|
Uitspraak
enkelvoudige kamer 03/4682 AWBZ
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel
8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
Onderlinge waarborgmaatschappij Zilveren Kruis Ziekenfonds U.A.,
gedaagde.
I. INLEIDING
Mr. ir. J.J. Janswoude te Ugchelen heeft als gemachtigde van appellante
hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Zutphen op 13
augustus 2003 tussen partijen gegeven uitspraak.
II. MOTIVERING
In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het
beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij schrijven van 29 september 2003 is de gemachtigde van appellante
erop gewezen dat een griffierecht van € 87,-- is verschuldigd, bij
voorkeur te voldoen door middel van de aangehechte acceptgirokaart.
Bij aangetekende brief van 20 oktober 2003 is de gemachtigde van
appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht
en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te
zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan
wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat
overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van
het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen deze termijn is
betaald.
Bij schrijven van 15 november 2003 heeft de gemachtigde van appellante
uitstel gevraagd om het verschuldigde griffierecht te voldoen.
Bij brief van 18 november 2003 heeft de Raad aan de gemachtigde van
appellante meegedeeld dat de Raad dat verzoek niet honoreert.
Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden
geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest, acht de Raad het
hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek
wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel
8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. G.M.T. Berkel-Kikkert in tegenwoordigheid van P.N.
Rijnsewijn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 18 februari
2004.
(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.
(get.) P.N. Rijnsewijn.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan
binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet
doen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid
te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
|
|