor de toepassing van
dit lid het inkomen wordt bepaald.
Daarbij wordt buiten beschouwing gelaten
hetgeen op grond van een wettelijke of
daarmede door Onze Minister gelijkgestelde regeling als
kinderbijslag
wordt genoten.
-3. De
Ziekenfondsraad verleent aan een
ziekenfonds als bedoeld in het tweede
lid van artikel 6 [6]
op verzoek gehele of
gedeeltelijke ontheffing van de
verplichting tot het sluiten van
overeenkomsten als bedoeld in het eerste
lid. Aan deze ontheffing kunnen
voorwaarden worden verbonden.
-4.
Een ziekenfonds kan in zijn statuten of
reglementen niet bepalen dat
overeenkomsten als bedoeld in het
eerste lid niet worden gesloten met
personen wier gezondheidstoestand een
sterk verhoogd ziekterisico oplevert,
dan wel dat het recht van zodanige
personen op verstrekkingen aan
beperkingen onderhevig kan zijn.
-5. De
verzekering van een persoon, vallende
onder het eerste lid, geldt mede voor
degenen die op grond van artikel 4
[4] als
medeverzekerden zouden zijn aan te
merken indien degene die met het
ziekenfonds de verzekeringsovereenkomst
sluit verzekerd zou zijn geweest in de
zin van artikel 3 [3]. Zij worden in deze
paragraaf aangeduid als medeverzekerden
en de tweede volzin van artikel 2
[2] is van
overeenkomstige toepassing.
Art.
28 [28]. [MvT]
Een ziekenfonds is verplicht tot het
sluiten van een verzekeringsovereenkomst
met verzekerden die rechten ontleenden
aan een verzekeringsovereenkomst
ingevolge het bepaalde in deze paragraaf
gesloten met een ziekenfonds waarvan
de toelating is ingetrokken, mits de
verzekerden zich daartoe aanmelden in
onmiddellijke aansluiting aan het einde
van vorenbedoelde
verzekeringsovereenkomst. De
Ziekenfondsraad regelt in voorkomende
gevallen de wijze waarop deze
verplichting wordt uitgevoerd.
Art.
29 [29]. [MvT]
-1. De verzekeringsovereenkomst,
bedoeld in artikel 27
[27], eindigt indien de
premie, bedoeld in artikel
32 [32], niet
wordt betaald overeenkomstig de daarvoor
bij het ziekenfonds bestaande regeling.
Voorts eindigt zij door opzegging,
hetzij door de verzekerde, hetzij door
het ziekenfonds, één en ander volgens de
bij of krachtens de statuten van het
ziekenfonds gestelde regelen, met dien
verstande dat opzegging van de zijde
van het ziekenfonds niet kan geschieden
op gronden ontleend aan de
gezondheidstoestand of de leeftijd der
verzekerden.
-2.
Een vrijwillig verzekerde wiens inkomen
het in het tweede lid van artikel 27
[27] bedoelde bedrag overschrijdt, is
gehouden daarvan onverwijld mededeling
te doen aan het ziekenfonds waarbij hij
is ingeschreven. Bij gebreke van dien
kan hij aan de verzekeringsovereenkomst
geen rechten meer ontlenen.
-3.
Een ziekenfonds is verplicht de
verzekeringsovereenkomst door opzegging
te beëindigen indien het inkomen van
de verzekerde het in het tweede lid van
artikel 27 [27]
bedoelde bedrag overschrijdt.
-4. De
verzekering van een medeverzekerde
eindigt bovendien indien niet meer
wordt voldaan aan de ingevolge het
vijfde lid van artikel 27
[27] voor het recht
op medeverzekering geldende voorwaarden.
B.
De verstrekkingen
Art.
30 [30]. [MvT]
-1. De vrijwillig verzekerde heeft
recht op verstrekkingen overeenkomstig
het bepaalde in artikel 8
[8].
-2.
Het bepaalde in de artikelen
9 tot en met 14 [9-14] is
ten aanzien van de vrijwillig
verzekerden van
overeenkomstige toepassing.
Art. 31
[31]. [MvT]
-1. Een vrijwillig verzekerde kan aan
de verzekeringsovereenkomst geen recht
op verstrekkingen ontlenen dan nadat een
daartoe door Onze Minister
bepaalde
wachttijd is verstreken.
-2.
Bij de toepassing van het bepaalde in de
voorgaande leden worden tijdvakken van
verzekering als bedoeld in de eerste en
de tweede paragraaf van dit hoofdstuk
met tijdvakken van verzekering
ingevolge deze paragraaf gelijkgesteld,
mits tussen de onderscheidene tijdvakken
geen onderbreking heeft bestaan.
Hetzelfde geldt voor tijdvakken van
verzekering bij een ander ziekenfonds.
C.
De geldmiddelen
Art.
32 [32]. [MvT]
-1. De vrijwillig verzekerden worden naargelang van hun inkomen in
tariefklassen ingedeeld. Onze Minister
bepaalt het aantal klassen en de
inkomensgrenzen dier klassen.
-2.
Onze Minister bepaalt jaarlijks het
bedrag van de premie voor elke klasse.
Dit bedrag is voor alle ziekenfondsen
gelijk. Het kan verschillend zijn voor
verzekerden die wel en verzekerden die
geen medeverzekerden doen inschrijven.
-3.
Van medeverzekerden wordt geen premie
geheven.
-4.
Door Onze Minister worden regelen
gesteld betreffende de bepaling van het
inkomen. Daarbij kunnen aan de
verzekerden verplichtingen tot het
verstrekken van inlichtingen worden
opgelegd.
-5. De
premie wordt aan het ziekenfonds voldaan
op de door het fonds aangegeven wijze.
-6. De kosten welke de ziekenfondsen voor de
vrijwillig verzekerden hebben gemaakt,
worden verevend. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden
ter zake regelen gesteld. Daarbij kan
worden bepaald dat niet verantwoord
geachte uitgaven buiten beschouwing
blijven.
-7.
Indien blijkt dat in enig jaar de
middelen ontoereikend zijn om de kosten,
bedoeld in het vorige lid, te dekken,
wordt in het tekort voorzien door
verhoging der premiebedragen voor het
eerstkomende jaar.
D.
De aanvullende verzekering
Art.
33 [33]. [MvT]
-1. Een ziekenfonds is bevoegd voor
de verzekerden, ingeschreven
overeenkomstig de bepalingen van dit
hoofdstuk, de gelegenheid te scheppen
verzekeringen te sluiten krachtens
welke recht bestaat op aanvullende
verstrekkingen van belang voor de
gezondheidszorg.
-2.
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen nadere regelen worden
gesteld omtrent de eisen waaraan een
aanvullende verzekering als bedoeld in
het vorige lid ten minste moet voldoen.
DERDE
HOOFDSTUK
De
ziekenfondsen
Art.
34 [34]. [MvT]
-1. Een instelling welke als
ziekenfonds werkzaam wenst te zijn,
moet daartoe worden toegelaten door Onze Minister, gehoord de Ziekenfondsraad.
-2.
Bij het verzoek tot toelating worden de
statuten en reglementen van de
instelling overgelegd. Het verzoek bevat
een opgave van de gemeente of gemeenten
waar de instelling haar werkzaamheden
als ziekenfonds wil uitoefenen. Onze
Minister kan bepalen dat nog andere
gegevens moeten worden overgelegd.
-3. Op
een verzoek als bedoeld in dit artikel
wordt beslist binnen zes maanden nadat
het bij Onze Minister is binnengekomen.
-4.
Onze Minister verleent de toelating,
tenzij de instelling:
a.
geen rechtspersoon is;
b.
direct of indirect beoogt winst te
maken;
c.
niet voldoet aan andere bij of krachtens
deze wet ten aanzien van ziekenfondsen
gestelde eisen;
d.
onvoldoende waarborgen biedt voor een
redelijke mate van invloed van de
verzekerden op het bestuur;
e.
niet in staat kan worden geacht de taak
van een ziekenfonds naar behoren uit te
oefenen.
-5.
Indien toelating wordt gevraagd door een
instelling welke vóór de
inwerkingtreding van deze wet niet was
toegelaten als ziekenfonds, kan Onze
Minister de toelating bovendien weigeren indien hem niet aannemelijk
wordt gemaakt dat de instelling na haar
toelating in de gemeente of gemeenten
waar zij haar werkzaamheden als
ziekenfonds wil uitoefenen ten minste
een bij algemene maatregel van bestuur
te bepalen aantal verzekerden zal
omvatten.
-6.
Indien een ziekenfonds zijn
werkzaamheden wil uitoefenen in een
gemeente of in gemeenten waar het
ziekenfonds tot dusver niet werkzaam
was, behoeft het ziekenfonds daartoe
goedkeuring van Onze Minister. Onze
Minister kan de goedkeuring weigeren
indien hem niet aannemelijk wordt
gemaakt dat het ziekenfonds in bedoelde
gemeenten ten minste een bij algemene
maatregel van bestuur te bepalen aantal
verzekerden zal omvatten. Laatstgenoemd
aantal behoeft niet gelijk te zijn aan
het aantal verzekerden, bedoeld in het
vorige lid.
Art.
35 [35].
[MvT]
-1. Onze Minister
is bevoegd aan de
toelating voorwaarden te verbinden.
-2.
Ook op een later tijdstip kan Onze
Minister alsnog, gehoord het ziekenfonds
en de Ziekenfondsraad, voorwaarden
stellen dan wel voorwaarden wijzigen of
aanvullen.
-3.
Een beschikking als bedoeld in het
vorige lid treedt niet eerder in werking
dan na verloop van vier weken, te rekenen
van de dag waarop de beschikking ter
kennis van het ziekenfonds is gebracht.
Art. 36
[36]. [MvT]
-1. Onze Minister
trekt met ingang
van een door hem te stellen datum,
gehoord de Ziekenfondsraad, een
toelating in:
a.
op verzoek van het ziekenfonds;
b.
indien het ziekenfonds niet meer voldoet
aan de voor toelating gestelde eisen of
aan de bij of na de toelating gestelde
voorwaarden;
c.
indien het ziekenfonds in ernstige mate
in strijd met de wettelijke
voorschriften handelt of zijn taak niet
naar behoren blijkt te vervullen.
-2. De
Ziekenfondsraad regelt de gevolgen van
de intrekking van de toelating en de
afwikkeling der lopende zaken.
Art.
37 [37]. [MvT]
-1. Beschikkingen van Onze Minister
ingevolge de artikelen 34 [34], 35
[35] en 36 [36]
worden gepubliceerd in de Nederlandse
Staatscourant.
-2.
Beschikkingen waarbij een toelating
wordt geweigerd, aan voorwaarden wordt
gebonden of wordt ingetrokken, worden
met redenen omkleed.
Art. 38
[38]. [MvT]
-1. Besluiten tot wijziging van de
statuten en reglementen van een
ziekenfonds worden ten minste één maand
vóór hun inwerkingtreding aan de
Ziekenfondsraad medegedeeld.
-2. De
Ziekenfondsraad kan bepalen dat het
bepaalde in het eerste lid ook van
toepassing is ten aanzien van door hem
aan te wijzen andere besluiten van
algemene strekking en belangrijke
aard, genomen door de algemene
vergadering of het bestuur van een
ziekenfonds.
-3.
Onverminderd het bepaalde in het vorige
lid wordt een besluit van de algemene
vergadering of het bestuur van een
ziekenfonds terstond ter kennis gebracht
van de Ziekenfondsraad wanneer deze
zulks verzoekt.
Art. 39
[39]. [MvT]
-1. Het bestuur van een ziekenfonds
is verplicht de voorzitter van de
Ziekenfondsraad, alsmede de door hem
gemachtigde personen, alle gevraagde
mondelinge en schriftelijke inlichtingen
en gegevens te verstrekken en inzage te
geven van boeken en bescheiden welke
betrekking hebben op het gevoerde
beheer en de verrichte werkzaamheden.
-2.
Het bestuur van een instelling waaraan
een ziekenfonds een deel van zijn
werkzaamheden heeft opgedragen of
overgedragen, wordt, voor zover het om
die werkzaamheden gaat, voor de
toepassing van het bepaalde in het
eerste lid met het bestuur van een
ziekenfonds gelijkgesteld.
Art.
40
[40].
[MvT]
De Ziekenfondsraad kan regelen
stellen betreffende:
a.
de eisen waaraan de administratie der
ziekenfondsen moet voldoen, met inbegrip
van het verzamelen van statistische
gegevens;
b.
inhoud, vorm en tijdstip van het door
elk ziekenfonds bij de Ziekenfondsraad
in te dienen jaarlijks verslag van zijn
werkzaamheden, met inbegrip van
financiële gegevens;
c.
de arbeidsvoorwaarden van het personeel
der ziekenfondsen.
Art. 41
[41]. [MvT]
Een ziekenfonds is bevoegd onder
goedkeuring van de Ziekenfondsraad tegen
vergoeding administratieve werkzaamheden
te verrichten ten behoeve van
instellingen die zich bezighouden met
werkzaamheden op het gebied van de
volksgezondheid. De Ziekenfondsraad kan
aan de goedkeuring voorwaarden
verbinden.
Art. 42
[42]. [MvT]
-1. Een ziekenfonds levert niet zelf
kunst- en hulpmiddelen aan zijn
verzekerden; het verzorgt evenmin zelf
het ziekenvervoer en doet niet tegen
betaling andere leveringen aan zijn
verzekerden.
-2.
Een ziekenfonds neemt niet deel in
bedrijven welke zich bezighouden met
werkzaamheden als bedoeld in het eerste
lid en verschaft geen gelden voor
bedrijfsuitoefening aan zodanige
bedrijven. Een ziekenfonds mag,
behoudens toestemming van de
Ziekenfondsraad, niet zijn werkzaamheden
uitoefenen in gebouwen waarin tevens
verkoopruimten van bedrijven als hier
bedoeld aanwezig zijn.
-3. Onze Minister
kan ontheffing van het
bepaalde in het eerste of tweede lid
verlenen in die gevallen waarin een
ziekenfonds dat tot de uitvoering van
de verplichte verzekering was
toegelaten, op 1 januari 1962
werkzaamheden als in het eerste lid van
dit artikel bedoeld verrichtte dan wel
besluiten tot het verrichten van
handelingen als bedoeld in het tweede
lid van dit artikel had genomen.
-4. Een
beslissing tot het geven of weigeren van
ontheffing als bedoeld in het vorige lid wordt met redenen omkleed en
gepubliceerd in de Nederlandse
Staatscourant.
Art. 43
[43]. [MvT]
-1. Onze Minister
kan bepalen dat een
door hem aan te wijzen ziekenfonds in
zijn gehele werkgebied of in een deel
daarvan de aanvullende verzekering
slechts mag uitvoeren met inachtneming
van door de Minister te stellen regelen
ten aanzien van de verstrekkingen en de
premie.
-2. Onze Minister neemt een
besluit als bedoeld in het eerste lid
van dit artikel slechts ten aanzien van
een ziekenfonds dat tracht door het
heffen van een kennelijk te lage premie
of door andere onjuiste middelen zijn
aantal verzekerden uit te breiden ten
koste van andere ziekenfondsen.
VIERDE
HOOFDSTUK
Overeenkomsten
Art.
44 [44]. [MvT]
-1. Met inachtneming van het bepaalde
in artikel 8 [8]
sluiten de ziekenfondsen
overeenkomsten met personen en
instellingen die één of meer der vormen
van hulp, bedoeld in de algemene
maatregel van bestuur ter uitvoering van
artikel 8 [8], kunnen verlenen.
-2.
Deze overeenkomsten kunnen niet zijn
overeenkomsten waarbij de ene partij
zich verbindt in dienst van de andere
partij arbeid te verrichten.
-3. Onze Minister
is bevoegd in bijzondere
gevallen, gehoord de Ziekenfondsraad,
aan een ziekenfonds toestemming te
verlenen één of meer der in artikel 8 [8]
bedoelde verstrekkingen te waarborgen
door het sluiten van
arbeidsovereenkomsten.
-4.
Overeenkomsten, gesloten tussen een
instelling als bedoeld in artikel
14 [14] en een inrichting voor verpleging en
behandeling welke hiertoe is aangewezen
door Onze Minister, worden voor de
toepassing van deze wet gelijkgesteld
met overeenkomsten als bedoeld in het
eerste lid.
Art.
45 [45]. [MvT]
De in het eerste lid van artikel 44 [44]
bedoelde overeenkomsten houden ten
minste
bepalingen in betreffende:
a.
het tijdstip waarop de overeenkomst
aanvangt te werken en de duur van de
periode waarvoor de overeenkomst
gesloten is;
b.
de aard en de omvang van de wederzijdse
rechten en verplichtingen;
c.
de voorwaarden van administratieve aard
waaraan de partijen hebben te voldoen;
d.
commissies welke toezicht houden op de
richtige naleving van de overeenkomst
en bemiddeling verlenen bij de oplossing
van geschillen welke uit de
overeenkomst voortvloeien;
e.
wijziging en beëindiging van de
overeenkomst, waarbij in geval van
opzegging een termijn van ten minste een
halfjaar in acht moet worden genomen,
tenzij op grond van bijzondere
omstandigheden een kortere termijn
redelijk moet worden geacht.
Art.
46 [46]. [MvT]
-1. De overeenkomsten, bedoeld in
artikel 44 [44], behoeven de goedkeuring van
de Ziekenfondsraad.
-2.
Indien overleg tussen een organisatie
van personen of instellingen die één
der in artikel 44 [44]
bedoelde vormen van
hulp kunnen verlenen en een organisatie
van ziekenfondsen tot overeenstemming
heeft geleid, kan de Ziekenfondsraad
bepalen dat op overeenkomsten van
afzonderlijke ziekenfondsen met
afzonderlijke personen en instellingen
als bedoeld in artikel 44
[44], de
goedkeuring wordt geacht te zijn
verleend indien deze overeenkomsten
geheel in overeenstemming zijn met
datgene waarover de organisaties
overeenstemming hebben bereikt.
Art.
47 [47]. [MvT]
-1. Een ziekenfonds is verplicht,
behalve in geval van toepassing van het
derde lid van artikel 44
[44], met iedere
huisarts, specialist, tandarts,
tandheelkundige, apotheker, vroedvrouw
en heilgymnast-masseur die binnen het
werkgebied van dat ziekenfonds zijn of
haar beroep uitoefent, op zijn of haar
verzoek een overeenkomst te sluiten als
bedoeld in artikel 44
[44], tenzij het
ziekenfonds daartegen ernstige bezwaren
heeft.
-2.
Het bepaalde in het eerste lid is mede
van toepassing ten aanzien van elk
ziekenhuis dat en elke verpleeginrichting die binnen het
werkgebied van het ziekenfonds is
gelegen of waarvan de bevolking van het
werkgebied van het ziekenfonds
regelmatig gebruikmaakt, één en ander
mits het ziekenhuis of de
verpleeginrichting door Onze Minister,
gehoord de Ziekenfondsraad, als
ziekenhuis of als verpleeginrichting is
erkend.
-3.
Een instelling als bedoeld in artikel
14 [14] is verplicht met iedere inrichting
voor verpleging en behandeling welke
hiertoe is aangewezen door Onze
Minister, gehoord de Ziekenfondsraad,
op haar verzoek een overeenkomst te
sluiten als bedoeld in het vierde lid
van artikel 44 [44], tenzij de instelling
daartegen ernstige bezwaren heeft.
Art.
48 [48]. [MvT]
Een persoon of instelling die met
een ziekenfonds een overeenkomst als
bedoeld in het eerste lid van artikel
44 [44]
heeft gesloten, is gehouden op
daartoe door een ander ziekenfonds
gedaan verzoek met dat ziekenfonds een
gelijke overeenkomst te sluiten, tenzij
die persoon of die instelling daartegen
ernstige bezwaren heeft.
Art.
49 [49]. [MvT]
-1. Indien overeenkomsten welke
nodig zijn voor het verlenen van een
bepaalde verstrekking niet of niet in
voldoende aantal tot stand komen dan wel
indien deze overeenkomsten niet de
vereiste goedkeuring verwerven of indien
het besluit tot goedkeuring door Ons
wordt vernietigd, kan Onze Minister
bepalen dat overeenkomsten ten aanzien
van de bedoelde verstrekking slechts
mogen worden gesloten met inachtneming
van door hem te stellen richtlijnen.
-2.
Alvorens een besluit te nemen krachtens
het eerste lid, wint Onze Minister het
advies van een door hem te benoemen
commissie in.
VIJFDE
HOOFDSTUK
De
Ziekenfondsraad
§
1. Algemene bepalingen
Art.
50 [50]. [MvT]
-1. Er is een Ziekenfondsraad, welke
zijn zetel heeft ter plaatse door Onze Minister
te bepalen.
-2.
De Ziekenfondsraad is rechtspersoon.
Art.
51 [51]. [MvT]
-1. De Ziekenfondsraad bestaat uit
een door Onze Minister
te bepalen aantal
leden en een gelijk aantal
plaatsvervangende leden.
-2.
Onze Minister wijst telkenmale voor de
tijd van drie jaren een derde gedeelte
der leden en der plaatsvervangende leden
aan.
-3.
Een derde gedeelte der leden en der
plaatsvervangende leden wordt aangewezen
door de naar het oordeel van Onze
Minister algemeen erkende centrale en
andere representatieve organisaties van
werkgevers en een ander derde gedeelte
door de naar het oordeel van Onze
Minister algemeen erkende centrale
organisaties van werknemers. Onze
Minister bepaalt het aantal leden en
plaatsvervangende leden dat door elke
organisatie wordt aangewezen.
Art.
52 [52]. [MvT]
-1. De voorzitter wordt door Ons uit
de leden van de Ziekenfondsraad benoemd
voor de tijd van drie jaren. Hij kan
evenwel tussentijds door Ons worden
geschorst en ontslagen. De Raad wordt
gehoord alvorens Ons een voordracht tot
benoeming of ontslag wordt gedaan.
-2.
De voorzitter heeft twee
plaatsvervangers, die door de
Ziekenfondsraad uit zijn midden worden
benoemd en door deze kunnen worden
geschorst en ontslagen.
-3.
De benoeming van de plaatsvervangende
voorzitters geschiedt in dier voege
dat uit de leden behorende tot de in
het tweede en derde lid van artikel 51
[51] bedoelde groepen, met uitzondering van
de groep waaruit de voorzitter wordt
benoemd, één hunner wordt benoemd.
Art.
53 [53]. [MvT]
-1. Lid of plaatsvervangend lid van
de Ziekenfondsraad kunnen alleen zijn
Nederlanders, tevens ingezetenen van het
Rijk in Europa, die de ouderdom van 30 jaren hebben bereikt, niet van de
verkiesbaarheid bij of krachtens
wettelijk voorschrift uitgeschreven
verkiezingen zijn ontzet, noch
van de uitoefening van het kiesrecht bij
zodanige verkiezingen zijn uitgesloten,
noch bij een onherroepelijke beslissing
van een ter zake bevoegde autoriteit zijn
ontzet van het recht ambten te bekleden.
-2.
Bij algemene maatregel van bestuur
kunnen regelen worden gesteld omtrent de
onverenigbaarheid van het lidmaatschap
van de Ziekenfondsraad met andere
functies. De Ziekenfondsraad wordt
gehoord alvorens Ons een voordracht tot
zodanige maatregel wordt gedaan.
-3. De
voorzitter van de Ziekenfondsraad kan
worden bezoldigd. In dat geval wordt
zijn bezoldiging door Onze Minister
vastgesteld. Tevens kunnen aan de
voorzitter, de leden en de
plaatsvervangende leden van de
Ziekenfondsraad volgens regelen door
die Raad te stellen, vergoedingen worden
verleend. Deze regelen behoeven de
goedkeuring van Onze Minister.
-4. De
voorzitter van de Ziekenfondsraad
vertegenwoordigt de Raad in en buiten
rechte.
Art.
54
[54]. [MvT]
De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden van de
Ziekenfondsraad en van door de Raad
ingestelde commissies, benevens alle
aan de Raad ondergeschikte personen, zijn
verplicht tot geheimhouding van alle
zaken ten aanzien waarvan de Raad of de
commissie waarvan zij deel uitmaken of
waaraan zij ondergeschikt zijn,
geheimhouding heeft opgelegd of waarvan
zij het vertrouwelijk karakter moeten
begrijpen.
Art. 55
[55]. [MvT]
De Ziekenfondsraad kan commissies
instellen, waarin ook personen buiten de
Raad zitting kunnen hebben.
Art. 56
[56]. [MvT]
-1. Op verzoek van Onze Minister
stelt de Ziekenfondsraad commissies ter
behandeling van bepaalde onderwerpen in.
De samenstelling van deze commissies,
waarin ook personen buiten de Raad
zitting kunnen hebben, geschiedt in
overleg met Onze Minister.
-2. De Ziekenfondsraad legt desgevraagd bij een
door hem uitgebracht advies dat van een
overeenkomstig het voorgaande lid
ingestelde commissie over.
-3.
Indien Onze Minister het advies van een
zodanige commissie heeft gevraagd,
brengt zij dit rechtstreeks aan hem uit.
Van het advies wordt kennis gegeven aan
de Ziekenfondsraad.
Art. 57
[57]. [MvT]
De Ziekenfondsraad kan, tenzij Onze Minister
anders heeft verzocht, de
commissies, bedoeld in de artikelen 55
[55] en 56 [56], machtigen namens hem te handelen.
Zodanige machtiging wordt niet verleend
voor een op verzoek van Onze Minister
uit te brengen advies waarvan deze
bepaaldelijk heeft verzocht dat het
door de Raad zelf wordt uitgebracht.
Art. 58
[58]. [MvT]
De Ziekenfondsraad stelt, onder
goedkeuring van Onze Minister, een
reglement voor zijn werkzaamheden vast.
Art.
59 [59]. [MvT]
-1. Onze Minister
is bevoegd de door
de Ziekenfondsraad en door de commissies als bedoeld in de artikelen 55
[55] en
56 [56] te houden
vergaderingen bij te wonen en zich
daarin door één of meer door hem aan te
wijzen personen te doen bijstaan, dan
wel zich daarin door één of meer
zodanige personen te doen
vertegenwoordigen. Zowel hij als zijn
vertegenwoordigers hebben in deze
vergaderingen een raadgevende stem.
-2.
Aan Onze Minister wordt tijdig kennis
gegeven van bedoelde vergaderingen.
Art. 60
[60]. [MvT]
-1. De Ziekenfondsraad heeft een
secretariaat dat bestaat uit een
algemeen secretaris, zo nodig één of meer
secretarissen en ander personeel.
-2. De
algemeen secretaris en de secretarissen
worden in dienst genomen en ontslagen
door de Ziekenfondsraad, met dien
verstande dat omtrent de benoeming van
de algemeen secretaris,
voordat deze geschiedt, overeenstemming
met Onze Minister
moet zijn verkregen.
-3. De
Ziekenfondsraad stelt regelen vast
omtrent indienstneming en ontslag,
alsmede omtrent het loon en de andere
arbeidsvoorwaarden van het personeel.
Deze regelen behoeven de goedkeuring van
Onze Minister.
Art. 61
[61]. [MvT]
De Ziekenfondsraad is
verantwoordelijk aan Onze Minister. Onze Minister kan de Ziekenfondsraad
aanwijzingen
geven met betrekking tot de uitoefening
van diens taak.
Art. 62
[62]. [MvT]
-1. De Ziekenfondsraad brengt,
volgens door Onze Minister
te stellen
regelen en behoudens daarbij te bepalen
uitzonderingen, de besluiten welke hij
neemt ter kennis van Onze Minister. Ook
overigens verstrekt de Ziekenfondsraad
Onze Minister alle gevraagde
inlichtingen over zijn beleid.
-2. De
Ziekenfondsraad stelt vóór de eerste
juli van elk jaar een verslag op omtrent
zijn werkzaamheden in het laatst
verstreken kalenderjaar. Dit verslag
wordt aan Onze Minister aangeboden en
algemeen verkrijgbaar gesteld.
Art. 63
[63]. [MvT]
-1. Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen, voor zoveel nodig in
afwijking van het bepaalde in deze wet,
voorzieningen worden getroffen voor het
geval de Ziekenfondsraad zijn uit deze
wet voortvloeiende verplichtingen naar
Ons oordeel niet naar behoren nakomt.
-2.
Het bepaalde in het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing in het geval
de aanwijzing van de leden en
plaatsvervangende leden, bedoeld in het
derde lid van artikel 51
[51], achterwege
blijft.
Art.
64 [64]. [MvT]
De besluiten van de Ziekenfondsraad
welke van algemeen verbindende aard
zijn, worden geplaatst in de Nederlandse
Staatscourant.
Art.
65
[65]. [MvT]
-1. De kosten van de Ziekenfondsraad
en zijn secretariaat, alsmede andere
kosten welke worden gemaakt ten behoeve
van de verplichte verzekering, de
bejaardenverzekering en de vrijwillige
verzekering tezamen, worden gedekt uit
de geldmiddelen van de drie genoemde
verzekeringen, op een door Onze Minister
jaarlijks te bepalen wijze.
-2. De
ziekenfondsen betalen het aandeel in de
in het eerste lid van dit artikel
bedoelde kosten, hetwelk ten laste van
de vrijwillige verzekering komt, op de
door de Ziekenfondsraad aangegeven tijd
en wijze.
Art. 66
[66]. [MvT]
Bij algemene maatregel van bestuur
worden regelen gesteld met betrekking
tot de door de voorzitter, de leden,
plaatsvervangende leden en de algemeen
secretaris af te leggen eed of belofte.
§ 2.
Taak en bevoegdheden van de
Ziekenfondsraad
Art. 67
[67]. [MvT]
-1. De Ziekenfondsraad is belast:
a.
met het desgevraagd of eigener beweging
uitbrengen van adviezen of het geven van
voorlichting over onderwerpen welke de
ziekenfondsverzekering raken, aan Ons en
Onze Minister;
b.
met het toezicht op het beheer en de
administratie der ziekenfondsen;
c.
met andere taken welke hem bij of
krachtens de wet zijn of worden
opgedragen.
-2.
Het oordeel van de Ziekenfondsraad wordt
gevraagd over alle belangrijke
aangelegenheden welke de
ziekenfondsverzekering betreffen,
tenzij naar het oordeel van Onze
Minister zulks niet mogelijk is wegens
het spoedeisende karakter van een te
treffen maatregel.
Art.
68 [68]. [MvT]
-1. De Ziekenfondsraad kan uitspreken dat een besluit of een
handeling van een ziekenfonds of het
achterwege blijven van een zodanig
besluit of een zodanige handeling in
strijd is met:
a.
in de uitspraak te noemen wettelijke
voorschriften, voorschriften van de
Ziekenfondsraad daaronder begrepen;
b.
het belang van de ziekenfondsverzekering
of het belang van de gezondheidszorg.
-2.
Een uitspraak als in het eerste lid
bedoeld wordt niet gedaan indien tegen
het besluit, de handeling of het
achterwege blijven van een besluit of
handeling ingevolge deze wet een
voorziening openstaat.
-3.
Een uitspraak als in het eerste lid
bedoeld wordt onverwijld ter kennis van
het daarbij betrokken ziekenfonds
gebracht.
-4.
Het ziekenfonds handelt, tenzij het zich
overeenkomstig artikel 77
[77] tot Ons wendt,
overeenkomstig de uitspraak van de
Ziekenfondsraad en maakt, voor zover
zulks mogelijk is, ongedaan hetgeen in
strijd met die uitspraak was geschied,
één en ander binnen één maand nadat de
uitspraak van de Ziekenfondsraad ter
kennis van het ziekenfonds is gebracht.
-5.
Beslissingen tot toekenning van
verstrekkingen of vergoedingen aan
verzekerden worden niet ingevolge het
vorige lid van dit artikel ingetrokken
of gewijzigd.
-6.
Indien een ziekenfonds niet voldoet aan
het bepaalde in het vierde lid, kan de
Ziekenfondsraad de nodige maatregelen
treffen om de naleving daarvan te
verzekeren. Daaruit voortvloeiende
kosten komen voor rekening van het
ziekenfonds.
Art.
69 [69]. [MvT]
De Ziekenfondsraad is bevoegd,
optredende voor een ziekenfonds, een
schadevergoeding te vorderen van een
bestuurder of gewezen bestuurder van dat
ziekenfonds voor schade veroorzaakt
door diens nalatigheid of wanbeheer. De
Ziekenfondsraad neemt een hiertoe
strekkend besluit niet dan met een
meerderheid van ten minste twee derden
der uitgebrachte stemmen.
Art.
70 [70]. [MvT]
-1. De goedkeuring van de
Ziekenfondsraad is vereist voor de
overdracht van verbintenissen van een
ziekenfonds aan een ander ziekenfonds.
-2.
Aan deze goedkeuring kunnen voorwaarden
worden verbonden.
-3.
Bij de samenvoeging van ziekenfondsen
tot een nieuw ziekenfonds gaan alle
rechten welke derden hebben jegens elk
der ziekenfondsen welke ophouden te
bestaan, over op het nieuwe ziekenfonds.
§
3. Beheer
Art.
71 [71]. [MvT]
-1. Er is een Algemene Kas, waarin
gestort worden de gelden welke op
grond van het bepaalde in de artikelen
15 [15]
en 18 [18] worden opgebracht.
-2.
Er is een Fonds Bejaardenverzekering,
waarin gestort worden de gelden, bedoeld
in artikel 26 [26].
Art.
72 [72]. [MvT]
-1. De Ziekenfondsraad is belast met
het beheer van de Algemene Kas en het
Fonds Bejaardenverzekering. Hij is voor
het beheer verantwoordelijk en
rekenplichtig aan Onze Minister. De
Ziekenfondsraad verstrekt Onze Minister
alle gevraagde inlichtingen over dat
beheer.
-2.
De Ziekenfondsraad biedt Onze Minister
vóór 31 december van elk jaar een
verslag aan omtrent de toestand van de
Algemene Kas en van het Fonds Bejaardenverzekering per 31 december van het
voorafgaande jaar, met de rekening over
dat jaar. De rekening behoeft de
goedkeuring van Onze Minister. De
goedkeuring van Onze Minister strekt,
voor zover de goedgekeurde inkomsten en
uitgaven betreft, tot décharge van de
Ziekenfondsraad. Het verslag wordt
algemeen verkrijgbaar gesteld.
Art.
73 [73]. [MvT]
De middelen van de Algemene Kas
worden aangewend:
a.
ter dekking van de kosten van de
verplichte verzekering;
b.
tot het doen van uitgaven voor de
verplichte verzekering voortvloeiende
uit enige andere wettelijke regeling of
uit overeenkomsten;
c.
tot het bevorderen van wetenschappelijke
onderzoekingen en publicaties welke
naar het oordeel van de Ziekenfondsraad
voor het ziekenfondswezen van belang
zijn, met dien verstande dat de totale
uitgaven voor dit doel niet hoger mogen
zijn dan een jaarlijks door de Raad te
bepalen en in zijn begroting op te nemen
bedrag;
d.
voor andere door de Ziekenfondsraad aan
te geven doeleinden verband houdende
met de ziekenfondsverzekering of met de
volksgezondheid in het algemeen;
e.
tot het vormen van een reserve,
overeenkomstig bij algemene maatregel
van bestuur te geven voorschriften.
ZESDE
HOOFDSTUK
Recht
van beroep; schorsing en vernietiging
van besluiten
§
1. Recht van beroep
Art.
74 [74]. [MvT]
-1. Voor wat betreft de in paragraaf
1 van het tweede hoofdstuk van deze wet
geregelde verzekering staat beroep open:
a.
van de beslissing betreffende de
inschrijving als verzekerde, voor degene die de inschrijving heeft
gevraagd;
b.
van de beslissing betreffende de
vaststelling der premie:
1º.
indien de premie op grond van artikel 15
[15] dan wel op grond van het bij artikel 18
[18] bepaalde door de werkgever betaald moet
worden, voor deze;
2º.
indien de premie op grond van het
bepaalde bij artikel 18
[18] noch door de
werkgever, noch door de verzekerde
betaald moet worden, voor degene die de
premie verschuldigd is;
3º.
in de overige gevallen voor de
verzekerde;
c.
van de beslissing, bedoeld in artikel
76 [76], voor de verzekerde of het
ziekenfonds.
-2. Voor wat betreft de in
de tweede en derde paragraaf van het
tweede hoofdstuk van deze wet geregelde
verzekering kan door een belanghebbende
de tussenkomst worden gevraagd van de
Ziekenfondsraad bij een geschil over:
a.
de inschrijving als verzekerde;
b. de
vaststelling der premie;
c. het verlenen
van een verstrekking als bedoeld in het
eerste lid van artikel 24
[24] of het eerste
lid van artikel 33 [33], of van een
vergoeding als bedoeld in het tweede
lid van artikel 24 [24]
of het tweede lid van
artikel 30 [30]. De Ziekenfondsraad hoort zo
nodig partijen en doet van zijn
opvatting mededeling aan belanghebbende
en het ziekenfonds.
Art.
75 [75]. [MvT]
-1. Over
het beroep wordt geoordeeld door de
Raden van Beroep en de Centrale Raad van
Beroep als bedoeld in de Beroepswet.
-2. De artikelen 135 tot en met 144 van
de Beroepswet vinden toepassing in de
geschillen, bedoeld in het eerste lid
van het vorige artikel, onderdeel c. Voor
zover bij een uitspraak van een Raad van
Beroep is beslist omtrent zulk een
geschil, staat daarvan geen hoger beroep
open.
Art.
76 [76]. [MvT]
-1. Bij geschil over
het verlenen van een verstrekking als
bedoeld in artikel 8 [8]
of van een
vergoeding als bedoeld in de artikelen
10 [10]
en 11 [11] kan zowel de verzekerde als
het ziekenfonds de beslissing inroepen
van de Ziekenfondsraad.
-2. De
Ziekenfondsraad hoort partijen en zo
nodig derden en deelt de beslissing aan
partijen mede.
Art.
77 [77]. [MvT]
Bij Ons kan door iedere
belanghebbende voorziening worden
gevraagd:
a.
van de beslissing van de Ziekenfondsraad
tot vaststelling van de uitkeringen,
bedoeld in het eerste lid van artikel
101 [101]
of het tweede lid van artikel
26 [26];
b.
van de beschikking van Onze Minister
als bedoeld in artikel 43
[43];
c.
van de beschikking van Onze Minister op
grond van de artikelen 34
[34],
35 [35], 36
[36], 42 [42]
en 44 [44];
d.
van de uitspraak van de Ziekenfondsraad
als bedoeld in artikel 68
[68] en van de
beslissing van die raad als bedoeld in
artikel 79 [79];
e.
betreffende de verevening als bedoeld
in het zesde lid van artikel
32 [32].
Art.
78 [78]. [MvT]
-1. De voorziening als bedoeld in
het vorige artikel wordt gevraagd
binnen één maand na verzending van de
kennisgeving van het bestreden besluit.
-2.
Behoudens in het geval dat voorziening
wordt gevraagd van de beschikking op
grond van artikel 36
[36],
42 [42] of 44
[44], heeft
het vragen van voorziening geen
schorsende werking.
Art.
79 [79]. [MvT]
-1. Bij afwijzing van een verzoek als
bedoeld in artikel 47
[47] kan de beslissing
van de Ziekenfondsraad worden
ingeroepen.
-2.
Eveneens kan de beslissing van de
Ziekenfondsraad worden ingeroepen bij
afwijzing van het verzoek als bedoeld
in artikel 48 [48].
Art.
80 [80]. [MvT]
Aan degene die ingevolge het in
deze wet bepaalde in beroep kan komen,
wordt de desbetreffende beslissing door
degene die deze nam desverlangd
schriftelijk en met redenen omkleed
gegeven. De kennisgeving vermeldt de
dagtekening van de beslissing, de naam
en het adres van het college waarbij
beroep kan worden ingesteld en de
termijn van beroep.
§
2. Schorsing en vernietiging van
besluiten
Art.
81 [81]. [MvT]
-1. Een besluit van de
Ziekenfondsraad, van een commissie of
van de voorzitter van de Raad kan, voor
zover deze met de wet of het algemeen
belang in strijd is, door Ons worden
geschorst of vernietigd. Hiervan is
uitgezonderd een beslissing van de
Ziekenfondsraad gegeven ingevolge
artikel 76 [76].
-2.
De schorsing of vernietiging wordt
bevolen bij een met redenen omkleed
besluit dat in de Nederlandse
Staatscourant wordt geplaatst en dat, in
geval van schorsing, de duur daarvan
bepaalt.
-3.
De schorsing stuit de werking van de
geschorste besluiten.
-4.
Zij kan niet langer duren dan zes
maanden.
-5.
Indien binnen de voor schorsing bepaalde
termijn de vernietiging van een besluit
door Ons niet is uitgesproken, wordt dit
geacht geldig te zijn.
Art.
82 [82]. [MvT]
-1. Vernietiging wegens strijd met de
wet brengt mede vernietiging van alle
gevolgen van het vernietigde besluit,
voor zover die nog voor vernietiging
vatbaar zijn.
-2.
Bij vernietiging wegens strijd met het
algemeen belang kunnen de naar Ons
oordeel niet met dat belang strijdige
gevolgen in stand blijven.
-3.
Gedeeltelijke schorsing of vernietiging
van een besluit heeft op de geldigheid
van de in het besluit tot schorsing of
vernietiging niet genoemde bepalingen
geen invloed.
Art.
83 [83]. [MvT]
-1. Indien een besluit geheel of
gedeeltelijk is geschorst of vernietigd,
zorgt het orgaan dat het
oorspronkelijke besluit nam dat aan
het bepaalde in het derde lid van
artikel 81 [81] en artikel 82
[82] wordt voldaan. In geval van vernietiging zorgt dat
orgaan voorts dat opnieuw wordt
voorzien in hetgeen het vernietigde
besluit regelde, voor zover dat nodig
is.
-2.
Indien aan het bepaalde in het eerste
lid niet wordt voldaan, voorziet, zo
het een besluit geldt dat ingevolge een
wettelijke bepaling moest worden
genomen, de voorzitter van de
Ziekenfondsraad daarin.
ZEVENDE
HOOFDSTUK
Strafbepalingen
Art.
84 [84]. [MvT]
Overtreding van het bepaalde bij of
krachtens een algemene maatregel van
bestuur, strekkende tot uitvoering van
deze wet, wordt gestraft met hechtenis
van ten hoogste drie maanden of
geldboete van ten hoogste duizend gulden indien en voor zover deze
overtreding door Ons als strafbaar feit
is aangeduid.
Art.
85 [85]. [MvT]
Hij die zonder daartoe gerechtigd te
zijn opzettelijk aanspraken als
verzekerde bij een ziekenfonds doet
gelden, alsmede hij die daaraan
opzettelijk zijn medewerking verleent,
wordt gestraft met hechtenis van ten
hoogste drie maanden of geldboete van
ten hoogste duizend gulden.
Art.
86 [86]. [MvT]
Hij die werkzaamheden verricht
welke ingevolge deze wet uitsluitend
aan door Onze Minister
ingevolge artikel
34 [34]
toegelaten ziekenfondsen zijn toegestaan, of die zodanige
werkzaamheden blijft verrichten nadat
zijn toelating overeenkomstig het
bepaalde in artikel 40
[40] is ingetrokken,
of die voorwaarden overtreedt waaronder
toelating is verleend, wordt gestraft
met hechtenis van ten hoogste zes
maanden of geldboete van ten hoogste
tweeduizend gulden.
Art.
87 [87]. [MvT]
Hij die niet voldoet aan een hem bij
het eerste lid van artikel 39
[39] opgelegde verplichting wordt gestraft met
hechtenis van ten hoogste zes maanden of
geldboete van ten hoogste tweeduizend
gulden.
Art.
88 [88]. [MvT]
Hij die handelt in strijd met het
bepaalde in het eerste en tweede lid van
artikel 42 [42], zonder een ontheffing te
hebben verkregen als bedoeld in het
derde lid van artikel 42
[42], wordt gestraft
met hechtenis van ten hoogste drie
maanden of geldboete van ten hoogste
duizend gulden.
Art.
89 [89]. [MvT]
-1. Hij die de ingevolge artikel 54
[54] opgelegde geheimhouding opzettelijk
schendt, wordt gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste één
jaar of geldboete van ten hoogste
zesduizend gulden.
-2.
Hij aan wiens schuld schending van de
geheimhouding te wijten is, wordt
gestraft met hechtenis van ten hoogste
drie maanden of geldboete van ten
hoogste zeshonderd gulden.
Art.
90 [90]. [MvT]
Indien een bij deze wet strafbaar
gesteld feit wordt begaan door of
vanwege een rechtspersoon, wordt de
strafvervolging ingesteld en de straf
uitgesproken tegen hem die de opdracht
gaf tot of de feitelijke leiding had bij
het verboden handelen of het nalaten.
Art.
91 [91]. [MvT]
Met de opsporing van de bij deze wet
strafbaar gestelde feiten zijn, behalve
de bij artikel 141 van het Wetboek
van Strafvordering aangewezen personen,
belast de door Onze Minister
daartoe
aangewezen personen.
Art.
92 [92]. [MvT]
De bij
deze wet strafbaar gestelde feiten
worden beschouwd als overtredingen,
behalve het feit, strafbaar gesteld in
het eerste lid van artikel
89 [89], welk feit
als een misdrijf wordt beschouwd.
ACHTSTE
HOOFDSTUK
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
93 [93]. [MvT]
Voor zover deze wet niet
anders bepaalt, wordt hetgeen tot haar
uitvoering nodig is bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur geregeld.
Art. 94
[94]. [MvT]
-1. Het Ziekenfondsenbesluit, het
Tweede uitvoeringsbesluit van de
Secretaris-Generaal van het Departement
van Sociale Zaken ingevolge het
Ziekenfondsenbesluit en het Derde uitvoeringsbesluit van de
Secretaris-Generaal van het Departement
van Sociale Zaken ingevolge het
Ziekenfondsenbesluit vervallen.
-2.
De Wet van 18 september 1946, Stb.
G
256, houdende toepassing van het
Ziekenfondsenbesluit op personen in
dienst van publiekrechtelijke lichamen,
de Wet van 5 december 1946, Stb.
G 346,
tot toepassing van het
Ziekenfondsenbesluit voor personen die
ingevolge het bepaalde in de artikelen 1a en
1b van het Koninklijk besluit van
28 januari 1931, Stb. 1931, 24, niet
verzekerd zijn krachtens de Ziektewet,
de Wet van 21 december 1950, Stb. K 590,
tot uitbreiding van de toepassing van
het Ziekenfondsenbesluit en de Wet op de
ziekenfondsverzekering voor bejaarden
worden ingetrokken.
-3. De
Wet op de Ziekenfondsraad wordt
ingetrokken.
-4.
Beschikkingen welke zijn genomen
krachtens het Ziekenfondsenbesluit of
het Tweede en Derde uitvoeringsbesluit
van de Secretaris-Generaal van het
Departement van Sociale Zaken ingevolge
het Ziekenfondsenbesluit, blijven, voor
zover daarvan bij of krachtens deze wet
niet is of wordt afgeweken, van kracht
totdat zij worden ingetrokken, met dien
verstande dat besluiten van algemeen
verbindende aard gedurende één jaar
van kracht blijven.
Art.
95 [95]. [MvT]
-1. Een ziekenfonds, toegelaten
krachtens het Ziekenfondsenbesluit,
wordt gedurende drie maanden na het in
werking treden van artikel 34
[34] van deze
wet als een ziekenfonds als bedoeld in
deze wet aangemerkt.
-2.
Heeft een zodanig ziekenfonds binnen de
termijn, gesteld in het eerste lid, een
verzoek tot toelating als bedoeld in
artikel 34 [34]
ingediend, dan wordt het als
een ziekenfonds in de zin van deze wet
aangemerkt totdat op dit verzoek is
beslist.
-3.
Wanneer Onze Minister
op een aanvrage
tot toelating als in het tweede lid
bedoeld, afwijzend beschikt, regelt hij
de gevolgen van die afwijzing.
Art. 96
[96]. [MvT]
De op het tijdstip van het in
werking treden van deze wet bestaande
overeenkomsten met een ziekenfonds,
toegelaten krachtens het
Ziekenfondsenbesluit, worden geacht te
zijn gesloten overeenkomstig het bij of
krachtens deze wet bepaalde.
Art. 97
[97]. [MvT]
-1. Een ziekenfonds, toegelaten
krachtens het Ziekenfondsenbesluit, dat
bij het in werking treden van deze wet
verstrekkingen waarborgt op een andere
wijze dan bedoeld in het eerste lid van
artikel 44 [44], wordt geacht de toestemming
daartoe van Onze Minister
te hebben verkregen totdat op zijn aanvrage
ingevolge het derde lid van artikel 44
[44] zal zijn beslist. Deze aanvrage moet
worden ingediend tegelijk met het
verzoek tot toelating ingevolge het
tweede lid van artikel 95
[95].
-2.
Een ziekenfonds, toegelaten krachtens
het Ziekenfondsenbesluit, dat bij het
in werking treden van deze wet
handelingen verricht als bedoeld in het
eerste lid van artikel 42
[42] of betrokken
is bij handelingen als bedoeld in het
tweede lid van artikel 42
[42], wordt geacht
de ontheffing daartoe van Onze Minister
te hebben verkregen totdat op zijn
aanvrage ingevolge het derde lid van
artikel 34 [34]
zal zijn beslist. Deze
aanvrage moet worden ingediend tegelijk
met het verzoek tot toelating ingevolge
het tweede lid van artikel
95 [95].
Art. 98
[98]. [MvT]
-1. Het vermogen van het
vereveningsfonds, bedoeld in artikel 21
van het Tweede uitvoeringsbesluit van de
Secretaris-Generaal van het Departement
van Sociale Zaken ingevolge het
Ziekenfondsenbesluit, gaat over naar de
Algemene Kas, bedoeld in artikel 71 [71].
-2. De
verplichtingen ten laste van en de
vorderingen ten behoeve van het in het
eerste lid genoemde vereveningsfonds en
van de centrale kas van de
ziekenfondsverzekering voor bejaarden,
bedoeld in artikel 13 van de Wet op de
Ziekenfondsverzekering voor bejaarden,
komen ten laste van en gaan over op de
Algemene Kas, bedoeld in artikel
71 [71],
onderscheidenlijk het Fonds
Bejaardenverzekering.
Art.
99 [99]. [MvT]
-1. De ziekenfondsen die ingevolge
het Ziekenfondsenbesluit toelating als
ziekenfonds hebben verkregen, ontvangen
uit de Algemene Kas, bedoeld in artikel
71 [71], een uitkering ter volledige dekking
van de werkelijk gemaakte kosten voor de
verzekering van personen, bedoeld in
artikel 3 van het Ziekenfondsenbesluit
en in de Wetten van 18 december 1946, Stb.
G 256, en van 5 december 1946, Stb. G 346, alsmede van personen,
aangewezen bij of krachtens de Wet van
21 december 1950, Stb. K 590, over de
periode aanvangende 1 november 1941 tot
de inwerkingtreding van deze wet. Het
bepaalde in de laatste zin van het
eerste lid en in de eerste zin van het
tweede lid van artikel 101
[101] is daarbij
van overeenkomstige toepassing.
-2. Op
de in het vorige lid bedoelde
uitkeringen worden de aan deze
ziekenfondsen verleende voorschotten in
mindering gebracht. Indien de aan een
ziekenfonds verleende voorschotten
gezamenlijk de aan dat ziekenfonds
toekomende uitkering te boven gaan,
wordt het overschot in de Algemene Kas
teruggestort.
-3. De organen welke ingevolge het
Ziekenfondsenbesluit zijn belast met het
innen van de premie der verplichte
verzekering storten na het in werking
treden van deze wet de door hen
ingevolge het Ziekenfondsenbesluit
geïnde premiebedragen in de Algemene
Kas.
Art.
100 [100]. [MvT]
-1. Onze Minister
is bevoegd voor
een periode van ten hoogste drie jaar na
het in werking treden van deze wet onder
het stellen van voorwaarden desgevraagd
gehele of gedeeltelijke ontheffing van
de verplichting tot premiebetaling te
verlenen aan een werkgever die een
ziekenhuis of een daarmede naar het
oordeel van de Ziekenfondsraad gelijk te
stellen inrichting beheert, indien en
voor zover deze werkgever aantoont dat
de bij hem werkzame verzekerden niet bij
een ziekenfonds zijn ingeschreven en
vanwege de werkgever en op diens kosten
een geneeskundige verzorging ontvangen
ten minste gelijkwaardig aan die welke
de ziekenfondsen krachtens deze wet aan
verzekerden in de zin van artikel 2
[2] waarborgen.
-2. De
ontheffing, bedoeld in het vorige lid,
strekt zich mede uit tot de verzekerden
in dienst van de daar bedoelde werkgever of tot de groep van die
verzekerden welke in de beschikking is
aangeduid.
Art. 101
[101]. [MvT]
-1. In afwachting van de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in
artikel 19 [19], doet de Ziekenfondsraad uit
de Algemene Kas, bedoeld in artikel
71 [71],
aan de ziekenfondsen jaarlijks
uitkeringen tot zodanige bedragen dat
de kosten door de ziekenfondsen gemaakt
ten behoeve van de verplichte
verzekering, door de uitkeringen worden
gedekt. De Ziekenfondsraad laat daarbij
uitgaven welke hij niet verantwoord acht buiten beschouwing.
-2. Onze Minister
kan voor de toepassing van
het bepaalde in het eerste lid regelen
stellen. Daarbij kan hij, met afwijking
van het bepaalde in het eerste lid,
bepalen dat de uitkeringen, voor zover
dienende ter dekking van kosten van
administratie en beheer der
ziekenfondsen, worden beperkt tot een
door hem of door de Ziekenfondsraad te
stellen bedrag per ingeschreven
verzekerde.
-3. Op
de uitkeringen, bedoeld in het tweede
lid, kunnen voorschotten worden verleend
naar door de Ziekenfondsraad te stellen
regelen.
Art. 102
[102]. [MvT]
Artikel 41 van de Ziektewet wordt
ingetrokken.
Art.
103 [103]. [MvT]
1. Aan artikel 4, eerste lid, der
Pensioenwet 1922 (Stb. 1922, 240) wordt
toegevoegd:
i quater. de voorzitter, de algemeen
secretaris en het overige personeel in
vaste dienst van de Ziekenfondsraad.
2. In de Ambtenarenwet
1929 wordt aan het eerste
lid van artikel 2 toegevoegd:
i.
de voorzitter en de leden van de
Ziekenfondsraad alsmede het personeel
in dienst van de Ziekenfondsraad als
bedoeld in de Ziekenfondswet.
Art. 104
[104]. [MvT]
In de Coördinatiewet Sociale
Verzekering worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
A.
In
artikel 1, onderdeel c, wordt aan het slot
de punt vervangen door een puntkomma,
waarna wordt toegevoegd: ten aanzien van
de Ziekenfondswet wordt onder
uitvoeringsorgaan verstaan de
bedrijfsvereniging waarbij de werkgever
ingevolge de bepalingen der
Organisatiewet Sociale Verzekering voor
de betrokken werknemers aangesloten is
of zou zijn indien zij verzekerd waren
overeenkomstig de Ziektewet.
B.
Artikel 2, onderdeel f, wordt gelezen als volgt:
f.
voor de toepassing van de
Ziekenfondswet: de verzekerde, bedoeld in
paragraaf 1 van het Tweede Hoofdstuk dier wet,
voor zover te zijnen aanzien geen
afwijkende bepalingen gelden op grond
van het zesde lid van artikel 15
[15] of
artikel 18 [18]
dier wet.
C.
Artikel 3, onderdeel f, wordt gelezen als volgt:
f.
voor de toepassing van de
Ziekenfondswet: de werkgever in de zin
van het derde lid van artikel 5
[5] dier
wet.
D.
In
het eerste lid van artikel 9 wordt in
plaats van "het
Ziekenfondsenbesluit"
gelezen: de Ziekenfondswet.
E.
In
het eerste lid van artikel 17 wordt in
plaats van "het
Ziekenfondsenbesluit"
gelezen: de Ziekenfondswet.
Art. 105
[105]. [MvT]
In de Wet op de noodwachten worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
A.
Het
tweede lid van artikel 17 wordt gelezen
als volgt:
-2. De noodwachter die tot de
aanvang van de werkelijke dienst
behoorde tot één van de bij of krachtens
artikel 3 [3]
der Ziekenfondswet aangewezen groepen wordt, zolang hij in werkelijke
dienst is, geacht tot één dier groepen
te blijven behoren.
B.
Aan
artikel 17 wordt een derde lid
toegevoegd, luidende als volgt:
-3.
Zolang de in voorgaande leden bedoelde
noodwachters in werkelijke dienst zijn,
komt de premie, bedoeld in artikel 15
[15] van de Ziekenfondswet, in haar geheel
ten laste van het Rijk.
C.
In
artikel 22 wordt tussen de woorden
"de Ziektewet" en "de Ongevallenwet
1921" ingevoegd: de
Ziekenfondswet,.
D.
In de
tweede volzin van het eerste lid van
artikel 26 wordt in plaats van "het
Ziekenfondsenbesluit" gelezen: de
Ziekenfondswet.
E.
In
artikel 27 wordt in plaats van "het
Ziekenfondsenbesluit" gelezen: de
Ziekenfondswet.
F.
In
het eerste en tweede lid van artikel 29
wordt in plaats van "artikel 9, tweede
lid, van het Ziekenfondsenbesluit"
gelezen: artikel 15 [15]
van de
Ziekenfondswet. Voorts wordt in het
tweede lid in plaats van "der Ziektewet" gelezen: der
Ziekenfondswet.
G.
In
artikel 31 wordt in plaats van "het
Ziekenfondsenbesluit" gelezen: de
Ziekenfondswet.
Art. 106
[106]. [MvT]
Het eerste lid van artikel 2 der
Wet op het Praeventiefonds wordt gelezen
als volgt:
-1. De Ziekenfondsraad stort
jaarlijks, met inachtneming van bij
algemene maatregel van bestuur te
stellen regelen, uit de Algemene Kas,
bedoeld in artikel 71
[71] van de
Ziekenfondswet, in het Praeventiefonds
een bedrag van zes miljoen gulden.
Art.
107
[107]. [MvT]
-1. Deze wet kan worden
aangehaald onder de titel "Ziekenfondswet".
-2.
De artikelen van deze wet treden in
werking met ingang van een door Ons te
bepalen tijdstip, dat voor de
onderscheidene artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden gesteld.
Lasten en bevelen, dat deze in het
Staatsblad zal worden geplaatst, en dat
alle Ministeriële Departementen,
Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren,
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid,
|