|
Kamerstukken II 1992-93,
22 899
Wijziging
van de Ziektewet, het Burgerlijk
Wetboek en enkele andere wetten,
alsmede het treffen van een regeling voor het overheidspersoneel, in
verband met terugdringing van het ziekteverzuim (Wet
terugdringing ziekteverzuim) ¹
1. Redactie:
de wet is gepubliceerd in Stb. 1993, 750, en is in werking
getreden met ingang van 1 januari 1994 en 1 juli 1994 (Stb. 1993,
751).
| Nr.r1 |
KONINKLIJKE
BOODSCHAP |
Aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal
Wij
bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende
wijziging van de Ziektewet,
het Burgerlijk
Wetboek en enkele andere wetten,
alsmede het treffen van een regeling voor het overheidspersoneel, in
verband met terugdringing van het ziekteverzuim (Wet
terugdringing ziekteverzuim).
De toelichtende
memorie (en bijlagen), die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de
gronden waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige
bescherming.
's-Gravenhage, 5 november
1992
BEATRIX
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo
Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is door een
vergroting van de financiële betrokkenheid van werkgevers en werknemers
in de marktsector en bij de overheid het ziekteverzuim terug te dringen
en daartoe de Ziektewet,
het Burgerlijk
Wetboek en enkele andere wetten te wijzigen en een regeling te treffen voor het overheidspersoneel;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
HOOFDSTUK
I
Wetten op
het terrein van de sociale zekerheid
Art.
I [I]. [MvT]
De Ziektewet
(Stb. 1987, 88) wordt
als volgt gewijzigd:
A [A].
[MvT]
In artikel 19 wordt, onder
vernummering van het tweede lid tot derde lid, een nieuw tweede lid
ingevoegd, luidende:
-2. De vrouwelijke verzekerde
heeft in verband met haar bevalling recht op ziekengeld overeenkomstig
het bij of krachtens deze wet bepaalde.
B [B].
[MvT]
In artikel 21 wordt "de
artikelen 57 en 64" vervangen door:
artikel 64.
C [C].
[MvT]
In artikel 28 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. De verzekerde is bij
ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte
verplicht, zo dikwijls dit nodig wordt geoordeeld, zich te onderwerpen aan een
geneeskundig onderzoek door een door de bedrijfsvereniging
aangewezen geneeskundige, zich op last van de geneeskundige tot het
ondergaan van zodanig onderzoek te laten opnemen in de hem aangewezen
inrichting en in het algemeen de voorschriften van de
geneeskundige die ertoe strekken om een geneeskundig onderzoek mogelijk te
maken, op te volgen.
2. In het tweede lid wordt "Het bestuur der
bedrijfsvereniging" vervangen door: De
bedrijfsvereniging.
3. In het derde lid wordt "De verzekerde, bedoeld in het eerste
lid," vervangen door: De
verzekerde.
4. In het vierde lid wordt
de eerste volzin vervangen door: De voor de verzekerde aan een
geneeskundig onderzoek verbonden kosten worden aan hem door de bedrijfsvereniging vergoed.
D [D].
[MvT]
De artikelen 29 en 29a
worden vervangen door de volgende drie artikelen:
Art. 29. [MvT]
-1. Het ziekengeld bedraagt
70% van het dagloon van de verzekerde.
-2. Het ziekengeld wordt
uitgekeerd over iedere dag van de ongeschiktheid tot werken,
doch - behoudens het vijfde tot en met achtste lid - niet over een
periode van zes weken, te rekenen vanaf de eerste dag van de
ongeschiktheid tot werken.
-3. Als dagen van
ongeschiktheid tot werken gelden de werkdagen waarop wegens ziekte niet is
gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. De Sociale Verzekeringsraad bepaalt welke dagen bij onderscheiden werktijdregelingen
als werkdag worden aangemerkt.
-4. Voor het bepalen van de
periode waarover in verband met het tweede lid en het vijfde tot
en met zevende lid geen ziekengeld wordt uitgekeerd, worden perioden van ongeschiktheid tot werken
samengeteld indien zij elkaar
met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.
-5. Het ziekengeld van de
verzekerde die in dienstbetrekking staat tot een werkgever die in een
kalenderjaar aan de werknemers die tot hem in dienstbetrekking stonden
tezamen minder loon heeft betaald dan vijftienmaal de gemiddelde loonsom
per werknemer, wordt - behoudens het zesde en zevende lid -
uitgekeerd na verstrijken van een periode van drie weken, te rekenen vanaf de
eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-6. Het ziekengeld van de
verzekerde van wie de arbeidsverhouding op grond van artikel 4 of
5,
met uitzondering van artikel 4, eerste lid, onderdeel
e, als dienstbetrekking wordt beschouwd, het ziekengeld van
degene wiens aanspraak
berust op het bepaalde in artikel 46, alsmede het ziekengeld van de
vrijwillig verzekerde die niet in dienstbetrekking staat tot een werkgever,
worden uitgekeerd vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken.
-7. Het ziekengeld van de
verzekerde van wie de dienstbetrekking binnen de in het tweede lid
bedoelde periode van zes weken eindigt, wordt - behoudens een eerdere aanspraak op grond van het vijfde lid -
uitgekeerd vanaf de eerste
dag van de ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is
geëindigd, doch niet eerder dan vanaf de derde dag van de ongeschiktheid
tot werken.
-8. Het ziekengeld van de
verzekerde die op grond van artikel 7 als werknemer wordt beschouwd,
wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-9. Geen ziekengeld wordt
uitgekeerd op en na de eerste dag van de maand waarin de verzekerde
de leeftijd van 65 jaar bereikt.
-10. Geen ziekengeld wordt
uitgekeerd nadat een periode van 52 weken is verstreken, te
rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
Voor het bepalen van deze periode worden perioden van ongeschiktheid
tot werken samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van
minder dan één maand opvolgen.
-11. Ter uitvoering van het
vijfde lid stelt de bedrijfsvereniging voor de groep of groepen van bij
haar aangesloten werkgevers de gemiddelde loonsom per werknemer in een
kalenderjaar vast.
-12. Van haar beslissing of
een werkgever al dan niet een werkgever is als bedoeld in het vijfde
lid, stelt de bedrijfsvereniging hem schriftelijk in kennis:
a. bij de eerste gelegenheid
dat zij beslist om het ziekengeld van werknemers die tot hem in
dienstbetrekking staan, in een kalenderjaar uit te keren na het verstrijken
van de in het tweede lid bedoelde periode van zes weken of de in het
vijfde lid bedoelde periode van drie weken;
b. bij elke herziening van
de onder a bedoelde beslissing; en
c. op diens verzoek.
-13. De werkgever die een
kennisgeving heeft ontvangen als bedoeld in het twaalfde lid, deelt de
inhoud mee aan de werknemers die tot hem in dienstbetrekking staan.
-14. Met betrekking tot het
bepaalde in het vijfde en elfde lid kan de Sociale Verzekeringsraad
nadere regels stellen.
Art. 29a. [MvT]
-1. De vrouwelijke verzekerde
heeft in verband met haar bevalling recht op ziekengeld ter hoogte van
haar dagloon gedurende ten minste zestien weken.
-2. Het ziekengeld in verband
met bevalling wordt uitgekeerd over iedere werkdag vanaf de
eerste dag dat de bevalling blijkens een verklaring van een
geneeskundige of van een verloskundige, aangevend de vermoedelijke datum van
de bevalling, binnen zes weken is te verwachten, of vanaf de
latere dag dat de vrouwelijke verzekerde aanspraak wenst te maken op
dat ziekengeld, doch niet later dan vanaf de eerste dag waarop de
bevalling binnen vier weken is te verwachten. Artikel
29, derde lid,
tweede volzin, is van toepassing.
-3. Het ziekengeld in verband
met bevalling wordt uitgekeerd tot en met zestien weken na de dag
waarop de bevalling plaatsvond, verminderd met het aantal
dagen waarover ziekengeld is uitgekeerd of door toepassing van artikel
31, tweede lid, geen ziekengeld is ontvangen, in de periode vanaf de
eerste dag waarop de bevalling binnen zes weken was te verwachten tot en met
de vermoedelijke datum van de bevalling of, indien eerder gelegen,
tot en met de werkelijke datum van de bevalling.
-4. De vrouwelijke verzekerde
die in de periode waarin zij aanspraak had kunnen maken op
ziekengeld in verband met bevalling, wegens ziekte ongeschikt is tot het
verrichten van haar arbeid, heeft recht op ziekengeld ter hoogte van
haar dagloon. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de
ongeschiktheid tot werken.
-5. Nadat het recht op
ziekengeld in verband met bevalling is geëindigd, heeft de
vrouwelijke verzekerde indien zij aansluitend ongeschikt is tot het
verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de
bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld
ter hoogte van haar dagloon zolang die ongeschiktheid duurt, doch
ten hoogste gedurende 52 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt
uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op ziekengeld in
verband met bevalling is geëindigd.
-6. Artikel 29, tiende lid,
en artikel 30 blijven buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke
verzekerde die op grond van dit artikel recht heeft op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon
-7. Perioden waarover het
ziekengeld in verband met bevalling wordt uitgekeerd, worden bij de
toepassing van artikel 29, vierde en tiende lid, samengeteld met perioden van
ongeschiktheid tot werken, met dien verstande dat, indien niet
is samengeteld met een voorafgaande periode van ongeschiktheid tot
werken, voor het bepalen van de periode van 52 weken wordt gerekend vanaf
de dag met ingang waarvan het ziekengeld in verband met bevalling
werd toegekend.
Art. 29b. [MvT]
-1. Het ziekengeld, bedoeld
in artikel 29, van de werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan zijn
dienstbetrekking recht had op een uitkering op grond van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990, 127) of de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) wordt over perioden van
ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn gelegen in de drie
jaren na aanvang van de dienstbetrekking, op verzoek van de werkgever
gesteld op het dagloon, met dien verstande dat het ziekengeld niet meer
kan bedragen dan de aanspraak van de werknemer op het loon dat de
werkgever verschuldigd zou zijn indien daarop geen ziekengeld in
mindering zou zijn gebracht.
-2. In afwijking van artikel 29, tweede, vijfde en zesde lid, wordt het ziekengeld van de in het
eerste lid bedoelde werknemer uitgekeerd vanaf de eerste dag waarop de werknemer aanspraak zou kunnen maken op
loon indien daarop geen
ziekengeld in mindering zou zijn gebracht.
-3. Dit artikel is niet van
toepassing, wanneer:
a. de werknemer jegens de
werkgever bij ongeschiktheid tot werken wegens ziekte geen aanspraak
op betaling van loon kan maken;
b. er sprake is van een
dienstbetrekking krachtens de Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967,
687).
E [E].
[MvT]
In artikel 30, tweede lid,
wordt "de werknemer" vervangen door: de werknemer die aanspraak
maakt op ziekengeld.
F [F].
[MvT]
In artikel 31 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid wordt
de zinsnede "De verzekerde die gedurende de ongeschiktheid tot werken
wegens ziekte loon, inkomsten uit arbeid anders dan in dienstbetrekking of ouderdomspensioen
ontvangt"
vervangen door: De
verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld en tevens loon, inkomsten uit
arbeid anders dan in dienstbetrekking of ouderdomspensioen ontvangt.
2. In het derde lid wordt
de zinsnede "indien en voor zover deze ook reeds onmiddellijk
voorafgaande aan de dag met ingang waarvan het ziekengeld werd toegekend,
werden verworven" vervangen door: voor zover deze ook reeds werden
verworven onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van de
ongeschiktheid tot werken wegens ziekte of de dag met ingang waarvan het
ziekengeld in verband met bevalling werd toegekend.
G [G].
[MvT]
In artikel 35 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het vijfde lid wordt "artikel
29, tweede lid, tweede volzin," vervangen door: artikel
29,
negende lid,.
2. In het achtste lid
wordt "omtrent de uitkeringsduur in het tweede lid van artikel
29"
vervangen door: in artikel 29, negende en tiende lid,.
H [H].
[MvT]
In artikel 36 wordt "artikel
29, derde lid, eerste volzin," vervangen door: artikel
29, tweede lid
en vijfde tot en met zevende lid,.
I [I].
[MvT]
In artikel 37 wordt het
eerste lid vervangen door:
-1. De bedrijfsvereniging is
bevoegd verzekerden bij ongeschiktheid tot het verrichten van hun
arbeid wegens ziekte op te roepen en te ondervragen op plaats, dag en
uur, door haar te bepalen.
J [J].
[MvT]
De artikelen 38 en 39 worden
vervangen door de volgende vier artikelen:
Art. 38. [MvT]
-1. De bedrijfsvereniging kan
in haar reglement de groep of groepen van bij haar aangesloten
werkgevers verplichten tot het aangeven van ziektegevallen bij het met de uitvoering belaste orgaan. De reglementen
van de bedrijfsverenigingen
leggen in ieder geval zo'n verplichting op voor de gevallen waarin de
werkgever krachtens artikel 58 tot aangifte van een bedrijfsongeval of
beroepsziekte bij de bedrijfsvereniging verplicht is.
-2. De verzekerde is in geval
van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte,
verplicht zorg te dragen dat daarvan zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag van
de ongeschiktheid tot werken
of binnen een zodanig kortere termijn als door de bedrijfsvereniging
in haar reglement is bepaald, mededeling wordt gedaan aan het met de
uitvoering belaste orgaan dan wel, indien de bedrijfsvereniging de
werkgever heeft verplicht tot het aangeven van ziektegevallen, aan de
werkgever.
-3. Wanneer de werkgever tot
het aangeven van ziektegevallen verplicht is, is hij tevens
verplicht zorg te dragen dat de aangifte zo spoedig mogelijk wordt
gedaan, doch in elk geval niet later dan op de derde dag van de
ongeschiktheid tot werken of binnen een zodanig kortere termijn als door de
bedrijfsvereniging in haar reglement is bepaald.
-4. Indien de werkgever een
verplichting als bedoeld in het derde lid niet opgevolgd heeft, kan de
bedrijfsvereniging aan hem een bedrag in rekening brengen van ten hoogste 70% van het dagloon van de verzekerde, over elke na de derde
dag van de ongeschiktheid tot werken gelegen dag die voorafgaat
aan de dag van ontvangst van de aangifte van diens ziekte. De Sociale
Verzekeringsraad kan ter zake nadere regels stellen.
Art. 39. [MvT]
-1. De bedrijfsvereniging
verricht bij verzekerden van wie op grond van artikel 38 een aangifte van
een ziekte of een ziekmelding is ontvangen, controle op het bestaan van
ongeschiktheid tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte en zij
beoordeelt bij gebleken ongeschiktheid of de werkgever zijn taak met
betrekking tot verzuimbegeleiding op adequate wijze uitoefent.
-2. De bedrijfsvereniging
stelt ter uitvoering van het eerste lid controlevoorschriften vast. Deze
voorschriften behoeven de goedkeuring van de Sociale Verzekeringsraad.
-3. De bedrijfsvereniging is
bevoegd haar controlebevindingen mee te delen aan de werkgever tot
wie de aan controle onderworpen werknemer in dienstbetrekking staat.
Zij deelt de werkgever op diens verzoek mee of een bepaalde, tot hem in
dienstbetrekking staande werknemer volgens de haar ter beschikking
staande gegevens geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid.
Art. 39a. [MvT]
-1. Indien de werkgever ter zake van de begeleiding van zieke werknemers artikel 18,
tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
(Stb. ...) in acht neemt en een
afschrift van de schriftelijke vastlegging als bedoeld in artikel 18, derde
lid, onderdeel a, van de Arbeidsomstandighedenwet
of een afschrift van
de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 18, derde lid, onderdeel
b, van de Arbeidsomstandighedenwet, aan de bedrijfsvereniging heeft
verstrekt, kan de bedrijfsvereniging de tot die werkgever in
dienstbetrekking staande werknemers aan wie in verband met het bepaalde in
artikel 29, tweede en vijfde lid, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, niet
verplichten:
1º. gevolg te geven aan een
ingevolge artikel 37, eerste lid, gedaan verzoek om te verschijnen en
inlichtingen te geven;
2º. zich op grond van
artikel 28 te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek, behalve
met het oog op de toepassing van artikel 44, eerste lid, onderdeel
a; en
3º. de in artikel 39,
tweede lid, bedoelde controlevoorschriften na te leven.
-2. Indien de
bedrijfsvereniging van een werkgever geen afschrift als bedoeld in het eerste lid
heeft ontvangen, deelt de bedrijfsvereniging dit onverwijld mee aan de desbetreffende werkgever en aan het bevoegde
districtshoofd als bedoeld
in artikel 32, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. De
bedrijfsvereniging kan dan met betrekking tot de werknemers als bedoeld in
het eerste lid, taken verrichten als bedoeld in artikel
39, eerste lid.
-3. Op verzoek van de
werkgever kan de bedrijfsvereniging met betrekking tot werknemers
als bedoeld in het eerste lid die in het buitenland verblijven taken
verrichten als bedoeld in artikel 39, eerste lid.
-4. Indien de
bedrijfsvereniging de in het tweede en derde lid bedoelde taken verricht, worden de
kosten die hieruit voortvloeien door de bedrijfsvereniging volgens
door de Sociale Verzekeringsraad te stellen regels in rekening gebracht
bij de werkgever bij wie de desbetreffende werknemers in
dienstbetrekking staan.
Art. 39b. [MvT]
-1. Na het verstrijken van de
in artikel 29, tweede of vijfde lid, genoemde periode is de
bedrijfsvereniging bevoegd om, indien de werkgever gedurende deze
periode op inadequate wijze invulling heeft gegeven aan zijn taak met
betrekking tot verzuimbegeleiding van een werknemer aan wie in verband
met het bepaalde in artikel 29, tweede of vijfde lid, geen ziekengeld
wordt uitgekeerd, gedurende ten hoogste zes weken de ziekengelduitkering
van de betrokken werknemer te verhalen op de werkgever.
-2. De Sociale
Verzekeringsraad kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde
in het eerste lid. Deze nadere regels behoeven goedkeuring van
Onze Minister.
K [K].
[MvT]
In artikel 44, eerste lid,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Onderdeel f wordt
vervangen door:
f. indien de verzekerde het voorschrift gegeven in artikel 38, tweede lid, niet opgevolgd heeft;.
2. In onderdeel g wordt "de controlevoorschriften als bedoeld in
artikel 39" vervangen door:
de in artikel 39, tweede lid, bedoelde controlevoorschriften.
L [L].
[MvT]
In artikel 46, vijfde lid,
wordt de zinsnede "voor zover het betreft de toepassing van artikel
29,
zevende tot en met elfde lid," vervangen door: voor zover het betreft de
toepassing van artikel 29a,.
M [M].
[MvT]
Voor de tekst van artikel 51
wordt de aanduiding "-1." geplaatst, waarna een tweede lid wordt toegevoegd,
luidende:
-2. Het Rijk is niet
aansprakelijk voor het doen van uitkeringen of de verstrekking van bijdragen
als bedoeld in artikel 59.
N [N].
[MvT]
Aan artikel 54 wordt een
derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Het ziekengeldreglement
mag geen bepalingen bevatten inzake hogere, langere of andere
uitkeringen dan deze wet vaststelt dan wel bepaalt.
O [O].
[MvT]
Artikel 57 vervalt.
P [P].
[MvT]
Na artikel 58 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 59.
Bij algemene maatregel van
bestuur kan worden bepaald dat in bij die maatregel aan te wijzen
gevallen aan de bedrijfsverenigingen de bevoegdheid wordt verleend te
bepalen dat aan één of meer bij hen
verzekerde groepen van
werknemers, met inachtneming van bij die maatregel te stellen regels,
behalve het in deze wet geregelde ziekengeld andere uitkeringen worden
gedaan of bijdragen worden verstrekt voor één of meer sociale fondsen.
Q [Q].
[MvT]
In artikel 60 vervalt het
tot zesde lid vernummerde derde lid en wordt het zevende tot en met elfde
lid vernummerd tot zesde tot en met tiende lid.
R [T].
[MvT]
In artikel 69 wordt het
tweede lid vervangen door:
-2. De vrouwelijke vrijwillig
verzekerde heeft recht op ziekengeld in verband met haar bevalling.
S [W].
[MvT]
Artikel 87 vervalt.
T [X].
[MvT]
In artikel 89 wordt "29,
vijfde lid," vervangen door: 29, vierde en tiende lid,.
Art
II [II]. [MvT]
De Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1987, 89) wordt als volgt gewijzigd:
A [A].
[MvT]
Het tweede lid van artikel 1
vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B [B].
[MvT]
Het tweede lid van artikel 7a vervalt, alsmede de aanduiding
"-1." voor het eerste lid.
C [C].
[MvT]
In artikel 10, tweede lid,
wordt "artikel 7a, eerste lid, onderdeel
a," vervangen door: artikel 7a,
onderdeel a,.
D [D].
[MvT]
In artikel 19, zesde lid,
wordt de zinsnede "de artikelen 29, derde lid,
31, 42 of 44 van de
Ziektewet" vervangen door: de artikelen
29, tweede lid en vijfde tot en met
zevende lid, 30, 31,
42 of 44 van de
Ziektewet.
E [E].
[MvT]
In artikel 37, derde lid,
onderdeel b, wordt "artikel 7a, eerste lid, onderdeel
a, in verbinding
met het tweede lid van dat artikel" vervangen door: artikel
7a, onderdeel a.
F [F].
[MvT]
In artikel 40, eerste lid,
wordt "artikel 29, tweede en vijfde
lid," vervangen door: artikel 29,
tiende lid,.
G [G].
[MvT]
In artikel 57, eerste lid,
vervalt de zinsnede "waaronder in afwijking van artikel
1, tweede lid,
mede wordt verstaan uitkering voortvloeiende uit artikel 57 van de
Ziektewet,".
Art.
III [III]. [MvT]
De Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1990, 127) wordt als volgt gewijzigd:
A [A].
[MvT]
Het tweede lid van artikel 1
vervalt, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B [B].
[MvT]
In artikel 6, achtste lid,
wordt de zinsnede "de artikelen 29, derde lid,
31, 42 of 44 van de
Ziektewet" vervangen door: de artikelen
29, tweede lid en vijfde tot en met
zevende lid, 30, 31,
42 of 44 van de
Ziektewet.
C [C].
[MvT]
In artikel 48, eerste lid,
vervalt de zinsnede "waaronder in afwijking van artikel 1, tweede lid,
mede wordt verstaan uitkering voortvloeiende uit artikel 57 van de
Ziektewet,".
Art.
IV [IV]. [MvT]
In artikel 42, vierde lid,
van de Werkloosheidswet (Stb. 1987, 93) worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1. In onderdeel a wordt na
de zinsnede "waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of
zou zijn berekend" ingevoegd: , dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt.
2. De onderdelen d en e
vervallen.
Art.
V [V]. [MvT]
Artikel 4 van de
Toeslagenwet (Stb. 1987, 91) wordt vervangen door een nieuw artikel, luidende:
Art. 4.
Ingeval op grond van
artikel 29, vijfde lid, van de Ziektewet ziekengeld wordt uitgekeerd
na het verstrijken van de eerste drie weken van de ongeschiktheid tot werken, ontstaat het recht op een toeslag
eerst vanaf de dag na het
verstrijken van de in artikel 29, tweede lid, van
die wet bedoelde periode van
zes weken.
Art.
VI [VI]. [MvT]
In artikel 3, vierde lid,
van de Ziekenfondswet (Stb. 1986, 347) wordt na de zinsnede "dan wel
artikel 57 van die wet" ingevoegd: en een uitkering of bijdrage als bedoeld in
artikel 59 van die
wet, voor zover die
laatstbedoelde uitkering of
bijdrage door Onze Minster in overeenstemming met
Onze Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als loon in de zin van deze wet
is aangewezen.
Art.VII
[VII]. [MvT]
In artikel 3 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (Stb. 1972, 313) vervalt de
zinsnede "- zonder toepassing van artikel 57 van
die wet -".
Art.
VIII [VIII]. [MvT]
De Organisatiewet Sociale
Verzekering (Stb. 1989, 119) wordt als volgt gewijzigd:
A [B].
[MvT]
In artikel 19 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid
vervalt onderdeel b, waarna onderdeel c wordt verletterd tot onderdeel
b.
2. Aan het artikel wordt
een derde lid toegevoegd, luidende:
-3. De bedrijfsvereniging
kan de afdelingskas belasten met de taken, bedoeld in artikel
39,
eerste lid, van de Ziektewet, onder door haar te stellen regels.
B [C].
[MvT]
In artikel 50e, eerste lid,
wordt de zinsnede "de ziekenfondsen en de Ziekenfondsraad zijn
verplicht desgevraagd" vervangen door: de ziekenfondsen, de Ziekenfondsraad
en degene aan wie op grond van artikel 31a van de Arbeidsomstandighedenwet
(Stb. ...) een certificaat als bedoeld in artikel 18.
tweede lid, van die
wet is verleend, zijn verplicht desgevraagd.
C [D].
[MvT]
In artikel 50m wordt, onder
vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een
nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. De in artikel 50a, eerste
lid, genoemde instellingen en personen zijn na schriftelijke machtiging
door degene op wie de gegevens betrekking hebben verplicht uit de
door of namens hen gevoerde administratie desgevraagd aan degene aan
wie op grond van artikel 31a van de Arbeidsomstandighedenwet
een certificaat als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van die
wet is
verleend die gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van de Arbeidsomstandighedenwet.
Art.
IX [IX]. [MvT]
In artikel 3a, tweede lid,
van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
(Stb. 1987, 552) wordt de
zinsnede "die een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering dan wel
artikel 57 van de
Ziektewet"
vervangen door: die een
uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering krachtens de
Ziektewet.
Art.
X [X]. [MvT]
In artikel 35 van de Wet
financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129) wordt de volgende
wijziging aangebracht:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. Ten gunste van het
Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds komen:
a. de premies voor de
algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering en voor de vrijwillige algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de bedragen verhaald op
grond van artikel 57, zesde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
c. de op grond van artikel 41a van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet door de
bedrijfsverenigingen op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ingehouden bedragen;
d. de teruggevorderde
bonusuitkering, alsmede de geldelijke bijdrage, bedoeld in respectievelijk
artikel 59c, eerste lid en artikel 59i, eerste lid, van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
e. de geldelijke bijdrage,
bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet arbeid gehandicapte
werknemers (Stb. 1986, 300);
f. een jaarlijkse bijdrage
van het Rijk van ƒ11,512 miljard.
2. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. Uit het Algemeen
Arbeidsongeschiktheidsfonds worden betaald;
a. de lasten van de algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en van de vrijwillige algemene
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de lasten van de regeling vervat in hoofdstuk X van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
c. de toelagen ingevolge
artikel 69 van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
d. de uitkeringen aan
lichamen, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
e. de bonusuitkering, bedoeld
in artikel 59c, eerste lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet;
f. het op grond van artikel 59n, zevende lid, van de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet aan de
Gemeenschappelijke Medische Dienst, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en het Spoorwegpensioenfonds toe
te kennen budget.
Art.
XI [-]. [MvT]
In artikel I van de Wet tot
wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een
regeling voor het
overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het
ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering
van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van
bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische
aanpassingen (Stb. 1992, 82), worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
A [-]. [MvT]
Onderdeel Z wordt vervangen
door:
Z.
In artikel 73 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid wordt
onderdeel d vervangen door:
d. betrekking heeft op de
toepassing van artikel 30, derde lid, artikel
38, vierde lid, artikel 39a,
vierde lid, of artikel 39b.
2. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. Een kennisgeving als
bedoeld in het eerste en tweede lid en in de artikelen
29, twaalfde lid,
en 60, derde lid, derde volzin, is gedagtekend, vermeldt de gronden waarop
de beslissing berust, alsmede, behoudens indien het betreft een
beslissing ingevolge artikel 35, zevende lid, naam en adres van het
college
waarbij ingevolge het bepaalde in de artikelen 73a
en 75 beroep kan worden
ingesteld en de termijn van beroep.
B [-]. [MvT]
Onderdeel AA wordt vervangen
door:
AA.
In artikel 73a wordt de
zinsnede "ingevolge het bepaalde in het vorige artikel" vervangen
door: ingevolge artikel 29, twaalfde lid, of
artikel 60, derde lid, derde
volzin, of artikel 73.
Art.
XII [XI]. [MvT]
In artikel II van de Wet tot
wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een
regeling voor het
overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het
ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering
van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van
bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische
aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt onderdeel P vervangen door:
P.
Artikel 71a wordt vervangen
door:
Art. 71a.
-1. De bedrijfsvereniging
doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst
melding van gevallen waarin zodanige melding redelijkerwijs van belang moet worden geacht met het oog op
de werkzaamheden van die
Dienst omschreven in artikel 22a, eerste lid, van de Organisatiewet
Sociale Verzekering.
-2. In gevallen waarin de
bedrijfsvereniging dit noodzakelijk oordeelt, stelt de werkgever in
overleg met de werknemer een reïntegratieplan op ten behoeve van de herintreding van de werknemer in het arbeidsproces.
Wanneer de
bedrijfsvereniging het noodzakelijk oordeelt dat de werkgever een
reïntegratieplan opstelt, wordt hiervan melding gedaan aan de Gemeenschappelijke
Medische Dienst.
-3. Gevallen waarin de
arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden uiterlijk in de zesde maand
na aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsvereniging
bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst gemeld.
-4. Weigert de werkgever
zonder deugdelijke grond mee te werken aan het opstellen of uitvoeren
van het reïntegratieplan, dan is de bedrijfsvereniging bevoegd de ziekengelduitkering van de betrokken werknemer te
verhalen op de werkgever.
-5. De Sociale
Verzekeringsraad kan nadere regels stellen omtrent de toepassing van het derde
lid.
Art.
XIII [XII]. [MvT]
In artikel III van de Wet tot
wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een
regeling voor het
overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het
ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering
van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van
bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische
aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt onderdeel Q vervangen door:
Q.
Artikel 65 wordt vervangen
door
Art. 65.
-1. De bedrijfsvereniging
doet zo spoedig mogelijk aan de Gemeenschappelijke Medische Dienst
melding van gevallen waarin een zodanige melding redelijkerwijs van
belang moet worden geacht met het oog op de werkzaamheden van die
Dienst omschreven in artikel 22a, eerste lid, van de Organisatiewet
Sociale Verzekering.
-2. Gevallen waarin de
arbeidsongeschiktheid voortduurt, worden uiterlijk in de zesde maand
na aanvang van de arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsvereniging
bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst gemeld.
-3. Degene die
arbeidsongeschikt is en geen aanspraak heeft op ziekengeld krachtens de
Ziektewet of op een pensioen onderscheidenlijk een uitkering ingevolge de
in artikel 8 bedoelde wetten onderscheidenlijk regeling, is gehouden binnen
een termijn van vijf maanden na aanvang van de arbeidsongeschiktheid
de bedrijfsvereniging in kennis te stellen van zijn ongeschiktheid.
-4. De Sociale
Verzekeringsraad kan nadere regels stellen omtrent de toepassing van het tweede
lid.
Art.
XIV [-]. [MvT]
Artikel 18, vierde lid, van
de Spoorwegpensioenwet (Stb. 1986, 541), zoals toegevoegd bij artikel
XIV van de Wet tot
wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een
regeling voor het
overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het
ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering
van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van
bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische
aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt vernummerd
tot vijfde lid.
Art.
XV [XIII]. [MvT]
In artikel XVII van de Wet tot
wijziging van de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede een
regeling voor het
overheidspersoneel in verband met maatregelen ter vermindering van het
ziekteverzuim, beperking van langdurige arbeidsongeschiktheid en bevordering
van de arbeidsmarktkansen van arbeidsongeschikten, herschikking van
bevoegdheden in de Ziektewet, alsmede enkele technische
aanpassingen (Stb. 1992, 82), wordt artikel "Artikel
29a" vervangen door: Artikel
29b.
HOOFDSTUK
II
Burgerlijk Wetboek
Art.
XVI [XIV]. [MvT]
Het Burgerlijk
Wetboek wordt
als volgt gewijzigd:
A [A].
[MvT]
In artikel 1638c worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid komt als
volgt te luiden:
Evenwel heeft de arbeider
wanneer hij ten gevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn
arbeid te verrichten, voor een tijdvak van zes weken aanspraak op 70% van
het naar tijdruimte vastgestelde loon, maar ten minste op het voor hem
geldende wettelijk minimumloon, tenzij de ziekte door zijn opzet is
veroorzaakt of het gevolg is van een gebrek waarover hij bij het aangaan
van de arbeidsovereenkomst de werkgever opzettelijk valse
inlichtingen heeft gegeven.
2. In het tweede lid
worden de woorden "enige wettelijk voorgeschreven ziekte- of
ongevallenverzekering" vervangen door: enige wettelijk voorgeschreven verzekering.
3. In het zevende lid
worden de woorden "de daar bedoelde periode" vervangen door: het daar
bedoelde tijdvak.
B [B].
[MvT]
In het vijfde lid van
artikel 1638dd worden de woorden "ziekte of ongeval" en de woorden
"ziekte of het ongeval" steeds vervangen door: ziekte.
HOOFDSTUK
III
Regeling voor het
overheidspersoneel
Art.
XVII [XV]. [MvT]
-1. Voor personen in dienst
van Staat, provincie, gemeente, waterschap of enig ander
publiekrechtelijk lichaam dan wel van de NV Nederlandse Spoorwegen gelden
de
navolgende bepalingen.
-2. Bij verhindering wegens
ziekte om zijn dienst te verrichten of zijn ambt te vervullen, bestaat
gedurende een tijdvak van zes weken aanspraak op 70% van de bezoldiging als bedoeld in de zin van het
Bezoldigingsbesluit
Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (Stb. 1983, 571) dan wel van hetgeen daarmee
overeenkomt, doch minimaal op het bedrag van het minimumloon
dat voor betrokkene zou gelden indien de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657) op hem van toepassing zou zijn. De
eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien en voor
zover in verband met ziekte ook na ontslag aanspraak bestaat op
betaling van bezoldiging of van hetgeen daarmee overeenkomt.
-3. Van het bepaalde in het
tweede lid kan bij algemeen verbindend voorschrift worden
afgeweken. Ten aanzien van de aanspraak op het bedrag van het minimumloon
dat voor betrokkene zou gelden indien de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag op hem van toepassing zou zijn, mag ten nadele van
betrokkene slechts in zoverre worden afgeweken dat betrokkene
voor de eerste twee dagen van het in het tweede lid bedoelde tijdvak
van zes weken geen aanspraak heeft op bezoldiging of hetgeen
daarmee overeenkomt.
-4. Voor de toepassing van
het tweede en derde lid worden perioden waarin betrokkene wegens
ziekte verhinderd is om zijn dienst te verrichten of zijn ambt te vervullen,
samengeteld indien zij elkaar met
een onderbreking van minder
dan één maand opvolgen.
-5. Het tweede lid is niet
van toepassing op zakgeldgenietenden.
-6. Het tweede lid is niet
van toepassing ten aanzien van verzuim in verband met zwangerschaps-
en bevallingsverlof. Bij zwangerschaps- en bevallingsverlof blijft betrokkene volledig in het genot van de bezoldiging
dan wel van hetgeen daarmee
overeenkomt. Hetzelfde geldt indien en voor zover betrokkene in
verband met bevalling ook na ontslag aanspraak heeft op betaling van
bezoldiging of van hetgeen daarmee overeenkomt.
-7. Bij algemeen verbindend
voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in het
tweede lid, niet bestaat, indien:
a. de ziekte is voorgewend,
althans zodanig overdreven voorgesteld dat reden voor verhindering
niet kan worden aangenomen;
b. de ziekte door opzet van
betrokkene is veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn
psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
c. de verhindering het
gevolg is van een ziekte of gebrek waarover betrokkene bij het aangaan
van de arbeidsverhouding opzettelijk valse inlichtingen aan de werkgever heeft verstrekt.
-8. Bij algemeen verbindend
voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in het
tweede lid, vervalt wanneer en voor zolang betrokkene:
a. weigert zich te
onderwerpen aan een onderzoek vanwege de bedrijfsgeneeskundige of een
daarmee gelijk te stellen geneeskundige of, na voor zulk een onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden
niet verschijnt;
b. weigert de volledige
medewerking, bedoeld in artikel P 8, eerste lid van Algemene burgerlijke
pensioenwet (Stb. 1986, 540) dan wel een daarmee overeenkomende bepaling, te verlenen;
c. zonder voldoende gronden
nalaat zich onder behandeling van een geneeskundige te stellen of
blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften hem door de
behandelende geneeskundige gegeven, met dien verstande dat te
dezen voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep
van heelkundige aard zijn uitgezonderd;
d. zich zodanig gedraagt
dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd;
e. tijdens de verhindering
dienst te verrichten voor zichzelf of voor derden arbeid verricht,
tenzij dit door de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen
geneeskundige in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht;
f. in gebreke blijft op het
door de bedrijfsgeneeskundige of een daarmee gelijk te stellen
geneeskundige bepaalde tijdstip en in de door deze bepaalde mate zijn dienst te hervatten, tenzij hij daarvoor een
inmiddels opgekomen, door
deze als geldig erkende reden heeft opgegeven.
-9. Bij algemeen verbindend
voorschrift kan worden bepaald dat de aanspraak, bedoeld in het
tweede lid, geheel of ten dele vervallen kan worden verklaard indien betrokkene de voor hem
ter zake van afwezigheid
tijdens ziekte gestelde
voorschriften overtreedt.
-10. De aanspraak, bedoeld in
het tweede lid, wordt verminderd met het bedrag van de vergoeding of
uitkering welke betrokkene geniet krachtens een wettelijk voorgeschreven
verzekering.
-11. Algemeen verbindende
voorschriften waarin niet een speciale regeling is getroffen voor
de aanspraken bij ziekte op bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, gelden voor de toepassing van het derde
lid als voorschriften
waarbij van het tweede lid wordt afgeweken.
HOOFDSTUK
IV
Overgangs- en
slotbepalingen
Art.
XVIII [XVI]. [MvT]
-1. De inwerkingtreding van
deze wet heeft geen gevolgen voor het recht op ziekengeld van de
verzekerde:
a. die op de dag vóór de
inwerkingtreding van deze wet ongeschikt is tot het werken wegens
ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. wiens ongeschiktheid tot
het werken wegens ziekte intreedt op of na de datum van
inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen één maand nadat een vóór die
inwerkingtreding gelegen periode van ongeschiktheid door herstel
is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt de ongeschiktheid tot het werken wegens ziekte
geacht niet te zijn onderbroken wanneer perioden van ongeschiktheid
elkaar met een onderbreking van minder dan één maand opvolgen.
Art.
XIX [XVII]. [MvT]
-1. Artikel 57 van de
Ziektewet blijft voor door de bedrijfsvereniging op grond van dat artikel
getroffen en door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid goedgekeurde
besluiten van kracht tot 1 juli 1993.
-2. In de gevallen waarin het
eerste lid toepassing vindt, blijven artikel
60, derde lid, van de Ziektewet, de artikelen
1, 7a en 57 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 1 en 48 van de
Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 3a, tweede lid, van de
Coördinatiewet Sociale
Verzekering en artikel 3 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen, zoals deze luidden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet, van kracht.
Art.
XX [XVIII]. [MvT]
-1. Degene die op grond van
artikel XIX [XVII] aanspraken heeft verkregen die voortvloeien uit artikel 57
van de Ziektewet behoudt deze aanspraken, indien:
a. hij op 30 juni 1993
ongeschikt is tot werken wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. de ongeschiktheid tot het
werken wegens ziekte intreedt op 1 juli 1993 en tevens binnen een
maand nadat een vóór die dag gelegen periode van ongeschiktheid door herstel is geëindigd, zolang die
ongeschiktheid duurt.
-2. Artikel XVIII [XVI], tweede
lid, en, voor zoveel nodig, artikel XIX [XVII], tweede lid, zijn van toepassing.
Art.
XXI [XIX]. [MvT]
-1. De bepaling van artikel
XVI, onderdeel A [XIV,A], is niet van toepassing op de arbeidsverhoudingen van
personen:
a. die op de dag vóór de
inwerkingtreding van deze wet ongeschikt zijn tot het verrichten van
hun arbeid wegens ziekte, zolang die ongeschiktheid duurt; of
b. van wie de ongeschiktheid
tot het verrichten van hun arbeid wegens ziekte intreedt op of na de
datum van inwerkingtreding van deze wet en tevens binnen één maand
nadat een vóór die inwerkingtreding gelegen periode van ongeschiktheid
door herstel is geëindigd, zolang die ongeschiktheid duurt.
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid
wegens ziekte geacht niet te zijn onderbroken wanneer perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van
minder dan één maand
opvolgen.
Art.
XXII [XXI].
De tekst van de Ziektewet wordt door Onze
Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.
Art.
XXIII [XXII].
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
gesteld.
Art. XXIV
[XXIV].
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet terugdringing ziekteverzuim.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Minister van Justitie,
De Minister van Binnenlandse
Zaken,
|
|