St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  TERUGDRINGING  ZIEKTEVERZUIM

 

  
 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 
Kamerstukken II 1992-93, 22 899

Wijziging van de Ziektewet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede het treffen van een regeling voor het overheidspersoneel, in verband met terugdringing van het ziekteverzuim (Wet terugdringing ziekteverzuim) ¹

1. Redactie: de wet is gepubliceerd in Stb. 1993, 750, en is in werking getreden met ingang van 1 januari 1994 en 1 juli 1994 (Stb. 1993, 751).

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende wijziging van de Ziektewet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede het treffen van een regeling voor het overheidspersoneel, in verband met terugdringing van het ziekteverzuim (Wet terugdringing ziekteverzuim).
     De toelichtende memorie (en bijlagen), die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

's-Gravenhage, 5 november 1992

 

BEATRIX

 

 

 

Nr.r2 VOORSTEL  VAN  WET

 

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
    

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is door een vergroting van de financiële betrokkenheid van werkgevers en werknemers in de marktsector en bij de overheid het ziekteverzuim terug te dringen en daartoe de Ziektewet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten te wijzigen en een regeling te treffen voor het overheidspersoneel;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Wetten op het terrein van de sociale zekerheid

 

Art. I [I].  [MvT]
De Ziektewet (Stb. 1987, 88) wordt als volgt gewijzigd:
A [A].
[MvT]
In artikel 19 wordt, onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. De vrouwelijke verzekerde heeft in verband met haar bevalling recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde.
B [B].
[MvT]
In artikel 21 wordt "de artikelen 57 en 64" vervangen door: artikel 64.
C [C].
[MvT]
In artikel 28 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. De verzekerde is bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht, zo dikwijls dit nodig wordt geoordeeld, zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek door een door de bedrijfsvereniging aangewezen geneeskundige, zich op last van de geneeskundige tot het ondergaan van zodanig onderzoek te laten opnemen in de hem aangewezen inrichting en in het algemeen de voorschriften van de geneeskundige die ertoe strekken om een geneeskundig onderzoek mogelijk te maken, op te volgen.
2. In het tweede lid wordt "Het bestuur der bedrijfsvereniging" vervangen door: De bedrijfsvereniging.
3. In het derde lid wordt "De verzekerde, bedoeld in het eerste lid," vervangen door: De verzekerde.
4. In het vierde lid wordt de eerste volzin vervangen door: De voor de verzekerde aan een geneeskundig onderzoek verbonden kosten worden aan hem door de bedrijfsvereniging vergoed.
D [D].
[MvT]
De artikelen 29 en 29a worden vervangen door de volgende drie artikelen:
Art. 29.
[MvT]
-1. Het ziekengeld bedraagt 70% van het dagloon van de verzekerde.
-2. Het ziekengeld wordt uitgekeerd over iedere dag van de ongeschiktheid tot werken, doch - behoudens het vijfde tot en met achtste lid - niet over een periode van zes weken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-3. Als dagen van ongeschiktheid tot werken gelden de werkdagen waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. De Sociale Verzekeringsraad bepaalt welke dagen bij onderscheiden werktijdregelingen als werkdag worden aangemerkt.
-4. Voor het bepalen van de periode waarover in verband met het tweede lid en het vijfde tot en met zevende lid geen ziekengeld wordt uitgekeerd, worden perioden van ongeschiktheid tot werken samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.
-5. Het ziekengeld van de verzekerde die in dienstbetrekking staat tot een werkgever die in een kalenderjaar aan de werknemers die tot hem in dienstbetrekking stonden tezamen minder loon heeft betaald dan vijftienmaal de gemiddelde loonsom per werknemer, wordt - behoudens het zesde en zevende lid - uitgekeerd na verstrijken van een periode van drie weken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-6. Het ziekengeld van de verzekerde van wie de arbeidsverhouding op grond van artikel 4 of 5, met uitzondering van artikel 4, eerste lid, onderdeel e, als dienstbetrekking wordt beschouwd, het ziekengeld van degene wiens aanspraak berust op het bepaalde in artikel 46, alsmede het ziekengeld van de vrijwillig verzekerde die niet in dienstbetrekking staat tot een werkgever, worden uitgekeerd vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken.
-7. Het ziekengeld van de verzekerde van wie de dienstbetrekking binnen de in het tweede lid bedoelde periode van zes weken eindigt, wordt - behoudens een eerdere aanspraak op grond van het vijfde lid - uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is geëindigd, doch niet eerder dan vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken.
-8. Het ziekengeld van de verzekerde die op grond van artikel 7 als werknemer wordt beschouwd, wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-9. Geen ziekengeld wordt uitgekeerd op en na de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt.
-10. Geen ziekengeld wordt uitgekeerd nadat een periode van 52 weken is verstreken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken. Voor het bepalen van deze periode worden perioden van ongeschiktheid tot werken samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.
-11. Ter uitvoering van het vijfde lid stelt de bedrijfsvereniging voor de groep of groepen van bij haar aangesloten werkgevers de gemiddelde loonsom per werknemer in een kalenderjaar vast.
-12. Van haar beslissing of een werkgever al dan niet een werkgever is als bedoeld in het vijfde lid, stelt de bedrijfsvereniging hem schriftelijk in kennis:
a. bij de eerste gelegenheid dat zij beslist om het ziekengeld van werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan, in een kalenderjaar uit te keren na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde periode van zes weken of de in het vijfde lid bedoelde periode van drie weken;
b. bij elke herziening van de onder a bedoelde beslissing; en
c. op diens verzoek.
-13. De werkgever die een kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in het twaalfde lid, deelt de inhoud mee aan de werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan.
-14. Met betrekking tot het bepaalde in het vijfde en elfde lid kan de Sociale Verzekeringsraad nadere regels stellen.
Art. 29a.
[MvT]
-1. De vrouwelijke verzekerde heeft in verband met haar bevalling recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon gedurende ten minste zestien weken.
-2. Het ziekengeld in verband met bevalling wordt uitgekeerd over iedere werkdag vanaf de eerste dag dat de bevalling blijkens een verklaring van een geneeskundige of van een verloskundige, aangevend de vermoedelijke datum van de bevalling, binnen zes weken is te verwachten, of vanaf de latere dag dat de vrouwelijke verzekerde aanspraak wenst te maken op dat ziekengeld, doch niet later dan vanaf de eerste dag waarop de bevalling binnen vier weken is te verwachten. Artikel 29, derde lid, tweede volzin, is van toepassing.
-3. Het ziekengeld in verband met bevalling wordt uitgekeerd tot en met zestien weken na de dag waarop de bevalling plaatsvond, verminderd met het aantal dagen waarover ziekengeld is uitgekeerd of door toepassing van artikel 31, tweede lid, geen ziekengeld is ontvangen, in de periode vanaf de eerste dag waarop de bevalling binnen zes weken was te verwachten tot en met de vermoedelijke datum van de bevalling of, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum van de bevalling.
-4. De vrouwelijke verzekerde die in de periode waarin zij aanspraak had kunnen maken op ziekengeld in verband met bevalling, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid, heeft recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-5. Nadat het recht op ziekengeld in verband met bevalling is geëindigd, heeft de vrouwelijke verzekerde indien zij aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon zolang die ongeschiktheid duurt, doch ten hoogste gedurende 52 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op ziekengeld in verband met bevalling is geëindigd.
-6. Artikel 29, tiende lid, en artikel 30 blijven buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die op grond van dit artikel recht heeft op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon
-7. Perioden waarover het ziekengeld in verband met bevalling wordt uitgekeerd, worden bij de toepassing van artikel 29, vierde en tiende lid, samengeteld met perioden van ongeschiktheid tot werken, met dien verstande dat, indien niet is samengeteld met een voorafgaande periode van ongeschiktheid tot werken, voor het bepalen van de periode van 52 weken wordt gerekend vanaf de dag met ingang waarvan het ziekengeld in verband met bevalling werd toegekend.
Art. 29b.
[MvT]
-1. Het ziekengeld, bedoeld in artikel 29, van de werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan zijn dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990, 127) of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) wordt over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn gelegen in de drie jaren na aanvang van de dienstbetrekking, op verzoek van de werkgever gesteld op het dagloon, met dien verstande dat het ziekengeld niet meer kan bedragen dan de aanspraak van de werknemer op het loon dat de werkgever verschuldigd zou zijn indien daarop geen ziekengeld in mindering zou zijn gebracht.
-2. In afwijking van artikel 29, tweede, vijfde en zesde lid, wordt het ziekengeld van de in het eerste lid bedoelde werknemer uitgekeerd vanaf de eerste dag waarop de werknemer aanspraak zou kunnen maken op loon indien daarop geen ziekengeld in mindering zou zijn gebracht.
-3. Dit artikel is niet van toepassing, wanneer:
a. de werknemer jegens de werkgever bij ongeschiktheid tot werken wegens ziekte geen aanspraak op betaling van loon kan maken;
b. er sprake is van een dienstbetrekking krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687).
E [E].
[MvT]
In artikel 30, tweede lid, wordt "de werknemer" vervangen door: de werknemer die aanspraak maakt op ziekengeld.
F [F].
[MvT]
In artikel 31 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid wordt de zinsnede "De verzekerde die gedurende de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte loon, inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking of ouderdomspensioen ontvangt" vervangen door: De verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld en tevens loon, inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking of ouderdomspensioen ontvangt.
2. In het derde lid wordt de zinsnede "indien en voor zover deze ook reeds onmiddellijk voorafgaande aan de dag met ingang waarvan het ziekengeld werd toegekend, werden verworven" vervangen door: voor zover deze ook reeds werden verworven onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte of de dag met ingang waarvan het ziekengeld in verband met bevalling werd toegekend.
G [G].
[MvT]
In artikel 35 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het vijfde lid wordt "artikel 29, tweede lid, tweede volzin," vervangen door: artikel 29, negende lid,.
2. In het achtste lid wordt "omtrent de uitkeringsduur in het tweede lid van artikel 29" vervangen door: in artikel 29, negende en tiende lid,.
H [H].
[MvT]
In artikel 36 wordt "artikel 29, derde lid, eerste volzin," vervangen door: artikel 29, tweede lid en vijfde tot en met zevende lid,.
I [I].
[MvT]
In artikel 37 wordt het eerste lid vervangen door:
-1. De bedrijfsvereniging is bevoegd verzekerden bij ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte op te roepen en te ondervragen op plaats, dag en uur, door haar te bepalen.
J [J].
[MvT]
De artikelen 38 en 39 worden vervangen door de volgende vier artikelen:
Art. 38.
[MvT]
-1. De bedrijfsvereniging kan in haar reglement de groep of groepen van bij haar aangesloten werkgevers verplichten tot het aangeven van ziektegevallen bij het met de uitvoering belaste orgaan. De reglementen van de bedrijfsverenigingen leggen in ieder geval zo'n verplichting op voor de gevallen waarin de werkgever krachtens artikel 58 tot aangifte van een bedrijfsongeval of beroepsziekte bij de bedrijfsvereniging verplicht is.
-2. De verzekerde is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, verplicht zorg te dragen dat daarvan zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag van de ongeschiktheid tot werken of binnen een zodanig kortere termijn als door de bedrijfsvereniging in haar reglement is bepaald, mededeling wordt gedaan aan het met de uitvoering belaste orgaan dan wel, indien de bedrijfsvereniging de werkgever heeft verplicht tot het aangeven van ziektegevallen, aan de werkgever.
-3. Wanneer de werkgever tot het aangeven van ziektegevallen verplicht is, is hij tevens verplicht zorg te dragen dat de aangifte zo spoedig mogelijk wordt gedaan, doch in elk geval niet later dan op de derde dag van de ongeschiktheid tot werken of binnen een zodanig kortere termijn als door de bedrijfsvereniging in haar reglement is bepaald.
-4. Indien de werkgever een verplichting als bedoeld in het derde lid niet opgevolgd heeft, kan de bedrijfsvereniging aan hem een bedrag in rekening brengen van ten hoogste 70% van het dagloon van de verzekerde, over elke na de derde dag van de ongeschiktheid tot werken gelegen dag die voorafgaat aan de dag van ontvangst van de aangifte van diens ziekte. De Sociale Verzekeringsraad kan ter zake nadere regels stellen.
Art. 39.
[MvT]
-1. De bedrijfsvereniging verricht bij verzekerden van wie op grond van artikel 38 een aangifte van een ziekte of een ziekmelding is ontvangen, controle op het bestaan van ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte en zij beoordeelt bij gebleken ongeschiktheid of de werkgever zijn taak met betrekking tot verzuimbegeleiding op adequate wijze uitoefent.
-2. De bedrijfsvereniging stelt ter uitvoering van het eerste lid controlevoorschriften vast. Deze voorschriften behoeven de goedkeuring van de Sociale Verzekeringsraad.
-3. De bedrijfsvereniging is bevoegd haar controlebevindingen mee te delen aan de werkgever tot wie de aan controle onderworpen werknemer in dienstbetrekking staat. Zij deelt de werkgever op diens verzoek mee of een bepaalde, tot hem in dienstbetrekking staande werknemer volgens de haar ter beschikking staande gegevens geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
Art. 39a.
[MvT]
-1. Indien de werkgever ter zake van de begeleiding van zieke werknemers artikel 18, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet (Stb. ...) in acht neemt en een afschrift van de schriftelijke vastlegging als bedoeld in artikel 18, derde lid, onderdeel a, van de Arbeidsomstandighedenwet of een afschrift van de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 18, derde lid, onderdeel b, van de Arbeidsomstandighedenwet, aan de bedrijfsvereniging heeft verstrekt, kan de bedrijfsvereniging de tot die werkgever in dienstbetrekking staande werknemers aan wie in verband met het bepaalde in artikel 29, tweede en vijfde lid, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, niet verplichten:
1º. gevolg te geven aan een ingevolge artikel 37, eerste lid, gedaan verzoek om te verschijnen en inlichtingen te geven;
2º. zich op grond van artikel 28 te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek, behalve met het oog op de toepassing van artikel 44, eerste lid, onderdeel a; en
3º. de in artikel 39, tweede lid, bedoelde controlevoorschriften na te leven.
-2. Indien de bedrijfsvereniging van een werkgever geen afschrift als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, deelt de bedrijfsvereniging dit onverwijld mee aan de desbetreffende werkgever en aan het bevoegde districtshoofd als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. De bedrijfsvereniging kan dan met betrekking tot de werknemers als bedoeld in het eerste lid, taken verrichten als bedoeld in artikel 39, eerste lid.
-3. Op verzoek van de werkgever kan de bedrijfsvereniging met betrekking tot werknemers als bedoeld in het eerste lid die in het buitenland verblijven taken verrichten als bedoeld in artikel 39, eerste lid.
-4. Indien de bedrijfsvereniging de in het tweede en derde lid bedoelde taken verricht, worden de kosten die hieruit voortvloeien door de bedrijfsvereniging volgens door de Sociale Verzekeringsraad te stellen regels in rekening gebracht bij de werkgever bij wie de desbetreffende werknemers in dienstbetrekking staan.
Art. 39b.
[MvT]
-1. Na het verstrijken van de in artikel 29, tweede of vijfde lid, genoemde periode is de bedrijfsvereniging bevoegd om, indien de werkgever gedurende deze periode op inadequate wijze invulling heeft gegeven aan zijn taak met betrekking tot verzuimbegeleiding van een werknemer aan wie in verband met het bepaalde in artikel 29, tweede of vijfde lid, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, gedurende ten hoogste zes weken de ziekengelduitkering van de betrokken werknemer te verhalen op de werkgever.
-2. De Sociale Verzekeringsraad kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid. Deze nadere regels behoeven goedkeuring van Onze Minister.
K [K].
[MvT]
In artikel 44, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Onderdeel f wordt vervangen door:
f. indien de verzekerde het voorschrift gegeven in artikel 38, tweede lid, niet opgevolgd heeft;.
2. In onderdeel g wordt "de controlevoorschriften als bedoeld in artikel 39" vervangen door: de in artikel 39, tweede lid, bedoelde controlevoorschriften.
L [L].
[MvT]
In artikel 46, vijfde lid, wordt de zinsnede "voor zover het betreft de toepassing van artikel 29, zevende tot en met elfde lid," vervangen door: voor zover het betreft de toepassing van artikel 29a,.
M [M].
[MvT]
Voor de tekst van artikel 51 wordt de aanduiding "-1." geplaatst, waarna een tweede lid wordt toegevoegd, luidende:
-2. Het Rijk is niet aansprakelijk voor het doen van uitkeringen of de verstrekking van bijdragen als bedoeld in artikel 59.
N [N].
[MvT]
Aan artikel 54 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Het ziekengeldreglement mag geen bepalingen bevatten inzake hogere, langere of andere uitkeringen dan deze wet vaststelt dan wel bepaalt.
O [O].
[MvT]
Artikel 57 vervalt.
P [P].
[MvT]
Na artikel 58 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 59.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in bij die maatregel aan te wijzen gevallen aan de bedrijfsverenigingen de bevoegdheid wordt verleend te bepalen dat aan één of meer bij hen verzekerde groepen van werknemers, met inachtneming van bij die maatregel te stellen regels, behalve het in deze wet geregelde ziekengeld andere uitkeringen worden gedaan of bijdragen worden verstrekt voor één of meer sociale fondsen.
Q [Q].
[MvT]
In artikel 60 vervalt het tot zesde lid vernummerde derde lid en wordt het zevende tot en met elfde lid vernummerd tot zesde tot en met tiende lid.
R [T].
[MvT]
In artikel 69 wordt het tweede lid vervangen door:
-2. De vrouwelijke vrijwillig verzekerde heeft recht op ziekengeld in verband met haar bevalling.
S [W].
[MvT]
Artikel 87 vervalt.
T [X].
[MvT]
In artikel 89 wordt "29, vijfde lid," vervangen door: 29, vierde en tiende lid,.

 

Art II [II].  [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) wordt als volgt gewijzigd:
A [A].
[MvT]
Het tweede lid van artikel 1 vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B [B].
[MvT]
Het tweede lid van artikel 7a vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
C [C].
[MvT]
In artikel 10, tweede lid, wordt "artikel 7a, eerste lid, onderdeel a," vervangen door: artikel 7a, onderdeel a,.
D [D].
[MvT]
In artikel 19, zesde lid, wordt de zinsnede "de artikelen 29, derde lid, 31, 42 of 44 van de Ziektewet" vervangen door: de artikelen 29, tweede lid en vijfde tot en met zevende lid, 30, 31, 42 of 44 van de Ziektewet.
E [E].
[MvT]
In artikel 37, derde lid, onderdeel b, wordt "artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, in verbinding met het tweede lid van dat artikel" vervangen door: artikel 7a, onderdeel a.
F [F].
[MvT]
In artikel 40, eerste lid, wordt "artikel 29, tweede en vijfde lid," vervangen door: artikel 29, tiende lid,.
G [G].
[MvT]
In artikel 57, eerste lid, vervalt de zinsnede "waaronder in afwijking van artikel 1, tweede lid, mede wordt verstaan uitkering voortvloeiende uit artikel 57 van de Ziektewet,".

 

Art. III [III].  [MvT]
De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990, 127) wordt als volgt gewijzigd:
A [A].
[MvT]
Het tweede lid van artikel 1 vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B [B].
[MvT]
In artikel 6, achtste lid, wordt de zinsnede "de artikelen 29, derde lid, 31, 42 of 44 van de Ziektewet" vervangen door: de artikelen 29, tweede lid en vijfde tot en met zevende lid, 30, 31, 42 of 44 van de Ziektewet.
C [C].
[MvT]
In artikel 48, eerste lid, vervalt de zinsnede "waaronder in afwijking van artikel 1, tweede lid, mede wordt verstaan uitkering voortvloeiende uit artikel 57 van de Ziektewet,".

 

Art. IV [IV].  [MvT]
In artikel 42, vierde lid, van de Werkloosheidswet (Stb. 1987, 93) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In onderdeel a wordt na de zinsnede "waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend" ingevoegd: , dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt.
2. De onderdelen d en e vervallen.

 

Art. V [V].  [MvT]
Artikel 4 van de Toeslagenwet (Stb. 1987, 91) wordt vervangen door een nieuw artikel, luidende:
Art. 4.
Ingeval op grond van artikel 29, vijfde lid, van de Ziektewet ziekengeld wordt uitgekeerd na het verstrijken van de eerste drie weken van de ongeschiktheid tot werken, ontstaat het recht op een toeslag eerst vanaf de dag na het verstrijken van de in artikel 29, tweede lid, van die wet bedoelde periode van zes weken.

 

Art. VI [VI].  [MvT]
In artikel 3, vierde lid, van de Ziekenfondswet (Stb. 1986, 347) wordt na de zinsnede "dan wel artikel 57 van die wet" ingevoegd: en een uitkering of bijdrage als bedoeld in artikel 59 van die wet, voor zover die laatstbedoelde uitkering of bijdrage door Onze Minster in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als loon in de zin van deze wet is aangewezen.

 

Art.VII [VII].  [MvT]
In artikel 3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (Stb. 1972, 313) vervalt de zinsnede "- zonder toepassing van artikel 57 van die wet -".

 

Art. VIII [VIII].  [MvT]
De Organisatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1989, 119) wordt als volgt gewijzigd:
A [B].
[MvT]
In artikel 19 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid vervalt onderdeel b, waarna onderdeel c wordt verletterd tot onderdeel b.
2. Aan het artikel wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. De bedrijfsvereniging kan de afdelingskas belasten met de taken, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Ziektewet, onder door haar te stellen regels.
B [C].
[MvT]
In artikel 50e, eerste lid, wordt de zinsnede "de ziekenfondsen en de Ziekenfondsraad zijn verplicht desgevraagd" vervangen door: de ziekenfondsen, de Ziekenfondsraad en degene aan wie op grond van artikel 31a van de Arbeidsomstandighedenwet (Stb. ...) een certificaat als bedoeld in artikel 18. tweede lid, van die wet is verleend, zijn verplicht desgevraagd.
C [D].
[MvT]
In artikel 50m wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. De in artikel 50a, eerste lid, genoemde instellingen en personen zijn na schriftelijke machtiging door degene op wie de gegevens betrekking hebben verplicht uit de door of namens hen gevoerde administratie desgevraagd aan degene aan wie op grond van artikel 31a van de Arbeidsomstandighedenwet een certificaat als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van die wet is verleend die gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Arbeidsomstandighedenwet.

 

Art. IX [IX].  [MvT]
In artikel 3a, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (Stb. 1987, 552) wordt de zinsnede "die een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering dan wel artikel 57 van de Ziektewet" vervangen door: die een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering krachtens de
Ziektewet.

 

Art. X [X].  [MvT]
In artikel 35 van de Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129) wordt de volgende wijziging aangebracht:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. Ten gunste van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds komen:
a. de premies voor de algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering en voor de vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de bedragen verhaald op grond van artikel 57, zesde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
c. de op grond van artikel 41a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet door de bedrijfsverenigingen op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ingehouden bedragen;
d. de teruggevorderde bonusuitkering, alsmede de geldelijke bijdrage, bedoeld in respectievelijk artikel 59c, eerste lid en artikel 59i, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
e. de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet arbeid gehandicapte werknemers (Stb. 1986, 300);
f. een jaarlijkse bijdrage van het Rijk van ƒ11,512 miljard.
2. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. Uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds worden betaald;
a. de lasten van de algemene arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en van de vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de lasten van de regeling vervat in hoofdstuk X van de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
c. de toelagen ingevolge artikel 69 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
d. de uitkeringen aan lichamen, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
e. de bonusuitkering, bedoeld in artikel 59c, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
f. het op grond van artikel 59n, zevende lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en het Spoorwegpensioenfonds toe te kennen budget.

 

Art. XI [-].  [MvT]
In artikel I van de Wet tot wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische aanpassingen (Stb. 1992, 82), worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A [-].
[MvT]
Onderdeel Z wordt vervangen door:
Z.
In artikel 73 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid wordt onderdeel d vervangen door:
d. betrekking heeft op de toepassing van artikel 30, derde lid, artikel 38, vierde lid, artikel 39a, vierde lid, of artikel 39b.
2. Het derde lid wordt vervangen door:
-3. Een kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid en in de artikelen 29, twaalfde lid, en 60, derde lid, derde volzin, is gedagtekend, vermeldt de gronden waarop de beslissing berust, alsmede, behoudens indien het betreft een beslissing ingevolge artikel 35, zevende lid, naam en adres van het college waarbij ingevolge het bepaalde in de artikelen 73a en 75 beroep kan worden ingesteld en de termijn van beroep.
B [-].
[MvT]
Onderdeel AA wordt vervangen door:
AA.
In artikel 73a wordt de zinsnede "ingevolge het bepaalde in het vorige artikel" vervangen door: ingevolge artikel 29, twaalfde lid, of artikel 60, derde lid, derde volzin, of artikel 73.

 

Art. XII [XI].  [MvT]
In artikel II van de Wet tot wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt onderdeel P vervangen door:
P.
Artikel 71a wordt vervangen door:
Art. 71a.
-1. De bedrijfsvereniging doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst melding van gevallen waarin zodanige melding redelijkerwijs van belang moet worden geacht met het oog op de werkzaamheden van die Dienst omschreven in artikel 22a, eerste lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering.
-2. In gevallen waarin de bedrijfsvereniging dit noodzakelijk oordeelt, stelt de werkgever in overleg met de werknemer een reïntegratieplan op ten behoeve van de herintreding van de werknemer in het arbeidsproces. Wanneer de bedrijfsvereniging het noodzakelijk oordeelt dat de werkgever een reïntegratieplan opstelt, wordt hiervan melding gedaan aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst.
-3. Gevallen waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden uiterlijk in de zesde maand na aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsvereniging bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst gemeld.
-4. Weigert de werkgever zonder deugdelijke grond mee te werken aan het opstellen of uitvoeren van het reïntegratieplan, dan is de bedrijfsvereniging bevoegd de ziekengelduitkering van de betrokken werknemer te verhalen op de werkgever.
-5. De Sociale Verzekeringsraad kan nadere regels stellen omtrent de toepassing van het derde lid.

 

Art. XIII [XII].  [MvT]
In artikel III van de Wet tot wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt onderdeel Q vervangen door:
Q.
Artikel 65 wordt vervangen door
Art. 65.
-1. De bedrijfsvereniging doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst melding van gevallen waarin een zodanige melding redelijkerwijs van belang moet worden geacht met het oog op de werkzaamheden van die Dienst omschreven in artikel 22a, eerste lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering.
-2. Gevallen waarin de arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden uiterlijk in de zesde maand na aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsvereniging bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst gemeld.
-3. Degene die arbeidsongeschikt is en geen aanspraak heeft op ziekengeld krachtens de Ziektewet of op een pensioen onderscheidenlijk een uitkering ingevolge de in artikel 8 bedoelde wetten onderscheidenlijk regeling, is gehouden binnen een termijn van vijf maanden na aanvang van de arbeidsongeschiktheid de bedrijfsvereniging in kennis te stellen van zijn ongeschiktheid.
-4. De Sociale Verzekeringsraad kan nadere regels stellen omtrent de toepassing van het tweede lid.

 

Art. XIV [-].  [MvT]
Artikel 18, vierde lid, van de Spoorwegpensioenwet (Stb. 1986, 541), zoals toegevoegd bij artikel XIV van de Wet tot wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt vernummerd tot vijfde lid.

 

Art. XV [XIII].  [MvT]
In artikel XVII van de Wet tot wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een regeling voor het overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt artikel "Artikel 29a" vervangen door: Artikel 29b.

 

 

HOOFDSTUK  II

Burgerlijk Wetboek

 

Art. XVI [XIV].  [MvT]
Het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A [A].
[MvT]
In artikel 1638c worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid komt als volgt te luiden:
Evenwel heeft de arbeider wanneer hij ten gevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten, voor een tijdvak van zes weken aanspraak op 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, maar ten minste op het voor hem geldende wettelijk minimumloon, tenzij de ziekte door zijn opzet is veroorzaakt of het gevolg is van een gebrek waarover hij bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst de werkgever opzettelijk valse inlichtingen heeft gegeven.
2. In het tweede lid worden de woorden "enige wettelijk voorgeschreven ziekte- of ongevallenverzekering" vervangen door: enige wettelijk voorgeschreven verzekering.
3. In het zevende lid worden de woorden "de daar bedoelde periode" vervangen door: het daar bedoelde tijdvak.
B [B].
[MvT]
In het vijfde lid van artikel 1638dd worden de woorden "ziekte of ongeval" en de woorden "ziekte of het ongeval" steeds vervangen door: ziekte.

 

 

HOOFDSTUK  III

Regeling voor het overheidspersoneel

 

Art. XVII [XV].  [MvT]
-1. Voor personen in dienst van Staat, provincie, gemeente, waterschap of enig ander publiekrechtelijk lichaam dan wel van de NV Nederlandse Spoorwegen gelden de navolgende bepalingen.
-2. Bij verhindering wegens ziekte om zijn dienst te verrichten of zijn ambt te vervullen, bestaat gedurende een tijdvak van zes weken aanspraak op 70% van de bezoldiging als bedoeld in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (Stb. 1983, 571) dan wel van hetgeen daarmee overeenkomt, doch minimaal op het bedrag van het minimumloon dat voor betrokkene zou gelden indien de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657) op hem van toepassing zou zijn. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien en voor zover in verband met ziekte ook na ontslag aanspraak bestaat op betaling van bezoldiging of van hetgeen daarmee overeenkomt.
-3. Van het bepaalde in het tweede lid kan bij algemeen verbindend voorschrift worden afgeweken. Ten aanzien van de aanspraak op het bedrag van het minimumloon dat voor betrokkene zou gelden indien de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag op hem van toepassing zou zijn, mag ten nadele van betrokkene slechts in zoverre worden afgeweken dat betrokkene voor de eerste twee dagen van het in het tweede lid bedoelde tijdvak van zes weken geen aanspraak heeft op bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt.
-4. Voor de toepassing van het tweede en derde lid worden perioden waarin betrokkene wegens ziekte verhinderd is om zijn dienst te verrichten of zijn ambt te vervullen, samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.
-5. Het tweede lid is niet van toepassing op zakgeldgenietenden.
-6. Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van verzuim in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Bij zwangerschaps- en bevallingsverlof blijft betrokkene volledig in het genot van de bezoldiging dan wel van hetgeen daarmee overeenkomt. Hetzelfde geldt indien en voor zover betrokkene in verband met bevalling ook na ontslag aanspraak heeft op betaling van bezoldiging of van hetgeen daarmee overeenkomt.
-7. Bij algemeen verbindend voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in het tweede lid, niet bestaat, indien:
a. de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven voorgesteld dat reden voor verhindering niet kan worden aangenomen;
b. de ziekte door opzet van betrokkene is veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
c. de verhindering het gevolg is van een ziekte of gebrek waarover betrokkene bij het aangaan van de arbeidsverhouding opzettelijk valse inlichtingen aan de werkgever heeft verstrekt.
-8. Bij algemeen verbindend voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in het tweede lid, vervalt wanneer en voor zolang betrokkene:
a. weigert zich te onderwerpen aan een onderzoek vanwege de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen geneeskundige of, na voor zulk een onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
b. weigert de volledige medewerking, bedoeld in artikel P 8, eerste lid van Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1986, 540) dan wel een daarmee overeenkomende bepaling, te verlenen;
c. zonder voldoende gronden nalaat zich onder behandeling van een geneeskundige te stellen of blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften hem door de behandelende geneeskundige gegeven, met dien verstande dat te dezen voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard zijn uitgezonderd;
d. zich zodanig gedraagt dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd;
e. tijdens de verhindering dienst te verrichten voor zichzelf of voor derden arbeid verricht, tenzij dit door de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen geneeskundige in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht;
f. in gebreke blijft op het door de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen geneeskundige bepaalde tijdstip en in de door deze bepaalde mate zijn dienst te hervatten, tenzij hij daarvoor een inmiddels opgekomen, door deze als geldig erkende reden heeft opgegeven.
-9. Bij algemeen verbindend voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in het tweede lid, geheel of ten dele vervallen kan worden verklaard indien betrokkene de voor hem ter zake van afwezigheid tijdens ziekte gestelde voorschriften overtreedt.
-10. De aanspraak, bedoeld in het tweede lid, wordt verminderd met het bedrag van de vergoeding of uitkering welke betrokkene geniet krachtens een wettelijk voorgeschreven verzekering.
-11. Algemeen verbindende voorschriften waarin niet een speciale regeling is getroffen voor de aanspraken bij ziekte op bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, gelden voor de toepassing van het derde lid als voorschriften waarbij van het tweede lid wordt afgeweken.

 

 

HOOFDSTUK  IV

Overgangs- en slotbepalingen

 

Art. XVIII [XVI].  [MvT]
-1. De inwerkingtreding van deze wet heeft geen gevolgen voor het recht op ziekengeld van de verzekerde:
a. die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet ongeschikt is tot het werken wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. wiens ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte intreedt op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen één maand nadat een vóór die inwerkingtreding gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte geacht niet te zijn onderbroken wanneer perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.

 

Art. XIX [XVII].  [MvT]
-1. Artikel 57 van de Ziektewet blijft voor door de bedrijfsvereniging op grond van dat artikel getroffen en door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid goedgekeurde besluiten van kracht tot 1 juli 1993.
-2. In de gevallen waarin het eerste lid toepassing vindt, blijven artikel 60, derde lid, van de Ziektewet, de artikelen 1, 7a en 57 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 1 en 48 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 3a, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en artikel 3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, zoals deze luidden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, van kracht.

 

Art. XX [XVIII].  [MvT]
-1. Degene die op grond van artikel XIX [XVII] aanspraken heeft verkregen die voortvloeien uit artikel 57 van de Ziektewet behoudt deze aanspraken, indien:
a. hij op 30 juni 1993 ongeschikt is tot werken wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. de ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte intreedt op 1 juli 1993 en tevens binnen een maand nadat een vóór die dag gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
-2. Artikel XVIII [XVI], tweede lid, en, voor zoveel nodig, artikel XIX [XVII], tweede lid, zijn van toepassing.

 

Art. XXI [XIX].  [MvT]
-1. De bepaling van artikel XVI, onderdeel A [XIV,A], is niet van toepassing op de arbeidsverhoudingen van personen:
a. die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet ongeschikt zijn tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. van wie de ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte intreedt op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen één maand nadat een vóór die inwerkingtreding gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte geacht niet te zijn onderbroken wanneer perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.

 

Art. XXII [XXI].
De tekst van de Ziektewet wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.

 

Art. XXIII [XXII].
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

 

Art. XXIV [XXIV].
Deze wet wordt aangehaald als: Wet terugdringing ziekteverzuim.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De Minister van Justitie,

De Minister van Binnenlandse Zaken,

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet TZ | MvT | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x