St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

ALGEMENE  WET  BESTUURSRECHT

(Eerste tranche)

 

  
 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 
Kamerstukken II 1988-1989, 21 221

Algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht) ¹

1. Redactie: de wet is gepubliceerd in Stb. 1992, 315, en is in werking getreden met ingang van 1 januari 1994 (Stb. 1993, 693).

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van Wet houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht).
     De toelichtende memorie (en bijlagen), die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

’s-Gravenhage, 17 juli 1989

 

BEATRIX

 

 

 

Nr.r2 VOORSTEL  VAN  WET

 

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 107, tweede lid, van de Grondwet de wet algemene regels van bestuursrecht dient vast te stellen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Inleidende bepalingen

 

Art. 1.1 [1:1].  [MvT]
-1. In deze wet wordt verstaan onder bestuursorgaan: een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed, behalve:
a. de wetgevende macht;
b. de kamers en de verenigde vergadering der Staten-Generaal;
c. onafhankelijke, bij de wet ingestelde organen die met rechtspraak zijn belast;
d. de Raad van State en zijn afdelingen;
e. de Algemene Rekenkamer;
f. de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen;
g. de voorzitters, leden, griffiers en secretarissen van de in de onderdelen b tot en met f bedoelde organen, de procureur-generaal en de advocaten-generaal bij de Hoge Raad, alsmede de commissies uit het midden van de in de onderdelen b tot en met f bedoelde organen.
-2. In deze wet wordt onder bestuursorgaan mede verstaan een ingevolge het eerste lid uitgezonderd orgaan, voor zover dit besluiten neemt of handelingen verricht waarop titel Il van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 1929, 530) van toepassing is.



Art. 1.2 [1:2]. 
[MvT]
-1. In deze wet wordt verstaan onder belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
-2. Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd.
-3. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.



Art. 1.3 [1:3]. 
[MvT]
In deze wet wordt verstaan onder:
a. besluit: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling;
b. beschikking: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan;
c. aanvraag: een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen.



Art. 1.4 [1:4]. 
[MvT]
-1. In deze wet wordt verstaan onder administratieve rechter: een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan dat met administratieve rechtspraak is belast.
-2. Een orgaan als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie (Stb. 1972, 463) wordt slechts aangemerkt als een administratieve rechter voor zover de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken (Stb. 1956, 323) van toepassing is.



Art. 1.5 [1:5]. 
[MvT]
In deze wet wordt verstaan onder:
a. het maken van bezwaar: het gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen;
b. het instellen van administratief beroep: het gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid voorziening tegen een besluit te vragen bij een ander bestuursorgaan dan hetwelk het besluit heeft genomen;
c. het instellen van beroep: het instellen van administratief beroep, dan wel van beroep op een administratieve rechter.



Art. 1.6 [1:6]. 
[MvT]
Deze wet is niet van toepassing op:
a. de opsporing en de vervolging van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen;
b. besluiten en handelingen ter uitvoering van de Wet militair tuchtrecht (Stb.   ).

 

 

HOOFDSTUK  2

Verkeer tussen burgers en bestuursorganen

 

AFDELING  2.1

Algemene bepalingen

 

Art. 2.1.1 [2:1].  [MvT + bis + bis]
-1. Een belanghebbende kan zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met bestuursorganen laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.
-2. Het bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.



Art. 2.1.2 [2:2]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Het bestuursorgaan kan bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, weigeren.
-2. De belanghebbende en de in het eerste lid bedoelde persoon worden van de weigering onverwijld schriftelijk in kennis gesteld.
-3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van advocaten en procureurs.



Art. 2.1.3 [2:3]. 
[MvT + bis]
Het bestuursorgaan zendt geschriften tot behandeling waarvan kennelijk een ander bestuursorgaan bevoegd is, onverwijld door naar dat orgaan, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de afzender.



Art. 2.1.4 [2:4]. 
[MvT + bis]
-1. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.
-2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.



Art. 2.1.5 [2:5]. 
[MvT + bis]
-1. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
-2. Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen

 

 

HOOFDSTUK  3

Algemene bepalingen over besluiten

 

AFDELING  3.1

Inleidende bepalingen

 

Art. 3.1.1 [3:1].  [MvT + bis]
-1. Op besluiten, inhoudende algemeen verbindende voorschriften, zijn van dit hoofdstuk slechts de afdelingen 3 en 4 van toepassing, en wel voor zover de aard van de besluiten zich daartegen niet verzet.
-2. Op andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten zijn de afdelingen 2 tot en met 4 van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de handelingen zich daartegen niet verzet.

 

 

AFDELING  3.2

Zorgvuldigheid en belangenafweging

 

Art. 3.2.1 [3:2].  [MvT + bis + bis]
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.



Art. 3.2.2 [3:3]. 
[MvT + bis + bis]
Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend.



Art. 3.2.3 [3:4]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
-2. De voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

 

 

AFDELING  3.3

Advisering

 

Art. 3.3.1 [3:5].  [MvT + bis + bis]
In deze afdeling wordt verstaan onder adviseur: een persoon of college, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het adviseren inzake door een bestuursorgaan te nemen besluiten en niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan.



Art. 3.3.2 [3:6]. 
[MvT + bis + bis]
Indien aan de adviseur niet reeds bij wettelijk voorschrift een termijn is gesteld, kan het bestuursorgaan aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. Deze termijn mag niet zodanig kort zijn dat de adviseur zijn taak niet naar behoren kan vervullen.



Art. 3.3.3 [3:7]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Het bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, stelt aan de adviseur, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak.
-2. Artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1978, 581) is van overeenkomstige toepassing.



Art. 3.3.4 [3:8]. 
[MvT + bis + bis]
In of bij het besluit wordt de adviseur vermeld die advies heeft uitgebracht.



Art. 3.3.5 [3:9]. 
[MvT + bis + bis]
Indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, dient het bestuursorgaan zich ervan te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.

 

 

AFDELING  3.4

Uitgebreide voorbereidingsprocedure

 

Art. 3.4.1 [3:10].  [MvT + bis + bis]
De in deze afdeling geregelde procedure voor de voorbereiding van besluiten wordt gevolgd indien dat bij wettelijk voorschrift is bepaald of indien het bestuursorgaan dat doelmatig oordeelt.



Art. 3.4.2 [3:11]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Het bestuursorgaan legt de aanvraag tot het nemen van het besluit of het ontwerp van het ambtshalve of op aanvraag te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende ten minste vier weken ter inzage voor hen aan wie ingevolge artikel 3.4.4 [3:13] de gelegenheid wordt geboden hun zienswijze naar voren te brengen.
-2. Artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing. Indien op grond daarvan bepaalde stukken niet ter inzage worden gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan.
-3. Tegen vergoeding van ten hoogste de kosten wordt afschrift van de ter inzage gelegde stukken verstrekt.
-4. Voor zover niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, geschiedt de terinzagelegging in ieder geval ten kantore van het bestuursorgaan.



Art. 3.4.3 [3:12]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Voorafgaand aan de terinzagelegging wordt in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis gegeven van de aanvraag of van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud.
-2. Indien het een besluit van een tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan betreft, wordt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, de kennisgeving in ieder geval in de Staatscourant geplaatst.
-3. In de kennisgeving wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen, wie in de gelegenheid worden gesteld van hun zienswijze te doen blijken en op welke wijze dit ingevolge artikel 3.4.4 [3:13] kan geschieden.



Art. 3.4.4 [3:13]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Belanghebbenden kunnen hun zienswijze over de aanvraag of het ontwerp naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren brengen.
-2. Bij wettelijk voorschrift of door het bestuursorgaan kan worden bepaald dat ook aan anderen de gelegenheid moet worden geboden hun zienswijze naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren te brengen.
-3. De termijn waarbinnen een zienswijze naar voren kan worden gebracht, eindigt niet vóór de laatste dag van terinzagelegging.
-4. Betreft het een besluit op aanvraag, dan wordt de aanvrager zo nodig in de gelegenheid gesteld te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen.
-5. Van hetgeen overeenkomstig de vorige leden mondeling naar voren is gebracht, wordt een verslag gemaakt

 

 

AFDELING  3.5 [3.6]

Bekendmaking en mededeling

 

Art. 3.5.1 [3:40].  [MvT + bis + bis]
Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt.



Art. 3.5.2 [3:41]. 
[MvT + bis + bis]
De bekendmaking van besluiten die tot één of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.



Art. 3.5.3 [3:42]. 
[MvT + bis + bis]
De bekendmaking van besluiten die niet tot één of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan we! op een andere geschikte wijze.



Art. 3.5.4 [3:43]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan degenen die bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht. Aan een adviseur als bedoeld in artikel 3.3.1 [3:5] wordt in ieder geval mededeling gedaan indien van het advies wordt afgeweken.
-2. De mededeling, bedoeld in het eerste lid, kan, indien bij de voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, geschieden op dezelfde wijze als waarop overeenkomstig artikel 3.4.3 [3:12], eerste en tweede lid, is kennis gegeven van de aanvraag of van het ontwerp van het besluit.
-3. Bij de mededeling van een besluit wordt tevens vermeld wanneer en hoe de bekendmaking ervan heeft plaatsgevonden.



Art. 3.5.5 [3:45]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Indien de mogelijkheid openstaat tegen een besluit bezwaar te maken of beroep in te stellen, wordt daarvan bij de bekendmaking en bij de mededeling van het besluit melding gemaakt.
-2. Hierbij wordt vermeld voor wie, binnen welke termijn en bij welke instantie de mogelijkheid van bezwaar of beroep openstaat.

 

 

HOOFDSTUK  4

Bijzondere bepalingen over besluiten

 

TITEL  4.1

Beschikkingen

 

AFDELING  4.1.1

De aanvraag

 

Art. 4.1.1.1 [4:1].  [MvT + bis + bis + bis]
Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen.



Art. 4.1.1.2 [4:2].
[MvT + bis + bis + bis]
-1. De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de aanvrager;
b. de dagtekening;
c. een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.
-2. De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.



Art. 4.1.1.3 [4:3]. 
[MvT + bis + bis + bis]
-1. De aanvrager kan weigeren gegevens en bescheiden te verschaffen voor zover het belang daarvan voor de beslissing van het bestuursorgaan niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, met inbegrip van de bescherming van medische en psychologische onderzoeksresultaten, of tegen het belang van de bescherming van bedrijfs- en fabricagegegevens.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing op bij wettelijk voorschrift aangewezen gegevens en bescheiden waarvan is bepaald dat deze dienen te worden overgelegd.



Art. 4.1.1.4 [4:4]. 
[MvT + bis + bis + bis]
Het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen, kan voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens een formulier vaststellen, voor zover daarin niet is voorzien bij wettelijk voorschrift.



Art. 4.1.1.5 [4:5]. 
[MvT + bis + bis + bis]
-1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te vullen.
-2. Indien de aanvraag of één van de daarbij behorende gegevens of bescheiden in een vreemde taal is gesteld en een vertaling daarvan voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking noodzakelijk is, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag met een vertaling aan te vullen.
-3. Een besluit om de aanvraag niet te behandelen, wordt aan de aanvrager medegedeeld binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.



Art. 4.1.1.7 [4:6]. 
[MvT + bis + bis + bis]
-1. Indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.
-2. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan zonder toepassing te geven aan artikel 4.1.1.5 [4:5] de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking.

 

 

AFDELING  4.1.2

De voorbereiding

 

Art. 4.1.2.1 [4:7].  [MvT + bis + bis + bis]
-1. Voordat een bestuursorgaan een aanvraag tot het geven van een beschikking geheel of gedeeltelijk afwijst, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen, indien:
a. de afwijzing zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen; en
b. die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt.
-2. Het eerste lid geldt niet indien sprake is van een afwijking van de aanvraag die slechts van geringe betekenis voor de aanvrager kan zijn.



Art. 4.1.2.2 [4:8]. 
[MvT + bis + bis + bis]
-1. Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen, indien:
a. de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen; en
b. die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt.
-2. Het eerste lid geldt niet indien de belanghebbende niet heeft voldaan aan een wettelijke verplichting gegevens te verstrekken.



Art. 4.1.2.3 [4:9]. 
[MvT + bis + bis + bis]
Bij toepassing van de artikelen 4.1.2.1 [4:7] en 4.1.2.2 [4:8] kan de belanghebbende naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren brengen.



Art. 4.1.2.4 [4:10]. 
[MvT + bis + bis + bis]
Indien ter uitvoering van de artikelen 4.1.2.1 [4:7] en 4.1.2.2 [4:8] toepassing wordt gegeven aan afdeling 3.4, stelt het bestuursorgaan de aanvrager en degene tot wie de beschikking zal zijn gericht, daarvan op de hoogte.



Art. 4.1.2.5 [4:11]. 
[MvT + bis + bis + bis]
Het bestuursorgaan kan toepassing van de artikelen 4.1.2.1 [4:7] en 4.1.2.2 [4:8] achterwege laten, voor zover:
a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
b. de belanghebbende reeds in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze bij een eerdere beschikking of bij een ander bestuursorgaan naar voren te brengen; of
c. het met de beschikking beoogde doel daardoor niet zou worden bereikt.



Art. 4.1.2.5a [4:12]. 
[MvT + bis + bis + bis]
Het bestuursorgaan kan toepassing van de artikelen 4.1.2.1 [4:7]  en 4.1.2.2 [4:8] voorts achterwege laten bij een beschikking die strekt tot het vaststellen van een financiële verplichting of aanspraak, indien:
a. tegen die beschikking bezwaar kan worden gemaakt of administratief beroep kan worden ingesteld en de hoofdstukken 6 en 7 van toepassing zijn; en
b. de nadelige gevolgen na bezwaar of administratief beroep volledig ongedaan kunnen worden gemaakt.



Art. 4.1.2.6 [-]. 
[MvT + bis + bis + bis]
Indien een belanghebbende met het oog op het naar voren brengen van zijn zienswijze verzoekt om informatie, vervat in de aanvraag of in de daarbij behorende gegevens of bescheiden, dan wel vervat in rapporten of adviezen van niet onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan werkzame instanties, is artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de Wet openbaarheid van bestuur op dat verzoek niet van toepassing.

 

 

AFDELING  4.1.3

Beslistermijn

 

Art. 4.1.3.1 [4:13].  [MvT + bis + bis]
-1. Een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
-2. De in het eerste lid bedoelde redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in artikel 4.1.3.2 [4:14] heeft gedaan.



Art. 4.1.3.2 [4:14].
[MvT + bis + bis]
Indien, bij het ontbreken van een bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn, een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt het bestuursorgaan de aanvrager daarvan in kennis en noemt het daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.



Art. 4.1.3.3 [4:15]. 
[MvT + bis + bis]
De termijn voor het geven van een beschikking wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het bestuursorgaan krachtens artikel 4.1.1.5 [4:5] de aanvrager uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

 

 

AFDELING 4.1.4 [3.7]

Motivering

 

Art. 4.1.4.1 [3:46].  [MvT + bis + bis + bis]
Een beschikking dient te berusten op een deugdelijke motivering.



Art. 4.1.4.2 [3:47]. 
[MvT + bis + bis + bis]
-1. De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van de beschikking.
-2. Daarbij wordt zo mogelijk vermeld krachtens welk wettelijk voorschrift de beschikking wordt gegeven.
-3. Indien de motivering in verband met de vereiste spoed niet aanstonds bij de bekendmaking van de beschikking kan worden vermeld, verstrekt het bestuursorgaan deze zo spoedig mogelijk daarna.



Art. 4.1.4.4 [3:48]. 
[MvT + bis + bis + bis]
-1. De vermelding van de motivering kan achterwege blijven indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
-2. Verzoekt een belanghebbende binnen een redelijke termijn echter om de motivering, dan wordt deze zo spoedig mogelijk verstrekt.



Art. 4.1.4.5 [3:49]. 
[MvT + bis + bis + bis]
Ter motivering van een beschikking of een onderdeel daarvan kan worden volstaan met een verwijzing naar een met het oog daarop uitgebracht advies indien het advies zelf de motivering bevat en het advies ter kennis van de belanghebbenden is of wordt gebracht.



Art. 4.1.4.6 [3:50]. 
[MvT + bis + bis + bis]
Indien het bestuursorgaan een beschikking geeft die afwijkt van een krachtens wettelijk voorschrift met het oog daarop uitgebracht advies, wordt zulks met de redenen voor de afwijking in de motivering vermeld.

 

 

HOOFDSTUK  6

Algemene bepalingen over bezwaar en beroep

 

AFDELING  6.1

Inleidende bepalingen

 

Art. 6.1.1 [-].  [MvT + bis]
De hoofdstukken 6 en 7 zijn van toepassing indien is voorzien in de mogelijkheid van het maken van bezwaar of het instellen van beroep tegen een besluit.



Art. 6.1.2 [6:1]. 
[MvT + bis]
De hoofdstukken 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing indien is voorzien in de mogelijkheid van bezwaar of beroep tegen andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten.



Art. 6.1.3 [6:2]. 
[MvT + bis]
Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld:
a. de schriftelijke weigering een besluit te nemen; en
b. het niet tijdig beslissen op een aanvraag.



Art. 6.1.4 [6:3]. 
[MvT + bis]
Een beslissing inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit is niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft.

 

 

AFDELING  6.2

Overige algemene bepalingen

 

Art. 6.2.0 [6:4].  [MvT + bis]
-1. Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.
-2. Het instellen van administratief beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij het beroepsorgaan.
-3. Het instellen van beroep op een administratieve rechter geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij die rechter.



Art. 6.2.0a [6:5]. 
[MvT + bis]
-1. Het bezwaar- of beroepschrift is ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht;
d. de gronden van het bezwaar of beroep.
-2. Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd.
-3. Indien het bezwaar- of beroepschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling.



Art. 6.2.0b [6:6]. 
[MvT + bis]
Indien niet is voldaan aan artikel 6.2.0a [6:5] of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan dit niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.



Art. 6.2.1 [6:7]. 
[MvT + bis]
De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken.



Art. 6.2.2 [6:8]. 
[MvT + bis]
De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.



Art. 6.2.3 [6:9]. 
[MvT + bis]
Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het vóór het einde van de termijn is ontvangen of, bij verzending binnen Nederland, indien het vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd.



Art. 6.2.4 [6:10]. 
[MvT + bis]
-1. Ten aanzien van een vóór het begin van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien het besluit ten tijde van de indiening:
a. wel reeds tot stand was gekomen; of
b. nog niet tot stand was gekomen, maar de indiener redelijkerwijs kon menen dat dit wel reeds het geval was.
-2. De behandeling van het bezwaar of beroep kan worden aangehouden tot het begin van de termijn.



Art. 6.2.5 [6:11]. 
[MvT + bis]
Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien:
a. de indiener aantoont dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd; of
b. de indiener stelt dat de termijnoverschrijding aan een hem niet toe te rekenen omstandigheid is te wijten en omtrent de onjuistheid van die stelling geen zekerheid is verkregen.



Art. 6.2.6 [6:12]. 
[MvT + bis]
-1. Indien het bezwaar of beroep is gericht tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag, is het niet aan een termijn gebonden.
-2. Het bezwaar- of beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig op de aanvraag te beslissen.
-3. Het bezwaar of beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard indien het bezwaar- of beroepschrift onredelijk laat is ingediend.



Art. 6.2.7 [6:14]. 
[MvT + bis]
-1. Het orgaan waarbij het bezwaar- of beroepschrift is ingediend, bevestigt de ontvangst daarvan schriftelijk.
-2. Het orgaan waarbij het beroepschrift is ingediend, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen.



Art. 6.2.8 [6:15]. 
[MvT + bis]
-1. Indien het bezwaar- of beroepschrift wordt ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan of bij een onbevoegde administratieve rechter, wordt het, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig mogelijk doorgezonden aan de bevoegde instantie, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender.
-2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien in plaats van een bezwaarschrift een beroepschrift is ingediend of omgekeerd.
-3. Het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan is bepalend voor de vraag of het bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend, indien:
a. geen juiste toepassing aan artikel 3.5.5 [3:45] of artikel 6.2.15 [6:23] is gegeven;
b. het bezwaar of beroep is gericht tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag; of
c. de onbevoegdheid van het orgaan voor de indiener van het geschrift op een andere grond onduidelijk kon zijn.



Art. 6.2.8a [6:16]. 
[MvT + bis]
Het bezwaar of beroep schorst niet de werking van het besluit waartegen het is gericht, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald.



Art. 6.2.8b [6:17]. 
[MvT + bis]
Indien iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat bevoegd is op het bezwaar of beroep te beslissen de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde.



Art. 6.2.11 [6:18]. 
[MvT + bis]
-1. Het aanhangig zijn van bezwaar of beroep tegen een besluit brengt geen verandering in een los van het bezwaar of beroep reeds bestaande bevoegdheid tot intrekking of wijziging van dat besluit.
-2. Gaat het bestuursorgaan tot intrekking of wijziging van het bestreden besluit over, dan doet het daarvan onverwijld mededeling aan het orgaan waarbij het bezwaar of beroep aanhangig is.
-3. Na de intrekking of wijziging mag het bestuursorgaan, zolang het bezwaar of beroep aanhangig blijft, geen besluit nemen waarvan de inhoud of strekking met het oorspronkelijke besluit overeenstemt, tenzij:
a. gewijzigde omstandigheden dit rechtvaardigen; en
b. het bestuursorgaan daartoe los van het bezwaar of beroep ook bevoegd zou zijn geweest.
-4. Een bestuursorgaan doet van een besluit als bedoeld in het derde lid onverwijld mededeling aan het orgaan waarbij het bezwaar of beroep aanhangig is.



Art. 6.2.12 [6:19]. 
[MvT + bis]
-1. Indien een bestuursorgaan een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 6.2.11 [6:18], wordt het bezwaar of beroep geacht mede te zijn gericht tegen het nieuwe besluit, tenzij dat besluit aan het bezwaar of beroep geheel tegemoet komt.
-2. De beslissing op het bezwaar of beroep tegen het nieuwe besluit kan echter worden verwezen naar een ander orgaan waarbij bezwaar of beroep tegen dat nieuwe besluit aanhangig is, kan of kon worden gemaakt.
-3. Intrekking van het bestreden besluit staat niet in de weg aan vernietiging van dat besluit indien de indiener van het bezwaar- of beroepschrift daarbij belang heeft.



Art. 6.2.12a [6:20]. 
[MvT + bis]
-1. Indien het bezwaar of beroep is gericht tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag, blijft het bestuursorgaan verplicht een besluit op de aanvraag te nemen.
-2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet:
a. gedurende de periode dat het bezwaar aanhangig is;
b. na de beslissing op het bezwaar of beroep indien de indiener van de aanvraag als gevolg daarvan geen belang meer heeft bij een besluit op de aanvraag.
-3. Indien het bestuursorgaan een besluit op de aanvraag neemt, doet het daarvan onverwijld mededeling aan het orgaan waarbij het bezwaar of beroep tegen het niet tijdig beslissen aanhangig is.
-4. Het bezwaar of beroep wordt geacht mede te zijn gericht tegen het besluit op de aanvraag, tenzij het besluit aan het bezwaar of beroep geheel tegemoet komt.
-5. De beslissing op het bezwaar of beroep tegen het besluit op de aanvraag kan echter worden verwezen naar een ander orgaan waarbij bezwaar of beroep tegen het besluit op de aanvraag aanhangig is, kan of kon worden gemaakt.
-6. Het bezwaar of beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag kan alsnog gegrond worden verklaard indien de indiener van het bezwaar- of beroepschrift daarbij belang heeft.



Art. 6.2.12b [6:21]. 
[MvT + bis]
-1. Het bezwaar of beroep kan schriftelijk worden ingetrokken.
-2. Tijdens het horen kan de intrekking ook mondeling geschieden.



Art. 6.2.14 [6:22]. 
[MvT + bis]
Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een vormvoorschrift, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist, in stand worden gelaten indien blijkt dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.



Art. 6.2.15 [6:23]. 
[MvT + bis]
-1. Indien de mogelijkheid openstaat tegen de beslissing op het bezwaar of beroep beroep in te stellen, wordt daarvan bij de bekendmaking van de beslissing melding gemaakt.
-2. Hierbij wordt vermeld voor wie, binnen welke termijn en bij welke instantie de mogelijkheid van beroep openstaat.



Art. 6.2.16 [6:24]. 
[MvT + bis]
-1. Deze afdeling is met uitzondering van artikel 6.2.6 [6:12] van overeenkomstige toepassing indien is voorzien in de mogelijkheid van het instellen van hoger beroep of beroep in cassatie tegen de uitspraak van een administratieve rechter.
-2. In afwijking van artikel 6.2.0 [6:4] geschiedt het instellen van beroep in cassatie door het indienen van een beroepschrift bij de rechter tegen wiens uitspraak het beroep is gericht.

 

 

 

HOOFDSTUK  7

Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep

 

AFDELING  7.1 [7.2]

Bijzondere bepalingen over bezwaar

 

Art. 6.3.1a [7:1].  [MvT + bis + bis]
-1. Degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken, tenzij het besluit:
a. op bezwaar of in beroep is genomen;
b. aan goedkeuring is onderworpen; of
c. de goedkeuring van een ander besluit of de weigering van die goedkeuring inhoudt.
-2. Tegen de beslissing op het bezwaar staat beroep open met toepassing van de voorschriften die gelden voor het instellen van beroep tegen het besluit waartegen bezwaar is gemaakt.



Art. 6.3.7 [7:2]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.
-2. Het bestuursorgaan stelt daarvan in ieder geval de indiener van het bezwaarschrift op de hoogte alsmede de belanghebbenden die bij de voorbereiding van het besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht.



Art. 6.3.8 [7:3]. 
[MvT + bis + bis]
Van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien, indien:
a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is;
b. het bezwaar kennelijk ongegrond is;
c. de belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord; of
d. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.



Art. 6.3.9 [7:4]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Tot tien dagen vóór het horen kunnen belanghebbenden nadere schrifturen of bewijsstukken indienen.
-2. Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter inzage. Bij de oproeping voor het horen wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
-3. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.
-4. Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten.
-5. Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.
-6. Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet aanwezig voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.
-7. Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat, hetzij arts is.



Art. 6.3.10 [7:5]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Tenzij het horen geschiedt door of mede door het bestuursorgaan zelf dan wel de voorzitter of een lid ervan, geschiedt het horen door:
a. een persoon die niet bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken is geweest; of
b. meer dan één persoon van wie de meerderheid, onder wie degene die het horen leidt, niet bij de voorbereiding van het besluit betrokken is geweest.
-2. Voor zover niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, besluit het bestuursorgaan of het horen in het openbaar plaatsvindt.



Art. 6.3.11 [7:6]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Belanghebbenden worden in eikaars aanwezigheid gehoord.
-2. Ambtshalve of op verzoek kunnen belanghebbenden afzonderlijk worden gehoord indien aannemelijk is dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren.
-3. Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid.



Art. 6.3.12 [7:7]. 
[MvT + bis + bis]
Van het horen wordt een verslag gemaakt.



Art. 6.3.13 [7:8]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Op verzoek van de belanghebbende kunnen door hem meegebrachte getuigen en deskundigen worden gehoord.
-2. De kosten van getuigen en deskundigen zijn voor rekening van de belanghebbende die deze heeft meegebracht.



Art. 6.3.14 [7:9]. 
[MvT + bis + bis]
Wanneer na het horen aan het bestuursorgaan feiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, wordt dit aan belanghebbenden meegedeeld en worden zij in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord.



Art. 6.3.15 [7:10]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Het bestuursorgaan beslist binnen zes weken of - indien een commissie als bedoeld in artikel 6.3.18 [7:13] is ingesteld - binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
-2. De termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6.2.0b [6:6] te herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
-3. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
-4. Verder uitstel is mogelijk voor zover de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad of ermee instemmen.



Art. 6.3.16 [7:11]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Indien het bezwaar ontvankelijk is, vindt op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats.
-2. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept het bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in de plaats daarvan een nieuw besluit.



Art. 6.3.17 [7:12]. 
[MvT + bis + bis]
-1. De beslissing op het bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge artikel 6.3.8 [7:3] van het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke grond dat is geschied.
-2. De beslissing wordt bekendgemaakt door toezending of uitreiking aan degenen tot wie zij is gericht.
-3. Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de beslissing wordt hiervan mededeling gedaan aan de belanghebbenden die in bezwaar of bij de voorbereiding van het bestreden besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
-4. Bij de mededeling, bedoeld in het derde lid, is artikel 6.2.15 [6:23] van overeenkomstige toepassing en wordt met het oog op de aanvang van de beroepstermijn zo duidelijk mogelijk aangegeven wanneer de bekendmaking van de beslissing overeenkomstig het tweede lid heeft plaatsgevonden.



Art. 6.3.18 [7:13]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Dit artikel is van toepassing indien ten behoeve van de beslissing op het bezwaar een adviescommissie is ingesteld:
a. die bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden;
b. waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan; en
c. die voldoet aan eventueel bij wettelijk voorschrift gestelde andere eisen.
-2. Bij het bericht van ontvangst, bedoeld in artikel 6.2.7 [6:14], wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar zal adviseren.
-3. Het horen geschiedt door de commissie. De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.
-4. De commissie beslist over de toepassing van artikel 6.3.9 [7:4], vijfde lid, van artikel 6.3.10 [7:5], tweede lid, en, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, van artikel 6.3.8 [7:3].
-5. Een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan wordt voor het horen uitgenodigd en wordt in de gelegenheid gesteld een toelichting op het standpunt van het bestuursorgaan te geven.
-6. Het advies van de commissie wordt schriftelijk uitgebracht en bevat een verslag van het horen.
-7. Indien de beslissing op het bezwaar afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden.



Art. 6.3.19 [7:14]. 
[MvT + bis + bis]
Afdeling 3.4, de artikelen 3.5.2 tot en met 3.5.5 [3:41 t/m 3:45] en hoofdstuk 4 zijn niet van toepassing.



Art. 6.3.20 [7:15]. 
[MvT + bis + bis]
Voor de behandeling van het bezwaar is geen recht verschuldigd.

 

 

AFDELING  7.2 [7.3]

Bijzondere bepalingen over administratief beroep

 

Art. 6.4.7 [7:16].  [MvT + bis + bis]
-1. Voordat een beroepsorgaan op het beroep beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.
-2. Het beroepsorgaan stelt daarvan in ieder geval de indiener van het beroepschrift op de hoogte, alsmede het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de belanghebbenden die bij de voorbereiding van het besluit of bij de behandeling van het bezwaarschrift hun zienswijze naar voren hebben gebracht.



Art. 6.4.8 [7:17]. 
[MvT + bis + bis]
Van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien, indien:
a. het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is;
b. het beroep kennelijk ongegrond is; of
c. de belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.



Art. 6.4.9 [7:18]. 
[MvT + bis]
-1. Tot tien dagen vóór het horen kunnen belanghebbenden nadere schrifturen of bewijsstukken indienen.
-2. Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter inzage. Bij de oproeping voor het horen wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
-3. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.
-4. Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten.
-5. Het beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.
-6. Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet aanwezig voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.
-7. Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat, hetzij arts is.



Art. 6.4.10 [7:19]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Het horen geschiedt door het beroepsorgaan.
-2. Bij of krachtens de wet kan het horen worden opgedragen aan een adviescommissie waarin één of meer leden zitting hebben die geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het beroepsorgaan.
-3. Het horen geschiedt in het openbaar, tenzij het beroepsorgaan op verzoek van een belanghebbende of om gewichtige redenen ambtshalve anders beslist.



Art. 6.4.11 [7:20]. 
[MvT + bis]
-1. Belanghebbenden worden in eikaars aanwezigheid gehoord.
-2. Ambtshalve of op verzoek kunnen belanghebbenden afzonderlijk worden gehoord indien aannemelijk is dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren.
-3. Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid.



Art. 6.4.12 [7:21]. 
[MvT + bis]
Van het horen wordt een verslag gemaakt.



Art. 6.4.13 [7:22]. 
[MvT + bis]
-1. Op verzoek van de belanghebbende kunnen door hem meegebrachte getuigen en deskundigen worden gehoord.
-2. De kosten van getuigen en deskundigen zijn voor rekening van de belanghebbende die deze heeft meegebracht.



Art. 6.4.14 [7:23]. 
[MvT + bis]
Wanneer na het horen aan het beroepsorgaan feiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het beroep te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, wordt dit aan belanghebbenden meegedeeld en worden zij in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord.



Art. 6.4.15 [7:24]. 
[MvT + bis + bis]
-1. Het beroepsorgaan beslist binnen zestien weken na ontvangst van het beroepschrift.
-2. Indien het beroepsorgaan evenwel behoort tot hetzelfde rechtspersoonlijkheid bezittende lichaam als het bestuursorgaan tegen welks besluit het beroep is gericht, beslist het binnen zes weken of, indien een commissie als bedoeld in artikel 6.4.10 [7:19], tweede lid, is ingesteld, binnen tien weken na ontvangst van het beroepschrift.
-3. De termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6.2.0b [6:6] te herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
-4. Het beroepsorgaan kan de beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.
-5. In het geval, bedoeld in het tweede lid, kan het beroepsorgaan de beslissing echter voor ten hoogste vier weken verdagen.
-6. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.
-7. Verder uitstel is mogelijk voor zover de indiener daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad of ermee instemmen.



Art. 6.4.16 [7:25]. 
[MvT + bis + bis]
Voor zover het beroepsorgaan het beroep ontvankelijk en gegrond acht, vernietigt het het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in de plaats daarvan een nieuw besluit.



Art. 6.4.17 [7:26]. 
[MvT + bis + bis]
-1. De beslissing op het beroep dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge artikel 6.4.8 [7:17] van het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke grond dat is geschied.
-2. Indien de beslissing afwijkt van het advies van een commissie als bedoeld in artikel 6.4.10 [7:19], tweede lid, worden in de beslissing de redenen voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden.
-3. De beslissing wordt bekendgemaakt door toezending of uitreiking aan degenen tot wie zij is gericht.
-4. Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de beslissing wordt hiervan mededeling gedaan aan het bestuursorgaan tegen welks besluit het beroep was gericht, aan degenen tot wie het bestreden besluit was gericht en aan de belanghebbenden die in beroep hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
-5. Bij de mededeling, bedoeld in het vierde lid, is artikel 6.2.15 [6:23] van overeenkomstige toepassing en wordt met het oog op de aanvang van de beroepstermijn zo duidelijk mogelijk aangegeven wanneer de bekendmaking van de beslissing overeenkomstig het derde lid heeft plaatsgevonden.



Art. 6.4.18 [7:27]. 
[MvT + bis]
Afdeling 3.4, de artikelen 3.5.2 tot en met 3.5.5 [3:41 t/m 3:45] en hoofdstuk 4 zijn niet van toepassing.



Art. 6.4.19 [7:28]. 
[MvT + bis]
Voor de behandeling van het beroep is geen recht verschuldigd.



Art. 6.4.20 [7:29]. 
[MvT + bis + bis]
Deze afdeling is niet van toepassing op beroep op de Kroon.

 

 

HOOFDSTUK  9 [11]

Overgangs en slotbepalingen

 

Art. 7.1 [-].  [MvT + bis]
-1. De hoofdstukken 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing ten aanzien van het nemen van:
a. besluiten die zijn aangevraagd vóór de inwerkingtreding van deze wet;
b. ambtshalve te nemen besluiten die binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet worden bekendgemaakt.
-2. Ten aanzien van het nemen van besluiten als bedoeld in het eerste lid blijft het recht zoals het gold vóór de inwerkingtreding van deze wet van toepassing.



Art. 7.2 [-]. 
[MvT + bis]
-1. De hoofdstukken 6 en 7 zijn niet van toepassing ten aanzien van:
a. een bezwaar- of beroepschrift dat vóór de inwerkingtreding van deze wet is ingediend;
b. een bezwaar- of beroepschrift dat na de inwerkingtreding van deze wet is ingediend, indien het bezwaar of beroep is gericht tegen een besluit of handeling waartegen vóór de inwerkingtreding van deze wet eveneens bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld.
-2. Ten aanzien van bezwaar- of beroepschriften als bedoeld in het eerste lid blijft het recht zoals het gold vóór de inwerkingtreding van deze wet van toepassing.
-3. De termijn die is gesteld voor het maken van bezwaar of het instellen van beroep tegen een besluit dat vóór de inwerkingtreding van deze wet is bekendgemaakt, blijft gehandhaafd.



Art. 7.3 [11:2]. 
[MvT]
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹

1. Bij Besluit van 23 december 1993, Stb. 1993, 693, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari 1994, red.



Art. 7.4 [11:3]. 
[MvT]
Vóór de bekendmaking van deze wet stelt Onze Minister van Justitie de nummering van de artikelen, afdelingen, titels en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen, afdelingen, titels en hoofdstukken daarmee in overstemming.



Art. 7.5 [11:4]. 
[MvT]
Deze wet kan worden aangehaald als: Algemene wet bestuursrecht.






     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.



Gegeven,



De Minister van Justitie,


De Minister van Binnenlandse Zaken,

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Awb | MvT | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x