|
Uitspraak
00/5883
CSV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[naam B.V.], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de
Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv).
In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.
Namens appellante zijn mr. L.M. Geerse en mr. D. Sternfeld,
belastingadviseurs bij Pricewaterhouse Coopers N.V., op bij aanvullend
beroepschrift van 2 april 2001 aangevoerde gronden bij de Raad in hoger
beroep gekomen van een door de rechtbank Utrecht onder dagtekening 5
oktober 2000 tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt
verwezen.
Gedaagde heeft op 14 mei 2001 een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 28 mei
2003, waar appellante zich niet heeft laten vertegenwoordigen, en waar
voor gedaagde is verschenen mr. M.A. Koenders, werkzaam bij het Uwv.
II. MOTIVERING
Aan de aangevallen uitspraak waarin appellante is aangeduid als eiseres
en gedaagde als verweerder, ontleent de Raad het volgende:
"Eiseres exploiteert restaurant [naam restaurant] aan de
veemarkthallen te [vestigingsplaats]. Directeur enig aandeelhouder is
[naam directeur/enig aandeelhouder] (verder: [naam directeur/enig
aandeelhouder]). Eiseres beheert voorts het restaurant [naam restaurant
II] dat is gelegen onder de hoofdtribune van het voetbal[naam
sportcomplex] Galgenwaard eveneens te [vestigingsplaats]. Tijdens de
voetbalwedstrijden exploiteert eiseres verkooppunten bij de [naam
sportcomplex]vakken. Voor de exploitatie van de verkooppunten heeft
eiseres op 27 december 1983 een huurovereenkomst gesloten met de
Stichting voor Lichamelijke Oefening gemeente [vestigingsplaats]
(verder: de Stichting), destijds eigenares van de verkooppunten.
Op 22 oktober 1996 heeft het Regionaal Interdisciplinair Fraude team te
Utrecht (RIF) in het restaurant [naam restaurant II] en de verkooppunten
in het voetbal[naam sportcomplex] een controle uitgevoerd. Blijkens het
daarvoor opgestelde rapport hebben de verkopers die bij de verkooppunten
zijn aangetroffen een vragenlijst ingevuld. Daarnaast zijn [naam
directeur/enig aandeelhouder] en de heer [naam administrateur] (verder:
[naam administrateur]), administrateur van eiseres en [naam commercieel
manager], werkzaam bij [naam sportclub] als commercieel manager als
getuigen gehoord, evenals de verkopers [verkoper 1], [verkoper 2],
[verkoper 3], [verkoper 4] en [verkoper 5].
Bij besluit van 31 december 1996 heeft verweerder een correctienota
opgelegd voor het premiejaar 1991. Tegen dit besluit is namens eiseres
op 7 januari 1997 bezwaar gemaakt.
Naar aanleiding van bovenvermeld onderzoek heeft verweerder in
samenwerking met de belastingdienst ondernemingen Utrecht, op 4 april
1997 een looncontrole uitgevoerd. Bij het gesprek waren [naam
directeur/enig aandeelhouder] en [naam administrateur] aanwezig.
In het rapport van de Belastingdienst van 4 april 1997 is de gang van
zaken rond de verkooppunten als volgt beschreven.
In het gehele [naam sportcomplex] bevinden zich 14 verkooppunten waar
frisdranken, snoep, koffie en snacks in de vorm van (broodjes) worst en
bal gehakt worden verkocht. Naast de bemanning van de verkooppunten
lopen in het [naam sportcomplex] tijdens de evenementen drie personen
die 's winters worst en 's zomers ijs verkopen. [naam administrateur]
maakt per verkooppunt een lijst met de beginvoorraad. Deze lijst ligt in
het betreffende verkooppunt. In het verkooppunt is de voorraad dranken
aanwezig. De koffie, broodjes en ballen gehakt worden afgehaald bij
[naam administrateur], die hiervan aantekening houdt op de lijsten.
Indien nodig kan de voorraad worden aangevuld. Na afloop van het
evenement worden de lijsten bij [naam administrateur] ingeleverd onder
afgifte van het geld. De verkoopprijzen liggen f 0,25 hoger dan de
prijzen op de lijsten, met uitzondering van de verkoopprijzen van de
worsten die f 0,50 hoger ligt. Eisers bepaalt de verkoopprijzen en de
verkopers zijn verplicht de producten van eiseres af te nemen. Op de
lijsten komt geen snoep voor. Dit kan door de verkoper direct bij
eiseres worden betrokken. De verkoopprijs van het snoep is f 1,25 per
stuk.
De medewerkers van de verkooppunten kunnen gratis de wedstrijd
[voetbalwedstrijd] bijwonen.
De verkooppunten moeten vanaf anderhalf uur voor de wedstrijd tot een
half uur na de wedstrijd geopend zijn. De medewerkers worden door
eiseres opgebeld met het verzoek een verkooppunt te bemannen. Volgens
[naam directeur/enig aandeelhouder] en [naam administrateur] maakt het
niet uit wie uiteindelijk het verkooppunt bemant. Het komt voor dat niet
de verkoper zelf, maar familie of vrienden het verkooppunt bemannen.
Op verzoek van de belastingdienst heeft eiseres bij brief van 13 maart
1997 de namen en adressen verstrekt van de personen die laatstelijk
verkoopactiviteiten hebben verricht in de [naam sportcomplex]kiosken.
Eiseres heeft daarbij vermeld geen van deze personen aan te merken als
verantwoordelijke persoon voor een specifiek verkooppunt of een
verkooppunt in het algemeen.
Blijkens het huurcontract tussen eiseres en de Stichting schaft de
huurder de volledige inventaris van de verkooppunten aan en onderhoudt
deze, komen de kosten van de nutsvoorzieningen voor rekening van de
huurder, is de huurder verplicht het gehuurde tijdens de wedstrijd
geopend te houden, is de huurder verplicht tijdens de openingstijden te
zorgen voor de aanwezigheid van voldoende en geschikt personeel voor de
bediening van het publiek en mag eiseres alleen met toestemming van de
Stichting tot onderverhuur over gaan.
In het looncontrolerapport van 17 april 1997 heeft de looninspecteur,
onder verwijzing naar de gegevens uit de rapportage van de
belastingdienst, geconcludeerd dat sprake is van een verplichting tot
loonbetaling, van een gezagsverhouding tussen eiseres en de personen die
de verkooppunten bemannen en van een verplichting tot persoonlijke
arbeidsverrichting door deze laatsten. Daarbij heeft hij zich op het
standpunt gesteld dat het verschil tussen in- en verkoopprijs van de
verkochte goederen als loon dient te worden aangemaakt en voor wat
betreft de verdiensten vanwege het verkochte snoep verwezen naar
uitspraak van de Hoge Raad van 24 juli 1995 (BNB 1995/311).
Bij brief van 18 augustus 1997 heeft verweerder de rapportage van de
looninspecteur aan eiseres gezonden en het voornemen meegedeeld tot het
opleggen van ambtshalve correctienota's over de jaren 1992 tot en met
1996 en het voornemen om vanwege het niet juist of niet volledig voldoen
aan de in artikel 10 van de CSV bedoelde verplichting tot het doen van
loonopgave, administratieve boeten op te leggen over de jaren 1992 tot
en met 1996. Deze boete zal in evenredigheid met het verzuim over de
jaren 1992, 1994, 1995 en 1996 worden kwijtgescholden tot op 10% en over
het jaar 1993 tot op 20%.
Bij besluiten van 3 oktober 1997 heeft verweerder overeenkomstig het
voornemen de correctienota's vastgesteld en bij besluiten van 13 oktober
1997 de aangekondigde boeten opgelegd."
Bij besluit van 31 december 1998 heeft gedaagde appellantes bezwaren
tegen de correctienota's van 13 december 1996 en 3 oktober 1997 terzake
van de premiejaren 1991 en 1992 tot en met 1996 ongegrond verklaard, met
dien verstande dat de hoogte van de correcties overeenkomstig de door
appellante met de belastingdienst gesloten vaststellingsovereenkomst in
neerwaartse zin wordt bijgesteld. Verder zijn bij dat besluit ongegrond
verklaard de bezwaren tegen de boetenota's van 13 oktober 1997 over de jaren 1992 tot en met 1996, met dien verstande
dat de boetenota's worden aangepast overeenkomstig de premienota's en
dat de boetebedragen verder worden gematigd met 50% vanwege de lange
afhandelingsduur.
De rechtbank Utrecht heeft bij uitspraak van 5 oktober 2000 het namens
appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft
daarbij overwogen dat de hoogte van het vastgestelde premieloon geen
punt van geschil meer is en geoordeeld dat voldaan is aan alle elementen
van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Naar het oordeel van de
rechtbank heeft gedaagde degenen die de verkooppunten bemannen alsmede
de ambulante verkopers dan ook terecht aangemerkt als werknemers van
appellante en voor hen verzekeringsplicht op grond van de sociale
werknemersverzekeringswetten aangenomen.
Namens appellante is in hoger beroep - samengevat- aangevoerd dat de
verkopers niet in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot appellante
staan. Verder heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat door
gedaagde het vertrouwen is gewekt dat ter zake van de verkopers geen
sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Meer subsidiair
is bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de premiecorrecties.
De Raad overweegt als volgt.
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat, gelet op de feitelijke
omstandigheden waaronder de verkopers hebben gewerkt, voldaan is aan de
voorwaarden voor het aannemen van privaatrechtelijke dienstbetrekkingen,
te weten persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetaling en de
aanwezigheid van een gezagsverhouding. Voorzover appellante aanvoert dat
de verkopers niet verplicht waren om te komen werken, is de Raad van
oordeel dat er telkens wanneer de verkopers zich in het [naam
sportcomplex] bij [naam administrateur] vervoegden en de werkzaamheden
verrichtten, een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht tot stand
kwam. De omstandigheid dat een verkoper zich kan laten vervangen door
een ander kan naar 's Raads oordeel niet in de weg staan aan het
aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De vervanging, zo
blijkt uit de verklaringen van de verkopers, geschiedt in overleg met
appellante, waarbij de vervanger uit een beperkte groep wordt gekozen (mede-verkopers/familieleden).
Verder is de Raad van oordeel dat appellante in de persoon van [naam
administrateur] bevoegd en in staat was aanwijzingen te geven. Dat
appellante van deze bevoegdheid gebruik zal maken acht de Raad bezien in
het licht van de gesloten huurovereenkomst tussen appellante en de
Stichting voor Lichamelijke Oefening gemeente [vestigingsplaats] en de
daaruit voortvloeiende verplichtingen voor appellante om bijvoorbeeld de
verkoopruimten schoon te houden, aannemelijk.
Wat het element loon betreft kan de Raad het verschil tussen de vaste
in- en verkoopprijs van de verkochte producten niet anders beschouwen
dan als contraprestatie voor het verrichten van arbeid voor appellante.
Voorts overweegt de Raad dat de grief dat het bestreden besluit in
strijd is met het vertrouwensbeginsel aangezien bij een eerdere
looncontrole geen correcties in verband met de verzekeringslicht van de
verkopers zijn opgelegd, geen doel treft. Bij de eerdere looncontrole
zijn de onderhavige verkopers niet uitdrukkelijk aan de orde geweest,
zodat appellante aan het uitblijven van een correctie naar aanleiding
van die controle niet het gerechtvaardigde vertrouwen heeft kunnen
ontlenen dat er ten aanzien van de verkopers geen verzekeringsplicht zou
bestaan.
De Raad merkt tenslotte op dat de rechtbank terecht tot de conclusie is
gekomen dat de hoogte van de bedragen niet meer in geschil is, gelet op
de van de kant van appellante ter zitting van de rechtbank gedane
mededeling ter zake. De Raad zal dan ook het in hoger beroep meer
subsidiaire standpunt met betrekking tot de hoogte van de correcties
verder buiten bespreking laten.
Gelet op het hiervoor overwogene ziet de Raad geen aanleiding om
toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
Beslist wordt als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. R.C. Schoemaker als voorzitter en mr. G van der
Wiel en mr. A.B.J. van der Ham als leden, in tegenwoordigheid van R.E.
Lysen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2003.
(get.) R.C. Schoemaker.
(get.) R.E. Lysen.
|
|