|
Uitspraak
97/11983
AWBZ
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
A, wonende te B, appellante,
en
OWM ZAO Zorgverzekeringen u.a., gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij brief van 22 november 1995 heeft gedaagde appellante in kennis
gesteld van het bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(AWBZ) genomen besluit, waarbij is geweigerd Duratears oogdruppels
zonder bijbetaling van een eigen bijdrage te vergoeden.
De Commissie voor beroepszaken van de Ziekenfondsraad heeft bij advies
van 3 juli 1996 dit besluit juist geacht.
De Arrondissementsrechtbank te Amsterdam heeft bij uitspraak van 24
september 1997 het tegen dit besluit ingestelde beroep ongegrond
verklaard.
Namens appellante heeft G.J. Mollee, voorzitter van de Reumapatiëntenvereniging
Amsterdam, tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep
strekt tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.
Gedaagde heeft bij schrijven van 2 juni 1998 van verweer gediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 22 januari
1999, waar appellante is verschenen bij haar gemachtigde Mollee,
voornoemd, en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door haar
juridisch medewerker mr. R. Out.
Na heropening van het onderzoek hebben partijen toestemming gegeven
verder onderzoek ter zitting achterwege te laten en heeft de Raad het
onderzoek gesloten.
II. MOTIVERING
De Raad verwijst met betrekking tot de voor de beoordeling van het
bestreden besluit van belang zijnde feiten en omstandigheden en de van
toepassing zijnde regelgeving naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in
rubriek 3 van de aangevallen uitspraak met juistheid heeft overwogen.
Centraal in dit geding staat de vraag of appellante bij gebruikmaking
van de haar door haar behandelend arts voorgeschreven Duratears
oogdruppels een eigen bijdrage verschuldigd was zoals ten tijde hier van
belang was geregeld in artikel 3 van de Regeling farmaceutische hulp
1993 van 25 juni 1993, Stcrt. 1993, 120 (hierna: de Regeling) in verbinding met de bij de Regeling behorende bijlage 5.
Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij vanwege haar
reumaklachten niet in staat is met een pipet zonder de oogbol aan te
raken haar ogen te druppelen. Daardoor worden de inhoud van het flesje
met oogdruppels en daardoor ook haar ogen geïnfecteerd. Om die reden
kan zij geen gebruik maken van het Duratears vervangende middel
Hypromellose oogdruppels dat zonder betaling van een eigen bijdrage is
te verkrijgen. Duratears oogdruppels kennen dit bezwaar niet nu deze per
dosering apart verpakt worden.
Gedaagde heeft in het verweerschrift haar in eerste aanleg ingenomen
standpunt herhaald dat de van toepassing zijnde wet- en regelgeving geen
enkele ruimte bieden om in bijzondere gevallen vergoeding van de eigen
bijdrage mogelijk te maken.
De Raad overweegt als volgt.
Bij de Regeling is het zogeheten geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS)
ingevoerd, dat ten doel heeft tot een betere beheersing van de kosten te
komen van de geneesmiddelen waarop verzekerden krachtens de wettelijk
geregelde verzekering aanspraak hebben. Daartoe worden geneesmiddelen
zoveel mogelijk ingedeeld in groepen van geneesmiddelen die volgens de
criteria van het GVS als onderling vervangbaar kunnen worden aangemerkt.
Tussen partijen is niet in geschil dat het door appellante gebruikte
geneesmiddel Duratears ten tijde hier in geding was opgenomen in de
groep van onderling vervangbare geneesmiddelen van bijlage 5 van de
Regeling.
Blijkens de toelichting bij de Regeling, in het bijzonder bij artikel 8
waarin de voorwaarden waaronder van onderlinge vervangbaarheid sprake
is, zijn uitgewerkt, heeft de regelgever het uitdrukkelijk niet nodig en
niet gewenst geacht van indeling van geneesmiddelen in één groep af te
zien indien het gaat om verschillen die zich slechts manifesteren bij
individuele patiënten of bij subgroepen van patiënten, voor wie het
geneesmiddel is geïndiceerd.
De Raad ziet gelet op evenvermelde doelstelling en systematiek van de
Regeling, alsmede evenvermelde toelichting daarop in beginsel geen
ruimte om rekening te houden met individuele omstandigheden in die zin
dat een bij de Regeling als onderling vervangbaar aangemerkt
geneesmiddel alsnog zonder betaling van een eigen bijdrage door de
verzekerde kan worden verkregen.
Hoezeer de Raad ook begrip heeft voor de praktische problemen waarvoor
appellante zich gesteld ziet bij de toediening van Hypromellose
oogdruppels en hoezeer ook de Raad de voordelen van Duratears
oogdruppels in het geval van appellante aanwezig acht, zulks kan de
Raad, gelet op het hiervoor overwogene, evenwel tot geen andere
conclusie leiden dan dat gedaagde bij het bestreden besluit terecht
heeft geweigerd Duratears oogdruppels zonder eigen bijdrage te
vergoeden.
Uit het hiervoor overwogene vloeit voort dat de aangevallen uitspraak
waarbij het bestreden besluit in stand is gelaten, voor bevestiging in
aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het
bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. D.J. van der Vos als voorzitter en mr. Th.M.
Schelfhout en mr. P.H. Hugenholtz als leden, in tegenwoordigheid van mr.
M. van 't Klooster als griffier en uitgesproken in het openbaar op 28
april 1999.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.)
M. van 't Klooster.
|
|