|
Uitspraak
enkelvoudige kamer 05/2396
AKW
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 maart 2005, 04/593
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de Svb).
Datum uitspraak: 23 februari 2007.
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2007.
Appellant is, met kennisgeving, niet verschenen. De Svb heeft zich laten
vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek.
II. OVERWEGINGEN
Bij beslissing op bezwaar van 21 januari 2004 (hierna: het bestreden
besluit) heeft de Svb gehandhaafd zijn besluit van 8 juli 2003, waarbij
de Svb heeft geweigerd aan appellant met ingang van eerste kwartaal van
2001 kinderbijslag toe te kennen. Aan dit besluit ligt ten grondslag dat
appellant niet verzekerd is op grond van artikel 6 van de Algemene
Kinderbijslagwet (AKW), terwijl hij evenmin op grond van het Besluit
uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 van
24 december 1998, Stb. 746 (hierna: KB 746) als verzekerde kan worden
aangemerkt. Daarbij is in het bijzonder overwogen dat de hoogte van de
WAO-uitkering die appellant sinds september 1993 ontvangt niet tenminste
35% van het brutominimumloon bedraagt.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het standpunt van de Svb
onderschreven en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Appellant kan zich in hoger beroep niet met dit oordeel van de rechtbank
verenigen en heeft daartoe aangevoerd dat hij de kinderbijslag nodig
heeft om medische kosten en studiekosten van zijn kinderen te betalen.
De Raad overweegt het volgende.
De Raad constateert dat niet in geschil is dat appellant in de periode
hier van belang geen ingezetene in de zin van de AKW was, en dat hij
niet terzake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan
de loonbelasting is onderworpen. Appellant is dan ook niet verzekerd op
grond van de hoofdregel van artikel 6 van de AKW. Het geschil spitst
zich dan ook met name toe op de vraag of appellant verzekerd is op grond
van artikel 27 van KB 746.
Ingevolge artikel 26 van KB 746 was verzekerd op grond van de
volksverzekeringen de persoon, die niet in Nederland woont en - onder
meer - recht heeft op een uitkering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, mits die uitkering 35 % van het
wettelijk minimumloon bedraagt. Met ingang van 1 januari 2000 is dit
artikel vervallen.
In artikel 27 van KB 746 is een overgangsregeling getroffen voor
personen die tot aan 1 januari 2000 verzekerd waren ingevolge de
volksverzekeringen op grond van artikel 26 van KB 746 en die,
uitsluitend door het vervallen van dit artikel, vanaf die dag geen recht
meer hebben op kinderbijslag op grond van de AKW. Voor die personen
blijft artikel 26 van KB 746 ook vanaf 1 januari 2000 van toepassing
zolang het jongste kind voor wie de verzekerde voor die dag recht had op
kinderbijslag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.
De Raad stelt vast dat in het geval van appellant aan laatstbedoelde
voorwaarde niet is voldaan. Dit betekent dat appellant ook niet op grond
van artikel 27 van KB 746 verzekerd is krachtens de AKW.
Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de
aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon. De beslissing is, in
tegenwoordigheid van A. Kovács als griffier, uitgesproken in het
openbaar op 23 februari 2007.
(get.) H.J. Simon.
(get.) A. Kovács.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van
verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden
(postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of
verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring der
verzekerden.
|
|