|
Kamerstukken II
1975-1976, 13 872 (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 905 (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 19)
Verklaring
dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering
in de Grondwet van bepalingen inzake
grondrechten
| Nr.r1 |
KONINKLIJKE
BOODSCHAP (eerste lezing) |
Aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal
Wij
bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van Wet houdende
verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot
verandering in de Grondwet van
bepalingen inzake grondrechten.
De toelichtende
memorie
(en bijlagen), die het Wetsontwerp vergezelt, bevat de gronden waarop
het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige
bescherming.
Soestdijk, 2 april 1976
JULIANA
| Nr.r2 |
ONTWERP
VAN WET (eerste lezing) |
WIJ
JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er
grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet
van bepalingen inzake grondrechten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
Er bestaat grond het hierna in de artikelen II tot en met
V omschreven voorstel tot
verandering in de Grondwet
in overweging te nemen.
Art.
II. [MvT]
In de Grondwet
wordt het volgende opgenomen:
HOOFDSTUK 1.
Grondrechten
Art.
1.1 [1].
[MvT]
Allen die zich in Nederland bevinden,
worden in gelijke gevallen gelijk
behandeld. Discriminatie wegens
godsdienst, levensovertuiging, politieke
gezindheid, ras of geslacht is niet
toegestaan.
Art.
1.3. [3].
[MvT]
Alle Nederlanders zijn op gelijke voet
in openbare dienst benoembaar.
Art.
1.4. [4].
[MvT]
Iedere Nederlander heeft gelijkelijk
recht de leden van algemeen
vertegenwoordigende organen te verkiezen
alsmede tot lid van deze organen te
worden verkozen, behoudens bij of
krachtens de wet gestelde beperkingen en
uitzonderingen.
Art.
1.5 [5].
[MvT]
leder heeft het recht verzoeken
schriftelijk bij het bevoegd gezag in te
dienen.
Art.
1.6 [6].
[MvT]
-1. leder heeft het recht zijn
godsdienst of levensovertuiging,
individueel of in gemeenschap met
anderen, vrij te belijden, behoudens
ieders verantwoordelijkheid volgens de
wet.
-2. De wet kan ter zake van de
uitoefening van dit recht buiten
gebouwen en besloten plaatsen regels
stellen ter bescherming van de
gezondheid, in het belang van het
verkeer en ter bestrijding of voorkoming
van wanordelijkheden.
Art.
1.7 [7].
[MvT]
-1. Niemand heeft voorafgaand verlof
nodig om door de drukpers gedachten of
gevoelens te openbaren, behoudens ieders
verantwoordelijkheid volgens de wet.
-2. De wet stelt regels omtrent radio en
televisie. Er is geen voorafgaand
toezicht op de inhoud van een radio- of
televisie-uitzending.
-3. Voor het openbaren van gedachten of
gevoelens door andere dan in de
voorgaande leden genoemde middelen heeft
niemand voorafgaand verlof nodig wegens
de inhoud daarvan, behoudens ieders
verantwoordelijkheid volgens de wet. De
wet kan het geven van vertoningen
toegankelijk voor personen jonger dan 16
jaar regelen ter bescherming van
de goede zeden.
-4. De voorgaande leden zijn niet van
toepassing op het maken van
handelsreclame.
Art.
1.8 [8].
[MvT]
Het recht tot vereniging wordt erkend.
Bij de wet kan dit recht worden beperkt
in het belang van de openbare orde en de
goede zeden.
Art.
1.9 [9].
[MvT]
-1. Het recht tot vergadering en
betoging wordt erkend, behoudens ieders
verantwoordelijkheid volgens de wet.
-2. De wet kan regels stellen ter
bescherming van de gezondheid, in het
belang van het verkeer en ter
bestrijding of voorkoming van
wanordelijkheden.
Art.
1.10 [10].
[MvT]
-1. leder heeft, behoudens bij of
krachtens de wet te stellen beperkingen,
recht op eerbiediging van zijn
persoonlijke levenssfeer.
-2. De wet stelt regels ter bescherming
van de persoonlijke levenssfeer in
verband met het vastleggen van
persoonsgegevens.
-3. De wet stelt regels inzake de
aanspraken van personen op kennisneming
van over hen vastgelegde gegevens en van
het gebruik dat daarvan wordt gemaakt,
alsmede op verbetering van zodanige
gegevens.
Art.
1.11 [12].
[MvT]
-1. Het binnentreden in een woning tegen
de wil van de bewoner is alleen
geoorloofd in de gevallen bij of
krachtens de wet bepaald, door hen die
daartoe bij of krachtens de wet zijn
aangewezen.
-2. Voor het binnentreden overeenkomstig
het voorgaande lid is desgevraagd
voorafgaande legitimatie en mededeling
van het doel van het binnentreden
vereist. Aan de bewoner wordt een
schriftelijk verslag van het
binnentreden verstrekt.
Art.
1.12 [13].
[MvT]
Het brief-, telefoon- en telegraafgeheim
is onschendbaar, behalve, in de gevallen
bij de wet bepaald, door of met
machtiging van hen die daartoe bij de
wet zijn aangewezen.
Art.
1.13 [14].
[MvT]
-1. Onteigening kan alleen geschieden in
het algemeen belang en tegen vooraf
verzekerde schadeloosstelling, één en
ander naar bij of krachtens de wet te
stellen voorschriften.
-2. De schadeloosstelling behoeft niet
vooraf verzekerd te zijn wanneer in
geval van nood onverwijld onteigening
geboden is.
-3. In de gevallen bij of krachtens de
wet bepaald bestaat recht op
schadeloosstelling of tegemoetkoming in
de schade indien in het algemeen belang
eigendom door het bevoegd gezag wordt
vernietigd of onbruikbaar gemaakt of de
uitoefening van het eigendomsrecht wordt
beperkt.
Art.
1.14 [15].
[MvT]
-1. Buiten de gevallen bij of krachtens
de wet bepaald mag niemand zijn vrijheid
worden ontnomen.
-2. Hij aan wie anders dan op
rechterlijk bevel zijn vrijheid is
ontnomen, kan aan de rechter zijn
invrijheidstelling verzoeken. Hij wordt
in dat geval door de rechter gehoord
binnen een bij de wet te bepalen
termijn. De rechter gelast de
onmiddellijke invrijheidstelling indien
hij de vrijheidsontneming onrechtmatig
oordeelt.
-3. De berechting van hem aan wie met
het oog daarop zijn vrijheid is
ontnomen, vindt binnen een redelijke
termijn plaats.
-4. Hij aan wie rechtmatig zijn vrijheid
is ontnomen, kan worden beperkt in de
uitoefening van grondrechten voor zover
deze zich niet met de vrijheidsontneming
verdraagt.
Art.
1.15 [16].
[MvT]
Geen feit is strafbaar dan uit kracht
van een daaraan voorafgegane wettelijke
strafbepaling.
Art.
1.16 [17].
[MvT]
Niemand kan tegen zijn wil worden
afgehouden van de rechter die de wet hem
toekent.
Art.
III. [MvT]
Aan de Grondwet
worden de volgende additionele artikelen
toegevoegd:
Art. A 1.4.
[MvT
+ bis]
Artikel 1.4 [4]
treedt ten aanzien van algemeen
vertegenwoordigende organen welke op het
tijdstip van de inwerkingtreding van artikel 1.4
[4]
bestaan, doch waarvan de leden niet
overeenkomstig het bepaalde in dat
artikel worden verkozen, eerst in
werking zodra de verkiezing van de leden
van het betreffende orgaan in
overeenstemming met artikel 1.4
[4]
is geregeld.
Art. A 1.6.1. [MvT]
Artikel 1.6 [6],
voor zover dit betrekking heeft op de
uitoefening buiten gebouwen en besloten
plaatsen van het in artikel 1.6 [6],
eerste lid, omschreven recht, treedt
eerst na vijf jaren of op een bij of
krachtens de wet te bepalen eerder
tijdstip in werking.
Art. A 1.9. [MvT]
Artikel 1.9 [9],
voor zover dit betrekking heeft op het
recht tot betoging, treedt eerst na vijf
jaren of op een bij of krachtens de wet
te bepalen eerder tijdstip inwerking.
Art. A 1.10. [MvT
+ bis]
Artikel 1.10 [10],
eerste lid, treedt eerst na vijf jaren
of op een bij of krachtens de wet te
bepalen eerder tijdstip inwerking. Deze
termijn kan bij de wet worden verlengd.
Het tijdstip van inwerkingtreding kan
voor de onderscheidene
toepassingsgebieden van artikel 1.10 [10],
eerste lid, verschillend worden gesteld.
Art. A 1.12. [MvT]
Artikel 1.12 [13],
behoudens, voor wat betreft het
briefgeheim, ten aanzien van aan de post
of een andere openbare instelling van
vervoer toevertrouwde brieven, treedt
eerst na vijf jaren of op een bij of
krachtens de wet te bepalen eerder
tijdstip in werking.
Art. A 1.15. [MvT
+ bis]
Artikel 1.15 [16]
is niet van toepassing ten aanzien van
feiten strafbaar gesteld krachtens het Besluit
Buitengewoon Strafrecht.
Art.
IV. [MvT]
Additioneel artikel X wordt vernummerd
tot additioneel artikel A 1.6.2.
Art.
V. [MvT]
De artikelen 4, eerste lid, 5, 7-9, 165,
166, 170, eerste lid, 171-173, 181-187
en additioneel artikel II van de Grondwet,
alsmede de opschriften boven de
artikelen 1 en 181, vervallen.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst, en dat alle
ministeriële departementen,
autoriteiten, colleges en ambtenaren,
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De
Minister-President, Minister van
Algemene Zaken,
De
Minister van Binnenlandse Zaken,
De
Staatssecretaris van Justitie,
|
|