St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

GRONDWET  van  1983

Eerste lezing
 
 

26. Berechting ambtsmisdrijven

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING (eerste lezing)

 
Kamerstukken II 1979-1980, 16 164 (R 1147) (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 930 (R 1178) (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 26)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de berechting van ambtsmisdrijven

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP  (eerste lezing)

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal ¹

1. Volgens de redactie dient na "Staten-Generaal" op een nieuwe regel te worden ingevoegd: Aan de Staten van de Nederlandse Antillen

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van Rijkswet, houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de berechting van ambtsmisdrijven.
     De toelichtende memorie (en bijlagen), die het Wetsontwerp vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

Soestdijk, 25 april 1980

 

JULIANA

 

 

 

Nr.r2 ONTWERP  VAN  RIJKSWET  (eerste lezing)

 

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de berechting van ambtsmisdrijven;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.
Er bestaat grond het hierna in de artikelen II en III omschreven voorstel tot verandering in de Grondwet in overweging te nemen.

 

Art. II.
In een in de Grondwet op te nemen hoofdstuk 6, Rechtspraak, wordt het volgende opgenomen:
Artikel 6.7 [119].
[MvT]
De leden van de Staten-Generaal, de ministers en de staatssecretarissen staan wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hun aftreden terecht voor de Hoge Raad. De opdracht tot vervolging wordt gegeven bij koninklijk besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer.

 

Art. III.
Artikel 178 van de Grondwet vervalt.

 

 

     Lasten en bevelen, dat deze Rijkswet in het Staatsblad en het Publikatieblad van de Nederlandse Antillen zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven

 

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

De Minister van Binnenlandse Zaken,

De Staatssecretaris van Justitie,

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Grondwet | MvT 1e lezing | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x