|
Uitspraak
04/5825 AWBZ
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de Onderlinge waarborgmaatschappij Amicon Zorgverzekeraar Ziekenfonds
u.a., gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante heeft de heer J. Hulman hoger beroep ingesteld tegen
de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 21 september 2004, reg.nr.
03/1507 AWBZ, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de
Raad op 30 november 2005, waar partijen, gedaagde met voorafgaand
bericht, niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Voor de in dit geding van belang zijnde feiten verwijst de Raad, mede
gelet op de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat
hier met het volgende.
Appellante is in de periode van 8 januari 2003 tot en met 18 februari
2003 opgenomen geweest in een ziekenhuis. Vanaf 19 februari 2003 verblijft zij in verzorgingshuis [naam verzorgingshuis]
in [vestigingsplaats], een AWBZ-instelling.
Bij besluit van 30 juli 2003 heeft gedaagde de door appellante vanwege
het verblijf in verzorgingstehuis [naam verzorgingshuis] verschuldigde
eigen bijdrage AWBZ met ingang van 8 juli 2003 op basis van artikel 4
van het Bijdragebesluit zorg vastgesteld op € 526,83 per maand.
Bij besluit op bezwaar van 14 oktober 2003 heeft gedaagde de bezwaren
van appellante tegen het besluit van 30 juli 2003 ongegrond verklaard.
Appellante heeft tegen het besluit op bezwaar van 14 oktober 2003 beroep
bij de rechtbank ingesteld. Zij heeft aangevoerd dat zij een beschikking
van 28 juli 2003 heeft ontvangen, waarbij de eigen bijdrage definitief
is vastgesteld op een bedrag van € 106,--. Zij heeft betwist dat
gedaagde bevoegd was om de eigen bijdrage op een hoger bedrag vast te
stellen.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het tegen het besluit op
bezwaar van 14 oktober 2003 ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat de artikelen 4 en 14 van het
Bijdragebesluit zorg van dwingendrechtelijke aard zijn en dat niet is
gebleken dat de eigen bijdrage per 8 juli 2003 op een te hoog bedrag is
vastgesteld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel heeft de rechtbank
verworpen, omdat appellante, zo zij de eigen bijdrage niet zou hebben
ontvangen, door de in het besluit van 28 juli 2003 opgenomen verwijzing
naar artikel 14 van het Bijdragebesluit zorg ervan op de hoogte had
kunnen zijn dat de lage eigen bijdrage slechts geldt voor de eerste zes
maanden van opname in een instelling.
In hetgeen van de zijde van appellante in hoger beroep - grotendeels als
herhaling van het gestelde in eerste aanleg - is aangevoerd noch
anderszins in de voorhanden gegevens heeft de Raad aanknopingspunten
gevonden om in andere zin dan de rechtbank te oordelen. De Raad voegt
hieraan toe dat de door appellante genoemde definitieve beschikking
betrekking heeft op de periode ingaande 20 februari 2003 en dat het
bestreden besluit betrekking heeft op een latere datum, namelijk de
datum, waarop de voor de heffing van de hoge eigen bijdrage geldende
wachtperiode van zes maanden, als bedoeld in artikel 14, eerste lid,
aanhef en onder b en derde lid, van het Bijdragebesluit zorg, is
verstreken. De Raad merkt hierbij op, dat de periode van verblijf in het
ziekenhuis voor de berekening van de wachtperiode op grond van artikel
14, derde lid, van het Bijdragebesluit zorg moet worden samengeteld met
de periode van verblijf in [naam verzorgingshuis]. Door de eigen
bijdrage per 8 juli 2003 vast te stellen op het bedrag van € 526,83 is
gedaagde niet in strijd gekomen met enige regel van geschreven of
ongeschreven recht of enig rechtsbeginsel.
Dit betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking
komt.
Voor een veroordeling van gedaagde in de proceskosten van appellante
ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van de
griffier S.M.A. School en uitgesproken in het openbaar op 11 januari
2006.
(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.
(get.) S.M.A. School.
|
|