St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

ALGEMENE  WET  BIJZONDERE  ZIEKTEKOSTEN

 

  
 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 
Kamerstukken II 1965-1966, 8457

Algemene verzekering zware geneeskundige risico's (Algemene Wet Zware Geneeskundige Risico's) ¹

1. Redactie: Tijdens de parlementaire behandeling is de citeertitel van deze wet vervangen door: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De wet is gepubliceerd in Stb. 1967, 617, en is in werking getreden met ingang van 1 januari 1968 (Stb. 1967, 654), red.

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van Wet tot algemene verzekering zware geneeskundige risico's (Algemene Wet Zware Geneeskundige Risico's)
     De toelichtende memorie (en bijlagen), die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

Soestdijk, 24 januari 1966

 

JULIANA

 

 

 

Nr.r2 VOORSTEL  VAN  WET

 

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben,

dat het wenselijk is regelen vast te stellen inzake een algemene, de gehele bevolking omvattende verplichte verzekering zware geneeskundige risico's;
    
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Algemene bepalingen

 

Art. 1 [1].  [MvT + bis]
-1. Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;
b. ziekenfonds: een instelling, toegelaten overeenkomstig artikel 34 van de Ziekenfondswet;
c. ziektekostenverzekeraar: een instelling, toegelaten overeenkomstig artikel 25 [33];
d. inrichtingen: inrichtingen, erkend overeenkomstig artikel 7 [8];
e. uitvoerend orgaan: een orgaan als bedoeld in artikel 30 [38];
f. Ziekenfondsraad: het college, bedoeld in het vijfde hoofdstuk van de
Ziekenfondswet;
g. Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's: het fonds, bedoeld in artikel 43 [51];
h. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, andere verenigingen van personen, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens.
-2. Waar in deze wet of in de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt gesproken van gehuwde man of echtgenoot wordt daaronder niet verstaan de gehuwde man die duurzaam gescheiden van zijn echtgenote leeft.
-3. Waar in deze wet of in de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt gesproken van gehuwde vrouw of echtgenote wordt daaronder niet verstaan de gehuwde vrouw die duurzaam gescheiden van haar echtgenoot leeft.

 

Art. 2 [2][MvT]
Ingezetene in de zin van deze wet is degene die binnen het Rijk woont.

 

Art. 3 [3][MvT]
-1. Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen en luchtvaartuigen welke binnen het Rijk hun thuishaven hebben, ten opzichte van de bemanning als deel van het Rijk beschouwd.
-3. Hij die het Rijk metterwoon heeft verlaten en binnen één jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in één der andere delen van het Koninkrijk of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht binnen het Rijk te hebben gewoond.
-4. De buiten het Rijk verblijf houdende Nederlander die in dienstbetrekking staat tot een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon, alsmede zijn echtgenote en de kinderen voor wie hij voor de heffing van de inkomstenbelasting of de loonbelasting kinderaftrek geniet, worden geacht binnen het Rijk te wonen.

 

Art. 4 [4][MvT]
In de uitvoering van de in deze wet geregelde verzekering wordt voorzien door de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars, de uitvoerende organen en de Ziekenfondsraad, met dien verstande dat de heffing en de invordering van de premies geschieden door de Rijksbelastingdienst.

 

 

HOOFDSTUK  II

Kring der verzekerden

 

Art. 5 [5][MvT]
-1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene die:
a. ingezetene is;
b. geen ingezetene is, doch ter zake van binnen het Rijk in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen personen die niet ingevolge het eerste lid verzekerd zijn, als verzekerden in de zin van deze wet worden aangemerkt.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken:
a. ten aanzien van vreemdelingen;
b. ten aanzien van personen op wie van toepassing is een overeenkomstige regeling van een ander deel van het Koninkrijk, van een andere Mogendheid of van een volkenrechtelijke organisatie;
c. ten aanzien van personen die slechts tijdelijk hier te lande verblijven of tijdelijk hier te lande werkzaam zijn;
d. ten aanzien van echtgenoten en overige gezinsleden van de onder a, b en c bedoelde personen;
e. ten aanzien van echtgenoten van ingezetenen die krachtens een overeenkomst of een regeling inzake sociale zekerheid welke tussen Nederland en één of meer andere Mogendheden van kracht is, niet ingevolge deze wet verzekerd zijn.

 

 

HOOFDSTUK  III

De verstrekkingen

 

Art. 6 [6][MvT]
-1. De verzekerden hebben aanspraak op verstrekkingen ter voorziening in hun geneeskundige behandeling, verpleging en verzorging, daaronder begrepen voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid of strekkende tot verbetering van levensomstandigheden. De ziekenfondsen en de ziektekostenverzekeraars dragen zorg dat deze aanspraak door de bij hen ingeschreven verzekerden tot gelding kan worden gebracht. Voor de verzekerden die deelnemer zijn aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren dragen de uitvoerende organen hiervoor zorg.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden aard, inhoud en omvang der verstrekkingen geregeld, met dien verstande dat zij in elk geval omvatten, in een daarbij te bepalen omvang, geneeskundige hulp, farmaceutische hulp, alsmede verzorging, verpleging en behandeling in daarbij aan te wijzen categorieën van inrichtingen, daaronder in ieder geval ziekenhuizen en verpleeginrichtingen; voor wat betreft verpleging en behandeling in ziekenhuizen echter slechts voor zover de periode van één jaar te boven gaande. Daarbij kan als voorwaarde voor het verkrijgen van een verstrekking worden gesteld dat de verzekerde bijdraagt in de kosten daarvan.
-3. Tot de verzorging, bedoeld in het eerste lid, worden niet gerekend:
a. de verzorging in de bejaardenoorden als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de bejaardenoorden en andere door Onze Minister en Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk aan te wijzen categorieën van inrichtingen ten dienste van de verzorging van bejaarden;
b. de verzorging in door Onze Minister en Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk aan te wijzen categorieën van dagverblijven en gezinsvervangende verblijven voor gehandicapten en andere door Onze voornoemde Ministers daarmede gelijk te stellen categorieën van inrichtingen;
c. door Onze Minister en Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk aan te wijzen vormen van maatschappelijke dienstverlening, zoals gezinsverzorging, gezinshulp en dergelijke;
tenzij één of meer der onder a tot en met c genoemde voorzieningen bij algemene maatregel van bestuur als verstrekking worden aangewezen. De voordracht tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een zodanige maatregel, welke mede inhoud en omvang van de aangewezen verstrekking regelt, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk tezamen. Bij deze maatregel kan mede worden bepaald of en in hoeverre ten aanzien van de erkenning van de in dit lid bedoelde inrichtingen en de controle op de verstrekkingen wordt afgeweken van onderscheidenlijk artikel 7 [8] en het eerste lid van artikel 15 [16].
-4. Het bepaalde in de laatste twee volzinnen van het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot het verlenen van verstrekkingen onder verantwoordelijkheid, waaronder begrepen de financiële verantwoordelijkheid, van Onze Minister van Justitie in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een verstrekking wordt voortgezet na het tijdstip waarop de verzekering is geëindigd. Daarbij kunnen beperkingen en voorwaarden worden gesteld. De wijze waarop de aanspraak op deze verstrekking geldend wordt gemaakt, wordt daarbij eveneens geregeld.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen een verstrekking weigeren of op een later tijdstip doen ingaan, dan wel een hogere bijdrage van de verzekerde vorderen dan krachtens het tweede lid van dit artikel is vastgesteld, in de bij of krachtens die maatregel aan te geven gevallen en omstandigheden waarin de kosten van het verlenen van de desbetreffende verstrekking in redelijkheid niet of niet volledig ten laste van de in deze wet geregelde verzekering dienen te komen.

 

Art. 7 [8][MvT]
-1. Een inrichting waarin verstrekkingen als bedoeld in artikel 6 [6] kunnen worden verleend, moet als zodanig door Onze Minister zijn erkend.
-2. Op een verzoek om erkenning wordt beslist binnen vier maanden nadat het verzoek bij Onze Minister is binnengekomen; Onze Minister kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen. Het niet binnen de gestelde termijn beslissen wordt met een beslissing tot weigering gelijkgesteld.
-3. Aan een erkenning welke ook voorlopig kan worden verleend, kunnen door Onze Minister voorwaarden worden verbonden. De voorwaarden kunnen worden gewijzigd, ingetrokken en nieuwe voorwaarden kunnen worden gesteld.
-4. Een erkenning of voorlopige erkenning kan worden ingetrokken.
-5. Inrichtingen, aangewezen door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, worden beschouwd als inrichtingen in de zin van deze wet.

 

Art. 8 [9].  [MvT]
-1. Voor degene die verzekerd is in de zin van de Ziekenfondswet en als zodanig bij een ziekenfonds is ingeschreven, dan wel in verband met zijn geneeskundige verzorging verzekerd is bij een ziektekostenverzekeraar, geldt met inachtneming van hetgeen overigens in dit artikel is bepaald de inschrijving bij het ziekenfonds, onderscheidenlijk de verzekering bij de ziektekostenverzekeraars, tevens als inschrijving voor de toepassing van deze wet. Voor degene die deelnemer is aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren geldt het deelnemerschap tevens als inschrijving voor de toepassing van deze wet.
-2. Degene die noch bij een ziekenfonds is ingeschreven, noch bij een ziektekostenverzekeraar is verzekerd, noch deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, doch die als verzekerde in de zin van deze wet de aanspraken welke hem ingevolge deze wet toekomen geldend wil maken, meldt zich met inachtneming van het krachtens het derde lid bepaalde daartoe aan hetzij bij een ziekenfonds werkende in zijn woonplaats, dan wel bij een ziektekostenverzekeraar. Deze instellingen zijn verplicht hem voor dit doel als verzekerde in te schrijven.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen betreffende de inschrijving nadere en zo nodig van deze wet afwijkende regelen worden gesteld.

 

Art. 9 [10].  [MvT]
-1. De verzekerde die zijn aanspraak op een verstrekking geldend wil maken, wendt zich daartoe, behalve in gevallen genoemd in de algemene maatregel van bestuur krachtens het derde lid van artikel 6 [6] en voor wat verstrekkingen betreft, bedoeld in het vierde lid van artikel 6 [6], tot een persoon of een inrichting met wie of met welke het ziekenfonds of de ziektekostenverzekeraar waarbij hij is ingeschreven dan wel het uitvoerend orgaan, tot dat doel een overeenkomst heeft gesloten, één en ander behoudens het bepaalde in het derde en het vierde lid.
-2. De verzekerde wordt de keuze gelaten uit de in het eerste lid bedoelde personen en inrichtingen, voor zover deze in zijn woonplaats of in de naaste omgeving daarvan hun praktijk uitoefenen of gevestigd zijn, één en ander behoudens het bepaalde in het vijfde lid.
-3. Onze Minister is bevoegd in het belang van het geneeskundig onderwijs en onder door hem vast te stellen voorwaarden te bepalen dat de verzekerde mede de keuze wordt gelaten uit door hem in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen aan te wijzen inrichtingen.
-4. Een ziekenfonds, een ziektekostenverzekeraar of een uitvoerend orgaan kan aan een verzekerde toestemming verlenen zich voor het geldend maken van zijn aanspraak op een verstrekking te wenden tot een andere persoon of inrichting dan bedoeld in het tweede lid indien zulks voor een hem te verlenen verstrekking nodig is.
-5. Bij de keuze van door Onze Minister aan te wijzen categorieën van inrichtingen geldt niet de beperking tot de inrichtingen in de woonplaats van de verzekerde of in de naaste omgeving daarvan.
-6. Het verlenen van verstrekkingen als bedoeld in het vierde lid van artikel 6 [6] geschiedt overeenkomstig hetgeen daaromtrent elders is bepaald.

 

Art. 10 [11][MvT]
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke mate en onder welke voorwaarden aanspraak bestaat op een verstrekking of op een vergoeding wegens kosten ter zake van een krachtens het tweede lid van artikel 6 [6] vastgestelde verstrekking, verleend in of buiten Nederland, in gevallen waarin aan een verzekerde als gevolg van in die algemene maatregel van bestuur omschreven omstandigheden verstrekkingen zijn verleend welke hij, hadden die omstandigheden zich niet voorgedaan, op de in artikel 9 [10] omschreven wijze had kunnen verkrijgen.

 

Art. 11 [12].  [MvT]
-1. Onze Minister kan bepalen dat de verzekerden, van alle of van door hem aan te wijzen ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars of uitvoerende organen aanspraak hebben jegens het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerende orgaan op een uitkering in geld wegens gemaakte kosten ter zake van een krachtens het tweede lid van artikel 6 [6] vastgestelde verstrekking in plaats van aanspraak op de desbetreffende verstrekking.
Onze Minister gaat hiertoe slechts over indien hij van oordeel is dat alle of door hem aangewezen ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars of uitvoerende organen in de onmogelijkheid verkeren op voor hen aanvaardbare voorwaarden overeenkomsten te sluiten met een genoegzaam aantal personen of inrichtingen die de bedoelde verstrekking kunnen verlenen.
-2. In het besluit van Onze Minister, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens bepaald onder welke voorwaarden en tot welk bedrag aanspraak op een uitkering bestaat.
-3. Een besluit van Onze Minister als bedoeld in het eerste lid geldt voor ten hoogste zes maanden, tenzij Wij binnen die termijn een voorstel van wet tot verlenging van deze termijn aan de Staten-Generaal doen. Wordt het voorstel ingetrokken of verworpen, dan vervallen de krachtens dit artikel genomen maatregelen met ingang van de veertiende dag na die waarop de intrekking of verwerping heeft plaatsgehad.

 

Art. 12 [13].  [MvT]
-1. Bij de vaststelling van de schadevergoeding waarop de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van een feit dat aanleiding geeft tot het verlenen van verstrekkingen of vergoedingen ingevolge deze wet, houdt de rechter rekening met de aanspraken die de verzekerde krachtens deze wet heeft.
-2. Het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerende orgaan heeft voor de krachtens deze wet gemaakte kosten verhaal op degene die in verband met het veroorzaken van het in het vorige lid bedoelde feit jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar burgerlijk recht is gehouden.
-3. Overeenkomstig door Onze Minister te stellen regelen kan het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerende orgaan in de gevallen waarin het juiste bedrag der te verlenen verstrekkingen niet is vast te stellen een bedrag vorderen dat overeenkomt met de geschatte geldswaarde daarvan.

 

Art. 13 [14].  [MvT]
-1. De ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen treffen de nodige maatregelen ter voorkoming van onnodige verstrekkingen en van uitgaven welke hoger dan noodzakelijk zijn. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven aan welke eisen bij die te treffen maatregelen ten minste moet worden voldaan.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke statistische gegevens betreffende de verstrekkingen de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen verzamelen en welke daarvan in het jaarverslag van de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen worden opgenomen of aan de Ziekenfondsraad worden medegedeeld.

 

Art. 14 [15].  [MvT]
-1. Een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan kan van hem die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, opzettelijk aanspraken als verzekerde bij hem doet gelden onderscheidenlijk deed gelden, alsmede van hem die daaraan opzettelijk zijn medewerking verleent onderscheidenlijk heeft verleend, geheel of gedeeltelijk het bedrag vorderen van de te veel of ten onrechte verleende verstrekkingen dan wel de geschatte geldswaarde hiervan.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld betreffende de in het vorige lid bedoelde terugvordering.

 

Art. 15 [16][MvT]
-1. Ten aanzien van het verlenen van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen verstrekkingen kan bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld dat de administratie en de controle hetzij geheel, hetzij ten dele wordt uitgeoefend door de door Onze Minister aan te wijzen instellingen welke deze taak voor het gehele land of voor een gedeelte van het land dan wel voor groepen van ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars of uitvoerende organen vervullen naar regelen gesteld door de Ziekenfondsraad en onder verantwoordelijkheid aan dat college. De Ziekenfondsraad regelt tevens de wijze waarop de kosten voortvloeiend uit de werkzaamheden van de aangewezen instellingen worden gedekt uit het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's.
-2. Controle op het verlenen van verstrekkingen als bedoeld in het vierde lid van artikel 6 [6] wordt geregeld door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.

 

 

HOOFDSTUK  IV

De op te brengen middelen

 

Art. 16 [17][MvT]
-1. De middelen tot dekking van de uitgaven van het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's worden gevonden door het heffen van premies van de verzekerden.
-2. Aan de heffing van premie is niet onderworpen:
a. de verzekerde die jonger is dan 15 jaar of de leeftijd
van 65 jaar heeft bereikt;
b. de gehuwde man wiens echtgenote in verband met het
bepaalde in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, of artikel 46, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen heeft.

 

Art. 17 [18][MvT]
De premies worden gestort in het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's.

 

Art. 18 [19][MvT]
-1. De premie wordt, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden, geheven naar de maatstaf van het door de verzekerde in een kalenderjaar genoten inkomen en vastgesteld in een percentage van dat inkomen. Ten aanzien van degene die slechts een gedeelte van een kalenderjaar aan de heffing van premie is onderworpen, treedt dit gedeelte voor het kalenderjaar in de plaats.
-2. Onder inkomen wordt verstaan het belastbare inkomen, onderscheidenlijk indien de verzekerde geen ingezetene is, het belastbare binnenlandse inkomen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, vermeerderd met de bij de bepaling daarvan als persoonlijke verplichtingen in aanmerking genomen premies ingevolge deze wet, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Weduwen- en Wezenwet en de Algemene Kinderbijslagwet, en verminderd met:
a. de bij de bepaling daarvan in aanmerking genomen uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Weduwen- en Wezenwet, de Algemene Kinderbijslagwet, de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en de Kinderbijslagwet voor kleine zelfstandigen, dan wel aanspraken op zodanige uitkeringen;
b. voor de verzekerde van wie de premie geheel of gedeeltelijk bij wijze van inhouding wordt geheven, voor zover hij geen aanspraak heeft op kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden: de kinderbijslag of de meerdere kinderbijslag waarop hij over de periode waarop de inhouding betrekking heeft aanspraak zou hebben gehad indien de bepalingen van hoofdstuk II van die wet, met uitzondering van artikel 21. derde lid, op hem van toepassing zouden zijn geweest;
c. voor de verzekerde die als invalide recht heeft op de in artikel 53 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bedoelde aftrek: het bedrag waarmede het belastbare inkomen op de voet van die bepaling wordt verminderd.
-3. Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing:
a. artikel 5, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, behoudens ten aanzien van de gehuwde vrouw die zelf of wier echtgenoot niet ingevolge deze wet verzekerd is, noch de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;
b. artikel 5, tweede en derde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
-4. Voor zoveel de premie bij wijze van inhouding wordt geheven, geldt, in afwijking van het tweede lid, als inkomen het zuivere loon voor de loonbelasting, vermeerderd met de bij de bepaling daarvan als persoonlijke verplichtingen in aanmerking genomen premies ingevolge deze wet, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Weduwen- en Wezenwet en de Algemene Kinderbijslagwet, en verminderd met:
a. de bij de bepaling daarvan in aanmerking genomen uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de Algemene Weduwen- en Wezenwet, de Algemene Kinderbijslagwet en de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden, dan wel aanspraken op zodanige uitkeringen;
b. voor zover de verzekerde geen aanspraak heeft op kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden: de kinderbijslag of de meerdere kinderbijslag waarop hij over de periode waarop de inhouding betrekking heeft aanspraak zou hebben gehad indien de bepalingen van hoofdstuk II van die wet, met uitzondering van artikel 21, derde lid, op hem van toepassing zouden zijn geweest;
c. voor de verzekerde die als invalide recht heeft op de in artikel 21 van de Wet op de loonbelasting 1964 bedoelde aftrek: het bedrag waarmede het zuivere loon op de voet van die bepaling wordt verminderd.
-5. Indien het inkomen meer bedraagt dan het voor de toepassing van artikel 26, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet geldende bedrag, wordt over dat meerdere geen premie geheven. Dit bedrag wordt naar tijdsruimte evenredig verlaagd ten aanzien van:
a. degene die niet het gehele jaar aan de heffing van premie is onderworpen;
b. de vrouw te wier aanzien in de loop van het jaar ingevolge het derde lid, onderdeel a, van dit artikel de overeenkomstige toepassing van artikel 5. eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 een aanvang neemt dan wel eindigt.
-6. Onze Minister en Onze Minister van Financiën kunnen met betrekking tot hetgeen in dit artikel is bepaald nadere regelen stellen.

 

Art. 19 [20][MvT]
-1. Het in het eerste lid van artikel 18 [19] bedoelde premiepercentage wordt door Onze Minister vastgesteld.
-2. Indien een wijziging van het in het eerste lid van artikel 18 [19] bedoelde premiepercentage ingaat op een andere datum dan 1 januari, wordt tevens een gemiddeld premiepercentage vastgesteld dat voor het gehele kalenderjaar waarin die wijziging ingaat, zal gelden voor zoveel de premie bij wege van aanslag wordt geheven.

 

Art. 20 [21].  [MvT]
-1. Onze Minister van Financiën is bevoegd om, met inachtneming van het vastgestelde premiepercentage, de premies die bij wijze van inhouding worden geheven te doen berekenen volgens tabellen die wat de tariefklassen betreft in overeenstemming zijn met de tariefklassen - voor zover aanwezig - van de loonbelastingtabellen en waarin één of meer positieve of negatieve bestanddelen van het inkomen op
zodanige wijze zijn verwerkt - al dan niet tot een gemiddeld bedrag - dat nevens het bedrag aan inkomen waarin die bestanddelen niet zijn opgenomen, terstond het premiebedrag is vermeld. Bij het opstellen van deze tabellen brengt Onze Minister van Financiën de door hem nodig geachte afrondingen aan.
-2. Onze Minister van Financiën is bevoegd met wijzigingen in één of meer positieve of negatieve bestanddelen van het inkomen die tot stand komen na 30 september van enig jaar eerst rekening te houden bij het opstellen van de tabellen die voor het eerst toepassing vinden met ingang van het tweede daaropvolgende kalenderjaar.

 

Art. 21 [22][MvT]
-1. Tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, geschiedt de heffing van de ingevolge deze wet verschuldigde premies, onder verrekening van eventueel krachtens het tweede lid geheven premies, bij wege van aanslag en met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de inkomstenbelasting geldende regelen, met uitzondering van artikel 67, onderdeel a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
-2. Voor zoveel de verzekerde aan de loonbelasting is onderworpen, worden de ingevolge deze wet verschuldigde premies bij wijze van inhouding geheven en zijn dienaangaande de voor de heffing van de loonbelasting geldende regelen van overeenkomstige toepassing. Het bepaalde in het vorige lid blijft alsdan buiten toepassing in de gevallen waarin:
a. geen aanslag in de inkomstenbelasting wordt vastgesteld uit hoofde van de inhouding van loonbelasting;
b. een aanslag in de inkomstenbelasting wordt vastgesteld ingevolge een bij de aangifte gedaan verzoek als bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, tenzij de bij wijze van inhouding geheven premie de aanslag in de premie zou overtreffen.
-3. Ten aanzien van de invordering van de ingevolge deze wet verschuldigde premies zijn, naargelang het eerste dan wel het tweede lid van toepassing is, de regelen geldende voor de invordering van de inkomstenbelasting onderscheidenlijk de loonbelasting van overeenkomstige toepassing.
-4. Voor zover de ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet en de ingevolge deze wet bij wijze van inhouding verschuldigde premies in één bedrag worden geheven, wordt elke premie-inhouding, elke afdracht van ingehouden premie en elke betaling, vermindering of afschrijving op een premieaanslag van rechtswege geacht naar evenredigheid betrekking te hebben op hetgeen ingevolge elk dier wetten verschuldigd is. Voor zover de ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet, de ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet en de ingevolge deze wet bij wege van aanslag verschuldigde premies in één bedrag van de verzekerde worden geheven, wordt, onverminderd het bepaalde in het eerste en derde lid van artikel 33 van de Algemene Ouderdomswet, elke betaling of afschrijving op een premieaanslag van rechtswege geacht naar evenredigheid betrekking te hebben op hetgeen ingevolge elk dier wetten verschuldigd is.
-5. Onze Minister en Onze Minister van Financiën geven voorschriften inzake de afdracht van de door de
Rijksbelastingdienst ten behoeve van het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's geïnde premies.
-6. Onze Minister en Onze Minister van Financiën kunnen ten aanzien van personen die krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 [5], tweede lid, of krachtens een overeenkomst of een regeling inzake sociale zekerheid welke tussen Nederland en één of meer andere Mogendheden van kracht is, ingevolge deze wet verzekerd zijn, regelen stellen welke afwijken van artikel 18 [19] en van dit artikel.

 

Art. 22 [23].  [MvT]
-1. Van verzekerden van wie premie bij wege van aanslag wordt geheven en die voor de heffing van de inkomstenbelasting in tariefgroep I zijn gerangschikt, wordt de premie, voor zover deze niet bij wijze van inhouding is geheven, niet ingevorderd indien het inkomen minder bedraagt dan 1800 gulden per jaar.
-2. Van verzekerden van wie premie bij wege van aanslag wordt geheven en die voor de heffing van de inkomstenbelasting in tariefgroep II of III zijn gerangschikt, wordt de premie, voor zover deze niet bij wijze van inhouding is geheven, niet ingevorderd indien het inkomen minder bedraagt dan 2400 gulden per jaar.
-3. Van verzekerden van wie premie bij wege van aanslag wordt geheven en wier inkomen het in de voorafgaande leden voor hen aangegeven bedrag met niet meer dan 1620 gulden overtreft, wordt de premie, voor zover deze niet bij wijze van inhouding is geheven, overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen gedeeltelijk ingevorderd.
-4. Ten aanzien van verzekerden die pensioen of daarmede gelijk te stellen inkomsten genieten, vindt in de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen het bepaalde in de voorgaande leden, met inachtneming van de bij die algemene maatregel van bestuur aan te geven wijzigingen welke de aard van het onderwerp vordert, overeenkomstige toepassing met betrekking tot de premie die naar de maatstaf van die inkomsten bij wijze van inhouding wordt geheven.
-5. Het eerste, tweede en derde lid blijven buiten toepassing indien de verzekerde van wie premie bij wege van aanslag wordt geheven, over het jaar waarover de premie is verschuldigd in aanmerking komt voor een aanslag in de vermogensbelasting.
-6. Ten aanzien van:
a. degene die niet het gehele jaar aan de heffing van premie is onderworpen; en
b. de vrouw te wier aanzien in de loop van een jaar ingevolge artikel 18 [19], derde lid, onderdeel a, de overeenkomstige toepassing van artikel 5, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 een aanvang neemt dan wel eindigt;
wordt, ter bepaling of ingevolge het bij of krachtens het eerste, tweede en derde lid bepaalde de premies niet of gedeeltelijk worden ingevorderd, het inkomen over een gedeelte van een jaar volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen herleid tot inkomen over één jaar.
-7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de in het eerste, tweede en derde lid genoemde bedragen worden gewijzigd.

 

Art. 23 [31].  [MvT]
-1. De premies of de gedeelten van de premies welke op grond van het bepaalde in artikel 22 [23] niet van de verzekerden worden ingevorderd, komen ten laste van het Rijk.
-2. Onze Minister en Onze Minister van Financiën stellen, gehoord de Ziekenfondsraad, ter zake van het bepaalde in het vorige lid nadere regelen. Bij deze regelen wordt tevens bepaald op welke wijze het ingevolge het bepaalde in het vorige lid ten laste van het Rijk komende bedrag wordt vastgesteld.
-3. Voor zover de premie, anders dan op grond van het bepaalde in artikel 22 [23], niet van de verzekerde wordt ingevorderd, komt deze ten laste van het Rijk indien en voor zover de Sociale Verzekeringsbank niet ingevolge artikel 33, eerste lid. van de Algemene Ouderdomswet heeft beslist dat met betrekking tot het nalaten van de betaling van ingevolge die wet over eenzelfde tijdvak verschuldigde premie sprake is van een schuldig nalaten.

 

 

HOOFDSTUK  V

Vrijstelling wegens gemoedsbezwaren

 

Art. 24 [32].  [MvT]
-1. Degene die gemoedsbezwaren heeft tegen de in deze wet geregelde verzekering kan met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen en voorwaarden door de Sociale Verzekeringsbank worden vrijgesteld van de bij die maatregel aan te wijzen verplichtingen welke hem bij of krachtens deze wet zijn opgelegd.
-2. De Sociale Verzekeringsbank doet aan de inspecteurs der belastingen mededeling van degenen binnen hun ambtsgebied aan wie een vrijstelling als in het eerste lid bedoeld is verleend.
-3. Indien krachtens het bepaalde in het eerste lid aan de verzekerde vrijstelling van premiebetaling is verleend, wordt uit dien hoofde aan hem over het desbetreffende kalenderjaar een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd ter grootte van het bedrag dat, ware de vrijstelling niet verleend, van hem als premie had moeten worden geheven.
-4. Voor zoveel de verzekerde aan de loonbelasting is onderworpen, wordt indien krachtens het bepaalde in het eerste lid aan hem vrijstelling van premiebetaling is verleend, uit dien hoofde van hem aan loonbelasting ingehouden een bedrag ter grootte van het bedrag dat, ware de vrijstelling niet verleend, van hem als premie had moeten worden ingehouden.
-5. Indien krachtens het bepaalde in het eerste lid aan degene die ingevolge deze wet gehouden is premie van verzekerden in te houden vrijstelling van deze verplichting is verleend, houdt deze uit dien hoofde van de verzekerden loonbelasting in ter grootte van het bedrag dat hij, ware de vrijstelling niet verleend, van hen als premie had moeten inhouden.
-6. Met betrekking tot de in dit artikel bedoelde inkomstenbelasting en loonbelasting vindt het bepaalde bij of krachtens de artikelen 21 [22] en 22 [23] overeenkomstige toepassing.
-7. Een bedrag ter grootte van hetgeen ingevolge het bepaalde in het vijfde lid als belasting van een verzekerde is ingehouden, wordt verrekend met de door die verzekerde eventueel bij wege van aanslag verschuldigde premie.
-8. Hetgeen ingevolge het derde, het vierde en het vijfde lid aan inkomstenbelasting dan wel aan loonbelasting is geheven, wordt als inkomstenbelasting onderscheidenlijk als loonbelasting verantwoord, doch overigens voor de heffing van de inkomstenbelasting en van de loonbelasting niet als zodanig aangemerkt.
-9. Het bedrag aan premie dat een verzekerde verschuldigd zou zijn geweest indien hem niet krachtens het eerste lid vrijstelling van premiebetaling zou zijn verleend, alsmede het bedrag aan premie dat degene aan wie vrijstelling van de verplichting om van verzekerden premie in te houden, is verleend, had moeten inhouden indien hem daarvan geen vrijstelling zou zijn verleend, komt voor rekening van het Rijk.
-10. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden tevens geregeld de verdere gevolgen welke aan het verlenen van vrijstelling wegens gemoedsbezwaren zijn verbonden, alsmede de gevallen waarin de vrijstelling wordt of kan worden ingetrokken en de aan die intrekking verbonden gevolgen.
-11. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat de werkzaamheden, onderscheidenlijk de bevoegdheden, betrekking hebbende op de uitvoering van dit artikel in plaats van door de Sociale Verzekeringsbank door de Raden van Arbeid zullen worden verricht onderscheidenlijk uitgeoefend.

 

 

HOOFDSTUK  VI

De ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoerende organen

 

Art. 25 [33][MvT]
-1. Een instelling welke als ziektekostenverzekeraar wenst te worden toegelaten, richt daartoe een verzoek tot Onze Minister, die daarover het advies inwint van de Ziekenfondsraad.
-2. Bij het verzoek tot toelating worden de statuten en reglementen van de instelling overgelegd. Onze Minister kan bepalen dat nog andere gegevens moeten worden overgelegd.
-3. Het verzoek tot toelating wordt door Onze Minister gepubliceerd in de Staatscourant. Bij die publikatie wordt mededeling gedaan van een termijn binnen welke tegen het verzoek tot toelating bezwaren kunnen worden ingebracht. Onze Minister brengt deze bezwaren ter kennis van de Ziekenfondsraad, die deze betrekt in zijn ingevolge het eerste lid uit te brengen advies.
-4. Op een verzoek als bedoeld in dit artikel wordt beslist binnen zes maanden nadat het bij Onze Minister is binnengekomen.
-5. Onze Minister verleent de toelating, tenzij de instelling:
a. niet voldoet aan bij of krachtens deze wet ten aanzien
van ziektekostenverzekeraars gestelde eisen;
b. niet in staat kan worden geacht de taak van ziektekostenverzekeraar bij de uitvoering van deze wet naar behoren te vervullen;
c. niet beschikt over statuten en reglementen welke voldoen aan in redelijkheid te stellen eisen.

 

Art. 26 [34][MvT]
-1. Onze Minister is bevoegd aan de toelating als ziektekostenverzekeraar voorwaarden te verbinden.
-2. Ook op een later tijdstip kan Onze Minister alsnog, gehoord de ziektekostenverzekeraar en de Ziekenfondsraad, voorwaarden stellen dan wel voorwaarden wijzigen of aanvullen.
-3. Een beschikking als bedoeld in het vorige lid treedt niet eerder in werking dan na verloop van vier weken, te rekenen van de dag waarop de beschikking ter kennis van de ziektekostenverzekeraar is gebracht.

 

Art. 27 [35][MvT]
-1. Onze Minister trekt met ingang van een door hem te stellen datum, gehoord de Ziekenfondsraad, een toelating als ziektekostenverzekeraar in:
a. op verzoek van de ziektekostenverzekeraar;
b. indien de ziektekostenverzekeraar niet meer voldoet aan de voor toelating gestelde eisen of aan de bij of na de toelating gestelde voorwaarden;
c. indien de ziektekostenverzekeraar in ernstige mate in strijd met de wettelijke voorschriften handelt of zijn taak niet naar behoren blijkt te vervullen.
-2. De Ziekenfondsraad regelt de gevolgen van de intrekking van de toelating en de afwikkeling van de lopende zaken.

 

Art. 28 [36][MvT]
-1. Beschikkingen ingevolge de artikelen 25 [33], 26 [34] en 27 [35] worden gepubliceerd in de Staatscourant.
-2. Beschikkingen waarbij een toelating wordt geweigerd, aan voorwaarden wordt gebonden of wordt ingetrokken, dan wel na de toelating voorwaarden worden gesteld, gewijzigd of aangevuld, worden met redenen omkleed.

 

Art. 29 [37][MvT]
-1. Wijzigingen van de statuten en reglementen van een ziektekostenverzekeraar worden ten minste één maand vóór hun inwerkingtreding aan de Ziekenfondsraad overgelegd.
-2. De Ziekenfondsraad kan bepalen dat door hem aan te wijzen, op de uitvoering van deze wet betrekking hebbende besluiten van algemene strekking en belangrijke aard van een ziektekostenverzekeraar, ten minste één maand vóór hun inwerkingtreding aan de Ziekenfondsraad worden medegedeeld.
-3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid wordt een op de uitvoering van deze wet betrekking hebbend besluit van een ziektekostenverzekeraar ter kennis gebracht van de Ziekenfondsraad wanneer deze zulks verzoekt.

 

Art. 30 [38][MvT]
-1. Een orgaan dat een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren uitvoert en zich als zodanig bij Onze Minister heeft aangemeld, is uitvoerend orgaan.
-2. Het uitvoerend orgaan brengt de publiekrechtelijke ziektekostenregeling, alsmede wijzigingen daarin, ter kennis van Onze Minister.

 

Art. 31 [39].  [MvT]
-1. Een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan is verplicht, voor zover de Ziekenfondsraad zulks voor de vervulling van zijn uit deze wet voortvloeiende taak nodig acht, deze, alsmede de door hem gemachtigde personen, alle gevraagde mondelinge en schriftelijke inlichtingen en gegevens te verstrekken en inzage te geven van boeken en bescheiden welke betrekking hebben op het gevoerde beheer en de verrichte werkzaamheden.
-2. Een instelling waaraan een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan een deel van zijn werkzaamheden heeft opgedragen of overgedragen, wordt, voor zover het om die werkzaamheden gaat, voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid met een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan gelijkgesteld.

 

Art. 32 [40].  [MvT]
-1. De Ziekenfondsraad kan regelen stellen betreffende;
a. de minimumeisen waaraan de administratie van de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen ook voor wat betreft de registratie van de verzekerden voor de uitvoering van deze wet moet voldoen, met inbegrip van het verzamelen van statistische gegevens;
b. de inhoud, de vorm en het tijdstip van het door de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen bij de Ziekenfondsraad in te dienen jaarlijks verslag van hun werkzaamheden voor de uitvoering van deze wet met inbegrip van financiële gegevens betreffende de in deze wet geregelde verzekering;
c. de arbeidsvoorwaarden van het personeel van de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen belast met werkzaamheden voor de uitvoering van deze wet.
-2. Besluiten als bedoeld in het vorige lid voor zover betrekking hebbende op uitvoerende organen, behoeven de goedkeuring van Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken.

 

Art. 33 [41].  [MvT]
-1. Een ziektekostenverzekeraar levert niet zelf kunst- en hulpmiddelen aan de bij hem verzekerden; hij verzorgt evenmin zelf het ziekenvervoer en doet niet tegen betaling andere leveringen aan de bij hem verzekerden.
-2. Een ziektekostenverzekeraar neemt, behoudens toestemming van de Ziekenfondsraad in bijzondere gevallen, niet deel in bedrijven welke zich bezighouden met werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid en verschaft geen gelden voor bedrijfsuitoefening aan zodanige bedrijven. Een ziektekostenverzekeraar mag, behoudens toestemming van de Ziekenfondsraad in bijzondere gevallen, niet zijn werkzaamheden uitoefenen in gebouwen waarin tevens verkoopruimten van bedrijven als hier bedoeld aanwezig zijn.
-3. Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de uitvoerende organen.

 

 

HOOFDSTUK  VII

Overeenkomsten

 

Art. 34 [42].  [MvT]
-1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 [6] sluiten de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen overeenkomsten met personen en inrichtingen die één of meer van de krachtens het tweede lid van artikel 6 [6] vastgestelde verstrekkingen kunnen verlenen. Met inrichtingen en personen die verstrekkingen verlenen als bedoeld in het vierde lid van artikel 6 [6] worden voor wat deze verstrekkingen betreft geen overeenkomsten als hier bedoeld gesloten.
-2. De overeenkomsten als bedoeld in het vorige lid kunnen niet zijn overeenkomsten waarbij de ene partij zich verbindt in dienst van de andere partij arbeid te verrichten.
-3. Onze Minister is bevoegd in bijzondere gevallen, gehoord de Ziekenfondsraad, aan een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan toestemming te verlenen één of meer van de krachtens het tweede lid van artikel 6 [6] vastgestelde verstrekkingen te waarborgen door het sluiten van arbeidsovereenkomsten, zulks al dan niet naast overeenkomsten als bedoeld in de vorige leden. Bij het verlenen van zodanige toestemming bepaalt Onze Minister of en in hoeverre kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid van artikel 37 [45].
-4. Een instelling als bedoeld in het eerste lid van artikel 15 [16] is bevoegd, met toestemming van de Ziekenfondsraad, overeenkomsten te sluiten met de in het eerste lid bedoelde personen en inrichtingen. Deze overeenkomsten worden voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met overeenkomsten als bedoeld in het eerste lid.

 

Art. 35 [43].  [MvT]
De in het eerste lid van artikel 34 [42] bedoelde overeenkomsten houden ten minste bepalingen in betreffende:
a. het tijdstip waarop de overeenkomst aanvangt te werken en de duur van de periode waarvoor de overeenkomst gesloten is;
b. de aard en de omvang van de wederzijdse rechten en verplichtingen;
c. de voorwaarden van administratieve aard waaraan de partijen hebben te voldoen;
d. de mogelijkheid van instelling van commissies welke toezicht houden op de juiste naleving van de overeenkomst en bemiddeling verlenen bij de oplossing van geschillen welke uit de overeenkomst voortvloeien;
e. het in acht nemen van een opzeggingstermijn van ten minste een halfjaar indien in tussentijdse beëindiging van de overeenkomst is voorzien, tenzij op grond van bijzondere omstandigheden een kortere termijn redelijk moet worden geacht.

 

Art. 36 [44][MvT]
-1. De in artikel 34 [42] bedoelde overeenkomsten behoeven, behoudens het bepaalde in het vijfde lid, de goedkeuring van een door de Ziekenfondsraad in te stellen commissie, waarin de in het tweede lid van artikel 40 [48], onder 1º en 2º, van deze wet en de in het derde lid van artikel 51, onderdeel c en d, van de
Ziekenfondswet bedoelde organisaties niet zijn vertegenwoordigd. De samenstelling van deze commissie, waarin ook personen buiten de Ziekenfondsraad zitting kunnen hebben, geschiedt in overleg met Onze Minister. Indien bij een overeenkomst als bedoeld in artikel 34 [42] is bepaald dat rechten en verplichtingen van één der partijen of van beide partijen worden vastgesteld door een derde, behoeft het door de derde genomen besluit als zodanig eveneens de goedkeuring van de commissie, behoudens wanneer het uitspraken in geschillen betreft.
-2. Omtrent de inhoud van de in artikel 34 [42] bedoelde overeenkomsten wordt overleg gepleegd tussen de naar het oordeel van Onze Minister representatieve organisaties van ziekenfondsen en ziektekostenverzekeraars en een vertegenwoordiging van de uitvoerende organen enerzijds en organisaties van personen of inrichtingen als bedoeld in het eerste lid van dat artikel anderzijds.
-3. Indien het in het vorige lid bedoelde overleg tot overeenstemming heeft geleid, wordt de uitkomst daarvan onderworpen aan de goedkeuring van de in het eerste lid bedoelde commissie.
-4. De beslissing van de in het eerste lid bedoelde commissie behoeft de bekrachtiging van de Ziekenfondsraad.
-5. Indien de Ziekenfondsraad een beslissing van de in het eerste lid bedoelde commissie waarbij deze haar goedkeuring aan een overeenkomst heeft onthouden niet bekrachtigt - een zodanig besluit kan slechts worden genomen met vijf zevenden van de uitgebrachte stemmen -, behoeft de overeenkomst de goedkeuring van de Ziekenfondsraad.
-6. Indien de Ziekenfondsraad de in het vierde lid bedoelde bekrachtiging dan wel de in het vijfde lid bedoelde goedkeuring heeft verleend, wordt deze bekrachtiging onderscheidenlijk goedkeuring geacht te gelden voor de overeenkomsten, welke met de uitkomst, bedoeld in het derde lid, in overeenstemming zijn, gesloten tussen afzonderlijke ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen enerzijds en afzonderlijke personen en inrichtingen als bedoeld in het eerste lid van artikel 34 [42] anderzijds.

 

Art. 37 [45][MvT]
-1. Een ziekenfonds is verplicht met iedere binnen het werkgebied van het ziekenfonds zijn beroep uitoefenende, daartoe bevoegde persoon die één of meer van de krachtens het tweede lid van artikel 6 [6] vastgestelde verstrekkingen kan verlenen, op zijn verzoek een overeenkomst te sluiten als bedoeld in het eerste lid van artikel 34 [42], tenzij het ziekenfonds daartegen ernstige bezwaren heeft. Deze verplichting is van overeenkomstige toepassing op de ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen.
-2. Een ziekenfonds is mede verplicht met elke inrichting die één of meer van de krachtens het tweede lid van artikel 6 [6] vastgestelde verstrekkingen kan verlenen, op haar verzoek een overeenkomst te sluiten als bedoeld in het eerste lid van artikel 34 [42], tenzij het ziekenfonds daartegen ernstige bezwaren heeft, één en ander voor zover de inrichting binnen het werkgebied van het ziekenfond is gelegen of de bevolking van het werkgebied van het ziekenfonds hiervan regelmatig gebruikmaakt en de inrichting door Onze Minister, overeenkomstig het eerste lid van artikel 7 [8] als zodanig is erkend. Onze Minister wijst de inrichtingen aan met wie een ziektekostenverzekeraar of een uitvoerend orgaan een overeenkomst moet sluiten.
-3. Een instelling als bedoeld in het eerste lid van artikel 15 [16] is verplicht met iedere daarvoor in aanmerking komende erkende inrichting voor verzorging, verpleging en behandeling welke hiertoe is aangewezen door Onze Minister, op haar verzoek een overeenkomst te sluiten als bedoeld in het vierde lid van artikel 34 [42], tenzij de instelling daartegen ernstige bezwaren heeft.

 

Art. 38 [46][MvT]
Een persoon of inrichting die met een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid van artikel 34 [42] heeft gesloten, is gehouden op daartoe door een ander ziekenfonds, een andere ziektekostenverzekeraar of een ander uitvoerend orgaan gedaan verzoek met deze een gelijke overeenkomst te sluiten, tenzij die persoon of deze inrichting daartegen ernstige bezwaren heeft.

 

Art. 39 [47][MvT]
-1. Indien overeenkomsten welke nodig zijn voor het verlenen van een bepaalde verstrekking niet of niet in voldoende aantal tot stand komen dan wel indien deze overeenkomsten niet de vereiste goedkeuring verwerven, de goedkeuring niet wordt bekrachtigd of indien het besluit tot goedkeuring dan wel het besluit tot bekrachtiging door Ons wordt vernietigd, kan Onze Minister bepalen dat overeenkomsten ten aanzien van de bedoelde verstrekking slechts mogen worden gesloten met inachtneming van door hem te stellen richtlijnen.
-2. Alvorens een besluit te nemen krachtens het eerste lid, wint Onze Minister het advies van een door hem te benoemen commissie in.
-3. In afwijking van het bepaalde in de vorige leden kan Onze Minister ingeval een overeenkomst waarbij een tarief als bedoeld in het eerste lid van artikel 1 van de Wet ziekenhuistarieven (Stb. 1965, 190) in het geding is niet de vereiste goedkeuring verwerft, de goedkeuring niet wordt bekrachtigd of indien het besluit tot goedkeuring dan wel het besluit tot bekrachtiging door Ons wordt geschorst of vernietigd, een tarief aangeven dat ten hoogste in rekening mag worden gebracht. Een krachtens de eerste volzin aangegeven tarief mag niet lager zijn dan het tarief dat de betrokkene voor datgene waarop het bij de in het geding zijnde overeenkomst vastgestelde tarief betrekking heeft, op het tijdstip van het verzoek om goedkeuring van de bedoelde overeenkomst, niet in strijd met enige wettelijke bepaling, in rekening placht ie brengen.

 

 

HOOFDSTUK  VIII

De Ziekenfondsraad

 

Art. 40 [48][MvT]
-1. De Ziekenfondsraad is, met inachtneming van het bepaalde in deze wet, belast met:
a. het desgevraagd of eigener beweging uitbrengen van adviezen of het geven van voorlichting over onderwerpen welke de in deze wet geregelde verzekering raken aan Ons en Onze Minister;
b. het uit deze wet voortvloeiende toezicht op het beheer en de administratie van de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen;
c. andere taken welke hem bij of krachtens deze wet zijn of worden opgedragen.
-2. Voor de uitvoering van de taken van de Ziekenfondsraad krachtens deze wet wordt een door Onze Minister te bepalen aantal leden en plaatsvervangende leden aan de Ziekenfondsraad toegevoegd. Deze leden en plaatsvervangende leden worden aangewezen:
1º. door elk van de beide navolgende groepen van organisaties:
a. de naar het oordeel van Onze Minister representatieve organisaties van ziektekostenverzekeraars;
b. de naar het oordeel van Onze Minister representatieve organisaties van personen en inrichtingen die meer in het bijzonder zijn betrokken bij het verlenen van de krachtens het tweede lid van artikel 6 [6] vastgestelde verstrekkingen;
Onze Minister bepaalt het aantal leden en plaatsvervangende leden dat door elke organisatie wordt aangewezen;
2º. door Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken uit de uitvoerende organen.
Het bepaalde in de artikelen 53 tot en met 59 van de Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing.
-3. Het oordeel van de Ziekenfondsraad wordt gevraagd over alle aangelegenheden welke de in deze wet geregelde verzekering betreffen, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zulks niet mogelijk is wegens het spoedeisende karakter van een te treffen maatregel.
-4. De artikelen 68 tot en met 70 van de Ziekenfondswet zijn ten opzichte van ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 41 [49][MvT]
-1. De Ziekenfondsraad is voor de uitvoering van zijn taken krachtens deze wet aan Onze Minister verantwoordelijk. Onze Minister kan de Ziekenfondsraad aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van diens taken ingevolge deze wet.
-2. De artikelen 62 tot en met 64 en 66 van de
Ziekenfondswet zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 42 [50][MvT]
De kosten welke voor de Ziekenfondsraad en zijn secretariaat uit de uitvoering van deze wet voortvloeien, worden gedekt uit de middelen van het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's.

 

Art. 43 [51][MvT]
-1. Er is een Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's. De Ziekenfondsraad is belast met het beheer van het fonds. Hij is voor het beheer verantwoordelijk en rekenplichtig aan Onze Minister. Onze Minister kan de Ziekenfondsraad aanwijzingen geven met betrekking tot het te voeren beheer.
-2. Het ingevolge het tweede lid van artikel 72 van de
Ziekenfondswet ingestelde college oefent ten behoeve van Onze Minister tevens toezicht uit op het door de Ziekenfondsraad in het kader van deze wet gevoerde beheer. Bij of krachtens de in het genoemde artikel bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regelen worden gegeven.
-3. Het bepaalde bij het derde lid van artikel 72 van de
Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing.
-4. De Ziekenfondsraad biedt Onze Minister vóór 31 december van elk jaar een verslag aan omtrent de toestand van het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's per 31 december van het voorafgaande jaar, met de rekening over dat jaar. De rekening behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Het verslag wordt algemeen verkrijgbaar gesteld.

 

Art. 44 [52][MvT]
De middelen van het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's worden, behalve ter dekking van de in artikel 42 [50] bedoelde kosten, aangewend:
a. ter dekking van de kosten van de in deze wet geregelde verzekering;
b. tot het doen van uitgaven voor deze verzekering voortvloeiende uit enige andere wettelijke regeling of uit overeenkomsten;
c. tot het bevorderen van wetenschappelijke onderzoekingen en publikaties welke naar het oordeel van de Ziekenfondsraad voor de in deze wet geregelde voorzieningen van belang zijn, met dien verstande dat de totale uitgaven voor dit doel niet hoger mogen zijn dan een jaarlijks door de Ziekenfondsraad te bepalen en in zijn begroting op te nemen bedrag;
d. voor andere door de Ziekenfondsraad aan te geven doeleinden verband houdende met de in deze wet geregelde verzekering of met de volksgezondheid in het algemeen;
e. tot het vormen van een reserve, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te geven voorschriften.

 

Art. 45 [53][MvT]
Onze Minister kan voorschriften vaststellen met betrekking tot de belegging van de gelden van het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's.

 

Art. 46 [54].
Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld voor het doen van uitkeringen ter dekking van de voor de uitvoering van de in deze wet geregelde verzekering gemaakte kosten.

 

 

HOOFDSTUK  IX

Het verstrekken van inlichtingen

 

Art. 47 [56][MvT]
-1. Ieder is verplicht aan de Ziekenfondsraad, de Sociale Verzekeringsraad, de Sociale Verzekeringsbank, de Raad van Arbeid, de Rijksbelastingdienst, de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters, het gemeentebestuur of aan een daartoe door of vanwege één van deze instanties aangewezen persoon de ten behoeve van de uitvoering van deze wet van hem verlangde inlichtingen te geven.
-2. De inlichtingen moeten, indien dit wordt verzocht, schriftelijk worden verstrekt binnen een door een in het eerste lid bedoelde instantie of persoon schriftelijk te stellen termijn.
-3. Ieder is verplicht aan een in het eerste lid bedoelde instantie of aan een door of vanwege deze daartoe aangewezen persoon desgevraagd inzage te verlenen van boeken, bescheiden en andere stukken, voor zover dit nodig is ten behoeve van de uitvoering van deze wet.

 

Art. 48 [57][MvT]
-1. De bedrijfsverenigingen en het Gemeenschappelijk Administratiekantoor, bedoeld in de Organisatiewet Sociale Verzekering, zijn gehouden aan een in het eerste lid van het vorige artikel [56] bedoelde instantie of aan een door of vanwege deze daartoe aangewezen persoon kosteloos de inlichtingen welke ten behoeve van de uitvoering van deze wet worden verlangd, te verstrekken en toe te zenden.
-2. Publiekrechtelijke lichamen zijn verplicht op de door Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan te geven wijze kosteloos hun medewerking te verlenen tot het verkrijgen van de inlichtingen benodigd voor de uitvoering van deze wet.
-3. Alle ambtenaren tot afgifte van uittreksels uit registers van burgerlijke stand bevoegd zijn verplicht aan een in het eerste lid van het vorige artikel [56] bedoelde instantie de door deze gevraagde uittreksels uit die registers kosteloos toe te zenden

 

 

HOOFDSTUK  X

Recht van beroep; schorsing en vernietiging van besluiten

 

§ 1.  Recht van beroep

 

Art. 49 [58][MvT]
-1. Aan de belanghebbende wordt, desverlangd, kennis gegeven van een beslissing betreffende:
a. de inschrijving als verzekerde;
b. het verlenen van een verstrekking als bedoeld in het tweede, vijfde en zesde lid van artikel 6 [6] of een vergoeding als bedoeld in de artikelen 10 [11] en 11 [12].
-2. Een kennisgeving als in het vorige lid bedoeld, vermeldt de dagtekening van de beslissing, de gronden waarop deze berust, alsmede naam en adres van het college waarbij ingevolge het bepaalde in het volgende artikel [59+61] beroep kan worden ingesteld en de termijn van beroep.
-3. Indien artikel 51 [62] van toepassing is, wordt de daarbij voorgeschreven procedure tevens in de kennisgeving vermeld.

 

Art. 50 [59+61][MvT]
-1. Tegen een beslissing waarvan ingevolge het bepaalde in het vorige artikel [58] schriftelijk kennis wordt gegeven, staat voor de belanghebbende beroep open.
-2. Over het in het vorige lid bedoelde beroep wordt geoordeeld door de raden van beroep en door de Centrale Raad van Beroep, bedoeld in de Beroepswet.
-3. Indien een beroep tegen een beslissing als bedoeld in artikel 49 [58], eerste lid, onderdeel b, uitsluitend betreft een geschil van geneeskundige aard, vinden de artikelen 135 tot en met 144 van de Beroepswet toepassing.
-4. Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens een der artikelen 1 [1], tweede en derde lid, 2 [2], 3 [3] en 5 [5].
-5. Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.

 

Art. 51 [62][MvT]
-1. In de gevallen, bedoeld in artikel 49 [58], eerste lid, onderdeel b, wint de belanghebbende, alvorens in beroep te gaan, het advies in van de Ziekenfondsraad binnen dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing.
-2. De Ziekenfondsraad brengt dit advies uit binnen dertig dagen na de ontvangst van het desbetreffende verzoek.
-3. De Ziekenfondsraad zendt een afschrift van het advies aan het betrokken ziekenfonds, de betrokken ziektekostenverzekeraar of het betrokken uitvoerend orgaan.
-4. De belanghebbende kan beroep instellen binnen dertig dagen na ontvangst van het advies.
-5. De belanghebbende die een advies als in het eerste lid bedoeld, heeft ingewonnen, legt, indien hij in beroep gaat, het advies over bij zijn klaagschrift.

 

Art. 52 [-][MvT]
-1. Voor zover in de volgende leden niet anders is bepaald, zijn, naargelang de ingevolge deze wet verschuldigde premies bij wege van aanslag dan wel bij wijze van inhouding worden geheven, de voor de heffing van de inkomstenbelasting onderscheidenlijk de loonbelasting geldende regelen inzake de rechtsmiddelen van overeenkomstige toepassing.
-2. De inspecteur der belastingen doet op een bezwaarschrift eerst uitspraak nadat is komen vast te staan dat geen feiten en omstandigheden in geding zijn welke tevens van belang zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting of de loonbelasting ten laste van de belanghebbende, dan wel, voor zover zulks wel het geval is, de beslissing daaromtrent voor de heffing van die belastingen onherroepelijk is geworden.
-3. Met betrekking tot aangelegenheden waarbij feiten en omstandigheden in geding zijn welke tevens van belang zijn voor de heffing van de inkomstenbelasting of de loonbelasting ten laste van de belanghebbende, neemt de termijn voor het instellen van beroep niet eerder een aanvang dan op de datum waarop de beslissing daaromtrent voor de heffing van die belastingen onherroepelijk is komen vast te staan.
-4. Tegen hetgeen omtrent de toepassing van de artikelen 2 [2], 3 [3] en 18 [19], derde lid, onderdeel a, alsmede omtrent het belastbaar inkomen voor de heffing van de inkomstenbelasting dan wel het zuivere loon voor de heffing van de loonbelasting onherroepelijk is komen vast te staan, is beroep niet toegelaten.

 

Art. 53 [-][MvT]
Bij Ons kan door iedere belanghebbende voorziening worden gevraagd:
a. van een beslissing van de Ziekenfondsraad als bedoeld in artikel 55 [64] en in het eerste lid van artikel 69 [-];
b. van een beschikking van Onze Minister op grond van de artikelen 7 [8], 25 [33], 26 [34], 27 [35], 34 [42], 37 [45] en 39 [47].

 

Art. 54 [-][MvT]
-1. Een voorziening als bedoeld in het vorige artikel [-] wordt gevraagd binnen dertig dagen na verzending van de kennisgeving van de bestreden beslissing.
-2. Behoudens indien voorziening wordt gevraagd tegen een beschikking op grond van de artikelen 27 [35], 34 [42] en 37 [45], heeft het vragen van voorziening geen schorsende werking.

 

Art. 55 [64][MvT]
Bij afwijzing van verzoeken als bedoeld in de artikelen 37 [45] en 38 [46] kan de beslissing van de Ziekenfondsraad worden ingeroepen.

 

 

§ 2.  Schorsing en vernietiging van besluiten

 

Art. 56 [65][MvT]
Het bepaalde in de artikelen 81 tot en met 83 van de
Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van door de Ziekenfondsraad krachtens deze wet genomen besluiten.

 

 

HOOFDSTUK  XI

Strafbepalingen

 

Art. 57 [66][MvT]
Hij die werkzaamheden verricht welke ingevolge deze wet uitsluitend aan ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen zijn toegestaan of die zodanige werkzaamheden blijft verrichten nadat zijn toelating overeenkomstig het bepaalde in artikel 36 der
Ziekenfondswet of artikel 27 [35] van deze wet is ingetrokken of die voorwaarden waaronder toelating is verleend, overtreedt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste 600 gulden.

 

Art. 58 [67][MvT]
Hij die handelt in strijd met het bepaalde in artikel 33 [41] wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste 300 gulden.

 

Art. 59 [68][MvT]
Hij die niet voldoet aan één der verplichtingen, bedoeld in de artikelen 31 [39] en 47 [56], wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste 600 gulden.

 

Art. 60 [69][MvT]
Hij die op grond van bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen gehouden is inlichtingen of gegevens te verstrekken, een aangifte of mededeling te doen of een verklaring af te leggen en daarbij opzettelijk een valse opgave doet dan wel opzettelijk in strijd met bedoelde gehoudenheid iets verzwijgt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

 

Art. 61 [70][MvT]
Hij die op andere wijze dan door het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen opzettelijk een opgave in strijd met de waarheid doet, zulks met het oogmerk om alsdus een verstrekking of een grotere verstrekking, een vergoeding of een hogere vergoeding ingevolge deze wet te verkrijgen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

 

Art. 62 [71][MvT]
Overtreding van bepalingen van een krachtens
deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van ten hoogste 100 gulden.

 

Art. 63 [72][MvT]
-1. Indien een bij of krachtens deze wet strafbaar gesteld feit wordt gepleegd door of vanwege een lichaam, wordt de strafvervolging ingesteld en worden de straffen uitgesproken hetzij tegen dat lichaam, hetzij tegen hen die tot het feit opdracht hebben gegeven of die feitelijk leiding hebben gehad bij het verboden handelen of nalaten, hetzij tegen beide.
-2. Een bij of krachtens deze wet strafbaar gesteld feit wordt onder meer gepleegd door of vanwege een lichaam indien het gepleegd wordt door personen die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit anderen hoofde handelen in de sfeer van het lichaam, ongeacht of deze personen ieder afzonderlijk het strafbaar feit hebben gepleegd dan wel bij hen gezamenlijk de elementen van dat feit aanwezig zijn.
-3. Indien een strafvervolging wordt ingesteld tegen een lichaam, wordt het tijdens de vervolging vertegenwoordigd door de bestuurder en, indien er meer bestuurders zijn, door één dezer. De vertegenwoordiger kan bij gemachtigde verschijnen.
Het gerecht kan de persoonlijke verschijning van een bepaalde bestuurder bevelen; hij kan alsdan zijn medebrenging gelasten.
-4. Indien een strafvervolging wordt ingesteld tegen een lichaam, vindt artikel 538, onder 2º, van het Wetboek van Strafvordering overeenkomstige toepassing.

 

Art. 64 [73][MvT]
Met het opsporen van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast:
a. de overige ambtenaren van Rijks- en Gemeentepolitie;
b. de personen daartoe door Onze Minister aangewezen.

 

Art. 65 [74][MvT]
-1. De in artikel 64 [73] bedoelde personen hebben te allen tijde toegang tot alle plaatsen waarvan naar hun redelijk oordeel de betreding voor de vervulling van hun taak nodig is.
-2. Wordt aan de in artikel 64 [73] bedoelde personen de toegang geweigerd of belemmerd of wordt hun op aanmelding tot toelating niet geantwoord, dan verschaffen zij zich de toegang desnoods met inroeping van de sterke arm.
-3. De artikelen 120 tot en met 123 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 66 [75][MvT]
-1. Allen die betrokken zijn of zijn geweest bij de uitvoering van deze wet zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hun in hun hoedanigheid is bekend geworden, voor zover zij niet in hun hoedanigheid tot mededeling daarvan bevoegd of verplicht zijn.
-2. Hij die de bij het vorige lid opgelegde geheimhouding opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste 600 gulden.
-3. Hij aan wiens schuld schending van die geheimhouding te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste 300 gulden.
-4. Geen vervolging heeft plaats dan op klachte.

 

Art. 67 [76][MvT]
De in de artikelen 60 [69], 61 [70] en 66 [75] bedoelde strafbare feiten worden als misdrijven, de in de artikelen 57 [66], 58 [67] en 59 [68] en 62 [71] bedoelde strafbare feiten als overtredingen beschouwd.

 

 

HOOFDSTUK  XII

Overgangs- en slotbepalingen

 

Art. 68 [77][MvT]
Voor zover deze wet niet anders bepaalt, wordt hetgeen tot haar uitvoering nodig is bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld.

 

Art. 69 [-][MvT]
-1. In afwachting van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 46 [54], doet de Ziekenfondsraad uit het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's aan de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen jaarlijks uitkeringen tot zodanige bedragen dat de kosten door de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen gemaakt ten behoeve van de in deze wet geregelde verzekering, door de uitkeringen worden gedekt. De Ziekenfondsraad laat daarbij uitgaven welke hij niet verantwoord acht buiten beschouwing.
-2. Onze Minister kan voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid regelen stellen. Daarbij kan hij, met afwijking van het bepaalde in het eerste lid, bepalen dat de uitkeringen voor zover dienende ter dekking van kosten van administratie en beheer van de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen, worden beperkt tot een door hem of door de Ziekenfondsraad te stellen bedrag per ingeschreven verzekerde.
-3. Op de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschotten worden verleend naar door de Ziekenfondsraad te stellen regelen.

 

Art. 70 [-][MvT]
-1. Een overeenkomst met betrekking tot de verzekering van geneeskundige verzorging of de kosten daarvan, gesloten door degene die als verzekerde bij een ziekenfonds of een ziektekostenverzekeraar wordt ingeschreven dan wel deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, vervalt met ingang van de dag waarop de verzekeraar van de verzekerde mededeling van de inschrijving onderscheidenlijk van het deelnemerschap ontvangt, voor zover aan de overeenkomst rechten kunnen worden ontleend gelijkwaardig aan die welke uit de in deze wet geregelde verzekering voortvloeien.
-2. De premie welke degene wiens verzekering krachtens het bepaalde in het eerste lid geheel of gedeeltelijk is vervallen, heeft vooruitbetaald, wordt door de verzekeraar al naargelang van het vervallen gedeelte der overeenkomst terugbetaald, onder aftrek van ten hoogste 25 percent van het terug te betalen bedrag voor administratiekosten.

 

Art. 71 [-][MvT]
Wanneer het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's tijdelijk niet voldoende middelen heeft tot dekking van de kosten welke ingevolge artikel 44 [52] ten laste van dat fonds komen, verstrekt het Rijk renteloze voorschotten aan het fonds onder door Onze Minister en Onze Minister van Financiën te stellen voorwaarden.

 

Art. 72 [-][MvT]
Het eerste, tweede en derde lid van artikel 2 van de Wet op het Preventiefonds wordt gelezen als volgt:
-1. De Ziekenfondsraad stort jaarlijks, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen, uit de Algemene Kas, bedoeld in artikel 63 van de
Ziekenfondswet, in het Preventiefonds een bedrag van zes miljoen gulden en uit het Algemeen Fonds Zware Geneeskundige Risico's, bedoeld in artikel 63 [72] van de Algemene Wet Zware Geneeskundige Risico's, een bedrag van tien miljoen gulden.
-2. De in het vorige lid genoemde bedragen worden bij algemene maatregel van bestuur met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen verhoogd of verlaagd, al naargelang het indexcijfer van de lonen is gestegen of gedaald.
-3. Onder het indexcijfer van de lonen, bedoeld in het vorige lid, wordt verstaan het nader bij algemene maatregel van bestuur ingevolge het tiende lid van artikel 9 van de Algemene Ouderdomswet aangegeven gewogen gemiddelde indexcijfer der lonen van volwassen arbeiders.

 

Art. 73 [-][MvT]
Aan het derde lid van artikel 3 van de Wet op het schadeverzekeringsbedrijf (Stb. 1964, 409) wordt toegevoegd:
g. ondernemingen die overeenkomstig artikel 25 van de Algemene Ziekteverzorgingswet zijn toegelaten, voor zover betreft de uitvoering van die wet.

 

Art. 74 [79].
-1. Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Algemene Wet Zware Geneeskundige Risico's".¹
-2. De artikelen van deze wet treden in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

1. Redactie: Tijdens de parlementaire behandeling is de citeertitel van deze wet vervangen door: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

 

 

     Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven

 

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

De Staatssecretaris van Financiën,

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | AWBZ | MvT | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x