|
Kamerstukken II 1962-1963,
7171
Wijziging
van de Ziektewet (aanpassing aan de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering) ¹
1. Redactie:
de wet is gepubliceerd in Stb. 1966, 85, en is in werking
getreden met ingang van 1 juli 1967 (Stb. 1966, 105).
| Nr.r1 |
KONINKLIJKE
BOODSCHAP |
Aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal
Wij
bieden U hiernevens ter overweging aan drie ontwerpen van Wet inzake:
a.
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. wijziging van de Ziektewet (aanpassing
aan de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering);
c. wijziging van de Organisatiewet Sociale Verzekering (in
verband met de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering).
De toelichtende
memoriën (en bijlagen), die het Wetsontwerpen vergezellen, bevatten
de gronden waarop zij rusten.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige
bescherming.
Soestdijk, 25 april 1963
JULIANA
WIJ
JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat
het wenselijk is de Ziektewet
aan te passen aan de regeling inzake een verplichte verzekering van
loontrekkenden tegen geldelijke gevolgen van langdurige
arbeidsongeschiktheid;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
EERSTE
AFDELING
Algemene
bepalingen
§
1. Algemeen
Art.
I. [MvT]
De opschriften boven artikel
1 van de Ziektewet, alsmede artikel
1 dier wet worden gelezen als volgt:
EERSTE
AFDELING. Algemene bepalingen
§
1. Algemeen
Art. 1. Deze wet verstaat
onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van
Sociale Zaken en Volksgezondheid;
b. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, andere
verenigingen van personen, ondernemingen van publiekrechtelijke
rechtspersonen en doelvermogens.
Art.
II. [MvT]
De artikelen
la en 1b van de Ziektewet
vervallen.
Art.
III. [MvT]
De artikelen 2 tot en
met 15 van de Ziektewet worden vervangen
door de volgende artikelen en onderverdeeld in de daarbij aangeduide
paragrafen:
Art. 2.
[MvT]
-1. Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de
omstandigheden beoordeeld.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen en
luchtvaartuigen welke binnen het Rijk hun thuishaven hebben, ten
opzichte van de werkgever en de bemanning beschouwd als deel van het
Rijk.
§
2. De werknemer
Art.
3.
[MvT]
-1. Werknemer is de natuurlijke persoon die in privaatrechtelijke of in
publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
-2. Wie niet binnen het Rijk woont,
wordt slechts als werknemer beschouwd voor zover hij zijn
dienstbetrekking binnen het Rijk vervult.
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kan worden bepaald dat personen die niet binnen
het Rijk wonen ook als werknemer worden beschouwd, voor zover zij hun
dienstbetrekking buiten het Rijk vervullen.
-4.
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kan van het bepaalde in het
eerste en in het tweede lid worden
afgeweken:
a.
ten aanzien van vreemdelingen;
b.
ten aanzien van personen op wie een
regeling inzake verzekering tegen
geldelijke gevolgen van
arbeidsongeschiktheid buiten het Rijk
van toepassing is;
c.
ten aanzien van personen die slechts
tijdelijk hier te lande verblijven of
tijdelijk hier te lande werkzaam zijn.
Art. 4.
[MvT
+ bis]
-1. Als dienstbetrekking wordt
beschouwd de arbeidsverhouding van:
a.
degene die anders dan in de uitoefening
van een bedrijf of in de zelfstandige
uitoefening van een beroep in aangenomen werk persoonlijk arbeid
verricht;
b. degene die de onder a bedoelde persoon
als hulp bij het verrichten van de
arbeid bijstaat;
c. degene die krachtens overeenkomst met
een ander tegen beloning geregeld zijn
bemiddeling verleent tot het tot stand
komen van overeenkomsten tussen daartoe
door hem te bezoeken personen en die
ander, mits hij de bedoelde bemiddeling
uitsluitend voor die ander verleent, het
verlenen van die bemiddeling niet een
voor hem bijkomstige werkzaamheid is en
hij zich daarbij doorgaans niet door
meer dan twee andere personen laat
bijstaan;
d. degene die krachtens overeenkomst met
een ander tegen beloning geregeld zijn
bemiddeling verleent tot het tot stand
komen van overeenkomsten tussen daartoe
door hem te bezoeken personen en een
opdrachtgever van die ander, mits hij de
bedoelde bemiddeling uitsluitend voor
die ander verleent, het verlenen van die
bemiddeling niet een voor hem
bijkomstige werkzaamheid is en hij zich
daarbij doorgaans niet door meer dan
twee andere personen laat bijstaan;
e. degene die bij wijze van sociale
werkvoorziening te werk gesteld is;
f. degene die als lid van de bemanning van
een vissersvaartuig aanspraak heeft op
een aandeel in de besomming, tenzij hij
exploitant of mede-exploitant van het
vaartuig is;
g. degene die werkzaam is om
vakbekwaamheid te verwerven, onder wie
mede wordt begrepen degene die als
leerling van een instelling van
onderwijs praktisch werkzaam is, alsmede
degene die aan een bedrijfsschool
opleiding ontvangt, één en ander indien
een beloning wordt genoten die niet
uitsluitend bestaat in het ontvangen
van onderricht.
-2.
Het bepaalde in het vorige lid, onderdeel a
en b, blijft buiten toepassing indien
de aldaar bedoelde arbeid wordt verricht
ten behoeve van een natuurlijk persoon
die deze arbeid doet verrichten anders
dan in de uitoefening van een bedrijf of
in de zelfstandige uitoefening van een
beroep.
Art. 5.
[MvT]
In bij algemene maatregel van bestuur
aangewezen groepen van gevallen wordt
eveneens als dienstbetrekking beschouwd
de arbeidsverhouding van:
a.
degene die als thuiswerker arbeid
verricht;
b. degene die de onder a bedoelde persoon
als hulp bij het verrichten van de
arbeid bijstaat;
c. degene die als musicus of anderszins
als artiest optreedt dan wel als beroep
een tak van sport beoefent;
d. degene die tegen beloning persoonlijk
arbeid verricht en wiens
arbeidsverhouding niet reeds ingevolge
de voorgaande bepalingen als
dienstbetrekking wordt beschouwd, doch
hiermede maatschappelijk gelijk kan
worden gesteld.
Art. 6.
[MvT
+ bis]
-1. Als dienstbetrekking wordt niet
beschouwd de arbeidsverhouding van:
a.
degene die ten behoeve van de
natuurlijke persoon tot wie hij in
dienstbetrekking staat, uitsluitend of
nagenoeg uitsluitend
huiselijke of persoonlijke diensten in
diens huishouding verricht en die
diensten doorgaans op minder dan drie
dagen per week verricht;
b.
degene die een verplichting naleeft,
hem opgelegd door de wet of
voortvloeiende uit een verbintenis
anders dan bij arbeidsovereenkomst door
hem jegens de Overheid aangegaan ten
aanzien van 's lands verdediging of ter
bescherming van de openbare orde en de
veiligheid der bevolking;
c. degene die krachtens artikel 415 van
het Wetboek
van Koophandel aanspraak
heeft op uitkering indien hij ziek is;
d. degene die ambtenaar is in de zin van
artikel 1 van de Ambtenarenwet;
e. degene die behoort tot een groep van
personen waarvoor de voorwaarden voor
uitkering bij ziekte publiekrechtelijk
zijn geregeld, indien deze door Ons zijn
vastgesteld of door Onze
Minister zijn
goedgekeurd;
f. degene die werkzaam is aan een
inrichting of instelling van onderwijs
en op wie krachtens een uit hoofde van
subsidieverlening van overheidswege
opgelegde verplichting een door Ons
vastgestelde of een door Onze Minister
goedgekeurde regeling bij ziekte wordt
toegepast;
g. degene die in dienstbetrekking staat
tot een instelling van weldadigheid,
voorkomende op de lijst, bedoeld in
artikel 3 van de Armenwet, of tot een
instelling van maatschappelijk nut
welke door Onze Minister is
gelijkgesteld met een instelling van
weldadigheid, mits de vorenbedoelde
instelling is aangesloten bij een
organisatie welke in het bijzonder ten
behoeve van personen in dienst van
zodanige instellingen voorziening
beoogt voor het geval van ziekte en
invaliditeit, al of niet in vereniging
met andere voorzieningen, indien het
reglement van die organisatie krachtens
hetwelk hij verzekerd is door Ons is
goedgekeurd.
-2.
Geen dienstbetrekking wordt geacht
aanwezig te zijn op dagen waarop geen
arbeid wordt verricht en geen uitkering
of een uitkering van minder dan de helft
van het normale loon van de werkgever
wordt genoten, tenzij het niet
verrichten van de arbeid zijn oorzaak
vindt in:
a. een normale onderbreking
van of verhindering tot het verrichten
van de arbeid, zolang deze onderbreking
of verhindering niet langer dan één
maand heeft geduurd;
b.
weersinvloeden, gebrek aan materialen of
dergelijke omstandigheden;
c. bijzonder
verlof, zoals studieverlof, zolang dit
verlof niet langer dan één maand heeft
geduurd;
d. de omstandigheid dat de
dienstbetrekking ertoe strekt dat
slechts een gedeelte van een normale
werkweek arbeid wordt verricht;
e. de omstandigheid dat de dienstbetrekking
ertoe strekt dat niet regelmatig in
elke kalenderweek arbeid wordt verricht,
voor zover het betreft de kalenderweek
waarin arbeid wordt verricht of arbeid
zou worden verricht indien de
betrokkene niet arbeidsongeschikt was
geworden.
-3. Het bepaalde in de vorige
leden is alleen van toepassing op de
aldaar bedoelde arbeidsverhoudingen.
Art. 7.
[MvT
+ bis]
Voor de toepassing van deze
wet wordt als werknemer beschouwd:
a. degene die krachtens de
Werkloosheidswet uitkering ontvangt;
b. degene die wegens werkloosheid niet
werkt, doch aan wie krachtens artikel
28, tweede lid, onderdeel e, of artikel 28,
tweede lid, onderdeel e, in verbinding met
artikel 36, tweede lid, der
Werkloosheidswet geen uitkering wordt
toegekend;
c. degene die wegens
werkloosheid niet werkt, doch te wiens
aanzien krachtens het bepaalde in
artikel 28, tweede lid, onderdeel dbis, of
artikel 28, tweede lid, onderdeel dbis, in
verbinding met artikel 36, tweede lid,
der Werkloosheidswet opschorting van de
uitbetaling van zijn uitkering plaatsheeft;
d. degene die wegens werkloosheid niet
werkt, doch aan wie geen uitkering wordt
toegekend, omdat naar het oordeel van de
bedrijfsvereniging op zijn laatste
werkgever de verplichting rust tijdens
de werkloosheid het loon onverminderd
door te betalen;
e.
in door Onze
Minister aan te wijzen
gevallen degene die wegens werkloosheid
niet werkt, doch aan wie geen uitkering
wordt verleend op grond van enige
bepaling van de Werkloosheidswet, van
het wachtgeldreglement van een
bedrijfsvereniging of van het reglement
voor de werkloosheidsverzekering.
Art. 8.
[MvT
+ bis]
Voor de toepassing van deze wet wordt
mede als werknemer beschouwd degene die
krachtens de verplichte verzekering
ingevolge deze wet ziekengeld ontvangt.
§ 3. De werkgever
Art. 9.
[MvT]
Werkgever is degene tot wie één of
meer natuurlijke personen in
dienstbetrekking staan.
Art. 10.
[MvT]
Als degene tot wie de
dienstbetrekking bestaat, wordt
beschouwd:
1º.
in de gevallen, bedoeld in artikel
4, eerste lid, onderdeel:
a
en b: de aanbesteder;
c
en d: degene met wie de overeenkomst
tot bemiddeling is gesloten;
e: degene op wie de verplichting rust het
loon te betalen;
f:
de exploitant of mede-exploitant van het
vaartuig;
g: degene bij wie de werkzaamheden worden
verricht of de opleiding wordt genoten;
2º.
in de gevallen, bedoeld in artikel
5, onderdeel:
a:
de opdrachtgever;
b:
de thuiswerker;
c: degene met wie het optreden of de
sportbeoefening is overeengekomen;
d: degene die bij de in artikel 5
bedoelde
algemene maatregel van bestuur als
werkgever wordt aangewezen.
Art. 11.
[MvT]
Als werkgever wordt beschouwd in de
gevallen, bedoeld in artikel
7, onderdeel:
a,
b en c: de bedrijfsvereniging welke
beslist over de aldaar bedoelde
uitkering;
d:
de laatste werkgever;
e: degene die bij de aanwijzing door
Onze Minister
als werkgever wordt aangewezen.
Art. 12.
[MvT
+ bis]
-1. Onze
Minister kan bepalen dat werknemers wier lonen worden uitbetaald
door een door Onze Minister erkend
administratiekantoor, voor de toepassing
van deze wet geacht worden in
dienstbetrekking te staan tot dat
kantoor.
-2.
Onze Minister kan, in overeenstemming
met Onze Minister van
Financiën, in
afwijking van het bepaalde in de
artikelen 9 en 10 een ander dan de
aldaar bedoelde personen aanwijzen als
werkgever met betrekking tot:
a. degene die krachtens overeenkomst met
een ander tegen beloning geregeld zijn
bemiddeling verleent tot het tot stand
komen van overeenkomsten tussen daartoe
door hem te bezoeken personen en een
opdrachtgever van die ander;
b. degene die een thuiswerker als hulp bij
het verrichten van de arbeid bijstaat;
c. degene die als musicus of anderszins
als artiest optreedt dan wel als beroep
een tak van sport beoefent.
Art. 13.
[MvT
+ bis]
-1. De werkgever is verplicht de
werknemer gelegenheid te geven tot het
uitoefenen van de hem bij of krachtens
deze wet toegekende bevoegdheden en tot
het nakomen van de hem bij of krachtens
deze wet opgelegde verplichtingen, voor
zover de uitoefening van die
bevoegdheden en de nakoming van die
verplichtingen niet buiten de
arbeidstijd kan geschieden.
-2. Onze
Minister kan ter uitvoering van het
bepaalde in het eerste lid nadere
regelen stellen.
§ 4. Het loon
Art. 14.
[MvT
+ bis]
-1. Deze wet verstaat onder loon het
loon in de zin van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering.
-2. Loon door
verschillende personen tezamen
onverdeeld genoten, wordt, voor zover
niet blijkt van een andere verdeling,
geacht door ieder van hen voor een
gelijk deel te zijn genoten.
-3. Degene
die krachtens de Werkloosheidswet
uitkering ontvangt, wordt geacht op elke
dag waarover hij die uitkering ontvangt een loon te
genieten gelijk
aan die uitkering.
Art. 15.
[MvT
+ bis]
-1. Voor
de berekening van het ziekengeld waarop
ingevolge deze wet aanspraak bestaat,
wordt volgens door de Sociale
Verzekeringsraad te stellen algemene
regelen als dagloon beschouwd het loon
dat de werknemer tijdens het genot van
het ziekengeld gemiddeld per dag zou
hebben kunnen verdienen in het beroep
dat hij laatstelijk vóór het ontstaan
van de ongeschiktheid tot werken
uitoefende. Deze algemene regelen
worden in de
Nederlandse Staatscourant openbaar gemaakt.
-2. Bij de in het
vorige lid bedoelde algemene regelen kan
de Sociale Verzekeringsraad afwijken van
het bepaalde in artikel
14, eerste lid,
en ten aanzien van bepaalde groepen van
werknemers van het bepaalde in het
vorige lid.
-3. Het bestuur van een
bedrijfsvereniging kan bijzondere
bepalingen treffen inzake de
vaststelling van het dagloon voor alle
of voor één of meer bepaalde groepen van
bij de bedrijfsvereniging verzekerde
werknemers, waarbij kan worden afgeweken
van het bepaalde in artikel
14, eerste
lid, en van het bepaalde in het eerste
lid van dit artikel alsmede van de in
dat lid bedoelde algemene regelen.
-4.
Besluiten als bedoeld in het voorgaande
lid behoeven de goedkeuring van de
Sociale Verzekeringsraad en worden in de
Nederlandse Staatscourant openbaar
gemaakt. Wanneer de in het eerste lid
bedoelde algemene regelen wijziging
ondergaan, kan de Sociale
Verzekeringsraad de goedkeuring van een
besluit als bedoeld in het vorige lid
intrekken.
-5. De Sociale
Verzekeringsraad hoort, alvorens tot
vaststelling van de in het eerste lid
bedoelde algemene regelen over te gaan,
de besturen der bedrijfsverenigingen.
-6.
Voor de berekening van het ziekengeld
komt het dagloon hetwelk meer bedraagt
dan het krachtens het eerste lid van
artikel 9 der Coördinatiewet Sociale
Verzekering bepaalde bedrag, voor dat
meerdere niet in aanmerking.
Art. IV.
[MvT]
De artikelen 16 en
17
vervallen.
Art.
V. [MvT]
Artikel 19 van de
Ziektewet wordt gewijzigd als volgt:
1.
Het eerste lid wordt gelezen als volgt:
-1. De verzekerde heeft bij
ongeschiktheid tot het verrichten van
zijn arbeid wegens ziekte recht op
ziekengeld overeenkomstig het bij of
krachtens deze wet bepaalde.
2.
Het tweede lid vervalt.
3. Het derde lid
wordt vernummerd tot tweede lid en wordt
gelezen als volgt:
2. Voor de
toepassing van deze wet wordt onder
ziekte mede verstaan:
a. zwangerschap en
bevalling;
b. gebreken.
Art.
VI. [MvT]
Artikel 20 van de Ziektewet wordt
gelezen als volgt:
Art. 20.
De
werknemers in de zin van deze wet zijn
verzekerd.
Art.
VII. [MvT]
De artikelen 21, 22,
23,
25 en
26 van de
Ziektewet vervallen.
Art.
VIII. [MvT]
Artikel
27 van de Ziektewet vervalt.
Art.
IX. [MvT]
In
het eerste lid van artikel 28 van de
Ziektewet wordt tussen de woorden
"ziekengeld"
en "of" een komma geplaatst,
waarna de woorden "of door wie in
verband met het bepaalde in artikel 32
zodanige aanspraak eventueel zal kunnen
worden gemaakt" vervallen.
Art.
X. [MvT]
Artikel
29 van de Ziektewet wordt gewijzigd als
volgt:
1. In
het eerste lid vervalt de tweede volzin.
2.
Het tweede lid wordt gelezen als volgt:
-2.
Het ziekengeld wordt, behoudens het
bepaalde in de volgende leden,
uitgekeerd over iedere dag dat de
ongeschiktheid tot werken duurt, doch
niet over de zaterdagen en de zondagen
en gedurende ten hoogste 52
weken.
3.
Het derde, vierde, vijfde en zesde lid
worden onderscheidenlijk vernummerd
tot vijfde, zevende, achtste en negende
lid.
4. Na
het tweede lid worden twee nieuwe leden
ingevoegd, luidende als volgt:
-3.
Geen ziekengeld wordt uitgekeerd over de
eerste twee dagen van de ongeschiktheid
tot werken. Bij de bepaling van de in de
vorige volzin bedoelde dagen blijven de
zaterdag en de zondag buiten
beschouwing. Het bestuur van de
bedrijfsvereniging kan, bij een door Onze
Minister, de Sociale
Verzekeringsraad gehoord, goedgekeurd
besluit, ten aanzien van alle of van
één
of meer bepaalde groepen van bij haar
verbekerde werknemers afwijken van het
bepaalde in dit lid.
-4.
Voor de toepassing van het in de beide
vorige leden bepaalde geldt als eerste
dag van de ongeschiktheid tot werken de
eerste dag waarop wegens ziekte niet is
gewerkt of het werken tijdens de
werktijd is gestaakt.
5.
Het tot vijfde lid vernummerde derde lid
wordt gelezen als volgt:
-5.
Voor het bepalen van de periode van 52
weken, bedoeld in het tweede lid, worden
perioden waarover ziekengeld wordt
uitgekeerd, samengeteld indien zij
elkaar met een onderbreking van minder
dan één maand opvolgen. In de gevallen
waarin het bepaalde in de vorige volzin
toepassing vindt, worden gedurende de
desbetreffende periode van 52 weken de
in het derde lid bedoelde dagen
waarover geen ziekengeld wordt
uitgekeerd slechts eenmaal in
aanmerking genomen.
6. Na
het nieuwe vijfde lid wordt een nieuw
lid ingevoegd, luidende als volgt:
-6.
Voor de toepassing van het bepaalde in
het vorige lid worden met perioden
waarover ziekengeld wordt uitgekeerd,
gelijkgesteld perioden waarover in
verband met het bepaalde in de artikelen
31, 32,
42 of 44 geen ziekengeld wordt
uitbetaald.
7. In
het tot zevende lid vernummerde vierde
lid worden na de woorden "afgescheiden
van de vraag of ongeschiktheid tot
werken bestaat" ingevoegd de
woorden: dan wel in hoeverre de in
het tweede lid bedoelde periode van 52
weken is verstreken.
Art.
XI. [MvT]
Artikel
30 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art.
30.
-1. Ingeval het, op aanwijzing van
de geneeskundige die voor de controle
van verzekerden is aangewezen, in het
belang van de zieke werknemer moet
worden geacht dat deze hem passende
arbeid verricht en hij door zijn werkgever
- of, indien de
dienstbetrekking met deze werkgever is
geëindigd, door een andere werkgever - tot het verrichten van
zodanige arbeid in de gelegenheid wordt
gesteld, kan het ziekengeld gedurende de
tijd dat hij deze arbeid verricht,
worden gesteld op het bedrag waarmede
zijn dagloon het loon dat hij voor de
bedoelde arbeid ontvangt, overtreft.
-2.
Weigert de werknemer de in het vorige
lid bedoelde arbeid te verrichten, dan
kan het bestuur van de
bedrijfsvereniging onderscheidenlijk
van de afdelingskas het ziekengeld
stellen op het bedrag waarmede het
dagloon overtreft het loon dat hij zou
hebben ontvangen indien hij deze arbeid
wel verricht had.
-3.
Indien de werknemer:
a.
laatstelijk vóór het intreden van de
ongeschiktheid tot werken wegens ziekte
ter zake waarvan hij ziekengeld ontvangt arbeid
verrichtte welke bij
gehele of gedeeltelijke hervatting van
die arbeid als schadelijk voor zijn
gezondheid moet worden aangemerkt; dan
wel
b.
kennelijk blijvend niet meer in staat
moet worden geacht de arbeid te
verrichten welke hij laatstelijk vóór
het intreden van zijn
arbeidsongeschiktheid wegens ziekte ter
zake waarvan hij ziekengeld ontvangt,
verrichtte;
en
het op aanwijzing van de geneeskundige
die voor de controle van verzekerden is
aangewezen, in het belang van de zieke
werknemer moet worden geacht dat hij
andere hem passende arbeid verricht, kan
het bepaalde in de vorige leden door het
bestuur van de bedrijfsvereniging
onderscheidenlijk van de afdelingskas
overeenkomstig worden toegepast, zo de
betrokken werknemer door een andere
werkgever in de gelegenheid wordt
gesteld bedoelde arbeid te verrichten.
-4. De rechter is bevoegd te beoordelen
of de wijze waarop van de in de vorige
leden bedoelde bevoegdheid gebruik is
gemaakt in overeenstemming is met de
redelijkheid.
-5.
De bedrijfsvereniging kan de in het
derde lid bedoelde werknemer verplichten zich te doen inschrijven
bij het orgaan der openbare
arbeidsbemiddeling.
Art.
XII. [MvT]
De artikelen
31, 32,
33 en 34 van de
Ziektewet worden vervangen door de
volgende artikelen:
Art. 31.
[MvT
+ bis]
-1. De verzekerde die gedurende de
ongeschiktheid tot werken wegens ziekte
loon ontvangt, is verplicht hiervan
vóór de uitkering van ziekengeld op
door de bedrijfsvereniging in haar
reglement te bepalen wijze mededeling te
doen.
-2. De verzekerde ontvangt aan
ziekengeld niet meer dan het bedrag
waarmede zijn dagloon het bedrag van het
door hem ontvangen loon overtreft.
Art. 32.
[MvT
+ bis]
-1. Indien de verzekerde ter
zake van de ongeschiktheid tot werken
wegens ziekte zowel recht heeft op
toekenning van ziekengeld krachtens deze
wet als op heropening van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering in
verband met het bepaalde in artikel 47
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt
het ziekengeld slechts uitbetaald voor
zover het de
arbeidsongeschiktheidsuitkering
overtreft. [MvT
+ bis]
-2. Indien de verzekerde ter
zake van de ongeschiktheid tot werken
wegens ziekte zowel recht heeft op
toekenning van ziekengeld krachtens deze
wet als op herziening van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering in
verband met het bepaalde in de artikelen
38 en 39 van de
Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt
het ziekengeld slechts uitbetaald voor
zover het overtreft het bedrag waarmede
de arbeidsongeschiktheidsuitkering in
verband met die herziening is verhoogd. [MvT
+ bis]
-3. De bedrijfsvereniging is bevoegd in
bijzondere gevallen van het ziekengeld
een hoger bedrag uit te betalen dan in
de vorige leden is bepaald. [MvT
+ bis]
-4. Onze
Minister kan met betrekking tot gevallen
van samenloop van ziekengeld met
arbeidsongeschiktheidsuitkering
ingevolge de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
regelen stellen. Bij deze regelen kan
worden afgeweken van het bepaalde in de
vorige leden. [MvT
+ bis]
Art. 33.
[MvT
+ bis]
-1. Behoudens het bepaalde in het
volgende lid en in artikel 34 zijn de
eenmaal uitbetaalde termijnen van het
ziekengeld niet vatbaar voor
terugvordering.
-2.
Hetgeen aan ziekengeld te veel of ten
onrechte is uitbetaald als gevolg van
het verstrekken van onjuiste
inlichtingen of het niet nakomen van de
verplichting als bedoeld in artikel
31,
eerste lid, kan gedurende twee jaren na
de dag van betaalbaarstelling geheel of
gedeeltelijk worden teruggevorderd, dan
wel op later uit te betalen ziekengeld
of arbeidsongeschiktheidsuitkering in
mindering worden gebracht.
Art. 34.
[MvT
+ bis]
Indien na uitbetaling van ziekengeld
blijkt dat ter zake van de
ongeschiktheid op grond waarvan die
uitbetaling plaatsvond over hetzelfde
tijdvak of een gedeelte daarvan
aanspraak bestaat op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering in
verband met het bepaalde in artikel 19
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of een
zodanige uitkering reeds is uitbetaald
na toepassing van het bepaalde in dat
artikel, dan wel indien in verband met
het bepaalde bij of krachtens artikel 32
ten onrechte of te veel ziekengeld is
uitbetaald, kan het ten onrechte of te
veel uitbetaalde ziekengeld worden
teruggevorderd of in mindering worden
gebracht op de alsnog uit te betalen
arbeidsongeschiktheidsuitkering, doch
ten hoogste tot het bedrag der
arbeidsongeschiktheidsuitkering of de
verhoging van de
arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop betrokkene, ter zake van diezelfde
ongeschiktheid en over hetzelfde
tijdvak, aanspraak kan maken.
Art.
XIII. [MvT]
De artikelen 35 en 36 van de
Ziektewet
vervallen.
Art.
XIV.
[MvT]
Artikel
37 van de Ziektewet wordt gewijzigd als
volgt:
1.
In het eerste lid vervallen de woorden
", alsmede hen die verzoeken van de
verzekering te worden vrijgesteld
overeenkomstig artikel
27,".
2.
Het tweede lid wordt gelezen als volgt:
-2.
Opgeroepenen en, indien hun toestand
geleide nodig maakt, mede hun geleiders,
worden reiskosten, verblijfkosten en
tijdverlies vergoed in de gevallen en
volgens regels door Onze
Minister vast
te stellen.
Art.
XV. [MvT]
Artikel
39 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art.
39.
Het bestuur van de
bedrijfsvereniging is bevoegd
controlevoorschriften vast te stellen.
Deze voorschriften behoeven de
goedkeuring van de Sociale
Verzekeringsraad en mogen niet verder
gaan dan strikt noodzakelijk is voor een
juiste uitvoering van deze wet.
Art.
XVI. [MvT]
Artikel
40 van de Ziektewet vervalt.
Art.
XVII. [MvT]
Artikel
42 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art.
42.
-1. Aan de verzekerde wordt geen
ziekengeld uitbetaald over de tijd
gedurende welke hij is opgenomen in een
gevangenis, rijkswerkinrichting,
tuchtschool of rijksopvoedingsgesticht
of is toevertrouwd aan een vereniging,
stichting of instelling van weldadigheid
als bedoeld in artikel 3 van de Wet van
9 november 1961, Stb. 1961, 403.
-2.
De bedrijfsvereniging is bevoegd het
ziekengeld hetwelk op grond van het
bepaalde in het vorige lid niet aan de
werknemer wordt uitbetaald, geheel of
gedeeltelijk uit te keren aan de
personen wier kostwinner hij is.
-3.
De bedrijfsvereniging kan, voor zover
zij van haar bevoegdheid als bedoeld in
het vorige lid geen gebruik heeft gemaakt,
hem die uit de gevangenis, tuchtschool,
rijkswerkinrichting of uit het rijksopvoedingsgesticht is
ontslagen of
die niet meer is toevertrouwd aan een
vereniging, stichting of instelling van
weldadigheid als bedoeld in het eerste
lid, alsnog in het genot stellen van het
in dat lid bedoelde ziekengeld of dit te
zijnen behoeve doen aanwenden.
Art.
XVIII. [MvT]
Artikel
43 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art.
43.
De verzekerde aan wie een
vrijstelling als bedoeld in artikel 17
der Coördinatiewet Sociale Verzekering
is verleend, komt geen ziekengeld
toe.
Art.
XIX.
[MvT]
Artikel
44 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art. 44.
-1. Het bestuur van
de bedrijfsvereniging of van
de afdelingskas is bevoegd de uitkering
van ziekengeld geheel
of ten dele te weigeren:
a.
1º. indien
de ongeschiktheid tot werken bestond op
het tijdstip dat de verzekering een
aanvang nam;
2º.
indien de ongeschiktheid tot werken
binnen een halfjaar na het tijdstip
dat de verzekering een aanvang nam, is
ingetreden, terwijl de
gezondheidstoestand van de betrokkene
ten tijde van de aanvang van zijn
verzekering het intreden van
ongeschiktheid tot werken binnen een halfjaar kennelijk moest doen
verwachten;
b. bij zwangerschap ontstaan
vóór of bevalling binnen zes maanden
na de dag waarop de verzekering een
aanvang nam; het in de voorgaande
zinsnede bepaalde vindt geen toepassing
indien in de periode van zwangerschap,
voor zover deze op de dag waarop de
verklaring, bedoeld in artikel
29,
zevende lid, is opgemaakt, is
verstreken, de verzekering, vroegere
verzekeringen van de verzekerde
inbegrepen, niet gedurende meer dan 60
dagen is onderbroken geweest; eveneens
vindt het in de eerste zinsnede bepaalde
geen toepassing bij bevalling indien
hetzij de uitkering, bedoeld in artikel
29, zevende lid, is toegekend, hetzij de
verzekering, vroegere verzekeringen van
de verzekerde inbegrepen, in het tijdvak
van 40 achtereenvolgende weken
onmiddellijk voorafgaande aan de dag der
bevalling niet gedurende meer dan 60
dagen is onderbroken geweest;
c. indien
de verzekerde niet binnen redelijke
termijn geneeskundige hulp inroept en
niet zich gedurende het gehele verloop
der ziekte onder behandeling blijft
stellen of indien hij de voorschriften
van de behandelende geneeskundige niet
opvolgt;
d. indien de verzekerde
gedurende de ongeschiktheid tot werken
zich schuldig maakt aan gedragingen
waardoor zijn genezing wordt belemmerd;
e. indien de verzekerde zonder
deugdelijke grond nalaat gevolg te geven
aan een verzoek ingevolge deze wet
gedaan door het bestuur van de
bedrijfsvereniging of van de afdelingskas om te verschijnen of
inlichtingen te verstrekken, of indien
het geneeskundig onderzoek door een door
het bestuur van de bedrijfsvereniging of
van de afdelingskas aangewezen
geneeskundige door toedoen van de
verzekerde niet kan plaats hebben;
f.
indien de verzekerde het voorschrift,
gegeven in artikel
38, niet opgevolgd
heeft. In dat geval mag ziekengeld
geweigerd worden over de dagen
voorafgaande aan de tweede dag na die
van de ontvangst der ziekmelding. Bij de
bepaling van de laatste twee dagen van
het tijdvak waarover de uitkering van
ziekengeld mag worden geweigerd, blijven
de zaterdag en de zondag buiten
beschouwing:
g. indien de verzekerde de
hem op grond van artikel
30, vijfde lid,
opgelegde verplichting niet nakomt of
zich niet houdt aan de
controlevoorschriften als bedoeld in
artikel 39;
h. indien de verzekerde de
leeftijd van 70 jaar heeft bereikt en
hij gedurende het laatste halfjaar aan
de ongeschiktheid tot werken
voorafgaande niet op ten minste 50 dagen arbeid in dienstbetrekking heeft
verricht;
i.
indien met betrekking tot de
ongeschiktheid tot werken bij de
uitvoering van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid,
bedoeld in de artikelen 25 of
28, onderdeel
a of b, van die
wet;
j.
indien de verzekerde zijn ongeschiktheid
tot werken opzettelijk heeft
veroorzaakt.
-2.
Het bepaalde in het eerste lid, onderdeel
a, onder 2º, blijft buiten toepassing ten
aanzien van degene die onmiddellijk
voorafgaande aan het tijdstip dat de
verzekering een aanvang nam, in verband
met het bepaalde in artikel
6, eerste
lid, onderdeel b tot en met g, niet
verzekerd was.
Art.
XX. [MvT]
Artikel
45 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art.
45.
De rechter is bevoegd te beoordelen
of de wijze waarop van de in artikel 44
bedoelde bevoegdheid gebruik is gemaakt in overeenstemming is met de
redelijkheid.
Art.
XXI. [MvT]
Artikel
46 van de Ziektewet wordt gewijzigd als
volgt:
1. Het eerste lid wordt gelezen
als volgt:
-1. Degene die:
a.
gedurende twee maanden onafgebroken op
alle dagen verzekerd is geweest; of
b.
in de loop van de twee maanden
voorafgaande aan het einde van zijn
verzekering op ten minste zestien dagen
verzekerd is geweest;
heeft,
indien hij in het onder a bedoelde geval
binnen één maand na het einde van die
twee maanden en in het onder b bedoelde
geval binnen acht dagen na het einde van
zijn verzekering ongeschikt tot werken
wordt, tegenover de bedrijfsvereniging
waarbij hij laatstelijk verzekerd was
aanspraak op ziekengeld alsof hij
verzekerd was gebleven.
2. De
eerste volzin van het tweede lid wordt
gelezen als volgt: Voor
de toepassing van het in het vorige lid,
onderdeel a, bepaalde wordt de daargenoemde
termijn van twee maanden geacht niet te
zijn onderbroken indien de werknemer
gedurende niet meer dan zeven dagen
niet verzekerd is geweest.
3. In
het derde lid vervalt het woord "verplichte".
4.
Het vierde lid vervalt.
5.
Het vijfde lid wordt vernummerd tot
vierde lid, waarna dit lid wordt gelezen
als volgt:
-4.
De in het eerste lid bedoelde aanspraak
komt niet toe aan:
a. degene die in verband met het bepaalde
in artikel 6, eerste lid, onderdeel
b tot en
met g, niet verzekerd is;
b. degene die ingevolge de wetgeving van
een andere mogendheid aanspraak heeft op
uitkering bij ziekte.
6. In
het zesde lid, dat wordt vernummerd tot
vijfde lid, worden de woorden "vierde
en vijfde lid van artikel 29"
vervangen door de woorden: zevende en
achtste lid van artikel 29.
7.
Het zevende lid wordt vernummerd tot
zesde lid.
Art.
XXII. [MvT]
Artikel
48 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art.
48.
Voor zover betreft het in ontvangst
nemen van een uitkering ingevolge deze
wet en het verlenen van kwijting voor de
betaling daarvan, wordt een minderjarige
met een meerderjarige gelijkgesteld.
Indien de wettelijke vertegenwoordiger
zich tegen de betaling aan de
minderjarige schriftelijk verzet bij
het bestuur der betrokken
bedrijfsvereniging, geschiedt de
uitbetaling aan de wettelijke
vertegenwoordiger.
Art.
XXIII. [MvT]
Artikel
49 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art.
49.
Wijziging van bepalingen betreffende
het ziekengeld heeft geen invloed op de
op het ogenblik van inwerkingtreding
der wijziging lopende uitkeringen,
tenzij bij de wijziging anders wordt
bepaald.
Art.
XXIV. [MvT]
Artikel
50 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art. 50.
-1. Het ziekengeld
is:
a. onvervreemdbaar;
b. niet vatbaar
voor verpanding of belening;
c.
behoudens voor zover dit dient tot
verhaal van onderhoud waartoe de
verzekerde volgens de wet is gehouden,
niet vatbaar voor executoriaal of
conservatoir beslag, noch voor
faillissementsbeslag.
-2. Volmacht tot
ontvangst van het ziekengeld, onder
welke vorm of benaming ook verleend, is
steeds herroepelijk.
-3. Elk beding
strijdig met enige bepaling van dit
artikel is nietig.
Art.
XXV. [MvT]
Artikel 52 van de Ziektewet wordt
gelezen als volgt:
Art. 52.
Bij de
vaststelling van de schadevergoeding
waarop de verzekerde naar burgerlijk
recht aanspraak kan maken ter zake van
zijn ongeschiktheid tot werken wegens
ziekte houdt de rechter rekening met de
aanspraken die hij krachtens deze wet
heeft.
Art.
XXVI. [MvT]
Na artikel 52
van de Ziektewet worden twee nieuwe
artikelen ingevoegd, luidende als volgt:
Art. 52a.
[MvT]
De bedrijfsvereniging
heeft voor de krachtens deze wet
gemaakte kosten verhaal op degene die
in verband met het veroorzaken van
ongeschiktheid tot werken jegens de
verzekerde naar burgerlijk recht tot
schadevergoeding is verplicht, doch ten
hoogste tot het bedrag waarvoor deze
bij het ontbreken van de aanspraken
krachtens deze wet naar burgerlijk recht
aansprakelijk zou zijn, verminderd met
een bedrag gelijk aan dat van de
schadevergoeding tot betaling waarvan de
aansprakelijke persoon jegens de
verzekerde naar burgerlijk recht is
gehouden.
Art. 52b.
[MvT]
-1. Het bepaalde
in het vorige artikel geldt ten aanzien
van de werkgever van de verzekerde die
naar burgerlijk recht tot
schadevergoeding is verplicht slechts
indien de ongeschiktheid tot werken is
te wijten aan opzet of bewuste
roekeloosheid van die werkgever.
-2. Voor
de toepassing van het vorige lid wordt
mede als werkgever beschouwd degene die
krachtens het bepaalde bij het eerste
lid van artikel
16a der Coördinatiewet
Sociale Verzekering mede als werkgever
wordt beschouwd, ongeacht de bij het
tweede lid van dat artikel bedoelde
uitzonderingen.
Art.
XXVII. [MvT]
Artikel 55 van de Ziektewet wordt
gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid
wordt gelezen als volgt:
-1. De
werknemer is, behoudens het bepaalde in
de volgende leden, verzekerd bij de
bedrijfsvereniging waarbij zijn
werkgever is aangesloten.
2. Na
het eerste lid wordt een nieuw lid
ingevoegd, luidende:
-2. Degene die
als werknemer wordt beschouwd ingevolge
het bepaalde in artikel
7, onderdeel a, b en c, is verzekerd bij de
bedrijfsvereniging welke beslist over
de toekenning van de aldaar bedoelde
uitkering.
3. In
het tweede lid, dat wordt vernummerd tot
derde lid, wordt het woord "arbeider"
vervangen door het woord: werknemer.
4.
Aan het artikel wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-4.
Voor de toepassing van deze wet gelden
aaneensluitende verzekeringen bij
verschillende bedrijfsverenigingen als
één verzekering.
Art.
XXVIII.
In
artikel 56, eerste en tweede lid, en in
artikel 57, eerste lid, van de Ziektewet
wordt het woord "arbeiders"
vervangen door: werknemers.
Art.
XXIX. [MvT]
Artikel
58 van de Ziektewet vervalt.
Art.
XXX. [MvT]
Artikel
60 van de Ziektewet wordt gewijzigd als
volgt:
1. In
het derde en het vierde lid wordt het
woord "arbeider" vervangen door:
werknemer.
2. De
tweede en de derde volzin van het vierde
lid worden gelezen als volgt: De
werkgever mag op het loon van de
verzekerde inhouden het door deze
verschuldigde deel der premie over de
tijd waarover dat loon betaald wordt.
Het ingehouden bedrag wordt geacht door
de werkgever te worden gevorderd
krachtens artikel 1638r, onder 3º, van
het Burgerlijk
Wetboek.
3.
Het vijfde lid vervalt.
Art.
XXXI. [MvT]
Artikel
64 van de
Ziektewet wordt gewijzigd als
volgt:
1.
Het eerste lid wordt gelezen als volgt:
-1.
De bedrijfsverenigingen zijn verplicht
overeenkomstig het bij of krachtens dit
hoofdstuk bepaalde tot de vrijwillige
verzekering toe te laten, mits hij hier
te lande woont:
a. degene wiens verplichte verzekering is
geëindigd en te wiens aanzien op grond
van gebleken omstandigheden
redelijkerwijze valt aan te nemen dat
onderbreking van die verplichte
verzekering van korte duur zal zijn;
b. degene die, terwijl hij hier te lande
woonde, in het buitenland verplicht
verzekerd was tegen geldelijke gevolgen
van ziekte, mits:
1º.
hij niet meer in het buitenland
verzekerd is, omdat hij niet langer
werkzaamheden verricht in het
buitenland;
2º.
op grond van gebleken omstandigheden
redelijkerwijze valt aan te nemen dat
het zijn bedoeling is binnen korte tijd
opnieuw een dienstbetrekking aan te
gaan;
c. degene wiens verplichte verzekering is
geëindigd en die als zelfstandige een
bedrijf of beroep uitoefent of gaat
uitoefenen, indien hij gedurende de
drie jaren onmiddellijk voorafgaande
aan het einde van zijn verplichte
verzekering onafgebroken, al dan niet
hier te lande, ingevolge een wettelijke
regeling verzekerd is geweest tegen
geldelijke gevolgen van ziekte;
d. degene wiens dienstbetrekking ertoe
strekt dat slechts een gedeelte van een
normale werkweek arbeid wordt verricht -
niet uitsluitend als gevolg van een
voor betrokkene geldende
werktijdregeling krachtens welke een
normale werkweek van gemiddeld minder
dan zes dagen van toepassing is - en
die uit hoofde van die dienstbetrekking
verplicht verzekerd is, indien hij
gedurende de drie jaren onmiddellijk
voorafgaande aan de dag van aanvang van
zijn vrijwillige verzekering
onafgebroken, al dan niet hier te
lande, ingevolge een wettelijke regeling
verzekerd is geweest tegen geldelijke
gevolgen van ziekte;
e. degene aan wie een
arbeidsongeschiktheidsuitkering
krachtens de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering is
toegekend, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van minder dan 55%;
f. degene wiens
arbeidsongeschiktheidsuitkering
krachtens de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering,
berekend naar een arbeidsongeschiktheid
van ten minste 55%, wegens afneming
van de arbeidsongeschiktheid is herzien
naar een arbeidsongeschiktheid van
minder dan 55%;
g. degene wiens
arbeidsongeschiktheidsuitkering
krachtens de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering,
berekend naar een arbeidsongeschiktheid
van ten minste 55%, is ingetrokken.
2. Na het eerste lid wordt een
nieuw
lid ingevoegd, luidende:
-2.
De in het vorige lid bedoelde
verplichting bestaat eveneens ten
aanzien van degene wiens verplichte
verzekering is geëindigd en die buiten
het Rijk woont en aldaar in
dienstbetrekking staat tot een binnen
het Rijk wonende of gevestigde
werkgever.
3. In het bestaande
tweede lid, dat vernummerd wordt tot
derde lid, worden de woorden "het
vorige lid" vervangen door de
woorden: de vorige leden.
4.
Het derde lid wordt vernummerd tot
vierde lid.
Art.
XXXII. [MvT]
Artikel 65 van
de Ziektewet wordt gelezen als volgt:
Art. 65.
-1. De in het eerste lid
van het vorige artikel, onderdeel c en
d,
genoemde termijn van drie jaren wordt
geacht niet te zijn onderbroken:
a.
indien de betrokkene gedurende niet meer
dan 60 dagen niet verzekerd is
geweest;
b. gedurende het tijdvak
waarover een
arbeidsongeschiktheidsuitkering is
genoten, berekend naar een
arbeidsongeschiktheid van ten minste
55%.
-2. De in het eerste lid van het
vorige artikel, onderdeel c en d, genoemde
voorwaarde van een verzekeringsduur van
drie jaren wordt geacht te zijn vervuld
indien de betrokkene in het genot is van
een arbeidsongeschiktheidsuitkering
krachtens de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art.
XXXIII. [MvT]
Artikel 66 van de
Ziektewet wordt gelezen als volgt:
Art.
66.
-1. De aanmelding voor de vrijwillige
verzekering dient te geschieden bij de
bedrijfsvereniging:
a. door de in het
eerste lid. onderdeel a, b en
c, en het
tweede lid van artikel 64 bedoelde
personen binnen één maand na het einde
van hun verplichte verzekering;
b. door
de in het eerste lid, onderdeel e, f en
g, van artikel 64 bedoelde personen binnen
één maand na de dagtekening van de
beslissing waarbij de
arbeidsongeschiktheidsuitkering
onderscheidenlijk werd toegekend,
herzien of ingetrokken.
-2. De in het
vorige lid, onderdeel b, bedoelde personen
worden geacht zich binnen één maand na
de dagtekening van de beslissing te
hebben aangemeld indien de aanmelding
geschiedt binnen één maand na de dag
waarop zij redelijkerwijze hebben kunnen
kennisnemen van die beslissing.
-3. De
Sociale Verzekeringsraad kan regelen
stellen voor bijzondere gevallen waarin
aanmelding voor de vrijwillige
verzekering later dan de in de vorige
leden bedoelde maand mogelijk is.
Art.
XXXIV. [MvT]
Artikel 67 van de
Ziektewet wordt gelezen als volgt:
Art.
67.
-1. De premie voor de vrijwillige
verzekering wordt
geheven naar de maatstaf van het dagloon dat overeenkomstig door de
Sociale Verzekeringsraad te stellen
regelen aan die verzekering ten
grondslag ligt.
-2.
Het percentage van het dagloon waarin
de premie wordt vastgesteld, is met
betrekking tot de in het eerste en het
tweede lid van artikel 64 bedoelde
personen gelijk aan het percentage van
het loon dat voor de betrokkenen als
premie verschuldigd zou zijn indien zij
verplicht verzekerd waren.
Art.
XXXV.
[MvT]
Artikel
68 van de Ziektewet vervalt.
Art.
XXXVI.
[MvT]
Artikel
69 van de Ziektewet wordt gewijzigd als
volgt:
1. De
tweede volzin van het eerste lid wordt
gelezen als volgt: Behoudens
het bepaalde in het tweede lid blijft
het bepaalde in artikel
19, tweede lid,
onderdeel a, buiten toepassing.
2. In
het tweede lid worden de woorden "artikel
29, vierde en vijfde lid"
vervangen door de woorden: artikel
29, zevende en achtste lid.
Art.
XXXVII.
[MvT]
Artikel
70 van de Ziektewet vervalt.
Art.
XXXVIII. [MvT]
Artikel
71 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art. 71.
-1. Al hetgeen met
betrekking tot de vrijwillige
verzekering nog nader geregeld dient te
worden, geschiedt door de Sociale
Verzekeringsraad onder goedkeuring van Onze
Minister.
-2. In
de op grond van het vorige lid door de
Sociale Verzekeringsraad te stellen
regelen kan worden bepaald dat de
bedrijfsverenigingen, onder goedkeuring
van de Sociale Verzekeringsraad, omtrent
de vrijwillige verzekering ten aanzien
van in die regelen aan te geven
onderwerpen nadere regelen kunnen
stellen.
Art.
XXXIX.
[MvT]
Artikel
72 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art.
72.
Met betrekking tot het bepaalde bij
of krachtens dit hoofdstuk,
uitgezonderd met betrekking tot het bepaalde in artikel
64, vierde lid,
zijn, met inachtneming van de
wijzigingen welke de aard van het
onderwerp vordert, de overige bepalingen
van deze wet en de ter uitvoering van
die bepalingen genomen besluiten, voor
zoveel nodig, van overeenkomstige
toepassing, voor zover daarvan in het
bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde
niet is afgeweken.
Art.
XL. [MvT]
Artikel
73 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art. 73.
-1. Aan de
belanghebbende wordt, desverlangd,
schriftelijk kennis gegeven van een
beslissing ingevolge deze wet welke:
a.
verband houdt met het recht op en de
uitbetaling van ziekengeld;
b.
betrekking heeft op verschuldigde
premie;
c.
betrekking heeft op vrijwillige
verzekering op grond van het bepaalde in
artikel 64, eerste en tweede lid.
-2.
Een kennisgeving als in het vorige lid
bedoeld, vermeldt de dagtekening van de
beslissing, de gronden waarop deze
berust, alsmede naam en adres van het
college waarbij ingevolge het bepaalde
in artikel 75 beroep kan worden
ingesteld en de termijn van
beroep.
Art.
XLI.
[MvT]
Na
artikel 73 van de Ziektewet wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende als
volgt:
Art.
73a.
Tegen een beslissing waarvan
ingevolge het bepaalde in het vorige
artikel schriftelijk kennis wordt
gegeven, staat voor de belanghebbende
beroep open.
Art.
XLII. [MvT]
Artikel
74 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art. 74.
Indien de
bestreden beslissing betrekking heeft op
een geschil van geneeskundige aard
omtrent het al dan niet bestaan of
voortbestaan van de ongeschiktheid tot
werken, wordt het beroep ingesteld binnen
veertien dagen na dagtekening van de
mededeling van die beslissing.
Art.
XLIII.
In artikel 76 van de
Ziektewet worden de getallen "11"
en "36" vervangen door
onderscheidenlijk de getallen "13"
en "31".
Art.
XLIV.
In artikel
79 van de Ziektewet wordt het
getal "36"
vervangen door het getal "31".
Art.
XLV.
Het tweede lid van artikel
80 van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
-2. Met gevangenisstraf van ten
hoogste twee jaren wordt gestraft hij
die zich ter zake van dezelfde ziekte
wendt tot één of meer
bedrijfsverenigingen, daaronder begrepen
een afdelingskas, met het oogmerk om
meer geldelijke uitkering te verkrijgen
dan hem in totaal krachtens de
bepalingen dezer wet en de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
toekomt.
Art.
XLVI. [MvT]
Artikel 81
van de Ziektewet wordt gelezen als
volgt:
Art. 81.
-1. Indien een bij
of krachtens deze wet strafbaar gesteld
feit wordt gepleegd door of vanwege een
lichaam, wordt de strafvervolging
ingesteld en worden de straffen en
maatregelen uitgesproken hetzij tegen
dat lichaam, hetzij tegen hen die tot
het feit opdracht hebben gegeven of die
feitelijk leiding hebben gehad bij het
verboden handelen of nalaten, hetzij
tegen beiden.
-2. Een bij of krachtens
deze wet strafbaar gesteld feit wordt
onder meer gepleegd door of vanwege een
lichaam indien het gepleegd wordt door
personen die hetzij uit hoofde van een
dienstbetrekking, hetzij uit anderen
hoefde handelen in de sfeer van het
lichaam, ongeacht of deze personen ieder
afzonderlijk het strafbaar feit hebben
gepleegd dan wel bij hen gezamenlijk de
elementen van dat feit aanwezig zijn.
-3.
Indien een strafvervolging wordt
ingesteld tegen een lichaam, wordt het
tijdens de vervolging vertegenwoordigd
door de bestuurder en, indien er meer
bestuurders zijn, door één dezer. De
vertegenwoordiger kan bij gemachtigde
verschijnen. Het gerecht kan de
persoonlijke verschijning van een
bepaalde bestuurder bevelen; het kan
alsdan zijn medebrenging gelasten.
-4.
Indien een strafvervolging wordt
ingesteld tegen een lichaam, vindt
artikel 538, onder 2º, van het Wetboek
van Strafvordering overeenkomstige
toepassing.
Art.
XLVII. [MvT]
Artikel
84 van de Ziektewet vervalt.
Art.
XLVIII. [MvT]
Artikel 85 van de Ziektewet wordt
gelezen als volgt:
Art. 85.
De
termijnen van het ziekengeld welke niet
zijn ingevorderd binnen twee jaren na de
dag der betaalbaarstelling worden niet
meer uitbetaald.
Art.
XLIX. [MvT]
Artikel 87 van de Ziektewet wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het eerste
lid worden de woorden "Bij algemene
maatregel
van bestuur" vervangen door de
woorden: Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur.
2.
Het derde lid vervalt.
Art.
L. [MvT]
De artikelen 88 en 89 van de
Ziektewet
vervallen.
Art.
LI. [MvT]
De
tekst van de Ziektewet, zoals deze met
inachtneming van de daarin aangebrachte
wijzigingen komt te luiden, wordt, door
de zorg van Onze Minister van
Justitie,
in het Staatsblad geplaatst. Daarbij
kunnen wijzigingen in de volgorde der
artikelen, vernummeringen en daarmede
verband houdende wijzigingen in
aanhalingen worden aangebracht. Tevens
wordt daarbij, in plaats van de geldende
verdeling in afdelingen en hoofdstukken,
een onderverdeling in hoofdstukken en
paragrafen aangebracht.
Art.
LII. [MvT]
De
artikelen van deze wet treden in werking
met ingang van een door Ons te bepalen
tijdstip, dat voor de onderscheidene
artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden gesteld.
Lasten
en bevelen, dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst, en dat alle
Ministeriële Departementen,
Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren,
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De
Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid,
|
|