St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

GRONDWET  van  1983

Eerste lezing
 
 

25. Hoge Raad der Nederlanden

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING (eerste lezing)

 
Kamerstukken II 1979-1980, 16 163 (R 1146) (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 929 (R 1177) (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 42)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de Hoge Raad der Nederlanden

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP  (eerste lezing)

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Aan de Staten van de Nederlandse Antillen

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van Rijkswet houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de Hoge Raad der Nederlanden.
     De toelichtende memorie (en bijlagen), die het Wetsontwerp vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

Soestdijk, 25 april 1980

 

JULIANA

 

 

 

Nr.r2 ONTWERP  VAN  RIJKSWET  (eerste lezing)

 

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de Hoge Raad der Nederlanden;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.
Er bestaat grond het hierna in de artikelen II en III omschreven voorstel tot verandering in de Grondwet in overweging te nemen.

 

Art. II.
In een in de Grondwet op te nemen hoofdstuk 6, Rechtspraak, wordt het volgende opgenomen:
Art. 6.6 [118].
[MvT]
-1. De leden van de
Hoge Raad der Nederlanden worden benoemd uit een voordracht van drie personen, opgemaakt door de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
-2. De Hoge Raad is in de gevallen en binnen de grenzen bij de wet bepaald, belast met de cassatie van rechterlijke uitspraken wegens schending van het recht.
-3. Bij of krachtens de wet kunnen de Hoge Raad ook andere taken worden opgedragen.

 

Art. III.
De artikelen 176, 177 en 179 van de Grondwet vervallen.

 

 

     Lasten en bevelen, dat deze Rijkswet in het Staatsblad en het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven

 

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

De Minister van Binnenlandse Zaken,

De Staatssecretaris van Justitie,

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Grondwet | MvT 1e lezing | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x