|
Uitspraak
enkelvoudige kamer 02/5085 OSV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel
8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[bedrijfsnaam], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, verweerder.
I. INLEIDING
Drs. H.H.G. Glissenaar, werkzaam bij Accountantskantoor Glissenaar,
heeft beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 28 augustus 2002.
II. MOTIVERING
In artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat
van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij schrijven van 18 oktober 2002 is eiseres erop gewezen dat zij een
griffierecht van € 218,-- is verschuldigd, bij voorkeur te voldoen
door middel van de aangehechte acceptgirokaart.
Bij aangetekende brief van 8 november 2002 is eiseres nogmaals gewezen
op de verschuldigdheid van het griffierecht en is haar meegedeeld dat
het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven
op de rekening van de Raad dan wel ter griffie dient te zijn gestort.
Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot
niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen deze termijn is
betaald.
Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden
geoordeeld dat eiseres niet in verzuim is geweest, acht de Raad het
beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt
beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel
8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net in tegenwoordigheid van E.
Laudisio als griffier en uitgesproken in het openbaar op 20 februari
2003.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) E. Laudisio.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan
binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet
doen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid
te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
|
|