|
Uitspraak
03/532
AOW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko), appellant,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2003 zijn de artikelen 3, 4 en 5 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, voorzover het betreft
de Sociale verzekeringsbank in werking getreden. Thans oefent gedaagde
de taken en bevoegdheden uit die tot die datum werden uitgeoefend door
de Sociale Verzekeringsbank. In deze uitspraak wordt onder gedaagde
tevens verstaan de Sociale Verzekeringsbank.
Appellant heeft op de daartoe bij aanvullende beroepschriften van 2 en 3
april 2003 aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak
van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2002, nummer AWB 01/3515 AOW,
waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 9 april 2004, waar
appellant niet is verschenen en waar namens gedaagde is verschenen mr.
C.A.J. Mastenbroek, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.
II. MOTIVERING
Appellant, geboren op 1 juli 1931, is in Nederland werkzaam geweest. Op
28 juni 1991 is hij naar Marokko teruggekeerd. Vanaf 1 juli 1991 ontving
appellant een overbruggingsuitkering van de Stichting Pensioenfonds voor
de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke Belangen (hierna: PGGM).
Per 1 juli 1996 is aan appellant een ouderdomspensioen ingevolge de
Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend.
Bij besluit van 9 april 2001 heeft gedaagde naar aanleiding van een
verzoek daartoe van appellant besloten dat appellant niet bevoegd is om
deel te nemen aan de vrijwillige verzekering ingevolge de Algemene
nabestaandenwet (Anw). Bij het bestreden besluit van 3 september 2001 is
dat besluit na bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank heeft appellants beroep tegen het bestreden besluit
ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe het volgende overwogen.
"In artikel 63 van de Anw is bepaald dat vrijwillige verzekering
slechts mogelijk is tot aan de 65e verjaardag.
Op 9 mei 2001 is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 artikel 63a
ingevoerd. Lid 1 van artikel 63a van de Anw luidde tot 1 januari 2001
als volgt:
1. In afwijking van artikel 63 kan de op 1 januari 2000 gewezen
verzekerde zich onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
als bedoeld in artikel 63, eerste lid, te bepalen voorwaarden,
vrijwillig verzekeren, indien hij op 31 december 1999 verplicht verzekerd was op grond van de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 13, derde lid, aangezien hij
op die datum:
a. buiten Nederland woont en recht heeft op een AOW-uitkering, die ten
minste gelijk is aan 35% van het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a,
van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag; en
b. (...).
De vraag of eiser op 31 december 1999 verplicht verzekerd was ingevolge
de volksverzekeringen, moet, nu eiser woonachtig is in Marokko, worden
beantwoord aan de hand van artikel 13 Anw en het Koninklijk besluit
uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999
(besluit van 24 december 1998, Stb. 1998, 746; hierna KB 746).
In artikel 26 KB 746 is onder meer bepaald dat verzekerd ingevolge de
volksverzekeringen is degene die niet in Nederland woont en recht heeft
op een AOW-pensioen, indien dat recht aansluit op de verplichte
verzekering ingevolge de volksverzekeringen dan wel op de vrijwillige
verzekering ingevolge artikel 45 AOW en artikel 63 Anw. Dit artikel is,
zoals is aangegeven in het zesde lid, met ingang van 1 januari 2000
vervallen.
De rechtbank is met verweerder van oordeel dat het recht van eiser op
een AOW-pensioen met ingang van 1 juli 1996 niet aansloot op een periode
van verplichte of vrijwillige verzekering. Hierbij acht de rechtbank van
belang dat eiser in 1991 naar Marokko is vertrokken en vanaf dat moment
niet meer verplicht verzekerd was. Voorts viel eiser niet onder enige
uitbreidingsbepaling van het toentertijd geldende Besluit uitbreiding en
beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 van 3 mei 1989, Stb.
164 (hierna KB 164).
De rechtbank merkt in dit verband op dat de overbruggingsuitkering die
eiser ontving niet valt onder artikel 8, eerste lid, van KB 164.
Eiser is derhalve op grond van zijn AOW-pensioen niet verplicht
verzekerd geraakt en was dus ook niet verplicht verzekerd op 31 december
1999. Gezien het voorgaande voldoet eiser niet aan de voorwaarden zoals
genoemd in artikel 63a Anw om deel te nemen aan de vrijwillige
Anw-uitkering."
De Raad kan zich geheel in deze overwegingen vinden.
(Ook) in hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat
hij verzekerd is gebleven op grond van de door hem ontvangen
overbruggingsuitkering en dat PGGM ten onrechte geen premies op die
uitkering heeft ingehouden. De Raad is evenwel met de rechtbank van
oordeel dat uit de toepasselijke regelgeving niet volgt dat appellant op
grond van de door hem ontvangen overbruggingsuitkering verplicht
verzekerd was voor de Anw. Over die uitkering waren derhalve geen
premies verschuldigd.
Dat appellant, zoals hij heeft gesteld, er niet van op de hoogte was dat
de door hem ontvangen uitkering niet werd genoemd in artikel 8 van
Koninklijk besluit 164, zodat hij er niet van op de hoogte was dat hij
niet langer verzekerd was, kan hieraan niet afdoen. Appellant had zich
hieromtrent kunnen laten informeren. De Raad tekent hierbij overigens
aan dat blijkens een schrijven van PGGM aan appellant op appellants
uitkering geen premie volksverzekeringen is ingehouden op grond van
appellants eigen verklaring dat hij niet premieplichtig was.
Gezien het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging
in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel
8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. H. van Leeuwen als voorzitter en mr. M.M. van der
Kade en mr. H.J. Simon als leden, in tegenwoordigheid van mr. M.F. van
Moorst als griffier en uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2004.
(get.) H. van Leeuwen.
(get.) M.F. van Moorst.
|
|