|
Uitspraak
enkelvoudige kamer 06/4401 ANW
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 2 juni 2006, kenmerk
05/1323 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 9 maart 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft J.M. Feelders, belastingadviseur te Goudswaard,
hoger beroep ingesteld.
Mr. A.C. Turner, advocaat te Oud-Beijerland, heeft als gemachtigde van
appellante het hoger beroep aangevuld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2007.
Appellante is in persoon verschenen en bijgestaan door de heer Feelders,
voornoemd. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.M.H.
Evers-Geubbels.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 17 mei 2001 heeft de Svb aan appellante meegedeeld dat
haar recht op Anw-uitkering eindigt op 31 maart 2001, waardoor de
geschorste Anw-uitkering definitief niet wordt uitbetaald.
Bij brief gedateerd 1 juli 2005 heeft de heer Feelders namens appellante
een bezwaarschrift ingediend tegen voornoemd besluit.
Op de vraag van de Svb waarom het bezwaar te laat is ingediend heeft de
heer Feelders geantwoord dat appellante een aantal zware operaties heeft
ondergaan en destijds niet bij machte was, mede door hartproblemen, om
administratieve handelingen te verrichten. Pas recentelijk is de heer
Feelders gevraagd de administratie van appellante te behartigen.
Bij beslissing op bezwaar van 16 september 2005 heeft de Svb het bezwaar
niet-ontvankelijk verklaard, aangezien het bezwaar te laat is ingediend
en er geen geldige reden is aangevoerd waardoor appellante niet in staat
zou zijn geweest tijdig bezwaar te maken.
De heer Feelders is namens appellante van deze beslissing op bezwaar in
beroep gekomen bij de rechtbank. De heer Feelders heeft aangegeven dat
appellante destijds zowel geestelijk als lichamelijk niet in staat was
om administratieve handelingen te verrichten. Tevens wordt een
verklaring van de huisarts overgelegd bestaande uit een overzicht van
appellantes medische voorgeschiedenis, de probleemanalyse en de actuele
medicatie. Met name wordt verwezen naar de periode 1997-2003.
De heer Feelders heeft daarbij aangegeven dat deze periode door de
vroegere huisarts van appellante een “Totstellreflektie” genoemd
wordt.
Het beroep is bij de uitspraak van de rechtbank ongegrond verklaard.
Mr. Turner heeft namens appellante in hoger beroep de eerder aangevoerde
grieven herhaald.
Wat betreft de door de heer Feelders ter verontschuldiging van de
termijnoverschrijding gegeven reden, dat appellante in een moeilijke
persoonlijke situatie verkeerde, is de Raad met de rechtbank van oordeel
dat de aangevoerde omstandigheden, hoe ingrijpend en emotioneel
belastend deze gebeurtenissen ook voor appellante mogen zijn, niet de
termijnoverschrijding van het bezwaar kunnen verontschuldigen. De Raad
neemt daarbij in aanmerking dat uit de beschikbare medische gegevens van
de huisarts onvoldoende is gebleken dat appellante gedurende de
bezwaarperiode in het geheel niet in staat is geweest een (voorlopig)
bezwaarschrift in te kunnen (laten) dienen.
Gezien het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging
in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel
8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in
tegenwoordigheid van M.F. van Moorst als griffier, uitgesproken in het
openbaar op 9 maart 2007.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) M.F. van Moorst.
|
|