|
Kamerstukken II 1976-1977,
14 213 (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 936 (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 49)
Verklaring
dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering
in de Grondwet
van de bepalingen inzake veranderingen in de Grondwet, alsmede tot
opneming van een bepaling inzake splitsing van een voorstel tot
verandering
| Nr.r1 |
KONINKLIJKE
BOODSCHAP (eerste lezing) |
Aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal
Wij
bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van Wet houdende
verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot
verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake veranderingen in de
Grondwet, alsmede tot opneming van een bepaling inzake splitsing van een
voorstel tot verandering.
De toelichtende
memorie
(en bijlagen), die het Wetsontwerp vergezelt, bevat de gronden waarop
het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige
bescherming.
Soestdijk, 5 november 1976
JULIANA
| Nr.r2 |
ONTWERP
VAN WET (eerste lezing) |
WIJ
JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er
grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet
van de bepalingen inzake veranderingen in de Grondwet, alsmede
tot opneming van een bepaling inzake splitsing van een voorstel tot
verandering;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
Er
bestaat grond het hierna in de artikelen
II en III omschreven voorstel tot
verandering in de Grondwet
in overweging
te nemen.
Art.
II.
In
de Grondwet
wordt het volgende
opgenomen:
HOOFDSTUK 8. Herziening van de Grondwet
Art. 8.1 [137].
[MvT]
-1.
De wet verklaart dat een verandering in
de Grondwet, zoals zij die voorstelt, in
overweging zal worden genomen.
-2.
Na de bekendmaking van deze wet worden
de kamers der Staten-Generaal
ontbonden.
-3.
De nieuwe kamers overwegen het voorstel
en kunnen dit alleen aannemen met ten
minste twee derden van het aantal
uitgebrachte stemmen.
-4.
De Tweede Kamer kan, al dan niet op een
daartoe vanwege de Koning ingediend
voorstel, met ten minste twee derden van
het aantal uitgebrachte stemmen een
voorstel tot verandering splitsen.
Art.
8.2 [138].
[MvT]
-1.
Voordat de in tweede lezing aangenomen
voorstellen tot verandering in de Grondwet
door de Koning worden
bekrachtigd, kunnen bij de wet:
a.
de aangenomen voorstellen en de
ongewijzigd gebleven bepalingen van de
Grondwet voor zoveel nodig aan elkaar
worden aangepast;
b.
de indeling in en de plaats van
hoofdstukken, paragrafen en artikelen,
alsmede de opschriften, worden gewijzigd.
-2.
Een voorstel van wet, houdende
voorzieningen als bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a, kunnen de kamers alleen
aannemen met ten minste twee derden van
het aantal uitgebrachte stemmen.
Art.
8.3 [139].
[MvT]
De
veranderingen in de Grondwet, door de
Staten-Generaal aangenomen en door de
Koning bekrachtigd, treden terstond in
werking nadat zij zijn bekendgemaakt.
Art.
8.4 [140].
[MvT]
Bestaande
wetten en andere regelingen en besluiten
die in strijd zijn met een verandering
in de Grondwet, blijven
gehandhaafd
totdat daarvoor overeenkomstig de
Grondwet een voorziening is getroffen.
Art.
8.5 [141].
[MvT]
De
tekst van de herziene Grondwet
wordt bij
koninklijk besluit bekendgemaakt,
waarbij hoofdstukken, paragrafen en
artikelen kunnen worden vernummerd en
verwijzingen dienovereenkomstig kunnen
worden veranderd.
Art.
8.6 [142].
[MvT]
De
Grondwet
kan bij de wet met het Statuut
voor het Koninkrijk der Nederlanden in
overeenstemming worden gebracht. De
artikelen 8.3 [139], 8.4
[140] en
8.5 [141] zijn van
overeenkomstige toepassing.
Art.
III.
Het
dertiende hoofdstuk en additioneel
artikel IX van de Grondwet
vervallen.
Lasten
en bevelen, dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst, en dat alle
ministeriële departementen,
autoriteiten, colleges en ambtenaren,
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister-President, Minister van
Algemene Zaken,
De
Minister van Binnenlandse Zaken,
|
|