|
Kamerstukken II 1979-1980,
16 036 (R 1139) (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 911 (R 1171) (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 25)
Verklaring
dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering
in de Grondwet strekkende tot opneming
van een bepaling inzake de ministerraad alsmede tot wijziging van de
bepaling inzake het contraseign
| Nr.r1 |
KONINKLIJKE
BOODSCHAP (eerste lezing) |
Aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal
Aan de Staten van de
Nederlandse Antillen
Wij
bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van Rijkswet houdende
verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot
verandering in de Grondwet
strekkende tot opneming van een bepaling
inzake de ministerraad alsmede tot wijziging van de bepaling inzake het
contraseign.
De toelichtende
memorie
(en bijlagen), die het Wetsontwerp vergezelt, bevat de gronden waarop
het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige
bescherming.
Soestdijk, 4 februari 1980
JULIANA
| Nr.r2 |
ONTWERP
VAN RIJKSWET (eerste lezing) |
WIJ
JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er
grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet strekkende tot opneming van een bepaling inzake de
ministerraad alsmede tot wijziging van de bepaling inzake het
contraseign;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut
voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
Er
bestaat grond het hierna in de artikelen
II en III omschreven voorstel tot
verandering in de Grondwet
in overweging
te nemen.
Art.
II.
In
een in de Grondwet
op te nemen hoofdstuk
2, Regering, paragraaf 2 Koning en
ministers,
wordt het volgende opgenomen:
Art. 2.2.4 [45].
[MvT]
-1.
De ministers vormen tezamen de
ministerraad.
-2.
De minister-president is voorzitter van
de ministerraad.
-3.
De ministerraad bevordert de eenheid van
het regeringsbeleid.
Art. 2.2.6 [47].
[MvT]
Alle
wetten en koninklijke besluiten worden
door de Koning en mede door één of meer
ministers of staatssecretarissen
ondertekend.
Art.
III.
Artikel
86, zevende lid, van de Grondwet
vervalt.
Lasten
en bevelen, dat deze Rijkswet in het
Staatsblad en het Publicatieblad van de
Nederlandse Antillen zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële
departementen, autoriteiten, colleges en
ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen
houden.
Gegeven
De Minister-President, Minister van
Algemene Zaken,
De
Minister van Binnenlandse Zaken,
|