|
Kamerstukken II 1992-1993,
22 815
Regels
met betrekking tot de verlening van voorzieningen aan gehandicapten (Wet
voorzieningen gehandicapten) ¹
1. Redactie:
de wet is gepubliceerd in Stb. 1993, 545, en is in werking
getreden met ingang van 1 april 1994 (Stb. 1993, 657).
| Nr.r1 |
KONINKLIJKE
BOODSCHAP |
Aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal
Wij
bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van Wet houdende
regels met betrekking tot de verlening van voorzieningen aan
gehandicapten (Wet voorzieningen gehandicapten).
De toelichtende
memorie (en bijlagen), die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de
gronden waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige
bescherming.
's-Gravenhage, 17 september
1992
BEATRIX
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo
Wij in overweging genomen hebben, dat het vanuit een oogmerk van
doelmatigheid wenselijk is de verstrekking van woonvoorzieningen op
grond van de Regeling geldelijke steun huisvesting gehandicapten en
leefvoorzieningen alsmede genees- en heelkundige voorzieningen op grond
van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet te beëindigen en de gemeenten
te belasten met de verlening van woonvoorzieningen,
vervoersvoorzieningen en rolstoelen en aldus mede te bevorderen dat
personen van 65 jaar of ouder geleidelijk en op passende wijze in
aanmerking kunnen worden gebracht voor voorzieningen die thans krachtens
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet in beginsel uitsluitend worden
verstrekt aan personen onder de 65 jaar;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
§
1. Algemene
bepalingen
Art.
1 [1].
[MvT]
-1. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. een gehandicapte: een
persoon die tengevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen
ondervindt op het gebied van het wonen of van het zich binnen of buiten de
woning verplaatsen;
b. woonvoorziening: een
voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op
het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen die een
gehandicapte bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt,
en waarvan de kosten niet meer bedragen dan ƒ45 000,00;
c. vervoersvoorziening: een
voorziening die gericht is op het opheffen of verminderen van
beperkingen die een gehandicapte bij het vervoer buitenshuis ondervindt.
-2. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als
echtgenoot aangemerkt degene die niet duurzaam gescheiden leeft
van de persoon met wie hij of zij gehuwd is;
b. als ongehuwd mede
aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie
hij of zij gehuwd is.
-3. In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt mede als gehuwd of als echtgenoot
aangemerkt de ongehuwde die met een persoon van hetzelfde of het andere geslacht duurzaam een gezamenlijke huishouding voert,
tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste of tweede graad.
-4. Van een gezamenlijke
huishouding, bedoeld in het tweede lid, kan slechts sprake zijn indien
twee ongehuwde personen gezamenlijk voorzien in huisvesting en bovendien beiden een bijdrage leveren in de
kosten van de huishouding
dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien.
-5. Het bedrag, genoemd in
artikel 1, eerste lid, onderdeel b,¹ kan bij algemene maatregel van
bestuur met ingang van een kalenderjaar worden gewijzigd indien
daartoe aanleiding bestaat als gevolg van de ontwikkeling van de prijzen
van bouwkundige of woontechnische ingrepen in of aan de
woning.
1. Volgens de redactie
dient "artikel 1, eerste lid, onderdeel b" te worden
vervangen door: het eerste lid, onderdeel b.
§
2. De voorzieningen
Art.
2 [2].
[MvT]
Het gemeentebestuur draagt
zorg voor de verlening van woonvoorzieningen,
vervoersvoorzieningen en rolstoelen ten behoeve van in de gemeente
woonachtige
gehandicapten.
Art.
3 [4]. [MvT]
Een vreemdeling kan voor de
in artikel 2 [2] bedoelde voorzieningen slechts in aanmerking komen
indien hij op grond van de artikelen 9 of 10 van de Vreemdelingenwet (Stb. 1965, 40) gerechtigd is in Nederland te verblijven.
Art.
4 [5]. [MvT]
-1. Het gemeentebestuur stelt
met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet een
verordening vast met betrekking tot de verlening van
woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen.
-2. De verordening, bedoeld
in het eerste lid, bevat in ieder geval regels met betrekking tot:
a. de gevallen en de vorm
waarin voorzieningen kunnen worden verleend;
b. de hoogte van de
financiële tegemoetkomingen;
c. de procedure met
betrekking tot de toekenning, de herziening, de beëindiging en de
terugvordering van voorzieningen, daaronder begrepen het inwinnen van deskundigenadvies;
d. de gronden waarop
voorzieningen kunnen worden beëindigd dan wel teruggevorderd.
-3. De hoogte van de
financiële tegemoetkomingen kan worden afgestemd op het inkomen van
de gehandicapte en zijn echtgenoot. Ten aanzien van de vaststelling
van het inkomen van de gehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog
niet heeft bereikt, kan in aanmerking worden genomen het gezamenlijk
inkomen van de ouders van de gehandicapte, dan wel indien de
gehandicapte een pleegkind is, het gezamenlijk inkomen van de pleegouders
indien laatstgenoemden het pleegkind als een eigen kind opvoeden en
onderhouden.
-4. Een financiële
tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische ingreep in of
aan een woonruimte wordt verleend aan de eigenaar van de
woonruimte.
Art.
5 [6]. [MvT]
-1. Het gemeentebestuur kan
bij verordening bepalen dat de gehandicapte, voor zover de
voorziening niet bestaat uit een aan hem verleende financiële tegemoetkoming,
een eigen bijdrage is verschuldigd.
-2. De hoogte van de eigen
bijdrage kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte
en zijn echtgenoot. Ten aanzien van de vaststelling van het inkomen
van de gehandicapte die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,
kan in aanmerking worden genomen het gezamenlijk inkomen van de
ouders van de gehandicapte, dan wel indien de gehandicapte een
pleegkind is, het gezamenlijk inkomen van de pleegouders indien
laatstgenoemden het pleegkind als een eigen kind opvoeden en onderhouden.
-3. Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt, na overleg met Onze
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, een maximum vast voor de eigen bijdragen die per kalenderjaar verschuldigd zullen
zijn in gevallen waar het inkomen als bedoeld in het tweede lid, een door
hem vast te stellen niveau niet te boven gaat.
Art.
6 [7]. [MvT]
Het gemeentebestuur kan de gehandicapte, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling
van de aanspraak op een voorziening, oproepen in persoon te verschijnen en door
één of meer daartoe aangewezen deskundigen doen
onderzoeken.
Art.
7 [9]. [MvT]
Roerende zaken voor de
aanschaf waarvan krachtens deze wet een financiële vergoeding is
verleend, dan wel die krachtens deze wet in eigendom of bruikleen zijn verleend, zijn niet vatbaar voor vervreemding,
verpanding, belening of
beslag, zolang die middelen geschikt zijn om de beperkingen van de
gehandicapte op het gebied van het wonen of van het zich binnen of buiten de
woning verplaatsen op te heffen of te verminderen. Elk beding
strijdig met dit artikel is nietig.
Art.
8 [10]. [MvT]
Het bestuur van het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds, de directie van het
Spoorwegpensioenfonds en Onze Minister van
Defensie zijn bevoegd uit eigen beweging
en desgevraagd verplicht, kosteloos, uit de door of namens hen gevoerde
administratie aan de gemeentebesturen die gegevens te verstrekken
die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.
Art.
9 [11]. [MvT]
-1. Tegen beschikkingen tot
toekenning, weigering of intrekking van een in artikel 2 [2]
bedoelde
voorziening staat voor belanghebbende beroep open.
-2. Over dit beroep wordt
geoordeeld door de raden van beroep en de Centrale
Raad van Beroep,
bedoeld in de Beroepswet (Stb. 1955, 47).
§
3. Wijzigingen in
andere wetten en regelingen
Art.
10 [12]. [MvT]
Artikel 57 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990, 127) wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt
de zinsnede "en voor genees- en heelkundige voorzieningen".
2. Het tweede lid vervalt.
3. Het derde tot en met
achtste lid worden vernummerd tot tweede tot en met zevende lid.
Art.
11 [13]. [MvT]
Artikel P 9 van de Algemene
burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540) wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt
de zinsnede "en voor genees- en heelkundige voorzieningen".
2. Het tweede lid komt te
luiden:
-2. In aanvulling op de bij
of krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten of de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten gestelde regels kan Onze Minister regels stellen
op grond waarvan het bestuur van het fonds de ambtenaar of gewezen
ambtenaar, onderscheidenlijk gepensioneerde ambtenaar, die uitzicht
onderscheidenlijk recht heeft op invaliditeitspensioen in aanmerking kan
brengen voor genees- en heelkundige voorzieningen en voor voorzieningen
ter verbetering van de levensomstandigheden. Het bestuur van het
fonds voert de door Onze Minister krachtens dit lid gestelde regels uit.
De door Onze Minister krachtens dit lid gestelde regels mogen niet
afwijken ten nadele van belanghebbenden. Een voorziening als bedoeld
in dit lid is niet vatbaar voor beslag;
3. In het derde lid wordt de
zinsnede "het bepaalde in de vorige leden" vervangen door: het
bepaalde in het eerste lid.
Art.
12 [14]. [MvT]
Artikel P 8 van de
Spoorwegpensioenwet (Stb. 1986, 541) wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt
de zinsnede "en voor genees- en heelkundige voorzieningen".
2. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. In aanvulling op de bij
of krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten of de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten gestelde regels kan Onze Minister
regels stellen
op grond waarvan de directie van het fonds de deelgenoot of gewezen
deelgenoot, onderscheidenlijk gepensioneerde deelgenoot, die uitzicht onderscheidenlijk recht heeft op invaliditeitspensioen in aanmerking
kan brengen voor genees- en heelkundige voorzieningen en voor
voorzieningen ter verbetering van de levensomstandigheden. De directie
van het fonds voert de door Onze Minister krachtens dit lid gestelde
regels uit. De door Onze Minister krachtens dit lid gestelde regels mogen
niet afwijken ten nadele van belanghebbenden. Een voorziening als
bedoeld in dit lid is niet vatbaar voor beslag
3. In het derde lid wordt de
zinsnede "het bepaalde in de vorige leden" vervangen door: het
bepaalde in het eerste lid.
Art.
13 [15]. [MvT]
De Algemene militaire
pensioenwet (Stb. 1988, 284) wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste en tweede
lid van artikel X 5 vervallen de onderdelen b en c en wordt in plaats van
de letter d gelezen: b.¹
2. Het derde lid van artikel X 5 wordt vervangen door:
-3. In aanvulling op de bij
of krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten of de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten gestelde regels kan Onze
Minister ten behoeve
van een beroepsmilitair, gewezen beroepsmilitair, dienstplichtig
militair, alsmede gewezen dienstplichtig militair die lijden aan een ziekte of
gebrek verband houdende met de uitoefening van de dienst nadere en zo nodig
afwijkende regels stellen op grond waarvan die militair of die gewezen
militair in aanmerking worden gebracht voor, naar het oordeel van Onze
Minister, noodzakelijke geneeskundige behandeling en verzorging, met
inbegrip van genees- en heelkundige voorzieningen, zomede voor de tegemoetkoming in de kosten daarvan en voor
voorzieningen ter
verbetering van de levensomstandigheden. De door Onze Minister krachtens dat
lid gestelde regels mogen niet afwijken ten nadele van belanghebbenden.
1. Volgens de redactie
dient "en wordt in plaats van
de letter d gelezen: b" te worden vervangen door: ,
onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel b.
Art.
14 [16]. [MvT]
In artikel 50j, tweede lid,
van de Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1989, 119) wordt na
"Rijksgroepsregelingen"
toegevoegd: , alsmede de Wet voorzieningen gehandicapten.
Art.
15 [17]. [MvT]
De Huurprijzenwet woonruimte (Stb. 1986, 331) wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 10, eerste lid, komt
als volgt te luiden:
-1. De huurprijs van woonruimte waarin of waaraan gedurende de huurtijd door of vanwege de
verhuurder:
a. ingrepen als bedoeld in
artikel 4 [5], vierde lid, van de Wet voorzieningen gehandicapten
(Stb.
1992, ...) zijn verricht, in de kosten waarvan door de gemeente
een financiële tegemoetkoming is
verleend; of
b. voorzieningen zijn aangebracht waardoor het woongerief geacht kan worden te zijn gestegen,
die niet zijn ingrepen als bedoeld onder a en waarop voorts artikel 9
niet van toepassing is;
is de huurprijs, vermeerderd met een door de
huurder en de verhuurder, voordat de ingrepen of de voorzieningen
tot stand zijn gekomen, overeen te komen bedrag dat in redelijke
verhouding staat tot de door de verhuurder bestede kosten van de
ingrepen onderscheidenlijk de voorzieningen, met dien verstande dat de nieuwe huurprijs niet hoger mag zijn dan
die
welke bij toepassing van de
regelen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, als redelijk is aan te merken.
B. [MvT]
Artikel 10a wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. In afwijking van artikel
10, eerste lid, kan indien de in dat lid bedoelde ingrepen of
voorzieningen, al dan niet met toepassing van bestuursdwang, zijn
getroffen ter uitvoering van een aanschrijving als bedoeld in artikel 15,
15a
of 16 van de Woningwet, de in artikel 10,
eerste lid, bedoelde
verhoging van de huurprijs ook na de totstandkoming van bedoelde ingrepen
of voorzieningen door de huurder en de verhuurder worden
overeengekomen.
2. In het tweede lid wordt
na "binnen drie maanden na de totstandkoming van de" ingevoegd:
ingrepen of.
3. In het zesde lid wordt "en 15" vervangen door: 15 en
15a.
Art.
16 [18]. [MvT]
In artikel 3, eerste lid,
onderdeel c, van de Wet op de huurcommissies (Stb. 1979, 16) wordt na
"na de totstandkoming van" ingevoegd: "ingrepen of" en wordt na
"als bedoeld in artikel 15" ingevoegd: , 15a.
Art.
17 [19]. [MvT]
De Woningwet (Stb. 1991,
439) wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 15 wordt een
nieuw artikel 15a ingevoegd, luidende:
Art. 15a.
-1. Indien een gehandicapte
in de zin van artikel 1 [1], eerste lid, van de Wet voorzieningen
gehandicapten bij het normale gebruik van de door hem bewoonde woning ergonomische beperkingen
ondervindt die door
het verrichten van
bouwkundige of woontechnische ingrepen in of aan de woning kunnen worden
opgeheven of verminderd, kunnen burgemeester en wethouders degene die
als eigenaar of uit anderen hoofde tot het verrichten van die ingrepen
bevoegd is, aanschrijven binnen een door hen te bepalen termijn de
door hen aan te geven ingrepen te verrichten.
-2. Burgemeester en
wethouders vaardigen een aanschrijving als bedoeld in het eerste lid
slechts uit voor zover voor het verrichten van die ingrepen geldelijke steun
kan worden verleend.
-3. Met betrekking tot de in
dit artikel bedoelde aanschrijving is artikel 15, vierde en vijfde lid,
van overeenkomstige toepassing.
B. [MvT]
Artikel 16 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. Behoudens in geval van
gevaar of ernstige hinder schrijven burgemeester en wethouders,
indien zij voornemens zijn een aanschrijving als bedoeld in artikel 14,
eerste lid, uit te vaardigen en de woning naar hun oordeel tevens verbeteringen
behoeft als bedoeld in artikel 15, waartoe kan worden aangeschreven, of
ingrepen behoeft als bedoeld in artikel 15a, degene die als
eigenaar of uit anderen hoofde tot het treffen van die voorzieningen of het
aanbrengen van de verbeteringen of het verrichten van de ingrepen
bevoegd is, aan binnen een door hen te bepalen termijn de door hen
aangegeven voorzieningen te treffen en de door hen aan te geven
verbeteringen aan te brengen of de door hen aan te geven ingrepen te
verrichten.
2. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. Indien burgemeester en
wethouders voornemens zijn een aanschrijving als bedoeld in
artikel 15 uit te vaardigen en de woning naar hun oordeel tevens
voorzieningen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, of ingrepen als bedoeld in
artikel 15a behoeft, schrijven zij degene die als eigenaar of uit anderen
hoofde tot het aanbrengen van de verbeteringen en het treffen van de
voorzieningen of het verrichten van de ingrepen bevoegd is, aan binnen een
door hen te bepalen termijn de door hen aan te geven verbeteringen aan
te brengen en de door hen aan te geven voorzieningen te treffen of
door hen aan te geven ingrepen te verrichten.
C. [MvT]
Artikel 22 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. In afwijking van artikel
1590 van het Burgerlijk Wetboek ¹ is elke bewoner van een woning
verplicht het aanbrengen of verrichten van de in een aanschrijving als
bedoeld in artikel 15, eerste lid, 15a, eerste lid, of 16 genoemde verbeteringen
of ingrepen door of vanwege degene tot wie de aanschrijving is
gericht of diens rechtsopvolger, dan wel met toepassing van
bestuursdwang, te gedogen.
2. In het tweede lid wordt "teneinde de in de aanschrijving aangegeven verbeteringen aan te
brengen" vervangen door: teneinde de in de aanschrijving aangegeven
verbeteringen of ingrepen aan te brengen of te verrichten.
D. [MvT]
In artikel 28, eerste lid,
wordt na "15," ingevoegd: 15a,.
1. Volgens de redactie
dient "Burgerlijk Wetboek" te worden vervangen door: Boek
7a van het Burgerlijk Wetboek.
Art.
18 [20]. [MvT]
In artikel 7, tweede lid,
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(Stb. 1990, 176) worden de
woorden "gewezen militair of" en "of gewezen militair"
geschrapt.
§
4. Evaluatie
Art.
19 [22]. [MvT]
-1. Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt in overeenstemming met
Onze Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze
wet, en vervolgens binnen
drie jaar daarna, aan de Staten-Generaal een verslag over de verlening
van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen krachtens deze
wet.
-2. Het gemeentebestuur is
verplicht desgevraagd aan Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid kosteloos de opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor het verslag, bedoeld in
het eerste lid.
§
5. Overgangs- en
slotbepalingen
Art.
20 [23]. [MvT]
-1. Indien in het kader van de uitvoering
van artikel 57, tweede lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke
pensioenwet, dan wel artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet,
ter zake van de verstrekking van een hulpmiddel een overeenkomst
van bruikleen is gesloten, wordt de verstrekking van dat
hulpmiddel, gedurende de nog resterende looptijd van de overeenkomst, dan
wel, indien de gebruiksduur van het hulpmiddel korter is dan de resterende looptijd van de overeenkomst, tot
het einde van die
gebruiksduur, beheerst door de regels zoals die luidden onmiddellijk voorafgaande
aan de datum van inwerkingtreding van artikel 10 [12]
van deze wet.
-2. Het eerste lid is van
overeenkomstige toepassing op de periodieke vergoeding die op grond van
artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet aan de gehandicapte wordt
verleend voor de
kosten van aanschaf en
onderhoud van een vervoermiddel.
Art.
21 [24]. [MvT]
Aan de gehandicapte aan wie
over de periode onmiddellijk voorafgaande aan de datum van
inwerkingtreding van deze wet, krachtens artikel 57, tweede lid, van
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of krachtens artikel P 9,
tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet of krachtens
artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet, dan wel krachtens
artikel X 5, eerste en tweede lid, van de Algemene militaire
pensioenwet, een financiële tegemoetkoming is verleend in de kosten van
het gebruik van een vervoermiddel, wordt desgevraagd door het
gemeentebestuur ook over de jaren 1994 en 1995 een financiële
tegemoetkoming verleend, tenzij in de verordening als bedoeld in artikel
4 [5], eerste
lid, anders wordt bepaald.
Art.
22 [25]. [MvT]
De bepalingen bij of
krachtens artikel 7 van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten,
zoals die bepalingen luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum
van inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de
beroepsmilitair die is ontslagen anders dan uit hoofde van invaliditeit met
dienstverband en die op grond van de Regeling geneeskundige
verzorging gepensioneerde militairen KL/Klu (Stb. 1962, 241), dan wel op
de voet van die regeling, in aanmerking is gebracht voor genees- en heelkundige voorzieningen.
Art.
23 [26]. [MvT]
Vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet ingediende aanvragen voor een
voorziening als bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet of artikel P 9, tweede lid, van de Algemene burgerlijke
pensioenwet of artikel P 8, tweede lid, van de Spoorwegpensioenwet, dan wel
artikel X 5, eerste en tweede lid, van de Algemene militaire
pensioenwet, worden afgehandeld op basis van de regels zoals die luidden
onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze
wet, met dien verstande dat geen financiële tegemoetkoming wordt
verleend over een periode gelegen na de datum van inwerkingtreding van
deze wet.
Art.
24 [28].
Indien het bij koninklijke
boodschap van 23 januari 1992 ingediende wetsvoorstel tot wijziging
van de Wet
op de rechterlijke organisatie, de Algemene
wet bestuursrecht, de Wet
op de Raad van State, de Beroepswet, de Ambtenarenwet
1929 en andere wetten, alsmede
intrekking van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen
(voltooiing eerste fase herziening rechterlijke
organisatie) tot wet wordt verheven en in werking
treedt, dan wel in werking is getreden:
a. vervalt artikel 9 [11];
b. wordt aan onderdeel
C van
de krachtens artikel 18, eerste lid, van
de Beroepswet vastgestelde bijlage
toegevoegd:
24. de Wet voorzieningen gehandicapten.
Art.
25 [29].
Deze wet kan worden
aangehaald als: Wet voorzieningen gehandicapten.
Art.
26 [30]. [MvT]
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
dat voor de verschillende artikelen, onderdelen daarvan of voor de verlening
van onderscheidenlijk de woonvoorzieningen, de
vervoersvoorzieningen of de rolstoelen verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
De Staatssecretaris van
Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
|
|