|
Uitspraak
enkelvoudige kamer 03/6044 AKW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2003 zijn de artikelen 3, 4 en 5 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voorzover het betreft
de Sociale verzekeringsbank in werking getreden. Thans oefent de Raad
van bestuur van de Sociale verzekeringsbank de taken en bevoegdheden uit
die tot genoemde datum werden uitgeoefend door de Sociale
Verzekeringsbank. In deze uitspraak wordt onder gedaagde mede verstaan
de Sociale Verzekeringsbank.
Appellant heeft op daartoe bij beroepschrift en bij twee aanvullende
beroepschriften aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de
uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 6 november 2003, nr. AWB 03/55 AKW, waarnaar hierbij
wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 14 juli 2005, waar
appellant niet is verschenen en waar gedaagde zich heeft doen
vertegenwoordigen door mr. P.C.J. van de Nes, werkzaam bij de Sociale
verzekeringsbank.
II. MOTIVERING
De gemachtigde van gedaagde heeft ter zitting van de Raad te kennen
gegeven het bestreden besluit niet te willen handhaven. Gedaagde is
nader van oordeel dat appellant over de kwartalen in geding geen recht
heeft op kinderbijslag, maar dat de herziening met terugwerkende kracht
en de terugvordering van de betaalde kinderbijslag niet in
overeenstemming zijn met het door gedaagde gevoerde beleid.
Nu gedaagde het bestreden besluit niet handhaaft zal de Raad de
aangevallen uitspraak en het bestreden besluit vernietigen.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel
8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, nu niet is gebleken van voor
vergoeding in aanmerking komende kosten.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt
dat besluit;
Bepaalt dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming
van deze uitspraak;
Bepaalt dat gedaagde aan appellant het betaalde griffierecht van €
118,- vergoedt.
Aldus gegeven door mr. T.L. de Vries in tegenwoordigheid van mr. M.F.
van Moorst als griffier en uitgesproken in het openbaar op 25 augustus
2005.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) M.F. van Moorst.
|
|