|
Kamerstukken II 1965-1966,
8457
Algemene
verzekering zware geneeskundige risico's (Algemene
Wet Zware Geneeskundige Risico's) ¹
1. Redactie: Tijdens de parlementaire
behandeling is de citeertitel van deze wet vervangen door: Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten. De wet is gepubliceerd in Stb.
1967, 617, en is in werking getreden met ingang van 1 januari 1968 (Stb.
1967, 654), red.
| Nr.r1 |
KONINKLIJKE
BOODSCHAP |
Aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal
Wij
bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van Wet tot algemene
verzekering zware geneeskundige risico's (Algemene
Wet Zware Geneeskundige Risico's)
De toelichtende
memorie (en bijlagen), die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de
gronden waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige
bescherming.
Soestdijk, 24 januari 1966
JULIANA
WIJ
JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat
het wenselijk is regelen vast te stellen inzake een algemene, de gehele
bevolking omvattende verplichte verzekering zware geneeskundige
risico's;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
HOOFDSTUK
I
Algemene
bepalingen
Art.
1 [1]. [MvT
+ bis]
-1. Voor de toepassing van deze
wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan
onder:
a.
Onze Minister: Onze Minister van Sociale
Zaken en Volksgezondheid;
b.
ziekenfonds: een instelling, toegelaten
overeenkomstig artikel 34 van de
Ziekenfondswet;
c.
ziektekostenverzekeraar: een instelling,
toegelaten overeenkomstig artikel
25 [33];
d.
inrichtingen: inrichtingen, erkend
overeenkomstig artikel 7
[8];
e.
uitvoerend orgaan: een orgaan als
bedoeld in artikel 30
[38];
f.
Ziekenfondsraad: het college, bedoeld in
het vijfde hoofdstuk van de Ziekenfondswet;
g.
Algemeen Fonds Zware Geneeskundige
Risico's: het fonds, bedoeld in artikel
43 [51];
h.
lichamen: rechtspersonen, maat- en
vennootschappen, andere verenigingen van
personen, ondernemingen van
publiekrechtelijke rechtspersonen en
doelvermogens.
-2.
Waar in deze wet of in de tot haar
uitvoering genomen besluiten wordt
gesproken van gehuwde man of echtgenoot
wordt daaronder niet verstaan de gehuwde
man die duurzaam gescheiden van zijn
echtgenote leeft.
-3.
Waar in deze wet of in de tot haar
uitvoering genomen besluiten wordt
gesproken van gehuwde vrouw of
echtgenote wordt daaronder niet verstaan
de gehuwde vrouw die duurzaam
gescheiden van haar echtgenoot leeft.
Art.
2 [2].
[MvT]
Ingezetene in de zin van deze wet is degene die binnen het Rijk woont.
Art.
3
[3].
[MvT]
-1. Waar iemand woont en waar een
lichaam gevestigd is, wordt naar de
omstandigheden beoordeeld.
-2.
Voor de toepassing van het eerste lid
worden schepen en luchtvaartuigen welke
binnen het Rijk hun thuishaven hebben,
ten opzichte van de bemanning als deel
van het Rijk beschouwd.
-3.
Hij die het Rijk metterwoon heeft
verlaten en binnen één jaar nadien
metterwoon terugkeert zonder inmiddels
in één der andere delen van het
Koninkrijk of op het grondgebied van een
andere Mogendheid te hebben gewoond,
wordt ook voor de duur van zijn
afwezigheid geacht binnen het Rijk te
hebben gewoond.
-4. De
buiten het Rijk verblijf houdende
Nederlander die in dienstbetrekking
staat tot een Nederlandse
publiekrechtelijke rechtspersoon,
alsmede zijn echtgenote en de kinderen
voor wie hij voor de heffing van de
inkomstenbelasting of de loonbelasting kinderaftrek geniet, worden geacht
binnen het Rijk te wonen.
Art.
4 [4].
[MvT]
In de uitvoering van de in deze wet
geregelde verzekering wordt voorzien
door de ziekenfondsen, de
ziektekostenverzekeraars, de
uitvoerende organen en de
Ziekenfondsraad, met dien verstande
dat de heffing en de invordering van de
premies geschieden door de Rijksbelastingdienst.
HOOFDSTUK
II
Kring
der verzekerden
Art.
5
[5].
[MvT]
-1. Verzekerd overeenkomstig de
bepalingen van deze wet is degene die:
a.
ingezetene is;
b.
geen ingezetene is, doch ter zake van
binnen het Rijk in dienstbetrekking
verrichte arbeid aan de loonbelasting is
onderworpen.
-2.
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen personen die niet
ingevolge het eerste lid verzekerd zijn,
als verzekerden in de zin van deze wet
worden aangemerkt.
-3.
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kan van het bepaalde in het
eerste lid worden afgeweken:
a.
ten aanzien van vreemdelingen;
b.
ten aanzien van personen op wie van
toepassing is een overeenkomstige
regeling van een ander deel van het
Koninkrijk, van een andere Mogendheid
of van een volkenrechtelijke
organisatie;
c.
ten aanzien van personen die slechts
tijdelijk hier te lande verblijven of
tijdelijk hier te lande werkzaam zijn;
d.
ten aanzien van echtgenoten en overige
gezinsleden van de onder a, b en
c
bedoelde personen;
e.
ten aanzien van echtgenoten van
ingezetenen die krachtens een
overeenkomst of een regeling inzake
sociale zekerheid welke tussen
Nederland en één of meer andere
Mogendheden van kracht is, niet
ingevolge deze wet verzekerd zijn.
HOOFDSTUK
III
De
verstrekkingen
Art.
6
[6].
[MvT]
-1. De verzekerden hebben aanspraak op verstrekkingen ter voorziening in hun
geneeskundige behandeling, verpleging en
verzorging, daaronder begrepen
voorzieningen tot behoud, herstel of ter
bevordering van de arbeidsgeschiktheid
of strekkende tot verbetering van
levensomstandigheden. De ziekenfondsen
en de ziektekostenverzekeraars dragen
zorg dat deze aanspraak door de bij hen
ingeschreven verzekerden tot gelding kan
worden gebracht. Voor de verzekerden
die deelnemer zijn aan een
publiekrechtelijke ziektekostenregeling
voor ambtenaren dragen de uitvoerende
organen hiervoor zorg.
-2.
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur worden aard, inhoud en omvang
der verstrekkingen geregeld, met dien
verstande dat zij in elk geval
omvatten, in een daarbij te bepalen
omvang, geneeskundige hulp,
farmaceutische hulp, alsmede
verzorging, verpleging en behandeling in
daarbij aan te wijzen categorieën van
inrichtingen, daaronder in ieder geval
ziekenhuizen en verpleeginrichtingen;
voor wat betreft verpleging en
behandeling in ziekenhuizen echter
slechts voor zover de periode van één
jaar te boven gaande. Daarbij
kan als voorwaarde voor het verkrijgen
van een verstrekking worden gesteld
dat de verzekerde bijdraagt in de kosten
daarvan.
-3.
Tot de verzorging, bedoeld in het eerste
lid, worden niet gerekend:
a.
de verzorging in de bejaardenoorden als
bedoeld in artikel 1 van de Wet op de bejaardenoorden en andere door Onze
Minister en Onze Minister van Cultuur,
Recreatie en Maatschappelijk Werk aan
te wijzen categorieën van inrichtingen
ten dienste van de verzorging van
bejaarden;
b.
de verzorging in door Onze Minister en
Onze Minister van Cultuur, Recreatie en
Maatschappelijk Werk aan te wijzen
categorieën van dagverblijven en
gezinsvervangende verblijven voor
gehandicapten en andere door Onze
voornoemde Ministers daarmede gelijk te
stellen categorieën van inrichtingen;
c.
door Onze Minister en Onze Minister van
Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk
Werk aan te wijzen vormen van
maatschappelijke dienstverlening, zoals
gezinsverzorging, gezinshulp en
dergelijke;
tenzij
één of meer der onder a tot en
met c genoemde
voorzieningen bij algemene maatregel van
bestuur als verstrekking worden
aangewezen. De
voordracht tot het vaststellen, wijzigen
of intrekken van een zodanige maatregel,
welke mede inhoud en omvang van de
aangewezen verstrekking regelt, wordt
Ons gedaan door Onze Minister en Onze
Minister van Cultuur, Recreatie en
Maatschappelijk Werk tezamen. Bij deze
maatregel kan mede worden bepaald of en
in hoeverre ten aanzien van de erkenning
van de in dit lid bedoelde inrichtingen
en de controle op de verstrekkingen
wordt afgeweken van onderscheidenlijk
artikel 7 [8] en het eerste lid van artikel 15
[16].
-4.
Het bepaalde in de laatste twee
volzinnen van het eerste lid is niet van
toepassing met betrekking tot het
verlenen van verstrekkingen onder
verantwoordelijkheid, waaronder begrepen de financiële
verantwoordelijkheid, van Onze Minister
van Justitie in het kader van de
uitvoering van een rechterlijke
uitspraak.
-5.
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kan worden bepaald dat een
verstrekking wordt voortgezet na het
tijdstip waarop de verzekering is
geëindigd. Daarbij kunnen beperkingen
en voorwaarden worden gesteld. De
wijze waarop de aanspraak op deze
verstrekking geldend wordt gemaakt, wordt
daarbij eveneens geregeld.
-6.
Bij algemene maatregel van bestuur kan
worden bepaald dat de ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen een verstrekking weigeren of op
een later tijdstip doen ingaan, dan wel
een hogere bijdrage van de verzekerde
vorderen dan krachtens het tweede lid
van dit artikel is vastgesteld, in de
bij of krachtens die maatregel aan te
geven gevallen en omstandigheden
waarin de kosten van het verlenen van de
desbetreffende verstrekking in
redelijkheid niet of niet volledig ten
laste van de in deze wet geregelde
verzekering dienen te komen.
Art.
7
[8].
[MvT]
-1. Een inrichting waarin
verstrekkingen als bedoeld in artikel 6
[6] kunnen worden verleend, moet als zodanig
door Onze
Minister zijn erkend.
-2. Op
een verzoek om erkenning wordt beslist
binnen vier maanden nadat het verzoek
bij Onze Minister is binnengekomen;
Onze Minister kan deze termijn met ten
hoogste twee maanden verlengen. Het niet
binnen de gestelde termijn beslissen
wordt met een beslissing tot weigering
gelijkgesteld.
-3.
Aan een erkenning welke ook voorlopig
kan worden verleend, kunnen door Onze
Minister voorwaarden worden verbonden.
De voorwaarden kunnen worden gewijzigd,
ingetrokken en nieuwe voorwaarden kunnen
worden gesteld.
-4. Een erkenning of
voorlopige erkenning kan worden
ingetrokken.
-5.
Inrichtingen, aangewezen door Onze
Minister, in overeenstemming met Onze
Minister van Justitie, worden beschouwd
als inrichtingen in de zin van deze wet.
Art.
8 [9]. [MvT]
-1. Voor degene die verzekerd is in
de zin van de Ziekenfondswet
en als
zodanig bij een ziekenfonds is
ingeschreven, dan wel in verband met
zijn geneeskundige verzorging verzekerd
is bij een ziektekostenverzekeraar,
geldt met inachtneming van hetgeen
overigens in dit artikel is bepaald de
inschrijving bij het ziekenfonds,
onderscheidenlijk de verzekering bij de
ziektekostenverzekeraars, tevens als
inschrijving voor de toepassing van deze
wet. Voor degene die deelnemer is aan
een publiekrechtelijke
ziektekostenregeling voor ambtenaren
geldt het deelnemerschap tevens als
inschrijving voor de toepassing van
deze wet.
-2.
Degene die noch bij een ziekenfonds is
ingeschreven, noch bij een
ziektekostenverzekeraar is verzekerd,
noch deelneemt aan een
publiekrechtelijke ziektekostenregeling
voor ambtenaren, doch die als verzekerde
in de zin van deze wet de aanspraken
welke hem ingevolge deze wet toekomen
geldend wil maken, meldt zich met
inachtneming van het krachtens het derde
lid bepaalde daartoe aan hetzij bij een
ziekenfonds werkende in zijn
woonplaats, dan wel bij een
ziektekostenverzekeraar. Deze
instellingen zijn verplicht hem voor dit
doel als verzekerde in te schrijven.
-3.
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen betreffende de
inschrijving nadere en zo nodig van deze
wet afwijkende regelen worden gesteld.
Art.
9 [10]. [MvT]
-1. De verzekerde die zijn aanspraak
op een verstrekking geldend wil maken,
wendt zich daartoe, behalve in gevallen
genoemd in de algemene maatregel van
bestuur krachtens het derde lid van
artikel 6 [6]
en voor wat verstrekkingen
betreft, bedoeld in het vierde lid van
artikel 6 [6], tot een persoon of een
inrichting met wie of met welke het
ziekenfonds of de
ziektekostenverzekeraar waarbij hij is
ingeschreven dan wel het uitvoerend
orgaan, tot dat doel een overeenkomst
heeft gesloten, één en ander behoudens
het bepaalde in het derde en het vierde
lid.
-2. De
verzekerde wordt de keuze gelaten uit de
in het eerste lid bedoelde personen en
inrichtingen, voor zover deze in zijn
woonplaats of in de naaste omgeving
daarvan hun praktijk uitoefenen of
gevestigd zijn, één en ander behoudens
het bepaalde in het vijfde lid.
-3. Onze
Minister is bevoegd in het belang
van het geneeskundig onderwijs en onder
door hem vast te stellen voorwaarden te
bepalen dat de verzekerde mede de keuze
wordt gelaten uit door hem in
overeenstemming met Onze Minister van
Onderwijs en Wetenschappen aan te wijzen
inrichtingen.
-4.
Een ziekenfonds, een
ziektekostenverzekeraar of een
uitvoerend orgaan kan aan een
verzekerde toestemming verlenen zich
voor het geldend maken van zijn
aanspraak op een verstrekking te wenden
tot een andere persoon of inrichting dan
bedoeld in het tweede lid indien zulks
voor een hem te verlenen verstrekking
nodig is.
-5.
Bij de keuze van door Onze Minister aan
te wijzen categorieën van inrichtingen
geldt niet de beperking tot de
inrichtingen in de woonplaats van de
verzekerde of in de naaste omgeving
daarvan.
-6.
Het verlenen van verstrekkingen als
bedoeld in het vierde lid van artikel
6 [6] geschiedt overeenkomstig hetgeen
daaromtrent elders is bepaald.
Art.
10 [11].
[MvT]
Bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur wordt bepaald in welke mate
en onder welke voorwaarden aanspraak
bestaat op een verstrekking of op een
vergoeding wegens kosten ter zake van
een krachtens het tweede lid van artikel
6 [6]
vastgestelde verstrekking, verleend in
of buiten Nederland, in gevallen
waarin aan een verzekerde als gevolg van
in die algemene maatregel van bestuur
omschreven omstandigheden
verstrekkingen zijn verleend welke hij,
hadden die omstandigheden
zich niet voorgedaan, op de in artikel 9
[10] omschreven wijze had kunnen verkrijgen.
Art.
11 [12]. [MvT]
-1. Onze
Minister kan bepalen dat de verzekerden, van alle of van door hem
aan te wijzen ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars of uitvoerende
organen aanspraak hebben jegens het
ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar
of het uitvoerende orgaan op een
uitkering in geld wegens gemaakte
kosten ter zake van een krachtens het
tweede lid van artikel 6
[6] vastgestelde
verstrekking in plaats van aanspraak op
de desbetreffende verstrekking.
Onze
Minister gaat hiertoe slechts over
indien hij van oordeel is dat alle of
door hem aangewezen ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars of uitvoerende
organen in de onmogelijkheid verkeren
op voor hen aanvaardbare voorwaarden
overeenkomsten te sluiten met een
genoegzaam aantal personen of
inrichtingen die de bedoelde
verstrekking kunnen verlenen.
-2. In
het besluit van Onze Minister, bedoeld
in het eerste lid, wordt tevens bepaald
onder welke voorwaarden en tot welk
bedrag aanspraak op een uitkering
bestaat.
-3.
Een besluit van Onze Minister als
bedoeld in het eerste lid geldt voor
ten hoogste zes maanden, tenzij Wij
binnen die termijn een voorstel van wet
tot verlenging van deze termijn aan de
Staten-Generaal doen. Wordt het voorstel
ingetrokken of verworpen, dan vervallen
de krachtens dit artikel genomen
maatregelen met ingang van de veertiende
dag na die waarop de intrekking of
verwerping heeft plaatsgehad.
Art.
12 [13]. [MvT]
-1. Bij de vaststelling van de
schadevergoeding waarop de verzekerde
naar burgerlijk recht aanspraak kan
maken ter zake van een feit dat
aanleiding geeft tot het verlenen van
verstrekkingen of vergoedingen ingevolge
deze wet, houdt de rechter rekening met
de aanspraken die de verzekerde
krachtens deze wet heeft.
-2.
Het ziekenfonds, de
ziektekostenverzekeraar of het
uitvoerende orgaan heeft voor de
krachtens deze wet gemaakte kosten
verhaal op degene die in verband met
het veroorzaken van het in het vorige
lid bedoelde feit jegens de verzekerde
naar burgerlijk recht tot
schadevergoeding is verplicht, doch ten
hoogste tot het bedrag waarvoor deze
bij het ontbreken van de aanspraken
krachtens deze wet naar burgerlijk recht
aansprakelijk zou zijn, verminderd met
een bedrag gelijk aan dat van de
schadevergoeding tot betaling waarvan de
aansprakelijke persoon jegens de
verzekerde naar burgerlijk recht is
gehouden.
-3.
Overeenkomstig door Onze
Minister te
stellen regelen kan het ziekenfonds, de
ziektekostenverzekeraar of het
uitvoerende orgaan in de gevallen
waarin het juiste bedrag der te verlenen
verstrekkingen niet is vast te stellen
een bedrag vorderen dat overeenkomt
met de geschatte geldswaarde daarvan.
Art.
13 [14]. [MvT]
-1. De ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen treffen de nodige maatregelen
ter voorkoming van onnodige
verstrekkingen en van uitgaven welke
hoger dan noodzakelijk zijn. Bij of
krachtens algemene maatregel van
bestuur wordt aangegeven aan welke eisen
bij die te treffen maatregelen ten
minste moet worden voldaan.
-2.
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur wordt aangegeven welke
statistische gegevens betreffende de
verstrekkingen de ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen verzamelen en welke daarvan in
het jaarverslag van de ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen worden opgenomen of aan de
Ziekenfondsraad worden medegedeeld.
Art.
14 [15]. [MvT]
-1. Een ziekenfonds,
ziektekostenverzekeraar of uitvoerend
orgaan kan van hem die, zonder daartoe
gerechtigd te zijn, opzettelijk
aanspraken als verzekerde bij hem doet
gelden onderscheidenlijk deed gelden,
alsmede van hem die daaraan opzettelijk
zijn medewerking verleent
onderscheidenlijk heeft verleend,
geheel of gedeeltelijk het bedrag
vorderen van
de te veel of ten onrechte verleende
verstrekkingen dan wel de geschatte
geldswaarde hiervan.
-2.
Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kunnen regelen worden gesteld
betreffende de in het vorige lid
bedoelde terugvordering.
Art.
15
[16].
[MvT]
-1. Ten aanzien van het verlenen van
bij algemene maatregel van bestuur aan
te wijzen verstrekkingen kan bij
algemene maatregel van bestuur worden
geregeld dat de administratie en de
controle hetzij geheel, hetzij ten dele
wordt uitgeoefend door de door Onze
Minister aan te wijzen instellingen
welke deze taak voor het gehele land of
voor een gedeelte van het land dan wel
voor groepen van ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars of uitvoerende
organen vervullen naar regelen gesteld
door de Ziekenfondsraad en onder verantwoordelijkheid aan dat college.
De
Ziekenfondsraad regelt tevens de wijze
waarop de kosten voortvloeiend uit de
werkzaamheden van de aangewezen
instellingen worden gedekt uit het
Algemeen Fonds Zware Geneeskundige
Risico's.
-2.
Controle op het verlenen van
verstrekkingen als bedoeld in het
vierde lid van artikel 6
[6] wordt geregeld
door Onze Minister, in overeenstemming
met Onze Minister van
Justitie.
HOOFDSTUK
IV
De
op te brengen middelen
Art.
16
[17].
[MvT]
-1. De middelen tot dekking van de
uitgaven van het Algemeen Fonds Zware
Geneeskundige Risico's worden gevonden
door het heffen van premies van de verzekerden.
-2.
Aan de heffing van premie is niet
onderworpen:
a.
de verzekerde die jonger is dan 15 jaar of de leeftijd
van
65 jaar heeft bereikt;
b.
de gehuwde man wiens echtgenote in
verband met het bepaalde
in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, of
artikel 46, tweede lid,
onderdeel c, van de Algemene Ouderdomswet
recht op ouderdomspensioen
heeft.
Art.
17 [18].
[MvT]
De premies worden gestort in het
Algemeen Fonds Zware Geneeskundige
Risico's.
Art.
18
[19].
[MvT]
-1. De premie wordt, met inachtneming
van het bepaalde in de volgende leden,
geheven naar de maatstaf van het door de
verzekerde in een kalenderjaar genoten
inkomen en vastgesteld in een percentage
van dat inkomen. Ten aanzien van degene
die slechts een gedeelte van een
kalenderjaar aan de heffing van premie
is onderworpen, treedt dit gedeelte voor
het kalenderjaar in de plaats.
-2.
Onder inkomen wordt verstaan het
belastbare inkomen, onderscheidenlijk
indien de verzekerde geen ingezetene is,
het belastbare binnenlandse inkomen in
de zin van de Wet op de
inkomstenbelasting 1964, vermeerderd
met de bij de bepaling daarvan als
persoonlijke verplichtingen in
aanmerking genomen premies ingevolge
deze wet, de Algemene
Ouderdomswet, de
Algemene Weduwen- en Wezenwet en de
Algemene Kinderbijslagwet, en
verminderd met:
a.
de bij de bepaling daarvan in aanmerking
genomen uitkeringen ingevolge de
Algemene Ouderdomswet, de Algemene Weduwen-
en
Wezenwet, de Algemene Kinderbijslagwet,
de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden
en de Kinderbijslagwet voor kleine
zelfstandigen, dan wel aanspraken op
zodanige uitkeringen;
b.
voor de verzekerde van wie de premie
geheel of gedeeltelijk bij wijze van
inhouding wordt geheven, voor zover hij
geen aanspraak heeft op kinderbijslag
ingevolge de Kinderbijslagwet voor
loontrekkenden: de kinderbijslag of de
meerdere kinderbijslag waarop hij over
de periode waarop de inhouding
betrekking heeft aanspraak zou hebben
gehad indien de bepalingen van hoofdstuk II van die wet, met
uitzondering van
artikel 21. derde lid, op hem van
toepassing zouden zijn geweest;
c.
voor de verzekerde die als invalide
recht heeft op de in artikel 53 van de
Wet op de inkomstenbelasting 1964
bedoelde aftrek: het bedrag waarmede het
belastbare inkomen op de voet van die
bepaling wordt verminderd.
-3.
Voor de toepassing van het bepaalde in
het tweede lid is van overeenkomstige
toepassing:
a.
artikel 5, eerste lid, van de Wet op de
inkomstenbelasting 1964, behoudens ten
aanzien van de gehuwde vrouw die zelf
of wier echtgenoot niet ingevolge deze
wet verzekerd is, noch de leeftijd van
65 jaar heeft bereikt;
b.
artikel 5, tweede en derde lid, van de
Wet op de inkomstenbelasting 1964.
-4.
Voor zoveel de premie bij wijze van
inhouding wordt geheven, geldt, in
afwijking van het tweede lid, als
inkomen het zuivere loon voor de
loonbelasting, vermeerderd
met de bij de bepaling daarvan als
persoonlijke verplichtingen in
aanmerking genomen premies ingevolge
deze wet, de Algemene Ouderdomswet, de
Algemene Weduwen- en Wezenwet en de
Algemene Kinderbijslagwet, en
verminderd met:
a. de bij de bepaling
daarvan in aanmerking genomen
uitkeringen ingevolge de Algemene
Ouderdomswet, de Algemene Weduwen- en
Wezenwet, de Algemene Kinderbijslagwet
en de Kinderbijslagwet voor
loontrekkenden, dan wel aanspraken op
zodanige uitkeringen;
b.
voor zover de verzekerde geen aanspraak
heeft op kinderbijslag ingevolge de
Kinderbijslagwet voor loontrekkenden: de
kinderbijslag of de meerdere
kinderbijslag waarop hij over de periode waarop de inhouding betrekking
heeft aanspraak zou hebben gehad
indien de bepalingen van hoofdstuk II
van die wet, met uitzondering van
artikel 21, derde lid, op hem van
toepassing zouden zijn geweest;
c. voor
de verzekerde die als invalide recht
heeft op de in artikel 21 van de Wet op
de loonbelasting 1964 bedoelde aftrek:
het bedrag waarmede het zuivere loon op
de voet van die bepaling wordt
verminderd.
-5. Indien het inkomen meer
bedraagt dan het voor de toepassing van
artikel 26, vijfde lid, van de Algemene
Ouderdomswet geldende bedrag, wordt over
dat meerdere geen premie geheven. Dit
bedrag wordt naar tijdsruimte evenredig
verlaagd ten aanzien van:
a. degene die
niet het gehele jaar aan de heffing van
premie is onderworpen;
b. de vrouw te
wier aanzien in de loop van het jaar
ingevolge het derde lid, onderdeel a, van
dit artikel de overeenkomstige
toepassing van artikel 5. eerste lid,
van de Wet op de inkomstenbelasting 1964
een aanvang neemt dan wel eindigt.
-6. Onze
Minister en Onze Minister van
Financiën kunnen met betrekking tot
hetgeen in dit artikel is bepaald nadere
regelen stellen.
Art.
19 [20].
[MvT]
-1. Het in
het eerste lid van artikel 18
[19] bedoelde
premiepercentage wordt door Onze
Minister vastgesteld.
-2. Indien een
wijziging van het in het eerste lid van
artikel 18 [19]
bedoelde premiepercentage
ingaat op een andere datum dan 1
januari, wordt tevens een gemiddeld
premiepercentage vastgesteld dat voor
het gehele kalenderjaar waarin die
wijziging ingaat, zal gelden voor zoveel
de premie bij wege van aanslag wordt
geheven.
Art.
20 [21].
[MvT]
-1. Onze Minister
van Financiën is bevoegd om, met
inachtneming van het vastgestelde
premiepercentage, de premies die bij
wijze van inhouding worden geheven te
doen berekenen volgens tabellen die wat
de tariefklassen betreft in
overeenstemming zijn met de
tariefklassen - voor zover aanwezig - van de loonbelastingtabellen en
waarin één of meer positieve of
negatieve bestanddelen van het inkomen
op zodanige
wijze zijn verwerkt - al dan niet tot
een gemiddeld bedrag - dat nevens het
bedrag aan inkomen waarin die
bestanddelen niet zijn opgenomen,
terstond het premiebedrag is vermeld.
Bij het opstellen van deze tabellen
brengt Onze Minister van Financiën de
door hem nodig geachte afrondingen aan.
-2.
Onze Minister van Financiën is bevoegd
met wijzigingen in één of meer positieve
of negatieve bestanddelen van het
inkomen die tot stand komen na 30
september van enig jaar eerst rekening
te houden bij het opstellen van de
tabellen die voor het eerst toepassing
vinden met ingang van het tweede daaropvolgende kalenderjaar.
Art.
21
[22].
[MvT]
-1. Tenzij bij of krachtens deze wet
anders is bepaald, geschiedt de heffing
van de ingevolge deze wet verschuldigde
premies, onder verrekening van eventueel
krachtens het tweede lid geheven
premies, bij wege van aanslag en met
overeenkomstige toepassing van de voor
de heffing van de inkomstenbelasting
geldende regelen, met uitzondering van
artikel 67, onderdeel a, van de Wet op de
inkomstenbelasting 1964.
-2.
Voor zoveel de verzekerde aan de
loonbelasting is onderworpen, worden de
ingevolge deze wet verschuldigde premies bij wijze van inhouding geheven
en zijn dienaangaande de voor de heffing
van de loonbelasting geldende regelen
van overeenkomstige toepassing. Het
bepaalde in het vorige lid blijft alsdan
buiten toepassing in de gevallen
waarin:
a.
geen aanslag in de inkomstenbelasting
wordt vastgesteld uit hoofde van de
inhouding van loonbelasting;
b.
een aanslag in de inkomstenbelasting
wordt vastgesteld ingevolge een bij de
aangifte gedaan verzoek als bedoeld in
artikel 65, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet op de inkomstenbelasting 1964,
tenzij de bij wijze van inhouding
geheven premie de aanslag in de premie
zou overtreffen.
-3.
Ten aanzien van de invordering van de
ingevolge deze wet verschuldigde premies
zijn, naargelang het eerste dan wel het
tweede lid van toepassing is, de regelen geldende voor de invordering
van de inkomstenbelasting
onderscheidenlijk de loonbelasting van
overeenkomstige toepassing.
-4.
Voor zover de ingevolge de Algemene
Ouderdomswet, de ingevolge de Algemene
Weduwen- en Wezenwet en de ingevolge
deze wet bij wijze van inhouding
verschuldigde premies in één bedrag
worden geheven, wordt elke
premie-inhouding, elke afdracht van
ingehouden premie en elke betaling,
vermindering of afschrijving op een
premieaanslag van rechtswege geacht
naar evenredigheid betrekking te hebben
op hetgeen ingevolge elk dier wetten
verschuldigd is. Voor zover de ingevolge
de Algemene Ouderdomswet, de ingevolge
de Algemene Weduwen- en Wezenwet, de
ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet
en de ingevolge deze wet bij wege van
aanslag verschuldigde premies in één
bedrag van de verzekerde worden geheven,
wordt, onverminderd het bepaalde in het
eerste en derde lid van artikel 33 van
de Algemene
Ouderdomswet, elke betaling
of afschrijving op een premieaanslag
van rechtswege geacht naar evenredigheid
betrekking te hebben op hetgeen
ingevolge elk dier wetten verschuldigd
is.
-5. Onze
Minister en Onze Minister van
Financiën geven voorschriften inzake de
afdracht van de door de Rijksbelastingdienst
ten behoeve van
het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige
Risico's geïnde premies.
-6.
Onze Minister en Onze Minister van
Financiën kunnen ten aanzien van
personen die krachtens de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in
artikel 5 [5], tweede lid, of krachtens een
overeenkomst of een regeling inzake
sociale zekerheid welke tussen
Nederland en één of meer andere
Mogendheden van kracht is, ingevolge
deze wet verzekerd zijn, regelen stellen welke afwijken van
artikel 18 [19] en van dit artikel.
Art.
22
[23]. [MvT]
-1. Van verzekerden van wie premie
bij wege van aanslag wordt geheven en
die voor de heffing van de
inkomstenbelasting in tariefgroep I
zijn gerangschikt, wordt de premie,
voor zover deze niet bij wijze van
inhouding is geheven, niet ingevorderd
indien het inkomen minder bedraagt dan
1800 gulden per jaar.
-2.
Van verzekerden van wie premie bij wege
van aanslag wordt geheven en die voor de
heffing van de inkomstenbelasting in
tariefgroep II of III zijn gerangschikt,
wordt de premie, voor zover deze niet
bij wijze van inhouding is geheven, niet
ingevorderd indien het inkomen minder
bedraagt dan 2400 gulden per jaar.
-3.
Van verzekerden van wie premie bij wege
van aanslag wordt geheven en wier
inkomen het in de voorafgaande leden
voor hen aangegeven bedrag met niet meer
dan 1620 gulden overtreft, wordt de
premie, voor zover deze niet bij wijze
van inhouding is geheven, overeenkomstig
bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur te stellen regelen gedeeltelijk
ingevorderd.
-4.
Ten aanzien van verzekerden die
pensioen of daarmede gelijk te stellen
inkomsten genieten, vindt in de bij
algemene maatregel van bestuur aan te
wijzen gevallen het bepaalde in de
voorgaande leden, met inachtneming van
de bij die algemene maatregel van
bestuur aan te geven wijzigingen welke
de aard van het onderwerp vordert,
overeenkomstige toepassing met
betrekking tot de premie die naar de
maatstaf van die inkomsten bij wijze van
inhouding wordt geheven.
-5.
Het eerste, tweede en derde lid blijven
buiten toepassing indien de verzekerde van wie premie bij wege van
aanslag wordt geheven, over het jaar
waarover de premie is verschuldigd in
aanmerking komt voor een aanslag in de
vermogensbelasting.
-6.
Ten aanzien van:
a. degene die niet het gehele jaar aan de
heffing van premie is onderworpen; en
b.
de vrouw te wier aanzien in de loop van
een jaar ingevolge artikel
18 [19], derde
lid, onderdeel a, de overeenkomstige
toepassing van artikel 5, eerste lid,
van de Wet op de inkomstenbelasting
1964 een aanvang neemt dan wel eindigt;
wordt,
ter bepaling of ingevolge het bij of
krachtens het eerste, tweede en derde
lid bepaalde de premies niet of
gedeeltelijk worden ingevorderd, het
inkomen over een gedeelte van een jaar
volgens bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur te stellen regelen
herleid tot inkomen over één jaar.
-7.
Bij algemene maatregel van bestuur
kunnen de in het eerste, tweede en derde
lid genoemde bedragen worden gewijzigd.
Art.
23 [31]. [MvT]
-1. De premies of de gedeelten van de
premies welke op grond van het bepaalde
in artikel 22 [23]
niet van de verzekerden
worden ingevorderd, komen ten laste van
het Rijk.
-2. Onze
Minister en Onze Minister van
Financiën stellen, gehoord de
Ziekenfondsraad, ter zake van het
bepaalde in het vorige lid nadere
regelen. Bij deze regelen wordt tevens
bepaald op welke wijze het ingevolge
het bepaalde in het vorige lid ten laste
van het Rijk komende bedrag wordt
vastgesteld.
-3.
Voor zover de premie, anders dan op
grond van het bepaalde in artikel
22 [23],
niet van de verzekerde wordt
ingevorderd, komt deze ten laste van het
Rijk indien en voor zover de Sociale
Verzekeringsbank niet ingevolge artikel
33, eerste lid. van de Algemene
Ouderdomswet heeft beslist dat met betrekking tot het nalaten van de
betaling van ingevolge die wet over
eenzelfde tijdvak verschuldigde premie
sprake is van een schuldig nalaten.
HOOFDSTUK
V
Vrijstelling
wegens gemoedsbezwaren
Art.
24 [32]. [MvT]
-1. Degene die gemoedsbezwaren heeft
tegen de in deze wet geregelde
verzekering kan met inachtneming van
bij algemene maatregel van bestuur te
stellen regelen en voorwaarden door de Sociale
Verzekeringsbank worden vrijgesteld
van de bij die maatregel aan te wijzen
verplichtingen welke hem bij of
krachtens deze wet zijn opgelegd.
-2. De
Sociale Verzekeringsbank doet aan de
inspecteurs der belastingen mededeling
van degenen binnen hun ambtsgebied aan
wie een vrijstelling als in het eerste
lid bedoeld is verleend.
-3.
Indien krachtens het bepaalde in het
eerste lid aan de verzekerde
vrijstelling van premiebetaling is
verleend, wordt uit dien hoofde aan hem
over het desbetreffende kalenderjaar een
aanslag in de inkomstenbelasting
opgelegd ter grootte van het bedrag dat,
ware de vrijstelling niet verleend, van
hem als premie had moeten worden
geheven.
-4.
Voor zoveel de verzekerde aan de
loonbelasting is onderworpen, wordt
indien krachtens het bepaalde in het
eerste lid aan hem vrijstelling van
premiebetaling is verleend, uit dien
hoofde van hem aan loonbelasting
ingehouden een bedrag ter grootte van
het bedrag dat, ware de vrijstelling
niet verleend, van hem als premie had
moeten worden ingehouden.
-5.
Indien krachtens het bepaalde in het
eerste lid aan degene die ingevolge
deze wet gehouden is premie van
verzekerden in te houden vrijstelling
van deze verplichting is verleend,
houdt deze uit dien hoofde van de
verzekerden loonbelasting in ter
grootte van het bedrag dat hij, ware de
vrijstelling niet verleend, van hen als
premie had moeten inhouden.
-6.
Met betrekking tot de in dit artikel
bedoelde inkomstenbelasting en
loonbelasting vindt het bepaalde bij of
krachtens de artikelen 21
[22] en
22 [23] overeenkomstige toepassing.
-7.
Een bedrag ter grootte van hetgeen
ingevolge het bepaalde in het vijfde
lid als belasting van een verzekerde is
ingehouden, wordt verrekend met de door
die verzekerde eventueel bij wege van
aanslag verschuldigde premie.
-8.
Hetgeen ingevolge het derde, het vierde
en het vijfde lid aan inkomstenbelasting dan wel aan
loonbelasting is geheven, wordt als
inkomstenbelasting onderscheidenlijk
als loonbelasting verantwoord, doch
overigens voor de heffing van de
inkomstenbelasting en van de
loonbelasting niet als zodanig
aangemerkt.
-9.
Het bedrag aan premie dat een
verzekerde verschuldigd zou zijn geweest indien hem niet krachtens het
eerste lid vrijstelling van
premiebetaling zou zijn verleend,
alsmede het bedrag aan premie dat degene aan wie vrijstelling van de
verplichting om van verzekerden premie
in te houden, is verleend, had moeten
inhouden indien hem daarvan geen
vrijstelling zou zijn verleend, komt
voor rekening van het Rijk.
-10.
Bij de algemene maatregel van bestuur,
bedoeld in het eerste lid, worden tevens
geregeld de verdere gevolgen welke aan
het verlenen van vrijstelling wegens
gemoedsbezwaren zijn verbonden, alsmede
de gevallen waarin de vrijstelling
wordt of kan worden ingetrokken en de
aan die intrekking verbonden gevolgen.
-11.
Bij de algemene maatregel van bestuur,
bedoeld in het eerste lid, kan worden
bepaald dat de werkzaamheden,
onderscheidenlijk de bevoegdheden,
betrekking hebbende op de uitvoering
van dit artikel in plaats van door de
Sociale Verzekeringsbank door de Raden
van Arbeid zullen worden verricht
onderscheidenlijk uitgeoefend.
HOOFDSTUK
VI
De
ziekenfondsen, de
ziektekostenverzekeraars en de
uitvoerende organen
Art.
25
[33].
[MvT]
-1. Een instelling welke als ziektekostenverzekeraar wenst te worden
toegelaten, richt daartoe een verzoek
tot Onze
Minister, die daarover het
advies inwint van de Ziekenfondsraad.
-2.
Bij het verzoek tot toelating worden de
statuten en reglementen van de
instelling overgelegd. Onze Minister kan
bepalen dat nog andere gegevens moeten
worden overgelegd.
-3.
Het verzoek tot toelating wordt door
Onze Minister gepubliceerd in de Staatscourant. Bij die publikatie wordt
mededeling gedaan van een termijn
binnen welke tegen het verzoek tot
toelating bezwaren kunnen worden
ingebracht. Onze
Minister brengt deze bezwaren ter kennis
van de Ziekenfondsraad, die deze
betrekt in zijn ingevolge het eerste lid
uit te brengen advies.
-4. Op
een verzoek als bedoeld in dit artikel
wordt beslist binnen zes maanden nadat
het bij Onze Minister is binnengekomen.
-5.
Onze Minister verleent de toelating,
tenzij de instelling:
a. niet voldoet
aan bij of krachtens deze wet ten
aanzien van
ziektekostenverzekeraars gestelde eisen;
b.
niet in staat kan worden geacht de taak
van ziektekostenverzekeraar bij de
uitvoering van deze wet naar behoren te
vervullen;
c.
niet beschikt over statuten en
reglementen welke voldoen aan in
redelijkheid te stellen eisen.
Art.
26
[34].
[MvT]
-1. Onze
Minister is bevoegd aan de
toelating als ziektekostenverzekeraar
voorwaarden te verbinden.
-2.
Ook op een later tijdstip kan Onze
Minister alsnog, gehoord de
ziektekostenverzekeraar en de
Ziekenfondsraad, voorwaarden stellen
dan wel voorwaarden wijzigen of
aanvullen.
-3.
Een beschikking als bedoeld in het
vorige lid treedt niet eerder in werking
dan na verloop van vier weken, te rekenen
van de dag waarop de beschikking ter
kennis van de ziektekostenverzekeraar
is gebracht.
Art.
27
[35].
[MvT]
-1. Onze
Minister trekt met ingang
van een door hem te stellen datum,
gehoord de Ziekenfondsraad, een
toelating als ziektekostenverzekeraar
in:
a.
op verzoek van de
ziektekostenverzekeraar;
b.
indien de ziektekostenverzekeraar niet
meer voldoet aan de voor toelating
gestelde eisen of aan de bij of na de
toelating gestelde voorwaarden;
c.
indien de ziektekostenverzekeraar in
ernstige mate in strijd met de
wettelijke voorschriften handelt of zijn
taak niet naar behoren blijkt te
vervullen.
-2. De
Ziekenfondsraad regelt de gevolgen van
de intrekking van de toelating en de
afwikkeling van de lopende zaken.
Art.
28 [36].
[MvT]
-1. Beschikkingen ingevolge de
artikelen 25 [33], 26
[34] en
27 [35] worden
gepubliceerd in de Staatscourant.
-2.
Beschikkingen waarbij een toelating
wordt geweigerd, aan voorwaarden wordt
gebonden of wordt ingetrokken, dan wel
na de toelating voorwaarden worden
gesteld, gewijzigd of aangevuld, worden
met redenen omkleed.
Art.
29 [37].
[MvT]
-1.
Wijzigingen van de statuten en
reglementen van een
ziektekostenverzekeraar worden ten
minste één maand vóór hun
inwerkingtreding aan de Ziekenfondsraad
overgelegd.
-2.
De Ziekenfondsraad kan bepalen dat door
hem aan te wijzen, op de uitvoering van
deze wet betrekking hebbende besluiten
van algemene strekking en belangrijke
aard van een ziektekostenverzekeraar,
ten minste één maand vóór hun
inwerkingtreding aan de Ziekenfondsraad
worden medegedeeld.
-3. Onverminderd het
bepaalde in het vorige lid wordt een op
de uitvoering van deze wet betrekking
hebbend besluit van een
ziektekostenverzekeraar ter kennis
gebracht van de Ziekenfondsraad wanneer
deze zulks verzoekt.
Art.
30 [38].
[MvT]
-1. Een orgaan dat een publiekrechtelijke
ziektekostenregeling voor ambtenaren uitvoert en zich als zodanig bij Onze
Minister heeft aangemeld, is uitvoerend
orgaan.
-2. Het uitvoerend orgaan brengt
de publiekrechtelijke
ziektekostenregeling, alsmede
wijzigingen daarin, ter kennis van Onze
Minister.
Art.
31 [39]. [MvT]
-1. Een ziekenfonds,
ziektekostenverzekeraar of uitvoerend
orgaan is verplicht, voor zover de
Ziekenfondsraad zulks voor de vervulling
van zijn uit deze wet voortvloeiende
taak nodig acht, deze, alsmede de door
hem gemachtigde personen, alle
gevraagde mondelinge en schriftelijke
inlichtingen en gegevens te verstrekken
en inzage te geven van boeken en
bescheiden welke betrekking hebben op
het gevoerde beheer en de verrichte
werkzaamheden.
-2.
Een instelling waaraan een ziekenfonds,
ziektekostenverzekeraar of uitvoerend
orgaan een deel van zijn werkzaamheden
heeft opgedragen of overgedragen, wordt,
voor zover het om die werkzaamheden
gaat, voor de toepassing van het
bepaalde in het eerste lid met een
ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of
uitvoerend orgaan gelijkgesteld.
Art.
32
[40]. [MvT]
-1. De Ziekenfondsraad kan regelen
stellen betreffende;
a.
de minimumeisen waaraan de
administratie van de ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen ook voor wat betreft de
registratie van de verzekerden voor de
uitvoering van deze wet moet voldoen,
met inbegrip van het verzamelen van
statistische gegevens;
b.
de inhoud, de vorm en het tijdstip van
het door de ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen bij de Ziekenfondsraad in te
dienen jaarlijks verslag van hun
werkzaamheden voor de uitvoering van
deze wet met inbegrip van financiële
gegevens betreffende de in deze wet
geregelde verzekering;
c.
de arbeidsvoorwaarden van het personeel
van de ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen belast met werkzaamheden voor
de uitvoering van deze wet.
-2.
Besluiten als bedoeld in het vorige lid
voor zover betrekking hebbende op
uitvoerende organen, behoeven de
goedkeuring van Onze
Minister en Onze
Minister van Binnenlandse Zaken.
Art.
33 [41]. [MvT]
-1. Een ziektekostenverzekeraar
levert niet zelf kunst- en hulpmiddelen
aan de bij hem verzekerden; hij verzorgt evenmin zelf het ziekenvervoer
en doet niet tegen betaling andere
leveringen aan de bij hem verzekerden.
-2.
Een ziektekostenverzekeraar neemt,
behoudens toestemming van de
Ziekenfondsraad in bijzondere gevallen,
niet deel in bedrijven welke zich
bezighouden met werkzaamheden als
bedoeld in het eerste lid en verschaft
geen gelden voor bedrijfsuitoefening
aan zodanige bedrijven. Een
ziektekostenverzekeraar mag, behoudens
toestemming van de Ziekenfondsraad in
bijzondere gevallen, niet zijn
werkzaamheden uitoefenen in gebouwen
waarin tevens verkoopruimten van
bedrijven als hier bedoeld aanwezig
zijn.
-3.
Het bepaalde in de vorige leden is van
overeenkomstige toepassing op de
uitvoerende organen.
HOOFDSTUK
VII
Overeenkomsten
Art.
34 [42]. [MvT]
-1. Met inachtneming van het bepaalde
in artikel 6 [6]
sluiten de ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen overeenkomsten met personen en
inrichtingen die één of meer van de
krachtens het tweede lid van artikel 6
[6] vastgestelde verstrekkingen kunnen
verlenen. Met inrichtingen en personen
die verstrekkingen verlenen als bedoeld
in het vierde lid van artikel
6 [6] worden
voor wat deze verstrekkingen betreft
geen overeenkomsten als hier bedoeld
gesloten.
-2. De
overeenkomsten als bedoeld in het vorige
lid kunnen niet zijn overeenkomsten
waarbij de ene partij zich verbindt in
dienst van de andere partij arbeid te
verrichten.
-3. Onze
Minister is bevoegd in bijzondere
gevallen, gehoord de Ziekenfondsraad, aan
een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar
of uitvoerend orgaan toestemming te
verlenen één of meer van de krachtens
het tweede lid van artikel 6
[6] vastgestelde verstrekkingen te
waarborgen door het sluiten van
arbeidsovereenkomsten, zulks al dan
niet naast overeenkomsten als bedoeld in
de vorige leden. Bij het verlenen van
zodanige toestemming bepaalt Onze
Minister of en in hoeverre kan worden
afgeweken van het bepaalde in het eerste
lid van artikel 37 [45].
-4.
Een instelling als bedoeld in het eerste
lid van artikel 15 [16]
is bevoegd, met
toestemming van de Ziekenfondsraad,
overeenkomsten te sluiten met de in het
eerste lid bedoelde personen en
inrichtingen. Deze overeenkomsten worden
voor de toepassing van deze wet
gelijkgesteld met overeenkomsten als
bedoeld in het eerste lid.
Art.
35
[43]. [MvT]
De in het eerste lid van artikel 34 [42]
bedoelde overeenkomsten houden ten
minste bepalingen in betreffende:
a.
het tijdstip waarop de overeenkomst
aanvangt te werken en de duur van de
periode waarvoor de overeenkomst
gesloten is;
b.
de aard en de omvang van de wederzijdse
rechten en verplichtingen;
c.
de voorwaarden van administratieve aard
waaraan de partijen hebben te voldoen;
d.
de mogelijkheid van instelling van
commissies welke toezicht houden op de
juiste naleving van de overeenkomst en
bemiddeling verlenen bij de oplossing
van geschillen welke uit de
overeenkomst voortvloeien;
e.
het in acht nemen van een
opzeggingstermijn van ten minste een halfjaar indien in tussentijdse
beëindiging van de overeenkomst is
voorzien, tenzij op grond van bijzondere
omstandigheden een kortere termijn
redelijk moet worden geacht.
Art.
36
[44].
[MvT]
-1. De in artikel 34 [42]
bedoelde
overeenkomsten behoeven, behoudens het
bepaalde in het vijfde lid, de
goedkeuring van een door de Ziekenfondsraad in te stellen commissie,
waarin de in het tweede lid van artikel
40 [48], onder 1º en 2º, van deze wet en de
in het derde lid van artikel
51, onderdeel c
en d, van de Ziekenfondswet
bedoelde
organisaties niet zijn vertegenwoordigd.
De samenstelling van deze commissie,
waarin ook personen buiten de
Ziekenfondsraad zitting kunnen hebben,
geschiedt in overleg met Onze
Minister.
Indien bij een overeenkomst als bedoeld
in artikel 34 [42]
is bepaald dat rechten en
verplichtingen van één der partijen of
van beide partijen worden vastgesteld
door een derde, behoeft het door de
derde genomen besluit als zodanig
eveneens de goedkeuring van de commissie, behoudens wanneer het
uitspraken in geschillen betreft.
-2.
Omtrent de inhoud van de in artikel 34
[42] bedoelde overeenkomsten wordt overleg
gepleegd tussen de naar het oordeel van
Onze Minister representatieve
organisaties van ziekenfondsen en
ziektekostenverzekeraars en een
vertegenwoordiging van de uitvoerende
organen enerzijds en organisaties van
personen of inrichtingen als bedoeld in
het eerste lid van dat artikel
anderzijds.
-3.
Indien het in het vorige lid bedoelde
overleg tot overeenstemming heeft
geleid, wordt de uitkomst daarvan
onderworpen aan de goedkeuring van de in
het eerste lid bedoelde commissie.
-4. De
beslissing van de in het eerste lid
bedoelde commissie behoeft de
bekrachtiging van de Ziekenfondsraad.
-5.
Indien de Ziekenfondsraad een beslissing
van de in het eerste lid bedoelde
commissie waarbij deze haar goedkeuring
aan een overeenkomst heeft onthouden
niet bekrachtigt - een zodanig besluit
kan slechts worden genomen met vijf
zevenden van de uitgebrachte stemmen -, behoeft de overeenkomst de goedkeuring
van de Ziekenfondsraad.
-6.
Indien de Ziekenfondsraad de in het
vierde lid bedoelde bekrachtiging dan
wel de in het vijfde lid bedoelde
goedkeuring heeft verleend, wordt deze
bekrachtiging onderscheidenlijk goedkeuring geacht te gelden voor de
overeenkomsten, welke met de uitkomst,
bedoeld in het derde lid, in
overeenstemming zijn, gesloten tussen
afzonderlijke ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars
en uitvoerende organen enerzijds en
afzonderlijke personen en inrichtingen
als bedoeld in het eerste lid van
artikel 34 [42] anderzijds.
Art.
37
[45].
[MvT]
-1. Een ziekenfonds is verplicht met
iedere binnen het werkgebied van het
ziekenfonds zijn beroep uitoefenende,
daartoe bevoegde persoon die één of meer
van de krachtens het tweede lid van
artikel 6 [6]
vastgestelde verstrekkingen
kan verlenen, op zijn verzoek een
overeenkomst te sluiten als bedoeld in
het eerste lid van artikel
34 [42], tenzij
het ziekenfonds daartegen ernstige
bezwaren heeft. Deze verplichting is van
overeenkomstige toepassing op de
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen.
-2.
Een ziekenfonds is mede verplicht met
elke inrichting die één of meer van de
krachtens het tweede lid van artikel 6
[6] vastgestelde verstrekkingen kan
verlenen, op haar verzoek een
overeenkomst te sluiten als bedoeld in
het eerste lid van artikel
34 [42], tenzij
het ziekenfonds daartegen ernstige
bezwaren heeft, één en ander voor
zover de inrichting binnen het
werkgebied van het ziekenfond is
gelegen of de bevolking van het
werkgebied van het ziekenfonds hiervan
regelmatig gebruikmaakt en de
inrichting door Onze
Minister,
overeenkomstig het eerste lid van
artikel 7 [8]
als zodanig is erkend. Onze
Minister wijst de inrichtingen aan met
wie een ziektekostenverzekeraar of een
uitvoerend orgaan een overeenkomst moet
sluiten.
-3.
Een instelling als bedoeld in het eerste
lid van artikel 15 [16] is verplicht met
iedere daarvoor in aanmerking komende
erkende inrichting voor verzorging,
verpleging en behandeling welke hiertoe
is aangewezen door Onze Minister, op
haar verzoek een overeenkomst te
sluiten als bedoeld in het vierde lid
van artikel 34 [42], tenzij de instelling
daartegen ernstige bezwaren heeft.
Art.
38 [46].
[MvT]
Een persoon of inrichting die met
een ziekenfonds,
ziektekostenverzekeraar of uitvoerend
orgaan een overeenkomst als bedoeld in
het eerste lid van artikel 34
[42] heeft
gesloten, is gehouden op daartoe door
een ander ziekenfonds, een andere
ziektekostenverzekeraar of een ander
uitvoerend orgaan gedaan verzoek met
deze een gelijke overeenkomst te sluiten,
tenzij die persoon of deze inrichting
daartegen ernstige bezwaren heeft.
Art.
39
[47].
[MvT]
-1. Indien overeenkomsten welke
nodig zijn voor het verlenen van een
bepaalde verstrekking niet of niet in
voldoende aantal tot stand komen dan wel
indien deze overeenkomsten niet de
vereiste goedkeuring verwerven, de
goedkeuring niet wordt bekrachtigd of
indien het besluit tot goedkeuring dan
wel het besluit tot bekrachtiging door
Ons wordt vernietigd, kan Onze
Minister bepalen dat overeenkomsten ten aanzien
van de bedoelde verstrekking slechts
mogen worden gesloten met inachtneming
van door hem te stellen richtlijnen.
-2.
Alvorens een besluit te nemen krachtens
het eerste lid, wint Onze Minister het
advies van een door hem te benoemen
commissie in.
-3.
In afwijking van het bepaalde in de
vorige leden kan Onze Minister ingeval
een overeenkomst waarbij een tarief als
bedoeld in het eerste lid van artikel 1
van de Wet ziekenhuistarieven (Stb.
1965, 190) in het geding is niet de
vereiste goedkeuring verwerft, de
goedkeuring niet wordt bekrachtigd of
indien het besluit tot goedkeuring dan
wel het besluit tot bekrachtiging door
Ons wordt geschorst of vernietigd, een
tarief aangeven dat ten hoogste in
rekening mag worden gebracht. Een
krachtens de eerste volzin aangegeven
tarief mag niet lager zijn dan het
tarief dat de betrokkene voor datgene
waarop het bij de in het geding zijnde
overeenkomst vastgestelde tarief
betrekking heeft, op het tijdstip van
het verzoek om goedkeuring van de
bedoelde overeenkomst, niet in strijd
met enige wettelijke bepaling, in
rekening placht ie brengen.
HOOFDSTUK
VIII
De Ziekenfondsraad
Art.
40
[48].
[MvT]
-1. De Ziekenfondsraad is, met
inachtneming van het bepaalde in deze
wet, belast met:
a.
het desgevraagd of eigener beweging
uitbrengen van adviezen of het geven van
voorlichting over onderwerpen welke de
in deze wet geregelde verzekering raken
aan Ons en Onze
Minister;
b.
het uit deze wet voortvloeiende toezicht
op het beheer en de administratie van de
ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars
en uitvoerende organen;
c.
andere taken welke hem bij of krachtens
deze wet zijn of worden opgedragen.
-2.
Voor de uitvoering van de taken van de
Ziekenfondsraad krachtens deze wet wordt
een door Onze Minister te bepalen aantal
leden en plaatsvervangende leden aan de
Ziekenfondsraad toegevoegd. Deze
leden en plaatsvervangende leden worden
aangewezen:
1º.
door elk van de beide navolgende groepen
van organisaties:
a.
de naar het oordeel van Onze Minister
representatieve organisaties van
ziektekostenverzekeraars;
b.
de naar het oordeel van Onze Minister
representatieve organisaties van
personen en inrichtingen die meer in het
bijzonder zijn betrokken bij het
verlenen van de krachtens het tweede lid
van artikel 6 [6]
vastgestelde verstrekkingen;
Onze Minister bepaalt het aantal leden en
plaatsvervangende leden dat door elke
organisatie wordt aangewezen;
2º.
door Onze Minister en Onze Minister van
Binnenlandse Zaken uit de uitvoerende
organen.
Het
bepaalde in de artikelen
53 tot en met 59 van de
Ziekenfondswet
is van overeenkomstige
toepassing.
-3.
Het oordeel van de Ziekenfondsraad wordt
gevraagd over alle aangelegenheden
welke de in deze wet geregelde
verzekering betreffen, tenzij naar het
oordeel van Onze Minister zulks niet
mogelijk is wegens het spoedeisende
karakter van een te treffen maatregel.
-4. De
artikelen 68 tot en met 70 van de Ziekenfondswet
zijn ten opzichte van ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen van overeenkomstige toepassing.
Art.
41
[49].
[MvT]
-1. De Ziekenfondsraad is voor de
uitvoering van zijn taken krachtens deze
wet aan Onze
Minister verantwoordelijk.
Onze Minister kan de Ziekenfondsraad
aanwijzingen geven met betrekking tot de
uitoefening van diens taken ingevolge
deze wet.
-2. De
artikelen 62 tot en met 64 en 66 van de
Ziekenfondswet
zijn van overeenkomstige
toepassing.
Art.
42 [50].
[MvT]
De kosten welke voor de
Ziekenfondsraad en zijn secretariaat uit
de uitvoering van deze wet voortvloeien,
worden gedekt uit de middelen van het
Algemeen Fonds Zware Geneeskundige
Risico's.
Art.
43
[51].
[MvT]
-1. Er is een Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's. De
Ziekenfondsraad is belast met het beheer
van het fonds. Hij is voor het beheer
verantwoordelijk en rekenplichtig aan Onze
Minister. Onze Minister kan de
Ziekenfondsraad aanwijzingen geven met
betrekking tot het te voeren beheer.
-2.
Het ingevolge het tweede lid van artikel
72 van de Ziekenfondswet
ingestelde
college oefent ten behoeve van Onze
Minister tevens toezicht uit op het door
de Ziekenfondsraad in het kader van deze
wet gevoerde beheer. Bij of krachtens de
in het genoemde artikel bedoelde
algemene maatregel van bestuur kunnen
ter zake nadere regelen worden gegeven.
-3.
Het bepaalde bij het derde lid van
artikel 72 van de Ziekenfondswet
is van
overeenkomstige toepassing.
-4. De
Ziekenfondsraad biedt Onze Minister
vóór 31 december van elk jaar een
verslag aan omtrent de toestand van het
Algemeen Fonds Zware Geneeskundige
Risico's per 31 december van het
voorafgaande jaar, met de rekening over
dat jaar. De rekening behoeft de
goedkeuring van Onze Minister. Het
verslag wordt algemeen verkrijgbaar
gesteld.
Art.
44 [52].
[MvT]
De middelen van het Algemeen Fonds
Zware Geneeskundige Risico's worden,
behalve ter dekking van de in artikel 42
[50] bedoelde kosten, aangewend:
a.
ter dekking van de kosten van de in deze
wet geregelde verzekering;
b.
tot het doen van uitgaven voor deze
verzekering voortvloeiende uit enige
andere wettelijke regeling of uit
overeenkomsten;
c.
tot het bevorderen van wetenschappelijke
onderzoekingen en publikaties welke
naar het oordeel van de Ziekenfondsraad
voor de in deze wet geregelde
voorzieningen van belang zijn, met dien
verstande dat de totale uitgaven voor
dit doel niet hoger mogen zijn dan een
jaarlijks door de Ziekenfondsraad te
bepalen en in zijn begroting op te nemen
bedrag;
d.
voor andere door de Ziekenfondsraad aan
te geven doeleinden verband houdende
met de in deze wet geregelde verzekering of met de volksgezondheid
in het algemeen;
e.
tot het vormen van een reserve,
overeenkomstig bij algemene maatregel
van bestuur te geven voorschriften.
Art.
45 [53].
[MvT]
Onze
Minister kan voorschriften
vaststellen met betrekking tot de
belegging van de gelden van het Algemeen
Fonds Zware Geneeskundige Risico's.
Art.
46 [54].
Bij algemene maatregel van bestuur
worden regelen gesteld voor het doen van
uitkeringen ter dekking van de voor de
uitvoering van de in deze wet geregelde
verzekering gemaakte kosten.
HOOFDSTUK
IX
Het
verstrekken van inlichtingen
Art.
47
[56].
[MvT]
-1. Ieder is verplicht aan de
Ziekenfondsraad, de Sociale
Verzekeringsraad, de Sociale
Verzekeringsbank, de Raad van Arbeid, de
Rijksbelastingdienst, de Rijksinspectie
van de Bevolkingsregisters, het
gemeentebestuur of aan een daartoe door
of vanwege één van deze instanties
aangewezen persoon de ten behoeve van de
uitvoering van deze wet van hem
verlangde inlichtingen te geven.
-2. De
inlichtingen moeten, indien dit wordt
verzocht, schriftelijk worden verstrekt
binnen een door een in het eerste lid
bedoelde instantie of persoon
schriftelijk te stellen termijn.
-3.
Ieder is verplicht aan een in het eerste
lid bedoelde instantie of aan een door
of vanwege deze daartoe aangewezen
persoon desgevraagd inzage te verlenen
van boeken, bescheiden en andere
stukken, voor zover dit nodig is ten
behoeve van de uitvoering van deze wet.
Art.
48
[57].
[MvT]
-1. De bedrijfsverenigingen en het Gemeenschappelijk
Administratiekantoor,
bedoeld in de Organisatiewet Sociale
Verzekering, zijn gehouden aan een in
het eerste lid van het vorige artikel
[56] bedoelde instantie of aan een door of
vanwege deze daartoe aangewezen persoon
kosteloos de inlichtingen welke ten
behoeve van de uitvoering van deze wet
worden verlangd, te verstrekken en toe
te zenden.
-2.
Publiekrechtelijke lichamen zijn
verplicht op de door Onze
Minister en
Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan
te geven wijze kosteloos hun medewerking
te verlenen tot het verkrijgen van de
inlichtingen benodigd voor de
uitvoering van deze wet.
-3.
Alle ambtenaren tot afgifte van
uittreksels uit registers van
burgerlijke stand bevoegd zijn
verplicht aan een in het eerste lid van
het vorige artikel [56]
bedoelde instantie de
door deze gevraagde uittreksels uit die
registers kosteloos toe te zenden
HOOFDSTUK
X
Recht
van beroep; schorsing en vernietiging
van besluiten
§
1. Recht van beroep
Art.
49
[58].
[MvT]
-1. Aan de belanghebbende wordt,
desverlangd, kennis gegeven van een
beslissing betreffende:
a.
de inschrijving als verzekerde;
b.
het verlenen van een verstrekking als
bedoeld in het tweede, vijfde en zesde
lid van artikel 6 [6] of een
vergoeding
als bedoeld in de artikelen 10
[11] en
11 [12].
-2.
Een kennisgeving als in het vorige lid
bedoeld, vermeldt de dagtekening van de
beslissing, de gronden waarop deze
berust, alsmede naam en adres van het
college waarbij ingevolge het bepaalde
in het volgende artikel
[59+61] beroep kan
worden ingesteld en de termijn van
beroep.
-3.
Indien artikel 51 [62]
van toepassing is,
wordt de daarbij voorgeschreven
procedure tevens in de kennisgeving
vermeld.
Art.
50
[59+61].
[MvT]
-1. Tegen een beslissing waarvan
ingevolge het bepaalde in het vorige
artikel [58]
schriftelijk kennis wordt
gegeven, staat voor de belanghebbende
beroep open.
-2.
Over het in het vorige lid bedoelde
beroep wordt geoordeeld door de raden
van beroep en door de Centrale Raad van
Beroep, bedoeld in de Beroepswet.
-3.
Indien een beroep tegen een beslissing
als bedoeld in artikel 49
[58], eerste lid,
onderdeel b, uitsluitend betreft een geschil
van geneeskundige aard, vinden de
artikelen 135 tot en met 144 van de Beroepswet
toepassing.
-4.
Tegen uitspraken van de Centrale Raad
van Beroep kan ieder der partijen beroep
in cassatie instellen ter zake van
schending of verkeerde toepassing van
het bepaalde bij of krachtens een der
artikelen 1 [1], tweede en derde
lid, 2
[2],
3 [3] en 5
[5].
-5. Op
dit beroep zijn de voorschriften
betreffende het beroep in cassatie
tegen uitspraken van de gerechtshoven
inzake beroepen in belastingzaken van
overeenkomstige toepassing, waarbij de
Centrale Raad van Beroep de plaats
inneemt van een gerechtshof.
Art.
51
[62].
[MvT]
-1. In de gevallen, bedoeld in
artikel 49 [58], eerste lid, onderdeel b, wint de
belanghebbende, alvorens in beroep te
gaan, het advies in van de
Ziekenfondsraad binnen dertig dagen na
de kennisgeving van de beslissing.
-2. De
Ziekenfondsraad brengt dit advies uit
binnen dertig dagen na de ontvangst van
het desbetreffende verzoek.
-3. De
Ziekenfondsraad zendt een afschrift van
het advies aan het betrokken
ziekenfonds, de betrokken
ziektekostenverzekeraar of het
betrokken uitvoerend orgaan.
-4.
De belanghebbende kan beroep instellen
binnen dertig dagen na ontvangst van het
advies.
-5. De belanghebbende die een advies als in het eerste lid bedoeld,
heeft ingewonnen, legt, indien hij in
beroep gaat, het advies over bij zijn
klaagschrift.
Art.
52
[-].
[MvT]
-1. Voor zover
in de volgende leden niet anders is
bepaald, zijn, naargelang de ingevolge
deze wet verschuldigde premies bij wege
van aanslag dan wel bij wijze van
inhouding worden geheven, de voor de
heffing van de inkomstenbelasting
onderscheidenlijk de loonbelasting
geldende regelen inzake de
rechtsmiddelen van overeenkomstige
toepassing.
-2. De inspecteur der
belastingen doet op een bezwaarschrift
eerst uitspraak nadat is komen vast te
staan dat geen feiten en omstandigheden
in geding zijn welke tevens van belang
zijn voor de heffing van de
inkomstenbelasting of de loonbelasting
ten laste van de belanghebbende, dan
wel, voor zover zulks wel het geval is,
de beslissing daaromtrent voor de
heffing van die belastingen
onherroepelijk is geworden.
-3.
Met betrekking tot aangelegenheden
waarbij feiten en omstandigheden in
geding zijn welke tevens van belang
zijn voor de heffing van de
inkomstenbelasting of de loonbelasting
ten laste van de belanghebbende, neemt
de termijn voor het instellen van beroep
niet eerder een aanvang dan op de datum
waarop de beslissing daaromtrent voor de
heffing van die belastingen
onherroepelijk is komen vast te staan.
-4.
Tegen hetgeen omtrent de toepassing van
de artikelen 2 [2], 3
[3] en
18 [19], derde lid,
onderdeel a, alsmede omtrent het belastbaar
inkomen voor de heffing van de
inkomstenbelasting dan wel het zuivere
loon voor de heffing van de
loonbelasting onherroepelijk is komen
vast te staan, is beroep niet
toegelaten.
Art.
53 [-].
[MvT]
Bij Ons kan door iedere
belanghebbende voorziening worden
gevraagd:
a.
van een beslissing van de
Ziekenfondsraad als bedoeld in artikel
55 [64]
en in het eerste lid van artikel
69 [-];
b.
van een beschikking van Onze
Minister op
grond van de artikelen 7
[8],
25 [33], 26
[34], 27 [35], 34
[42],
37 [45] en 39
[47].
Art.
54
[-].
[MvT]
-1. Een voorziening als bedoeld in
het vorige artikel
[-] wordt gevraagd
binnen dertig dagen na verzending van de
kennisgeving van de bestreden
beslissing.
-2.
Behoudens indien voorziening wordt
gevraagd tegen een beschikking op grond
van de artikelen 27 [35], 34
[42] en
37 [45], heeft het
vragen van voorziening geen schorsende
werking.
Art.
55 [64].
[MvT]
Bij afwijzing van verzoeken als
bedoeld in de artikelen 37
[45] en
38 [46] kan de
beslissing van de Ziekenfondsraad worden
ingeroepen.
§
2. Schorsing en vernietiging van
besluiten
Art.
56 [65].
[MvT]
Het bepaalde in de artikelen 81 tot en met 83
van de Ziekenfondswet
is van
overeenkomstige toepassing ten aanzien
van door de Ziekenfondsraad krachtens
deze wet genomen besluiten.
HOOFDSTUK
XI
Strafbepalingen
Art.
57 [66].
[MvT]
Hij die werkzaamheden verricht
welke ingevolge deze wet uitsluitend aan
ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars
en uitvoerende organen zijn toegestaan
of die zodanige werkzaamheden blijft
verrichten nadat zijn toelating
overeenkomstig het bepaalde in artikel
36 der Ziekenfondswet
of artikel 27 [35] van
deze wet is ingetrokken of die
voorwaarden waaronder toelating is
verleend, overtreedt, wordt gestraft met
hechtenis van ten hoogste zes maanden
of geldboete van ten hoogste 600 gulden.
Art.
58 [67].
[MvT]
Hij die handelt in strijd met het
bepaalde in artikel 33
[41] wordt gestraft
met hechtenis van ten hoogste drie
maanden of geldboete van ten hoogste 300
gulden.
Art.
59 [68].
[MvT]
Hij die niet voldoet aan één der
verplichtingen, bedoeld in de artikelen
31 [39]
en 47 [56], wordt gestraft met hechtenis
van ten hoogste zes maanden of geldboete
van ten hoogste 600 gulden.
Art.
60 [69].
[MvT]
Hij die op grond van bij of
krachtens deze wet vastgestelde
bepalingen gehouden is inlichtingen of
gegevens te verstrekken, een aangifte of
mededeling te doen of een verklaring af
te leggen en daarbij opzettelijk een
valse opgave doet dan wel opzettelijk in
strijd met bedoelde gehoudenheid iets
verzwijgt, wordt gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste twee
jaren.
Art.
61 [70].
[MvT]
Hij die op andere wijze dan door het
valselijk opmaken of vervalsen van een
geschrift dat bestemd is om tot bewijs
van enig feit te dienen opzettelijk een
opgave in strijd met de waarheid doet, zulks met het
oogmerk om alsdus een verstrekking of
een grotere verstrekking, een vergoeding
of een hogere vergoeding ingevolge
deze wet te verkrijgen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten
hoogste twee jaren.
Art.
62 [71].
[MvT]
Overtreding van bepalingen van een
krachtens deze
wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor
zover
uitdrukkelijk als strafbaar feit in de
zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis
van ten hoogste één maand
of geldboete van ten hoogste 100 gulden.
Art.
63 [72].
[MvT]
-1. Indien een bij of krachtens deze
wet strafbaar gesteld feit wordt
gepleegd door of vanwege een lichaam,
wordt de strafvervolging ingesteld en
worden de straffen uitgesproken hetzij
tegen dat lichaam, hetzij tegen hen die
tot het feit opdracht hebben gegeven of die
feitelijk leiding hebben gehad bij het
verboden handelen of nalaten, hetzij
tegen beide.
-2.
Een bij of krachtens deze wet strafbaar
gesteld feit wordt onder
meer gepleegd door of vanwege een
lichaam indien het gepleegd wordt door personen die hetzij uit hoofde van een
dienstbetrekking, hetzij uit anderen
hoofde handelen in de sfeer van het lichaam, ongeacht of deze
personen ieder afzonderlijk het
strafbaar feit hebben gepleegd dan wel
bij hen gezamenlijk de elementen van dat
feit aanwezig zijn.
-3.
Indien een strafvervolging wordt
ingesteld tegen een lichaam, wordt het
tijdens de vervolging vertegenwoordigd
door de bestuurder en, indien er meer
bestuurders zijn, door één dezer. De
vertegenwoordiger kan bij gemachtigde
verschijnen. Het gerecht kan de persoonlijke
verschijning van een bepaalde bestuurder
bevelen; hij kan alsdan zijn
medebrenging gelasten.
-4. Indien een
strafvervolging wordt ingesteld tegen
een lichaam, vindt artikel 538, onder 2º, van het
Wetboek van
Strafvordering overeenkomstige toepassing.
Art.
64 [73].
[MvT]
Met het opsporen van de bij of
krachtens deze wet strafbaar gestelde
feiten zijn, behalve de ambtenaren,
bedoeld in artikel 141 van het Wetboek
van Strafvordering, belast:
a. de
overige ambtenaren van Rijks- en
Gemeentepolitie;
b. de personen daartoe
door Onze
Minister aangewezen.
Art.
65 [74].
[MvT]
-1. De in artikel 64 [73]
bedoelde
personen hebben te allen tijde toegang
tot alle plaatsen waarvan naar hun redelijk oordeel de betreding voor de
vervulling van hun taak nodig is.
-2.
Wordt aan de in artikel 64
[73] bedoelde
personen de toegang geweigerd of
belemmerd of wordt hun op aanmelding tot
toelating niet geantwoord, dan
verschaffen zij zich de toegang desnoods met inroeping van de sterke
arm.
-3. De artikelen 120 tot en met 123
van het Wetboek
van Strafvordering zijn
van overeenkomstige toepassing.
Art.
66 [75].
[MvT]
-1. Allen die betrokken zijn of zijn
geweest bij de uitvoering van deze wet
zijn verplicht tot geheimhouding van al
hetgeen hun in hun hoedanigheid is
bekend geworden, voor zover zij niet in
hun hoedanigheid tot mededeling daarvan
bevoegd of verplicht zijn.
-2. Hij die de
bij het vorige lid opgelegde
geheimhouding opzettelijk schendt, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten
hoogste zes maanden of geldboete van ten
hoogste 600 gulden.
-3. Hij aan
wiens schuld schending van die
geheimhouding te wijten is, wordt
gestraft met hechtenis van ten hoogste
drie maanden of geldboete van ten
hoogste 300 gulden.
-4. Geen
vervolging heeft plaats dan op klachte.
Art.
67 [76].
[MvT]
De in de artikelen 60 [69], 61
[70] en
66 [75]
bedoelde strafbare feiten worden als
misdrijven, de in de artikelen
57 [66], 58 [67]
en
59 [68]
en 62 [71] bedoelde strafbare feiten als
overtredingen beschouwd.
HOOFDSTUK
XII
Overgangs-
en slotbepalingen
Art.
68 [77].
[MvT]
Voor zover deze wet niet anders
bepaalt, wordt hetgeen tot haar
uitvoering nodig is bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur geregeld.
Art.
69
[-].
[MvT]
-1. In afwachting van de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in
artikel 46 [54], doet de Ziekenfondsraad uit
het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige
Risico's aan de ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen jaarlijks uitkeringen tot
zodanige bedragen dat de kosten door
de ziekenfondsen,
ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen gemaakt ten behoeve van de in
deze wet geregelde verzekering, door de
uitkeringen worden gedekt. De
Ziekenfondsraad laat daarbij uitgaven
welke hij niet verantwoord acht buiten
beschouwing.
-2. Onze
Minister kan voor de toepassing van
het bepaalde in het eerste lid regelen
stellen. Daarbij kan hij, met afwijking
van het bepaalde in het eerste lid,
bepalen dat de uitkeringen voor zover
dienende ter dekking van kosten van
administratie en beheer van de
ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars
en uitvoerende organen, worden beperkt
tot een door hem of door de
Ziekenfondsraad te stellen bedrag per
ingeschreven verzekerde.
-3. Op
de uitkeringen, bedoeld in het eerste
lid, kunnen voorschotten worden
verleend naar door de Ziekenfondsraad te
stellen regelen.
Art.
70
[-].
[MvT]
-1. Een overeenkomst met betrekking
tot de verzekering van geneeskundige
verzorging of de kosten daarvan,
gesloten door degene die als verzekerde
bij een ziekenfonds of een
ziektekostenverzekeraar wordt
ingeschreven dan wel deelneemt aan een
publiekrechtelijke ziektekostenregeling
voor ambtenaren, vervalt met ingang van
de dag waarop de verzekeraar van de
verzekerde mededeling van de
inschrijving onderscheidenlijk van het
deelnemerschap ontvangt, voor zover aan
de overeenkomst rechten kunnen worden
ontleend gelijkwaardig aan die welke
uit de in deze wet geregelde verzekering
voortvloeien.
-2. De premie welke degene wiens verzekering
krachtens het bepaalde in het eerste lid
geheel of gedeeltelijk is vervallen,
heeft vooruitbetaald, wordt door de
verzekeraar al naargelang van het
vervallen gedeelte der overeenkomst
terugbetaald, onder aftrek van ten
hoogste 25 percent van het terug te betalen
bedrag voor administratiekosten.
Art.
71 [-].
[MvT]
Wanneer het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's tijdelijk niet
voldoende middelen heeft tot dekking van
de kosten welke ingevolge artikel 44
[52] ten laste van dat fonds komen, verstrekt
het Rijk renteloze voorschotten aan het
fonds onder door Onze
Minister en Onze
Minister van Financiën te stellen
voorwaarden.
Art.
72
[-].
[MvT]
Het eerste, tweede en derde lid van
artikel 2 van de Wet op het
Preventiefonds wordt gelezen als volgt:
-1. De
Ziekenfondsraad stort jaarlijks, met
inachtneming van bij algemene maatregel
van bestuur te stellen regelen, uit de
Algemene Kas, bedoeld in artikel 63 van
de
Ziekenfondswet, in het Preventiefonds
een bedrag van zes miljoen gulden en uit
het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige
Risico's, bedoeld in artikel 63
[72] van de
Algemene Wet Zware Geneeskundige
Risico's, een bedrag van tien miljoen
gulden.
-2. De
in het vorige lid genoemde bedragen
worden bij algemene maatregel van
bestuur met inachtneming van bij
algemene maatregel van bestuur te
stellen regelen verhoogd of verlaagd, al
naargelang het indexcijfer van de lonen
is gestegen of gedaald.
-3.
Onder het indexcijfer van de lonen,
bedoeld in het vorige lid, wordt verstaan
het nader bij algemene maatregel van
bestuur ingevolge het tiende lid van
artikel 9 van de Algemene
Ouderdomswet aangegeven gewogen gemiddelde
indexcijfer der lonen van volwassen
arbeiders.
Art.
73 [-].
[MvT]
Aan het derde lid van artikel 3 van
de Wet op het schadeverzekeringsbedrijf
(Stb. 1964, 409) wordt toegevoegd:
g. ondernemingen die overeenkomstig
artikel 25 van de Algemene
Ziekteverzorgingswet zijn toegelaten,
voor zover betreft de uitvoering van die
wet.
Art.
74
[79].
-1. Deze wet kan worden aangehaald
onder de titel "Algemene Wet Zware
Geneeskundige Risico's".¹
-2. De
artikelen van deze wet treden in werking
met ingang van een door Ons te bepalen
tijdstip, dat voor de onderscheidene
artikelen of onderdelen daarvan
verschillend kan worden gesteld.
1. Redactie: Tijdens de parlementaire
behandeling is de citeertitel van deze wet vervangen door: Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten.
Lasten
en bevelen, dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst, en dat alle
Ministeriële Departementen,
Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren,
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De
Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid,
De
Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Volksgezondheid,
De
Staatssecretaris van Financiën,
|
|