St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

GRONDWET  van  1983

Eerste lezing
 
 

20. Ombudsman

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING (eerste lezing)

 
Kamerstukken II 1979-1980, 16 057 (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 924 (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 37)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet strekkende tot opneming van een bepaling betreffende de instelling van één of meer algemene, onafhankelijke organen voor het onderzoek van klachten betreffende overheidsgedragingen

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP  (eerste lezing)

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van Wet houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet strekkende tot opneming van een bepaling betreffende de instelling van één of meer algemene, onafhankelijke organen voor het onderzoek van klachten betreffende overheidsgedragingen.
     De toelichtende memorie (en bijlagen), die het Wetsontwerp vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

Soestdijk, 12 februari 1980

 

JULIANA

 

 

 

Nr.r2 ONTWERP  VAN  WET  (eerste lezing)

 

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet strekkende tot opneming van één bepaling betreffende de instelling van een of meer algemene, onafhankelijke organen voor het onderzoek van klachten betreffende overheidsorganen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.
Er bestaat grond het hierna in artikel II omschreven voorstel tot verandering in de Grondwet in overweging te nemen.

 

Art. II.  [MvT]
In een in de Grondwet op te nemen hoofdstuk 5, Wetgeving en bestuur, paragraaf 2, Overige bepalingen, wordt het volgende opgenomen:
Art. 5.2.9 [108].¹ 
[MvT]
De wet kan regels stellen omtrent de instelling van één of meer algemene, onafhankelijke organen voor het onderzoek van klachten betreffende overheidsgedragingen. Zij regelt de bevoegdheid en de werkwijze. Strekt de werkzaamheid zich uit tot gedragingen van de rijksoverheid, dan vindt benoeming plaats bij koninklijk besluit uit een voordracht van drie personen, opgemaakt door de Tweede Kamer der Staten-Generaal; ontslag kan plaatsvinden in de gevallen bij de wet aangewezen.

1. Zie artikel 78a en de toelichting daarop, red.

 

 

     Lasten en bevelen, dat deze wet in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven

 

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

De Minister van Binnenlandse Zaken,

De Staatssecretaris van Justitie,

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Grondwet | MvT 1e lezing | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x