|
Kamerstukken II 1977-1978,
15 047 (R 1099) (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 917 (R 1174) (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 30)
Verklaring
dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering
in de Grondwet
van bepalingen betreffende de wetgevende macht en de algemene
maatregelen van bestuur, alsmede tot opneming van bepalingen betreffende
andere voorschriften
| Nr.r1 |
KONINKLIJKE
BOODSCHAP (eerste lezing) |
Aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal
Aan de Staten van de
Nederlandse Antillen
Wij
bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van Rijkswet,
houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te
nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen betreffende de
wetgevende macht en de algemene maatregelen van
bestuur, alsmede tot
opneming van bepalingen betreffende andere
voorschriften.
De toelichtende
memorie
(en bijlagen), die het Wetsontwerp vergezelt, bevat de gronden waarop
het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige
bescherming.
Soestdijk, 30 mei 1978
JULIANA
| Nr.r2 |
ONTWERP
VAN RIJKSWET (eerste lezing) |
WIJ
JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat er
grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet
betreffende de wetgevende macht en de algemene maatregelen van
bestuur, alsmede tot
opneming van bepalingen betreffende andere
voorschriften;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
de bepalingen van het Statuut
voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Er
bestaat grond het hierna in de artikelen
II tot en met IV omschreven voorstel tot
verandering in de Grondwet
in overweging
te nemen.
Art.
II. [MvT]
In
de Grondwet
wordt het volgende
opgenomen:
HOOFDSTUK
5. Wetgeving en bestuur
§
1. Wetten en andere voorschriften
Art.
5.1.1 [81]. [MvT]
De
vaststelling van wetten geschiedt door
de regering en de Staten-Generaal
gezamenlijk.
Art.
5.1.2 [82]. [MvT]
-1.
Voorstellen van wet kunnen worden
ingediend vanwege de Koning en vanwege
de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
-2.
Voorstellen van wet waarvoor behandeling
door de Staten-Generaal in verenigde
vergadering is voorgeschreven, kunnen
worden ingediend vanwege de Koning en,
voor zover de betreffende artikelen van
hoofdstuk 2 dit toelaten, vanwege de
verenigde vergadering.
Art.
5.1.3 [83]. [MvT]
Voorstellen
van wet, ingediend vanwege de Koning,
worden gezonden aan de Tweede Kamer of,
indien daarvoor behandeling door de
Staten-Generaal in verenigde
vergadering is voorgeschreven, aan deze
vergadering.
Art.
5.1.4 [84]. [MvT]
Zolang
een voorstel van wet, ingediend vanwege
de Koning, niet door de Tweede Kamer
onderscheidenlijk de verenigde
vergadering is aangenomen, kan het door
deze en vanwege de regering worden
gewijzigd.
Art.
5.1.5 [85]. [MvT]
Zodra
de Tweede Kamer een voorstel van wet
heeft aangenomen of tot indiening van
een voorstel heeft besloten, zendt zij
het aan de Eerste Kamer. Zij kan één of
meer van haar leden opdragen een vanwege
haar ingediend voorstel in de Eerste
Kamer te verdedigen.
Art. 5.1.6 [86]. [MvT]
Zolang
een voorstel van wet niet door de
Staten-Generaal is aangenomen, kan het
vanwege de voorsteller worden
ingetrokken.
Art.
5.1.7 [87]. [MvT]
-1.
Een voorstel wordt wet, zodra het door
de Staten-Generaal is aangenomen en
door de Koning is bekrachtigd.
-2.
De Koning en de Staten-Generaal geven
elkaar kennis van hun besluit omtrent
enig voorstel van wet.
Art.
5.1.8 [88]. [MvT]
De
wet regelt de bekendmaking en de
inwerkingtreding van de wetten. Zij
treden niet in werking voordat zij zijn
bekendgemaakt.
Art.
5.1.9 [89].
[MvT]
-1.
Algemene maatregelen van bestuur worden
bij koninklijk besluit vastgesteld.
-2.
Voorschriften, door straffen te
handhaven, worden daarin alleen gegeven
krachtens de wet. De wet regelt de op te
leggen straffen.
-3.
De wet regelt de bekendmaking en de
inwerkingtreding van de algemene
maatregelen van bestuur. Zij treden niet
in werking voordat zij zijn
bekendgemaakt.
-4.
Het tweede en derde lid zijn van
overeenkomstige toepassing op andere
vanwege het Rijk vastgestelde algemeen
verbindende voorschriften.
Art.
III. [MvT]
Aan
de Grondwet
worden de volgende
additionele artikelen toegevoegd:
Art.
A 5.1.8. [MvT]
Het
formulier van afkondiging, vastgesteld
bij artikel 81, en de formulieren van
verzendingen kennisgeving, vastgesteld
bij de artikelen 123,124,127, 128 en 130
van de Grondwet
naar de tekst van 1972,
blijven van kracht totdat daarvoor een
regeling is getroffen.
Art.
A 5.1.9. [MvT]
Gedurende
vijf jaren of een bij of krachtens de
wet te bepalen kortere termijn wordt
artikel 5.1.9 [89], vierde lid, gelezen: Het
tweede lid is van overeenkomstige
toepassing op andere
vanwege het Rijk vastgestelde algemeen
verbindende voorschriften. Deze voorschriften treden
niet in werking voordat zij zijn
bekendgemaakt.
Art.
IV. [MvT]
De
artikelen 57, 78, 80, 81, 119, 120, eerste
lid, 121 tot en met 130 en 131, eerste lid, van de Grondwet, alsmede de opschriften boven
artikel 119, vervallen.
Lasten
en bevelen, dat deze Rijkswet in het
Staatsblad en het Publicatieblad van de
Nederlandse Antillen zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële
departementen, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen
houden.
Gegeven
De Minister-President,
Minister van Algemene
Zaken,
De Minister van Binnenlandse
Zaken,
De
Staatssecretaris van Justitie,
|
|