|
•
LJN AU5822
- Vaststaat
dat de aanvraag van betrokkene niet ziet op adoptie of pleegzorg
als bedoeld in artikel 3:2 van de Wazo, maar dat het hier
betreft het in het gezin opnemen van een eigen natuurlijk erkend
kind. Gelet hierop kon betrokkene geen aanspraak maken op een Wazo-uitkering.
Uit de tekst van genoemde wetsartikelen maakt de rechtbank op
dat de wetgever hierin een limitatief bedoeld aantal gevallen
heeft beschreven waarin een werknemer recht heeft op verlof.
Gelet hierop heeft het UWV geen ruimte om rekening te houden met
de door betrokkene genoemde feiten en omstandigheden. Het UWV
was derhalve gehouden de aanvraag van betrokkene af te wijzen.
•
LJN BA2347 - Weigering
Wazo-uitkering op de grond dat betrokkene per
datum in geding een uitkering ingevolge de WAO ontvangt, zodat zij vanaf die datum
niet meer is verzekerd voor de ZW en derhalve ingaande die datum ook niet voor
toekenning van een uitkering ingevolge de Wazo wegens zwangerschaps- of
bevallingsverlof in aanmerking komt. Heeft de rechtbank terecht
geoordeeld dat tussen betrokkene en de vennootschap sprake was van een
arbeidsovereenkomst op grond waarvan betrokkene moet worden aangemerkt als
werknemer als bedoeld in artikel 1:1 van de Wazo en dat de omstandigheid dat
zij ten tijde in geding een WAO-uitkering genoot en geen arbeid
verrichtte daaraan niet afdoet?
•
LJN BA4303 - Toekenning
van
een Wazo-uitkering over de perioden in geding in verband met zwangerschap
en bevalling, onder de overweging dat de vier gewerkte dagen in de
zesde en de vijfde week voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum
dagen zijn waarover betrokkene ZW-uitkering heeft genoten en aangemerkt
moeten worden als dagen waarop zij zwangerschapsverlof heeft genoten,
zodat deze dagen bij de vaststelling van
de periode van het bevallingsverlof buiten beschouwing moeten worden
gelaten.
Gehanteerde
maatstaf voor de vaststelling van de duur van het
bevallingsverlof.
|
|